Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Stilstand regeert het land

Economie Posted on za, juni 29, 2019 13:17:11

Heisa, begin van de week: als gevolg van de
verkiezingsuitslag zou Vlaams Belang een zitje in het bestuur van Unia verdienen,
en dat zorgde dan weer voor uitslag op ambetante plekken bij al wie zich
democraat noemt. Terwijl wat er staat te gebeuren net dankzij die democratie gebeurt. Vlaams Belang doet het goed? Vlaams
Belang wordt beloond met een plekje in een organisatie die het zo snel mogelijk
zou willen afschaffen of monddood maken! Dat is de tol van de democratie.

Het perverse is niet dat Vlaams Belang straks aanwezig
zal zijn in Unia, maar dat we het normaal zijn gaan vinden dat raden van
bestuur van door de overheid opgerichte of gesteunde organisaties worden
volgestouwd met partijvazallen, bij wie de bekwaamheid ondergeschikt is aan ‘de
juiste kleur’, versta: de juiste partijkaart. De kaart van de winnaar van het
moment. De postjes moeten evenredig verdeeld worden, dat zit ingebakken in onze
middelmatige cultuur.

Ik vind dat een onwerkbaar systeem. Ik zou
veel liever onafhankelijke en bij voorkeur onpartijdige experts de grote lijnen
zien uitzetten in maatschappelijke bewegingen, maar blijkbaar ben ik een uilskuiken,
als ik Mark Elchardus, ‘huisideoloog’ van de sp.a, die tegenwoordig eerder
lijkt te rijden voor centrumrechts, moet geloven. Die vindt het niet meer dan
normaal dat de postjes over de partijen verdeeld worden, zo las ik daarnet in De Morgen. Want die slimmeriken die zich
expert durven te noemen, zijn niet democratisch verkozen. Ach ja, het zal wel
een generatiekloofje zijn: Elchardus is 72 en gepokt en gemazeld in de oude
politieke cultuur. Ik ben 60 en sta langs de zijlijn te roepen.

Ik heb gelijk, dat spreekt voor zich.

***

Dit voorbeeldje illustreert perfect de
stilstand van het land. Daarover wilde ik het al een tijdje geleden met u
hebben, maar er kwam altijd weer iets tussen. U weet het: vijf jaar geleden
verhoogde de geel-oranje-blauwe-bleue coalitie de pensioenleeftijd naar 67
jaar, ook al stond dat niet in het regeerakkoord. Middenvelders op hun
achterste poten. Kan niet! Mag niet! Zal niet! Zal wel, dus. In 2025 wordt de
pensioenleeftijd opgetrokken naar 66, vijf jaar later naar 67. In realiteit zal
het al een succes zijn als de gemiddelde uitstapleeftijd tegen dan 63 jaar zal
zijn. We moeten met z’n allen vijfenveertig jaar actief zijn, vonden ze bij wijlen
de ‘Zweedse’ regering-Michel I. De omgekeerde bevolkingspiramide wijst daarop:
wie zal al die pensioenen blijven betalen, als al die ouwe luitjes het
verdommen om zoals stilzwijgend afgesproken te sterven voor hun vijfenzeventigste?

Tijdens de voorbije verkiezingscampagne werd
Bart De Wever geconfronteerd met een slimmigheidje van John Crombez. 67 is niet
de limiet, zo staat ergens weggemoffeld in het partijprogramma van de N-VA en
dat had Crombez ontdekt. De Wever, zelden van z’n stuk te brengen in debatten,
was van z’n melk en stommelde dat de levensverwachting blijft stijgen en dat we
dus in een verdere toekomst nog langer dan tot ons 67ste zullen moeten werken. Daar
kwam zowaar een mini-maatschappelijk debat van. Punt voor Crombez, al leverde
dat uiteindelijk weinig extra stemmen op voor sp.a. Misschien wel omdat Vlaams
Belang ook op dit thema was gesprongen en uitpakte met pensioen na 42 jaar
werken. Op 60, dus, als je op je achttiende in de fabriek bent gedoken. Of op 67,
als je per se voor dokter wilde studeren. Populisme mikt niet op de
intelligentste medeburgers.

De Wever heeft een punt: we zullen allemaal
langer moeten werken. Meer jaren, tot hogere leeftijd. Maar hij ging uit van dezelfde
foute premisse die nu al decennialang gehanteerd wordt en die er simpelweg en
samengevat op neerkomt dat we geboren worden, leren tot ons 18de, eventueel
studeren tot ons 22ste, werken tot ons 67ste en dan met pensioen zijn tot we
doodvallen. We zien leven nog altijd als een opeenvolging van opgroeien, geld
verdienen en rusten. Of: leren stappen, lopen, wandelen, vallen. Of nog: van
pamper tot pamper, waarbij we er tussendoor voor moeten zorgen dat we die
pamper op het eind nog kunnen betalen.

***

Onze visie op werk is verouderd. Passé. Die
dateert nog uit de tijd dat de officiële pensioenleeftijd ongeveer overeenkwam
met de gemiddelde leeftijd: vijfenzestig. De realiteit waarmee we lang leefden
was: geboren worden, opgroeien, werken, stoppen met werken, doodvallen. Dat was
makkelijk zat: pensioenfeestje en ’s anderendaags een fatale hartaanval van het
gedacht aan al die vrije, nog niet voor ons ingevulde dagen die ons te wachten
stonden.

Omdat we langer leven is die laatste,
behoorlijk finale en fatale, fase, doodvallen, tijdelijk vervangen door
‘genieten’. Ik las het deze week nog in een vakblad voor journalisten: ‘X wordt
65 en mag eindelijk van zijn pensioen genieten’. ‘Na een lange en
verdienstelijke carrière mag Y verdiend met rust’. Alsof werken een onoverkomelijke,
maar allesbehalve prettige bezigheid is, waartoe we verplicht worden om in
leven te kunnen blijven, want we moeten nu eenmaal eten, drinken en af en toe
een stapje in de wereld zetten. (Wat het, helaas, vaak ook is, trouwens, daar
niet van.)

In onze samenleving is ‘werken’ bijna per
definitie een zinledige bezigheid. Een verplichting, zoals de opkomstplicht bij
verkiezingen. Je moet het doen, anders zwaait er wat. Een boete, of een leven
in miserie. Als je in dit land 52 wordt, dan tel je af naar je pensioen. Dat is
ons zo geleerd, een generatie of twee, drie geleden. Aftellen naar ‘rust’ en
‘genot’. Nog een opleiding volgen, ben je gek? Bol toch rustig uit, man (m/v)!
Die mentaliteit. Zo zielig zijn wij. Werkgevers doen nauwelijks iets aan het
prettiger maken van de werkomstandigheden, werknemers eisen dit amper op, want
straks wacht hen toch het walhalla, vakbonden gaan ervan uit dat ze de boel
kunnen blijven verlammen, politici weten niet beter en willen vooral de sociale
vrede proberen te bewaren. Dat werken zinvol kan zijn, ja, een leven zelfs zin kan
géven, dringt bij deze actoren niet door.

Wel, ik zal het u zeggen, goed beseffende dat
ik wellicht geprivilegieerd ben: ik werk graag, werken geeft mijn leven mee
zin. Ik tel niet af naar mijn vijfenzestigste, begin 2024.

***

Anderhalf jaar geleden schreef Dirk Schyvinck Wat als we straks 100 worden, met als
ondertitel De uitdagingen van een langer
leven
. Een boek waarvan ik u lezing warm kan aanbevelen, en niet zozeer
omdat ik wat punten en komma’s heb mogen veranderen in het manuscript. Langer
leven, vat ik heel kort samen, komt erop neer dat we ons leven anders zullen
moeten indelen. Die eerste fase — geboren worden, opgroeien en leren — moet
blijven. Kan moeilijk anders. Vanaf dan moeten we flexibeler worden. Móeten,
anders loopt het in het honderd.

Studeren of dadelijk beginnen te werken. Kan
allebei. Verscheidene sabbatjaren inbouwen, op je veertigste naar de
universiteit gaan, tot je tachtigste (deeltijds) werken: moet allemaal kunnen.
Op voorwaarde dat we daar maatschappelijk toe bereid zijn. Vandaag kan dat
niet. Morgen en overmorgen ook nog niet. Maar het steriele, o zo voorspelbare
en eigenlijk bijzonder cynische levensverloop vanaf je 18de of 22ste — ‘studeren-werken-pensioen-doodgaan’
— moet dringend op de schop. Tijdelijk met pensioen gaan op je veertigste. Zou
moeten kunnen. Deeltijds hoger onderwijs in combinatie met tijdelijk halftijds
werk op je vijftigste, waarom niet? Na je zeventigste nog wat deeltijds actief
zijn in een omgeving waar werkbaar werk niet beperkt is gebleven tot een
sloganeske belofte, het zou fantastisch zijn. Maar neen, we blijven ons liever
vermeien in zinloze discussies over minuten, uren, dagen, maanden of jaren meer
of minder.

Stilstand regeert het land. Van links tot
rechts, van progressief tot conservatief, van stad tot platteland. Dat lees je
niet af in een mobiscore. Het is de Belgische helaasheid der dingen. Welke
politicus schiet als eerste wakker? Ik ben benieuwd.

En de eerste die me zegt dat ik over vier en
een half jaar verdiend met pensioen mag en van het leven kan gaan genieten, krijgt
een klap voor zijn kanis.



Aantekeningen van een ervaringsdeskundige

Economie Posted on za, juli 28, 2018 13:06:31

Zomerakkoord. Het woord klinkt al ongeveer
even hol als de inhoud waar het voor staat. Zowel de Vlaamse als de federale
regering pakten er rond de nationale feestdag mee uit en dan weet je wat er te
gebeuren staat: de coalitie juicht, de oppositie brult, deskundigen branden de inderhaast
afgesloten nachtelijke overeenkomst af, de verantwoordelijken zijn intussen met
vakantie vertrokken. In de hoop dat er over een maand of zo, wanneer ze
terugkeren uit zonniger – nou ja, even zonnige – oorden geen haan meer naar
kraait. Over een paar maanden worden de zomerakkoorden getoetst aan de harde
realiteit, maar dan zal er wel weer iemand in boerkini naast een zwembad
opgedoken zijn en kunnen we het daarover hebben.

Zomerakkoorden zijn flutakkoorden, een
stapeltje dringende maatregelen die nog voor de vakantie moeten genomen worden,
liefst na lange, aanvankelijk uitzichtloze vergaderingen, waarna er plots toch
ergens een deus ex machina optreedt. Of is het een fata morgana? Soit, we
hebben zomerakkoorden die zo rond 21 september, als dit warme seizoen er
officieel op zit, nog hoogstens voor de helft overeind zullen staan. Proficiat!

***

Arbeidsdeal, nog zo’n holklinkende term. Er
moest dringend geld gezocht worden en het makkelijkst vind je dat bij diegenen
die weerloos zijn. Werkloos-weerloos, in dit geval. Als je voortaan zonder werk
valt, kan je de eerste zes maanden op een iets hogere uitkering rekenen, waarna
dat bedrag veel sneller dan nu het geval is, keldert. Degressiviteit, heet dat.
Rijmt op: depressiviteit. Het ene is dan ook een gevolg van het andere. En nu
moet ik even uit mijn rol van afstandelijke waarnemer stappen.

Zes jaar geleden werd ik ontslagen. Drieënvijftig,
een cv van meerdere pagina’s, nog lang niet aan uitbollen toe. Ik dacht: het is
zomer, weinig vacatures, maar vanaf september lees ik tientallen vacatures die
enigszins in mijn lijn liggen. Media. Marketing en communicatie.
Hoofdredacteur. Eindredacteur. Redacteur. Communicatieverantwoordelijke.
Woordvoerder. ‘Als het maar inhoudelijk interessant is!’ Ik was naïef. Die ‘5’
aan het begin van mijn leeftijd schrikt werkgevers namelijk af. Dan denken ze:
duur, onproductief, niet flexibel genoeg, op weg naar zijn pensioen. Onzin, zo
blijkt uit studies wereldwijd, maar die worden niet gelezen door
bedrijfsleiders. Die baseren zich op (voor)oordelen. En op het advies van hun human
resources-afdeling, allemaal twintigers. (Laat me dan ook maar even een
vooroordeel uitspreken, beste lezer, al zal ik niet ver van de realiteit
zitten.)

Ik schreef er een boek over, Als het werk stopt, al was ik toen al terug
aan de slag, vanaf 1 april 2014 (geen grap, ik verafschuw aprilgrappen!). Maar
dat had dus één jaar en negen maanden geduurd, periode waarin ik vruchteloos
tientallen sollicitaties mailde, met deze blog startte, tegen de muren opliep
en af en toe een journalistieke interimopdracht deed. Ik wilde echt wel werken.
Zoals ik ervan uitga dat — in weerwil van een ander hardnekkig vooroordeel —-
negen op tien werklozen écht wel willen werken. Voor de centen, zeer zeker,
maar ook omdat dit zin geeft aan ons leven en sociaal contact belangrijk is. De
verhalen van de werklozen in hun hangmatten: geloof ze niet. Een op tien, misschien,
als het al zoveel is. (Ik baseer me niet op wetenschappelijke studies, maar dat
doen die zeloten evenmin.)

Sinds ik kleine zelfstandige werd en zeker
sinds het boek, april 2015, heb ik meer dan werk genoeg, verdien ik daar aardig
mijn kost mee en doe ik dingen die ik graag doe. Soms verzuip ik, maar als
onafhankelijke journalist kun je geen twee keer een opdracht weigeren, want een
derde keer belt zo’n hoofdredacteur naar een andere freelancer. Ik leid daar
een paar dingen uit af. 1) Ik ben goed in mijn vak (laten we niet bescheiden
zijn!). 2) Ik toon dat dagelijks in de praktijk. 3) Ik ben even dynamisch,
productief en efficiënt als de meeste, doorgaans een pak jongere, collega’s (ik
word zestig in januari). 4) Wie in positieve zin opvalt, wordt gecontacteerd
voor nieuwe opdrachten door andere werkgevers. Bestaat de uitdrukking ‘een
positieve vicieuze cirkel’? 5) De toestand is zelden hopeloos, ook al voelt het
wel zo aan. 6) Misschien ben ik een atypische bijna-zestiger, maar ik geloof
niet dat ik de enige ben. Er zijn dingen die ik minder goed kan dan vroeger, er
zijn dingen waar ik veel beter in ben geworden dan vroeger. Zo zit het leven in
mekaar. You win some, you lose some.
Weet wat je kan, en sta niet te lang stil bij wat je niet meer kan.

***

‘Als werklozen merken dat ze de rekeningen
niet meer kunnen betalen, zullen ze harder hun best doen.’ Herinnert u zich die
uitspraak van Zuhal Demir uit de lente van 2015 nog? Ze was toen federaal volksvertegenwoordiger
en had net een ophefmakende fotoshoot in het parlement achter de rug. Laten we
zeggen dat haar uitspraak even weinig om het lijf had als die reeks prikkelende
foto’s. Maar het is wel typisch voor mensen die het goed hebben, leuke job,
aardige collega’s, flink gevulde bankrekening, drie keer per jaar met vakantie,
al wat je maar wilt — en het weze hen gegund. Het maakt hen blind voor de
realiteit.

De realiteit van een werkloze is meestal dat
je vanaf het begin dat je thuis zit de rekeningen steeds moeilijker kunt
betalen: ze doen dan ook hun uiterste best om snel werk te vinden. Dat er niet
is. In mijn geval, 2012-2014, omdat we nog in volle bankencrisis zaten,
veroorzaakt door mensen die waarschijnlijk in besloten kring dezelfde soort
uitspraken deden als mevrouw Demir en die intussen ziekelijk aan het speculeren
sloegen, uiteindelijk op kosten van de hele samenleving. Vandaag zwengelt de
economie terug aan, maar dat vertaalt zich niet in jobs voor iedereen. Dat is
trouwens een illusie: als de werkloosheidsgraad beneden de vijf procent zou
tuimelen, zou dat een groot succes zijn. In 2014 bedroeg die 8,5%. Nu: 6,4.
Maar er zijn nog altijd geen jobs, jobs, jobs voor iedereen. En dus is die
degressiviteit fundamenteel oneerlijk ten opzichte van langdurig werklozen. Wie
al lang zonder werk zit, zou je alleen maar mogen straffen als er werk genoeg
is. Quod non. In dat geval zouden ze maar wat ‘harder hun best moeten doen’. Wat
nu gebeurt, komt erop neer dat een individuele werkloze wordt gestraft voor de
werkloosheidsgraad van een hele maatschappij. En omdat de meeste bedrijven niet
eens de moeite doen om te reageren op je sollicitatie, krijg je ook nog eens
het gevoel dat je niet meer meetelt. Quantité
négligeable
. Je drijft recht de armoede in, wat statistisch gezien dan weer
meegenomen is, want dan verhuis je van de RVA naar het OCMW. Minder werklozen,
hoera! Had ik zelf iets harder mijn best moeten doen? Ik denk het niet. Ik weet het wel zeker. Daar gaat het deze federale regering ook niet om. Er moest dringend geld gezocht worden: de ‘luie werklozen’ straffen was daarbij een makkelijke optie. Dit is niet meer of niet minder dan een ordinaire besparingsoperatie, op de kap van mensen die niet kunnen reageren, omdat ze door niemand vertegenwoordigd worden. Zeg dat dan ook, in plaats van met laffe excuses af te komen!

Als je dan toch een vorm van degressiviteit
zou moeten toepassen (waar ik dus niet voor ben, voor alle duidelijkheid), doe
dat dan tussen de vierde en de twaalfde maand van de werkloosheid. Waarna de
uitkering na een jaar opnieuw wordt opgetrokken naar een bedrag dat een eind
boven het leefloon ligt. Want dat is wel een realiteit: wie werkloos wordt,
zoekt in eerste instantie een job die even goed of beter betaald wordt dan de
vorige, maar dat is bijzonder naïef. Zeker wie uit een managementfunctie
ontslagen werd, heeft de neiging om te veeleisend te zijn. Misschien brengt die
‘degressiviteit’ tussen maand vier en twaalf iets meer realisme met zich.

***

Terloops opgemerkt: een term die we nooit
hadden moeten kennen is SWT, Stelsel van Werkloosheid met bedrijfsToeslag. Die
hadden moedige politici meer dan twintig jaar geleden moeten afschaffen toen
dat nog gewoon ‘brugpensioen’ heette en geen enkele zin meer had.

***

Een ideetje. Als we nu eens de leden van de
federale regering hun opzeg geven. Veertien ministers en vier
staatssecretarissen. Bedankt, u mag gaan, vanaf 1 september bent u werkloos. U
wordt vervangen door hooggeschoolde, langdurig werklozen. Kans is groot dat we
over een jaar een begroting in evenwicht hebben. En dat de huidige excellenties
nog altijd op zoek zijn naar werk. Populistisch? Inderdaad, maar dat zijn de maatregelen
uit het zomerakkoord ook. Scoren bij de achterban en de economische vrienden.
Makkelijk zat. Zo kan ik het ook. Nu nog een achterban en economische vrienden vinden.



De trein der traagheid is afgeschaft

Economie Posted on di, maart 07, 2017 14:22:06

Gisterochtend.
Ik had zoals gebruikelijk net iets te laat de deur achter me dichtgetrokken om
comfortabel en rustig naar de treinhalte in mijn woonplaats T. te stappen. Twaalf
wandelminuten die ik altijd opnieuw in tien flinke doorstapminuten moet afhaspelen. Nahijgend
op het perron hoorde ik algauw de metalige stem door de krakerige luidsprekers omroepen:
“Spoor 1. De S6-trein naar Mechelen heeft een vermoedelijke vertraging van
vijftien minuten.” Ik wisselde hijgen en diep zuchten af. De mensen in het
wachthokje — het miezerde, dan klitten toekomstige passagiers iets dichter bij
elkaar — lachten meewarig. Alwéér! Ha, die NMBS toch!

Een minuut
of zeven later: “Spoor 1. De S6-trein naar Mechelen heeft een
vermoedelijke vertraging van twintig minuten.” Mijn zuchten klonk nog iets
luider (het hijgen was intussen gestopt), het meewarige lachen van mijn
lotgenoten had nu iets gemeens. Ik dacht: met al die ratelende tieners om me
heen — waarom praten jongeren tegenwoordig toch zo luid en tegen honderd per
uur? — ga ik zo dadelijk niet eens kunnen begrijpen wat er wordt omgeroepen. Is
de trein die binnenkort gaat arriveren die van 7u37, die me naar een groot Brussels
station zal leiden vanwaar ik nog een tram moet nemen naar mijn werkplek van de
dag, of toch die van 7u25, die me naar een stationnetje op wandelafstand van
die werkplek zal voeren?

Weer een
paar minuten later: “Spoor 1. De S6-trein naar Mechelen rijdt vandaag
niet.” Vertraging en afschaffen staan in het NMBS-woordenboek vlakbij
mekaar. Wat handig, dacht ik: een afgeschafte trein komt niet in de statistieken
te staan als trein-met-vertraging, en ik tweette er iets vileins over.
“Hoera, weer één zonder officiële vertraging.” Wat kan een mens
anders doen op een druilerige maandag? Op de keper beschouwd heeft de NMBS
zelfs gelijk: een trein die niet rijdt, heeft geen vertraging. Dat je als
passagier gesjeesd bent, is bijzaak, omdat passagiers bijzaak zijn geworden.

***

Vanochtend.
Ik las dat Sophie Dutordoir aan haar eerste werkdag begon als nieuwe CEO van
de NMBS. Zou ze met de trein gegaan zijn? En, zo ja, was die op tijd? Ik zou
het weleens willen weten. Op haar agenda stond al dadelijk een vergadering met
de vakbonden, aardige binnenkomer. Je kunt Dutordoir alleen maar veel sterkte
wensen, of een behouden rit, zo u wil. Eerst topvrouw van Electrabel geweest,
tot ze daar het licht uitdeed. Dan een paar jaar een delicatessenzaak geopend
en nu opgevorderd omdat ze het juiste profiel en de juiste
partij-aanhankelijkheid heeft om een gescleroseerd overheidsbedrijf te runnen.
Niet dat ze veel delicatessen zal vinden bij de NMBS, maar dat het beleid van
onze spoorwegmaatschappij de voorbije jaren gesaucissonneerd werd, zal ze best wel
herkennen.

Dat moest
blijkbaar van Europa, twaalf jaar geleden, in het kader van de liberalisering
van het treinverkeer. En zo werd de oude Nationale Maatschappij der
Buurtspoorwegen, opgericht in 1926, de NMBS-Groep, bestaande uit de NMBS (die
instaat voor het vervoer) en Infrabel
(dat instaat voor de spoorweginfrastructuur), met daarnaast ook nog HR Rail (dat al het personeel onder zich heeft en als een soort uitzendkantoor fungeert). Hoe de stations erbij staan,
op welk tijdstip de treinen er binnenrijden en wie de machinist is: daar gaan
dus drie bazen over. In theorie, want in de praktijk zijn het er nog veel meer.

Niemand
raakt wijs uit die structuur, behalve de politieke partijen die nu drie plekken
hebben om hun mannetjes te posteren. Dat scheelt voor de interne tevredenheidscultuur.
Denk daar ook nog de autonome vakbonden bij — elke personeelscategorie heeft er
zowat één bij de spoorwegen —, die af en toe moeten duidelijk maken dat ze er
ook nog zijn, en je krijgt een vreemde cocktail. Met veel traagheid, zowel van
beslissingen als van service voor de klanten. Klanten, o ja, het wordt soms
vergeten dat die er ook nog zijn: naïeve mensen zoals u en ik. Klootjesvolk. Te
dom om carrière te hebben gemaakt in een partij en vanuit die optiek benoemd te
zijn in een van de structuren van het spoorwegdoolhof, goedbetaald en uiteraard
mét bedrijfswagen, want met de trein rijden is voor het klootjesvolk.

Nou, ga
daar maar aan staan, mevrouw Dutordoir, veel succes! En als het even tegenzit,
zullen uw illustere voorgangers wel aanschuiven in de tv-studio’s om kritiek te
geven op uw beleid. Mensen die zelf de NMBS een slechte reputatie hebben
bezorgd, bijvoorbeeld door meer aandacht te schenken aan een verlieslatende
pakjesdienst dan bekommerd te zijn om het welzijn van de reizigers.

***

Als het
mevrouw Dutordoir en bij de uitbreiding de hele NMBS-Groep ernst is bij het
verbeteren van de service, en als ze werk wil maken van het aanbieden van een
betaalbaar, realistisch en toegankelijk alternatief voor het steeds meer
dichtslibbende wegverkeer, dan zullen enkele taboes moeten sneuvelen. Zoals:
het taboe op eerlijke communicatie.

Meer dan
negentig procent van de treinen rijdt op tijd, toeterde Dutordoirs voorganger,
de uit pensioen teruggeroepen topmanager Jo Cornu, bij wijze van afscheid. Dat
zal wel kloppen, tenminste: volgens de berekeningswijze van de NMBS. Treinen
die minder dan vijf minuten vertraging hebben, hebben namelijk géén vertraging,
zo redeneert onze spoorwegmaatschappij. Je zult als reiziger maar een
aansluiting moeten hebben waarvoor je in een groot station, zeg maar: Brussel-Zuid, precies vijf minuten hebt om van spoor 6 naar spoor 20 te hollen, terwijl
de trein waarop je zit vier minuten en negenenvijftig seconden na het geplande
tijdstip arriveert. (Een wakkere cynicus zal nu opmerken: geen probleem, toch, want
die aansluitende trein zal ook wel vertraging hebben. Ik hou van wakkere
cynici, maar nu even niet.)

Treinen die
afgeschaft worden, hebben géén vertraging, dat las u hierboven al. Als de NMBS
honderd procent stipte treinen wil, moet het dus alle treinen afschaffen, zo
eenvoudig is dat. Honderd procent stiptheid, nul procent reizigersontevredenheid:
het kan. Want zonder passagiers zijn er ook geen ontevreden passagiers. Ook dat
is simpel.

Nog iets,
nu ik toch bezig ben: als je staat te wachten op een trein die om 7u25 moet
vertrekken en die komt stipt om 7u25 toe, dan heeft die in mijn ogen
vertraging, want hij zal ten vroegste om 7u26 kunnen vertrekken. Een minuut te
laat, dus. U mag dat flauw vinden, maar al die gecumuleerde minuten zorgen
ervoor dat er aan het eind van de rit een fikse vertraging optreedt.

***

Alle
gekheid op spoor zes: wat de NMBS moet doen is eerlijke berekeningen maken. Laten
we breeddenkend zijn en zeggen dat 59 seconden vertraging niet hoeft te worden
meegerekend. Tussen 1 minuut en 3 minuten en 59 seconden heet dat ‘lichte
vertraging’. Vanaf 4 minuten noemen we het ‘ernstige vertraging’. En een
afgeschafte trein wordt uiteraard gewoon mee in de statistieken opgenomen. Die
negentig procent kun je dan wel vergeten. Ik ben er zelfs zeker van dat het
percentage zeer drastisch, om niet te zeggen: dramatisch, zal dalen. Mijn
vermoeden: op gewone dagen rond de zestig procent. Als er zeven druppels regen
vallen of het is min één: minder dan vijftig procent. Terwijl de NMBS zichzelf
negen op tien geeft voor stiptheid, grootste onderscheiding, krijgt het van de
reizigers nauwelijks een voldoende. Alleen ligt niemand daar in die
managementkantoren nog wakker van, zo lijkt het wel.

***

“It’s a dirty job but somebody has to do it,” zei iemand ooit. Ik wens
Sophie Dutordoir goede moed, een sterke maag en een bij momenten slecht
karakter. Het zal nodig zijn. Voor haar, voor u en voor mij.



ING

Economie Posted on za, oktober 08, 2016 12:56:23

Mijn
grootmoeder, die vandaag 103 wordt, is al in geen twintig jaar in een
bankkantoor geweest. Het is het voorrecht van oude mensen dat hun financiële
zaken worden geregeld door kinderen en schoonkinderen. “Dat is toch niks
voor mij, ik ken dat allemaal niet meer!”, u kent dat riedeltje wel. Ze is
klant, trouwe klant zelfs, maar ze heeft geen nood aan een loketbediende die
een gezellig praatje met haar maakt.

Mijn
moeder, die binnenkort 85 wordt, gaat nog wel voor al haar financiële
transacties naar de bank en ze waardeert heel af en toe dat gezellige praatje
met de loketbediende. Ze heeft geen computer, maar is nog voldoende fit en
alert om overschrijvingen zelf te doen. In de bank. Aan de automaat. Slechts occasioneel
moet ze nog aan het loket zijn.

Ik, die
over een paar maanden 58 wordt, regel bijna al mijn zaken via computer. Alleen als er
een lening moet herzien worden of persoonlijke financiën besproken, wat hoogst
uitzonderlijk is, heb ik nood aan een tête-à-tête, maar dat is dan rechtstreeks
met de bankdirecteur, niet met een loketbediende. Ik print wel nog mijn
rekeninguittreksels uit, zo ouderwets ben ik dan weer wel, maar daarvoor
volstaat één keer per maand de automaat in de hal van mijn bankkantoor te
activeren. Ik hoef daar niemand voor te zien of te spreken.

Ik heb geen
kinderen, maar mocht ik die gehad hebben, dan zouden die ongetwijfeld geen poot
meer zetten in een bankkantoor. Alles zou online verlopen, zoals twintigers en
dertigers dat tegenwoordig afhandelen. En de generaties die nu nog niet
volwassen genoeg worden geacht om hun financiën te regelen, zullen over een
paar jaar al helemaal niet meer weten waar zich dat kantoor ook alweer bevond.

Over
twintig jaar zullen de generaties van mijn grootouders en ouders en, wie weet,
ook ikzelf, uitgestorven zijn. Gesteld dat er dan nog bankkantoren bestaan, dan
zouden het spookhuizen zijn. Lege lokalen, waar hooguit nog wat activiteit is
aan de automaat (als die tegen dan nog bestaat) en achter een ontzettend
rustige balie. Je kan dat betreuren (“Er is geen sociaal contact meer hé,
meneer!”), maar het is onvermijdelijk. Het is onvermijdelijk omdat we dat blijkbaar zelf willen. Het is niet de bank die ons op afstand houdt, het zijn
wij die de afstand van de bank waarop we zitten tot de bank waar we klant van
zijn te groot achten.

***

Ik wil maar
zeggen: het is niet onlogisch dat ING — als eerste van ongetwijfeld een pak meer
banken en verzekeringskantoren — een drastische beslissing neemt. Het was
schrikken en het wordt wennen, maar het is de harde realiteit die we zelf mee
hebben veroorzaakt. Vluchten kan niet meer. Huilen is voor ons te laat.

Wát ING
deed is de economische logica zelve. Hóe ING dat deed is hemeltergend. Een
grote baas die vóór het weekend in een email aankondigt dat er ‘spannende
dingen’ te gebeuren staan, o gruwel. “Je moet het dak repareren als de zon
schijnt” en “We moeten snoeien om te groeien”, zijn uitspraken
die je misschien kunt doen in een besloten bestuurskamer — onder grofgebekte
ondernemers voor wie een mens niet meer dan een FTE is en bedrijfsresultaten in
k worden uitgedrukt in plaats van in duizendtallen —, maar die je niet als
officiële communicatie naar buiten brengt op een ogenblik dat je ongeveer
gelijktijdig het ontslag van duizenden werknemers aankondigt én dat je de
eerste jaarhelft 600 miljoen euro winst hebt geboekt. Winst die over het hele
jaar 2015 1,1 miljard bedroeg. De ceo, Ralph Hamers, kende zichzelf en passant ook nog eens 28 procent opslag
toe. Goed bezig, zal het argument geweest zijn.

Cynischer
wordt het zelden. Communicatief ging ING compleet de mist in. Heel Vlaanderen
en Nederland weet nu: gewetenloze schurken. De emotionele woorden van de
Belgische ceo: ach, krokodillentranen, een ingestudeerd nummertje, die man
heeft misschien wel wakker gelegen van hóe hij het nieuws moest brengen, maar
niet dát hij het nieuws moest brengen. Moeilijk momentje, lastige dagen, volgende
week is het echter weer business as usual,
kop op, jongen. De ontmenselijking van het bedrijfsleven schrijnend in beeld en
woord gebracht.

***

Cynische
logica is het, maar wel: logica. En
dan kom ik terug bij de eerste paragrafen. Daar hebben we zelf voor gezorgd
en daar zullen we in de nabije toekomst nog veel meer voor zorgen. In plaats
van op de barricaden te springen en een op middellange termijn onrealistisch
doel na te streven, maximaal jobbehoud, moeten overheid én sociale partners
volgende pijnlijke aankondigingen een stap voor zijn, door nu al, preventief, ruimte
te scheppen voor alternatieve tewerkstelling en, vooral, mee te zijn met de
digitale trein. Weg met dat typisch Belgische gedoe van bescheidenheid,
volgzaamheid en achter de feiten aanhollen: we moeten voortrekkers worden.

Helaas
lijken we geneigd dezelfde reflex te vertonen als dertig jaar geleden toen de
staalnijverheid en de steenkoolmijnen slabakten. Er werden miljarden in
bodemloze putten gepompt, in plaats van realistisch te zijn (net zoals de
mensen nu nog nauwelijks een bank bezoeken, werd er toen al een tijdje niet
meer op kolen gestookt en was dat staal ook al passé) en maximaal in te zetten
op alternatieven. (Die staatsschuld komt ergens vandaan, moet u weten.)

Maar dan
nog — en ondanks het stoer klinkende ‘Jobs, jobs, jobs!’, dat een mantra van deze
federale regering is geworden — zal de harde realiteit zijn dat er nog wel
vaker noodkreten en alarmbellen zullen weerklinken, gevolgd door afslankingen
en optimaliseringen, om wat newspeak te
hanteren, en dat we de verloren jobs nooit meer 100 procent zullen terugwinnen.
Daarom is dat basisinkomen voor iedereen — laten we zeggen: 500 euro tot 18
jaar, 1.250 euro netto vanaf 18 jaar — een piste die dringend onderzocht moet
worden. Tenzij we ons liever in zelfmedelijden blijven wentelen, het
onafwendbare ontkennen en alleen nog maar in staat zijn tot verontwaardiging,
hoe terecht die ook is.

De kracht
van veranderING (dank aan Joël De Ceulaer voor de inspiratie) zou er weleens in
kunnen liggen dat we anders gaan denken over én kijken naar leven, welzijn, onderwijs
en economie. Er zijn genoeg filosofen, sociologen en arbeidsmarktdeskundigen
die daar al over nagedacht hebben. Wanneer schieten de beleidsmakers wakker?



Ondertussen in de ivoren verkeerstoren

Economie Posted on do, april 14, 2016 12:35:01

Een
flipperkast. En een boksbal. Een stapel sudoku’s. Ik overloop even mijn eisen bovenop
het interessante basisloon mocht ik morgen gevraagd worden om
luchtverkeersleider te worden. Een fantasietje, quoi, want a) ze zullen mij niet vragen als je ziet dat er tien
‘gelukkigen’ uit enkele duizenden kandidaten op het examen komen, en b) ik wil
die job nooit doen. Ik hou van stress, van de adrenaline die door mijn journalistieke
lijf stroomt, van een deadline die mij dwingt om in overdrive te gaan, maar ik zie mij geen job uitoefenen waarbij
letterlijk mensenlevens op het spel staan.

Daarom ben
ik geen luchtverkeersleider en heb ik er absoluut geen probleem mee dat die een
pak meer verdienen dan andere stervelingen. Gooi er gerust nog wat andere
voordelen bovenop, kan me echt niet schelen. Laat hen vooral in alle nodige
comfort hun werk doen. Daarom ben ik geen chirurg, een beslissing waarmee ik onrechtstreeks
al heel wat levens gered heb. En laat zo’n specialisten het vijf- of
tienvoudige verdienen van de gemiddelde bediende, ik gun het ze. Als ik op die
operatietafel lig, wil ik er vooral levend en wel weer kunnen afstappen, en die
man of vrouw die iets kan wat ik niet kan daarvoor hartelijk danken. Daarom ben ik geen
brandweerman, omdat de neiging om mijn eigen leven te wagen om een wildvreemde
te redden uit een brandend huis dat niet het mijne is en niet eens in mijn
straat staat, mij vreemd is. Noem het laf, u doet maar. Een brandweerman zou
veel meer moeten verdienen dan wat hij nu heeft. Onbetaalbare job, figuurlijk
dan, net als verpleger of onderwijzer (telkens te lezen met ‘m/v’ erachteraan),
en zo zijn er nog wel wat andere. Diep respect heb ik voor die mensen.
Deemoedig buig ik mijn hoofd voor wat ze dag in dag uit presteren.

Ik kan me
er iets bij voorstellen dat de luchtverkeersleiders ongerust/verontwaardigd/boos
(schrappen wat niet past) zijn, omdat hun op het eerste gezicht begrijpelijke
en wellicht terechte eisen niet ingewilligd worden. Twaalf dagen werken, één
dag thuis, opnieuw dagen of nachten aan een stuk gaan werken, dan heb je geen
leven buiten het werk en eigenlijk ook geen leven op het werk. En dan riskeer je in die functie mensenlevens, als werknemer
én als bedrijf.

Ik kan me
er iets bij voorstellen dat de luchtverkeersleiders woedend zijn omdat de CEO
van Belgocontrol net nu een sociaal akkoord dat met haken en ogen aaneenhangt
er wil doordrukken, met het welwillen van slechts één vakbond, wetende dat dit
een slimmigheid is, in de nadagen van de terroristische aanslagen en in de veronderstelling
dat er nu toch geen actie zal gevoerd worden. CEO’s zijn passanten, ze komen
voor te veel centen een tijdje een bedrijf reorganiseren en vertrekken dan op
weg naar een nieuw lucratief avontuur, vaak via de achterdeur, meestal op een
sociaal dieptepunt. Laten we hen vooral met een gezond wantrouwen blijven
bejegenen.

Ik kan me
er iets bij voorstellen dat de luchtverkeersleiders een signaal naar de buitenwereld moesten sturen, omdat er intern
niet of onvoldoende naar hen geluisterd wordt. Als hun gevoel is dat ze ooit
fatale fouten zullen maken, dan moet er naar hen geluisterd worden, oplossingen
gezocht, het principe werkbaar werk toegepast.

Ik kan me
er iets bij voorstellen dat dat signaal een actie is, desnoods een staking. Maar
niet nu, niet daar, niet op deze manier. Zoals de bonden bij de NMBS dat altijd
opnieuw doen — de kleine, obscure vakorganisaties op kop —, presteert de Gilde
van Luchtverkeersleiders het om zonder aankondiging de boel plat te leggen,
daarmee weer duizenden gewone burgers treffend. Misschien hadden ze ’s nachts
de boel kunnen platleggen: een week geen nachtvluchten meer op Zaventem, bijvoorbeeld,
economische impact gegarandeerd, want het gaat om commerciële activiteiten die
veel geld opbrengen. Daarmee tref je uiteindelijk óók de man in de straat, maar
veel minder erg. Met wat nadenken zijn er ongetwijfeld nog alternatieve
(re)acties te bedenken. En als allerlaatste strohalm: een aangekondigde staking
over een maand of zo, als het echt niet anders kan. Vervelend, maar je kan je
er als reiziger op voorbereiden.

Niet nu,
niet daar, niet op deze manier. Wie nu naar Zaventem rijdt, doet dat met een
bang hart. Er zou maar eens een man met een hoedje met een bomgordel in de geïmproviseerde
vertrekhal moeten staan wachten. Als je die mensen dan ook nog eens aan de
grond houdt, waardoor ze niet met vakantie kunnen vertrekken of voor het werk
naar het buitenland reizen, dan ben je wel heel egoïstisch en kortzichtig bezig.
Dan ben je heel ver weg, daar in je ivoren verkeerstoren. Dat is nog een pak
vreemder dan wereldvreemd.

Los daarvan
is het ook strategisch dom. Op welke goodwill
hopen die heren en dames nog te kunnen rekenen? Als links en rechts sámen het
collectieve egoïsme van een groep hekelen, zoals maandag op de sociale media
gebeurde, dan ben je wel heel slecht bezig.

De
oplossing zit er nu niet in — zoals in sommige kringen te horen is — om er met
de botte bijl door te gaan, zoals Ronald Reagan dat in 1981 deed, door
elfduizend luchtverkeersleiders in één keer te ontslaan, want dat zou
stoerdoenerij zijn van de ergste soort. Het signaal, hoe verkeerd ook!, is
uitgestuurd, nu moet er gepraat worden. Een bemiddelaar namens de regering zou
een eerste stap kunnen zijn, een onafhankelijke audit een tweede, en er moeten
toch voldoende internationale benchmarks
zijn om de situatie in ons land mee te vergelijken? En doe alstublieft onmiddellijk
iets aan de concrete werkomstandigheden, want twaalf dagen ononderbroken werken
— zelfs al staat er een flipperkast, hangt er een boksbal en ligt er een stapel
sudoku’s te wachten — en dat na een dag rust nog eens overdoen, is waanzinnig,
onverantwoord, verontrustend.



Waar blijft de verontwaardiging?

Economie Posted on di, april 05, 2016 12:27:32

Ach, ja,
dat wisten we toch al?

Tot daar
een korte samenvatting van de reacties hier te lande op de met veel poeha
aangekondigde ‘Panama Papers’, de gelekte documenten van het Panamese advocatenkantoor
Mossack Fonseca, die door honderden journalisten in tientallen landen werden
gelezen, samengebald en in hapklare journalistieke bijdragen gegoten. In een
tijd van clickbaits iets te veel naar mijn zin opgedrongen via de sociale
media, maar er moet nu eenmaal geklikt worden, nietwaar. Je zou er haast door
vergeten dat dit een knap staaltje is van onderzoeksjournalistiek over de
grenzen heen. En je zou er haast van beginnen dromen dat regeringen over
diezelfde grenzen heen zouden samenwerken om dit soort fiscale constructies een
halt toe te roepen.

In IJsland
werd er gemanifesteerd, daar kwam de premier rechtstreeks in opspraak. In
andere landen wordt er flink gemord, daar kwamen hooggeplaatste figuren
onrechtstreeks ter sprake in het dossier. Bij ons? Ach, ja, dat wisten we toch
al? Toen ik zondagavond de eerste stukken las, dacht ik: dit gaat flink wat
heisa veroorzaken. Eindelijk zullen we fiscale incivieken aan de
spreekwoordelijke schandpaal kunnen nagelen. Na Swiss Leaks en Lux Leaks is dit
het schandaal te veel. Mijn gevoelens van woede en diepe verontwaardiging
borrelden weer op, dat overkomt me wel vaker. De naam Franco Dragone viel als eerste in dit circus: ach,
ja, die is al jaren in het verre buitenland actief. De familie De Spoelberch
werd vernoemd. Ach, ja, dat wisten we toch al?

Laat me
gerust, ik wil het niet weten, interesseert me niet, waar ze nu nog mee
afkomen. Reacties van mensen die ik doorgaans apprecieer op Twitter en andere
sociale fora. Zijn we dan helemaal murw geslagen door wat er gebeurd is op 22
maart? Of hebben wij, eeuwige underdogs, veel te veel respect voor al wie erin
slaagt Vadertje Staat te bedotten, omdat we dat zelf eigenlijk ook wel willen doen (of op
kleine schaal al een beetje doen)?

Waar blijft
de verontwaardiging? Wat zeggen de hooligans nu? Minder erg dan de
terroristische aanslagen? Op het eerste gezicht wel, ja, maar hoeveel slachtoffers
zijn er onrechtstreeks gevallen door de schuld van rijke Belgen die hun geld
semi-legaal of volledig illegaal in Panama en andere belastingparadijzen hebben
geparkeerd, waardoor dat fameuze gat in de begroting had kunnen gevuld worden?
Twee tweets van de gerespecteerde Nederlandse Midden-Oostencorrespondent Olaf
Koens om dit te illustreren. ‘Vreemd genoeg zijn we geneigd dit af te doen als
witteboordcriminaliteit. Maar op deze schaal, vergis u niet, kost dit
mensenlevens.’ ‘Denk aan de ziekenhuizen die er hadden moeten staan, de
wapendeals die er mee gesloten zijn, de journalisten die het niet mochten
vertellen.’

Waar is de
belangrijkste politieke leider van het moment nu? Waarom zegt hij nu niet ‘Ik
voel woede omdat mensen die hier geboren worden en heel goed verzorgd worden,
zoiets kunnen doen’? Omdat het goed vertoeven is op recepties binnen de kringen
van de rijke bourgeoisie? Omdat het hier om ‘échte landgenoten’ gaat, die,
ocharme, al jaren gebukt gaan onder de hoge belastingdruk? (Dat van die
belastingdruk is zeer zeker waar, maar ik vraag mij oprecht af of de
belastingparadijstoeristen hun hele inkomen hier zouden aangeven als de
belastingdruk morgen nul komma nul is. Ik heb een sterk vermoeden dat dit niet
het geval zou zijn.) Omdat deze regeringen gekozen hebben voor een Reaganeske
aanpak, erop gericht om de 1 procent vooruit te helpen in de hoop dat er iets
naar beneden trickled voor de 99
procent, wetende dat dit in het verleden nog nóóit gebeurd is? Omdat we het
niet meer wíllen weten en hopen dat ook dit snel weer overwaait tot de volgende
leaks of papers?

Ach, ja,
dat wisten we toch al?



‘Vijftigplussers zijn waardevol’

Economie Posted on di, april 21, 2015 18:32:01

(Deze bijdrage verscheen dit weekend in De Zondag.)

In zijn nieuwe boek ‘Als het werk stopt’ legt
journalist Frank Van Laeken de moeilijkheden bloot die vijftigplussers
ondervinden om werk te vinden.

Het boek is deels
autobiografisch. Frank Van Laeken viel in 2012 plots zonder werk. Hij was toen
53 jaar. Een klap. “Maar ik had een uitgebreid cv: hoofdredacteur,
woordvoerder, communicatiespecialist. Ik dacht dat ik ondanks de crisis vrij
snel een nieuwe job zou vinden. Het heeft uiteindelijk één jaar en negen
maanden geduurd. Een choquerende ervaring. Het is vooral pijnlijk om zelden
uitgenodigd te worden voor een gesprek. Je krijgt het gevoel dat je niet meer
bestaat. Dat is nog erger dan afgewezen worden. Hoewel je dat niet met honderd
procent zekerheid kan zeggen, voel je wel aan dat je leeftijd dé barrière is.”

BRUGPENSIOEN AFSCHAFFEN

Van Laeken, momenteel
werkzaam als freelance journalist, sprokkelde voor zijn boek gelijkaardige
verhalen van lotgenoten. “Ik ben lang niet de enige vijftigplusser in dit
geval. We zijn op deze manier een hele generatie aan het opofferen.” Hij stelt
ook oplossingen voor. Het brugpensioen afschaffen bijvoorbeeld. “Maar in de
eerste plaats is dit een kwestie van mentaliteit: ondernemers moeten
vijftigplussers als waardevol beschouwen. Iemand van vijftig heeft niet
dezelfde kwaliteiten als iemand van twintig, dat is juist. Maar het komt erop aan
iedereen op zijn kwaliteiten uit te spelen.”

‘Als het werk stopt’, een uitgave van Houtekiet, vanaf maandag 20 april
in de handel.

(Paul Cobbaert)



‘Hoe langer je thuis zit, hoe moeilijker het wordt’

Economie Posted on ma, april 20, 2015 09:39:05

(Dit interview met mij verscheen zaterdag 18
april in het economiekatern van
De Standaard. Het werd afgenomen door Michiel Leen.)

Dat de Belgische arbeidsmarkt haar
oudere werknemers uitrangeert, mocht ook journalist Frank Van Laeken aan den
lijve ondervinden. In zijn boek ‘Als het werk stopt’ gaat hij bij lotgenoten,
werkgevers en politici op zoek naar een oplossing. Het eindoordeel is kritisch:
de goodwill is er wel, tot er concrete beslissingen getroffen moeten worden.

De inspiratie voor zijn boek moest Van Laeken niet ver van huis gaan zoeken:
in 2012, na een rijkgeschakeerde carrière als journalist en communicatieman,
kwam hij werkloos thuis te zitten. Na maanden vruchteloos solliciteren kon hij
alleen concluderen dat zijn leeftijd hem tegenwerkte. ‘Tijdens mijn research
werd die conclusie enkel bevestigd: zowel door de werkzoekende vijftigplussers
die ik sprak, als door beleidsmakers als Fons Leroy van de VDAB of Jo Libeer
van Voka, of Karel Van Eetvelt van Unizo. Die bevestigen allemaal dat bedrijven
niet of nauwelijks geïnteresseerd zijn in oudere werknemers.’

Tegelijkertijd moeten we langer
blijven werken. Je kunt maar beter niet werkloos worden in de laatste 15 jaar
van je carrière?

‘Dat is zo. Een kwart van de 233.349 uitkeringsgerechtigde werkzoekenden in
Vlaanderen is ouder dan 50. Door de crisis is er te weinig jobaanbod, mensen
blijven hangen in de werkloosheid. Dertigers en veertigers schuiven relatief
snel door. Vijftigplussers hebben het moeilijker, en hoe langer je zonder job
zit, hoe moeilijker het wordt. HR-verantwoordelijken denken algauw dat er iets
met je scheelt wanneer ze zien dat je lang werkloos bent. Wie ouder is dan 55,
wordt de facto genegeerd, maar wordt wel verondersteld actief werk te zoeken.’

‘Ik ga ervan uit dat de meeste werklozen effectief werkzoekend zijn. Daarom
heb ik het moeilijk met mensen die pleiten voor een beperking van de
werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Betaal maar eens een huis af met een
uitkering van 800 euro. Een uitspraak als “Als ze de rekeningen niet meer
kunnen betalen, zullen ze wel beginnen zoeken”, van Zuhal Demir (N-VA), is
compleet van de pot gerukt. Alsof er zoveel jobs te vinden zijn voor wie werk
zoekt. Voor het jaar 2013 was er sprake van 45.000 vacatures die langdurig
bleven openstaan, maar zelfs daarvan werd 80 % na zes à negen maanden ingevuld.
Met de overblijvende 20 %, een 9.000-tal, ga je geen 230.000 jobs creëren. Op
die economische evoluties heeft een landje als België amper invloed. Er bestaan
wél tegemoetkomingen en premies om oudere werknemers aan te nemen. Dan hoor ik
van werkgevers dat ze daar niet in geïnteresseerd zijn.’

Dan komen de vooroordelen boven?

‘HR–verantwoordelijke is een instapjob voor jonge, dynamische mensen die
willen doorgroeien. Die zoeken spiegelbeelden van zichzelf. Enkele clichés houden
hardnekkig stand. “Vijftigplussers willen niet meer, ze kunnen niet meer, ze
zijn te vaak ziek, ze zijn te duur.” Dat laatste klopt, door toedoen van de
verloning op basis van anciënniteit. Dat ze niet meer willen, klopt slechts ten
dele. Het brugpensioen is nog steeds wijdverbreid, dus de meeste
vijftigplussers tellen af. De werkgevers vonden het wel prettig om vroegtijdig
afscheid te nemen van oudere werknemers. De vakbonden evenzeer: die gingen
ervan uit dat jongerenwerkloosheid bestreden werd door de ouderen op rust te
sturen. Beide standpunten zijn fout. Van mij mag het brugpensioen worden
afgeschaft: het doet niet meer waar het voor ontworpen werd.’

‘Fysiek kunnen vijftigplussers minder, maar je kent beter dan een twintiger
de valkuilen. Een vijftigjarige kan een goede mentor zijn. Natuurlijk kan niet
elke oudere werknemer mentor worden, maar vandaag wordt niet eens overwogen om
daar meer op in te spelen.’

‘Dat ze vaker ziek zijn, klopt ook niet, al is het wel zo dat àls ze ziek
worden het meestal om ernstige ziekten gaat. Maar vijftigplussers hebben geen
last van de maandagziekte. Een vijftiger is loyaler en heeft meer plezier in
zijn werk. Het debat over werkbaar werk moet in België nog op gang komen.
Voordat je echte veranderingen ziet, is er weer een generatie verloren gegaan.’

Bij de interviews met de stakeholders
blijkt wel de wil om daar iets aan te doen, maar veel concreets gebeurt er niet
met die mooie principes?

‘Op het terrein zie je de goede wil. Alleen: de goede wil van de
bedrijfsorganisaties gaat in een andere richting dan die van de vakbonden. Voka
en Unizo publiceerden al verschillende brochures om hun leden te sensibiliseren
en werven actief vijftigplussers aan. Maar ze dwingen het niet af bij hun
leden. Als zij het niet harder durven aankaarten, blijf je in cirkeltjes
draaien. Het grootste probleem zit bij de bedrijven. Die moeten beseffen dat
vijftigplussers een andere toegevoegde waarde hebben dan een twintiger.
Vijftigers zijn geen jobhoppers meer, ze zijn vaak blij dat ze een job hebben.’

Maakt dat hen niet kwetsbaar? Veel
discussies over loon- en arbeidsvoorwaarden eindigen dan op de dooddoener:
‘Wees blij dat je een job hebt.’

‘Vijftigplussers kunnen niet het onderste uit de kan eisen. Zij zijn er voor
de werkgever, niet omgekeerd. Van outplacement­expert Mark Embo leerde ik: voor
vijftigplussers zijn er geen jobs meer, maar is er wel werk. Je maakt dus
weinig kans als je reageert op een klassieke vacature. Je moet de noden
detecteren en de juiste personen contacteren, nog voordat die beslissen een
vacature uit te schrijven. Onderzoeksjournalistiek bedrijven op zoek naar een
potentiële werkgever.’

‘Wie zoekt die vindt’, kortom.
Daarnet betoogde je nog dat er te weinig werk is?

‘Da’s te kort door de bocht, maar zo maak je wel meer kans om weer aan werk
te raken. Je moet geen tien standaardmails per dag sturen, werkgevers
verwachten iets origineels. Gericht solliciteren is dus een must. Dat deed ik
ook te weinig, besef ik nu. In de laatste paragraaf van mijn sollicitatiebrief
benadrukte ik dat er premies bestonden voor het aanwerven van vijftigplussers.
Dat was misschien mijn grootste fout: alsof ik om hulp smeekte.’

Het helpt niet dat de discussie over
de langere loopbaan in België relatief laat op gang kwam. In de Scandinavische
landen, waar alle stakeholders zo graag naar verwijzen, is 67 al jaren de norm.

‘Men heeft te lang stilgestaan. Bij de pensioenhervorming van 1997 werd
nagelaten de pensioenleeftijd op te trekken naar 67. Nu werd het nog snel aan
het regeerakkoord toegevoegd. De hete aardappel wordt dus weer
vooruitgeschoven. Als men dat 18 jaar geleden had gedaan, was er minder protest
geweest. Wie gaat de pensioenen betalen waar die mensen recht op hebben? De
oplossing is allicht dat iedereen in principe langer werkt, tot 67 of wat mij
betreft tot 70. Zweden loopt voorop qua werkzaamheidsgraad van 55-plussers: 73
%. In Vlaanderen is dat ongeveer 43 %, 30 % minder. Dan nog moeten er jobs
zijn. Er moet een mentaliteit zijn om oudere werknemers te waarderen op de
werkvloer.’

Voorstander van quota ben je niet?

‘Alleen het ABVV pleit daarvoor, trouwens. De werkgevers zijn uiteraard
tegen. Een quotum is een zwaktebod: je bekent dat het probleem enkel met dwang
opgelost kan worden. Er zijn subtielere oplossingen: bepaalde vacatures kun je
openstellen voor één categorie kandidaten. Anderzijds sluit je zo weer mensen
uit, misschien zit er geen valabele kandidaat in je doelgroep. Je zou hopen dat
bedrijven zelf dat evenwicht opzoeken, maar in de praktijk werkt het zo niet.
Ze kiezen voor blanke mannen van maximum 50 jaar. Hoe ga je daartegen in? Quota
zijn de laatste optie.’

Gesteld dat we vandaag allemaal
wakkerschieten, is er dan veel hoop voor wie vandaag 55+ is en werkloos?

‘Ik vrees ervoor. Als de economie in 2018 weer een groeiniveau haalt dat
jobcreatie mogelijk maakt, zijn de huidige 55-jarigen 58. Eigenlijk weet je dat
ze uitgerangeerd zijn, zeker als ze al even thuis zitten. Mensen van mijn
generatie zagen hun carrièrestart vertraagd door de crisis. De huidige crisis
beëindigt die carrière vroegtijdig. Een hele generatie heeft nooit de kans
gekregen zich ten volle te ontplooien. Een gemiddelde werknemer in Vlaanderen
is gemiddeld 30 jaar actief op de arbeidsmarkt, in Nederland is dat 39. Je moet
geen hogere studies gedaan hebben om vast te stellen dat er een probleem is.
Sociaal overleg is belangrijk, maar concrete oplossingen blijven uit, omdat de
belangen rond de tafel te ver uit elkaar liggen. Frank Vandenbroucke, Bea
Cantillon en de pensioencommissie hebben wel plannen voor een hervorming, maar
het risico bestaat dat beleidsmakers enkel maatregelen uitvoeren die hen
aanstaan. Politici zien de volgende verkiezing als deadline. De grootste
oppositie komt vandaag uit de coalitie zelf, ook bij kleine bijsturingen. Wat
gaat dat geven bij een debat ten gronde? Erg optimistisch ben ik niet. De
arbeidsmarkt zal zichzelf niet herstellen. Als iedereen in zijn eigen cirkeltje
blijft drentelen, komen we er niet.’

Toch had dit een veel kwader boek
kunnen zijn.

‘Ja, dat was ook het opzet. Maar er is ondanks alles veel inzicht en goede
wil. En een kwaad boek levert niets op. Ik wilde oplossingsgericht denken. Veel
geïnterviewden in het boek zijn onpartijdig, en zeggen wél pertinente dingen.
Maar wordt er naar hen geluisterd? In Zweden en Nederland werd het probleem
onbevangen bekeken. Hier blijft iedereen in zijn eigen bunker zitten.’

Zou je in een expertenpanel over dit
onderwerp stappen?

‘Tuurlijk. Ik wil een debat op gang brengen. Als het boek onder de mat
geveegd wordt, heeft het geen zin om zoiets te schrijven. Dus als ik word
uitgenodigd om mee te discussiëren of om mijn bescheiden expertise in te
zetten, graag.’

Hoe lang wil je nog werken?

‘Zo lang mogelijk. Werken geeft zin aan je leven. Het is een boutade, maar:
ik wil werken tot mijn voorlaatste dag, en de laatste dag doe ik mijn
goesting.’

Frank Van Laeken, Als het werk stopt
(50+ en zonder job), uitgeverij Houtekiet, 19,99 euro.



Volgende »