Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

G.O.A.T. (3 t/m 1)

Memories & mijmeringen, Sport Posted on za, juli 04, 2020 12:45:56

De laatste rechte lijn. Wie zijn in mijn ogen de Greatest Of All Time in de mannensport en wie is de absolute nummer één?

20. Ole Einar Bjørndalen

19. Joe Montana

18. Babe Ruth

17. Wayne Gretzky

16. Mark Spitz

15. Tiger Woods

14. Emil Zátopek

13. Joe Louis

12. Pelé

11. Bob Beamon

10. Eddy Merckx

9. Lionel Messi

8. Roger Federer

7. Michael Phelps

6. Jesse Owens

5. Usain Bolt

4. Paavo Nurmi

3. CARL LEWIS (°1961). Ik vind het een beetje vreemd van mezelf dat ik spurter Lewis plaats boven die andere spurter, Usain Bolt (op nummer 6), de huidige wereldrecordhouder. Ook Lewis was, net als Bolt, een showman die geweldig snel kon lopen. Hij had dan nog de pech dat de Verenigde Staten de Olympische Spelen van Moskou in 1980 boycotten, in volle Koude Oorlog en nadat Sovjettroepen acht maanden voordien Afghanistan waren binnengevallen. Lewis, dan negentien, stond op dat ogenblik al te popelen om naar olympisch succes te streven. Nu blijft het bij 9 gouden medailles (eentje meer dan Bolt) op vier Spelen en tien keer goud op WK’s (eentje minder dan Bolt). In het verspringen bleef hij tien jaar langer ongeslagen: 65 opeenvolgende overwinningen, een ongeziene prestatie op dat nummer. Het IOC verkoos hem tot Sportman van de Eeuw, het gerenommeerde blad Sports Illustrated riep hem uit tot Olympiër van de Eeuw, maar de zelfingenomen, hautaine, afstandelijke Lewis werd nooit echt een publiekslieveling. Jaren na zijn afscheid werd onthuld dat hij eigenlijk niet had mogen deelnemen aan de Spelen van Seoel vanwege een achtergehouden, positief dopingstaal, nota bene voor de Spelen waar Ben Johnson goud werd ontnomen vanwege… dopinggebruik.

2. MICHAEL JORDAN (°1963). Voor wie The Last Dance heeft gezien, heeft Michael Jordan geen geheimen meer. Egoïstisch, voortgestuwd door een niet te stillen ambitie, maar bovenal wel de beste in zijn vak. Zes NBA-titels met de Chicago Bulls, vijf keer uitgeroepen tot beste speler van de competitie, zes keer tot Most Valuable Player van de Finals, tien keer topscorer, veertien keer present in het NBA All-Star Game, de jaarlijkse parade van de toppers. Twee keer olympisch kampioen met het ongenaakbare Dream Team, in 1984 en 1992, op momenten dat de grens tussen professionele- en amateursport vervaagde op de Spelen. Stopte een eerste keer met basketten na de moord op zijn vader, keerde terug en maakte onder meer die fameuze korf in de zesde wedstrijd van de Finals van 1997, stopte weer en probeerde het nog één keer, al was dat laatste niet zo’n goed idee. Air Jordan. His Airness. De man die in de lucht kon blijven hangen om te scoren. Volgens velen de beste aller tijden. In mijn ogen de op één na beste. Want…

1. MUHAMMAD ALI (1942-2016). Er kan er maar een ‘the greatest’ zijn. Zijn andere bijnaam, ‘The Louisville Lip’, dankte hij aan een combinatie van zijn geboortestad in de staat Kentucky en zijn grote mond. Als Cassius Clay, zijn naam bij geboorte, won hij olympisch goud in Rome, 1960, dan nog in het halfzwaargewichten. Zijn grote triomfen boekte hij als zwaargewicht. Nog altijd onder de naam Clay versloeg hij regerend wereldkampioen Sonny Liston — sportief was hij uiteraard geweldig, maar vooral de hilarische persconferenties met de dichterlijke vrijheden van grote mond Clay zijn bijgebleven, “Float like a butterfly, sting like a bee” —, daarna werd hij lid van de Nation of Islam, veranderde hij van naam (Clay was zijn ‘slavennaam’), weigerde hij om zich klaar te maken om naar Vietnam te gaan (waardoor zijn bokslicentie en bijgevolg ook zijn wereldtitel werden afgenomen) en werd hij een mondige voorvechter van gelijke rechten, al was die Nation of Islam natuurlijk ook wel een gewelddadige organisatie. Pas in de jaren 70 kreeg zijn reputatie mythische proporties na kampen tegen Joe Frazier (2 keer) en George Foreman. Als tiener stond je ’s nachts op voor de ‘Fight of the Century’, ‘The Rumble in the Jungle’ en de ‘Thrilla in Manilla’. Van zijn 61 profkampen won Muhammad Ali er 56 (37 op K.O.), maar die laatsten waren er te veel aan en zullen niet vreemd zijn geweest aan de vroegtijdige ontwikkeling van de ziekte van Parkinson. Ik blijf me Ali herinneren als de sportman die deed dromen van een betere wereld en die tegelijkertijd ook nog eens een onweerstaanbare topatleet was. The greatest, inderdaad.



G.O.A.T. (10 t/m 4)

Memories & mijmeringen, Sport Posted on do, juli 02, 2020 22:21:02

Een Belg in deze lijst aller tijden, een combinatie van een heel klein beetje chauvinisme en een uitzonderlijke erelijst. Niet Gaston Roelants, Olympisch kampioen op de 3000 meter steeple in 1964, want de Afrikanen liepen toen nog niet mee op de Spelen. Niet Robert Vande Walle, daarvoor blijft judo toch een beetje een nichesport, hoe mooi hun prestaties ook waren. Niet Frederik Deburghgraeve, die in 1996 in Atlanta eerst het wereldrecord verbeterde en dan olympisch kampioen werd, want het was ‘slechts’ op de schoolslag. Zeker ook geen Belgische voetballer, laat die eindelijk ook maar eens iets winnen. Dus…

20. Ole Einar Bjørndalen

19. Joe Montana

18. Babe Ruth

17. Wayne Gretzky

16. Mark Spitz

15. Tiger Woods

14. Emil Zátopek

13. Joe Louis

12. Pelé

11. Bob Beamon

10. EDDY MERCKX (°1945). Een droge opsomming van zijn voornaamste prestaties volstaat om duidelijk te maken dat hij de beste wielrenner aller tijden is, terwijl de concurrentie (Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Raymond Poulidor, Joop Zoetemelk, Lucien Van Impe, enzovoort) zwaarder was dan de toppers van later en nu moesten ondervinden. 525 zeges. 5 keer de Tour en de Giro, 1 keer de Vuelta. 3 x wereldkampioen bij de profs (1 keer bij de amateurs). 7 x (!) Milaan-San Remo, 5 x Luik-Bastenaken-Luik, 3 x Parijs-Roubaix en Gent-Wevelgem, 2 x Ronde van Vlaanderen, Ronde van Lombardije en Amstel Gold Race. Van de grote klassiekers van toen ontbreekt alleen Parijs-Tours, tegenwoordig een tweederangskoers. En ja, drie keer betrapt, niet altijd in even duidelijke omstandigheden, maar ongetwijfeld de beste van een generatie en beter dan Anquetil, Hinault en Armstrong. En alle andere Belgen. Waarom dan niet hoger in de ranglijst, aangezien hij zijn sport toch tien jaar lang gedomineerd heeft? Wielrennen was in de tijd van Merckx geen wereldsport. Vijf landen waren er ernstig mee bezig (België, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland), een stuk of vijf anderen hadden wel een of andere vrijbuiter. De rest van de wereld keek niet eens toe. Daarom.

9. LIONEL MESSI (°1987). Beste dribbelaar. Check. Snelste détente. Check. Geweldig speloverzicht. Check. Individueel top, maar ook teamplayer. Check. Man die wedstrijden beslist (700 goals intussen). Check. Sportieve speler. Check. Bekijk die erelijst: vier keer de Champions League, tien landstitels, zes bekers, vijf keer verkozen tot beste voetballer ter wereld, zes keer Europees topschutter. Messi doet dingen met een bal die je fysiek onmogelijk acht. Messi bedenkt openingen die niemand anders ziet. Mocht Messi vijftien jaar eerder zijn geboren en ook in Barcelona beland zijn, dan zou hij in het Barça van Cruijff jaar na jaar de Champions League hebben gewonnen, in een perfect een-tweetje tussen leermeester en ideale leerling. Nu kreeg hij de cruijffiaanse spelbenadering mee van diens leerjongen, Pep Guardiola. Neen, die wereldtitel zal er niet meer van komen, en voeg er gerust aan toe dat hij ook nog nooit de Copa América wist omhoog te steken als captain van zijn nationale team. Daarvoor is hij niet goed genoeg omringd bij Argentinië, of deugen de opeenvolgende bondscoaches niet.

8. ROGER FEDERER (°1981). Bijna negenendertig, maar nog altijd wereldtop, al moet hij tegenwoordig — tenminste tot vóór de coronacrisis — zijn grote toernooien uitkiezen. De Zwitser werd onder meer door zijn illustere voorgangers Borg, McEnroe en Agassi uitgeroepen tot beste aller tijden in zijn sport. In totaal stond hij 310 weken eerste op de wereldranglijst, een record. 237 weken daarvan, tussen 2 februari 2004 en 17 augustus 2008, was dat zelfs ononderbroken, ook dat is een absoluut record. Onder zijn 103 titels zitten twintig Grand Slamtoernooien: 8 keer Wimbledon, 6 keer de Australian Open, 5 keer de US Open en 1 keer Roland Garros. Hij is dan ook een specialist van de snelle banen. Olympisch goud blijft een werkpunt: in 2012 won hij zilver in Londen. Benieuwd hoe zijn oude knoken de corona-break doorstaan zullen hebben.

7. MICHAEL PHELPS (°1985). The Baltimore Bullet, beste olympiër ooit. 23 keer goud op vijf Olympische Spelen, waarvan de eerste, die van 2000 in Sydney, als opwarming golden voor de dan vijftienjarige. Met zijn acht gouden medailles van Peking (2008) streefde hij zijn landgenoot Mark Spitz, zeven keer goud in 1972, voorbij. Naast zijn olympische triomfen won de Amerikaan ook nog eens 26 gouden WK-plakken. Phelps is natuurlijk ook de koning van de veelzijdigheid, gezien zijn dominantie in de vrije slag, de vlinderslag en de wisselslag.

6. JESSE OWENS (1913-1980). De man die de Führer tartte in ‘zijn’ Berlijn. Op de nazi-Spelen van 1936 won Owens vier keer goud, op de 100 en de 200 meter, de 4 x 100 meter estafette, en het verspringen. Lang werd gedacht dat Hitler weigerde om de zwarte Amerikaan de hand te schudden na zijn gouden prestaties, maar dat is een mythe. Feit is dat Hitler aanvankelijk enkel de Duitse winnaars feliciteerde en toen hem daarop gewezen werd vanuit het olympisch comité, besliste hij om niemand nog de hand te schudden. Owens zei daar droogjes over: “Ik werd niet uitgenodigd om Hitler de hand te schudden, maar ik werd ook niet uitgenodigd op het Witte Huis om de president de hand te schudden.” Zijn grootste prestatie leverde hij trouwens in 1935, een jaar eerder. Hij liep en sprong toen zes wereldrecords in drie kwartier tijd. Na de Spelen van 1936 wilde de Amerikaanse Atletiekfederatie Owens te gelde maken, door hem aan zoveel mogelijk wedstrijden te laten deelnemen. Van de inkomsten zag de uitgeperste atleet zelf bitter weinig.

5. USAIN BOLT (°1986). Thunderbolt. The Lightning Bolt. De snelste man ooit op een atletiekpiste, met fabelachtige wereldrecords in zijn bezit: 9.58 op de 100 meter en 19.19 op de dubbele afstand. Zegevierde als enige ooit op drie opeenvolgende Olympische Spelen op de twee koninginnennummers van de spurt. In totaal is hij goed voor 8 keer goud op de Spelen, elf keer goud op WK’s. Wat de Jamaicaan zo uniek maakte, is dat hij naast een letterlijk onnavolgbare hardloper ook een geweldige showman was, die het publiek entertainde vlak voor de start, terwijl zijn concurrenten hem haast bibberend en bevend en vooral wezenloos voor zich uitstarend flankeerden. Probeerde het na zijn atletiekcarrière even als voetballer, met minder succes. Ook opmerkelijk: in een tijd dat het ene na het andere dopingschandaal losbarstte, bleef Usain Bolt onbesproken. Hij was écht zo snel.

4. PAAVO NURMI (1897-1973). Finse langeafstandsloper die de Olympische Spelen van 1920 (Antwerpen), 1924 en 1928 domineerde. In Antwerpen won hij de 10.000 meter en het veldlopen (plus het veldlopen in team), op de 5.000 meter werd hij geklopt. Vier jaar later was hij nóg beter geworden. In de voorbereiding op de Spelen van Parijs liep hij binnen de vijftig minuten wereldrecords op de 1500 en de 5000 meter. Het was een oefenstonde, zeg maar, omdat er tussen de finales van die loopnummers in Parijs ook amper 75 minuten zaten. Nurmi won ze allebei — tussendoor won zijn vrouw het speerwerpen — én het veldlopen én twee teamwedstrijden. In 1928 (Amsterdam) was hij de dertig voorbij. Hij moest tevreden zijn met goud op de 10.000 meter en zilver op de 5000 meter en de 3000 m steeple. Omdat hij als professional werd beschouwd, mocht hij niet deelnemen aan de Spelen van 1932, zodat zijn ultieme droom — de marathon winnen — niet doorging. Het bleef dus bij negen gouden en drie zilveren olympische medailles, en 22 wereldrecords.

Morgen: 3-2-1.



G.O.A.T. (20 t/m 11)

Memories & mijmeringen, Sport Posted on do, juli 02, 2020 12:52:09

Wie deze blog al een tijdje volgt, weet ik dat vorig jaar een eigenzinnige, persoonlijke top 20 van voetballers heb samengesteld. Voor wie er niet bij was, niet goed heeft opgelet of een slecht geheugen heeft: Lionel Messi stond op 1, Pelé op 3, Johan Cruijff op 3. Alleen die eerste twee staan ook in mijn G.O.A.T. Top 20, waarbij die afkorting staat voor Greatest Of All Time. Vandaag serveer ik u nummer 20 tot en met 11, morgen komen 10 tot en met 4 aan de beurt, zaterdag volgt de apotheose met de top 3.

Ik heb er lang over getwijfeld: wat doe ik met de vrouwen? Want hoe je het ook draait of keert, in een lijst met sportfiguren draait het vooral rond hun sportprestaties: het fysieke verschil tussen mannen en vrouwen komt daarin nadrukkelijk tot uiting. Mannen springen hoger, lopen sneller, zijn krachtiger, hebben een groter uithoudingsvermogen. Ik heb het niet over mezelf, maar over sportmannen die boven het gemiddelde uitsteken. Altijd zal een man het halen van een vrouw, ook al won de nog actieve tennisster Billie Jean King (30) in 1973 ‘the battle of the sexes’ van de luidruchtige, gepensioneerde tennisser Bobby Riggs (55) in drie sets. Het was een uitzondering, niet meer dan een demonstratiewedstrijd en het leeftijdsverschil speelde een belangrijke rol.

Een verdienste is dat niet, dat je man bent. Je bent zo geboren, die verschillen zijn er nu eenmaal. Maar het maakt wel dat als je sportmannen en sportvrouwen in de weegschaal legt, dit neerkomt op appelen met peren vergelijken. Twee keer fruit, dat wel, maar onvergelijkbaar.

In eer en geweten heb ik gepoogd vrouwen in mijn lijst te smokkelen. Ik dacht aan de Amerikaanse atlete Jackie Joyner-Kersee, koningin van de zevenkamp, aanwezig op vier Olympische Spelen, goed voor drie gouden, één zilveren en twee bronzen medailles. Ondanks nationale heldin Nafi Thiam blijft Joyner-Kersee het wereldrecord behouden, dat nu al bijna tweeëndertig jaar op haar naam staat. Ze is nooit betrapt op het gebruik van doping, verdachtmakingen waren er wel.

Die geruchten waren nog veel steviger bij de bijna buitenaardse prestaties van haar landgenote Florence Griffith-Joyner. Haar wereldrecords op de 100 en 200 meter zijn ook ruim dertig jaar oud: niemand kwam en komt enigszins in de buurt van die 10.49 en 21.34. Ze stierf op haar 38ste in haar slaap, waarna de dopingverhalen opnieuw opdoken. Bewezen werd het nooit, maar wie gelooft haar onschuld nog? En toch… die fenomenale tijden tonen nogmaals aan dat je mannen en vrouwen niet mag vergelijken, want de wereldrecords van Usain Bolt op diezelfde afstanden zijn respectievelijk 91 honderdsten (9.58) en liefst 2 seconden en 15 honderdsten (19.19) scherper dan die van Griffith-Joyner. ‘Buitenaards’ moet dus gerelativeerd worden tot ‘buitenaards in de vrouwenatletiek’. Het is wat het is.

Serena Williams, ook even aan gedacht, maar waarom eigenlijk? Ze verliest ongetwijfeld van de nummer 100 in het mannentennis. Kracht, snelheid, souplesse: ze wordt gewoon van de baan geblazen. Laat haar dus maar de nummer één aller tijden zijn bij de tennisvrouwen. Mijn conclusie: deze ‘GOAT’ is een mannenlijst, in de zomer van 2021 maak ik wel een vrouwenlijst, die wat mij betreft even waardevol is: dan kan ik tenminste peren met peren vergelijken.

Goed, de lijst. Er staat één Belg in, die volgt morgen. U weet wel wie. De eerste vier namen zijn er enkel om te bewijzen dat ik een wijsneus ben en Wikipedia-erelijsten kan aflezen als geen ander…

20. OLE EINAR BJØRNDALEN (°1974). Deze Noorse biatleet en langlaufer is de succesvolste winterolympiër (bij de mannen) ooit. Hij behaalde 20 keer goud, 4 keer zilver en 1 keer brons op zes Olympische Spelen. Daarnaast won hij 20 gouden, 14 zilveren en 11 bronzen medailles op wereldkampioenschappen. En met 95 overwinningen in wereldbekerwedstrijden is hij ook op dat vlak de beste aller tijden in de sneeuw.

19. JOE MONTANA (°1956). Quarterback van de San Francisco 49ers en de Kansas City Chiefs in de National Football League (NFL, American Football). Won vier keer de Super Bowl — het grootste eendagssportevenement ter wereld — en werd bij drie gelegenheden uitgeroepen tot Most Valuable Player, in deze in Amerika bijzonder grote sport. Dat laatste record deelt hij sinds 2015 met Tom Brady.

18. BABE RUTH (1895-1948). Honkballer/baseballer, noem het zoals u wilt, die zijn bijnaam ‘Babe’ dankt aan de jonge leeftijd, 19, waarop hij zijn eerste profcontract ondertekende bij de Baltimore Orioles. Op zijn identiteitskaart staat immers ‘George Herman’ als voornaam. Brak door bij de Boston Red Sox en, vooral, de New York Yankees. Maakte in 1927 als eerste speler meer dan 60 homeruns in één seizoen, een record dat standhield tot begin jaren 60. Is tot nog toe de enige die twee keer drie homeruns in een wedstrijd van de World Series sloeg.

17. WAYNE GRETZKY (°1961). Op heel wat Amerikaanse lijstjes staat deze Canadees bovenaan. Na basketbal, American Football en baseball is ijshockey de grootste sport in de States. In de National Hockey League (NHL) geldt Gretzky als The Great One. Niemand komt in de buurt van zijn totaal van 894 goals en 1963 assists, vooral opgetekend bij de Edmonton Oilers en de Los Angeles Kings. Geen andere ijshockeyer maakte meer dan 200 punten in één seizoen. Speelde met rugnummer 99 en stopte in ’99, op zijn 38ste. Vier landstitels, negen keer uitgeroepen tot Speler van het Jaar. “You miss 100% of the shots you don’t take,” zei hij ooit. Waarheid als een koe.

16. MARK SPITZ (°1950). De Amerikaanse zwemmer met de snor. Zijn succesperiode valt terug te brengen tot de Olympische Spelen van 1972 in München. Spitz won toen zeven gouden medailles, een record dat hij tot 2008 en Michael Phelps zou behouden. In Mexico-City, vier jaar eerder, had hij ook al twee keer goud gewonnen op de estafettenummers. Op de All Time-lijst van succesvolste medaillewinnaars op één editie van de zomerspelen, staat hij nog altijd op de vierde plek. En voor wie jong was begin jaren 70, was hij een tot de verbeelding sprekend figuur. Mede dankzij die snor, zonder twijfel. Stopte na de Spelen van München met competitiesport, voornamelijk omdat zwemmers toen nog amateurs waren: er viel niets te verdienen in hun sport.

15. TIGER WOODS (°1975). Vergeet even de uitspattingen naast de court van Eldrick Tont ‘Tiger’ Woods, hij is een van de beste golfers aller tijden. Er zijn er met een grotere erelijst, maar niemand overtreft de uitstraling van de eerste zwarte topgolfer, die al op zijn eenentwintigste The Masters won, zijn eerste van vijftien ‘major’-toernooien (5 keer The Masters, 4 keer het PGA Championship, 3 keer de US Open en The Open Championship). Toen de Amerikaan in augustus 1996, twintig jaar oud, zijn eerste contracten met sponsors Nike en Titleist ondertekende, waren dat de lucratiefste contracten uit de golfgeschiedenis.

14. EMIL ZÁTOPEK (1922-2000). De Locomotief. Zijn gouden drieluik 5000 meter-10.000 meter-marathon in Helsinki (1952) was onuitgegeven. In de periode daarvoor, 1949-1951, won de Tsjecho-Slowaak alle 69 wedstrijden waaraan hij deelnam. Op de 10.000 meter bleef hij zelfs zes jaar ongeslagen. In totaal vestigde hij achttien (18!) wereldrecords. Voor chauvinistische Belgen is hij de man die in 1948 in Londen op de 5000 meter de duimen moest leggen voor onze landgenoot Gaston Reiff. Zijn net even oude echtgenote Dana Ingrova won in 1952 het speerwerpen. Zátopek wordt ook herinnerd vanwege zijn lelijke loopstijl, waarbij het hoofd voortdurend schudde en het lichaam schokte. Als het maar vooruitging… Na de Praagse Lente van 1968, waarvoor hij openlijk sympathie toonde, werd Zátopek uit de Communistische Partij gezet en verplicht om eerst als bouwvakker en later als mijnwerker te gaan werken. Na de Fluwelen Revolutie van 1989 werd hij door Václav Havel in ere hersteld.

13. JOE LOUIS (1914-1981). Heel wat bokskenners beschouwen deze Amerikaanse zwaargewicht als de beste bokser aller tijden. ‘The Brown Bomber’ was meer dan elf jaar wereldkampioen, een periode waarin hij vijfentwintig keer zijn titel verdedigde, een unieke prestatie op dat niveau. Louis bokste met precisie én kracht, zijn stotencombinatie was ongezien in de bokswereld van de jaren 30 en 40. In totaal won hij 69 kampen (55 keer met knock-out) en verloor hij slechts drie keer.

12. PELÉ (°1940). Edson Arantes do Nascimento. O Rei, de koning. Meer dan duizend doelpunten, al moet er toch eens iemand al die jeugdwedstrijden opnieuw bekijken, want het lijkt overdreven veel. Behalve zijn lucratieve uitboljaren bij de New York Cosmos speelde hij zijn hele carrière, achttien seizoenen lang, voor Santos in eigen land. Twee en een halve keer wereldkampioen (Chili-1962 maakte hij vanwege een blessure niet tot het einde mee), vijf keer landskampioen in Brazilië, winnaar van de Copa Libertadores (de Zuid-Amerikaanse Champions League) en, als toemaatje, ook nog kampioen van Noord-Amerika met Cosmos, in zijn allerlaatste seizoen. Van de Braziliaanse regering mocht hij niet in Europa komen voetballen, omdat hij als ‘nationale schat’ werd beschouwd. Pelé dirigeerde, dribbelde, gaf assists en scoorde aan de lopende band. Maakte niet uit hoe: rechts, links, met het hoofd. Technisch briljant en razend snel. Mocht men ooit proberen de ideale voetballer te creëren in de vorm van een performante robot, zoek niet verder: inspireer hem op Pelé.

11. BOB BEAMON (°1946). Ik geef toe, dit is wel heel subjectief, want uiteindelijk blijft deze Amerikaan de man van één moment. De sprong van 8,90 meter op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-City. In de ogen van een negenjarig jongetje kon hij wat wij allemaal wel wilden kunnen in onze gekste dromen: vliegen. Beamon verbeterde het wereldrecord met maar liefst… 55 centimeter. Zijn op één na beste prestatie van dat jaar was trouwens ‘amper’ 8,33 meter. De olympische kampioen verspringen van vier jaar eerder, Lynn Davies, riep nog tijdens de wedstrijd dat Beamon het evenement had verstoord. En de optische meetapparatuur was niet berekend op zo’n verre sprong, officials moesten opnieuw overgaan op handmatige meting. Drieëntwintig jaar hield het ‘onbreekbare’ record van Beamon stand: toen sprong Mike Powell 8,95 meter. Dát record staat nu al negenentwintig jaar op de tabellen, langer dan dat van Beamon, en toch blijft die sprong van Bob Beamon veel meer tot de verbeelding spreken.

(Op basis van sportieve prestaties had hier misschien Michaël Schumacher (°1969) moeten staan. De Duitser werd zeven keer wereldkampioen in de Formule 1, tussen 2000 en 2004 zelfs vijf keer op een rij. Hij domineerde zijn sport meer dan wie ooit, al had Ayrton Senna zonder die crash op 1 mei 1994 meer dan drie WK’s kunnen winnen. Schumacher won 91 races, stond 155 keer op het podium, vertrok 68 keer vanuit poleposition, reed 77 snelste rondes: niemand deed of doet beter. Al was er ook controverse: hij negeerde signalen van de wedstrijdleiding, reed een concurrent in de vernieling, speelde haasje-over met een ploegmaat of parkeerde zijn wagen tijdens een kwalificatierit op het circuit van Monte Carlo dwars over de baan, zodat de tegenstanders zijn tijd niet meer konden verbeteren. Niet netjes.)

Morgen: 10 t/m 4.



De toestand is hopeloos maar niet ernstig

Sport Posted on zo, mei 17, 2020 12:39:06

Ooit was De toestand is hopeloos maar niet ernstig een gesmaakt humoristisch magazine op Radio 1, waarin vijf wisselende columnisten lachten met de actualiteit die was geweest. In volle coronacrisis bestelde Radio 1 zelfs nieuwe afleveringen, die tijdelijk op sportarme zondagen van 17 tot 18 uur op de luisteraar worden losgelaten in de plaats van Sporza Radio.

De titel van het radioprogramma kan ik met een gerust geweten lenen om het over de recente bewegingen van de Pro League te hebben. Vrijdagavond besliste die, na lang soebatten, dat het stopgezette voetbalseizoen 2019-2020 eindelijk een winnaar en een verliezer kent. Club Brugge is kampioen. Logisch, want in de elf wedstrijden die nog hadden moeten volgen – één in de reguliere competitie, tien in de play-offs -, zou het nooit die voorsprong van 15 punten (7 of 8 na de halvering van de punten na 30 speeldagen) hebben prijsgegeven. Dat Waasland-Beveren moet degraderen valt om sportieve redenen te verantwoorden, ook al had die club zich op de ultieme speeldag nog kunnen redden. Daar was wel een klein mirakel voor nodig: thuis winnen van AA Gent, de tweede in de stand, en hopen op verlies van KV Oostende tegen het al geredde Cercle Brugge.

Wie er promoveert uit 1B is niet duidelijk: ofwel de winnaar van het duel OH Leuven-Beerschot, ofwel Westerlo. Pardon?

Voetballen op de Noordpool

Beerschot had op zondag 8 maart die heenwedstrijd van het promotieduel met 1-0 gewonnen, in wat de voorlopig laatste voetbalwedstrijd op Belgische bodem is geweest, mét publiek nog wel. De terugwedstrijd van zaterdag 14 maart zou eerst om volksgezondheidsredenen achter gesloten deuren moeten plaatsvinden, waarna de Leuvense burgemeester Mohamed Ridouani besliste ze om veiligheidsredenen uit te stellen: er werd gevreesd voor een samenscholing van concurrerende fans buiten het stadion. De aankondiging van de lockdownmaatregelen van de Nationale Veiligheidsraad op 12 maart zorgde ervoor dat de match tot nader order gewoon werd uitgesteld. Dat uitstel werd daarna een soort afstel door het verbod op massa-evenementen tot eind augustus.

Een ruime meerderheid (84,07 procent) binnen de Pro League stemde vrijdag in met een scenario waarbij OH Leuven en Beerschot verplicht worden om dat beslissende duel te spelen. Nochtans zijn voetbalwedstrijden, ook achter gesloten deuren, tot en met 31 juli verboden door de Veiligheidsraad. Het zal dus moeten gebeuren in het weekend van 1 en 2 augustus, want een week later zou het seizoen 2020-2021 al moeten beginnen. Zelfs Marc Van Ranst kan niet voorspellen of voetballen tegen dan al zal kunnen. Van OH Leuven en Beerschot wordt wel verwacht dat ze ten laatste op 31 mei laten weten of ze tegen elkaar kunnen voetballen en waar.

Vindt OH Leuven-Beerschot niet plaats, dan stijgt Westerlo naar 1A, omdat die club eerste was geëindigd in de reguliere competitie, vóór OH Leuven (3) en Beerschot (5), vooral ook omdat Virton in principe nog een wedstrijd tegen Beerschot moet (her)spelen. De kans dat die match nog gespeeld wordt vóór sint-juttemis is echter erg klein en bovendien maakt het niet veel uit: Virton kon toch geen licentie bemachtigen voor profvoetbal. Maar er zit een juridische angel aan de beslissing van de Pro League. Artikel P1544 van het bondsreglement stipuleert namelijk dat de promovendus uit het duel met de winnaars van de periodetitels moet komen, tenzij die geen licentie zou hebben, een transferverbod kreeg opgelegd of niet in orde zou zijn met de infrastructuur, wat noch voor OH Leuven, noch voor Beerschot het geval is. Juristen zullen hier een kluif aan hebben.

Naar verluidt zou burgemeester Ridouani intussen iets inschikkelijker zijn geworden, maar wat als er van de Veiligheidsraad niet mag gevoetbald worden in België? Dan zou uitwijken naar het buitenland een mogelijkheid bieden. ‘Desnoods spelen we op de Noordpool’, riep ondervoorzitter Walter Damen van Beerschot spontaan. Waarom niet in Duitsland, fluisterde bondsvoorzitter Mehdi Bayat in. Maar wat dan met de veiligheidsmaatregelen? Wie zal dat coördineren? En wie zal dat betalen? Plus: wat met het thuisvoordeel van OH Leuven?

Bovendien stipuleert artikel B1402: ‘Het voetbalseizoen begint op 1 juli en eindigt op 30 juni.’ Wie met die informatie naar het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) trekt, wint geheid.

Ieder voor zich

Een rechtvaardiger en eenvoudiger scenario was in deze ongeziene omstandigheden denkbaar en lag zelfs op tafel. Club Brugge had het vorig weekend gelanceerd: 1A met 18 clubs, Waasland-Beveren degradeert niet, OH Leuven en Beerschot stijgen allebei. Dat druiste in tegen de wens om play-offs te organiseren van de meeste topclubs én van de nieuwe rechtenhouder, Eleven Sports, voor wie die opeenvolging van topwedstrijden als apotheose van een seizoen een extra verkoopargument is. Men had dat kunnen oplossen door de titelstrijd te beperken tot play-offs met vier in plaats van zes clubs, wat overigens in het nu aanvaarde voorstel óók het geval is.

Club heeft haar hand zwaar overspeeld. Niet alleen doorkruiste het discreet overleg binnen een speciaal opgerichte werkgroep – dat voorstellen moest formuleren om de knoop te ontwarren -, het zette ook nog eens kwaad bloed bij andere leden van de G5 en riskeerde zo het annuleren van het voorbije seizoen. Geen zestiende landstitel, dat zou pas een pijnlijke afgang geweest zijn. Dus liet Club zich gewillig de arm omwringen en aanvaardde het een compromisvoorstel: Club kampioen, 1A met 16 clubs, Waasland-Beveren degradeert, één club promoveert uit 1B, en daarbovenop staat Club nog eens een solidariteitsbijdrage van zo’n twee miljoen euro uit de inkomsten van de Champions League af, die dan verdeeld wordt onder de clubs die voor dit voorstel hebben gestemd. Stel je ook maar eens voor dat het seizoen zou geannuleerd zijn, zoals in Nederland is gebeurd. Geen kampioen, geen daler, geen stijger, maar dat doe je dan met de Europese tickets? Opnieuw KRC Genk – zevende na 29 speeldagen – naar de Champions League? KV Mechelen na dat jaartje schorsing alsnog naar de Europa League? Erg realistisch klinkt dat allemaal niet.

Voor de andere leden van de G5 betekende dit compromis het behoud van de lucratieve play-offs, voor de K11 werd de vrees op drie dalers volgend seizoen afgewend en blijft de financiële kloof met 1B gehandhaafd. Als puntje bij paaltje komt, is het ieder voor zich in die gelederen. Voor een paar euro’s meer plegen ze al eens een sportieve moord.

Dit alles betekent ook dat OH Leuven en Beerschot geen kern kunnen samenstellen voor volgend seizoen, want ze weten nog niet in welke reeks ze zullen uitkomen. Ze hebben de keuze: ofwel waag je je aan financiële avonturen en leg je nu al spelers vast met een 1A-salaris, terwijl de realiteit één kans op twee 1B wordt, ofwel riskeer je niet competitief te zijn omdat je geen spelers meer vindt om mee te kunnen in 1A. Een groter dedain tegenover 1B kon de Pro League moeilijk etaleren.

Tel de economische gevolgen van de coronacrisis en de financiële problemen waarmee een resem clubs nu al worstelen samen, en je weet dat er volgend jaar rond deze tijd weer enkele faillissementen zullen worden aangekondigd. Maar dat zijn zorgen voor later, zullen ze bij de Pro League denken. Áls ze daar al denken.



De man die kon multitasken

Sport Posted on di, maart 31, 2020 13:04:07

Mannen kunnen niet multitasken, zo wordt al jaren beweerd en drie jaar geleden werd het ook gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Ik ken welgeteld één uitzondering op die regel en die is sinds gisteren niet meer. André Meganck kon multitasken als geen ander. Als onhoorbare pion in de commentaarcabine van de VRT-televisie combineerde hij tot aan zijn pensioen in 2015 — hij was dan al zevenenzestig — een aantal taken die op het eerste, het tweede en het derde gezicht onmogelijk te combineren vallen. Hij noteerde tussentijden met zijn chronometer, zorgde voor technische assistentie van de commentatoren, contacteerde de sportbestuurder van de winnaar nog voor die de streep had overschreden en regelde een exclusief interview achteraf, moduleerde ondertussen de klank van een live gesprek tijdens de wedstrijd, en bakte, mocht dat gewenst zijn, desnoods ook nog een omelet voor Michel en José. Hij had hen dan al veilig naar de aankomstplaats gebracht en zou hen achteraf ook weer veilig naar hun hotel een eind verderop brengen, terwijl hij telefonisch driftig onderhandelde om een renner in Vive le vélo te krijgen. André zag er niet alleen uit als een krachtpatser, hij was dat op zijn manier ook.

De naam André Meganck had ik al horen vallen in tal van rechtstreekse wieleruitzendingen in de jaren 80 en 90, maar ik zag hem voor het eerst in levenden lijve toen ik halfweg de jaren 90 begon te freelancen voor de sportredactie van wat toen nog de BRTN heette. Het weekend van 7 en 8 september 1996 mocht ik met hem naar Valencia, waar de Vuelta op gang werd geschoten. Die werd dat jaar nog niet rechtstreeks en integraal uitgezonden op de Vlaamse televisie. Dus mocht deze jongen, een relatieve bleu van zevenendertig, met de-man-die-alles-kon-regelen — op dat moment achtenveertig — op stap. Mijn opdracht: interview de vier Belgen aan de start. Tom Steels en Axel Merckx zou ik moeiteloos herkennen, Hendrik Redant mogelijk ook, maar wie is die verdomde Bart Leysen? André loodste mij in het startdorp door de meute. Keek de zoon van de allergrootste mij aanvankelijk nog wat meewarig aan toen ik, ongetwijfeld hakkelend, vroeg of ik hem een paar vragen mocht stellen, dan verdween die hautaine blik toen André vanachter mijn rug tevoorschijn kwam. Op minder dan een halfuur tijd had ik vier Belgen, favoriet en uiteindelijke winnaar Alex Zülle, vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain en de Zwitser Tony Rominger, die de dag voordien zijn werelduurrecord was kwijtgespeeld, geïnterviewd, in een gelukkig niet in de montage gebruikte krakkemikkige versie van Duits en Spaans. Zeker dat laatste kwam neer op: je stelt een goed voorbereide vraag en weet vervolgens niet wat er precies wordt geantwoord.

André sprak Spaans, Italiaans en Duits met heel veel haar op, maar dat deerde hem niet. De boodschap kwam over. Hij kende iedereen en iedereen kende hem. Weigeren konden ze niet. Geen denken aan. Wie André in volle vaart zag aankomen, knikte al voor die had kunnen vragen of ze wilden meekomen voor een interview. Het was een pavloviaanse reflex in rennersmiddens: zijn wil was wet.

Prettige gezel, André. Al durfde ik hem niet aan te kijken in de auto. De eerste etappe van die Vuelta van ’96 ging van Valencia naar Valencia, met onderweg een paar hellingen van niemendal, maar voor een nieuwkomer in het milieu leek het wel of het om cols van buiten categorie ging. Bij elke bocht bergaf herhaalde zich hetzelfde patroon: André gaf plankgas, ging vlak voor de bocht op de rem staan en draaide keurig de vereiste richting uit. Mijn hart bonsde op plekken die ik me vooraf niet had kunnen indenken. Maar dat maakte al snel plaats voor vertrouwen: deze man wist wat hij deed. ’s Avonds eten en babbelen, het klikte. Bleek dat hij, net als mijn echtgenote en ik, een paar weken later op vakantie ging naar Toscane, waar we prompt afspraken in een etablissement in Firenze. Amici.

Een paar jaar later werd ik hoofdredacteur van de tv-sportredactie van de VRT en technisch gesproken dus ook zijn baas, al hoorde André, volgens een van die vele absurde administratieve regels die de openbare omroep eigen is, niet officieel tot de sportredactie. En dan nog: André was zijn eigen baas. Eigengereid, koppig, niet altijd even makkelijk om mee te werken, maar onwaarschijnlijk loyaal en betrouwbaar.

Ik permitteerde me een uitje naar het eens mondaine maar in 2001 nogal vervallen stadje San Remo, waar Karl Vannieuwkerke en Mark Uytterhoeven ’s anderendaags commentaar zouden geven bij de Primavera. Wat we gegeten hebben, weet ik niet meer, maar ik herinner me nog wel vaag dat de limoncello rijkelijk stroomde. André, de Bourgondiër, dronk vrolijk mee. Ik liet me verleiden om de volgende ochtend met hem te gaan joggen. “We gaan het rustig houden, hé?” zei hij bij het vertrek. Vijftig meter verder vroeg ik puffend en hijgend of het tempo iets naar beneden mocht. Limoncello is niet de ideale brandstof voor een loopje. En de definitie van ‘rustig’ klonk in het woordenboek van André lichtelijk anders dan in het mijne.

‘Meesterfixer’ werd hij genoemd, een term die hij overnam als titel van zijn met anekdotes doorspekte memoires. Als in oktober het parcours van de Tour van het jaar daarop werd voorgesteld, legde André de dagen nadien alle hotels vast voor de hele VRT-equipe. Klinkt eenvoudiger dan het is, want hij lette niet alleen op de centen — we konden erop rekenen dat de medewerkers niet in vijfsterrenhotels werden ondergebracht en dat de redactie dus geen budget meer zou hebben voor sportuitzendingen in het najaar —, maar zorgde er ook voor dat er logies werden gezocht die ver uit elkaar lagen. De ochtend- en middagequipe werd te logeren gelegd in de buurt van de vertrekplaats, de commentatoren en interviewers reden na de live uitzending door naar de omgeving van de volgende aankomstplaats, vaak tweehonderd kilometer verder, waar ze dan tegen middernacht aan hun avondeten konden beginnen. Ik herinner me niet dat het ooit is fout gegaan. De gps in het hoofd van André was veel performanter dan eender welk toestelletje dat te koop is.

Anekdote: tijdens de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta had de productie een zo goedkoop mogelijk hotel uitgezocht, waar bij aankomst de kakkerlakken over de muren bleken te lopen. Grote paniek en ergernis, behalve bij één man. In minder dan vierentwintig uur had André een oplossing gevonden in die olympische stad waar geen hotelkamer meer vrij was. Proper en betaalbaar. Intussen vervoerde hij de commentatoren van de ene naar de andere afgelegen plek, waarbij hij niet altijd de verkeersregels volgde. De feiten zijn verjaard, het mag weleens gezegd worden.

Om de parallel met de koers te trekken: André was een meesterknecht. Op drie kilometer van de streep zette hij zich op kop van het peloton, met de spurtbom van de ploeg in zijn wiel. Stoempend, wroetend, vloekend omdat die luilak zijn wiel niet kon houden. “Tandje bijsteken, verdomme,” je hoort het hem zo tieren. Niemand liet hij passeren, desnoods werd er een elleboogje uitgedeeld. En als de spurter het keurig had afgemaakt, stond hij goedkeurend te knikken bij de bus, ver weg van de camera’s. Hij had zijn job gedaan, maar het spotlicht van de roem was voor de ander. Hij kende zijn rol in het leven. Een goede knecht is beter dan een middelmatige meester. Het fenomeen Meganck.

Na zijn pensioen bleef André op Twitter actief. Zijn meer dan drieëndertigduizend volgers waren vaak eerder langs die weg op de hoogte wie er waar welke koers had gewonnen, dan via de officiële kanalen. Ooit zouden we samen nog eens gaan lunchen. Ooit is helaas nooit geworden. Het hart van de man die kon multitasken heeft het plots begeven. Bloedde het omdat er niet gekoerst wordt op wat normaal de hoogdagen van de Vlaamse wielrennerij hadden moeten zijn?

Rust zacht, André. Dank voor je trouw, je beschikbaarheid, je onverzettelijkheid, je koppigheid, ja, ook die.



Marc, Vincent, Michael, Karel, Wouter, Patrick, Philippe… et les autres

Sport Posted on za, januari 18, 2020 13:02:23

Alvorens u teleurgesteld weg klikt omdat het weer eens over voetbal gaat — die sjoemelende, overbetaalde, seksistische en maatschappijvreemde sujetten, weet u wel! —, een poging om u bij de les te houden. Heeft u al ooit gehoord van de film Vincent, François, Paul… et les autres? Het is een nogal donkere Franse prent van cineast Claude Sautet uit 1974, met in de hoofdrollen het kransje Yves Montand, Michel Piccoli, Serge Reggiani en Gérard Depardieu, die laatste een jong, aanstormend, slank talent van vijfentwintig. De plot draait rond een stel goed boerende heren die in het gezelschap van hun echtgenotes weekends doorbrengen in een plattelandsvilla, waarbij de vrouwen in de koetjes-en-kalfjeskamer worden gedropt en de heren de serieuze dingen des levens bespreken. Hun eigen problemen, bijvoorbeeld, en dat blijken er nogal wat te zijn. Een praatfilm, quoi, de kunst van het converseren moet je die Fransen niet leren. Maar ook een film die poogt dwars door de schone schijn heen te prikken, daar waar de echte tranches de vie te vinden zijn.

(Ziet u wel, zo interessant kan voetbal zijn. Als in een film. Doet u een poging om verder te lezen?)

Vincent etcetera bezorgde me de inspiratie voor de titel boven dit stukje, maar het scenario lijkt — mits wat fantasie — op wat er zich heden ten dage in Anderlecht afspeelt. Niet de gemeente, de voetbalclub. Afgelopen week werd er daar alweer een paleisrevolutie aangekondigd. Eigenaar-voorzitter Marc Coucke heeft de club nauwelijks twee jaar in handen. In die tijd heeft hij oude getrouwen geschoffeerd, bij het groot huisvuil gezet, beschuldigd van malversaties waardoor er nu aanhoudend lijken uit kasten vallen, hervormingen doorgevoerd en die hervormingen vervolgens weer hervormd. Dat kan, als je de enige baas bent. In dictaturen kan het snel gaan. Daarom niet goed, wel snel. Een paar maanden geleden werd speler-manager Vincent Kompany al officieus gedegradeerd door het in huis halen van Frank Vercauteren als hoofdtrainer. Nu is het de beurt aan Michael Verschueren om zonder dat het in zoveel woorden wordt gezegd een toontje lager te zingen. Hij is geen lid meer van de raad van bestuur en moet rapporteren aan de nieuwe CEO. Demotie is zeer zichtbaar, ook al probeer je het te ontkennen of minimaliseren.

Die CEO heet Karel Van Eetvelt en heeft een verleden bij Unizo en een voorlopig heden bij Febelfin. Man van de actie en de parler vrai. Hij zal gevoed worden door extern adviseur — tevens deeltijds spelersmakelaar en mediamogol — Wouter Vandenhaute. In de raad van bestuur zetelen wielermanager Patrick Lefevere en burgemeester Philippe Close. Die eerste heeft ervaring met het managen van teams, de tweede zou weleens van pas kunnen komen als er moet gelobbyd worden voor een nieuw stadion.

(U bent nog altijd mee, ook al houdt u niet van voetbal? Misschien zegt u wel: wat heeft dit met voetbal te maken? Inderdaad, dat is dé vraag. Zelfs de allerlaatste believers van ‘Trust the process’ beginnen zich dat ongetwijfeld af te vragen.)

Een bedrijf dat om de zes maanden grondig hervormt, is een bedrijf dat slecht draait. Laten we daar, enigszins kort door de bocht maar toch niet ver van de unieke waarheid verwijderd, van uitgaan. Hervormen doe je niet voor je plezier. (Sommige managers zullen dit tegenspreken, psycho- en sociopaten kom je nu eenmaal in alle milieus tegen, ook in deftige cercles.) Wat bij Anderlecht gebeurd is de voorbije dagen en weken, kom je wel vaker tegen in bedrijven in moeilijkheden: ‘we’ weten het niet meer. Huur een handvol consultants in, die zullen ons helpen. (Kost zakken vol geld zonder enige garantie.) Zet wat mensen aan de deur. (Ervaring en competentie weg.) Probeer de perceptie te keren. (Lukt nooit, zeker niet in een gemediatiseerde omgeving als het voetbal.)

Dit is een schoolvoorbeeld van hoe het eraan toe gaat in een ‘old boys network’. Ons kent ons. Marc kent Patrick van hun gezamenlijke tijd in het wielrennen en Wouter als ambitieuze ideeënman in diezelfde sport, mét toegang tot sommige media, Wouter is bevriend met Patrick en gaat geregeld fietsen met Karel, Karel draagt om de veertien dagen een paars-witte sjaal, en Philippe, ja, die kent ook veel mensen. Kennen ze iets van voetbal? Nog belangrijker: kennen ze iets van het runnen van een voetbalclub?

Een stevig verleden in de voetbalwereld en basiskennis van boekhouding, management en langetermijnplanning strekken tot aanbeveling, wil je kans maken dat je club succes heeft. Elk voetbalmilieu verdient zijn Cruijff. Slimme mensen met een hart voor de club, goeie ideeën, connecties en een sportieve visie. Niet dat dat een garantie is, overigens. Herinner u Club Brugge van vijftien jaar geleden: voormalig bondsvoorzitter D’Hooghe haalde Jan Ceulemans, Franky Van der Elst en Marc Degryse in huis, drie Brugse iconen. Het kon niet meer misgaan. Het ging grondig mis. Herinner u, iets minder lang geleden, dat Club gewezen Jan Breydelsterren aanstelde als liniecoaches en verantwoordelijken voor de scouting in hun geboortelanden. Een flop, laten we het zo samenvatten.

Voetbalkennis en clubliefde samenbrengen klinkt goed op papier, maar is geen garantie op succes. Toch is het veel meer aangewezen dan die kennis proberen te halen in het wielermilieu. Het zijn onze populairste sporten, iedereen heeft er een mening over en wie voor de ene is, is tegen de andere, maar daar houdt de gelijkenis op. Wielrennen is een individuele sport die beoefend wordt in ploegen. Voetbal is een teamsport met individuele uitschieters. Voetbal krijgt nog meer media-aandacht. Voetbal is nog veel meer een western: de goeden rijden op de witte paarden, de slechten op de zwarte, er is nauwelijks een tussenweg. Voetbal is nog meer emotie dan koers.

Het profvoetbal zou een nuchtere, zakelijke aanpak kunnen gebruiken. Wat Marc Coucke nu al zeven jaar doet, is het tegenovergestelde. In Oostende diende hij financiële doping toe en zette hij na de match de polonaise in, in Anderlecht mag hij dat niet meer (Financial Fair Play, nietwaar, en die polonaise past niet bij de Brusselse grandeur). Wat stel je nog voor in dat wereldje, als je niet eens meer mag valsspelen? Dus poogt Coucke dat te camoufleren door geregeld de organisatie door elkaar te schudden, waardoor het Peterprincipe helemaal opspeelt. De enige die dat niet inziet, is de man die zichzelf bevorderd heeft tot het niveau waarop zijn onbekwaamheid zichtbaar wordt.

Zo is die goeiige Karel Van Eetvelt nu al voor de tweede opeenvolgende week aanwezig op deze blog. Eerst met een nieuwe politieke beweging, nu met een andere beweging. Tiens, waren ze bij paars-wit niet dringend op zoek naar een beweeglijke, vlot scorende spits?



Zandman Sweeck floreert op strand van Sint-Anneke

Sport Posted on wo, januari 15, 2020 14:58:17

(Deze bijdrage verscheen in lichtjes geredigeerde vorm in De Standaard van maandag 13 januari als ‘De bankzitter’).

Laurens Sweeck is de nieuwe Belgische kampioen veldrijden. Dankzij een slimme ploegtactiek raakte hij voorop en kon hij zijn voorsprong stelselmatig uitbouwen. Eli Iserbyt en uittredend kampioen Toon Aerts eindigden op de ereplaatsen. Bij de vrouwen behaalde Sanne Cant haar elfde titel op een rij.

Een WK zonder Mathieu van der Poel, zo werd het Belgisch kampioenschap veldrijden bij de elite vooraf genoemd. Dat heeft alles te maken met de manier waarop Van der Poel deze sporttak domineert, maar ook met de sterkte in de breedte van de Belgische crosswereld. Binnenkort staan er weer een stuk of vijf landgenoten in de top 10 van het WK. Een accuratere omschrijving ware nochtans geweest: een WK zonder winnaar. Want wie zal er over drie weken de Kempense Nederlander kunnen verslaan?

Het mooie van het ontbreken van veelvraat Van der Poel – 20 op 21 crossen gewonnen, waaronder het Nederlands kampioenschap van gisteren – is dat de koers onvoorspelbaar wordt. Het ging tussen een kransje favorieten. Bij de sterkst vertegenwoordigde ploeg, Pauwels Sauzen-Bingoal, was er recent een akkefietje, omdat hun renners vooral voor zichzelf reden en bijgevolg ook tégen elkaar. Deze keer pakte de mayonaise wel bij Pauwels. Aan het eind van de tweede ronde reden ze prompt met drie op kop. Laurens Sweeck demarreerde, Michael Vanthourenhout en Eli Iserbyt lieten het gat vallen, het BK zat er dan al op. Sweeck bouwde maximaal een kleine minuut voorsprong op, daar bleef na de laatste (feest)ronde met de nodige high fives net iets meer dan dertig seconden van over op ploegmaat Iserbyt en Toon Aerts.

Dat het toch geen vervelend kampioenschap werd, was te danken aan de vele positiewisselingen achter Sweeck. Op de ereplaatsen zag je voortdurend andere renners naar voor schuiven. Voor elke morzel grond werd gestreden. Ook de alweer puike beeldvoering van Sporza maakte dat het nooit een vervelend spektakel werd.

Vierklapper

Geen eerste tricolore bekroning bij de elite dus voor Eli Iserbyt, tweevoudig wereldkampioen bij de beloften. Geen nieuwe titel voor uittredend kampioen Toon Aerts, ondanks een vliegende start. Aerts ondervond de voorbije weken hinder van pijnlijke ribben na een val in de cross van Namen, al namen zijn tegenstanders die fysieke problemen met een korrel zout. Geen unieke dubbelslag weg-veld in één jaar voor Tim Merlier. En evenmin een onverwachte zege op halve kracht voor Wout Van Aert, die nog maar een handvol koersen in de benen heeft en die op één stevige tussenspurt na aangewezen was op aanklampen. Dat is geen schande. Van Aert moet er over zeven weken staan, als het klassieke wegseizoen begint met Omloop Het Nieuwsblad. Zaterdag 29 februari zal in zijn agenda met rood omcirkeld zijn.

Op de erelijst van Laurens Sweeck staan nu titels bij de nieuwelingen, de junioren, de beloften (twee keer) en de elite. Een nooit geziene vierklapper voor iemand die allesbehalve een veelwinnaar is. Het BK was nog maar zijn veertiende profzege in zeven seizoenen, waarin hij twee keer brons behaalde op een EK en twee keer zilver en één keer brons op een BK. Dit was zonder enige twijfel de mooiste overwinning uit de carrière van de zesentwintigjarige Brabander. In Antwerpen vond hij heel wat elementen terug van zijn lievelingsparcours, Koksijde. Sweeck is een zandmannetje. Die floreren op het strand.

Waar was het veld?

Als je aan veldrijden denkt, komt niet onmiddellijk de stad Antwerpen voor ogen, zelfs niet Linkeroever met zijn vele open vlakten. Nochtans biedt het ‘strand van Sint-Anneke’ alle ingrediënten die je nodig hebt voor een selectieve cross: zand, scherpe hellingen, verraderlijk schuin aflopende wegeltjes, natuurlijke hindernissen à volonté. Toch vonden de organisatoren het nodig om daar enkele tijdelijke bruggen aan toe te voegen en een ponton op de Schelde. Daardoor kreeg dit kampioenschap iets kunstmatigs. Jammer.

Jammer ook dat Daniele Pontoni niet meer meerijdt, het had de commentatoren tot enkele spitsvondige woordspelingen tijdens de passages op de ponton kunnen verleiden. Daar stonden geen toeschouwers. Alleen de gelukkigen die waren uitgenodigd op de aangemeerde boot kregen de renners van dichtbij te zien. U weet hoe dat gaat: driegangenlunch met exquise gerechten, rijkelijk vloeiende wijnen en op het eind nog even een uurtje naar de koers kijken. Het ontlokte gewezen Belgisch kampioen Klaas Vantornhout in de Sporza-studio de bedenking dat Antwerpen dan wel een streng bewaakte lage-emissiezone mag zijn geworden, maar een CO2 uitstotende vip-boot wordt er vlotjes getolereerd. Rake opmerking.

De parcoursbouwer opteerde voor een lange, uitgestrekte ronde. Dat maakte dat het publiek niet rijen dik stond en verspreid werd over het parcours, wat ten koste ging van de sfeer, maar waardoor er minder animositeit was onder de supportersclans. Ook in het veldrijden heb elk voordeel z’n nadeel. Door de regen waren er zaterdag nog wat slippertjes. Zondag bleef het droog en zaten de favorieten stevig op hun fiets, op een zeldzame schuiver na. Dat maakte dat de winnaar de beste in koers was, hij hoefde niet te profiteren van andermans tegenslag. Maar wat je aldoor miste was de link met ‘het veld’. Dat je op de achtergrond de havenindustrie zag, versterkte dit nog. Volgend jaar wacht in Meulebeke een natuurlijkere omgeving.

Elf op rij

Het beeld van Sweeck die wenend over de streep reed, wijzend naar de hemel waar zijn onlangs overleden grootvader Alfons – zelf een voormalige profrenner – zich zou moeten bevinden, was pakkend. Nog mooier was de van trots glimmende Sven Nys die zijn zeventienjarige zoon Thibau kampioen bij de junioren had zien worden, precies een kwarteeuw na papa.

De Brabançonne klonk dit weekend ook nog voor Toon Vandebosch (mannen beloften), Aaron Dockx (jongens nieuwelingen), Marthe Truyen (vrouwen beloften), Julie De Wilde (meisjes junioren) en Xaydée van Sinaey (meisjes nieuwelingen). Bij de vrouwen stond Sanne Cant al voor de elfde keer op een rij op het hoogste schavotje. Da’s straf, maar het zegt nog meer over de tegenstand, die er nauwelijks is. Cant moet nog dertig worden, vijftien opeenvolgende titels is een realistisch vooruitzicht voor haar. Zij is de Belgische troefkaart op het WK in het Zwitserse Dübendorf, waar ze ook al voor de vierde keer na elkaar wereldkampioene hoopt te worden.



Kevin De Bruyne Belgisch boegbeeld in de Premier League

Sport Posted on wo, januari 01, 2020 11:23:03

(Deze bijdrage verscheen maandag 30 december als ‘De bankzitter’ in De Standaard.)

Geen winterstop in de Premier League, tussen kerst en nieuwjaar staan daar 3 wedstrijden op het programma. Ook voor de twaalf Belgen. Kevin De Bruyne was gisteren weer beslissend met een assist en een goal voor Man. City. Ook Leandro Trossard tekende voor een assist.

Voetbal tussen de kerstkalkoen en het beschonken brallen van ‘Auld Lang Syne’ is een hardnekkige traditie in Engeland. De tribunes zitten vol, de sfeer is nog uitgelatener dan anders, de beleving uniek. Maar het betekent ook dat er drie keer moet gevoetbald worden op minder dan een week tijd. Waanzin, roepen vooral buitenlandse coaches al jaren in koor. Recent nog was er felle kritiek van de managers van de eerste drie in de stand: Jürgen Klopp (Liverpool), Brendan Rodgers (Leicester) en Pep Guardiola (Manchester City). Ook José Mourinho (Tottenham) vindt het maar niets. De keuze is: roteren of ernstige blessures riskeren.

Maakt het afschaffen van oudejaarsvoetbal geen schijn van een kans (te populair, te traditioneel), dan kan de genadeloze kritiek op het functioneren van de videoreferee misschien op korte termijn wel voor verandering zorgen. De VAR maakte pas deze zomer zijn entree in de Premier League, dat kan je bezwaarlijk een traditie noemen. De voorbije weken werden er doelpunten afgekeurd omdat een speler — we verzinnen het niet — een oksel, schouderpunt of schoentip buitenspel stond. Hoe zat dat weer met die ‘clear and obvious error’? Gary Lineker, ex-voetballer en presentator van ‘Match of the Day’, tweette zaterdag: ‘Als de VAR een trainer was, zou hij al weken geleden ontslagen zijn.’

De Twaalf

Na het vertrek van Eden Hazard is Kevin De Bruyne het Belgische boegbeeld in de Premier League, waar twaalf landgenoten actief zijn. Laat u niet misleiden door zijn veertiende plaats bij de verkiezing van de beste voetballer ter wereld: De Bruyne is top 5 waard. Toen hij vrijdagavond zeer tegen zijn zin vroegtijdig vervangen werd, stortte zijn tot tien manschappen gereduceerde team helemaal in. Statistieken liegen zelden: De Bruyne scoort en laat scoren, respectievelijk zeven en veertien keer. Drie seizoenen geleden was hij betrokken bij 27 doelpunten, een persoonlijk record dat op sneuvelen staat. Ook gisteren tegen Sheffield United stuurde De Bruyne eerst Agüero op weg naar een doelpunt, waarna hij zelf de beslissende treffer binnentrapte: 2-0. Man van de Match, alweer.

Leander Dendoncker maakte vrijdag nog een strafschopovertreding tegen City, zondag mocht hij in de vooravond het ongenaakbare Liverpool een uurtje partij geven. De ex-Anderlechtspeler begon in 2018 aarzelend aan zijn avontuur in de troosteloze Midlands, maar dit seizoen is hij onbetwistbaar basisspeler bij Wolverhampton Wanderers. Dendoncker zorgt er voor evenwicht op het door Portugezen gedomineerde middenveld. Zijn polyvalentie moet hem normaal een EK-selectie opleveren.

Een andere voormalige paars-witte coryfee doet het eveneens prima. Youri Tielemans kreeg zaterdag dan wel rust, hij stond bij alle andere wedstrijden van Leicester aan de aftrap. Goed voor drie goals en drie assists, al is het wel van 9 november geleden dat hij nog eens een voet in een doelpunt van The Foxes had. Minder prominent aanwezig ginds: Dennis Praet. De Gouden Schoen 2014 moet tevreden zijn met invalbeurten en de occasionele start. De verrassende landskampioen van 2016 staat tweede, op ruime afstand wel van Liverpool.

Trossard: vijfde assist

Toby Alderweireld ondertekende onlangs een nieuw contract bij Tottenham Hotspur, wat hem naar verluidt een veelvoud van zijn vorige salaris oplevert. Zijn nieuwe coach, José Mourinho, heeft een voorliefde voor gerijpte voetballers. Dat was ooit een nadeel voor jonge talenten De Bruyne en Lukaku, maar voor de straks 31-jarige Alderweireld is het een meevaller. 1710 van de mogelijke 1800 minuten stond de centrale verdediger dit seizoen al op het veld, het meeste van alle Belgen. Tegen rode lantaarn Norwich werd Jan Vertonghen aan de rust geslachtofferd. Onder Mourinho is hij opnieuw linksback geworden, niet zijn favoriete positie. Alderweireld lag dan weer aan de basis van een knullige tegengoal: hij trapte de bal ongelukkig tegen een ploegmaat aan en zo hobbelde die over de doellijn. De Spurs moesten tevreden zijn met een mager gelijkspel.

Wie niet meer op het lijstje van de bondscoach lijkt te staan, is Christian Kabasele. Die weet (uiteraard) Alderweireld, Kompany, Vertonghen en Vermaelen voor zich, maar ook Boyata en Denayer. Bij degradatiekandidaat Watford is hij een vaste waarde in de wankele defensie. Watford won met 3-0 van Aston Villa, nog zo’n elftal dat op een degradatieplek geparkeerd staat. Björn Engels werd er de voorbije wedstrijden gepasseerd. Op tweede kerstdag, Boxing Day, zat hij nog op de bank, zaterdag in de tribune. Geen goed teken nu de weken van de waarheid eraan komen.

Dan deed Leandro Trossard het beter dit weekend. Geen vaste waarde bij aanvang van het seizoen, maar de voorbije weken steeds vaker opdravend voor Brighton. Zaterdag leverde de ex-Genkenaar zijn vijfde assist af. Hij scoorde ook al twee keer.

Spitsen die niet spelen

Een drietal Belgen zou beter snel andere oorden opzoeken, willen ze in aanmerking komen om in juni een EK te mogen spelen. Christian Benteke, momenteel out met een spierblessure, deed nog maar 486 minuten mee bij Crystal Palace. Amper vier keer kwam hij aan de aftrap. Dat de spits nog niet wist te scoren speelt uiteraard in zijn nadeel.

Wel fit, maar aan de bank gekluisterd, zelfs in deze drukke dagen na Kerstmis: Michy Batshuayi, dat andere alternatief voor Romelu Lukaku. Zeventien minuten bedroeg zijn langste bijdrage voor Chelsea. In totaal stond hij 118 minuten op het veld, goed voor een doelpunt en twee assists. Zelfs al draaide het gisteren op Arsenal voor geen meter, toch zocht Frank Lampard andere oplossingen voor het slabakkende aanvalsspel. Het loonde nog ook: Chelsea won op de valreep met 1-2.

Ook Divock Origi is aan bezinning toe. Hij krijgt dan wel af en toe een waarderend schouderklopje van Klopp, de realiteit is dat hij nog maar drie keer aan een wedstrijd mocht beginnen. Gisteren mocht ie vier minuten voor tijd opdraven. Dat krijg je met het wondertrio Salah-Firmino-Mané voor je. Is de status van supersub bij een superclub voldoende voor een binnenkort vijfentwintigjarige?



Volgende »