Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De bomen en het bos

Journalistiek, Radio en Televisie, Samenleving Posted on za, mei 23, 2026 13:15:39

In september 2019 mocht ik een maand lang inspringen op de redactie van De zevende dag, toen nog ‘oude’ stempel, twee uur lang met meerdere onderwerpen en praatgasten. Ik deed dat in afwachting van een nieuwe medewerker die nog dertig dagen moest presteren op het werk dat hij weldra ging verlaten voor een blinkende carrière aan de Reyerslaan. In de voorbereiding van een van de uitzendingen werd gekozen om het over klimaatverandering te hebben. Vond ik een goed idee. Ik belde met een klimaatwetenschapster – de naam ontschiet me nu even – die op een rustige en bevattelijke manier kon uitleggen wat er aan de hand was. Tot op een volgende redactievergadering werd beslist om er een telegeniek duel van te maken: klimaatactiviste Anouna De Wever versus filosoof en ecorealist Maarten Boudry. Dat zou vonken geven! Beschaamd belde ik de experte af en bereidde een gesprek voor tussen de twee kemphanen. De Wever won op punten, vond ik achteraf, ze produceerde nog net iets meer decibels die zondagmiddag dan haar opponent. So what!

Boudry werd toen al een poos opgevoerd om gesprekken bij te kleuren, men wist op tv-redacties dat hij over zowat alles behalve het voetbal een mening heeft. Zo werken redacties nu eenmaal tegenwoordig: nodig een gast met een grote mond uit, wat hij zegt is minder belangrijk dan hoe hij het zegt en hoe luid hij dat doet, en er zal over worden nagepraat. Vroeger was dat op trein, tram en bus, nu op sociale media. Bovendien genereert het bezoekers op je platform. Clickbait. Boudry is de ultieme lokker.

In die hoedanigheid zat hij deze week in de studio van De afspraak, omdat de redactie – eindredacteur en presentator op kop – ervan overtuigd was dat hij controversiële dingen zou zeggen over een studie die het had over de attitude van mannen tegenover vrouwen en trans personen. Wat de decision makers van De afspraak wellicht niet wisten – ik mag dat tenminste hopen! – is dat Boudry van de gelegenheid gebruik zou maken om de werkgever van de hele ploeg van De afspraak, de VRT, te kapittelen. Volgens de alwetende filosoof had de openbare omroep de pijnlijkste resultaten van de enquête, die onder de noemer ‘De foto van Vlaanderen’ werd uitgevoerd, weggemoffeld. Hij bedoelde: er werd niet duidelijk genoeg gecommuniceerd dat vrouwonvriendelijkheid vooral in de islam een probleem vormt.

En, ja hoor, Boudry heeft weer geleverd: dagenlang gaat het nu al over dat onderzoek, van extreemlinks tot extreemrechts.

Pervers, vind ik het, dat mensen die van zichzelf denken dat ze over alles behalve het voetbal kunnen meepraten, worden uitgenodigd om over alles behalve het voetbal luidruchtige standpunten te debiteren. Maar hij slaagde er wel in om de perfecte storm te creëren. Want natuurlijk is die ‘Foto van Vlaanderen’ een krakkemikkig uitgevoerd onderzoek, met dubbelzinnige vraagstellingen en uitgevoerd bij een niet al te representatief staal van de bevolking. Zeer wazige foto. Weggegooid geld. Óns belastinggeld. En natuurlijk is vrouwonvriendelijkheid een probleem bij een deel van de islamwereld. Dat mag gezegd worden. Dat móet gezegd worden.

Alleen ging het Boudry niet over ‘een deel van de islamwereld’. Hij veralgemeende.

Alleen is het onheus bejegenen van vrouwen geen islamprobleem, maar een probleem van alle religies en bij uitbreiding van de hele samenleving.

Alleen gaat de discussie (alwéér) over een deelgebied en niet over het wereldomvattende probleem. Het gaat al dagen over de bomen, niet over het bos.

Voor de zoveelste keer fungeerde Boudry als de nuttige idioot van (extreem)rechts. Toen ik op Facebook opperde dat hij bij een volgende aanwezigheid op tv best zou geïntroduceerd worden als ‘extreemrechtse pseudofilosoof’, kreeg ik daar flink weerwerk op. Ik mocht de man niet extreemrechts noemen. Maar hoe dan wel, als je standpunten keer op keer worden toegejuicht en nog wat breder verspreid door extreemrechtse lieden. Wat ben je zelf dan?

Dit is vooral een gemiste kans om een reëel probleem via een goed uitgevoerd onderzoek – wees gerust, er bestaat ongetwijfeld heel wat verantwoord studiewerk ter zake – aan te kaarten. In deze zogeheten moderne samenleving leven we nog altijd te veel in een patriarchaal systeem, waarin mannen zich het recht toe-eigenen om vrouwen te miskennen, kleineren of mishandelen, aangevoerd en -gevuurd door figuren als Andrew Tate en consoorten, door niets of niemand gecontroleerde influencers die (voornamelijk) jonge mannen voeden met vrouwonvriendelijke boodschappen. De ‘manosfeer’ is een explosief maatschappelijk gegeven. Dat ontkennen zou dom zijn. Dat beperken tot islamitische jongens en mannen is niet alleen grondig fout, ik zou dat ook misdadig en gevaarlijk durven te noemen. Vlaams Belang en Maarten Boudry, één strijd.

Mag ik dat niet extreemrechts noemen, misschien?

En zullen we dan nu het probleem aanpakken en niet in de marge blijven dribbelen?



Ad hominem (Weg met deze opiniemakers!)

Communicatie, Journalistiek, Memories & mijmeringen Posted on za, maart 28, 2026 12:47:07

Ik ga iets doen wat ik normaal nooit doe.

Ik ga iets doen wat ik bij anderen veracht.

Ik ga iets doen wat u mij misschien kwalijk zult nemen.

En toch ga ik het doen: ik ga hieronder een top 10 publiceren van columnisten/opiniemakers van wie ik vind dat die niet meer thuishoren in de media, niet omdat hun mening mij niet aanstaat, maar omdat hun mening reactionair of achterhaald of vals of een combinatie van de drie is. Zeker in media die zichzelf, wel of niet terecht, een kwaliteitslabel geven, horen de meningen van deze lieden niet langer thuis. Controverse mag, moét soms. Een mening die haaks staat op die van mij, laat maar komen. De randjes van het toelaatbare opzoeken, ach ja, moet af en toe kunnen. Maar voor deze dames en heren past maar één conclusie: weg ermee! Of ook: ander en beter! De volgorde is zoals in een echte top 10: van erg (10) tot héél erg (1).

Waarschuwing: in dit stuk speel ik man én bal (maar toch vooral in de eerste plaats de man – of: die ene, uitzonderlijke, vrouw). Ad hominem, als het ware. Gelieve me hiervoor te verontschuldigen. Of niet. Uw keuze.

***

Buiten categorie. De zotte Morgen

Nog niet zo lang geleden was het een plezier om deze dagelijkse pagina in De Morgen te consulteren: spitsvondig, alert, grappig. Niet in het minst dankzij de columns van Mark Coenen en Frederik De Backer, of de satirische nieuwsberichten van The Vremde Mirror. Met hun columns verdween ook de zin van deze pagina, die dezer dagen gevuld wordt met flauwe woordspelingen, lauwe cartoons, de lege bijdragen van Aurelie Zeebroek en, als toetje, de inspiratieloze poëzie van Yannick Dangre. De heimwee naar Stijn De Paepe wordt er alleen maar groter om.

***

10. Christophe Vekeman

Heeft al vele jaren een column in De Standaard Weekblad. De ene keer knikte je instemmend, de andere keer draaide je na twee nietszeggende alinea’s de pagina om. Vekeman kán schrijven, maar hij doet het niet altijd. Spitsvondig ruimt bij hem al te vaak plaats voor geneuzel en geleuter. Daar is sinds een jaar of zo nog een bezwarend element bij gekomen: de auteur heeft het Licht gezien. Hij is helemaal in den Here en dat zullen we geweten hebben. Als er ergens iemand iets doet dat de katholieke wereld schoffeert – denk aan het recente vernielen van heiligenbeeldjes –, klimt hij als eerste in de pen om dit te veroordelen, niet zozeer vanwege de banale onnozelheid van die daad, maar vanuit een verontwaardiging die gevoed wordt door Hogere Krachten. Een man met een missie. Ergerlijk.

***

9. Joris Van Cauter

Iedereen heeft recht op verdediging, zelfs de ergste misdadigers. Horion, Dutroux, Vangheluwe. Een advocaat die deze taak op zich neemt, dient gerespecteerd te worden. Máár: hij moet ook fatsoenlijk genoeg blijven om in te zien dat publieke standpunten over de wandaden van zijn cliënt ofwel terughoudend moeten zijn, ofwel beter uitblijven. Dat deed Van Cauter niet in zijn verdediging van het ontmenselijkende sujet Roger Vangheluwe. In zijn maandelijkse column in De Standaard blijkt telkens dat hij een zeer eenzijdige, conservatief-reactionaire mening heeft over onze rechtsstaat. Dat is zijn volste recht, maar moet ik dat lezen in een kwaliteitskrant? (En dan mogen we ons nog gelukkig prijzen dat zijn copain en collega Fernand Keuleneer geen columns schrijft. Diens kwalijke rol in het laten uitdoven van het onderzoek in Operatie Kelk kan niet genoeg onderstreept worden. Terwijl hij op Twitter/X weleens korte meninkjes poneerde waarmee je het goedkeurend knikkend eens kon zijn, is zijn maatschappelijke rol – óók in het euthanasieproces rond de dood van Tine Nys – op zijn minst ergerlijk, vaak zelfs onvergeeflijk. Gevaarlijke man, die Keuleneer.)

***

8. Mark Elchardus

Het vroegere sociologische geweten van de sociaaldemocratische partij schrijft lezenswaardige stukken die soms volstrekt nergens op slaan. Hij is tegenwoordig de favoriete antimigratie-auteur van het Vlaams-nationalisme. Bijna al zijn bijdragen gaan over (versta: tégen) migratie en zelfs als het onderwerp niet rechtstreeks met dat thema te maken heeft, geeft hij er een kniezwengel aan – niet zo elegant als Kate Ryan destijds – om toch bij zijn stokpaardje te belanden. Er zijn te veel migranten, aldus Elchardus. Er zijn te veel opiniemakers die zich voor de kar van de (extreem)rechtse retoriek laten spannen om zelf (extreem)rechtse deugpunten te scoren, aldus Van Laeken.

***

7. Joren Vermeersch

Ach ja, jurist-historicus en op een geel-zwarte maandag partijideoloog van de N-VA. Vandaag mag deze man de toespraken schrijven voor de minister van Defensie/Oorlog, de genaamde Theo Francken, bloembakkenzeikerd, Trumpliefhebber, brulboei die streeft naar ‘samen een meerderheid’. Er zijn voorwaar deugdelijker beroepen te vinden. Herstel: er zijn bijna uitsluitend deugdelijker beroepen te vinden. In zijn column in De Standaard bewijst Vermeersch tweewekelijks dat er een dunne scheidslijn is tussen historicus en hystericus. Hij behoort eerder tot die laatste beroepscategorie.

***

6. Wouter Duyck

Onderwijsspecialist, nou ja. Noem het een vooroordeel, maar ik vind iemand die op radio en televisie met een zwaar West-Vlaams accent toetert over een sector waar beschaafdheid op zijn plaats is, niet geloofwaardig. Vreemd genoeg sluiten zijn opinies daarbij aan. Hij inspireert vooral de N-VA. Helaas levert die partij de Vlaamse minister van Onderwijs. Zowat alle échte experten spreken hem tegen. (Terloops: in een tweet – ja, dit soort figuren blijven hangen op het rechtse medium van Musk – schreef hij dat Hitler een socialist was, want ja, nationaalsocialistisch. Moet déze man ons onderwijs kwalitatief verbeteren? Is hij zelf wel naar school geweest?)

***

5. Koen Meulenaere

Officieel met pensioen, maar af en toe wordt hij door De Tijd gevraagd om, bijvoorbeeld rond verkiezingen, zijn pen opnieuw in vitriool te doppen. Grappige vent, geschikte kerel, goeie voetbalcommentator: zijn satirische bijdragen, vroeger in Knack, later in De Tijd, lazen vlot weg en je kon erom lachen. Topsatire. Helaas, Meulenaere heeft ook jarenlang aan afrekeningsjournalistiek gedaan onder het mom van satire en zo reputaties kapot gemaakt (en blijven maken, want hij hield niet op wanneer iemand uitgeteld tegen het canvas lag, als een bokser die zijn tegenstander niet gewoon knock-out wil slaan, maar ook wil dat die nooit meer opstaat). Er zijn grenzen, Meulenaere verkende die niet alleen, hij overschreed ze meer dan eens. Onvergeeflijk.

***

4. Marnix Peeters

Ooit een gerespecteerd muziekrecensent en -interviewer voor Humo, daarna nog altijd gewaardeerd als reporter van Het Laatste Nieuws. Dan begon hij boeken te schrijven en columns voor Zeno, de zaterdagbijlage van De Morgen. In die hoedanigheid van columnist zag je hem, als vaste lezer, elke week een beetje meer verglijden naar de verzuurde, revanchistische, misogyne praatjesmaker die hij na zijn overstap naar Het Laatste Nieuws helemaal is geworden. Zuurder dan de columns van Peeters wordt het niet. Jammer, vergooid talent. En ook nog eens gevaarlijk, want hij heeft nu een groter bereik dan ooit tevoren.

***

2/3 (ex aequo). Rik Torfs & Mia Doornaert

Ze zitten zelden samen in hetzelfde panelgesprek – en gelukkig maar! – en toch lijken ze onafscheidelijk in hun reactionaire visie op de samenleving. Ik verdenk de openbare omroep ervan dat ze ergens in de catacomben aan de Reyerslaan 52 een luxueuze loge delen, van waaruit ze geregeld opgediept worden om hun mening te geven over respectievelijk de Kerk en Frankrijk (of internationale diplomatie). Het is wachten op het moment dat de verkeerde praatgast wordt opgediept, maar ach, ze achten zich deskundig in alle maatschappelijke domeinen, dus dat doen ze er wel even bij. Tot een paar jaar geleden gaf ik een gastcollege Interviewtechnieken aan de master-na-master opleiding Journalistiek aan de KU Leuven. Een van de eerste dingen die ik daar zei was: ‘Wees eens origineel in je gastenkeuze, het hoeft niet altijd Rik Torfs of Mia Doornaert te zijn’. Het eerste jaar dat ik dat poneerde, keken de studenten vreemd op. Het jaar daarop merkte ik dat opnieuw op en vroeg ik hen waarom dat zo was: bleek dat ze de twee niet eens kénden. Houden zo! (Het zegt ook veel over de voorspelbare conservatieve reflex van redacties, die altijd weer bij de ‘usual suspects’ uitkomen.) In de toekomst verdwijnen ze sowieso uit beeld, maar waarom worden ze nog steeds te pas en te onpas opgevoerd over onderwerpen die een beetje in hun vakgebied passen? In haar column in De Standaard bedient la Doornaert zich dan ook nog eens af en toe van fake news om haar standpunt kracht bij te zetten (quod non). Achterhaald, in het beste geval. Aanstootgevend, heel vaak. De bon mots van Torfs worden steeds rechtser, deze man schuift almaar verder op, intussen ver weg van het centrum waar hij ooit vertoefde. Mocht de aarde plat zijn – wat een aantal van zijn fanatieke volgers weleens zou kunnen geloven –, zou hij er allang afgedonderd zijn. Dit duo likt naar boven en trapt naar beneden. Van opiniemakers mag je het omgekeerde verwachten.

***

1. Maarten Boudry

Schande toch dat deze would-befilosoof vier jaar lang de Leerstoel Etienne Vermeersch mocht bezetten aan de Universiteit Gent. Vermeersch, een consequente vrijdenker. Boudry, een mannetje dat zich laat inkapselen in een bepaalde ideologische denkrichting om van daaruit te fulmineren tegen pakweg de ecologische beweging of al wie kritiek heeft op Israël. Heel eenzijdig allemaal. Van een filosoof verwacht je een helikoptervisie op de samenleving, geen tunnelvisie. Boudry zit in een tunnel waar geen licht schijnt op het einde: zijn tunnel heeft alleen maar een ingang, geen uitgang. Van alle niet-Israëliërs zal hij straks wellicht de laatste zijn die het woord genocide in de mond durft te nemen over wat de regering-Netanyahu nu al twee en een half jaar aanricht in Gaza, op de Westbank en sinds kort ook in Libanon. Wat zeg ik: hij zal dat zwaarbeladen woorden nóóit gebruiken, want liever dan zijn ongelijk toe te geven, blijft hij zich in bochten manoeuvreren. Een zionistische leerstoel past beter bij hem. Boudry slaagt erin om het onverdedigbare te blijven verdedigen door zich van een pseudo-intellectueel discours te bedienen, waardoor zijn meningen coherent lijken (voor wie niet beter weet). Natuurlijk verdedigde deze man recent nog de nakende aanstelling van een Amerikaanse wetenschapsfilosoof die zich beroept op de stelling dat er intelligentieverschillen zijn tussen de rassen (lees: het witte ras is superieur aan alle anderen), het was alsof hij het opnam voor een vriend, pseudowetenschappers onder elkaar. Ooit noemde hij zich links, maar ondertussen wordt hij geknuffeld en omarmd door extreemrechts. Boudry is het beste bewijs dat wie intellectueel begint af te glijden, zelden nog gered kan worden. Het neerstorten kan niet gestuit worden. Geef hem zijn eigen Speaker’s Corner, ergens in een doodlopende steeg zonder straatverlichting in Gent, waar hij urenlang kan fulmineren tegen de muren rondom hem. Veel onschuldiger dan hem geregeld een forum te geven in respectabele en gerespecteerde media.

***

Hé hé, dat lucht op!



Vertrouwen

Communicatie, Journalistiek, Samenleving Posted on za, februari 28, 2026 12:39:16

Flashback naar april vorig jaar: verontwaardiging alom wanneer een gynaecologiestudent schuldig wordt bevonden aan verkrachting van een collega-studente maar opschorting van straf krijgt. In de media sijpelen de woorden ‘voorbeeldige student’, ‘geëngageerd’ en ‘gunstige persoonlijkheid’ door, die olie op het vuur gooien. A zo, als je een ‘gunstige persoonlijkheid’ hebt – wat dat verder ook moge betekenen –, moet je niet de cel in voor verkrachting? Dagenlang wordt er geprotesteerd, vooral door jonge vrouwen die zich in de plaats van hun verkrachte generatiegenote stellen en de wereldvreemdheid van de rechter hekelen.

Wie deed dat overigens niet de voorbije jaren, klagen over rechters die niet met hun twee voeten in de samenleving staan?

Eerlijk, ik heb daar toen niets over gezegd of geschreven, omdat ik nog in volle rouw zat na het overlijden van mijn echtgenote. Anders zou de kans groot geweest zijn dat ook ik een blogpost had gewijd aan deze zaak. Of enkele rake opmerkingen op sociale media had geplaatst. En hoewel ik het nieuws van buiten mijn vier muren toen slechts mondjesmaat tot mij nam, had ik bijna zeker dat vonnis aangeklaagd. Voor mij hoorde die student thuis in de cel, zoals alle veroordeelde verkrachters.

Deze week kwam de zaak in beroep voor, omdat het openbaar ministerie zich had verzet tegen de oorspronkelijke uitspraak. De strafmaat werd bevestigd: schuldig met opschorting van straf. De student, die inmiddels andere studies heeft aangevat, blijft op vrije voeten. Maar nu kwamen er wel meer details vrij over wat er precies gebeurd is die nacht in november 2023. U kunt die wel teruglezen in uw krant of op het internet. Kort gezegd: de studente was stomdronken, de student bood aan haar naar het kot van haar vriendin te begeleiden en daar kwam het tot seks, terwijl de studente zich daar ’s anderendaags niets meer van herinnerde. Ze had dus geen expliciete of impliciete toestemming gegeven, kon dat ook niet meer geven gezien haar laveloze toestand. En dus heeft hij haar juridisch gezien verkracht.

Ik begrijp nu veel beter waarom de student, met zijn blanco strafblad en zijn onbesproken gedrag, wél schuldig werd bevonden, maar níet naar de gevangenis moest. Zijn handelen was zonder meer fout – vandaar de veroordeling –, alleen moet je de samenleving niet voor hem behoeden. Hij is geen serieverkrachter, geen seksueel roofdier, geen individu dat in de duisternis staat te wachten om een vrouw die alleen over straat wandelt, mee te sleuren in de bosjes.

En ik begrijp nu ook hoezeer we op het verkeerde been gezet zijn vorig jaar. Door de media, die alleen de pikante details hebben uitgelicht. Door de demonstranten, die alleen maar sloganeske taal hanteerden. Door de rechter, die een duidelijker keuze had moeten maken: ofwel het vonnis onmiddellijk publiceren en meegeven aan de aanwezige journalisten, ofwel niets naar buiten laten komen. Dat laatste is vrij naïef in deze tijden van instant-verslaggeving, dus had hij de dader moeten afschermen van de op lynchen beluste massa. Nu werd de dader zelf ook slachtoffer.

Spreken is zilver, zwijgen is goud, zegt het spreekwoord.

Ik háát dat gezegde, omdat het er alleen maar op uit is om mensen te doen zwijgen. Spreken zullen we, verdorie! Máár: alvorens we spreken, moeten we wel iets langer nadenken over wat we precies zullen zeggen. Nadenken. Alles op een rij zetten. Nuanceren. En dan, op basis van correcte informatie, een mening uiten. Vrijheid van meningsuiting is uitermate belangrijk, maar we mogen er geen vrijheid van onmiddellijke en ongenuanceerde meningsuiting van maken. Enfin, dat mag óók, want strikt genomen valt het onder dezelfde grondwettelijke bescherming, maar het zou zoveel slimmer zijn om even te wachten.

Er mag wat meer vertrouwen zijn in de rechterlijke macht. Die rechterlijke macht mag wat meer vertrouwen hebben in de samenleving en zou wat vaker open moeten communiceren. En de samenleving moet wat geduldiger zijn. Oordelen en veroordelen is zó makkelijk. Beoordelen, op basis van reflectie en onderzoek, is veel moeilijker. Nochtans is dat laatste maatschappelijk veel zinvoller. Al was het maar omdat het virtuele lynchpartijen voorkomt.

Spreken is zilver, te snel spreken is niet eens eremetaal waard.



Wij, witte heteromannen

Communicatie, Journalistiek, Samenleving Posted on za, februari 14, 2026 12:02:38

Wij, witte heteromannen, zouden bescheidener moeten zijn. De evenaar loopt heus niet door onze reet, we hoeven niet elke dag te doen alsof we het warm water opnieuw hebben uitgevonden, we hebben onze huidige status vooral te danken aan historische scheeftrekkingen, niet aan eigen verdiensten of aan een recht dat we onszelf om een of andere duistere reden voorbehouden.

Wij, witte heteromannen, hebben nog altijd de overhand in globale discussies en kwesties. Vele samenlevingen zijn patriarchaal ingesteld, dat geldt zeker ook voor witte samenlevingen. Ook dat is geen verdienste, het is iets wat onze verre voorvaderen hebben opgeëist en in de loop van de millennia hebben behouden. Als dat statuut in gevaar komt, reageren we met geweld, verbaal of fysiek. Dat alleen al duidt op onze initiële zwakte. Wie geweld nodig heeft om zijn machtspositie te behouden, zit fundamenteel fout.

Wij, witte heteromannen, zouden er niet systematisch van mogen uitgaan dat we alles begrijpen, dat we overal een antwoord op hebben en dat we – als we dat antwoord níet hebben – mogen verwijzen naar onze oorspronkelijke status: wij zijn de baas! Zwaktebod.

Wij, witte heteromannen, zouden wat meer moeten luisteren naar wie niet wit, niet hetero en niet van mannelijke kunne is. We missen waardevolle input als we ons blijven verschuilen achter onze maatschappelijke machtspositie.

Wij, witte heteromannen, zouden a fortiori in zaken die andere mensen aangaan moeten zwijgen en als we ons al in het debat mengen, dan niet vanuit een ‘Wij weten alles beter!’-houding, maar open, tolerant en bereid tot luisteren en bijleren. We hebben ons in het verleden voortdurend gemengd in kwesties waarin we geweigerd hebben te aanvaarden dat we niet de drijvende kracht maar slechts een faciliterende partij waren. Een voorbeeld: abortus. Dat is in de eerste en de laatste plaats een vrouwenkwestie. Baas in eigen buik, weet u nog wel? Wij, witte heteromannen, hebben een doorbraak ter zake heel lang geweigerd, omdat we dat konden, als enige of alleszins qua getalsterkte dominante sekse die hierover kon beslissen. (Nog een gradatie erger was dat witte mannen in een religieus plunje een verbod eisten voor iets waar zij, als ze zich tenminste aan de regeltjes hielden, niets mee te maken hadden en nooit zouden hebben.)

Wij, witte heteromannen, moeten leren dat we ons beter baseren op statistieken en officiële cijfers dan op een gevoel of op anekdotiek. De realiteit in de macrokosmos is vaak anders dan die in onze microkosmos. Onze beperkte kring is niet de wereld. Wat onze vriendinnen zeggen, is niet wat vrouwen in de rest van de wereld meemaken en vertellen, om toch even terug te komen op die discussie die nu al meer dan een week woedt.

Wij, witte heteromannen, zouden niet in een defensieve kramp moeten schieten wanneer een Nederlandse comédienne misschien net iets te agressief en luidruchtig in een talkshow de waarheid zegt; we zouden aandacht moeten hebben voor wát ze zegt, niet voor hóe ze dat doet. En we zouden vervolgens niet de focus moeten leggen op de term ‘gevoel’ (zoals in: onveiligheidsgevoel) om te benadrukken dat het ‘slechts’ om een angstig aanvoelen gaat, terwijl de dagelijkse werkelijkheid en de vele statistische gegevens duidelijk maken dat dit gevoel wel degelijk op een reëel gevaar gebaseerd is en die angst – hoe irreëel die misschien achteraf blijkt te zijn geweest – fundamenten heeft in wat die vrouwen overal ter wereld elke dag wel ergens overkomt.

Wij, witte heteromannen, belemmeren het doorgroeien en tot volle bloei komen van mensen die er niet uitzien zoals wij. En dat louter en alleen omdat we hen dat kúnnen belemmeren. ‘Waarom! Daarom!’ is een zeer achterhaald principe, dat was het trouwens al toen het voor het eerst opdook. We bedienen ons er nochtans constant van.

Wij, witte heteromannen, zijn niet de norm, ook al hebben we die bepaald en blijven we die hardnekkig opleggen.

Wij, witte heteromannen, bepalen niet alleen de waarden waaraan iedereen geacht wordt zich te houden.

Wij, witte heteromannen, zouden moeten leren zwijgen wanneer dat gepast is en spreken wanneer dat gewenst is. We zouden er de wereld veel miserie mee besparen. En uiteindelijk ook onszelf.

***

Disclaimer: ik wilde dit stukje oorspronkelijk ‘Wij, mannen’ noemen, maar ik wil niet spreken namens alle personen die zich als man identificeren. Dat zou nogal pretentieus zijn. ‘Wij, heteromannen’ klonk ook te voortvarend, want wie ben ik om namens niet-witte mannen te praten. (En, ja, er zit vaak een religieus-culturele component aan wangedrag tegenover vrouwen, dat moet erkend worden.) Dan maar ‘wij, witte heteromannen’, dat is nu eenmaal het vakje waarin ik door omstandigheden buiten mijn wil om in vertoef – al vind ik het niet altijd even storend, met dank aan al die privileges, toch wel! Ik identificeer me overigens zelden met de verwijten die ik ‘ons, witte heteromannen’ maak, maar het zou nogal pocherig klinken om over ‘de andere witte heteromannen’ te spreken, alsof ik een soort heilige zou zijn. Ik heb mezelf dus mee in het bad geduwd. En ik kan niet eens zwemmen…



Kom uit uw kot, journalisten!

Geschiedenis, Journalistiek, Politiek Posted on za, januari 31, 2026 12:59:21

Als het buiten lijkt te regenen en u wilt even checken of dat daadwerkelijk zo is, dan bestaat daar – tenzij u volstrekt immobiel bent en gedwongen om binnen te blijven, of met twee collega’s samengepropt zit in een minuscule gevangeniscel – een eenvoudige methode voor: u stapt even de deur uit, gaat op een plek staan waar er geen beschutting boven uw hoofd is en u voelt of er nattigheid uit de hemel valt, ja dan neen. Voelt u de druppels? Het regent. Voelt u de druppels niet? Het is droog.

Poepsimpel, gewoon zelf even een inspanning leveren.

Van journalisten, die – als ze tenminste niet tot de categorieën ‘loonslaaf’ of ‘goedkope, uitgebuite werkkracht’ behoren – geacht worden ons juiste informatie te verschaffen, mag je verwachten dat ze diezelfde oefening voortdurend doen: eventjes uit de comfortzone stappen, desnoods een regenjas aantrekken en aan den lijve ondervinden welk weer het is. Toch doen ze dat steeds minder. Integendeel, ze vragen aan twee personen van wie ze weten dat die elkaar automatisch zullen tegenspreken of het regent. De ene zal ja zeggen, de andere neen. Als mediaconsument moet u dan maar zelf concluderen met welk weertype we te maken hebben. Overbodige informatie, dan kunt u net zo goed zelf de oefening doen en uw deur openen.

Ik vind dat een vorm van intellectuele luiheid. Laat over onderwerpen waarover een absolute waarheid bestaat – het regent, het regent niet – twee lieden een tegenovergestelde mening poneren en je hebt – in de ogen van de luie redactie – een volwaardige bijdrage. Laat de lezer zelf beslissen wat de waarheid is, is de achterliggende gedachte (gesteld dat er al gedacht wordt).

Natuurlijk gaat het doorgaans niet over iets futiels als regenweer; we zagen dat ook tijdens de coronacrisis. Tegenover de visie van wetenschappelijke experten – waartussen ook al behoorlijk wat nuanceverschillen zaten – werd de complottheorie of de compleet van de pot gerukte opinie van een of andere malloot gezet. Clickbait. Artikel gelezen, bijdrage gehoord of gezien, taak volbracht, zo denkt de moderne redactie, zelfs die van een traditioneel medium. Fout! Het is de verdomde taak van de journalist om op zoek te gaan naar de ware toedracht en eens die zich duidelijk aftekent – het regent, het regent niet, of: er is een virus op gang en dit is de wetenschappelijke tendens daarrond – niet op zoek te gaan naar personen die dat zonder enig bewijs tegenspreken, met als doel de controverse aan te wakkeren.

***

Deze week ging het over de documentaire rond de Amerikaanse first lady. Melania, heet die, over de titel werd niet al te lang nagedacht. Alle media schreven erover. Dat begrijp ik nog. Wat ik niet begrijp is dat dit in heel wat artikels werd voorgesteld als een normale documentaire in normale omstandigheden. De Verenigde Staten verglijden al meer dan een jaar in wat een absolute democratie mag worden genoemd: de leider is weliswaar democratisch verkozen, maar leidt zijn land met harde, meedogenloze hand en kan op basis van een tiental checkpoints zonder enig probleem fascistisch genoemd worden. Of laten we voorzichtig zijn, zoals de historici: pre-fascistisch. Een zeer herkenbaar fenomeen, wat we te danken hebben aan de nog vrij recente geschiedenis.

Hoe kan je dan zogezegd neutraal berichten over meneer en mevrouw Trump in hun witte huis? ‘Als je neutraal bent in situaties van onrechtvaardigheid, heb je de kant van de onderdrukker gekozen,’ zei de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu ooit. Vertaal dit naar vandaag: als je neutraal probeert te blijven over wat de Amerikaanse overheid en ICE aanrichten in Minneapolis, heb je de kant van de onderdrukker gekozen. Het is eenvoudig te benoemen, hoor: alleen al het feit dat ICE daar op die plek aanwezig is, mensen met geweld probeert te deporteren en burgers die daartegen protesteren koudweg afmaakt, wijst op fascistoïde praktijken in opdracht van een oppermachtige president.

Dus kan je, in mijn ogen, maar beter heel sec over die documentaire over de presidentsvrouw schrijven en er telkens bij vermelden dat haar man zijn land bestuurt op de wijze zoals fascisten dat doorgaans plachten te doen. Zoals je ook – nu de meeste historici het er eindelijk over eens zijn – de uitvoering van de Israëlische plannen in Gaza een genocide mag noemen en de regering-Netanyahu een genocidaire regering. En zoals je al meer dan veertig jaar het regime in Iran over de hekel mag halen als onderdrukkend en vrijheidsberovend. Met dat laatste hebben onze media het minder moeilijk: het gaat immers om een ver afgelegen land met een godsdienst die we hier als gevaarlijk beschouwen. Met zionisten en fascisten is er meer terughoudendheid. Ten onrechte.

***

Ik verlang van journalisten dat ze wat vaker uit hun stoel komen, buiten stappen, vaststellen hoe de toestand werkelijk is. Als journalistiek verwordt tot het louter weergeven van clickbait genererende tegengestelde meningen, houdt het bestaansrecht van traditionele redacties op. Dan leveren zelfs burgerjournalisten nuttiger werk. Voor journalisten geldt het tegenovergestelde van wat de minister van Volksgezondheid ons in 2020 toeriep: kom uit uw kot!



Weg met deze VRT, leve de openbare omroep!

Journalistiek, Radio en Televisie Posted on za, januari 18, 2025 12:17:48

‘Waarom zou de Vlaamse overheid nog 260 miljoen euro per jaar in onze naam uitgeven, als de nieuwsdienst niet excellent is, en we het beste amusement gratis bij commerciële zenders krijgen? Ik krijg dat niet meer uitgelegd. Maar spreek mij vooral tegen. Ik zal niet in tranen uitbarsten, beloofd.’

Zo beëindigde senior writer Joël De Ceulaer vorig weekend een bijdrage over de openbare omroep in Zeno, de zaterdagbijlage bij De Morgen. Het is die ‘spreek mij vooral tegen’ die mij nu in de pen doet kruipen, wat overigens, geheel terzijde opgemerkt, een tenenkrommend beeld is: geen enkele schrijver is zó klein dat hij, zij of hen in staat mag worden geacht in zijn, haar of hun pen te kruipen. Wat moeten we ons daar verder ook bij voorstellen? Dat er lichaamssappen van de auteur uit die pen druppen in plaats van inkt? Is het iets zoals die ene zwarte spermatozoïde die zich tussen allemaal witte spermatozoïden in een scène uit Woody Allens Everything you always wanted to know about sex (but were afraid to ask) afvraagt ‘What am I doing here?’ Enfin, ik ben al afgedwaald nog voor de tocht begonnen is en op die ervaren gids is het vergeefs wachten, maar u moet mij dus vooral niet in een pen voorstellen, maar gewoon driftig tokkelend op een klavier.

Die ‘spreek mij vooral tegen’, daar had ik goede Joël nog voor ik zijn tekst had kunnen consumeren al van verwittigd dat ik dat ook zou doen. U moet weten: samen met elf mannen en één vrouw geniet ik de eer om in een WhatsApp-groepje te mogen zitten dat bijna drie jaar geleden werd opgericht om onze toenemende bezorgdheid over onze doodzieke vriend/collega/zielsgenoot Stijn De Paepe te kunnen delen. U mag weten: na het veel te vroege vertrek van de dichter bleef het groepje bestaan en gaat het zelden nog over Stijn, maar meandert de conversatie alle richtingen uit. U mag vooral NIET weten: wát we schrijven, want wat in de groep wordt geschreven, moet in de groep blijven. Het gevaar van collocatie en canceling loert immers om de hoek. Niet alles wat we schrijven is ernstig, zeg maar. Ik zou bijna durven zeggen: alles wat we niet schrijven, is ernstig.

Maar goed, ik wist dus dat Joël al een tijdje broedde op het idee om de openbare omroep er eens flink van langs te geven. In die groep zitten overigens behoorlijk wat lieden die ervaring hebben of hadden met de VRT, en geen van allen is onverdeeld gelukkig met hoe het er nu aan toegaat in dat spuuglelijke, helemaal uitgeleefde gebouwencomplex aan de Auguste Reyerslaan 52. Ik ook niet.

***

Laat me beginnen – schreef hij pas bij aanvang van de vijfde paragraaf, waarvoor mijn excuses – met het intrappen van een open studiodeur, waarvoor ik misschien wel in aanmerking kom voor de Wisselbeker Carl Devos, een initiatief van Joël om een volstrekt voorspelbare en daardoor overbodige en lege uitspraak van een zogeheten expert te ‘bekronen’.

Joël heeft 100 honderd procent gelijk.

Joël heeft 100 honderd procent ongelijk.

(Hier met die wisselbeker, hij zal mooi staan op de schouw.)

Joël heeft gelijk: de VRT mag in zijn huidige werking stevig bekritiseerd worden, zowel vóór de schermen (de uitzendingen) als erachter (het bestuur). Afschaffen is een brug te ver, zult u hieronder nog wel door mij beargumenteerd zien, maar hoe de openbare omroep als geheel momenteel functioneert, kan het best gecounterd worden met een parafrase van het in Vlaanderen wereldberoemde citaat van de voormalige voorzitter van de Vlaamse Executieve Gaston Geens (‘Wat we zelf doen, doen we beter’): wat de VRT doet, doen anderen minstens even goed of beter. EN NIET MET ÚW BELASTINGGELD!

En toch heeft Joël ongelijk: zoals meestal wanneer de openbare omroep over de hekel wordt gehaald, wordt er uitgegaan van het actuele functioneren van die omroep. Maar er is ook zoiets als een maatschappelijke taak, die uniek is en die niet altijd (zelden, zelfs) correct wordt opgenomen, maar die wel fundamenteel is binnen een samenleving. Mocht de openbare omroep niet bestaan, dan zou men hem moeten uitvinden. Het is voor mij absoluut niet aan de orde om het verrimpelde kind van pakweg vierennegentig met het vervuilde badwater weg te spoelen.

***

Als morgen de VRT wordt afgeschaft, zal dit leiden tot een algemene verschraling van het media-aanbod.

Wie zal er nog investeren in tv-documentaires en indringende reeksen, zoals Canvas dat doet? Antwoord: niemand, geen enkele zender, vanwege te duur in verhouding tot kijkcijfers, marktaandelen en reclameopbrengsten.

Wie zal nog uitgebreide dagelijkse nieuwsbulletins blijven brengen? Antwoord: niemand, ook VTM niet, want de aandeelhouders en de directie van die commerciële zender weten ook wel dat die uitgebreide redactie, die kwalitatief en kwantitatief de concurrentie durft aan te gaan met de VRT, veel te veel kost. Verdwijnt de concurrentie, dan zal ook de VTM-nieuwsdienst grotendeels verdwijnen en zal Het nieuws voortaan beperkt worden tot een overzichtsblokje van een kwartier of zo, omdat het nu eenmaal decretaal bepaald werd dat er een nieuwsuitzending móét zijn. Dan wordt Het nieuws een excuustruusje, met opnieuw aandacht voor de prijs van de tomaten, zoals in die allereerste uitzending. Een extra reclameblok of een gesponsord vehikel is voor de VTM-bonzen véél interessanter dan nieuws, want nieuws brengt niet op.

Wie zal nog duiding brengen of praatprogramma’s over de actualiteit? Antwoord: niemand, geen enkele zender, om dezelfde reden. Te duur voor te weinig return on investment. Elke dag heb ik wel kritiek over de concrete invulling van Terzake, De afspraak of De zevende dag, maar het zou nog veel erger zijn zónder die programma’s. (Neen, Joël, De tafel van Gert zal evenmin blijven bestaan. Te grote inspanning voor te weinig rendement.)

Net door de onmisbaarheid van de openbare omroep aan te tonen, geef ik meteen ook aan waarom die zo stilaan als misbaar wordt beschouwd: omdat de invulling van de kerntaken wordt ingeperkt of genegeerd. Geen jaaroverzicht op VRT 1, maar wel een overzichtsquizje op VRT NWS, een betere illustratie van fout management is er niet. Prioriteiten, daar draait het om: informatie, duiding, overzicht, analyse. Dat mag u van de VRT verwachten en dat krijgt u te weinig of onvoldoende diepgaand. Zoals u in het verre verleden te weinig ontspanning kreeg van wat toen nog de BRT heette. De managers van weleer waren met weinig, ze waren politiek benoemd en ze voelden zich niet boven God maar wel boven klein Pierke verheven. Te hoogdravend, te high brow, te hermetisch. Schooltelevisie voor volwassenen door leraren die vooral níet begrepen wilden worden. De managers van nu zijn met veel te veel, ze dreigen na een periode van onthechting opnieuw politiek bevoogd te worden en ze voelen zich boven én God én klein Pierke verheven, maar ze doen wel alsof ze de taal van klein Pierke spreken. Meer nog: ze spreken die inderdaad. Ook daar heeft Joël De Ceulaer een punt: er wordt te veel tussentaal gebrabbeld op uw scherm en – in iets mindere mate – uw radiotoestel. De oude omroep, daar liepen de presentatoren elke ochtend met een bang hartje naar hun bureau, want misschien lag daar wel een blauwe enveloppe met daarin een briefje met taalkundige correcties over de voorbije uitzending van de gevreesde taalraadsman Eugène Berode. Dat werd aangevoeld als een persoonlijke blamage, en terecht. De nieuwe omroep, daar passeert heel veel. De jongste decennia is er op taalkundig vlak een beleid van laisser aller, laisser passer geïnstalleerd. Laat maar waaien. Daarom stond in de voorgaande paragraaf niet ‘Wie zal nog keurig Nederlands blijven hanteren?’, omdat de VRT dit nu al niet meer doet. De helft van de huidige presentatoren zou in de tijd van Berode niet aan bod zijn gekomen. Of ze zouden hun bureau niet meer hebben teruggevonden omdat dat bedolven zou zijn geweest onder de ‘blauwe brieven’.

Verkavelingsvlaams dendert alle kanten op aan de Reyerslaan en in de in de rest van Vlaanderen verspreide bijgebouwen van de openbare omroep. Tussentaal verhoudt zich tot standaardtaal zoals een match tussen schoolkameraden op een geïmproviseerd veldje op woensdagnamiddag zich verhoudt tot een officiële voetbalwedstrijd. Leuk om te doen, maar niet ernstig te nemen en al zeker niet tot voorbeeld strekkend. Nie miejr doeng! Om het met de titel van een nogal oubollig, opvoedkundig taalprogrammaatje uit de jaren 60 te zeggen: Hier spreekt men Nederlands! Doe dat dan ook, astemblieft.

***

‘De VRT weg ermee!’ is echter niet de oplossing. Wat dan wel? Voer de kerntaken uit. Laat de oude BBC-wijsheid‘To make good things popular and popular things good’, ooit nog opgepikt door BRT-administrateur-generaal Cas Goossens, opnieuw de leidraad worden. Maak toegankelijke programma’s over moeilijke (maar noodzakelijke) onderwerpen, zoals Canvas dat trouwens doorgaans al doet, en breng populaire uitzendingen die toch over een bepaalde lat moeten gaan. De VRT moet geen shiny floorshows brengen, laat dat aan de commerciële jongens over. Die kunnen dat beter. MNM, het vroegere Radio Donna? Afvoeren, want geen meerwaarde in vergelijking met Qmusic of Joe. De openbare omroep moet geen commerciële radio maken.

Waar het dan is fout gelopen? Nergens en overal. De oude BRT-directeuren waren politiek benoemde vazallen die hun oren in eerste instantie te luisteren legden in het bevriende partijhoofdkwartier als het op strategische beslissingen aankwam. Tussen 1996, de komst van de eerste moderne CEO, Bert De Graeve, en 2003, het vertrek van De Graeve en kort daarna directeur televisie Christina von Wackerbarth, haalde de omroep een historische achterstand op: de kijkers keerden terug (de luisteraars bleven sowieso, want commerciële initiatieven moesten nog ontplooid worden), de populariteit van de omroep en zijn schermgezichten vergrootte, de omroep werd onder zijn nieuwe benaming Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie, VRT, weer relevant, toonaangevend, interessant. Wel besteed overheidsgeld. Maar toen kwamen de marketeers in groten getale de directielokalen bevolken en groeide het eerder vrij beperkte aantal managers uit tot een heus Mexicaans leger, met onderlinge stammentwisten en strategische terreinbezettingen tot gevolg.

Weet u waar het in feite op neerkomt? Het mag allemaal weer wat hoogdravender worden. Wie voor de openbare omroep werkt, moet zich bewust zijn van zijn, haar of hun maatschappelijke taak. Misschien valt Tom Waes daar nog wel in te passen, maar Niels Destadsbader of Sven De Leijer? Wie er een leidinggevende functie mag invullen, moet wat meer civil servant worden, niet in de letterlijke vertaling ‘ambtenaar’, maar in het ten dienste staan van de hele gemeenschap. De laatste CEO die daar nog van doordrongen was, was Leo Hellemans, een man die gepokt en gemazeld was binnen de omroep, die er zijn hele professionele carrière in had doorgebracht, bij radio én televisie, die er alle in- en uitgangen kende. Eigenlijk zou de grote baas van de VRT altijd iemand moeten zijn die ofwel het huis van binnen en van buiten kent, ofwel in het recente verleden in de publieke dienstverleningssector heeft gewerkt. De baas van de VRT, die moet meer bekommerd zijn om roeping dan om pingping. Dat kan van meneer Delasurplace niet gezegd worden. Een complete miscast is dat, die in zijn zog allerlei mensen heeft aangesteld die evenmin oog hebben voor de basisopdracht, de vermaledijde Ricus Jansegers op kop. Dat leuren met formats in ruil voor financiële inbreng van Vlaamse ministeries, dat is van een intense treurnis waarvan we ten onrechte vermoedden dat die tot het onfrisse verleden behoorde, de tijd van de jaknikkers met een partijkaart. Die onderdanigheid is helemaal terug. Het lijkt wel alsof de huidige VRT-leiding werd aangesteld door lieden die de omroep zo snel mogelijk willen laten verdwijnen en daarom deze paarden van Troje installeerden om het wat sneller te laten verlopen.

De VRT moet terug naar de basis. Het huidige management, weg ermee. De huidige mentaliteit, weg ermee. MNM, weg ermee. De vermarketeering, weg ermee. De nauwelijks Nederlands pratende patjepeeërs, weg ermee. De gepolitiseerde raad van bestuur, weg ermee. De programma’s die de commerciële omroepen achternahollen, weg ermee. Het opvoeren van steeds weer datzelfde kringetje BV’s, weg ermee. Rik Torfs, Mia Doornaert en Maarten Boudry voor de tigste keer in De afspraak, weg ermee. Die mateloos irritante opgefokte leukigheid en verquizzing van de actualiteit, weg ermee.

Maar de VRT zelf? Neen, die moet blijven. Die moet eindelijk weer zichzelf worden. Die moet de omroep worden die het goed met ons voor heeft en die niet alleen op zichzelf terugplooit. Die moet ten dienste van de gemeenschap staan en niet alleen van het politieke luikje daarvan.

De vraag is nu: wat doet de omroep zelf in de nabije toekomst? Maakt die zichzelf volstrekt overbodig, waarna een politieke beslissing over subsidiëring en bijgevolg het voortbestaan heel makkelijk worden? Of krijgt die opnieuw een smoel? Mág die opnieuw een smoel krijgen? Mag die weer spraakmakend worden zoals in de tijd van de Tweede Wereldoorlogsprogramma’s van Maurice De Wilde, talloze Panorama-reportages, de beginjaren van Terzake met Walter Zinzen, Dirk Tieleman en Dirk Sterckx of, recenter nog, Godvergeten of Als je eens wist? Of blijft het bij een doorslagje van wat de commerciëlen doen? In dat geval heeft Joël De Ceulaer gelijk met zijn opmerking dat de openbare omroep overbodig wordt. Maar principieel zal ik hem nooit gelijk geven. Ook niet in ons besloten WhatsApp-groepje. Vanzelevenie!



Muskolini

Communicatie, Geschiedenis, Journalistiek, Politiek, Samenleving Posted on za, januari 11, 2025 12:03:32

‘Woke is koren op de molen van Trump, Musk en consorten, en draagt daarmee een verpletterende verantwoordelijkheid,’ schreef filosofe Alicja Gescinska deze week in haar column in De Morgen. ‘Terwijl autoritarisme en totalitarisme in opmars zijn, terwijl uiterst rechts wereldwijd hoogtij viert, terwijl zovele fundamentele rechten en vrijheden van minderheden en vrouwen onder druk staan, heeft een deel van progressief links zich vastgereden in de modder van achterhoedegevechten. Woke is geen ontwaken. Woke heeft zijn eigen demonen wakker gemaakt en zichzelf in slaap gewiegd voor wat er écht toe doet’.

Qué?

Toen mijn koffie eindelijk van het verkeerde naar het juiste keelgat was getransporteerd, herlas ik deze zinnen. Gescinska, toch een gereputeerde filosofe en schrijfster, voorzitster van PEN Vlaanderen, niet meteen gekend als idioot en kortzichtig, had het in haar column over het verbieden van Of mice and men van haar lievelingsauteur John Steinbeck, omdat het n-woord er frequent in voorkomt. Maar haar terechte oprispingen over de spijtige uitwassen van het schier ongrijpbare fenomeen woke – het ongenuanceerd proberen te verbieden van gedateerde culturele bijdragen met de ogen en oren van vandaag, terwijl die in een heel andere context tot stand kwamen – gingen over in een algemene jeremiade over woke, iets wat in intellectuele kringen helaas wel vaker gebeurt.

Ik noem mezelf woke én verdraagzaam. Ik ben op vele punten politiek correct – zeker als het over het bejegenen van mensen gaat –, maar durf ook te lachen met gewaagde en ietwat stoute humor. Zoek gerust de grenzen op, maar weet dat die er zijn. Woke is in mijn ogen een noodzakelijke maatschappelijke correctie die niet altijd even keurig wordt uitgevoerd, maar die wel uitgaat van de juiste principes: solidariteit, gelijkwaardigheid, antiracisme. En net als bij vroegere emancipatorische bewegingen – syndicalisme, feminisme, antiracisme, Mei ’68 – loopt er weleens iets fout of wordt er overdreven bij het proberen afdwingen van die ‘noodzakelijke maatschappelijke correctie’. Jammer, maar daarom is de intrinsieke bedoeling nog niet fout. Door woke dan ook nog eens te linken aan de successen van extreemrechts wereldwijd lijkt het wel alsof Gescinska en andere hyperventilerende intellectuelen woke verantwoordelijk achten voor die opmars van de nieuwe laarzendragers. Dat is a) wel heel kort door de bocht, b) woke een veel te grote maatschappelijke invloed toekennend, en c) lichtjes waanzinnig, want het komt er dan ongeveer op neer dat maatschappelijk verzet ongewenst is, omdát het reactie zou kunnen uitlokken. Zullen we dan voortaan racisme, discriminatie, misogynie, verkrachtingen, enzovoort maar normaal gaan vinden, om lieden als Trump en Musk niet nodeloos te provoceren? (Alsof de heren die provocatie nodig hebben!)

***

Nog een mening van een mens waarvan we tot nog toe vermoedden dat die bovengemiddeld intelligent was: Guillaume Van der Stighelen over het schrappen van de factcheckers op Facebook. ‘De valse illusie dat alles op Facebook naar waarheid was gecheckt, daar zijn we dus van af. Eindelijk. Social media zijn een digitale toog en cafépraat moet niet gecheckt worden op waarheidsgehalte.’

Qué?

Dus: praat maar raak, verkondig maar halve waarheden en hele leugens zonder boe of ba, beledig gerust je medemensen zonder enige consequentie? Laten we elkaar vanaf nu juist wel een mietje noemen! Moet kunnen?

Van der Stighelen ging nog verder: ‘Waar social media (en andere togen) wel goed voor zijn, is het horen van andere meningen. Het ondervinden dat andere mensen op een andere manier naar eenzelfde gegeven kijken, en op een andere manier met dezelfde feiten omgaan. Dat is mijn mening hierover.’

Ik weet niet in welke bubbel de voormalige reclamemaker verblijft, maar de realiteit dringt er zo te lezen zelden in door. Als sociale media de jongste jaren in één ding uitblinken, dan is het net dat er níét meer naar andere meningen geluisterd wordt. Iedereen leeft in zijn bubbel, gaat op zoek naar meningen die stroken met de zijne, versterkt daardoor het eigen Grote Gelijk. Hoera, zie óns eens gelijk hebben! En daardoor worden sociale media – hoe goedbedoeld ze ooit ook waren – extreem asociaal.

Wie anders over de dingen denkt, wordt uitgesloten. Sterker nog: dankzij de algoritmes worden gebruikers meegezogen in hun eigen bubbel, vol onwrikbare ‘waarheden’ en overtuigingen, waar tegenspraak ondenkbaar is geworden. Om in het beeld van de cafépraat te blijven: ze gaan alleen nog iets drinken aan een toog met gelijkgestemden. Het tegenovergestelde van wat Van der Stighelen poneert.

***

Over negen dagen wordt Donald Trump ingezworen als Amerikaans president. Zijn rechterhand Elon Musk doet al volop alsof het nieuwe regime een feit is. De rijkste man ter wereld heeft een pertinente mening en die verkondigt hij voortdurend. Tot zover geen probleem. Problematisch wordt het wel wanneer die man zijn eigen medium X constant misbruikt om complottheorieën en andere verzinsels te verspreiden onder zijn 212 miljoen volgers, en zijn centen en invloed aanwent om het democratische proces in steeds meer landen naar zijn hand te zetten. Hij wil een regimewissel in Groot-Brittannië, hij biedt een forum aan de nazaten van nazisme en fascisme in Duitsland en Italië, hij jaagt op andersdenkenden. Hij is niet te stuiten, dit zelfverklaarde genie – laten we wel wezen: Musk is een gewiekste opportunist, wat een verdienste is binnen het kapitalistisch systeem, maar hij heeft de elektrische auto niet uitgevonden en bouwt zelf geen raketten, hij is geen ondernemer, maar een overnemer, wegnemer of afnemer, kortom: hij is verre van geniaal, gewoon een doortrapte zakenman, maar dan met net iets diepere zakken dan de meeste van zijn collega’s. En dat andere grote genie, Trump, fulmineert intussen dat hij Groenland, Canada en het Panamakanaal zal binnenrijven. Op de planeet Narcissus barsten de vulkanen uit, benieuwd hoe lang ze elkaar kunnen verdragen, met andere woorden: tot de echte president de schijnpresident uit zijn entourage zal verwijderen omdat die te veel van zijn zonlicht wegneemt.

Tot die onvermijdelijke implosie er komt in Washington zal Musk blijven te keer gaan. Wat mij tot een sprongetje naar de jaren 30 van vorige eeuw brengt. Toen palmde het nationaalsocialisme van Hitler en de zijnen eerst Duitsland en vervolgens een groot deel van Europa in, terwijl het fascisme van Mussolini Italië in zijn onmenselijke machtsgreep hield. In nazi-Duitsland was Joseph Goebbels de man die, als rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda, het volk alternatieve waarheden toeschoof, nuttig om bevolkingsgroepen te kunnen haten: Joden, zigeuners, homo’s, al wie niet-Arisch dacht. Goebbels was op dat vlak geniaal. Een pervers genie, zeer zeker, maar wel uiterst bedreven in wat hij (aan verschrikkelijke dingen) deed.

Máár: de invloed van Goebbels reikte niet veel verder dan die ene taal, Duits, en dat ene land, Duitsland, al kon hij uiteraard wel rekenen op antidemocratische stromingen in andere Europese landen. Aan collaborateurs is er nooit een gebrek.

Duits is geen wereldtaal, Engels is dat wel. Dat maakt Musk in wezen véél gevaarlijker dan Goebbels. Hij kan zich in toegankelijke bewoordingen invloed kopen in de wereld, nóg meer geld verdienen, en terloops democratische geplogenheden doen verdwijnen. Democratie is eerder een hinderpaal dan een zegen voor zulke machtspotentaten. Ikke ikke ikke en de rest kan stikken.

Die andere miljardair, Mark Zuckerberg, is ondertussen ook op de knieën gegaan voor Trump: uit opportunisme of uit overtuiging, dat moet nog duidelijk worden, maar nefast is het alleszins. Straks mag iedereen alles zeggen, maar die ‘iedereen’ moet je met een korrel zout nemen, want wie bereid is een klein beetje na te denken, zal zich aan de gekende waarheden houden, terwijl wie minder scrupules heeft, dat niet zal doen. Met alle gevolgen van dien. De sluizen van de alternatieve waarheden zullen volop openstaan, daar is geen dam tegen bestand. Het mogen beledigen van trans personen is voortaan zelfs expliciet opgenomen in de Facebook-statuten. Vrije meningsuiting, quoi?

***

Binnenkort leven we in een feitenvrije wereld waar de waarheid naar hartenlust verdraaid wordt, minderheidsgroepen en mensen met een andere huidskleur of afkomst nog meer het doelwit van haatzaaiers worden, wetenschappers opgejaagd wild zullen zijn en revisionisme en negationisme de norm worden. Geschiedenis, heden en toekomst zullen worden herschreven of geherdefinieerd op maat van de financieel machtigen en hun gewillige dienaars in regeringen en overheidsapparaten. Een not so brave new world met 1984 van Orwell als handboek, niet als waarschuwing. Newspeak als het nieuwe Esperanto, een officieuze wereldtaal. Dat Jean-Marie Le Pen dat niet meer mag meemaken. Joseph Goebbels ontkurkt alvast de sekt in zijn graf.

Steenrijke, (extreem)rechtse oligarchen hebben een methode gevonden om kritische media de mond te snoeren. Ze kopen ze over, laten hun vazallen censuurmaatregelen opleggen, jagen onafhankelijke geesten weg, helpen op termijn de democratie en de rechtsstaat om zeep. Jeff Bezos slaagde er al in om een cartooniste ontslag te laten nemen bij The Washington Post. Zuckerberg schaft de factcheckers af bij Meta. Musk heeft Twitter omgevormd tot X: van een levendig en kritisch medium naar een extreemrechtse bubbel met de occasionele tegenstemmen, die snel versmoord worden door het hyperactieve trollenleger. Twee en een half jaar geleden verliet ik Twitter vanwege de ranzige figuur van nieuwe eigenaar Musk, begin vorig jaar keerde ik terug, maar nu overweeg ik om mijn account definitief op te doeken. Wat heeft het ook voor zin? De trollen roepen luider en zijn met veel meer. Het aantal lieden dat kritiekloos met de laarzen klakt om toch maar in de gunst van de leider te kunnen staan, is altijd al groot geweest. Gewillige beulen.

Mochten we in een Bondfilm leven, denk aan Grab ‘em by the Octopussy, dan zou held 007 er alles aan doen om de schurk een definitief halt toe te roepen, na onder meer een spectaculaire achtervolgingsscène door de straten van Washington, D.C., waarbij de Tesla van de slechterik het moet afleggen tegen de klassieke Aston Martin met zijn onverbiddelijke gadgets. Maar we leven niet in een fictief scenario en de vraag is: hoe stoppen we Musk af? Door de schuld op woke te steken of lacherig op te merken dat we nu eenmaal cafépraat uitstoten? Ik dacht het niet.

Elon Musk móét worden afgestopt. Hopelijk beseffen steeds meer mensen en instellingen met invloed dat, te beginnen bij de Europese Unie en de nationale overheden. Schrijf maar in die nieuwe versie van de supernota, meneer de formateur: Muskolini mag zich bemoeien in de staat Arizona, maar niet in de gelijknamige toekomstige regering. Anders kunnen we hier binnenkort een Nederlandstalige en Franstalige variant van ‘Wir haben es nicht gewußt’ boven halen.

Willen we het wel weten?



Wensen

Journalistiek, Memories & mijmeringen Posted on za, december 28, 2024 11:25:35

Ik doe daar niet aan mee, aan die jaarlijkse goede voornemens. Mijn mening: ofwel gaat het om verwezenlijkingen die je allang had moeten doen en zijn dit eigenlijk als ‘voornemen’ vermomde gevallen van gebrek aan zelfdiscipline, ofwel leg je de lat bewust veel te hoog, in de hoop dat wie onthouden heeft wat uw goede voornemen was, u meteen ook met een schouderklopje zal troosten met een ‘Je had het goed bedoeld, maar…’ eens duidelijk wordt dat het doel niet gehaald wordt.

Doe het gewoon.

Of doe het gewoon niet.

***

Aan wensen doe ik wel.

Ik wens mezelf en mijn geliefde de moed en de gemoedsrust om te aanvaarden wat onafwendbaar is.

Ik wens u een jaar dat in alle opzichten beter, rijker, in positieve zin onvergetelijker is dan dit jaar. En, vanzelfsprekend, een goede gezondheid, een cliché, zeer zeker, maar dan wel één van de onmisbare soort. Als die gezondheid door omstandigheden al minder goed zou zijn: genezing, verbetering, stabiliteit, dat de ziekte of handicap niet allesoverheersend moge zijn.

Ik wens ons land een federale regering die bestaat uit politici van goede wil die constructief willen samenwerken in een geest van solidariteit, met elkaar, met ons allemaal, met wie het minder goed heeft in het leven. (Ja, ik besef het: net als de ‘goede voornemens’ kunnen ‘beste wensen’ bijzonder naïef zijn. Zonder een flinke dosis idealisme en een snuifje naïviteit zou het leven alleen maar kleurloos zijn.)

***

Ik wens de wereld meer stabiliteit. Als gewetensbezwaarde mag ik gewelddadigheden niet goedkeuren, maar ik zou een ‘Opgeruimd staat netjes!’ niet onderdrukken mochten lieden als Poetin, Netanyahu, Trump, Musk, Khamenei, Meloni en tutti quanti het nieuwe jaar niet beëindigen in de functie waarin ze het beginnen. (In het geval van Trump: de functie die hem op 20 januari 2024 opnieuw in de schoot wordt geworpen.) Een staatsgreep, een geslaagde impeachmentprocedure, ontslag om dwingende redenen, een verdwaalde kogel, een niet-verdwaalde kogel. Soms wordt weleens de hypothetische vraag gesteld wat u zou doen mocht u worden terug gekatapulteerd naar begin jaren 30 en de kans krijgen om Adolf Hitler te liquideren nog vóór hij aan zijn vernietigende doortocht kon beginnen? Wel, bekijk het in dat licht en bedenk dat de wereld, óók die van u, er beter aan toe zou zijn zonder dat soort figuren. Vooral in de Verenigde Staten moet men zich zorgen maken, want buiten de 77.297.721 egoïsten, opportunisten, narcisten en achterlijken die op het Grote Oranje Gevaar hebben gestemd – en van wie er een flink deel heel snel heel veel spijt zal hebben –, zullen de anderen worden gemarginaliseerd, vervolgd, aangevallen. Een democratische dictatuur is op til, de gevolgen zullen vernietigend zijn. Trump I zal op een onschuldig stormpje lijken, vergeleken met de orkaan van vernietigend leiderschap die Trump II zal worden.

***

Ik wens mijn vakbroeders, de journalisten, tonnen moed, zelfrespect en beroepsfierheid om dit prachtige, o zo noodzakelijke en toch zo gecontesteerde vak opnieuw eer te bewijzen door zorgvuldig, eerlijk en rechtvaardig te selecteren, rapporteren, analyseren en commentariëren, zodat de grote gebeurtenissen begrijpelijker worden voor de kijker, luisteraar en lezer die zich wil laten informeren, wat erop zal neerkomen dat de huidige populistische, gemakzuchtige, slaafs de denkbeeldige wil van de mediaconsument volgende trend wordt verlaten om weer tot de essentie terug te keren: het nieuws brengen, het nieuws zinvol samenvatten, het nieuws proberen te verklaren, maar wel telkens vanuit het besef dat het de journalist is, en niet de mediaconsument of de luid roepende kritische watcher langs de zijlijn, die dit proces moet leiden. Lange zin om aan te geven dat de meeste journalisten opgeleide specialisten zijn – zoals loodgieters, bakkers of tandartsen dat zijn –, die zich niet mogen laten leiden door de publieke opinie of de politieke en economische constellatie van het moment. Een loodgieter of bakker vraagt ook niet aan de buren wat er van hem verwacht wordt, en ik hoop van harte dat mijn nieuwe tandarts – de vorige is met pensioen gegaan in 2024 – dat ook niet doet. We hebben meer Maurice De Wildes, Walter Zinzens en Phara de Aguirres nodig, mannen en vrouwen van houvast, onafhankelijken die niet per se de populairste willen zijn, maar die beroepsernst koppelen aan een onstuitbare ijver om tot de essentie van het nieuws door te dringen. Helaas, in de journalistiek is het zoals in alle beroepscategorieën: te veel mooipraters, te veel volgzame meelopers, te veel charlatans.

Nog specifieker wens ik mijn (ex-)collega’s van de openbare omroep een jaar waarin ze niet meer delaplace blijven trappelen. Dus, met een nieuwe grote baas en – toe maar! – een grotendeels nieuwe directie met een hart voor deze instelling en haar specifieke objectieven, weg van het semi-commerciële keurslijf waarin het gedwongen werd door marketeers, louter op cijfers beluste managers en andere patjepeeërs. Zelfs in intellectuele kringen, waar ik weleens per ongeluk vertoef, wordt het nut van de VRT nu in vraag gesteld en geheel onterecht is dat niet. Tenminste, als je beoordeelt tot wat de omroep van álle Vlamingen verworden is en niet wat het oorspronkelijke opzet ervan was. Elk democratisch land verdient zijn openbare omroep, ook de regio Vlaanderen. Maar dan moet die wel opnieuw beseffen wat zijn kerntaken zijn. Een recent en pertinent voorbeeld: dat het jaaroverzicht op televisie, bij gebrek aan personeel om het te maken, vervangen werd door een online actualiteitsquiz is erg, héél erg. Het is de ultieme ontkenning van de noodzaak van een openbare omroep. Mijn boodschap en wens is niet ‘VRT weg ermee!’, de ultieme natte droom van rechts Vlaanderen, maar wel: weg met de huidige leiding. Ander én beter. Zo moeilijk kan dat niet zijn, zowel die ‘ander’ als die ‘beter’.

***

Ik wens ons allemaal letterlijk en figuurlijk meer zonuren toe. Anders gaan al die ontkenners van de klimaatopwarming alleen nog maar meer gehoor krijgen met hun onzinnige, onwetenschappelijke praatjes. ‘Welke klimaatopwarming? Het regent de hele tijd en het is koud!’ Domheid weerklinkt luider en uit meer monden dan slimheid.

Ik wens de wereld meer mededogen en empathisch vermogen toe. Dat we mensen in de eerste plaats als mens zien, en niet als kleur, afkomst of religie. Dat we niet alles afmeten op wie of wat we zelf zijn. Dat we beseffen dat er altijd mensen in nood zullen zijn en dat hén helpen ook óns kan helpen, want niets zegt dat we zelf niet in nood zullen raken in een niet zo verre toekomst. En als er niemand van ons bereid is zijn medemens te helpen, hoe willen we dan dat we zelf ooit geholpen zullen worden?

Ik wens u verder nog een fijne dag toe. Begin gewoon bij het volgende uur, de volgende minuut, de volgende seconde om een betere versie van uzelf te worden. En zo eindig ik dan toch verdorie met een zeer uitdagend goed voornemen.



Volgende »