Donderdag 15 februari 1979, iets na negenen ’s morgens. Professor Kruithof stapt goedgemutst het leslokaal binnen van het aftandse schoolgebouw van het RITCS aan de Naamsestraat in Brussel, in wat voorheen de bank van Congo was geweest. Hij glimlacht. In plaats van zijn cursus Kulturologie – dan nog met een ‘progressieve’ K vooraan – open te klappen, die ik als dubbelaar van het eerste jaar voor de tweede keer moet doornemen, al is dat niet meteen tegen mijn zin, begint hij met een betoog over de machtsovername in Iran.
Vier dagen eerder heeft ayatollah Ruhollah Khomeini de scepter overgenomen van de gevluchte sjah, Reza Pahlavi. Kruithof vindt dit buitengewoon goed nieuws, dus vinden wij, argeloze studenten, dat ook goed nieuws. We zijn jong, we weten tot welke verwoestingen de Vietnamoorlog geleid heeft en we worden, net als de prof, die nog geen vijftig is op dat moment, gevoed door rabiaat anti-amerikanisme. Daarbij hoort een kritische houding tegenover de corrupte en door de Verenigde Staten gesteunde sjah. Als de sjah weg is, zal alles beter worden, luidt de teneur.
Ik heb het er later nooit nog met Jaap Kruithof over gehad, of zijn initiële juichkreten niet te voorbarig waren, als je al heel snel zag dat het nieuwe regime nóg intoleranter was en op vele vlakken, behalve dan misschien het financieel-economische, nóg corrupter dan dat van de verderfelijke sjah. Onder de sjah genoten de Iraniërs schijnvrijheid. Vrouwen liepen er kortgerokt en op hoge hakken door de straten van Teheran en andere steden, de foto’s passeren tegenwoordig weer vaak op sociale media, om op een vals-nostalgische toon te illustreren wat er allemaal kon en mocht toen. Vergeten wordt dan dat de sjah niet alleen corrupt was en aan zelfverrijking en nepotisme deed, maar ook via zijn genadeloze geheime dienst Savak politieke tegenstanders opspoorde, opsloot, martelde en, niet zelden, de dood injoeg. Onder Khomeini werd de onvrijheid totaal – vrouwen werden tweederangsburgers en moesten religieus verantwoorde kleding dragen –, waardoor de schijn werd gewekt dat hij véél erger was dan de sjah. Erger, ja, dat zeker, maar véél erger?
Ben je vrij als je mag dragen wat je wil, maar niet mag zeggen of denken wat je wil?
Khomeini en na hem Khamenei waren meedogenloze hardliners, die voor hun religieuze terreur konden rekenen op vazallen die zich in ruil voor volstrekte onderdanigheid president mochten noemen en die, als ze al eens een eigengereide koers wilden varen, zonder pardon opzij werden gezet. Iran werd een van de meest onverdraagzame landen ter wereld, er is nochtans keuze te over wat dat betreft. Er valt veel te zeggen over de achterhaalde en sowieso al door eigenbelang aangestuurde kolonialistische visie van het brede Westen – van de Verenigde Staten tot West-Europa –, maar de antiwesterse theocratie die Khomeini invoerde en Khamenei voortzette kan op geen enkele manier goedgepraat worden, dat zou professor Kruithof ook wel toegeven mocht hij nog leven, vermoed ik.
We moeten dus vooral geen traan laten om de minutieus geplande uitschakeling van Khamenei. Good riddance! Maar we moeten evenmin zijn dood toejuichen alsof het de beste oplossing voor de Iraniërs is. En, heel eerlijk, als morgen Trump of Netanyahu door een precisiebombardement wordt getroffen, zal ik evenmin een traan laten. Dat zou ook ‘Good riddance!’ zijn. Het gaat hier niet om het uitschakelen van het grootste kwaad, want de narcistische despoot Trump en de genocidaire Netanyahu zijn geen haar beter dan Khamenei (of Khomeini).
En de vraag die zich nu stelt is niet: wie wint deze oorlog? Wordt het overigens wel een full-blown oorlog, op een veel grotere schaal dan de huidige strook in het Midden-Oosten? Neen, de vraag is: wat wint de Iraanse burger hierbij? Wordt die er beter van? Het erge aan de militaire actie die precies een week geleden is begonnen, is dat die vraag niet eens gesteld wordt. Het gaat om het treffen van het Iraanse regime. What’s next? Is daar al over nagedacht? Mijn beredeneerde gok: neen.
Trump heeft zich laten meeslepen in het verhaal van Netanyahu, die na zijn slachtpartij onder de Palestijnen, nu ook erfvijand Iran wil treffen en Hezbollah uitschakelen in Libanon. Dat kan hij niet alleen, daarvoor heeft hij de steun nodig van die onvoorwaardelijke bondgenoot van over de oceaan. En Trump kan nu eventjes de aandacht afleiden van de ‘Epstein-files’, die hem in nauwe schoentjes dreigen te brengen. Herinner u dat Ronald Reagan in de oorlog tussen Iran en Irak, van 1980 tot 1988, de aandacht rond een schandaal over de verkoop van wapens aan Iran en het gebruik van de opbrengst daarvan om de (extreemrechtse) Contra’s in Nicaragua te sponsoren (‘Contragate’ of ‘Iran-Contra-affaire’, zoek het maar op) afleidde door het onooglijke Grenada binnen te vallen. Oorlog op de voorpagina’s is nog altijd beter dan een politiek schandaal waarbij je zelf het middelpunt bent.
Netanyahu weet wat hij wil: het regime in Teheran destabiliseren, Hamas en Hezbollah monddood maken, met zijn kernwapenarsenaal de regio afschrikken. Kortom, de boeman spelen. Klein land, groot wapenarsenaal. Trump weet niet wat hij wil: hij beslist elke dag iets anders. En dat is niet eens typisch Trump: het is typisch Amerikaans. De Amerikanen weten niet wat ze willen en hebben dat ook nooit geweten.
Tijdens de reeds genoemde oorlog tussen Iran en Irak steunden ze eerst Iran, naar het einde toe Irak, waardoor Saddam Hoessein zich gesterkt voelde om Koeweit in te palmen, wat dan weer een brug te ver was voor de op olie beluste Amerikanen. Het gevolg was de Eerste Golfoorlog, en later de Tweede Golfoorlog, waarna Hoessein werd gearresteerd en opgehangen, en Irak aan zijn lot overgelaten. Ex-bondgenoot.
Tijdens de Sovjetinvasie van Afghanistan, tussen 1979 en 1989, begonnen de Verenigde Staten het religieus getinte verzet te steunen, onder het motto de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden. Een van die verzetsleiders was ene Osama bin Laden, die tweede helft jaren negentig niet langer ‘Dankuwel’ zei en aanslagen begon te plegen op Amerikaanse gebouwen en burgers. Ex-bondgenoot.
Amerikanen kennen niets van geopolitiek. Het interesseert hen ook niet. Er zijn maar twee redenen om te interveniëren voor hen: financieel-economisch eigenbelang en imperialistische machtshonger. ADHD-politiek is het, gericht op nú, niet op morgen en al zeker niet op de middellange termijn. Dat was zo in Vietnam, in Irak, in Afghanistan, en nu in Iran. They don’t care. Een narcist is voor de wapenindustrie ginds een ideale president. Hij doet en zegt dan wel, zelfs in hun ogen, geregeld vreemde dingen, op het einde van de rit is hij een nuttige marionet. Die zichzelf op de borst klopt over zijn dadendrang. Tel uit je winst, denken de wapenfabrikanten.
Als het de Amerikanen, en andere landen, écht te doen zou zijn geweest om de belangen van het Iraanse volk, dan zouden ze de ondergrondse bewegingen in Iran al jaren geleden uitgebreid gesteund hebben, financieel en militair, in de vorm van harde cash en al even harde wapens.
Een revolutie kan niet van buitenaf opgelegd worden, die moet van binnenuit starten.
Een revolutie begint niet met bommen die vijandige machten droppen, die moet intern worden uitgedokterd (met eventueel wat logistieke hulp van buitenaf).
Een revolutie is iets dat op een organische wijze moet ontstaan in het land zelf en door (een deel van) het volk, niet door onwetende buitenstaanders.
Om Gil Scott-Heron nog eens te citeren: the revolution will not be televised. De huidige beeldenstorm van ontploffingen en rookpluimen her en der zijn louter entertainment voor de nieuwskijkers in de wereld. Belangrijker is wat we níet zien. Staan er binnen Iran krachten klaar om het regime over te nemen? De zoon van de sjah, zo wordt gespeculeerd, maar kan je dat wel maken en is dit geen nieuwe start voor het nepotisme van weleer? Hoe vul je het herstel van de democratie in? Kun je dat wel invullen en verkijken we ons niet op onze westerse interpretatie van wat een democratie behoort te zijn?
Met ADHD-politiek los je het fundamentele probleem van de anti-fundamentalisten in Iran niet op. Zij verdienen beter dan dit waanzinnige spektakel, die hen geen spetter vrijheid garandeert, hooguit het kortstondige juichen na de dood van een despoot. Een van de komende dagen vindt Trump het genoeg geweest en worden de Iraniërs – die zijn interventie in eigen land en elders nu misschien nog luidkeels toejuichen – alweer aan hun lot overgelaten, zoals dat al decennialang gebeurt. Kunnen ze het vervolgens zelf uitzoeken en uitvechten in (mogelijk) een burgeroorlog. Ook dat zou typisch Amerikaans zijn. Après nous le déluge (maar dan in het Amerikaans-Engels).
Ondertussen telt Netanyahu zijn winst uit. Wanneer wordt die man voor het Internationaal Gerechtshof gebracht? En zullen we ‘vredestichter’ en zelfverklaarde Nobelprijs voor de Vrede-kandidaat Trump dan ook meteen op het bankje naast hem zetten?
