Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Negeren-Verwaarlozen-Alarmeren: de kracht van verandering

Communicatie, Politiek, Samenleving Posted on za, december 04, 2021 11:20:44

Wekelijks gemiddelde: 17823 (+3%), 320 (+10%), 47 (+26%).

Ik beken: ik lees de cijfers niet meer elke dag af op mijn app. Cijfers zijn abstract, je ziet de gezichten niet. Zo wordt ook de vluchtelingencrisis ontmenselijkt, met cijfertjes en percentages, zonder de mensen te zien. Coronalert is een hulpmiddel, meer niet, en volgens wie het kan weten helpt het zelfs niet echt. Bij leerkrachten staat die app permanent op rood, niet omdat ze zelf ziek zijn, maar omdat ze dichtbij iemand met COVID-19 hebben gestaan. Onvermijdelijk.

17823 mensen raakten vorige week besmet met een of andere variant van het coronavirus, en dat is een schatting, de realiteit ligt ongetwijfeld nog een pak hoger. 320 mensen werden tussen 24 en 30 november opgenomen in het ziekenhuis. Van 47 mensen moest afscheid worden genomen in die week.

Golf vier: weg is de solidariteit van de begindagen, terug van nooit echt weggeweest zijn het primeren van economische belangen en het (collectief) egoïsme. Weg is het medeleven, terug is het gebrek aan mededogen. Weg is het tijdelijke ’tous ensemble’-gevoel, terug is het ‘ieder voor zich’-principe. Ieder individu voor zich, iedere sector voor zich. Was in de begindagen van de eerste lockdown het virus de gemeenschappelijke vijand, dan wordt COVID-19 nu nog hooguit gezien als een vervelende passant. De vijand, dat is zowat iedereen die lichtjes anders denkt dan jijzelf, wat op den duur zeer dicht uitkomt bij iederéén tout court. We zijn eilandjes van betweterigheid geworden.

Hoewel je over alle politieke partijen die iets te zeggen hebben in dit land kritische bedenkingen kunt maken over hoe ze zijn omgegaan met deze ongeziene en veel te lang aanslepende crisissituatie, heb ik mij deze week extra geërgerd aan N-VA-kopstukken. Het begon met een georkestreerde sociale mediacampagne tegen Frank Vandenbroucke, die leerkrachten prioritair moest behandelen voor de boosterprik volgens hen. De ene na de andere verkozene van die partij richtte zijn pijlen op de minister van Volksgezondheid. Debatfiches worden nu eenmaal strikt nageleefd en daarop stond ‘Val Vandenbroucke aan!’ Halfweg de week pleitte de Vlaamse minister-president opeens voor het verbieden van evenementen in zaal. Handig, zo kon hij de cafés en restaurants ontzien. Extra handig, zo konden de culturo’s nog eens een veeg uit de Vlaamse pan krijgen.

Was het de bedoeling van Jambon om krachtdadig over te komen? Mij kwam het eerder amateuristisch over. Te laat, te weinig. Als je eerst maandenlang pleit om te versoepelen en de waarschuwingen van de experten voortdurend in de wind slaat, kom je heus niet geloofwaardig over wanneer je plots het licht ziet en verstrengingen eist. Zijn kopman De Wever doet dat ook voortdurend. Vlak voor de eerste lockdown poseren in een ludiek kostuum (ach, het is allemaal niet zo erg, die berichten over dat virus), een paar dagen later smeken om de federale alarmfase te activeren (oei, het wordt héél erg), na de afkondiging van de lockdown het verbod om op een bankje te gaan zitten ridiculiseren (ach, zo erg is het toch ook weer niet), om vervolgens de noodzaak van een crisisregering te benadrukken (oei, het wordt héél erg). En dat was dan alleen nog maar in maart 2020. Sindsdien is die tegenstrijdige communicatie nooit opgehouden.

Wie gelooft die mensen nog?

N egeren

V erwaarlozen

A larmeren

Het acroniem N-VA heeft de jongste weken en maanden een andere invulling gekregen. Mandatarissen van die partij wisselden de drie fases af, soms liepen ze zelfs door elkaar heen: de crisis negeren, de maatregelen verwaarlozen, om dan zonder boe of ba over te gaan op alarmfase Donkerrood. Van ‘Er is weinig aan de hand’ over ‘Het is niet zó erg’ tot ‘Paniek! Paniek!’: het heeft iets tragikomisch, al valt er weinig te lachen.

De week werd beëindigd met een passage van de partijvoorzitter in De afspraak op vrijdag. ‘Ik denk dat COVID op vlak van oversterfte een anekdotische pandemie zal zijn’, zei De Wever. ‘De oversterfte van 2020 zal de ondersterfte van de volgende jaren zijn.’ De Vlaams-nationalistische frontman heeft geen al te hoog EQ, dat wisten we al. Maar dit is toch de overtreffende trap van emotionele domheid. Dit zijn woorden van een onmens. Want: ofwel heeft hij gelijk, maar dan zeg je dat nog niet uit respect voor wie een dierbare heeft verloren tijdens de coronacrisis. Ofwel heeft hij ongelijk (wat ik vermoed) en dan zou iedere mens met een beetje empathisch vermogen moeten beseffen hoe dit binnenkomt bij mensen die een sterfgeval hebben moeten verwerken, misschien niet eens door COVID-19, maar door uitgestelde zorg. Maandag was het dus de N van Negeren. Woensdag de A van Alarmeren. Gisteren stond de V van Verwaarlozen op de agenda. Wat zal het maandag zijn?Nooit gedacht dat de slogan ‘De kracht van verandering’ sloeg op het bijna dagelijks veranderen van standpunt. Leiderschap betekent niet dat je nooit van gedacht verandert, voortschrijdend inzicht hoort bij het publieke leven. Maar als je permanent van wit naar zwart gaat, getuigt dat niet van leiderschap, wel van amateurisme en gebrek aan inzicht.

We hadden in deze hele crisis meer naar de experten moeten luisteren en consequent hún voorstellen toepassen, met hier en daar een afzwakking, omdat zij natuurlijk geen rekening hoeven te houden met economische en psychologische gevolgen. Hun standvastigheid mag een voorbeeld zijn voor onze besluitmakers. De wetenschap maakt al twee jaar een goede beurt. Dat kan van de politiek niet gezegd worden. We hadden wat meer de voorzichtige minister van Volksgezondheid moeten volgen en wat minder de ministers van Versoepeling. Dat Overlegcomité van gisteren was nodig, maar het was vooral een bevestiging van de onkunde van de mensen die het land en de regio’s moeten leiden. Dat Overlegcomité had er nooit hoeven te komen, als de regeringen hun beleid in het recente verleden meer op rationele overwegingen dan op emotionele hadden gestoeld. En dat Overlegcomité werd aangekondigd als een berg, maar bleek in realiteit voor de zoveelste keer een muis te zijn. Kurieren am Symptom, noemen de Duitsers dat. Rond de pot draaien, klinkt dat bij ons.Vandenbroucke kon zijn ergernis voor een keer niet wegwuiven.

Opportunisme en populisme zijn eens te meer slechte gidsen gebleken, al maak ik mij geen illusies: in het vervolg van deze coronacrisis en bij toekomstige crisissen zullen krek dezelfde fouten gemaakt worden. Optimistischer wordt een mens daar niet van.



Wij zijn de uitbuiters

Samenleving Posted on za, november 27, 2021 11:33:00

De praktijken van Post NL in ons land werden deze week binnenstebuiten gedraaid. U kent die agressieve witte bestelwagens met de oranje streep wel, die altijd dringend op weg zijn om een pakje af te leveren en u daarvoor desnoods van de baan duwen. Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelofelijke haast. Want u zit erop te wachten, nietwaar, diezelfde ú die daarnet nog boos was omdat hij te maken kreeg met verkeersagressie door zo’n gehaaste chauffeur. U heeft nu ook kunnen lezen dat het onderaan die keten niet zo prettig werken is. Een onderaannemer jut de volgende onderaannemer op die dan weer de daaropvolgende onderaannemer onder druk zet, enzovoort. De laatste in de rij krijgt de schoppen. En een zakcentje, ter compensatie.

Mensen werken in die branche onmenselijk lange dagen, week na week na week. Er worden zelfs kinderen ingeschakeld, alsof priester Daens weer onder ons is. Voor wat losse euro’s wordt uw pakje netjes op tijd geleverd. De vermoeide oogopslag van de chauffeur van de bestelwagen heeft u even niet opgemerkt, zo verlekkerd zat u te kijken naar wat u in handen kreeg. Consumeren, -meren, -meren.

Post NL, Amazon, bol.com, we kennen de praktijken intussen. Het principe ‘Just in time’ bestaat al meer dan dertig jaar, maar niemand had eind jaren tachtig kunnen bevroeden dat ‘op tijd’ in de toekomst ongeveer zou neerkomen op ‘nu’. De onzichtbare slachtoffers achter de snelle leveringen zien we niet, zo gaat dat nu eenmaal met onzichtbaren. Mannen, vrouwen, jongens, meisjes. Wat niet weet, niet deert. En dus bestellen we morgen nog een pakje.

Economen zeggen dat dit soort praktijken niet kunnen — het tegenovergestelde zou wel héél erg verbazen! —, maar ze benadrukken ook dat we de e-commerce alle kansen moeten blijven gunnen. Meestal passeert er dan een gezegde waarbij je je een kind en badwater moet voorstellen. Wat economen in feite zeggen, is: zorg dat er iets verandert zonder dat er iets verandert. Want hoe ga je er anders voor blijven zorgen dat a) de pakjes snel worden geleverd, b) ze even goedkoop blijven, en c) leveranciers toch correct behandeld en betaald worden? Iemand zal het gelag moeten betalen en het zal ofwel de consument zijn, ofwel een van de onderaannemers. Ik ben geen econoom, maar één plus één blijft twee, zoveel ken ik er wel van.

Vliegensvlugge leveringen, vliegreizen die slechts een prikje kosten, T-shirts van twee euro: de prijs die wij ervoor betalen, gaat altijd ten koste van iemand anders. Het is onwaarschijnlijk dat we goedkoper een afstand van duizend kilometer overbruggen in de lucht dan dat we van de ene kant van het land naar de andere kunnen sporen. Het is gewoon te gek dat we een lapje textiel kunnen bemachtigen met een muntstuk dat we elders in een supermarktkarretje moeten steken om er onze boodschappen in te transporteren. Het is — als we tenminste bereid zijn er een fractie van onze kostbare tijd over na te denken — krankjorum dat we voor een habbekrats goedkope pakjes snel in huis hebben.

Als er al iets moet veranderen, zijn wij het. Wij zijn de uitbuiters. Wij hebben dit systeem aanvaard — het was lekker handig, de vooruitgang weet u wel! —, maar niemand zegt dat we dit moeten blijven aanvaarden. En, ja, dit zal betekenen dat er een aantal mensen opnieuw minder zullen kunnen. Voor sommigen zal het kiezen of delen zijn: ofwel die leuke buitenlandse trip, ofwel een mens die toch heel sterk op ons lijkt correcter laten behandelen. Misschien moeten we gewoon meer voor een correctere behandeling van álle minderbedeelden in de samenleving ijveren, de bazen wat minder geld, de basis wat meer. Als we doorgaan zoals we nu bezig zijn, cultiveren we de Vlaams Belang-slogan ‘Eerst onze mensen’. Dat wil zeggen: eerst wij, consumenten, daarna pas zij, de uitgebuiten onderaan de keten. Voor wie nu opwerpt dat er daardoor jobs verloren zullen gaan en voor die ene onverlaat die zal zeggen dat kinderarbeid een inkomen betekent voor dat kind en zijn familie: voer dan opnieuw de slavernij in. Slaven hadden jobzekerheid, kost en inwoon, aardig toch?

Het antwoord is nu aan de politiek. Maar ook aan ons, mensen onder elkaar.



Wij-zij-denken leidt niet tot de oplossing

Politiek, Samenleving Posted on za, november 20, 2021 11:55:11

X houdt van me. X houdt niet van me. X houdt van me. X houdt niet van me. X houdt van me. Etcetera. U kent dat spelletje met de madeliefblaadjes wel, in de hoop dat u op een oneven aantal uitkomt, want dat zou betekenen dat X van u houdt. Was het maar zo simpel in het échte leven.

Met het Overlegcomité is het zoals met dat madeliefje. We versoepelen. We verstrengen. We versoepelen. We verstrengen. We versoepelen. Etcetera. In de hoop dat het virus ons toestaat op een oneven aantal te eindigen. Was het maar zo eenvoudig om het virus terug naar Wuhan te sturen met een one way ticket.

Ook de reacties van de mensen — u, ik en al die anderen — lijken het riedeltje met het madeliefje te volgen. We doen mee. We doen niet meer mee. We doen mee. We doen niet meer mee. We doen mee. Etcetera. Maar dat dan in duizendvoud en kakofonisch. Allemaal door elkaar, pro, contra en alles daartussenin hotsend en botsend tot we zelf niet meer weten wat nu ons gedacht ook alweer was.

De cijfers gaan omhoog, dus was het weer een blaadje met verstrengingen dat woensdag werd afgetrokken van onze bloem. Logisch, maar dan toch ook weer niet zó logisch dat iedereen het erover eens was, noch binnen dat Overlegcomité, noch in de samenleving. Te streng, te zacht, te streng, te zacht, te streng, etcetera. Je kunt de reacties van sommige mensen vooraf al uitschrijven, dat spaart een telefoontje voor journalisten. Idem dito voor de politici trouwens, wier mening gedicteerd wordt door de partijbureaus.

***

Wat ik zelf vind? Sympathiek dat u het me vraagt. Ik vind dat de virologen nu al ruim anderhalf jaar lang vrij rechtlijnig hun standpunten formuleren en dat de politiek al te veel denkt aan de volgende verkiezingen. De maatregelen die uiteindelijk genomen worden, zijn meer ingegeven door opportunisme, populisme en kortetermijndenken, dan door wetenschappelijke expertise, voor zover die voorhanden is, want dit virus is nog altijd relatief nieuw en allerlei -ologen leren nog elke dag bij.

Ik wil de term ‘Rijk der vrijheid’ niet meer horen, er is al te veel beloofd.

Ik wil de term ‘gezond verstand’ niet meer horen, mensen hebben dat te weinig.

Ik wil de term ‘Een team van elf miljoen’ niet meer horen, want als de reactie van de Belgische samenleving op het omgaan met het virus een voetbalelftal moet voorstellen, dan toch één waar de keeper twee linkerhanden heeft en tijdens de wedstrijd een permanente handstand uitvoert, alle spelers tegen hun voet moeten spelen, de verdedigers de hele tijd richting eigen doel trappen (de aanvallers ook trouwens), en de middenvelders kriskras door elkaar lopen, zonder dat ze ooit de bal raken. Deze ‘Tous ensemble’ werkt niet, daarvoor zijn we te eigengereid, te betweterig, te kortzichtig. En de coach weet het ook al een tijdje niet meer. De solidariteit die zo mooi leek bij die eerste lockdown, ondertussen al heeeeeuuuul lang geleden, was hartverwarmend voor eventjes, tot de mensen het beu waren. ‘Het’ is in dit geval gelijk aan het virus, de eendracht, de aandacht voor de zwakkeren in de maatschappij.

We staan weer in de file tegen nul per uur.

We roepen dezelfde lelijke dingen als voor maart 2020.

Neen, we zijn niet veranderd, omdat we dat gewoon niet willen.

We hebben niets geleerd uit deze gezondheidscrisis, of toch heel weinig.

***

Vandaag gaat het over verplichte vaccinatie. Ik ben zelf, uit overtuiging, twee keer geprikt. De meeste mensen die ik ken ook. We zijn dankbaar. We geloven dat dit vaccin voldoende veilig is en ons tijdelijk zal behoeden voor de ongemakken van een vervelende ziekte. Maar velen onder ons, gevaccineerden, worden nu ook wrokkig, omdat die vierde golf de schuld zou zijn van de niet-gevaccineerden en dus denkt ook de politiek er nu stevig over na om die paar miljoen Belgen die nog geen AstraZeneca, Pfizer of Moderna in de arm kregen geschoten (Johnson & Johnson staat even buitenspel), alsnog op een stoel vast te binden en een shotje toe te dienen.

Ik begrijp de logica, maar ik vind het op een of andere manier niet koosjer. En wel hierom.

1) Men had die verplichting begin dit jaar moeten opleggen, nog voor de start van de eerste vaccinatiecampagne. Dan was dat tenminste duidelijk geweest. Om daar pas na elf maanden mee af te komen, is een zwaktebod. Virologen waarschuwden begin dit jaar al dat er een derde en een vierde golf zou komen, en misschien zelfs een vijfde. Ze hebben gelijk gekregen. Men had naar hen moeten luisteren vanaf het begin.

2) Niet alle niet-gevaccineerden zijn onmensen. Ik ken er persoonlijk die goed hebben nagedacht over hun beslissing, die zich zeer voorzichtig gedragen en die geen superverspreiders zijn geworden. (Ik heb het niet over de antivaxers, de wappies die waarschuwen voor een chip waardoor Bill Gates ons kan controleren, de Jeff Hoeyberghsen of Willem Engelsen, die dwarsliggen om dwars te liggen, zonder kennis van zaken. Hen laat ik buiten beschouwing, wegens ongeneeslijk geestesziek: zij zijn de ware egoïsten. Houd hen overal buiten, letterlijk en figuurlijk, meer vraag ik niet.) Maar de valse veronderstelling, die ik vorig week al even meegaf in mijn paradox van het onveiligheidsgevoel, is dat zo’n dubbele en straks triple vaccinatie ons volledig immuun maakt. Neen, dus. Risicogedrag is nog altijd uit den boze. Het vaccin biedt bescherming, zoals een autogordel bescherming biedt, maar bij onverantwoord rijgedrag riskeer je nog altijd blutsen, builen of erger. Het vaccin is als een dikke winterjas, een muts en handschoenen als het heel koud is: het bespaart je gebibber en een verkoudheid. Door eenzijdig de schuld in de schoenen van de niet-gevaccineerden te schuiven — zonder onderscheid te maken tussen iemand die een weloverwogen persoonlijke beslissing heeft genomen en tafelspringers à la Jeff Hoeyberghs — sluit je eigenlijk de ogen voor de realiteit.

3) De tweedeling die vandaag gemaakt wordt, werkt contraproductief. Je zet mensen tegen elkaar op. Oké, die eendracht is er niet meer (is er wellicht ook nooit echt geweest), maar polariseren zal de zaak alleen maar verergeren. Het lost niets op. Met wij-zij komen we nergens. Kijk naar jezelf, wees voorzichtig, gedraag je, spoor anderen in je gezelschap aan om dat ook te doen, houd letterlijk afstand, was je handen meerdere keren per dag, zet dat mondmasker op in gesloten ruimtes of in groep. Wees zelf het voorbeeld dat je zou willen dat anderen zijn. Dat is al een begin.



De paniekzaaiers

Politiek, Samenleving Posted on za, november 13, 2021 11:28:41

Profileringsdrang is eigen aan politici. Het is hun manier om aandacht te genereren, lokaal, regionaal en nationaal. In de coronacrisis — welkom, trouwens, in de vierde golf — is dat niet anders. Nu alle relevante beslissingen federaal worden genomen, proberen regionale ministers ook te laten merken dat er zijn. Hetzelfde geldt voor burgemeesters, die tot voor kort helemaal onzichtbaar waren, op die van de grote steden na dan — zeker als die ook nog eens partijvoorzitter zijn, u weet wie wij bedoelen.

Vorige week liet de burgemeester van Knokke-Heist, Piet De Groote — die het als opvolger van de quasi legendarische graaf Lippens sowieso al moeilijk heeft om aandacht te krijgen —, weten dat hij alle binnenactiviteiten waarover hij iets te zeggen heeft, zal verbieden, omdat er in zijn kustgemeente een verviervoudiging van het aantal coronagevallen werd vastgesteld. In het kort komt dat neer op: cafés en restaurants niet, daar moet hij afblijven, privéfeestjes evenmin, culturele evenementen wel. Ook de burgemeester van Houthulst gaf dat signaal: zo wisten we meteen weer dat er een (West-)Vlaamse gemeente is die Houthulst heet, waar die plek zich ergens bevindt en hoe de naam van de politieke baas luidt (Joris Hindryckx). Dat was meegenomen.

Op het eerste gezicht klinkt dat krachtdadig, als een daad van burgerzin, als het opnemen van je maatschappelijke verantwoordelijkheid. Op het tweede gezicht niet meer. Wat vooral opviel was de kortzichtigheid waarmee die beslissingen genomen werden. Er is de, terechte, alertheid rond een probleem van volksgezondheid, maar die wordt vervolgens gekoppeld aan besluitvorming die kordaat lijkt, maar vooral neerkomt op een gemakkelijkheidsoplossing. Als het virus vandaag opnieuw vlotjes circuleert, heeft dat te maken met de voorbarige aankondiging van het ‘Rijk der Vrijheid’ in combinatie met het succes van de Vlaamse vaccinatiecampagne, waardoor mensen zich vrijer en veiliger voelen, en dus ook meer circuleren en minder oog hebben voor de veiligheidsprocedures (afstand houden, handen wassen, mondmasker dragen), naast de niet-gevaccineerden die uit pure balorigheid hun goesting willen blijven doen.

We gaan werken, de kinderen gaan naar school, we mogen weer naar het stadion, we kunnen — als we nog enigszins kwiek zijn — de benen strekken op een fuif, feest of in de discotheek, we spreken weer af met steeds grotere gezelschappen, we drinken een pint in een vol café, we eten in een vol restaurant. Onze vrijheid geeft het virus vrije baan. En toch beslissen een paar burgemeesters — en er zullen er nog volgen in de panieksfeer die eigen is aan de opeenvolging van slecht nieuws — om in de eerste plaats de culturele wereld te treffen. Als onze beleidsmakers al geen gezond verstand tonen, waarom zouden we dit dan van de man (m/v/x) in de straat mogen verwachten?

***

Ik ben heel blij dat ik na anderhalf jaar weer naar de bioscoop mag, een dansvoorstelling kan meepikken, een theaterstuk kan zien. Ik zie daar rond mij mensen een paar uur lang braaf op hun stoel blijven zitten. Dat gaat niet over een rond hossende massa of tienduizenden drummende bezoekers op een gigantisch lichtfestival. Dat gaat over een veel gedisciplineerdere groep mensen dan de bezoekers van sportwedstrijden, cafés, restaurants of discotheken, dat gaat over veel veiliger omstandigheden dan op school, op het werk of op het vliegtuig. In musea zie je zelden mensen in elkaars armen vliegen omdat hun favoriete schilder net gescoord heeft. Dat juichen doen ze in stilte, in hun hoofd. En ze houden afstand, dan kunnen ze de werken beter bewonderen. Gezond én verstandig.

De culturele wereld sluit altijd als eerste, alsof cultuur niet belangrijk is: als je kijkt naar het gebrek aan Vlaamse minister van Cultuur, de cultuurbeleving van de doorsnee Vlaming en de manier waarop de overheid cultuur behandelt, zou je die conclusie zelfs kunnen trekken. In tegenstelling tot de lobby’s van de vliegtuigindustrie, de schoolnetten of de werkgeversorganisaties heeft de culturele sector nauwelijks een lobby die naam waardig. Het zijn individuele artiesten die zich meestal individueel proberen staande te houden. Op zich niets mis mee, maar in deze tijden wreekt zich dat.

Cultuur is een makkelijk slachtoffer, ondanks het feit dat het veel veiliger is dan andere vormen van escapisme. In een regio waar de jaarlijkse boekentoptien voor de helft uit kookboeken bestaat, hoeft dat niet te verwonderen. De gemiddelde Vlaming vindt het niet zo belangrijk. Als niet-gemiddelde Vlaming vind ik dat jammer, maar ach, in normale tijden kan ik er wel mee leven. Ik doe mijn ding. Het wordt pas problematisch wanneer lokale en regionale overheden de culturele apathie van die gemiddelde Vlaming als norm beschouwen en dat vervolgens als excuus gebruiken om op de kap van die al zo geteisterde sector te proberen scoren. Waarom lokale politici weinig met cultuur hebben? In zalen waar ze moeten zwijgen, kunnen ze geen zieltjes werven. In de horeca wel.

Burgemeestertjes moeten in grensoverschrijdende noodsituaties als deze uitvoeren. Niet meer, niet minder. Ze kunnen discreet hun input geven achter de schermen, dat wel, maar het is niet aan hen om het voortouw te nemen. Ze zijn gewoon een van de touwtrekkers, ergens anoniem middenin. Houden zo. Het is niet aan hen om de hoofdrol op te eisen in een remake van De paniekzaaiers, want dat Gaston & Leo-vehikel uit 1986 was zo flauw dat er niemand zit te wachten op een verdunde versie ervan.

***

Er is iets vreemds aan de gang in deze vierde golf. In grote gesloten ruimtes met veel mensen is het, ondanks die zogeheten coronapas, niet prettig vertoeven. Ik noem het de paradox van het onveiligheidsgevoel: ik voel me vandaag op een evenement veiliger in het gezelschap van een niet-gevaccineerde, omdat ik weet dat die minder dan 48 uur eerder negatief heeft getest, dan bij een gevaccineerde met een Covid Safe Ticket die misschien wel net naar een discotheek is geweest en er de hele tijd met een superverspreider heeft gedanst.

Waarmee ik niet zeg dat ik tegen vaccinaties ben, ik blijf honderd procent pro en heb zelf — vrijwillig, overtuigd en dankbaar — twee prikken laten zetten. Vaccineren is beter dan niet vaccineren, maar het is niet voldoende. Het geeft ons, gevaccineerde burgers, een onterecht gevoel van veiligheid. Het vaccin helpt, maar het is geen wondermiddel. Het vaccin is als een buitenwipper aan een dancing, af en toe knijpt die ook een oogje dicht op het verkeerde moment, en is hij veel te streng op een ander.

Misschien moeten we de waarde van zo’n coronapas relativeren en weer meer inzetten op accurate tests de dag zelf? En ondertussen moeten de cultuurhuizen openblijven, dat spreekt voor zich.



Vlaamse Regering: “Klimaatplan? Trek uw plan!”

Politiek Posted on za, november 06, 2021 11:29:11

Gouverner, c’est prévoir, ik herhaal het hier nog maar eens. Als je als verantwoordelijke politicus — bestaat die diersoort nog in onze contreien? — weet dat er een belangrijke klimaattop zit aan te komen, dan bereid je je daarop voor. Dat geldt a fortiori voor kleinere landen en voor regio’s die ook iets te zeggen willen hebben binnen die zakdoekgrote naties. Het is een vorm van hoffelijkheid gecombineerd met een scheutje bescheidenheid en een snuifje verantwoordelijkheidsgevoel. Niets van dat alles was deze week te merken binnen de Vlaamse Regering, die — terwijl ze in Glasgow al volop op internationaal niveau aan het onderhandelen waren — een hele week zoet is geweest met discussiëren over een eigen klimaatplan, dat er dus al minstens een week had moeten liggen. Ze deden dat, blijkbaar, op afstand, genieten van een korte herfstvakantie was belangrijker dan een plan dat er zonder corona al vorig jaar had moeten liggen. Ach, voor dat klimaat ga je toch niet rond de tafel zitten, laat anderen dat maar oplossen en nog meer van dat soort après nous le déluge-gedachten!

‘Realistisch en ambitieus’ noemde de minister-president de uiteindelijke compromistekst die als klimaatplan een eigen leven zal moeten leven. Slimme lieden die al veel langer de klimaatproblematiek bestuderen, wijzen net op het gebrek aan ambitie. (Veel) te weinig, (veel) te laat. Maar dat zal vooral de N-VA niet deren. Spreekt een mandataris van die partij het adjectief ‘realistisch’ uit, dan is dat een hondenfluitje naar de eigen achterban: ‘Vrienden, vreest niet, er zal niets veranderen, de rijkere middenklasse zal niet inboeten.’ De slogan ‘De kracht van verandering’ werd al een jaar of zeven geleden ingeruild voor ‘De kracht van het status quo’. Op maat van wie het goed heeft. Ook de Boerenbond juicht, dank daarvoor, landbouwminister Crevits.

Schaamteloos zijn ze, de rentmeesters die Vlaanderen proberen te bestieren en die naar buiten uit de indruk willen wekken dat dit de meest geavanceerde regio is van dit land en wijde omgeving. Niets is minder waar. Vlaanderen staat stil. De Vlaamse Regering staat stil. Vergeleken met de slakkengang van de Vlaamse bestuurders is de processie van Echternach een 100 meter-race met Usain Bolt in zijn beste jaren. Ik heb niets met deze dames en heren, behalve dat ik op een of andere manier toch plaatsvervangende schaamte voel door zoveel manifeste onbekwaamheid, uitzichtloos opportunisme en heel veel kwade wil. Dit is regeren in oppositiemodus, met de handrem op, wachtend op een seintje uit de partijhoofdkwartieren. De Vlaamse ministers hebben voor mij geen greintje geloofwaardigheid meer.

Dit moet zonder enige twijfel de slechtste Vlaamse Regering ooit zijn. Cultuurbeleid bestaat niet, er is zelfs geen aparte minister meer voor, terwijl cultuur nu net wel een schoolvoorbeeld is van taalgebonden gemeenschapsmaterie. Echt iets waarop de regio’s zich kunnen en mogen profileren. Leve ónze cultuur! Neen, de realiteit is dat de vroegere N-VA-ideoloog achter de schermen een Vlaams-nationalistische wraakactie tegen de ‘linkse subsidieslurpers’ mag coördineren. Meer is dit niet. De anderen kijken toe. De minister van Onderwijs wil de flinkste jongen van de klas zijn, hij stak zijn hand als eerste op bij de recente besparingsoperatie: de scholen blijven open (ook al is het zonder leerkrachten), de portemonnee blijft toe, niet zonder er eerst honderd miljoen euro uit te hebben laten verdwijnen. Ook de aanpak van de coronacrisis was aanvankelijk een drama. Wie nu op de borst klopt dat de vaccinatiegraad in Vlaanderen zo hoog is, zou heel bescheiden in een kamertje moeten blijven zitten en nooit nog een succesje claimen, daarvoor zijn er anderhalf jaar geleden te veel nodeloze slachtoffers gevallen.

Vlaams Belang wil een onafhankelijk Vlaanderen, N-VA wil dat ook, zij het via de omweg van het confederalisme, CD&V speelt dat nationalistisch spelletje grotendeels mee, Open VLD is een aanhangsel: blij om erbij te zijn, vrezend dat ze er in de volgende bocht worden afgereden. Als je met deze generatie politici naar een onafhankelijkheidsstatus moet, wordt dat zonder meer een debacle. Het federale land België valt steeds moeilijker te besturen, dat klopt, maar van de regio’s zal de oplossing niet komen. Onbekwaam personeel zorgt voor fout beleid.

Tot slot nog één ding over klimaatbeleid. Dat is een materie die de regio’s ver overstijgt. Dit moet Europees worden aangepakt. En wanneer België als land toch iets in de pap te brokken wil hebben, moet dat federaal worden geregeld. Grensoverschrijdende bevoegdheden behoeven geen regionale ministers. Het is een aanfluiting dat de Vlaamse Regering hierover zolang heeft gepalaverd. Klimaatbeleid moet federaal gevoerd worden, regionale milieuministers hebben geen zin op dit domein, het enige wat Vlaanderen nog zou mogen resten is uitvoerende ambtenarij. Hetzelfde geldt voor volksgezondheid.

Wat ze zelf móeten doen, doen ze tegen hun goesting. De slogan ‘Wat we zelf doen, doen we beter’ geldt niet voor deze Vlaamse Regering. Die is al een tijdje verbasterd tot ‘Wat we zelf niet doen, doen we zeker niet beter’. Op het o zo belangrijke vlak van klimaat mag dat van mij gerust ‘Wat we zelf niet mogen doen, zal een ander wel beter doen’ worden.



Cordon sanitheore

Politiek Posted on za, oktober 30, 2021 11:26:00

Er werd deze week gestaakt in het Brussels Klein Kasteeltje. Te veel werk voor te weinig mensen en dus werd er eventjes niet gewerkt, waardoor asielzoekers een tijdje in de kou bleven staan. In deze tijd van het jaar mag dat begrip stilaan letterlijk genomen worden. Het woord ‘asielcrisis’ wordt weer gretig in de mond genomen dezer dagen, vooral door lieden die iedere asielzoeker als één te veel beschouwen. Dan spreek je al snel van een crisissituatie.

De voormalige staatssecretaris voor Asiel en Migratie heeft deze week zijn eigen 10-puntenplan gelanceerd om die ‘crisis’ aan te pakken. Zijn voorstellen:

1. Stop de volgmigratie.

2. Verstreng de gezinshereniging.

3. Voer weer asielquota in.

4. Zet ontradingscampagnes opnieuw online.

5. Zet de hervestiging stop.

6. Erken minder mensen als vluchteling, focus op subsidiaire bescherming.

7. Maak de vluchtelingenstatus tijdelijk.

8. Strijd écht tegen asielfraude.

9. Maak doorreizen onaantrekkelijk.

10. Verhoog capaciteit terugkeercentra, herstart gedwongen terugkeer illegale families.

Het 10-puntenplan van Francken doet qua titel niet zomaar willekeurig denken aan het 70-puntenplan van Vlaams Blok uit 1992. Wat er gemeenschappelijk is aan die twee plannen is een signaal aan de achterban dat bijkomende immigratie slecht is voor de regio Vlaanderen en dat zij (respectievelijk Vlaams Blok en Theo Francken) er dringend iets willen aan doen, dat solidariteit niet opgaat voor mensen in nood, en dat internationale rechtsverdragen niet meer dan ‘vodjes papier’ zijn, die je straal mag negeren. Dit is geen hondenfluitje meer — u weet wel: een signaal dat alleen begrepen wordt door gelijkgezinden en dat onhoorbaar is voor de rest —, dit is met de trombone op kop van de fanfare lopen. Dit is een alpenhoorn die weerklinkt over heel Vlaanderen, met dank aan de media die het geluid nog wat helpen te versterken.

Natuurlijk weet Francken ook wel dat asielquota indruisen tegen artikel 14 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (‘Eenieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging’), alleen kan hem dat niet schelen. Zo werkt populisme namelijk: je zegt wat je denkt dat de mensen willen horen tot je op het punt komt dat de mensen je telkens opnieuw willen horen en je dingen begint te zeggen die haaks staan op een door basisprincipes van menselijkheid gedreven samenleving. Met zijn demarche herhaalt Francken wat Vlaams Blok/Belang eerder al deed: Vlaamse wensen boven internationale verdragen stellen. Oftewel: mensenrechten ondergeschikt maken aan de veronderstelde wensen van de Vlaamse bevolking.

De eerste twee punten van Franckens plan zijn strijdig met het recht op respect voor gezins- en privéleven, vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en het Kinderrechtenverdrag, zo merkten mensen die op de hoogte zijn van internationale verdragen op Twitter op. Punt 3 en 6 zijn dan weer strijdig met het vluchtelingenverdrag. Punt 8 klinkt wel heel cynisch in het licht van de affaire-Kucam, de N-VA-mandataris die enkele jaren geleden aan zelfverrijking deed door christelijke vluchtelingen voor veel geld uit vijandelijke gebieden weg te halen, geld dat hij vervolgens in eigen zak stak, een praktijk die het kabinet-Francken niet wist te detecteren, als medewerkers er al niet van op de hoogte waren en het oogluikend toestonden of zelfs faciliteerden.

***

N-VA-voorzitter Bart De Wever blijft herhalen dat er een Chinese Muur staat tussen zijn partij en Vlaams Belang, maar dat valt niet te rijmen met wekenlang onderhandelen met Tom Van Grieken kort na de Vlaamse verkiezingen van 2019, een eigen keuze van De Wever, en het gedrag en de uitspraken van prominente partijgenoten, zoals deze Theo Francken. Het in twijfel trekken en proberen te negeren van internationale verdragen, rechterlijke uitspraken afdoen als ‘wereldvreemd’, asielzoekers en vluchtelingen op één hoopje gooien met migranten en moslimfundamentalisten: het doet heel sterk denken aan communicatietechnieken uit de jaren 1930. Voor mensen in nood — doorgaans: mensen met een andere huidskleur of een andere religieuze overtuiging dan de in Vlaanderen dominante — zijn deze ‘plannen’ angstaanjagend, en dat is ook de bedoeling ervan. De Orbánisatie van het politieke landschap zet zich door in Vlaanderen.

En dus durf ik de vraag te stellen of je deze Theo Francken niet gelijk moet behandelen met zijn bijna-partijgenoten van Vlaams Belang. Moeten partijen die wel nog respect hebben voor mensenrechten en internationale verdragen niet stilaan een ‘cordon sanitaire’ leggen rond deze man? Of noem het toepasselijk een cordon sanitheore.Cancelcultuur, zegt u? Moet je dan een megafoon blijven aanreiken aan iemand die zijn voeten veegt aan wetten, verdragen en afspraken? Moet je iemand die illegale voorstellen doet niet in dezelfde (onderste) lade steken als anderen die oproepen om systematisch wetten te overtreden? Moet je een voormalige staatssecretaris blijven opvoeren op zijn toenmalige ambtsgebied, wanneer hij de juridische geplogendheden binnen dat domein blijft tarten? Zou een ex-minister van Verkeer die de hele tijd roept dat hij 120 per uur wil rijden binnen de bebouwde kom, nog uitgenodigd worden op een debat over verkeersveiligheid? Zou een ex-minister van Volksgezondheid die oproept om je niet te laten vaccineren, nog uitgenodigd worden in een ernstig gesprek over de stand van zaken in de coronacrisis? Zou een ex-staatssecretaris van Gelijke Kansen die vindt dat mannen en vrouwen niet gelijk zijn, en dat we die nieuwe genderidentiteiten best niet serieus zouden nemen, nog ernstig worden genomen als expert?

Die laatste drie vragen gaan over fictieve voorbeelden. Wat de ex-staatssecretaris voor Asiel en Migratie doet, is verre van fictief. En wees gerust, hij heeft nog voldoende plekken waar hij zijn mening ongestoord kwijt kan, zijn vrijheid van meningsuiting komt heus niet in het gedrang wanneer je hem niet meer vraagt voor radio- en tv-uitzendingen, of voor een interview in krant of weekblad. Misschien kan hij wel een eigen format bedenken op sociale media: De koudste week, met hemzelf als kille en zichzelf als cool beschouwende centrale figuur.

Theo Francken is niet alleen een probleem voor de geloofwaardigheid van zijn partij — voor zover N-VA daar zelf al wakker van ligt, want de man blijft populair —, maar ook een reëel gevaar voor al wie solidariteit, mededogen en menselijkheid cruciale begrippen vindt in een samenleving. Cordon sanitheore, het is maar een idee, fatsoenlijke luitjes.



De meester, hij begint niet meer

Memories & mijmeringen, Samenleving Posted on za, oktober 23, 2021 11:28:50

Het lerarentekort dat nu al een dikke week de voorpagina’s van onze kranten domineert, komt niet uit de lucht vallen. Dit is geen meteoor die, onaangekondigd, ‘Surprise!’ roept en vervolgens in één klap onze levens vergalt. Of een virus dat vrolijk begint rond te dwarrelen. Drie jaar geleden waarschuwden experten al voor dit probleem. Drie jaar later is het er. Zo gaat dat.

‘Gouverner, c’est prévoir’, zegt het spreekwoord. Regeren is vooruitzien. Als onze regeringen, meervoud, één ding niet doen is het dat wel, vooruitzien. De waan van de dag is belangrijker geworden dan het algemeen belang. Wie een toekomstvisie heeft in de politiek, vloekt in de kerk van het status quo. Opportunisten hebben idealisten, ideologen en humanisten deze eeuw van het voorplan verdrongen. O, kijk daar, een boerkini. Of: hier zie, een nieuwe poll en we gaan, euh, niet echt heel zwaar achteruit. En, neen, de vreemdelingen komen er níet in!

Vorig jaar werd er schande gesproken dat de scholen zo lang dicht moesten blijven tijdens de eerste lockdown, onze bloedjes van kinderen zouden ocharme een grote leerachterstand oplopen. Vandaag is er niet alleen die achterstand, maar wordt die ook nog wat groter, bij gebrek aan leerkrachten. Het wekelijkse aantal uren ‘studie’ — een eufemistische term om te verdoezelen dat er op dat ogenblik net níet gestudeerd wordt, maar enkel de tijd verbeuzeld — is niet meer op de vingers van één hand te tellen. In de lente van 2020 werd er online vergaderd tot iedereen er horendol van werd, in het belang van het kind. Nu heeft de minister snel een stuk of tien mogelijke maatregelen op een papiertje gekribbeld, in het belang van zijn eigen hachje. Arm Vlaanderen.

***

Om mijn eigen schooltijd te kunnen reconstrueren, moet ik diep doordringen tot in de spelonken van mijn geheugen. De meester had vroeger een veel stevigere reputatie, al zou dat ons, boefjes, niet tegenhouden om de zwakkere exemplaren in de lerarenkudde te koeioneren. Zo gaat dat overal ter wereld in het Grote Dierenrijk. Je zoekt de mankepoten uit en begint op hen te jagen. Dat is ’t makkelijkst. In de praktijk betekende dit dat minder strenge leraren de dupe werden van dat jonge geweld. Ik weet niet of de feiten intussen verjaard zijn, maar: sorry daarvoor, meester (m/v). Het was sterker dan onszelf.

De beste meesters waren diegenen met natuurlijk gezag. Niet de man die zich introduceerde met de woorden ‘Ze noemen mij de bloedhond, het kapmes en de hakbijl’ en die tijdens een van de eerste lessen een bordveger door een kartonnen wand smeet omdat er gebabbeld werd in zijn klas. Akkoord, het was effectief, we zwegen van dan af, maar angst is nog lang geen respect. Ook niet de professor die vlak voor zijn pensioen stond en een stel achttien- tot twintigjarigen opdroeg om te zwijgen in de les, zo niet ‘Buiten!’ Zielige ventjes waren dat. Van decibels leer je weinig.

De beste meesters stonden niet met het schuim op de lippen voor de klas, noch met knikkende knieën. Ze deden wat ze deden, omdat ze wisten wat ze deden en ervan overtuigd waren dat ze een stel schobbejakken met een prettig gevuld hoofd de wijde wereld moesten insturen. Dank u daarvoor, meesters, al ben ik aan de rijkelijk late kant. Zo gaat dat nu eenmaal: dankbaarheid uit zich in stilte, te laat, te weinig.

***

De wereld is grondig veranderd en toch is de verhouding leraar-leerling volgens mij niet zo grondig gewijzigd. Aan de ene kant nog altijd kennis van zaken in combinatie met gezond zelfbewustzijn en didactische kwaliteiten, óf bulderen om je gelijk te halen, óf knikkende knieën, aan de andere kant zien hoe ver je te ver kunt gaan. Er is wel één groot maatschappelijk verschil. De meester van 2021 is niet meer de meester van pakweg 1971. Het aanzien van het beroep is achteruitgegaan. Dat geldt niet alleen voor De Meester, maar ook voor De Politicus, De Notaris, De Burgemeester of Meneer Pastoor. En er staat weinig of niets tegenover dat dalende aanzien. Lieden in andere beroepen lachen weleens met een leraar die op de vraag ‘Wat doet u?’ antwoordt ‘Ik stá in het onderwijs’. Haha, hij stáát in het onderwijs en wat doen wij dan: zítten, misschien? Ach, dat is nog onschuldig, het zijn plaagstootjes, net als dat eeuwige gemonkel als het over het aantal vakantiedagen gaat. Meer dan drie maanden, de gelukzakken!

Als het zo eenvoudig was, stónd nagenoeg iedereen in het onderwijs, maar dat is dus niet zo, anders was ik nu al niet zevenhonderd woorden ver in deze blogpost. Het voorzetsel ‘onder’ domineert ons onderwijs: onderbetaald, ondergewaardeerd, ondermaats, onderbemand. Als ik mij even een vergelijking met de ondergewaardeerde (en, toegegeven, vaak ook ondermaatse) scheidsrechters in het Belgische voetbal mag permitteren: ze verzuipen in de regeltjes, hele en halve reglementswijzigingen, het verbod om zichzelf te kunnen zijn, vastgeroeste structuren (of het gebrek aan enige structuur), orders van bovenaf die om de haverklap veranderen.

Dit is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Misschien moeten we eens wat minder lachen met dat in het onderwijs stáán of aan die vele vakanties. Wellicht moeten de bestaande structuren worden aangepast aan de moderne tijd. Waarschijnlijk moet er ruimer gerekruteerd worden (jawel, dames en heren van de rechtse partijen, iemand met een hoofddoek kan ongetwijfeld een volwaardige leerkracht zijn, praat er eens mee, probeer het eens uit, wees niet zo defensief). Zeer zeker moet de aangekondigde besparing van honderd miljoen euro in het Vlaams onderwijs worden omgedraaid. We moeten verdomme investeren, niet besparen. Meneer Weyts — ik zie geen Meester in hem — moet niet de populairste van het Vlaamse Regeringsklasje proberen te zijn (‘Hier zie, mannen, een zak met geld. Goed hé!’), hij moet zijn job doen. Hij moet niet zitten azen op collegiale schouderklopjes, hij moet zelf op het terrein schouderklopjes uitdelen, onder meer in de vorm van hogere verloningen.

***

Meester, mag ik u alsnog van harte danken voor de moeite? En Meesters van de toekomst: veel succes, courage, en ook, dank op voorhand.



Werkvreugde en werkverdriet

Economie, Samenleving Posted on za, oktober 16, 2021 11:25:27

De jacht op de langdurig zieken is geopend. Zij zullen strenger worden aangepakt, zo vernamen we deze week. ’t Zal gaan tijd worden, riepen VBO, Voka en Unizo quasi unisono. De helft van de langdurig zieken is fake omdat er totaal geen controle is, tweette ‘ondernemer-Vlaming-Europeaan’ Rudi De Kerpel, de buikspreekpop van de N-VA, altijd in voor een kort-door-de-bochtse opmerking. Ik ken een paar mensen die langdurig ziek zijn, ik kan u verzekeren dat ze wél gecontroleerd worden, zeer indringend zelfs, op het randje af van het beledigende. Stijl: hoe kan het dat u nog altijd ziek bent, meneer/mevrouw? Niet de ziekte is fake, maar de opmerking van de ‘ondernemer-Vlaming-Europeaan’.

Wat ik wel prima vind — maar VBO, Voka, Unizo en Rudi De Kerpel dan weer net iets minder —, is dat werkgevers nu ook kunnen worden gesanctioneerd als er te veel langdurig zieken zijn binnen het bedrijf. Want, ja, er zijn inderdaad profiteurs: een kleine minderheid, schat ik, mensen leveren echt niet voor het plezier van niet meer te hoeven gaan werken een flink deel van hun salaris in om een leven als paria te leven, zonder al te veel sociale contacten. Als meneer De Kerpel zo iemand kent, à la bonne heure, dat hij die kwaadwillige valsspeler maar aangeeft, ik zal hem zelfs steunen. Maar het grootste probleem met burn-outs ligt ‘m in de werkomgeving of -organisatie.

Ik heb op een redactie rondgelopen waar de ene na de andere medewerker van een bepaald departement afhaakte en maandenlang thuisbleef, helemaal opgebrand, leeg, niet meer in staat om de eenvoudigste klusjes te doen. Slachtoffer van de werkdruk, steeds veranderende opdrachten en een leidinggevende die geen verstand had van people management. Als je de leden van je ploeg alleen maar als getallen ziet — body counts in het jargon, ook wel FTE’s —, dan mag je nooit in die positie belanden, want dan ben je onbekwaam om met mensen om te gaan. Ambetant als collega, tot daaraan toe, maar vooral: onmogelijk als baas. Zo iemand is doorgaans ook zeer goed in wat, eveneens in het jargon, likken naar boven en stampen naar beneden wordt genoemd: alles doen om je eigen baas te plezieren, problemen op de dienst en je eigen slechte functioneren afwentelen op je medewerkers. Zo gemakkelijk, zo zielig, en toch kom je dit op heel veel werkplekken tegen.

Behalve bij een aanwijsbaar fysiek probleem heeft langdurige ziekte meestal te maken met onduidelijke of onhaalbare opdrachten, een inadequate werkorganisatie, een opeenvolging van drastische herstructureringen of reorganisaties binnen het bedrijf, een verziekte bedrijfscultuur, of een ronduit onbekwame baas, en niet zelden een combinatie van een drietal factoren. Toen ik in 2015 mijn boek Als het werk stopt schreef, over de problematiek van werkzoekende 50-plussers, was het redelijk nieuwe buzzword ‘werkbaar werk’. Ettelijke vergaderingen en werkgroepen later is er nog altijd geen werk van gemaakt. Het excuus is dat men het maar niet eens raakt over wat ‘zware beroepen’ zijn. De vakbonden willen een te lange lijst, de werkgevers een te korte, de minister van Werk kan geen knopen doorhakken. En ja, zowel vakbonden als werkgeversorganisaties zijn te verstard, te conservatief, te veel gericht op het status quo, dat voor beide anders is.

Er zullen inderdaad zwaardere beroepen dan andere zijn. Iedereen kan voor de vuist weg zelf een lijstje opstellen, waarbij de nadruk op het fysieke zal liggen. Veel ingrijpender dan de lastigheid van het werk lijken me de concrete omstandigheden. In een prettige werksfeer zullen mensen liever gaan werken en minder snel ziek worden. Dat psychische aspect — je gewaardeerd en gerespecteerd voelen, een correcte verloning ontvangen, kansen zien en krijgen om door te groeien, een omgeving waar rekening wordt gehouden met de werkdruk en het privéleven — is minstens even belangrijk, maar dat zal de De Kerpels van deze wereld saucisson wezen. Waarmee ik niet wil beweren dat álle hiërarchische oversten niet deugen, maar procentueel zal het aantal onbekwame leidinggevenden dichter tegen de vijftig procent aanleunen dan het aantal denkbeeldige zieken die profiteren van de sociale zekerheid.

Het groeiend aantal langdurig zieken is een gevolg, niet de oorzaak van de problemen op de arbeidsmarkt. De burn-outs vloeien voort uit een te kort schietende bedrijfscultuur, ze liggen niet aan de basis ervan. En zelfs als er mensen zijn die te lang en te graag thuisblijven, dan nog moeten we dit zien als het resultaat van een (werk)omgeving die dit soort gedrag veroorzaakt. In deze discussie worden oorzaak en gevolg al te vaak omgekeerd.

Ik wens mensen die een promotie of een overstap aankondigen altijd veel succes én veel werkvreugde, want daar begint het mee: plezier hebben in je werk. Veel te veel actoren wensen alleen maar dat succes, vrij te vertalen als: meer geld, meer aanzien, meer mogelijkheden om nog verder door te groeien. Meer, meer, meer. Dat leidt weleens tot werkverdriet. We zijn als samenleving te weinig bezig met en geïnteresseerd in het échte welzijn van de werkende mens. Plus est en nous, als het op (mede)menselijkheid aankomt.



Volgende »