Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Wereldklasse uit Sint-Truiden

Sport Posted on wo, oktober 16, 2019 09:23:27

(Deze bijdrage verscheen maandag 14 oktober als ‘Bankzitter’ in De Standaard.)

Nina. Emma. Nafi. Een andere Emma. Belgische vrouwen staan aan de top in de internationale sportwereld. Prettige vaststelling op iets meer dan negen maanden van de Olympische Spelen. Nina Derwael deed zaterdag wat er van haar verwacht werd, de moeilijkste opdracht in topsport.

De brug met ongelijke leggers is al twee jaar háár toestel. Alleen op het WK 2017 en de Europese Spelen van dit jaar stond ze niet op het hoogste podium. Voor de rest: goud op het EK 2017, EK 2018, WK 2018 en WK 2019. Nina Derwael, nog altijd maar negentien, domineert deze specialiteit. Aan de top geraken is aartsmoeilijk, aan de top blijven is haast even moeilijk. Twee jaar geleden was Derwael de eerste Belg(ische) die een medaille haalde op een WK (brons), vorig jaar behaalde ze als eerste gymnastiekgoud. Nu bevestigt ze.

Donderdag al was Derwael vijfde geworden in de allroundfinale, een plaatsje minder goed dan vorig jaar in Doha. Alle ogen waren zaterdag in Stuttgart op haar gericht. Ze was flink nerveus, zei ze daar achteraf over, maar daar viel niets van te merken tijdens haar winnende oefening. Zelfbewust, gedurfd, geen moment van twijfel. Wereldklasse. Goed voor een beoordeling van 15.233 punten, dat is nog beter dan op vorige wereldkampioenschappen, toen ze respectievelijk 15.033 en 15.200 scoorde. Na de triomf liet ze, niet onbegrijpelijk, de finale van de grondoefening van gisteren schieten.

Derwael-Fenton

Je betekent pas echt iets in het turnen als er een beweging naar je genoemd wordt. De Sovjet-gymnaste Olga Korbut, koningin van het turnen in München 1972, voerde als eerste een achterwaartse salto uit op de balk. Op de brug met ongelijke leggers ging diezelfde Korbut op de hoogste legger staan, waarna ze met een achterwaartse salto diezelfde legger weer vastgreep. De ‘Korbut flip’ werd in de jaren 80 verboden door de internationale gymnastiekfederatie, vanwege: veel te gevaarlijk.

De Yurchenko werd in 1983 bedacht en uitgevoerd door de gelijknamige Russische turnster, waarbij ze bij de sprong eerst een radslag maakte met draai in de richting vanwaar ze vandaan kwam (ook wel ‘arabier’ genoemd), waarna ze via rugwaartse overslag een rugwaartse gehurkte salto uitvoerde. Het klinkt zowaar nog ingewikkelder en het duurt alleszins veel langer om het te lezen dan het op een YouTube-filmpje te bekijken.

De Amerikaanse turnster Simone Biles, de beste gymnaste van dit decennium en een van de concurrenten van Derwael, kreeg maar liefst vier bewegingen naar haar genoemd. De meest complexe is de ‘triple-twisting double back tucked somersault’ die ze dit jaar voor het eerst uitvoerde op de Amerikaanse kampioenschappen. Een dubbele achterwaartse salto gevolgd door een drievoudige schroef.

Nina Derwael heeft ook een eigen beweging, al moet ze die eer delen met de Britse Georgia-Mae Fenton. De Derwael-Fenton is een onderdeel van de oefening op de brug met ongelijke leggers, waarbij de turnster vertrekt in handstand op de hoogste legger, waarna ze de benen onderdoor zwaait en achterwaarts over de legger zweeft. Ze neemt de hoogste legger met gekruiste armen, draait het lichaam en draait vervolgens achterwaarts door. Derwael deed dit voor het eerst op het EK 2017 in het Roemeense Cluj, maar helaas voor haar worden alleen routines erkend die worden uitgevoerd op een WK of Olympische Spelen. Vandaar dat Fenton haar naam naast die van de Truiense mag plaatsen. Terloopse kijktip: op YouTube vind je ook een trainingcompilatie terug van Derwael. Duizelingwekkend.

Tiener-meisje-vrouw

Met die trainingbeelden zit je meteen bij de essentie van het succes. Nina Derwael heeft er gewoon keihard voor gewerkt. Haar medailles zijn het resultaat van natuurlijke elegantie, talent, lef en ontzettend veel doorzettingsvermogen. Vallen en opstaan, en dat mag u letterlijk nemen. Iets uitproberen tot het lukt. Wat je niet ziet, is dat haar dagelijkse dieet aan de Topsportschool bestond uit trainen, les volgen, eten, trainen, les volgen, eten en slapen. Perfectie bereik je alleen door herhaling. Door weg van de camera’s en de media beter proberen te worden. Dat vereist een mentale kracht die alleen toppers kunnen opbrengen.

Vorig weekend werd er al gejuicht toen het Belgisch vrouwenteam zich kwalificeerde voor de Spelen in Tokio. Reken maar dat de aanwezigheid van een wereldtopper de andere meisjes tot grootsere daden aanzette. De oprechte blijheid van Derwael na het resultaat bewees dat ze niet alleen met zichzelf bezig is, maar ook collectief denkt. Nog heel even tiener, blij als een meisje, zelfzeker als een vrouw. Zonder tegenslag of fysieke problemen wordt ze in Tokio een van onze absolute speerpunten.

Vrouwen aan de top

Er wordt volgend jaar veel verwacht van de Belgische hockeymannen en van Remco Evenepoel. Maar de grootste hoop rust op de schouders van vrouwen. Meer bepaald: vrouwen met vierletterige voornamen. Er is Emma (Meesseman), die na de WNBA-titel van de Washington Mystics werd uitgeroepen als Most Valuable Player van de Finals. Kunnen de Belgian Cats nog beter doen dan een vierde plaats op een WK? Eerste opdracht is zich kwalificeren via een pre-olympisch toernooi.

Een andere Emma (Plasschaert) slaagde er vorig jaar in om als eerste Belg(ische) een wereldtitel in het zeilen te behalen, in de Laser Radiaalklasse. Dat zorgt er automatisch voor dat er met vertrouwen mag uitgekeken worden naar haar olympische prestaties volgend jaar, al bleef ze dit jaar op het EK steken op een derde plaats.

Nafi (Thiam) is eveneens een certitude. Op het WK stuitte ze anderhalve week geleden nog op de Britse Katarina Johnson-Thompson, die het beter deed dan verwacht, terwijl Thiam in haar sterke disciplines (hoogspringen, verspringen, speerwerpen) net beneden haar kunnen presteerde. Thiam weet nu dat ze in Tokio top zal moeten zijn, wil ze haar olympische titel van Rio verlengen. De kwetsbare elleboog moet het houden. Aan haar mentale kracht zal het niet liggen.

Dat laatste geldt ook voor Nina (Derwael). Over precies 291 dagen wacht haar moment, tijdens de olympische finale op de brug met ongelijke leggers – tenzij ze al eerder zou stunten all-round, natuurlijk. Het is uitkijken naar zondag 2 augustus op het middaguur. Het zou mooi zijn mocht ze dan ook een beetje bedeesd maar intens gelukkig ‘Voor vorst, voor vrijheid en voor recht’ kunnen meezingen.



Club Brugge neemt afstand

Sport Posted on wo, oktober 09, 2019 10:11:20

(Deze bijdrage verscheen maandag 7 oktober als ‘De bankzitter’ in De Standaard.)

Club Brugge is de grote winnaar van de tiende speeldag. Het won zelf makkelijk van AA Gent, met flinke medewerking wel van de Gentse defensie, terwijl achtervolgers Antwerp en Standard na een voetbaloorlogje de punten deelden.

Iemand moet de verdedigers van AA Gent toch eens uitleggen dat hun werkgever gisteren niet deelnam aan de Open Bedrijvendag en dat een opendeurdag al helemaal niet aan de orde was. Het leek er nochtans sterk op, de manier waarop met name Dylan Bronn en Igor Plastun liepen te stuntelen. In het veldspel lagen de Buffalo’s niet eens zoveel onder bij Club Brugge, dat gewoontegetrouw volle gas aan de wedstrijd begon. Gent kreeg halve kansen, maar stuitte op een zelfzekere Mignolet, een stevige Mata en een weifelende scheidsrechter Lardot, die tot twee keer toe een mogelijke penaltyfase voor de Gentenaren over het hoofd zag. Mats Rits mocht intussen de ene na de andere overtreding maken, zonder dat er een geel kartonnetje aan te pas kwam. De Gentse frustratie was dus begrijpelijk, maar zelfkritiek zou toch gepast zijn.

Wekenlang schreven Gent-watchers de Tunesische international Dylan Bronn in het elftal. Nu bleek waarom hij op de bank zat. Bij de eerste goal liet hij Vanaken te veel ruimte, waarna die – na een overigens knappe aanval – mooi in de hoek kon knikken. Bij het tweede tegendoelpunt trapte diezelfde Bronn als de eerste de beste vrijetijdsvoetballer half naast de bal. Beredeneerde gok: na de interlandbreak staat Mikael Lustig gewoon weer in het elftal. Tot overmaat van Gentse ramp gaf ook de Oekraïener Igor Plastun een doelpunt cadeau en kon invaller Diagne helemaal op het eind tussen een woud van tegenstanders aannemen, draaien en schieten. Vier-nul. Overdreven uitslag en al te makkelijk tot stand gekomen.

Verzwakken niet toegelaten

De ‘Slag om Vlaanderen’, zo wordt het duel tussen Club en Gent al een tijdje genoemd. Geen idee wie de term bedacht heeft, maar het slaat nergens op. Club is een grootheid in het Belgische voetbal, Gent is weliswaar een vaste waarde, stamnummer 7, maar is pas de voorbije tien jaar uitgegroeid tot een subtopper, bekroond met die unieke landstitel in 2015 en een paar mooie Europese campagnes. Bij de term ‘Slag om Vlaanderen’ denk je aan evenwaardige teams, wat niet het geval is. Bovendien, daar schreven we vorige week al over, wekt die kunstmatig gecreëerde oorlogszucht wederzijdse haatgevoelens op voor de aftrap.

Zeven gele kaarten vielen er in een sportieve wedstrijd en dan vergat Lardot dus nog Rits te bestraffen. De bestrafte overtredingen waren pekelzonden: protest, een schwalbe, het truitje uittrekken na een doelpunt. Opmerkelijk is dat de drie Brugse invallers met geel bedacht werden. De plaatsjes zijn duur, Philippe Clement eist negentig minuten concentratie en grinta. Toen Deli kort voor de negentigste minuut bij een drie-nul tussenstand een slordig balletje trapte tussen twee ploegmaats in, sloeg de trainer hard op het dak van de dug-out. Verzwakken wordt niet toegelaten, nonchalance is uit den boze.

Symbool van de Brugse onverzettelijkheid én klasse is de rechtsachter, Clinton Mata. Die trok voortdurend spurtjes op zijn flank, van de eerste tot de vierennegentigste minuut. Klaar kijkend, hard tackelend, technisch zuiver: de Angolese Belg is een zegen om in je elftal te hebben.

Clement ontgroeit België

Na de halve stunt in Madrid, die een hele had kunnen zijn, zal bij Club de idee beginnen te leven dat er ook bij de Europese elite meer inzit dan een voorspelbare en door de kenners ook voorspelde uitschakeling in de groepsfase. Dit elftal overstijgt de Belgische competitie, is tactisch uitgekookt, technisch meer dan oké en zeer hongerig. Het is geen toeval dat Philippe Clement er aan het roer staat. Twee en een half jaar geleden zat die nog als assistent op diezelfde bank, waarna hij het met succes probeerde als hoofdtrainer bij Waasland-Beveren (een half jaar) en KRC Genk (anderhalf jaar). In die twee seizoenen verzoende hij positief voetbal met werkkracht en efficiëntie.

Dinsdagavond bewees Clement dat hij zich op zijn vijfenveertigste kan meten met een coach die drie keer op een rij de Champions League heeft gewonnen. Vanop afstand leken beide trainers wel lookalikes. Zinédine Zidane reageerde achteraf zuurtjes op het puntenverlies. ‘Wat heeft Club getoond behalve die twee goals?’ vroeg hij zich op de persconferentie af. Hij gaf zelf het antwoord: ‘Niets!’ Tja, tactisch overtroefd worden door een onbekende trainer uit het kleine België doet een beetje pijn. Clement begint België te ontgroeien, net zoals Club Brugge afstand neemt in de Jupiler Pro League.

Voetbaloorlogje

Antwerp begon aan de match tegen Standard met vier ex-Rouches in de rangen: Bolat, Arslanagic, Defour en Mbokani. Kevin Mirallas doorliep dan weer de jeugdrangen op Sclessin, maar vertrok al op zijn zestiende naar Lille. Ook Opare, Alexis de Sart en Yatabaré – niet op het wedstrijdblad gisteren – hebben een Luiks verleden. En dan zijn er nog trainer Laszló Bölöni en sportief directeur Luciano D’Onofrio, voormalige kampioenenmakers in de vurige stede. Veel oude bekenden, al leidde dat niet dadelijk tot een vriendschappelijk onderonsje. De eerste helft was een voetbaloorlogje, met afwisselend venijnige en geniepige fouten, voortdurend oponthoud en weinig spektakel. Gescoord werd er, hoe kan het anders, vanop de stip en na een belachelijke discussie tussen Refaelov en Mbokani. Was er dan niemand aangewezen? (Neen, bevestigden de aanvoerder en de trainer achteraf.) De Israëliër knalde, gelukkig voor hem, hard binnen. Refaelov juichte ingetogen, Mbokani helemaal niet. Het blijven jongetjes, die voetballers, ook al zijn beide heren inmiddels al drieëndertig. Onbegrijpelijk toch dat een coach dit soort knopen niet vooraf doorhakt, zeker niet als het om een controlefreak als Bölöni gaat.

Na de rust tippelde een eenzame duif rond op het veld. Een vredesduif? Feit is, er werd nu iets meer gevoetbald dan gebikkeld en er was dus meer te zien op de Bosuil. Antwerp verdubbelde de voorsprong – Mbokani mocht dan toch juichen -, Standard sloeg twee keer toe via Renaud Emond. Club Brugge was de lachende derde. Het telt drie punten meer dan Standard, met een wedstrijd minder gespeeld.



Laat de clubs meebetalen voor de ordehandhaving

Sport Posted on di, oktober 01, 2019 22:39:09

(Deze bijdrage verscheen maandag 30 september in de wekelijkse reeks ‘De bankzitter’ in De Standaard.)

Na een nieuwe wanprestatie sloegen Anderlechtfans dan toch aan het morren, voorlopig nog verbaal en met wegwerpgebaren. Erger ging het eraan toe in STVV-Genk: bij een 3-3 stand werd de wedstrijd stopgezet vanwege supportersrellen. En een vuurpijl uit het Charleroivlak zorgde voor ophef op Sclessin.

Er was dus een Limburgse derby dit weekend. Wie niet in Limburg woont en niet de hele week werd opgewarmd door Het Belang zal dat pas zaterdagavond hebben gemerkt bij het consulteren van de tussenstanden. Of door naar het radioverslag te luisteren, dat verbijsterender werd met de minuut. De realiteit is dat het treffen tussen de Koninklijke Sint-Truidense Voetbalvereniging en de Koninklijke Racing Club Genk buiten de provincie Limburg nauwelijks deining veroorzaakt. Mocht Genk niet de uittredende landskampioen zijn, zouden er alleen Limburgse reporters op de persbanken hebben gezeten. Net zoals Club-Cercle, Zulte Waregem-Kortrijk, Antwerp-Beerschot of het Waalse duel tussen Standard en Charleroi alleen de plaatselijke harten sneller doen slaan, opgepookt door lokale media en clubgebonden journalisten, die hun moment de gloire beleven. De pers als medeplichtige.

Clubbestuurders – die doorgaans beter zijn in zwijgen dan praten – laten zich dan voor een keer goed gaan. Nog voor het eerste fluitsignaal weerklinkt, heerst er een giftig sfeertje in en om het stadion. Relletjes (bijna) verzekerd. In het Engels heet dat ‘accidents waiting to happen’. Het lijkt wel of voetbalderby’s of -toppers niet zonder controverse kunnen leven. Dus blijven media zoeken naar spijkers op heel laag water en krijg je toestanden zoals zaterdagavond. 0-1. Gemor bij de thuisaanhang. 0-2 na een strafschop. Waarschuwing voor het smijten van projectielen op het veld. 0-3 na een nieuwe strafschop. Bekertjes, flesjes en aanstekers vliegen de Genkse doelman om de oren. Scheidsrechter Visser legt de wedstrijd bijna twintig minuten stil.

Wetmatigheid in het voetbal: bij een lange onderbreking is de onderliggende ploeg in het voordeel. Na die gedwongen pauze werd het dus 1-3. En 2-3. En 3-3. Je kunt je vragen stellen bij de belabberde weerbaarheid van de bezoekers. Boze Genkse supporters sloopten een deel van de wand in plexiglas, die hen van het veld scheidde. Ruim in de toegevoegde tijd stuurde Visser iedereen op vraag van de politie definitief naar binnen.

Het was niet alles: zondagavond werd Standard-Charleroi helemaal op het eind even stilgelegd omdat een vuurpijl uit het bezoekende vak op het veld was beland.

Veranda

Behandel je supporters als beesten, dan zullen ze zich gedragen als beesten, ook dat is een wetmatigheid uit deze sport die veel meer agressie uitlokt op en naast het veld dan zogeheten agressieve sporten. Op het WK Rugby zal je dit soort scènes dezer dagen niet zien. ‘Rugby is een sport voor hooligans die gespeeld wordt door heren, voetbal een sport voor heren gespeeld door hooligans’, is een uitspraak die wordt toegeschreven aan de rector van de universiteit van Cambridge, eind negentiende eeuw.

Vanwege vuurwerk op het kunstgras bij een vorige STVV-Genk hadden ze er in Sint-Truiden niets beter op gevonden dan een constructie op te zetten. Een kooi in plexiglas, kostprijs: 45.000 euro. Veranda, hadden ze die op Stayen gedoopt. Láchen, op de voorbereidende vergadering! Het beeld van de onzalige jaren 80 doemde op: hoge hekken om fans op te sluiten in hun vak. Na het Heizeldrama en de ramp van Hillsborough, respectievelijk 39 en 96 doden, verdwenen ze weer. Dat men nu een vergelijkbaar systeem bedacht in Sint-Truiden getuigt van weinig historisch inzicht en pestgedrag.

Niets kan het gedrag van de fanatieke clans goedpraten, maar je kunt wel degelijk spreken van oorzaak en gevolg. Oorzaak: meewerken aan het creëren van een opgefokte sfeer, wederzijdse pesterijen. Gevolg: rellen, wedstrijd stopgezet. Zowel de thuisploeg, de organisator van deze wedstrijd, als de uitploeg gingen uitgebreid in de fout.

Meestal is de overtredende partij duidelijk en ligt de boete voor het stopzetten van een wedstrijd vast, vijftigduizend euro. Anderlecht moest die som ophoesten na de onderbroken match op Standard, op 12 april dit jaar. Lastiger wordt het als beide supportersclans zich misdragen, zoals in december 2016 gebeurde tijdens Charleroi-Standard. Beide clubs betaalden toen vijfduizend euro boete, de doelpunten (1-3) werden wel meegeteld, maar winnaar Standard kreeg de drie punten niet.

Op Stayen was er geen winnaar. Én de thuisaanhang, én de bezoekende fans gingen in de fout. Mogelijke straffen: vijftigduizend euro boete elk of te delen, twee punten aftrekken en de wedstrijd achter gesloten deuren laten overspelen, zodat de eventuele winnaar er slechts één puntje aan overhoudt en de verliezer min twee. Wie weet bedenkt iemand bij de sanctionerende instanties wel dat je de slotminuten bij een drie-drie tussenstand kunt spelen in een leeg stadion, je weet nooit in België.

Verantwoordelijkheid

Supporters worden beschouwd als melkkoeien, ze mogen roepen wat ze willen zolang ze zich maar niet bemoeien met het beleid en keurig hun abonnement of ticket betalen. Hét voorbeeld dat het anders kan vinden we in het nabije oosten. In Duitsland heb je geen meerderheidsaandeelhouders die hun centen in een hobbyprojectje steken en hun zin mogen doen. Supportersinspraak is er verplicht. Duitse clubs zijn financieel gezond, worden zakelijk gerund, óók door fans.

In België krijgen voetbalclubs aanzienlijke fiscale en sociale voordelen, cadeaus waaraan voorwaarden vasthangen, zoals het uitbouwen van een jeugdwerking en het geven van speelkansen aan eigen jeugd, die ze vervolgens aan hun laars lappen. Na het seizoen 2017/2018 bedroeg de veiligheidsfactuur voor de overheid 10.981.437 euro, geld dat alle Belgen ophoesten, ook zij die niet van voetbal houden of zij die zich distantiëren van supportersgeweld. Clubs doen nauwelijks iets om hun fans aan banden te houden, de eigen stewards worden aan hun lot overgelaten. Racistische incidenten lacht men weg. Sancties zijn tot nog toe een lachertje. Als de Geschillencommissie Hoger Beroep een wedstrijd zonder publiek oplegt, wordt die straf door het BAS teruggefloten.

Twee stopgezette wedstrijden in minder dan een half jaar tijd. Misschien moet de ordehandhaving in de toekomst verhaald worden op de Pro League en de clubs. Mogelijk nemen ze dan wel hun verantwoordelijkheid op. Trek die elf miljoen euro maar af van de tv-gelden.



Club blinkt uit (behalve in efficiëntie)

Sport Posted on wo, september 25, 2019 19:28:52

(Deze bijdrage verscheen maandag als ‘De bankzitter’ in De Standaard.)

Club Brugge miste een karrenvracht kansen tegen Anderlecht, al kan je ook zeggen dat Hendrik Van Crombrugge zijn ploeg heel lang overeind hield. Zo bleef de ‘topper’ spannend. Standard blijft intussen wel, met een wedstrijd meer gespeeld, op kop. Eupen was geen partij voor de Rouches.

De bus met de Anderlechtdelegatie arriveerde minder dan een uur voor de aftrap aan het Jan Breydelstadion. Dat overkwam hen eerder ook al bij de uitwedstrijd in Genk. Erg comfortabel is dat niet qua wedstrijdvoorbereiding, je maakt de basisspelers en de staf alleen maar nóg nerveuzer dan ze ongetwijfeld al waren, zeker na die desastreuze competitiestart. Wordt na het ontslag van de teammanager, de materiaalman en de persvrouw nu ook de buschauffeur bedankt voor bewezen diensten?

Aan de aftrap bij paars-wit de Nederlander Derrick Luckassen, huurling van PSV, en zowaar ook de ongewenste Adrien Trebel, spelers nummer 26 en 27 dit seizoen. De herstelde Kompany posteerde zichzelf op de bank. Chadli moest het weer diep in de spits proberen en scoorde zelfs voor de tweede week op rij, na onoordeelkundig uitkomen van Mignolet. Zeldzame flater van de doelman. Club reageerde met een carambole die via de paal en doelman Van Crombrugge over de lijn ging. Na die furieuze beginfase had Club wel de bal (balbezit was eventjes van ondergeschikt belang binnen Het Project, er werd niet uitgevoetbald vanaf het eigen strafschopgebied), de kansen (Dennis wrong ze de nek om) en steriel veldoverwicht.

Club titelkandidaat!

Na de pauze had Hendrik Van Crombrugge – wat een aanwinst! – een reeks miraculeuze reddingen in huis, met handen én voeten. Hij, en hij alleen, hield Anderlecht lang in de match, ook al moest zijn overbuur Mignolet ook een paar keer redding brengen. Tot Diatta twintig minuten voor tijd eindelijk scoorde. Een paar reeds geschreven paragrafen over een aanvallend stotterend Club Brugge, dat in eigen huis achtereenvolgens niet kon winnen van Eupen, Genk, Galatasaray en Anderlecht, mochten onherroepelijk de prullenmand van de computer in.

Al blijft de conclusie overeind dat Club het de voorbije weken uitermate moeilijk had om overwicht om te zetten in doelpunten. Okereke begon flink aan het seizoen, maar viel daarna terug en begon nu op de bank. Dennis, Diatta, Tau en Openda scoren veel te weinig, Diagne en Vossen zijn back-ups die gisteren niet eens het wedstrijdblad haalden. Er kroop heel veel energie in het bereiken van de poulefase van de Champions League en wedstrijden tegen Real, PSG en Galatasaray zullen nog het uiterste eisen van dragende spelers als Vormer en Vanaken. Club ziet af. Als je je wilt meten met de Europese top, moet je daar niet over zeuren.

Om puntenverlies in de eigen competitie te compenseren, is er ‘gelukkig’ dat bizarre play-offsysteem. Club Brugge zal er met die flink gestoffeerde spelerskern honderd procent staan bij de start van Play-off 1. Tegen dan zitten de Europese verplichtingen er wellicht op en kan alle aandacht naar de competitie gaan.

En Anderlecht? De spelers deden hun best, ook al was het veldspel bij momenten niet om aan te zien. Nipt verliezen bij de aartsrivaal is geen schande, maar die 5 op 24 en die vijf nederlagen in acht wedstrijden staan er wel. Vorige week was Play-off 1 amper zes punten weg, nu al negen.

Standard titelkandidaat?

Minder dan tweeënzeventig uur na de Europa League-match tegen Vitória Guimaraes had Michel Preud’homme zijn elftal op zeven plaatsen gewijzigd. Een van de vier blijvers bedankte zijn coach al na zes minuten met een fraaie goal, al werd Konstantinos Laifis weinig in de weg gelegd door de Eupenaren in de centrale as van het veld. De Cypriotische international mocht vrij oprukken, dribbelen en dan met links laag in de hoek knallen.

Dat doelpunt vormde de perfecte illustratie van het zwakke vertoon van de degradatiekandidaat uit de Oostkantons. Ze lieten Standard maar wat doen. Sportieve zelfmoord, die zowel voor als na de rust werd afgestraft door Boljević. Ook die goals verdienden tegelijkertijd het predikaat ‘fraai’ en ‘naïef verdedigd’.  Voor Preud’homme kwam het goed uit dat er na het Europese duel een hapje uit de Jupiler Pro League wachtte. Zo kon hij risicoloos roteren, wetende dat de nieuwe namen gretigheid zouden tonen.

Een van de exponenten van dat hongerige Standard is Maxime Lestienne. Die is na zijn oliedollarseizoenen bij het Qatarese Al-Arabi – dat hem prompt uitleende aan Genoa en PSV – en de roebeljaren bij Roebin Kazan – gevolgd door nog een paar maanden Málaga – opnieuw voetballer. Behalve voor zijn bankrekening waren dat vier jaar sportieve stilstand voor de wispelturige winger, die nu eindelijk weer het plezier van het spelletje heeft herontdekt. Met dank aan zijn mentor; Preud’homme had Lestienne eerder al in Brugge onder zijn hoede en maakte er toen een completere voetballer van.

De lichaamstaal van Lestienne straalt goesting uit. In tegenstelling tot die van Mehdi Carcela, die begin tweede helft de opdracht kreeg om op te warmen en duidelijk tegen zijn zin de dug-out uit slofte. Toen hij dan uiteindelijk mocht invallen kreeg Carcela een hele lange uitleg van assistent-trainer Eric Deflandre, die een lijvige cursus met tactische richtlijnen leek te doorlopen. Vrij zinloos als je weet dat creatieve spelers doorgaans de aandachtspanne van een goudvis hebben. Je zag Carcela denken: wat sta ik hier te doen? Inderdaad, wat doet hij nog in Luik?

Standard kent maar twee mogelijke resultaten dit seizoen: winnen of verliezen, respectievelijk zes en twee keer. Gelijkspelen, daar doen de Rouches voorlopig niet aan. Zo verlies je ook geen onnodige punten. De nederlagen werden geleden op Sint-Truiden en Anderlecht. Op Sclessin gaf Standard nog niets weg: twaalf op twaalf, 13 doelpunten gemaakt, 2 tegen. Al dient gezegd dat de tegenstand tot nog toe bescheiden was: Zulte Waregem, Moeskroen, Kortrijk en Eupen. Met excuses aan Moeskroen, dat onverwacht en allicht tijdelijk bovenin meedraait. Na het bekerintermezzo van komende donderdag tegen Lommel zullen de daaropvolgende vijf opdrachten aantonen of Standard titelkandidaat is dit seizoen: Charleroi (thuis), Arsenal (Europa League, uit), Antwerp (uit), Genk (thuis), Eintracht Frankfurt (Europa League, uit) en Club Brugge (uit). De Rouches staan voor de maand van de waarheid.



Stuurloos team met fysiek en mentaal probleem

Sport Posted on wo, september 18, 2019 18:53:06

(Deze bijdrage verscheen afgelopen maandag in De Standaard, onder de noemer ‘De bankzitter’).

Alweer een nederlaag voor Anderlecht, de vierde al van het seizoen: 1-2 tegen Antwerp. Zonder Kompany-de-voetballer, zonder glans en opnieuw een helft zonder inspiratie. Hoe lang blijven de supporters nog braafjes applaudisseren voor Het Project, als de resultaten blijven tegenvallen?

Het contrast was zeer groot. Woensdag werd de geblesseerde Vincent Kompany na elf indrukwekkende seizoenen door vijftigduizend dankbare fans feestelijk uitgewuifd in Manchester. In het oefencomplex van City werd een straat naar hem vernoemd en binnenkort pronkt zijn standbeeld voor het Etihad Stadium. De brede glimlach bij de inhuldiging van de Vincent Kompany Crescent woensdag maakte plaats voor een realistische blik in de Théo Verbeecklaan na Anderlecht-Antwerp zondag. 1-2. Uit vier thuiswedstrijden puurde paars-wit vier punten: één zege, één gelijkspel, twee nederlagen. Buitenshuis werd er in drie matchen nog maar één schamel puntje gesprokkeld, in Moeskroen. Dat zijn de statistieken van een degradatiekandidaat.

Het zal toch niet? Neen, natuurlijk niet. Daarvoor heeft Anderlecht te veel kwaliteit in de kern zitten. En Waasland-Beveren, Eupen en Cercle zijn heus wel een pak zwakker dan de recordkampioen. Maar Play-off 1 halen wordt een heus karwei. Niet omdat Anderlecht al zo ver van plaats zes verwijderd is – amper zes punten -, maar omdat er geen verbetering te merken valt sinds de desastreuze start van de competitie.

Na de zege tegen Standard lachten waarnemers nog met de vaststelling dat Anderlecht zowel in de oefenwedstrijden als in de competitie alleen nog maar had kunnen winnen als Kompany níet op het veld stond. Nu verlíezen ze zelfs als hij er niet bij is. Hoongelach hoort erbij.

37 kernspelers

Vijfentwintig spelers brachten Simon Davies en zijn opdrachtgever-zonder-trainerslicentie al tussen de lijnen. Dat zijn er evenveel als andere clubs in de kern tellen. Nieuwe aanwinst Samir Nasri werd gisteren gewoon gepasseerd: nog niet fit genoeg. Is hij nog wel goed genoeg voor zelfs maar het Belgische niveau, durven we na enkele magere vertoningen luidop te vragen? Kompany, Najar, Zulj en Dimata zijn onbeschikbaar vanwege blessures. Zondagnamiddag werd Nacer Chadli in de spits uitgespeeld. De Rode Duivel scoorde wel, maar stond duidelijk niet op z’n plaats. Mag binnenkort alle heil verwacht worden van Kemar Roofe, de Jamaicaanse spits die van de Engelse tweedeklasser Leeds United werd overgenomen en die na zijn revalidatie eindelijk klaar is voor de groepstraining?

Extra vervelend is het dat Adrien Trebel, Kenny Saief, Knowledge Musona, Zakkaria Bakkali en Alexandre Chipciu zich nog steeds Anderlecht-speler mogen noemen, tegen de zin van het bestuur en de nieuwe speler-manager in. Overbodige voetballers die elke maand netjes hun salaris ontvangen en die op het oefenveld alleen maar in de weg lopen. Zevenendertig kernspelers ná een transferperiode, veel slechter kan je een club niet beheren. De getalenteerde jonkies worden elke werkdag geconfronteerd met sikkeneurige profs die een veelvoud van hun maandloon incasseren. Erg motiverend kan dat niet zijn.

Onmisbare Mbokani

Niet dat Anderlecht tegen Antwerp ondermaats presteerde. Het begin was, zoals in zowat alle competitiewedstrijden tot nog toe, aardig en bemoedigend, met veel balbezit, leuke combinaties en een paar halve kansen. Mede omdat de bezoekers in de eerste helft vergaten dat ze ook aanvallende taken hadden. Nieuwkomer Steven Defour flirtte met de uitsluiting, hij mist wedstrijdritme en werd voortdurend voorbijgesneld door afwisselend Vlap en Verschaeren.

Dieumerci Mbokani schermde de bal prima af, maar deed er vervolgens weinig mee. De Congolees was een paar maanden geleden nog even in beeld bij Anderlecht, wat ongeveer alles zegt over de staat waarin die club zich bevindt, als je moet hopen op de komst van een bijna 34-jarige. Zelfs in dit dossier viel de besluiteloosheid van het paars-witte bestuur op, waarna Mbokani gewoon bijtekende bij Antwerp, waar hij een onmisbare pion blijft.

Na de pauze schoot Antwerp als een speer uit de startblokken. Binnen de twee minuten had het drie doelrijpe kansen versierd, meer dan Anderlecht er in de hele wedstrijd zou verzamelen. Doelman Van Crombrugge hield de thuisploeg met een reeks knappe saves overeind, ook al omdat zijn verdedigers hem in de steek lieten. Naast speler-Kompany is Hendrik Van Crombrugge een uitstekende aanwinst, mogelijk mogen we daar ook Nacer Chadli nog aan toevoegen, als die tenminste op zijn beste positie wordt uitgespeeld, op de linkerflank.

Antwerp scoorde dan toch, via Lior Refaelov en diens vervanger Koji Miyoshi, Anderlecht had tussendoor gelijk gemaakt na zwak verdedigen bij de bezoekers. Na de uitsluiting van Sambi Lokonga – overigens een veel betere controlerende middenvelder dan Zulj – zag je de hoop wegsijpelen uit de Anderlechtse rangen.

Amechtig vs. Ambitieus

Zo belanden we bij het grote euvel in het Astridpark. Technisch zijn alle spelers voldoende onderlegd, maar fysiek en vooral mentaal is er een gigantisch probleem. Als Kompany niet meespeelt, missen de jonkies iemand die hen wakker houdt, aanvuurt en moed inspreekt. Als de leider toekijkt vanuit een loge, is er geen andere leider die opstaat. Stuurloos team. Ze zijn zo fragiel, meneer! En terwijl de speler-Kompany gemist wordt, slaagt de manager-Kompany er intussen niet in zijn voetbalfilosofie in resultaten om te zetten, net zomin als zijn handpop in de dug-out. Blijft Kompany koppig vasthouden aan dit spelsysteem zonder dat het de komende weken punten oplevert, dan zullen de fans niet beleefd en toch-nog-altijd-een-beetje enthousiast blijven klappen.

Het verschil met Standard en Club Brugge is momenteel pijnlijk. Ook zij speelden dit weekend maar een helft op behoorlijk niveau, maar dat volstond voor al bij al makkelijke zeges in Oostende en in de stadsderby bij Cercle. Vergeten we ook de verdienste van Antwerp niet: terwijl de tegenstander van gisteren deze zomer vruchteloos naar een nieuwe spits zocht, versterkte Antwerp zich de laatste dagen van de transferperiode nog met interessante namen als Defour, Mirallas, Hoedt en Benson.

Antwerp, met de A van Ambitieus. Anderlecht, met de A van Amechtig. Dat vat het zo’n beetje samen.



De 20 Beste Voetballers Aller Tijden (deel 4, slot: 2 en 1)

Sport Posted on di, september 17, 2019 12:20:59

De ontknoping van een, toegegeven, behoorlijk pretentieuze vierdaagse. De voetballers-Top 20 aller tijden — nou ja, van de voorbije drieënvijftig jaar — van Frank Van Laeken, who cares? Maar goed, weest opnieuw welgekomen. Zoals u intussen weet: het is een persoonlijke lijst, protest is niet mogelijk, rechtzettingen zullen niet gebeuren en wie weet zou de lijst er volgende week al lichtjes anders uitzien.

Ik voeg er meteen aan toe, dat ik op het eind afwijk van mijn zelf opgelegde beperking tot spelers die ik grotendeels zelf heb mogen volgen, op tv. Van een van de twee hieronder, heb ik namelijk zijn eerste hoogtepunten, de WK’s van 1958 en 1962, alleen maar achteraf in samenvattingen beleefd, het eerste omdat ik nog niet geboren was, het tweede omdat ik amper drie jaar oud was en het verschil tussen rechter- en linkervoet nog niet kende. In ’62 werd Pelé van het veld geschoffeld. Op het WK van 1966, mijn eerste min of meer bewust meegemaakte voetbalevenement, werd Brazilië vroegtijdig uitgeschakeld.

Voor Pelé baseer ik me dus hoofdzakelijk op dat unieke wereldkampioenschap in 1970. En op die live aanschouwde snoekduikpas — een bal die achter hem kwam voorover duikend met de hak naar een ploegmaat deviërend — op de Bosuil, tijdens zijn afscheidstournee in 1976. Voordeel dat Pelé heeft ten opzichte van Matthews, Puskás of Di Stéfano is dat er voldoende beeldmateriaal van hem terug te vinden is, ook op YouTube.

Maar goed, bij deze: 2 en 1.

***

20. Rivelino

19. Paolo Maldini

18. Romário

17. Gerd Müller

16. Michel Platini

15. George Best

14. Ronaldinho

13. Andrea Pirlo

12. Franz Beckenbauer

11. Jairzinho

10. Xavi Hernández

9. Marco van Basten

8. Ronaldo

7. Cristiano Ronaldo

6. Andrés Iniesta

5. Zinédine Zidane

4. Diego Maradona

3. Johan Cruijff

2. PELÉ. Edson Arantes do Nascimento. Had net zo goed op 1 kunnen staan, maar prijkt op 2 vanwege mijn beperkte visuele herinneringen aan de man. O Rei, de koning. Meer dan duizend doelpunten, al moet er toch eens iemand al die jeugdwedstrijden opnieuw bekijken, want het lijkt overdreven veel. Behalve zijn lucratieve uitboljaren bij de New York Cosmos speelde hij zijn hele carrière, achttien seizoenen lang, voor Santos in eigen land. Twee en een halve keer wereldkampioen (Chili-1962 maakte hij niet tot het einde mee), vijf keer landskampioen in Brazilië, winnaar van de Copa Libertadores en, als toemaatje, ook nog kampioen van Noord-Amerika met Cosmos, in zijn allerlaatste seizoen. Voordien mocht hij van de Braziliaanse regering niet in Europa komen voetballen, omdat hij als ‘nationale schat’ werd beschouwd.

Pelé dirigeerde, dribbelde, gaf assists en scoorde aan de lopende band. Maakte niet uit hoe: rechts, links, met het hoofd. Technisch briljant en razend snel. Mocht men ooit proberen de ideale voetballer te creëren in de vorm van een performante robot, zoek niet verder: inspireer hem op Pelé (oftewel: Cristiano Ronaldo met zin voor samenspel). Maar toch zijn de twee fragmenten die mij het meest zijn bijgebleven van de man, twee opvallende missers op de Mundial ’70. Tegen Tsjechoslowakije trapte hij achteloos vanop eigen helft richting Tsjechisch doel: de bal ging maar net naast. Tegen Uruguay werd hij in de diepte gestuurd, liep over de bal heen waardoor de uitgelopen keeper ook totaal verrast was, en trapte vervolgens in de draai… nipt naast. Dat de op dat ogenblik beste voetballer van de wereld kon missen was voor deze jongen van elf een openbaring. Zowaar een mens! Die later zijn kleine menselijke kantjes liet zien als minister van Sport, ambassadeur voor Unicef en Unesco, een overdreven zelfingenomen en nogal verbitterde ex-ster die de op hem gerichte spot miste.

1. LIONEL MESSI. Neen, hij heeft nooit een WK gewonnen, dat klopt. Daarmee is dadelijk het grootste bezwaar tegen de Argentijnse Vlo op nummer 1 opgedist. Bekijk zijn capaciteiten (zoals de KU Leuven onlangs deed, in een vergelijking met tijdgenoot en concurrent Cristiano Ronaldo, door Messi glansrijk gewonnen). Beste dribbelaar. Check. Snelste détente. Check. Geweldig speloverzicht. Check. Individueel top, maar ook teamplayer. Check. Man die wedstrijden beslist. Check. Sportieve speler. Check.

Bekijk die erelijst: vier keer de Champions League, tien landstitels, zes bekers, vijf keer verkozen tot beste voetballer ter wereld, zes keer Europees topschutter. Vergelijk de fameuze dribbel van Maradona tegen Engeland (1986) met de goal van Messi in de bekerwedstrijd tegen Getafe (2007). Wonderschoon. Messi is dat jongetje dat altijd als eerste werd gekozen als je op de speelplaats een elftalletje wilde samenstellen, omdat hij zo goed is, keer op keer. Messi doet dingen met een bal die je fysiek onmogelijk acht. Messi bedenkt openingen die niemand anders ziet. Mocht Messi vijftien jaar eerder zijn geboren en ook in Barcelona beland zijn, dan zou hij in het Barça van Cruijff jaar na jaar de Champions League hebben gewonnen, in een perfect een-tweetje tussen leermeester en ideale leerling. Nu kreeg hij de cruijffiaanse spelbenadering mee van diens leerjongen, Pep Guardiola.

Neen, die wereldtitel zal er niet meer van komen, en voeg er gerust aan toe dat hij ook nog nooit de Copa América wist omhoog te steken als captain van zijn nationale team. Daarvoor is hij niet goed genoeg omringd bij Argentinië, of deugen de opeenvolgende bondscoaches niet. En, ja, zelf raakt hij ook verlamd in dat nationale shirt. Mag een mens nog gebreken hebben?



De 20 Beste Voetballers Aller Tijden (deel 3: 5 t/m 3)

Sport Posted on ma, september 16, 2019 12:16:37

U bent er nog? Niet te zeer geschokt omdat Cristiano Ronaldo niet op 1 staat? Laten we dan verder het rijtje topvoetballers aflopen.

Vandaag: 5 tot en met 3.

***

20. Rivelino

19. Paolo Maldini

18. Romário

17. Gerd Müller

16. Michel Platini

15. George Best

14. Ronaldinho

13. Andrea Pirlo

12. Franz Beckenbauer

11. Jairzinho

10. Xavi Hernández

9. Marco van Basten

8. Ronaldo

7. Cristiano Ronaldo

6. Andrés Iniesta

5. ZINÉDINE ZIDANE. Wat een genot om naar te kijken. Zijn pirouette (een Zidaneke doen) kreeg veel navolgers, maar weinigen konden dat op het allerhoogste niveau aan. Op z’n zesentwintigste nam hij la France bij de hand richting wereldtitel in eigen land. Zizou scoorde en liet scoren, iets wat hem onderscheidt van pakweg Cristiano Ronaldo. De Algerijnse Fransman was bijzonder efficiënt voor het team. Met Frankrijk werd hij eerst wereld- en daarna Europees kampioen, een tot dan toe ongeziene combinatie. Met juventus werd hij twee keer kampioen, met Real won hij de Champions League en één landstitel. Eén keer won hij de Gouden Bal, de FIFA riep hem drie keer uit tot beste voetballer van de wereld. Als trainer van Real zorgde hij voor een primeur: hij won drie keer op een rij de Champions League.

4. DIEGO MARADONA. Oei, een nieuwe schok voor u? Diego Armando Maradona, niet op 1? De man die Argentinië op z’n eentje de wereldtitel schonk in 1986 (mensen vergeten graag dat er nog tien andere spelers rondliepen in een gestreept lichtblauw-wit shirt en dat die ook een aardig stukje konden voetballen)? Pluisje was zowel de ultieme dribbelkoning als de onverschrokken valsspeler, twee aspecten die naar boven kwamen in die legendarische kwartfinale tegen Engeland op de Mundial in Mexico. ‘De hand van God’, gevolgd door een goddelijke dribbel. Vier jaar later werd hij ook vice-wereldkampioen, weer vier jaar later scoorde hij een wondermooi doelpunt tegen Griekenland, waarna hij op dopinggebruik werd betrapt. Het bleef dus bij die ene wereldtitel, drie landstitels (met die twee onvergetelijke van Napoli), twee bekers en de UEFA Cup van het seizoen 1988-1989. En die vele onvergetelijke, weergaloze momenten op het veld. Daarna verdween de voetballer-Maradona en trad de zwakke mens-Maradona op het voorplan. En er was ook die eerder lachwekkende beperkte trainerscarrière, onder meer als bondscoach van Argentinië. Toen de FIFA in 2000 Pelé uitriep tot ‘Speler van de eeuw’, won Maradona de publieke verkiezing op het nog prille internet. Ten onrechte. Het grote publiek heeft het zelden bij het rechte eind of houdt het op weinig doordachte meningen, dat bewijzen andere verkiezingen voortdurend.

3. JOHAN CRUIJFF. In mijn gedachten staat hij op 1, maar de feiten en de cijfers verdienen ook aandacht, dus zet ik Nummer 14 op nummer 3. Ik vind Cruijff zo fantastisch omdat hij tot twee keer toe een revolutie in het voetbal heeft veroorzaakt. Een eerste keer toen hij als speler het totaalvoetbal hielp introduceren, een spelsysteem waarbij alleen de keeper een vaste plaats kent, al speelt die de hele tijd mee (met de voeten). Kijk naar de openingsminuut van het WK in West-Duitsland, in 1974. Op het ogenblik dat Cruijff bal aan de voet aan zijn onstuitbare rush richting strafschopgebied van de Duitsers vertrekt — waar hij foutief afgestopt wordt door Berti Vogts —, staat hij laatste man bij Oranje. Dat WK was Oranje haast even indrukwekkend als Brazilië vier jaar eerder. Voetbal van een andere planeet, alleen afgestraft door geniepige Duitsers en die eeuwige Gerd Müller met een intikkertje. De tweede keer dat Cruijff het voetbal verreikende impulsen gaf, was als trainer bij FC Barcelona. Hij vond het tiki-taka uit, dat achteraf geperfectioneerd werd door Guardiola. Cruijff legde de basis van het mooiste voetbal van de voorbije vijfentwintig jaar. Aanvallend, dominant, gebaseerd op balbezit. Maar hij werd dus geen wereldkampioen, noch Europees kampioen. Won wel drie keer op rij de Europabeker voor Landskampioenen (met Ajax), won tien landstitels, zeven bekers en werd drie keer Europees speler van het jaar. Als trainer won hij Europacup I met Barcelona en Europacup II met Ajax en Barcelona. Plus vier landstitels en drie bekers. Neen, Johan Cruijff werd nooit wereldkampioen, maar hij heeft de wereld van het voetbal ten goede veranderd, een verdienste die veel hoger reikt dan duizend dribbels. En hij heeft onnavolgbare en soms onbegrijpelijke oneliners geproduceerd, voeg ik er even voor de volledigheid aan toe.

***

Morgen: de ontknoping, 2 en 1. Voor wie goed heeft opgelet: Messi of Pelé, Pelé of Messi?



De 20 Beste Voetballers Aller Tijden (deel 2: 10 t/m 6)

Sport Posted on zo, september 15, 2019 12:04:32

Deel twee van mijn persoonlijke Top 20 van beste voetballers aller tijden. Wat ik al kan weggeven: bij mijn beste tien zitten twee Spanjaarden, twee Nederlanders, twee Brazilianen, twee Argentijnen, één Portugees, één Fransman en géén Belg. Morgen verneemt u wie 5, 4 en 3 staan, overmorgen onthul ik 2 en 1, en weet u wie mijn favoriete sjotter ooit is.

Vandaag: 10 tot en met 6.

***

20. Rivelino

19. Paolo Maldini

18. Romário

17. Gerd Müller

16. Michel Platini

15. George Best

14. Ronaldinho

13. Andrea Pirlo

12. Franz Beckenbauer

11. Jairzinho

10. XAVI HERNÁNDEZ. Metronoom van het grote FC Barcelona, opvolger van Pep Guardiola in die functie op het middenveld. Onverbeterlijke inspeelpas: altijd op de juiste snelheid, altijd op de betere voet van een ploegmaat, altijd de best beschikbare optie kiezend. Wereldkampioen met Spanje. Tweevoudig Europees kampioen. Vier keer winnaar van de Champions League, acht Spaanse titels, drie bekers. O ja, vorig seizoen ook nog winnaar van het Qatarees kampioenschap, maar dit geheel terzijde.

9. MARCO VAN BASTEN. Wat als die enkel hem niet zo vaak parten had gespeeld? Zou hij dan meer dan drie Gouden Ballen hebben gewonnen? Zou hij dan meer hebben betekend voor zijn vaderland dan alleen maar eindwinst in dat ene Europees Kampioenschap van 1988 met die wondergoal van ‘m? Won drie keer de Europabeker voor Landskampioenen met Milan, Europacup II met Ajax, zes landstitels, drie bekers. Die zuivere techniek! Die perfecte lichaamsbeheersing! Die feeling om op het juiste moment op de juiste plaats te staan! Probeerde het ook als trainer, maar dat viel nogal tegen.

8. RONALDO. Ronaldo Luís Nazário de Lima. Tegenwoordig wordt hij weggelachen als ‘de dikke’, maar vergis u niet: hij is ‘O Fenômeno’. Net als Romário werd hij ontdekt door PSV uit Eindhoven, waar hij als zeventienjarige neerstreek en in twee seizoenen gemiddeld één goal per wedstrijd maakte. Dat bleef hij doen in dat ene seizoen bij FC Barcelona, waarna het Grote Geld hem lonkte: eerst vijf seizoenen Inter, dan vijf seizoenen als Galáctico bij Real. In zijn topdagen: heel snel, dribbelvaardig, neus voor de goal, een frontlinie op zich. Twee keer wereldkampioen met Brazilië (al speelde hij in 1994 nauwelijks mee), één keer verliezend finalist, drie keer winnaar van de Copa América, drie landstitels, drie bekers, winnaar van Europacup II en de UEFA Cup, twee keer ontving hij de Gouden Bal. Ook zijn carrière werd geteisterd door blessureleed en, op het eind van zijn Real-periode, overgewicht.

7. CRISTIANO RONALDO. Oké, begin maar luidop te vloeken, fans van het Portugese fenomeen. Hij staat niet hoger dan dit: zijn rugnummer, zeg maar. CR7. Een aanval op z’n eentje en zo speelde hij ook vaak: vooral uit op eigen succes. Een egocentrische spits die niet eens juicht als een ploegmaat scoort. Maar hij deed dat zo fantastisch bij Manchester United, Real en nu bij Juventus dat hij zich dat kon permitteren. Wellicht de beste rechttoe-rechtaan-voetballer aller tijden. Recht op doel af, pijlsnel, fysiek top, doelgericht. Europees kampioen met Portugal (ook al moest hij in de finale al vroeg van het veld door een blessure), winnaar van de eerste editie van de UEFA Nations League, vijf keer winnaar van de Champions League, zes keer landskampioen (in Engeland, Spanje en Italië, niet mis!), drie bekers, vijf keer uitgeroepen tot beste speler van de wereld (enfin, drie keer Europa, twee keer de wereld, maar Europa ís in dit geval de wereld), vier keer de beste topschutter van Europa.

6. ANDRÉS INIESTA. Net als zijn maatje Xavi, de metronoom, dicteerde hij het spel bij FC Barcelona en de Spaanse nationale ploeg in de gouden jaren. Wat Iniesta doet, is zelden spectaculair, maar altijd efficiënt en mooi om te zien. Binnen het tiki-taka-systeem was hij onmisbaar. Wereldkampioen en tweevoudig Europees kampioen met Spanje, waarmee hij ook in twee jeugdcategorieën al het EK had gewonnen. Met Barça vier keer winnaar van de Champions League, negen landstitels, zes bekers. 131 interlands, waarin hij niet meer dan dertien keer scoorde, al was die ene goal tegen Nederland in 2010 nogal belangrijk. Waarom ik Iniesta zo hoog inschat? Misschien is hij wel de beste teamplayer ooit. En voetbal is een teamsport, toch? (Al zal nummer 7 op deze lijst dat enigszins tegenspreken, vermoed ik.)

***

Morgen: 5 tot en met 3.



Volgende »