Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

1 september

Memories & mijmeringen, Politiek Posted on za, april 17, 2021 11:36:14

Wat zegt ge? Ha, ja, dat ge ’t beu zijt. Ik ook, jong, ik ook. Maar ge moet daarom nog niet doen alsof dat ding hier ribbedebie is, hé. Ja, man, ik weet het, ge wilt meer dan één dierbare knuffelen, ik begrijp het. Wat zegt ge? Da’ ge dat nu al doet? Maar allee, dat vindt Het Virus juist tof, hé, dat gij u niet gedraagt zoals het hoort. Allee, jong, da’s toch niet slim, enfin. Ja, ik weet het, we mogen niet veel, maar wat we mogen, mogen we mogen hé. Wat zegt ge? Da ’t niet genoeg is? Kijk, man, als gij er uw botten aan veegt, dan beperkt ge mijn vrijheid ook, hé, ik die er mijn botten niet aan veeg. Dat ik eens moet kijken naar de parken en de kust? Ja, jong, veel te veel volk, hé. Het Dedecker-effect, zeker? Dedecker, awel, dienen burgemeester van Middelkerke, ge weet wel, groot bakkes, populist tot in de kist, de meneer die van de week in Terzakes zat en die eigenhandig de horéca zal steunen. Haha, de hoREca. Allee, goREca, zoals Dedecker het uitspreekt hé. Wat zegt ge? Ja, da’s de verkeerde klemtoon, hé jong. ’t Moet hóreca zijn. HOreca. Wist ge dat niet? Wat zegt gij dan? Horecá? Allee vooruit, horeCA. Moet kunnen hé. Vrijheid, blij… nee nee, zeker geen vrijheid blijheid. Weet ge wat het is, vriend. Als ik mij gedraag en gij maar half en nog een ander helemaal zijn goesting doet, dan blijven we dienen Van Ranst elke avond op tv zien hé. Het ligt aan ons, hé, niet aan hem. Alleen dankzij ons kan dat virus nog circuleren. Wat zegt ge? Dat ge ’t kotsbeu zijt. Ja, dat hebt g’ al eens gezegd. Ik ook, en ja, dat heb ik ook al eens gezegd. Zo zijn we terug waar we begonnen zijn, kameraad, terug naar af. Weet ge wat het is? De polletiekers beloven te veel dingen die ze niet kunnen waarmaken. Dingen waarvan ze niet weten of het wel zal lukken. Allee nu: terrassen open in de paasvakantie, 19 april, 1 mei, 8 mei, half mei, half juni, 11 juli, het Rijk der Vrijheid in de zomer, wie kan er nog volgen? Wat zegt ge? W’ hebben toch perspectief nodig? Perspectief, mijn gat. Niemand kende dat virus, weinig mensen kunnen het nu al inschatten, wat zijt ge dan met beloftes? Weet ge wat ik vind, jong: dat we moeten mikken op 1 september. Al de rest is gespin en gegok, en daar zijn we geen kloten mee. Zorgt dat iedereen twee keer gevaccineerd is tegen 31 augustus en dan kan het leven hervatten. Wat zegt ge? Dat da’ nog lang is? ’t Zal wel zijn. Maar wa’ wilt ge, da’ we de datum altijd maar blijven opschuiven om toch op dienen eerste september uit te komen. Hebt ge dat liever? Zijt gij zo’ne ‘Liever één vogel in de hand dan tien in de lucht’-kerel, die uiteindelijk met lege handen achterblijft. Want, dat ben ik nu eens zo beu als kouw’ pap, zie, altijd maar weer iets voorspiegelen dat niet haalbaar is. Dan haken de mensen pas af. Dan zeggen ze: och, ’t zal mijnen tijd wel duren en dan beginnen ze te doen alsof dat klotevirus verdwenen is. Dan doen ze alsof ze zich aan de regeltjes houden en in ’t geniep doen z’ hun goesting. Is dat de oplossing, misschien? Wat zegt ge?



Goede huisvader

Politiek, Samenleving Posted on za, april 10, 2021 11:29:20

De goede huisvader is niet meer. Of bijna toch. Hij is op sterven na dood. Hij (m/v/x), moet dat zijn. Het in hele oude juridische teksten opgenomen begrip ‘goede huisvader’ dateert nog uit de tijd dat moeder aan de haard bleef en vader, na een lange en uitermate vermoeiende werkdag, in de comfortabelste zetel van het huis de krant las, met de pantoffels op het salontafeltje. Alleen als het eten op tafel werd gezet, mocht hij gestoord worden. Andere tijden. Zeker geen betere tijden. Goed dat oude teksten afgestoft en opgeblonken worden. Ik vroeg me al diep in de jaren zeventig af waarom er niet zoiets kon bestaan als een ‘goede huismoeder’ en waarom vader altijd moest optreden als het echt belangrijk werd. (Terloops, berg ook dat ‘Vadertje Staat’ maar definitief op in het museum van versleten clichés en oubollige uitdrukkingen.)

Zou Charles Michel een goede huisvader zijn? Ik lees de boekskes in geen van beide landstalen, dus ik weet het niet. Deze week gedroeg hij zich alleszins eerder als een neanderthaler. U kent de positioneringen op de staatsiefoto stilaan uit het hoofd. Charles Michel, de Europese ‘president’, en Recep Tayyip Erdogan, de Turkse president, broederlijk naast elkaar zittend, en Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, die rechtop staat en een beetje schutterig met haar handen beweegt. Voor haar was er geen plaats naast de heren, ze moest een paar meter verder in een soort divan plaatsnemen. Ik beeld me dan in dat ze moest roepen om gehoord te worden, terwijl de heren bleven fluisteren, om haar uit het gesprek te kunnen houden. Dat is dan mijn slecht karakter, ik beperk me gelukkig tot verbeelding. Maar dat beeld was wel reëel. Twee mannen bedisselden de zaken, mevrouw mocht toekijken vanop een afstand. Seksisme vanwege de Turkse gastheer? Zou kunnen, al spraken sommige waarnemers dat tegen. Het maakte niet zozeer uit dat Von der Leyen een vrouw is, zo betoogden ze, Erdogan wilde vooral duidelijk maken wie de baas was én hij wou de vertegenwoordigers van de in zijn ogen al te kritische Europese Unie uit elkaar spelen. Twee keer bingo. #sofagate was een feit.

We kunnen niet in het hoofd van Erdogan kijken — daar heb je die verbeelding weer: ik beeld me hierbij een holle ruimte in —, wel kunnen we het gedrag van Michel beoordelen. Onze ex-premier had vier kunnen dingen doen om het predicaat ‘goede huisvader’ te verdienen: een extra stoel opeisen voor Von der Leyen, zijn plaats afstaan aan Von der Leyen, naast Von der Leyen plaatsnemen in de divan, of verontwaardigd de ruimte verlaten. Hij deed geen van de vier, begon diplomatisch te keuvelen met de Turkse president. Michel degradeerde Von der Leyen zo tot bijzitter, ‘vrouw aan de haard’ werd ‘vrouw in de divan’. Von der Leyen bleef ook braafjes zitten. Onze Europatjepeeërs wilden geen diplomatiek incident veroorzaken. Hoe naïef. And zie vinner is… Erdogan!

Charles Michel, de man die zich in hogere wereldkringen aldoor bedient van een Allo’ Allo’-achtig Engels, heeft door zijn gedrag — en vooral: door niet te doen wat hij had moeten doen — de Europese Unie en zichzelf een halve eeuw terug in de tijd gekatapulteerd. De tijd van “Die wijven moeten zoveel complimenten niet maken” (een uitspraak van de sociaaldemocraat Louis Major uit 1971, nadat Volksunie-verkozene Nelly Maes had geëist dat ze de eed zou afleggen na het afroepen van haar meisjesnaam, niet die van haar man) leek ver weg en is toch zo nabij. Emancipatie is een broos gegeven: ze komt er pas na een lange, intense strijd met vele verbale oorlogen en ze verdwijnt met een vingerknip. De man die eind 2018 nog bezwoer dat hij er een regeringscrisis voor overhad om toch maar aan de juiste kant van de geschiedenis te kunnen staan, staat nu aan de verkeerde kant, hoe ironisch toch. Een pedagogische tik, mag dat nog in 2021?



De democratie weent

Politiek Posted on za, april 03, 2021 11:29:39

‘Ik heb niet gelogen, dat gesprek zat verkeerd in mijn herinnering.’ De Smoes van de Week kan de uittredende en — zo is de algemene verwachting — toekomstige Nederlandse minister-president Mark Rutte niet meer ontgaan. Rutte gleed uit over een verbale bananenschil die kritische parlementsleden hem voor de voeten hadden geworpen. Vlaamse politieke waarnemers lachten in hun vuistje en wezen terzelfder tijd op het feest van de democratie dat zopas in de Nederlandse Tweede Kamer had plaatsgevonden. ‘In vergelijking met de noorderburen hebben we toch te vaak een playmobilparlement,’ tweette Steven Samyn, hoofdredacteur Duiding op de VRT, vrijdagnacht in volle enthousiasme.

Nederland Gidsland, dat is al een poos geleden. Decennialang waren we een beetje jaloers op de welbespraaktheid van onze noorderburen, op hun cultuur van debatteren, op hun zakelijkheid en openheid. Terwijl Vlaanderen rechtser werd en Wallonië linkser, leek Nederland de stabiliteit zelve. Dat veranderde met de komst van Pim Fortuyn. Geen extreemrechtse patjepeeër, zeker niet, maar hij wist verdomd goed welke snaar hij moest betokkelen om populair te worden. Tegen ‘linkse’ geldverkwistingen, tegen het middenveld, tegen de islam. Populist tot in de kist. Daarna kwamen Wilders en Baudet, qua extreemrechtse impulsen is Nederland (17 miljoen inwoners) Vlaanderen (6 miljoen) intussen voorbijgestoken. Het Gidsland is niet meer, de Grote Versnippering zorgt ten noorden van ons voor de quasi onbestuurbaarheid van het land. Behalve dan als het gaat over parlementaire debatten, zo bleek dus deze week.

In onze parlementen, op álle niveaus, is een debat compleet zinloos geworden. Dovemansgetier. Coalitie tegen oppositie, wie er ook in de regering moge zitten en wie op de oppositiebanken. Niet de middenstand regeert het land, beste Luc De Vos, maar de partijhoofdkwartieren. Particratie heeft democratie opzij geduwd, brutaalweg, en dan nog onder het mom van goed bestuur. Alsof dit de ware democratie zou zijn, een handvol partijlieden die zeggen wat goed is voor hun leden, hun mandatarissen en, uiteindelijk, ons. Pretentieuzer wordt het niet.

Op 6 februari 1968 interpelleerde CVP-volksvertegenwoordiger Jan Verroken de regering-Vanden Boeynants, waartoe zijn eigen partij behoorde, over de kwestie-Leuven. Het was de tijd van ‘Leuven Vlaams!’, Verroken was uitgesproken Vlaamsgezind, hij wilde dat zijn partij en bij uitbreiding de regering zich engageerden om het Vlaamse karakter van de KU Leuven te verzekeren. Een dag later viel de regering. De top van de CVP vervloekte Verroken, de basis juichte, het democratisch gehalte van zijn tussenkomst was heel hoog. Soms kwam die ideologische standvastigheid nog eens terug in de vijftig jaar daarna, bijvoorbeeld toen er een wisselmeerderheid werd gevormd rond de abortuswet. Ook dat is democratie: een wet stemmen tegen de regerende meerderheid in, omdat je het principieel eens bent met de inhoud ervan. Het is alleszins democratischer dan tegen je eigen principes ingaan om de goede vrede in je eigen huishouden te bewaren. Het ene verdient lof, het andere is gewoon laf. De voorlopig (?) laatste die nog enigszins enige tekenen van dissidentie vertoonde, was Sihame El Kaouakibi, als Vlaams parlementslid voor Open VLD. Zij zal het echter niet meer doen, zo is deze week wel duidelijk geworden, uitgerangeerd in een sfeer van scandalitis.

Stemmen volgens je geweten mag niet meer. Stemmen vanuit de ideologische basis van je politieke partij of beweging is ondergeschikt aan strikte loyauteit aan het regeerakkoord, ook al druist dit in tegen al waar jij of je partij voor staan (en natuurlijk moet je compromissen sluiten in een vertegenwoordigingsdemocratie, maar ze mogen niet compromitteren). Stemmen op basis van principes is iets van vroeger: nu telt opportunisme, macht om de macht. Aan de ene kant roepen vooraanstaande politici ‘Het is maar een peiling’, als ze weer eens verrast worden door de voor hen negatieve resultaten van een publieke rondvraag; aan de andere kant stemmen ze hun doen en laten vervolgens wel af op wat ze denken dat het volk (tijdelijk) wil. Populisme en respect voor de democratie staan meestal haaks op elkaar, om nog maar te zwijgen over respect voor je eigen beginselverklaring.

Onze volksvertegenwoordigers zijn geen mannen en vrouwen van stavast, het zijn louter uitvoerders geworden, vazallen, stromannen (m/v/x). Het is boeiender naar de sprekende klok te luisteren dan naar een debat ergens in de vele parlementen van dit land. De uitkomst staat toch telkens al vast, het is puur tijdverlies. Uitvoerende macht (regeringen) en wetgevende macht (parlementen) zijn ondergeschikt aan particratische macht (partijhoofdkwartieren), mensen die, nota bene, niet verkozen zijn door het volk, alleen door de leden van die partij. Er valt veel negatiefs te zeggen over een éénpartijstelsel zoals in de Verenigde Staten, maar niet dat de stemmingen vooraf vastliggen. Joe Biden zal moeten vechten om een meerderheid te scharen achter zijn American Jobs Plan, ‘zijn’ meerderheid nochtans. In België zou dat een piece of cake zijn, de uitslag ligt op voorhand al vast.

Als we dan toch de democratie laten verkommeren en verkrachten, kunnen we net zo goed de volgende stap zetten: schaf de parlementen af, kies alleen nog partijen en laat de voorzitters en hun entourage beslissen. Zeer ondemocratisch, maar het zou wel een flinke besparing opleveren. Dan hoeft die wekelijkse poppenkast niet meer. Dus: Bart De Wever mag op 25 stemknopjes drukken in de Kamer van Volksvertegenwoordigers (dan zien ze hem ook eens in Brussel), Paul Magnette op 20, Tom Van Grieken 18, Georges-Louis Bouchez 14, enzovoort. Zend dit rechtstreeks uit op tv met deskundig sportcommentaar, dan hebben de mensen thuis er ook nog iets aan. Of maak er een Spel zonder grenzen van, tussen alle landen waar de particratie heerst. Om ter snelst op alle knopjes duwen, spektakel gegarandeerd. Je kan de vloer met bruine zeep insmeren, of de voorzitters op een slappe koord over een plas water laten balanceren, of om de drie knopjes een electroshock toedienen, of vanuit het plafond pek en veren laten vallen, om er wat extra schwung aan te geven. Alles voor het entertainment, alles voor de show, alles om te doen alsof er moeite moet gedaan worden. Maar de uitkomst ligt vast: ‘Belgium, two points with the joker’, of de meerderheid beslist tegen de minderheid. De honderden parlementsleden en hun medewerkers komen dan wel op straat te staan, maar die vinden hun weg wel in de advocatuur of zo. Tel uit je winst.

‘Ik heb niet verkeerd gestemd, mijn overtuiging zit ver weg in mijn herinnering,’ zou een zinnetje kunnen zijn dat onze volksvertegenwoordigers probleemloos kunnen opdissen, wanneer ze weer eens hondstrouw de richtlijnen van bovenaf blindelings opvolgen. De democratie weent.



Belofte, Schuld & Boete

Politiek, Samenleving Posted on za, maart 27, 2021 11:42:26

‘Wie gelooft die mensen nog?’ Herinnert u zich nog die min of meer gevleugelde woorden van CD&V-politicus Yves Leterme, minister-president van Vlaanderen, die zware kritiek had op het federale beleid, op dat ogenblik uitzonderlijk zonder christendemocraten in de regering, en die daarmee het pad effende voor een verkiezingsoverwinning die achteraf niet verzilverd werd?

Je zou die populistische en destijds als een boemerang teruggekeerde woorden van de ex-premier vandaag ook kunnen toepassen op de huidige beleidsmensen. Wie gelooft hen nog, na alle gedane en intussen verbroken beloften? Als we ons met Kerstmis zouden gedragen, zouden we snel van dat virus af geraken. Als de vaccinatie eenmaal op gang zou komen, zouden we snel van dat virus af geraken. Als de kappers terug opengingen, zou dat definitief zijn. Als we nog even zouden doorbijten, zou het ‘rijk der vrijheid’ in zicht komen. Als we ons nog even zouden gedragen, mogen op 1 mei de cafés en restaurants terug open. De scholen? Blijven open. De terrassen? Gaan open tijdens de paasvakantie. We weten intussen hoe het in werkelijkheid gegaan is. Als, als, als, als, als.

***

Het grootste nadeel van de huidige generatie politici is dat ze van peiling tot peiling leven, en van verkiezing tot verkiezing. Zelfs de verankering dat verkiezingen slechts om de vijf jaar zullen plaatsvinden, biedt niet de garantie dat leidinggevende politici handelen in functie van een langetermijnvisie en kan niet voorkomen dat ze gestuurd worden door de waan van de dag. Ideologie en visie zijn passé, het gaat alleen nog over vandaag, morgen en, in het beste geval, overmorgen. De permanente verkiezingskoorts en de angst voor afwijzing zorgen ervoor dat politici in slogans denken en de ene na de andere belofte op ons afvuren, zelfs als dat niet aangewezen is, zoals tijdens deze pandemie. Het is sterker dan henzelf. De nuchtere Frank Vandenbroucke wilde wedden dat de vaccinatiecampagne voorspoedig zou verlopen. Wouter Beke prentte ons in dat op 11 juli, niet toevallig de Vlaamse feestdag, ook de jongeren zullen gevaccineerd zijn. Premier De Croo beloofde vorig najaar met de hand op het hart dat er geen strenge lockdown meer zou komen.

Achter verkiezingsbeloften kan je je nog verschuilen: er moeten immers coalitiepartners worden gevonden, compromissen gesloten die niet al te compromitterend zijn, de tekst van het verkiezingsprogramma blijkt dan toch niet integraal in steen gebeiteld, maar daar kun je nog een draai aan geven. Het belang van het land, nietwaar. Beloften die los staan van de verkiezingsstrijd zijn veel riskanter. Gezichtsverlies dreigt, wanneer ze niet waargemaakt worden. Wie gelooft die mensen nog, als hun ‘als-en’ en ‘indiens’ nergens op blijken te slaan. In crisistijden moet je zoveel mogelijk volk achter de vlag van je maatregelen verzamelen, maar als je voortdurend de kleuren van je vlag aanpast, loopt er op den duur nog slechts een kleine minderheid mee, diegenen die blind gehoorzamen aan Het Gezag.

***

Belofte maakt schuld, zegt het spreekwoord, en bij schuld hoort boete. Dus moeten ministers in alle regeringen van dit land door het stof. Ze hebben van alles beloofd en er is tot nog toe weinig of niets van waargemaakt, dus heeft het sociale media-tribunaal — een zeer actief organisme — hen schuldig verklaard, en wacht hen een fikse boete. Voorlopig nog niet in de vorm van een verkiezingsnederlaag, ze hebben nog drie jaar om de negatieve teneur recht te trekken en tegen dan zal Het Virus alleen nog chronisch aanwezig zijn in de samenleving, niet meer zo acuut als nu. Maar hun geloofwaardigheid ligt wel aan diggelen. Geloofwaardigheid komt te voet en verdwijnt te paard, in galop nog wel.

Met metaforen en aangepaste spreekwoorden kom je er niet, in coronatijden. Met hoogdravende beloften die voorbarig of ronduit vals blijken te zijn, evenmin. Sommigen spreken over Het Virus alsof het een persoon is, een ettertje dat hier rondwaart en ons schaamteloos koeioneert. Dat maakt erover praten makkelijker, wellicht, maar tegelijk is het een iets te doorzichtige manier om van een onzichtbare vijand een zichtbare te maken. Terwijl wij, mensen, dat virus helpen ronddansen, als was het een molenwiekende derwisj. Het Virus verspreidt zich niet omdat het dat zelf wil, maar omdat wij het, door ons gedrag, een flinke hand helpen. ‘We’re a virus with shoes,’ zei stand-upcomedian Bill Hicks daar ooit over.

***

Van premiers, minister-presidenten en vakministers verwacht je kordaat leiderschap, met één oog op nu en één op de toekomst. In het stemhokje duiden we politici aan die onze toekomst vorm moeten geven, ons heden moeten verzekeren en, af en toe, het verleden helpen herschrijven in de vorm van het terugdraaien van domme maatregelen of kortzichtige wetten. De holle slogans nemen we erbij, maar ze zouden niet het dagelijkse leven mogen bepalen. In crisissituaties verwacht ik geen beloften, maar daadkracht, gesteund op ideologische overtuiging, visie en expertise. Ideologieën zijn echter in onbruik geraakt, dat konden we vorig weekend nog merken bij de lancering van Vooruit, een sociaaldemocratische politieke beweging (zucht!) waar iedereen welkom is. Marketinggezwets tot in het oneindige, ons gebracht door een leeghoofdige posterboy. Visie? Ach, als er al een is, wordt die snel onder de mat geveegd, uit vrees voor repercussies. Want elke doordachte toekomstvisie veronderstelt opofferingen en grondige bijsturingen van ons gedrag, geen prettige boodschap om te brengen. Voor expertise verwacht je dat beleidsmakers die ofwel zelf hebben opgebouwd, ofwel dat ze uitgebreid hun oor te luisteren leggen bij experten en écht rekening houden met hun adviezen, hoe streng en onpopulair die ook mogen zijn. Ook dat blijkt in deze coronacrisis na een tijdje problematisch te worden, want virologen, infectiologen, epidemiologen, microbiologen, vaccinologen en biostatistici gaan uit van puur wetenschappelijke feiten of veronderstellingen op basis van onderzoek, en dat slechte nieuws — wat het in deze pandemie meestal is — willen politici niet meer brengen, tot het, zoals deze week, niet meer anders kan.

***

Politici willen te veel perspectief bieden, te veel optimisme uitstralen, te veel benadrukken dat we morgen, of neem nu overmorgen, vrij zullen zijn, omdat ze vermoeden of hopen dat het hen een plekje zal doen stijgen in de volgende populariteitspoll. Van een kapitein op een schip in zwaar stormweer verwacht ik niet dat die zegt dat het allemaal wel goed komt, maar dat ie ons, samen met zijn crew, door de storm loodst. Deskundig, zonder franjes, bijsturend wanneer dat nodig blijkt. Koppigheid is een slechte eigenschap op de brug, overdreven flexibiliteit eveneens. En wat ik ook verwacht is dat er één kapitein aan boord is, geen tien. Want dan krijg je die intussen bekende kakofonie aan tegengestelde meninkjes die altijd volgen op een zogezegd eendrachtig besluit.

De opeenvolgende staatshervormingen hebben het schip België voor een deel stuurloos gemaakt, merken we in dit soort crisissituaties. ‘Too many cooks spoil the broth’, zegt een Engels spreekwoord. In de keuken kan er maar één chef zijn. Eenheid van commando viel in deze ongeziene en aartsmoeilijke omstandigheden aan te bevelen: vele landen worstelden daarmee, net als de Europese Unie. Maar bij ons is het een gevolg van de staatsstructuur, die cultuur van een beetje geven en een beetje nemen om iedereen te plezieren, maar waarmee je uiteindelijk vastloopt.

Beloven is een zwaktebod. Een leidinggevende kan niet goed doen voor iedereen, omdat mensen dat ‘goede’ nu eenmaal verschillend invullen. Probeer dat dan ook niet te doen. Dan beloof ik dat ik u weer ernstig zal nemen, beste politici.



Heilige graal

Sport Posted on za, maart 20, 2021 11:34:48

Het spijt me, waarde mythologen, die gelokt door de titel een stukje hadden verwacht over koning Arthur en zijn Ronde Tafel en dat soort hoogdravende avonturen.

Excuus, fans van Monty Python, voor “The knights who say ‘Ni!'” moet u op een andere plek zijn.

Sorry, goede vaste lezers, die een mening over de avondklok of ‘het rijk van de vrijheid’ hadden verwacht. Niets van dat alles op deze zaterdag.

***

Laten we ’t over voetbal hebben. (Daar hoor ik al mensen wegklikken, hopelijk zie ik u volgende week weer.)

Met name: de BeNeLiga. En dan komt die titel van hierboven te pas, want zo’n nieuwe Lage Landen-competitie is de eigentijdse profvoetbalvariant van de heilige graal, althans als je Belgische clubbestuurders mag geloven. Die idee broedt overigens al heel lang. Ik herinner me dat ik in 1996 uitgenodigd was op de boekvoorstelling van De gouden voetbalgids, een grensoverschrijdend werk van de Vlaamse voetbaljournalist François Colin en zijn Nederlandse collega Lex Muller. Daarvoor werd een meute Vlaamse journalisten met de bus naar De Kuip in Rotterdam gebracht, alwaar ook een ware interland gepland was onder reporters en commentatoren, zij het — wat toch wel enigszins tegenviel — op een trainingsveldje naast het stadion, niet op de heilige grasmat zelf. Daar mochten we alleen op voor een ploegfoto. België won die dag.

Over De gouden voetbalgids werd nauwelijks gepraat: de aanwezige clubleiders en ook de auteurs van het boek maakten gretig van de gelegenheid gebruik om de idee van een BeNeLiga, een competitie bestaande uit Belgische en Nederlandse clubs, te propageren, nota bene één jaar nadat Ajax de Champions League had gewonnen en in een jaar dat de Amsterdammers opnieuw de finale zouden bereiken. Zonder zo’n schaalvergroting zouden beide competities geen toekomst hebben, luidde de teneur. Anderen hadden dat in de jaren voordien al opgeworpen.

Vijfentwintig jaar later bestaan de Belgische hoogste klasse, nu: Jupiler Pro League (of 1A), en de Nederlandse Eredivisie nog altijd apart van elkaar. We stellen inderdaad veel minder voor dan in 1996, maar dat heeft in de eerste plaats te maken met de gevolgen van het Bosman-arrest van 15 december 1995, waardoor de beperking op het aantal buitenlanders in alle Europese competities wegviel, en de beste spelers uit België en Nederland werden weggeplukt door de betere clubs uit de betere competities. Het Mattheuseffect ten voeten uit: de rijken werden rijker, de armen armer, en de middenklasse werd veel minder waard. Sindsdien hebben nog twee Eredivisie-clubs, PSV en opnieuw Ajax, de halve finales van de Champions League bereikt, en geraakten Belgische clubs nooit verder dan de tweede ronde. Voetbal is een economische sector als een andere geworden, waarin het recht van de financieel sterkste geldt. We doen nog wel mee, maar we doen niet meer mee, als u begrijpt wat ik bedoel.

***

In de loop van de jaren kwam het idee van een BeNeLiga — maar ook van andere initiatieven, zoals een ‘Atlantic League’ met Belgische, Nederlandse, Schotse en Portugese topteams — weer aanwaaien, om vervolgens snel weer te verdwijnen. Onlogisch is dat ‘uitbraak-denken’ niet. De grotere Belgische en Nederlandse clubs zitten vast in een carcan waar ze niet meer uit geraken: Europees tellen ze, op een Ajaciede uitzondering na, niet meer mee, de eigen competitie heeft financiële beperkingen (tv-rechten!), spelen tegen Moeskroen, Waasland-Beveren, Sparta en Cambuur gaat op den duur vervelen, verandering van spijs, zo zegt het spreekwoord, doet eten.

Het opzet: breng de tien sterkste Nederlandse en de acht sterkste Belgische clubs samen. Dat Nederland meer teams mag leveren, is logisch. Groter land, meer inwoners, grotere internationale uitstraling. Club Brugge heeft ooit één keer, als enige Belgische club, een finale gespeeld van de Europabeker voor Landskampioenen, Ajax heeft de beker met de grote oren vier keer gewonnen, Feyenoord en PSV ook nog een keer. Nederland heeft drie wereldbekerfinales gespeeld en een Europees kampioenschap gewonnen, België was actief in één Europese finale. Verschil moet er zijn. In België zou de G7 present tekenen, dat is de G5 (Anderlecht, Club Brugge, KRC Genk, AA Gent en Standard) aangevuld met Antwerp en Charleroi. En dan nog een club die het verdient op basis van prestaties op basis van de rangschikkingen van de voorbije tien jaar.

De grootste pleitbezorgers in het verleden waren Constant Vanden Stock en Michel Verschueren, vandaag heten ze Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert. Niet toevallig de mannen die het voor het zeggen hadden en hebben in Anderlecht en Brugge. Clubs die zo dominant werden en worden, dat ze zich in de Belgische competitie voelen als iemand in een corset dat veel te strak aangespannen werd. Dan ga je vanzelf I want to break free zingen. En hopen op meer spankracht elders.

***

Vraag: zitten de supporters op een BeNeLiga te wachten? Goede vraag, al zeg ik het zelf. Kijkt een Belgische fan meer uit naar Vitesse-Anderlecht en Heerenveen-Charleroi, dan naar OH Leuven-Anderlecht en STVV-Charleroi? Kijkt een Nederlandse fan meer uit naar Vitesse-Anderlecht en Heerenveen-Charleroi, dan naar Vitesse-Heracles en Heerenveen-FC Twente? Is dat eigenlijk ooit al ernstig onderzocht? Of gaat men er simpelweg vanuit dat supporters maar hebben te aanvaarden, als waren het ganzen die dwangvoeding moeten ondergaan om in foie gras te eindigen? Verkiezen voetballiefhebbers wel foie gras boven een zak friet/patat met mayonaise? Zoals altijd is de werkelijke hoofdaandeelhouder van de club, de supporter, de laatste aan wie gedacht wordt. De manier waarop clubs met hun fans omgaan is een regelrechte schande. Betalen en zwijgen is de boodschap, behalve dan wanneer ze geacht worden aanmoedigingen te schreeuwen. Dan wordt het, heel even, betalen en toejuichen. En daarna weer zwijgen. Supporters gehoorzamen gedwee.

Andere vraag: zitten Nederlandse clubs hier even hard op te wachten als Belgische, die deze week met een ruime meerderheid het principe van een BeNeLiga goedkeurden binnen de Pro League? Alweer een uitstekende vraag, wat ben ik goed op dreef zeg. Het antwoord is: neen. Sommige clubs zijn de idee wel genegen, de meesten zijn in het beste geval afwachtend, in het slechtste wantrouwend of ongeïnteresseerd. Hoe dan ook is een snelle beslissing niet nodig, want de tv-contracten lopen nog minstens drie seizoenen. Maar een blik op de specifieke situatie in elk land toont aan dat België in alle opzichten het kleine broertje is. In het seizoen 2019-2020 kwamen er naar de gemiddelde Eredivisie-wedstrijd 18.229 toeschouwers kijken, in de Jupiler Pro League bedroeg dat gemiddelde 11.347, bijna zevenduizend minder. Ajax, Feyenoord, PSV en, zelfs, FC Twente zitten qua gemiddelde ruim boven de populairste Belgische clubs (Club Brugge 25.262, Standard 23.157), wat natuurlijk met de beperktere stadioncapaciteit te maken heeft, maar dat heus niet alleen. In Nederland waren er vorig seizoen veertien clubs die gemiddeld meer dan 10.000 fans ontvingen, in België zeven, de helft dus. Naar matchen in de Proximus League (1B) kwamen gemiddeld 3.271 toeschouwers, naar de Keuken Kampioen Divisie, de Nederlandse tweede klasse, 4.234. (Bron: european-football-statistics.co.uk)

Nederland greep Euro 2000, het toernooi dat de Lage Landen samen organiseerden, aan om nieuwe stadions te bouwen en bestaande stadions grondig te renoveren. In België bleef het bij een likje verf hier en wat losse stoeltjes extra daar. Het enige nieuwe stadion in ons land, de Ghelamco Arena, staat totaal los van dat gezamenlijke toernooi en werd pas in 2013 opgeleverd. Kortom, onze noorderburen hebben een groot sportevenement gebruikt om te investeren in infrastructuur en comfort en veiligheid voor de toeschouwers, wij niet. Gevolg is dat er vorig seizoen dertig procent meer volk op Nederlandse tribunes zat dan vóór Euro 2000 (18.229 versus 13.977), in België ging het om slechts 17 procent meer (11.347 versus 9.721). In Belgische stadions ruik je de stadiontoiletten drie straten ver, in Nederland niet. Willen Eredivisie-clubs wel geassocieerd worden met stilstand en amateurisme, en die nalatige buren zonder morren in huis nemen? Opnieuw een goede vraag, Van Laeken, ge zijt verdomme op dreef!

Ha, en dan zijn er nog die sociale en fiscale voordelen die sportclubs in België genieten, goed voor meer dan 120 miljoen euro overheidscadeaus per jaar. Zullen Nederlandse clubs akkoord gaan dat dit systeem blijft bestaan, of zal de Nederlandse regering een vergelijkbaar systeem installeren om de lat gelijk te leggen? Twee keer neen, allicht, en nogmaals gefeliciteerd met deze uitstekende, zij het lichtjes voor de hand liggende vraag.

Nog iets om over na te denken: in de Eredivisie moeten voetballers van buiten de Europese Unie een minimumsalaris krijgen dat anderhalve keer het gemiddelde salaris van een Eredivisie-speler bedraagt. In de praktijk komt dat neer op iets meer dan 400.000 euro bruto per jaar voor een Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse of Aziatische speler. In de Jupiler Pro League werd dat minimumsalaris vastgelegd op zo’n 80.000 euro, vijf keer minder dus. Dat maakt dat je op Nederlandse velden betere buitenlanders ziet rondlopen. Zijn FC Groningen, ADO Den Haag en Feyenoord het ermee eens dat Antwerp, AA Gent en Standard tot vijf keer minder moeten betalen voor niet-EU-spelers, wordt het Nederlandse systeem versoepeld, of het Belgische verstrengd? Van Laeken, ge overtreft uzelf met die vraag. Maar wat is het antwoord? Dit zou geen concurrentieel voordeel meer zijn voor Belgische clubs, maar regelrechte competitievervalsing. Onaanvaardbaar dus.

***

Willen Belgische clubs een welwillende houding over de grens creëren, dan zullen ze dus méér geld moeten uitgeven, minder terugkrijgen en qua tv-rechten niet veel beter af zijn dan nu, want wie nu in België een topclub is, zou dan waarschijnlijk een subtopper worden en bijgevolg minder ontvangen uit de pot van de uitzendrechten. En dan nog: er wordt een ontsnappingsroute aangeboden aan acht clubs uit 1A, eventueel met een promotie- en degradatieprocedure uit te breiden tot tien, maar wat moet er dan gebeuren met de overige veertien profclubs in ons land? Niet dat die allemaal leefbaar zijn vandaag — hooguit veertien, schat ik —, maar je degradeert hen wel tot kneusjesvoetbal, waar tv-zenders weinig centen voor over zullen hebben, waar uit de solidariteitspot minder zal terugvloeien dan verhoopt en waar de fans zullen afhaken omdat ze ook liever Club Brugge of Anderlecht op bezoek krijgen dan de tigste keer Seraing of Westerlo. De BeNeLiga wordt, voor wie mág deelnemen, een volksfeest op een kerkhof.

En dan hebben we het nog niet over de acceptatie van de BeNeLiga door de Uefa gehad en, als die goedkeuring er eenmaal zou zijn, wat de gevolgen zullen zijn voor de verdeling van de Europese tickets. Worden die tickets gewoon opgeteld? (Lijkt me zeer onwaarschijnlijk, want dan gaan er andere competities morren.) Ontvangen België en Nederland evenveel tickets? Zo ja, stel dat Ajax, PSV, Feyenoord, AZ en Vitesse op de eerste vijf plaatsen eindigen — wat, op het bij ons dominante Club Brugge na, niet eens zo denkbeeldig is qua krachtsverhoudingen —, is er dan bereidheid om zelf een Europees ticket op te offeren voor de eerste Belgische club die zesde is geëindigd? Ook dat is een pertinente vraag.

***

Waarom u al die bedenkingen zelden leest op voetbalpagina’s van Vlaamse kranten? Goh, ik vermoed dat de meesten ook weleens liever naar De Kuip zouden gaan dan naar ’t Kuipje, of de Diaz Arena met plezier zullen inruilen voor de Johan Cruijff ArenA, een comfortabele perskamer verkiezen boven de muffe, piepkleine mediaruimtes in de meeste (half vervallen) Belgische stadions. Niets menselijks is journalisten vreemd. Alleen moeten ze wel eerlijk blijven: op dit ogenblik is de BeNeLiga een fata morgana, die alleen maar realiteit kan worden als de Belgische clubs tegelijk inleveren en investeren. De heilige graal zat ook maar in de hoofden, moet u bedenken.

Had ik trouwens al gezegd dat ik er in principe zeker niet tegen ben, tegen zo’n BeNeLiga, want de gemiddelde kwaliteit van de wedstrijden zal ongetwijfeld omhooggaan. Maar eerst moeten de supporters bevraagd worden en vervolgens moet het financieel-economisch-sociale speelveld gelijk worden gelegd in beide landen. Laten we elkaar daarna nog eens spreken (als dat tenminste nog nodig zal zijn.)



Gedogen is niet hetzelfde als aanvaarden

Samenleving Posted on za, maart 13, 2021 11:36:07

Een man van tweeënveertig, openlijk homoseksueel, wordt naar een verlaten plekje in een park gelokt via een datingsite voor homo’s en daar vermoord, maar toch wil het gerecht de term ‘homohaat’ niet in de mond nemen. Misschien moeten we dat respecteren: we willen nu eenmaal de rechtsstaat verdedigen en dat houdt absoluut in dat een onderzoek ongestoord en onafhankelijk moet kunnen gebeuren, toch? Maar laten we dan toch in de berichtgeving die ‘homohaat’ blijven benadrukken. En laten we die verzachtende term ‘gaybashing’ alstublieft terzijde schuiven. Vertaald uit het Engels betekent ‘bashing’ óók fysiek belagen, maar in eerste instantie komt het neer op extreme pesterijen, niet op het aanbrengen van zware letsels, laat staan het doden van iemand. Dit was in het beste geval doodslag, in het slechtste moord met voorbedachten rade. Dat is dan weer aan het gerechtelijk onderzoek om uitsluitsel te brengen en aan de rechter om uitspraak te doen. Ondertussen proberen de ouders van het slachtoffer, via hun advocaat, de gemoederen te bedaren, onder meer door zelf het woord ‘homohaat’ nog niet in de mond te nemen. Eerbaar en lovenswaardig, maar hoe verklaar je dan — ik herhaal het nog even — dat de daders bewust een vals profiel aanmaken op een homo-site om zo een toekomstig slachtoffer (wellicht met het oog op een diefstal) proberen te maken. Hadden ze hem net zo goed via een andere app of via Facebook kunnen lokken.

Bekende en onbekende homoseksuelen getuigden de hele week over wie ze zijn, wat ze doen, hoe ze (vies) bekeken worden, wat hen persoonlijk al is overkomen, wat hen angst aanjaagt. Getuigenissen die fungeerden als eyeopener, zo zeggen we dan spontaan, maar dat is vooral omdat onze ogen gesloten waren (en zeer binnenkort weer zullen zijn). Je moet discriminatie wíllen zien en je moet er vervolgens ook iets tegen wíllen doen. Al de rest is praat voor de vaak en tijdverlies.

Je leest dat gaybashing in opmars is. Dat tolerantie vanuit de dominante groep, hetero’s, onder druk staat. Dat religieuze fanatici nooit aanvaard hebben en nooit zullen aanvaarden dat er in hun ogen zieke mensen rondlopen, versta: al wie niet hetero én gelovig is. Dat de samenleving verkrampt als het op seksueel gedrag aankomt. Met andere woorden: dat we in 2021 een beetje stilstaan. Dat klopt niet. Het is namelijk nooit anders geweest. De samenleving is nooit helemaal verdraagzaam geweest tegenover een andere dan de heteroseksuele beleving van seksualiteit. Die moord is business as usual in zijn meest extreme vorm.

***

Meer dan een eeuw geleden bestonden homo’s niet. Officieel toch niet. Wie nog maar iets zei dat hem of haar kon laten identificeren als niet-hetero, vloog de cel in. Dus bleven ze verdoken zitten in een kast in een kast in een kast in een kast, zoals de Russische poppetjes. Herinner u hoe het met Oscar Wilde is afgelopen.

In de twintigste eeuw werden niet-hetero’s heel lang opgejaagd. Ik moet u ongetwijfeld het Derde Rijk niet opnieuw onder de aandacht brengen, of het stalinisme, of andere -ismen die alles en iedereen die niet-hetero was als een afwijking beschouwen.

In de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het handboek voor de psychiatrie, voor het eerst gepubliceerd in 1952, stond homofilie heel lang bij de psychische ziekten genoteerd. Pas in 1973, niet eens vijftig jaar geleden, werd de geaardheid geschrapt als afwijking, en dan nog niet van harte en unaniem.

De Britse wiskundige en informaticus Alan Turing ontcijferde tijdens de Tweede Wereldoorlog de Duitse enigma-code en redde zo ongetwijfeld vele tienduizenden levens. Oorlogsheld. Als stank voor dank werd hij zeven jaar later gearresteerd wegens het stellen van ‘homoseksuele handelingen’. Op 7 juni 1954 pleegde hij zelfmoord of werd hij vermoord door de Britse geheime dienst, ach, het is allebei erg: ofwel nam hij afscheid omdat hij niet mocht leven zoals hij wilde leven, ofwel werd hem het leven benomen omdat hij zich niet gedroeg zoals de overheid dat wilde.

De coming out van Will Ferdy werkte bevrijdend op Vlaamse homo’s, was zonder twijfel ook gedurfd en revolutionair, maar zei begin jaren 70 veel over een samenleving die net Mei ’68 en de swingende sixties had beleefd. We stonden nog nergens. En we gingen nergens naartoe.

Langs het voetbalveld wordt al decennia ‘Jeanet’ geroepen, om een speler van de tegenstander te jennen. Niet dat supporters werkelijk denken dat de speler in kwestie homoseksueel is, ‘Jeanet’ past gewoon in hun wereldbeeld, waarbij homo’s (‘jeanetten’) minderwaardige wezens zijn. Niet formidable, maar fort minable. Je mag met hen lachen, ze zijn niet normaal.

In de jaren 80 werden mannelijke homo’s ontweken, genegeerd en gekleineerd omdat zij de ongeneeslijke ziekte aids, het eindstadium na de overdracht van het hiv-virus, geïntroduceerd hadden in de westerse maatschappij. Omdat promiscue gedrag veroordeeld werd, hoefde er ook niet zoveel geld worden gepompt in het ontwikkelen van een vaccin of geneesmiddel. Een paus verbood heteroseksuele Afrikanen om een condoom te gebruiken en had miljoenen doden op zijn geweten. Reactionair rechts wilde al wie uit de kast was getreden er terug in duwen. De norm werd, opnieuw, law and order, en hypocrisie, de meest christelijke aller ‘deugden’. (Vandaag hekelde extreemrechts onmiddellijk de moord in Beveren, omdat ze zo kon anticiperen op de identificatie van — hopelijk voor hen — islamitische daders. Als het tégen de islam is, is extreemrechts opeens homovriendelijk. Een paar dagen later vaardigen ze een homofoob af naar het Vlaams Audiovisueel Fonds. Probeert u de logica maar niet te vatten, het zal u toch niet lukken.)

Zo vrijgevochten de jaren zestig leken (leken!), zo donker werd het deze eeuw opnieuw. Hoe meer categorieën seksualiteit er zijn, hoe hoger de aandrang bij rechts om de geest van ’68 en vrije seksbeleving af te zweren. En rechts heeft het wel voor het zeggen, in de parlementen, op straat en in de geesten overal ter wereld. In werkelijkheid is de wereld nooit vrijgevochten geweest: weinig is voor altijd verworven, veel blijft onontgonnen terrein. Soms lijken de traditionele Processie van Echternach en de maatschappelijke reacties op de Gay Pride heel sterk op elkaar. Het gaat maar niet vooruit. Niet omdat we niet kunnen, maar omdat we niet willen.

***

Afwijken van de norm — huwelijk mét kinderen tussen gelovige mensen van verschillend geslacht en met dezelfde huidskleur — is nog altijd uit den boze. Hooguit wordt de regenboog gedoogd. Gedogen is niet hetzelfde als aanvaarden. Wie gedoogt laat iets oogluikend toe, ook al mag het in feite niet; wie aanvaardt heeft geen probleem met andermans gedrag. Aanvaarden dat de L, de G, de B, de T, de Q, de I, de A en de + in LGBTQIA+ worden gerespecteerd, ho maar, dat is twee regenbogen te ver. We doen ons voor als verdraagzaam, maar dat geldt alleen tegenover een dominant specimen van de eigen soort. Abnormaal zijn zij die denken dat ze de normaliteit vertegenwoordigen. Helaas vormen ze een meerderheid en bepalen zij alsnog de norm.



Zever, gezever!

Communicatie, Journalistiek Posted on za, maart 06, 2021 11:27:34

Erika Vlieghe had vorige zondag natuurlijk gewoon gelijk: er wordt te veel gezeurd. Niet door mij, uiteraard, en wellicht ook niet door u, uitermate welgekomen aanwezige op deze blog, maar wel door al die anderen. De infectiologe wilde dat op een T-shirt laten drukken en werd prompt op haar wenken bediend: aan de ene kant maakten verschillende mensen een truitje met de opdruk dat we moeten stoppen met zeuren, aan de andere kant begonnen nog veel meer mensen te zeuren dat ze nu ook al niet meer mochten zeuren, en wie dacht die Vlieghe wel dat ze was, een expert in zeuren misschien? Zelfs de heer Bolzeurnaro, prezeurdent van Brazeurië, zei het nog deze week: ‘Stop met zeuren!’

Enfin, het zeuren ging nog een tijdje door, want de media deden wat ze altijd doen als ze op maandagochtend een leeg blad voor zich hebben liggen: ze vragen zich af wat er in het weekend is gebeurd. Is er een topic waar iederéén over praat? Is Twitter niet per toeval ontploft of zo? Tweewerf ja, en wel over hetzelfde: de uitspraak van Vlieghe in De zevende dag. En dus werd er gezocht naar allerlei Ologen die een mening hadden over zeuren. (Is het goed of slecht? Helpt het ons, of juist niet? Wanneer is het gepast, wanneer niet?) Waarop weer andere I-aters en Osofen werden uitgenodigd daarop commentaar te geven. Writer’s block kennen ze niet in de schrijvende pers, behalve dan de aarzeling om beleefd te reageren op een suggestie om een bijdrage voor hen te schrijven, maar dat is dan weer een geheel andere kwestie.

De wittebroodsweken liggen al bijna een jaar achter ons. Herinner u nog die zalige tijden: iedereen in zijn kot, maar om acht uur des avonds stonden we wel op de dorpel te applaudisseren of hingen we een wit laken uit het slaapkamerraam. België deed het goed, was een van de beste leerlingen van de Europese klas in de aanpak van de coronacrisis, dat virus zou ons niet klein krijgen, o nee, olé. O, wat waren we zelfingenomen en o, wat duurde dat niet lang. Tweede golf, tweede lockdown, en het zeuren nam — na een fikse aanloop in de lente en de zomer — een nieuwe aanvang en hield niet meer op.

Soms begrijp ik het wel dat mensen niet zo verheugd zijn als ze weer eens een Oloog op hun scherm zien verschijnen om ons allerlei leuke dingen af te raden, terwijl een andere Oloog in de krant waarschuwt voor wat er ons boven het hoofd hangt als we ons niet opnieuw gaan gedragen. En weet u hoe dat komt? Omdat die Ologen deskundig zijn op hun terrein, maar ook vragen krijgen voorgeschoteld over andere domeinen, waar ze in wezen, wetenschapper zijnde, ver vanaf blijven, maar nu ook iets over moeten vertellen. Gedwongen door de omstandigheden, de ongeduldige moderator en het felle studiolicht. Als je elke dag in drie verschillende programma’s een Oloog ziet passeren, wordt dat van het goede te veel. Punt aan de lijn.

Andere Ologen en ook Osofen suggereerden eerder al om het nieuws over covid-19 meer te bundelen op een vaste dag van de week en de andere uitzendingen coronavrij te houden, maar zo werkt dat natuurlijk niet. Stel u voor.

‘Ha, kijk er is een Zuid-Afrikaanse variant op gang!’

‘Ja, jong, maar je weet dat het nog maar dinsdag is, coronanieuws brengen we pas op vrijdag.’

‘Oké, ik zal het op de stapel liggen.’

Nieuws is nieuws: wat nu moet, moet nu. De vraag is echter: moet het wel allemaal nu? Of moet er gesnoeid worden in het aanbod? Het coronakaf van het coronakoren scheiden, bijvoorbeeld.

Daarom heeft de christendemocraat in mij — sympathieke vent, maar ik hou ‘m toch maar diep verborgen — een concreet voorstel.

Enerzijds zouden de media minder Ologen kunnen uitnodigen, en als ze er dan toch zijn, hen enkel vragen stellen over hun vakgebied en hun expertise, niet over welke maatregelen zich opdringen.

Anderzijds zouden de Ologen dan best, als ze nog eens welkom worden geheten, vragen die niet tot hun vakgebied en hun expertise behoren, kunnen pareren door te zeggen dat ze daar niet op antwoorden, want dat ze daar niet voor bevoegd zijn.

Zou dat geen — hoe heet dat ook weer, o ja — win-win kunnen zijn?

Misschien houdt het zeuren dan een heel klein beetje op. Indien niet, zullen er wel weer andere Ologen en Osofen klaarstaan om te zeggen waarom dát nu weer komt. Of schrijven een senior writer en een Osoof nog eens een betweterig boekje over hoe we (moeten) omgaan met pandemiezeuren.



De mens van Pavlov

Samenleving Posted on za, februari 27, 2021 11:44:12

De gemiddelde bewoner van deze aardkloot heeft tijdens de pandemie meer verloren dan gewonnen. In mijn geval: zeven en een halve kilogram. Wat dan weer betekent dat ik eigenlijk gewonnen heb, het voorbije jaar, maar dit geheel terzijde. Thuis werken in combinatie met een evenwichtig dieet — en niet langer de vettige lunches in de redactiekantine en de snacks-uit-verveling rond vier uur — doet wonderen. De gespannen buik, weg. Het buikje dat overblijft, wordt aan gewerkt. De iets te nauw geworden hemden en broeken, ze passen weer. Mijn garderobe kreunt niet langer, zachtjes hoor ik mijn kleren zuchtjes slaken. ‘Eindelijk ademruimte!’ Het kan ook mijn verbeelding zijn. Of verveling. Nu nog aan die buikspieroefeningen beginnen.

Woensdag had mijn teergeliefde een presentje bij. Een kleinigheid om mijn doorzettingsvermogen te belonen. Noem het een late Valentijn. Een zak zoute chips, for old times’ sake. Niet zo’n petieterig zakje uit de automaat dat je in drie minuten achter de kiezen hebt gemoffeld (de inhoud, niet het zakje). Ook geen zak van gezinsformaat. Gewoon een degelijke, stevige zak chips. Die ik vervolgens in recordtempo naar binnen heb geschrokt. Mijn persoonlijke relatie tot een zak chips is zoals die van een Vlaams Blokker ten aanzien van mensen met een andere huidskleur: ze moeten zo snel mogelijk weg. Moeten! Zo snel mogelijk! Weg! Geen kruimel mag overblijven. Dat ik een uurtje later met lichte tegenzin mijn favoriete avondmaal naar binnen moest werken, opende mij de ogen. Wat had ik gedáán? Een hele zak chips, verdorie, en ik kan niet eens zeggen dat die mij bijzonder smaakte (het waren geen pickleschips).

Het werktuiglijke van mijn handeling deed me nadenken. Dit was pavloviaans. Wat de Russische fysioloog Ivan Pavlov (1849-1936) meer dan honderd jaar geleden al aantoonde, deed ik dunnetjes over. Ik ben geconditioneerd. De aankondiging dat vrouwlief een zak chips mee had, deed me verlangen. Het daaropvolgende geluid van een krakende zak chips deed me kwijlen. Het geluid van een zak chips die werd opengescheurd, zorgde voor een watervalachtige speekselafscheiding waarvan gelukkig geen beelden bestaan. Het verzwelgen van de chips was de ultieme hallucinatie: ze zijn van mij, ze moeten op, ook al ben ik allang voldaan. Klassieke Pavlovreactie. Niet bij een hond, deze keer, maar bij een volwassen man.

Pavloviaans was ook de term die me voor de geest sprong bij het zien van de beelden van mensen die de eerste zonnestralen en de veel te hoge temperaturen voor de tijd van het jaar aangrepen om naar de kust te trekken. Of die studenten die, naargelang de plek waar hun kot zich bevindt, naar het Sint-Pietersplein of het stadspark gingen om er te zonnekloppen, en even te doen alsof dat virus hier niet rondwaart. Het kwam hen op virtuele lynchpartijen te staan, hoogdravende waarschuwingen, strenge verordeningen van burgemeesters, boegeroep van lieden die zich wel al een jaar aan de regeltjes houden. Ik begrijp zowel de boze reacties als de nood om even uit te breken. Het is allebei ongezond: het ene voor je hart, het andere voor je longen. Covid-19 lacht er niet mee. Best niet doen, dus.

Wat mij nog het meest stoorde, is dat wij, mensen, blijkbaar niet in staat zijn de platgetreden paden te verlaten. Zon in het weekend -> kust. Zon in de week -> stadspark. Zon op een avond -> barbecue. Het is een geconditioneerdheid die ik weiger te aanvaarden, al is de manier waarop ik omga met een zak chips er enigszins vergelijkbaar mee. ‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit,’ schreef Gerard Walschap, maar hij was fout. Hij had moeten schrijven: ‘De mens, ge begrijpt gij niet waarom die altijd weer doet wat ge ervan moogt verwachten.’

Het is geen verplichting om vanaf vijftien graden naar Oostende of Blankenberge te trekken. Andere kuststeden en -gemeenten zijn minder druk en bijgevolg aangenamer. Het werd niet contractueel vastgelegd dat je als student naar die plaatsen moet gaan waar je als student naartoe gezogen wordt. Je kan ook een wandeling maken in een rustige wijk of je dekentje spreiden op kleinere publieke grasperken. In studentensteden als Leuven, Gent, Antwerpen, Hasselt en Brussel valt veel te ontdekken, zonder dat er op die plekken meteen busladingen met gelijkgezinden worden gedropt. Maar iets in ons zegt: we moeten de anderen opzoeken, want pas dan bestaan we. Dan kunnen we zeggen dat we er geweest zijn, er zijn immers getuigen van. Ook al sta je dan uren in de file heen en uren in de file terug, terwijl je ter plekke uren schuifelt omdat er geen doorkomen aan is. De vele stonden ongemak worden vergeten bij die ene stonde pseudovertier. Waar dan de camera van de nieuwsdienst strategisch staat opgesteld om wat al geweten is te registreren, ook redacties zijn geconditioneerd. Het is druk. Er is te veel volk. De horeca klaagt (voor één keer met reden). Mensenlief, toch, we zijn even makkelijk te lezen als een flutroman!

De mens van Pavlov blijft verbazen, zoals ik deze week ook mezelf heb verbaasd met die zak chips. Zó voorspelbaar. Ik kan beter. Wij kunnen beter. Een beetje originaliteit kan soms wonderen doen in het leven. Neem eens een afslag vroeger of later, en verras jezelf. En geniet van de rust en de stilte.



Volgende »