Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Symbooldiscussies: handig als de argumenten op zijn

Samenleving Posted on za, augustus 31, 2019 13:13:06

Ha, daar is de hoofddoek weer. De kopvod, om in het schoon forumvlaams te zeggen. GO!, de koepel van het gemeenschapsonderwijs, heeft dat vermaledijde kledingstuk verboden. Geen levensbeschouwelijke kentekens in de klas, zo werd verordend. Een zeventienjarig meisje trok daarop naar de rechter, die haar gelijk gaf, zodat ze maandag mét hoofddoek in de schoolbanken mag plaatsnemen. Volgens de rechter zijn er geen specifieke omstandigheden die een verbod op het dragen van een hoofddoek door dat ene meisje rechtvaardigen. Wat meteen ook voor alle andere meisjes geldt, neem ik aan, al wil GO! vooralsnog niet toegeven. GO! begeeft zich in een no-gozone, altijd riskant.

Eerst over de inhoud. Nog niet zo lang geleden vond ik het terecht dat de voorganger van Bart De Wever als Antwerps burgemeester — hoe heette die ook alweer? — de hoofddoek verbood achter het loket. Ik zag de hoofddoek als een symbool van de onderdrukking van moslimvrouwen en -meisjes. De man die zegt: verberg u, of gij zult besprongen worden! Daar is natuurlijk iets van aan in reactionaire islamitische kringen, maar ik heb de voorbije jaren kennisgemaakt met jonge, geëmancipeerde, vrijgevochten vrouwen-met-hoofddoek. Wat mij vooraf een paradox leek, bleek dat in realiteit niet te zijn. Die vrouwen waren en zijn grappig, spitant, ad rem, hebben een uitgesproken mening en laten zich niet zomaar dicteren. Een openbaring (voor mij). Een zoveelste bewijs dat er meer interactie moet zijn tussen mensen met verschillende achtergronden, zodat je elkaar beter leert kennen (weet ik nu).

Ja, de hoofddoek blijft een religieus symbool. Los van de vrouwen die werkelijk onderdrukt worden — laten we die vooral niet vergeten! — dragen de moderne moslima’s hun hoofddoek wel degelijk ter ondersteuning van hun achtergrond, cultuur en religieuze overtuiging. Terwijl hun moeders dat meestal niet deden, hun oma’s dan weer wel. Vaak is het dragen van een hoofddoek een reactie tegen het westerse superioriteitsdenken over ‘die achterlijke islam’. Kort door de bocht, maar niet ver van de waarheid: als er steeds meer jonge vrouwen een hoofddoek dragen, komt dat omdat autochtone, witte mensen (mannen, doorgaans) hen en hun moeders nooit au sérieux hebben genomen en nog altijd niet nemen. Die jonge vrouwen pikken het niet langer dat wij hen een beetje achterlijk noemen. Kan je hen dat kwalijk nemen?

Het verbod op het uitdragen van wie je bent en waar je (religieus of maatschappelijk) voor staat, heb ik ooit eens in een blogpost begrijpelijk maar onhaalbaar genoemd. ‘Begrijpelijk’, omdat je als open samenleving wil vermijden dat mensen in openbare functies (of zoals in het geval van GO! in scholen) hun mening willen opdringen aan anderen. ‘Onhaalbaar’, omdat je dan ongeveer alles moet verbieden. Geen hoofddoek, geen hoodie, geen sjaaltje, geen kruisteken, geen regenboog-T-shirt, geen foto’s van het koninklijk paar aan de muur, enzovoort, enzoverder. Je krijgt een absurd lange lijst en dan nog blijft de vraag: wanneer gaat het uitkomen voor je persoonlijke levensvisie over in beïnvloeding en manipulatie van iemand anders? Dus verbied je het maar beter niet.

Maar goed, we houden van symbooldiscussies. Als de begroting tien miljard in het rood gaat, roept er wel iemand ‘Kijk daar, een boerka, wat een schande!’ Als pestende jonkies de tenten van activistische meisjes bekogelen met flessen urine, roept er wel iemand ‘Maar neen, dat is geen collaboratievlag die ze droegen!’ Als een of andere malloot in naam van een of andere god een aanslag pleegt, roept er wel iemand ‘Hier zie, gij hoofddoekdrager, dat is mee uw schuld, hé!’

Symbooldiscussies zijn handig om je achter te verschuilen als de echte argumenten op zijn. De hoofddoek is slecht, de vlag met de leeuw met zwarte tong goed, of andersom (alhoewel: toch veel minder andersom). Het vermakelijke is dat de hoofddoek voor de ene en de vlag voor de andere allebei symbolen zijn om je identiteit te benadrukken. Maar de identiteit van de andere aanvaarden, ho maar! Ik vermoed niet dat één hoofddoek in de klas ertoe zal leiden dat de tweede week van september álle meisjes een hoofddoek zullen dragen, zelfs niet alle moslimmeisjes. Laten we hen vooral niet afschilderen als volgzame, religieus gebrainwashte wichtjes zonder eigen mening en wil. Dat zou nog een grotere belediging zijn dan ‘Kopvod!’ roepen.

***

Een andere symbooldiscussie is die rond de salariswagen, wat dan weer past in het brede klimaatdebat. Afschaffen, die handel, want het kost ons (belastingbetalers) behoorlijk veel centen en hoe meer wagens, hoe meer luchtvervuiling. Vanuit ecologisch perspectief een logisch standpunt. Tot het erop neerkwam om die stellingname aan het grote publiek uit te leggen. Groen verslikte zich en maakte meer bochten dan het circuit van Spa-Francorchamps rijk is, het zijn er nochtans twintig. Stoot geen potentiële kiezers tegen het hoofd, had iemand op een vergadering geroepen, want dan zullen ze chicaneren — om in Formule 1-modus te blijven — en dus kon het bochtenwerk beginnen. Terwijl de initiële boodschap logisch en correct was, bleef er uiteindelijk niets van hangen, behalve dan het beeld van politici die het zelf ook niet meer wisten (uit te leggen).

De salariswagen wordt, kort door de bocht, voortgestuwd door een pervers mechanisme. Omdat bedrijven de salarissen van hun werknemers niet willen blijven verhogen, geven ze ter compensatie — en met financiële medewerking van de overheid — een auto-met-tankkaart, dat scheelt op maandbasis toch al snel 500 tot 750 euro (of meer), die je niet op je bankrekening terugvindt, maar die je ook niet hoeft uit te geven aan vervoer. Werkgevers content, werknemers ook: je kunt er geen boterham meer mee kopen, maar je rijdt nu wel gratis naar de bakker om de hoek. De salariswagen dwingt werknemers in de wagen.

(Ik heb ooit, als leidinggevende, mijn salariswagen voor de huisdeur laten staan, om met het openbaar vervoer naar het werk te kunnen rijden: veiliger, sneller, comfortabeler — ondanks alles! Daar werd ik behoorlijk vies op aangekeken door de leiding van het bedrijf, in de trant van: je krijgt een cadeau van ons en dan weiger je die te gebruiken.)

Groen zou eerlijker moeten zijn en duidelijk maken dat de noodzakelijke klimaattransitie wel degelijk geld zal kosten aan de individuele burger. Of de partij zou een duidelijk afbouwplan moeten opstellen. Bijvoorbeeld: uitdoven systeem salariswagens tegen 2030. Als je de bezitters van een salariswagen daarentegen blijft wijsmaken dat de afschaffing van het systeem hen niets zal kosten en dat ze hun fiscale voordeel gewoon zullen behouden, maak je de mensen blaasjes wijs. Zoals Abraham Lincoln al wist: ‘Je kan een deel van de mensen met een salariswagen een tijdje bedotten, en sommigen zelfs de hele tijd, maar je kunt niet alle mensen met een salariswagen de hele tijd bedotten.’



Links-rechts

Politiek, Samenleving Posted on za, augustus 24, 2019 12:39:29

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Kent u dat gezegde, dat al in mijn jonge jaren te pas en te onpas werd gehanteerd? Vrij vertaald: onbezonnenheid hoort bij de jeugd, eens dat je in de echte wereld belandt (werken-brood verdienen-trouwen-kindjes op de wereld zetten) moet je dat jeugdig engagement afzweren en voor economisch realisme gaan. Vooral gebezigd door rechtse luitjes, die linksig gedrag pardonneerden tot je tot de zogeheten jaren van verstand kwam, daarna moest je genadeloos worden verketterd als je links bleef.

Linkse ratten, rolt uw matten!

Bij mijn weten is er geen vervolg op dat gezegde — waar ik het overigens nooit mee eens ben geweest —, maar mocht dat er zijn, zou ik vanuit mijn eigen leefwereld stellen: wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid. Ik ben begin dit jaar zestig geworden en ik word linkser met de dag. Lichtjes overdreven, maar ik bedoel: ik herken sommige (extreem)rechtse symptomen uit vervlogen geschiedenislessen. Lessen die ik meestal heb geleerd uit boeken en documentaires, niet op school, maar dit even terzijde. Links zijn is voor mij de normaalste zaak van de wereld. Mededogen hebben met wie het minder goed heeft, solidair zijn, rechtvaardig, bekommerd om de toekomst van planeet en mensheid, verontwaardigd om een te grote inkomensongelijkheid, internationaal denken, je meer wereldburger voelen dan Vlaming, evenveel Europeaan als Belg. En ja, ook boos zijn vanwege de knoeiboel die zogeheten linksen (communisten, marxisten, andere tisten) ervan gemaakt hebben. Noch het kapitalisme, noch het communisme hebben een betere wereld gecreëerd. In beide gevallen eerder het tegendeel. Ik zal dat blijven roepen tot ik geen stem meer heb, omringd door zand, onder een brandende zon.

Natuurlijk, ook wie zichzelf rechts noemt, zal beweren dat hij of zij solidair en rechtvaardig is. Maar houd den vreemde wel buiten, hé! We zullen hem wat aalmoezen toewerpen, hier zie, sukkelaars. Blijf in uw land of ga hooguit bij de buren aankloppen, wij hebben onze eigen zorgen. Die derde auto en dat buitenverblijf betalen zichzelf niet.

Wie rechts is, heeft evenveel reden van bestaan als wie links is. Uiteindelijk moeten we er samen iets van bakken, in de politiek, in de economie, in alle sectoren die ertoe doen. De links-rechts-tegenstelling is een realiteit, maar ze wordt stelselmatig overdreven. Boude bewering: dat is vooral de schuld van rechts. Meer nog: dat is de levenslijn van rechts. ‘Rechts is goed, omdat links slecht is’. Een losgeslagen terminologie bestaande uit ondingen als ‘linkse kerk’, ‘gutmenschen’ en ‘kansenparels’ zie ik bij links niet. Er wordt weleens iets onheus geroepen, daar niet van. Een Franstalige groene post al eens een karikatuur van Theo Francken in nazi-uniform. Zeer misplaatst, laakbaar en wat mij betreft mogelijk zelfs strafbaar, maar eerder uitzonderlijk.

Hoe dat komt? Rechts is georganiseerd, links niet. Andere partijen zullen ook wel debatfiches hebben, maar alleen bij N-VA en Vlaams Belang worden ze letterlijk en unisono voorgelezen in het openbaar. In groene en rode kringen telt, vreemd genoeg, het eigenbelang eerst. Vreemd, omdat je van partijen die opkomen voor solidariteit meer onderlinge eensgezindheid zou mogen verwachten. Over oranje en blauwe kringen zwijg ik dan nog zedig. Daar rolt men vechtend over de vloer. Het moedige midden van het canvas, gewoon doen!

Dat acties van met name extreemrechts veel beter gecoördineerd worden, bewijzen de Vlaamse vlaggen en de pestacties op Pukkelpop, flessen urine à volont(h)é. Achteraf ging het meer over het verwijderen van die vlaggen dan over waarmee het begon: het pesten van een klimaatmeisje. Toon mij één bewijs van een dergelijke linkse actie en ik geef u gelijk. Begin alvast te zoeken. Uw tijd gaat nu in. (Ik zal even een handje helpen: Theo Francken beletten om een lezing te geven komt dicht in de buurt.)

Ik tweette de dag na het Pukkelpop-incident: ‘Bange blanke mannen die vanuit hun eigen betekenisloosheid klimaatmeisjes het ergste wat je maar denken kunt, toewensen. Hoe zielig kun je zijn? Hoe misplaatst kan je je gedragen op het publieke forum? Hoe achterlijk moet je wel niet zijn om het licht van de zon te ontkennen?’ Iemand reageerde dat mijn stelling klinkklare onzin was, noemde het zelfs ‘zeer verontrustwekkend’ (sic) dat het alleen maar ‘blanke mannen’ zouden zijn die het klimaatprobleem ontkennen, negeren of minimaliseren. O ja? Graag de naam van een vrouw of een niet-blanke man die tot de categorie ‘klimaatnegationisten’ behoort. Uw tijd gaat opnieuw in.

Nog een voorbeeld: gisteren werd viroloog Marc Van Ranst van Twitter gesmeten omdat extreemrechtse luitjes hem en masse hadden gerapporteerd. U mag van Van Ranst zeggen wat u wilt — dat hij vaak onbezonnen en ongenuanceerd reageert, bijvoorbeeld —, maar hij heeft geen tenten opengeritst of met urine gegooid. Dergelijke gecoördineerde verklikactie gebeurde niet zo lang geleden nog met ‘Schuld & Vrienden’, een tot dan toe anonieme account die het fascistoïde clubje van Schild & Vrienden aan de kaak stelde. Begin deze week nagelde Vlaams Belang-voorzitter Van Grieken een meisje dat een Vlaamse vlag had verbrand — o, doodzonde! — nog aan de figuurlijke schandpaal, met naam en toenaam, een signaal voor de trollen om de jongedame on- en offline te beginnen pesten. Doxing heet dat. Mag ook met dubbele xx geschreven worden. Weer iets bijgeleerd.

Toeval is dat niet, net zomin als dat het toeval is wanneer de heren Francken Theo, De Wever Bart en Torfs Rik bijna gelijktijdig uithalen naar linkse journalisten, een gebrek aan kwaliteitskranten of de klimaat’hype’. De woordkeuze van de drie N-VA’ers — Torfs is het al, maar komt er nog niet openlijk voor uit — is bewust: maak andersdenkenden verdacht. Maak gebruik van de vrijheid van meningsuiting om te klagen dat je geen vrijheid hebt om je mening te uiten — gekker wordt het niet! (Het doet wat denken aan de zielenpoten die zich in de nasleep van #metoo afvroegen wat er dan nog wel mocht, man zijnde.) Maak de (mainstream) media verdacht, de ‘MSM’ zoals dat bij grofgebekte lieden klinkt. Roep ‘fake news’ als journalisten te dicht bij de waarheid komen. Doe zoals Trump: wijs met priemende vinger naar de slechte karakters achterin de zaal. Ooit neemt er een idioot een geweer en knalt hij de geaccrediteerde journalisten ter plekke neer. Het zal dan wel collateral damage heten.

Wellicht is het not done om dit te schrijven, maar deze acties doen heel sterk denken aan — komt-ie! — de jaren 30 van de vorige eeuw. Verdachtmakingen, verklikken, pesterijen, arrestaties. Pure Goebbels-stijl. U weet hoe dat geëindigd is. Dat mogen we niet tolereren. (Voor de rechtse man of vrouw die nog altijd meeleest: ja, je kunt gerust ook de vergelijking met de Sovjet-Unie sinds Stalin, het China van de Culturele Revolutie en de Oostbloklanden na de Tweede Wereldoorlog maken. Daar werd ook verklikt om er zelf beter van te worden. Of om zelf gerust gelaten te worden, want de verklikker was uiteraard een eerbare burger, die het algemeen belang boven het eigenbelang stelde.)

***

Ik denk dat ik weet hoe dat gezegde van in het begin verder gaat.

***

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid.

Wie op z’n tachtigste nog niet rechts is, is nog niet dement.

Ollekebolleke, riebezolleke!



Boerka

Samenleving Posted on za, augustus 03, 2019 13:48:45

Het dragen van een boerka in de openbare ruimte is nu ook in Nederland verboden. In België was dat eerder al het geval. Een Nederlandse courant gaf uitvoerig aan hoe Jan Modaal zou kunnen overgaan tot een ‘burgerarrest’ mocht hij of zij een medemens in boerka tegen het lijf lopen. Een verklikkersmentaliteit die critici van de maatregel deed denken aan het verlinken van Joden in de jaren 30 of Amerikaanse communisten in de jaren 50. Je buurman een hak willen zetten is van alle tijden.

Zoals gebruikelijk kon je de microkosmos Vlaanderen de voorbije dagen opdelen in voor- en tegenstanders van het boerkaverbod en zoals al even gebruikelijk hadden de meesten een punt en toch weer niet. De essentie werd verzopen in non-argumenten. Daarom, een poging om dit in een bredere context te plaatsen.

1. Een boerka is een kledingstuk dat alles behalve de ogen verbergt. Het is een ontmenselijkende manier om je aan de buitenwereld te tonen. Dat is niet de schuld van de draagster, want die wordt ertoe verplicht om dat alle vormen van het lichaam verhullend gewaad te dragen. De boerka is een vorm van doorgedreven anonimisering. Een boerka zegt: ‘Deze vrouw is er wel en ze is er tegelijk ook niet. Zij mag zich niet tonen en u mag haar niet zien. Negeer haar, zij bestaat niet voor u.’

De boerka is het perverse resultaat van een zeer bekrompen interpretatie van antieke religieuze teksten, opgesteld door een of andere profeet die zogezegd in opdracht van een of ander denkbeeldig opperwezen verboden en verplichtingen in een of andere heilige wettekst heeft gegoten, iets waar alle godsdiensten nogal sterk in zijn. Kracht van de onderdrukking. Gij zult dít doen en dát laten, wilt gij later in het walhalla belanden.

De boerka gaat verder dan de objectivering van de vrouw, die zo typisch is voor onze westerse samenleving. De boerka heft de vrouw gewoon op. Wat je ziet is een zwarte, spookachtige verschijning. Geen idee of er onder die stof een wezen in jeans rondloopt, of in een sexy kleed met diepe décolleté, of wie weet wel helemaal naakt. Je ziet een levend wezen dat niet volwaardig mag leven. De boerka is een symbool van onvrijheid, een verwerpelijke manier van omgaan met de seksen. Klaar.

2. Moet de boerka dan verboden worden in een ‘liberale’ democratie? En wat dan met het recht op zelfbeschikking, ook al weet je dat de onzichtbare vrouw daar niet zelf voor gekozen heeft? Het zijn terechte maar ook zeer moeilijke vragen. Klinkt een boerkaverbod op het eerste gezicht ontzettend logisch — de onderdrukking van de vrouw past niet/nooit in een moderne maatschappij —, dan wordt dat al een pak moeilijker als je er ernstig over nadenkt. Het argument dat iedereen in de openbare ruimte herkenbaar moet zijn, is zeer zeker zinnig. Maar wat dan met andere gedeeltelijk lichaamsbedekkende kleding: de hoofddoek, dat is een binnenkopper voor moslimbashers, maar mogen ook nonnetjes dan niet meer keuvelend op straat rondlopen? Mag een hoodie nog? Een hoed of een pet?

Wanneer één welbepaalde regeringspartij de voorbije jaren voor de zoveelste keer de aandacht van een heikele kwestie wilde afleiden, werd niet zelden de boerkini opgevoerd als discussiepunt, een soort boerka-by-the-pool. Sindsdien duikt de boerkini vaker op Twitter op dan in realiteit. Tegenstanders die zich bedienden van een Verlichtingslogica, of die misbruik maakten van de uitgangspunten van die Verlichting, vergaten daarbij dat de weigering om boerkini’s toe te laten erop neerkwam dat die vrouwen, die sowieso al slachtoffer zijn van onderdrukking, opnieuw slachtoffer werden, deze keer van westerse bemoeizucht. De ene onvrijheid (het moeten dragen van een ontmenselijkend gewaad) werd bestreden met de andere onvrijheid (niet mogen zwemmen in een publiek zwembad). Alsof die vrouwen ‘daders’ waren, schuldig aan het dragen van een voor onze samenleving ongepast geachte outfit. Van slachtoffers daders maken, daar zijn we doorgaans goed in.

3. Ik heb nog nooit een vrouw in boerka of boerkini gezien, behalve op foto. Misschien kom ik wel op de verkeerde plekken, of let ik niet goed op. Hoeveel zijn het er in de Nederlanden? Duizend? Honderd? Enkele tientallen? Geen idee, maar in elk geval is het niet zo dat ze het straatbeeld domineren. Het lijkt me dat de boerka opnieuw zo’n typische symbooldiscussie is, die eerder voortspruit uit angst voor en haatgevoelens tegen ‘de moslim’ (de ‘vreemdeling’, in de simplistische, samenvattende bewoordingen van een significant aantal medemensen), dan uit een oprechte bekommernis met die boerkadraagsters, die inderdaad slachtoffers zijn. Het Kwaad zit dan niet in het gewaad, maar in het hoofd van de draagster. Guilt by association.

Als het medeleven met en de betrokkenheid bij die onderdrukte vrouwen wél oprecht is, toch één bedenking: deze samenleving heeft andere, acutere problemen. Armoede. Kansarmoede. Discriminatie. Racisme. Genderongelijkheid. Dat ‘de vrouw’ anno 2019 nog altijd moet vechten voor gelijkberechtiging is veel erger dan dat deelaspect ‘vrouw in boerka’. Een maatschappelijk gevecht organiseren tegen de fysieke boerka is in mijn ogen minder prioritair dan de strijd aangaan tegen de mentale boerka, die heel wat vrouwen nog altijd moeten dragen. Laten we er misschien eerst voor zorgen dat ‘onze’ vrouwen hun onzichtbare boerka mogen afgooien.

4. Dat neemt niet weg dat we de boerka op morele, emancipatorische, filosofische en — voor wie dat per se wil — zelfs religieuze gronden consequent moeten afwijzen. Niemand zou zich moeten verbergen voor wie hij of zij is. In plaats van dit juridisch te verankeren, zouden we in ons onderwijs de nadruk moeten blijven leggen op die ongelijkheid, die onrechtvaardigheid en die religieuze dwingelandij. De school is de plek bij uitstek om segregatie af te wijzen en dat te blijven doen. En opnieuw. En opnieuw. Tot ver voorbij het punt dat we het beu worden.



Nultolerantie

Samenleving Posted on za, juli 13, 2019 12:47:37

Nultolerantie. Daar ging het deze week weer
eens over. Dat hebben we te danken aan de heer Kris Van Dijck, tijdelijk Vlaams
Parlementsvoorzitter, die vorige week iets te diep in meerdere glazen had gekeken.
Dat lekte uit en dat is niet prettig en dat zou eigenlijk niet mogen, maar de
pers smulde ervan. En het is wel gebeurd,
natuurlijk. 1,4 promille, oftewel zeven à acht pilsjes, zo werd berekend. Tot
uitkwam dat Van Dijck pas na twee en een half uur had moeten blazen. In
realiteit zal hij rond 1,8 promille (negen à tien glazen bier) gezeten hebben. Dat
scheelt een slok op een borrel.

Van Dijck was tegen een aanhangwagen
aangebotst. In slaap gevallen achter het stuur, las ik ergens. Beetje dronken,
beetje moe. Hij moest nochtans maar een kilometertje rijden, van café Plexat
tot thuis. (Hij besefte blijkbaar dat hij, wilde hij het nationale nieuws halen
met een uitspatting, maar beter op een toepasselijke plek zat.) Ik weet niet
wat ú doet als u beschonken achter het stuur kruipt, maar eigenlijk is de
regel: 1) doe het niet, doe het nooit, 2) hou je ogen open, 3) hou je stuur
recht, behalve in de bochten, 4) hou gas- en rempedaal uit elkaar. Maar dus
vooral, overal en altijd: regel 1.

Twee randvragen intrigeren mij mateloos:

• Hoe slaag je erin om over een afstand van
één (1) kilometer in te dommelen? (Dat is echt een kunst, want tenzij je in de
verkeerde richting vertrekt doe je daar naar schatting drie minuten over, in-
en uitstappen op wankele benen inbegrepen)

• Waarom wandel je dan niet veilig naar huis
en ga je ’s anderendaags, in nuchtere toestand, je wagen ophalen aan de Plexat? (Eén kilometer stappen, dat
kost zelfs waggelend hooguit een kwartiertje, tenzij je ook hier weer de andere
kant op begint te stappen.)

Het verhaal rammelt aan alle kanten, net als
dat escortgirl-soapje van een paar dagen later, met dezelfde hoofdrolspeler, waarna
Van Dijck net na zijn 11 juli-toespraak naar buiten werd — komt-ie! —
geëscorteerd door een ervaringsdeskundige inzake ongewenste vrouwenaffaires.
Láchen. Ze zullen hem niet, hik, temmen!

***

Moeten we voor nultolerantie gaan in het
verkeer, was de vraag die vervolgens opdook. Van 0,5 naar 0,0 promille. Ja,
vond een inderhaast opgetrommeld groepje geënquêteerden, zoals gebruikelijk
sprekend in naam van een denkbeeldige meerderheid van de bevolking. Neen, zei
een politieke meerderheid abrupt. De tegenstanders van de nultolerantie
bedienden zich van nagenoeg hetzelfde discours als diegenen die zich na #metoo
afvroegen wat er dan wel nog mocht tussen mannen en vrouwen: misschien gaat het
in grote lijnen wel over dezelfde mensen. Lieden die zichzelf en hun eigen vast
gewrikte meningen nooit in vraag stellen. Lieden die nog nooit een naaste
hebben verloren door een ongeval met een alcoholluchtje aan. Lieden die vinden
dat alcohol het leven rijker maakt (moet ook kunnen, want niemand riep om een
verbod op de drug ‘alcohol’, wel om een verbod om te rijden met drank in je
bloed).

Ik ben oud genoeg om de jaren 60 en 70 te
hebben meegemaakt, het ene decennium al bewuster dan het andere, en dat heeft
niets te maken met alcoholverbruik. Ik ging met mijn ouders naar de voetbalclub
van het werk van mijn vader en daar werd voor de wedstrijd, tijdens de rust en
achteraf flink gezopen: er bestaat geen deftiger woord voor. Achteraf reed
iedereen olijk en vrolijk naar huis, tegen veertig per uur. Af en toe reed er
zich eentje te pletter en dan mocht je naar een begrafenis, waar er na de
obligate traantjes uitvoerig werd geklonken op de aflijvige. De volgende!

Die tijden zijn gelukkig voorbij, al valt het
sommigen zwaar om afscheid te nemen van dat valse gevoel van vrijheid,
blijheid. Zelf drink ik zelden alcohol, maar ik beken: op een etentje open ik
wel eens met een gin-tonic. Daarna water, veel water, niets anders dan water.
Na twee en een half à drie uur is de alcohol verdampt, maak ik mezelf wijs. Ik
weet uit ervaring dat vermoeidheid doorgaans een groter risico is dan
dronkenschap. Maar laten we eindelijk afstappen van de waangedachte dat het jou
niet zal overkomen en dat jij ertegen kan, wat dat verder ook moge betekenen.

Nultolerantie voor de combinatie
alcohol-autorijden is in wezen een goede zaak. Zoals ook het bannen van rokers
uit publieke plekken in alle opzichten een, letterlijke, opluchting is gebleken.
Als we graag uitpakken met het gezegde dat onze individuele vrijheid eindigt
waar die van een ander begint, dan is de logica dat je gaat voor nul. Want die
aanhangwagen had een fietser kunnen zijn, of een escortgirl.

***

Op de politieke grafzerk van Kris Van Dijck
staat geschreven: He did it his way.

***

In het Belgisch voetbal bestaat nultolerantie
evenmin. Alles moet kunnen. Dat was ook het algemene gevoel na de gedeeltelijke
uitspraak van het Belgisch Arbitragehof voor de Sport, BAS, deze week, behalve
dan bij de luidruchtig juichende luitjes met een geelrode sjaal, die al maanden
‘Wij zijn onschuldig!’ roepen naar al wie wil luisteren. En ook naar al wie
níet wil luisteren, overigens. Voor wie het heeft gemist: KV Mechelen moet niet
degraderen naar 1B, waar het net vandaan kwam. Ondanks de uitspraak van de
Geschillencommissie Hoger Beroep van de Belgische voetbalbond in juni.

Het BAS is uitgegaan van de letter van het
bondsreglement, niet van de geest. In het reglement staan twee tegenstrijdige
artikels. B1711.41 bepaalt dat een uitspraak over daden van omkoping moet
gebeuren vóór 15 juni van het ‘betrokken seizoen’. B1706.31 heeft het over een
verjaringstermijn van acht jaar voor competitievervalsing. Die artikels spreken
elkaar tegen. In de argumentatie voor de Geschillencommissie pruttelde de
bondsprocureur dat ‘betrokken seizoen’ slaat op het seizoen waarin de (poging
tot) fraude aan het licht komt, niet van het seizoen waarin de vermeende feiten
zich hebben afgespeeld. Het BAS heeft dat zinnetje echter letterlijk genomen:
‘betrokken seizoen’. 2018/2019, dus, niet 2017/2018. Puur juridisch kan dat
zonder meer. Maar het signaal dat het hooggeachte arbitragehof daarmee geeft is
tweeledig:

1) Aan al de clubs die de vorige seizoenen
vergeten zijn om matchen te fixen, of niet durfden: idioten, het mócht!

2) Aan al de clubs die tot aan de volgende
reglementswijziging twijfelen of ze matchen zullen fixen: dóen!

Er blijkt nu wel een werkgroep onder leiding
van een Leuvense professor het bondsreglement onder handen te nemen, maar voor
je ’t goed en wel beseft gaat er weer een jaar overheen alvorens dat vehikel
wordt goedgekeurd. Kans is groot dat het komende seizoen aan de durvers is.
Lukt het, barbecue op 16 juni 2020!

Nogmaals, in wezen kan je het BAS niets
verwijten, maar de geleerde heren juristen hadden ook voor een tussenoplossing
kunnen kiezen: KV Mechelen veroordelen voor poging tot matchfixing (waarvan ze
blijkbaar overtuigd zijn, anders hadden ze het argument ‘onschuldig’ of
‘onvoldoende bewijzen’ wel gebruikt in hun gedeeltelijk vonnis) en tegelijk een
sneer geven naar dat gedrocht van een bondsreglement en de bond de opdracht
gegeven tegen begin volgend jaar een nieuwe tekst af te leveren, op straffe van
het annuleren van toekomstige vonnissen. We zijn nu eenmaal het land van
compromissen, het ene al eerbaarder dan het andere.

Het vervelende gevoel dat nu leeft, behalve
bij KV Mechelen-supporters, is dat er alweer een dader vrijuit gaat door een
procedurekwestie. En het is al zo’n moeilijk jaar voor het Belgisch voetbal.
Mogelijk hangen KV Mechelen nog bijkomende sancties boven het hoofd:
puntenaftrek, bijvoorbeeld, of het niet toekennen van een licentie voor het
seizoen 2020/2021, of een flinke boete. Maar wat met de tv-gelden (minstens een
miljoen of drie in 1A, hoogstens 750.000 euro in 1B) die andere clubs nu
derven?

Recht en rechtvaardigheid zijn weer eens
tegenstrijdige begrippen.

***

Als toemaatje stapte de zich benadeeld
voelende partij Beerschot naar een rechter met een eenzijdig verzoekschrift om
de start van de competitie tegen te houden zolang er geen definitieve (tweede) uitspraak
is van het BAS. De club kreeg gelijk. Ik weet niet of men bij de Antwerpse club
écht gelooft dat promotie naar 1A alsnog tot de mogelijkheden behoort — ik
vermoed van niet —, maar dit juridisch spelletje illustreert perfect waar het
sinds 10 oktober 2018, de start van operatie ‘Propere Handen’ werkelijk om
draait: juridische spitstechnologie. Opeens liepen dezelfde advocaten in beeld
die je anders zag paraderen bij mediagenieke rechtszaken met een grote
maatschappelijke impact. Voor topadvocaten is voetbal niet langer de
belangrijkste bijzaak van het leven: het is een belangrijke bron van inkomsten
geworden.

Ik weet niet of we daar blij om moeten zijn.

***

Op de sportieve grafzerk van de Belgische
voetbalbobo’s van de afgelopen 124 jaar staat geschreven: They did it their way.



Dat gekke land bij de Noordzee

Samenleving Posted on za, juni 22, 2019 13:11:57

Vlaanderen
boven.

Waar men
de heer nog kan loven.

Waar de
mensen belangrijk zijn.

En de
buiken omvangrijk zijn.

U herinnert zich die vlijmscherpe tekstflarden
vast nog wel. Raymond van het Groenewoud, 1978. Waar is de tijd. De heer die
geloofd wordt, heeft concurrentie gekregen. Buiken zijn nóg omvangrijker
geworden. Mensen vinden we nog altijd belangrijk, als ze tenminste de juiste
huidskleur hebben en niet van te ver komen.

We wisten al dat de Vlaming racistische gedragingen
niet zo erg vindt. Sta-ti-tis-tieken.
Of dat nu op straat is, op school, in het stadion of het station. We vinden dat
steeds normaler. Nergens wordt er in de beschaafde wereld meer gepest op school
(of leraren geïntimideerd) dan op deze kluit bij de Noordzee. Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck
schreef een tijdje geleden een kritische beschouwing over dat xenofobische
landsgedeelte en kreeg de rechtse wind van voren. De feiten geven hem steeds
meer gelijk. De verkiezingsuitslag ook. Tweede-, derde- of
vierdegeneratiekinderen, migranten, asielzoekers, vluchtelingen, we smijten ze
op één hoop en noemen ze vreemdelingen. Dat zegt alles: ze blijven ‘vreemd’. Ze
zien er anders uit, ze hebben een andere cultuur, ze belijden een andere
godsdienst, ze zijn hier dan wel, maar we doen alsof ze niet bestaan en hebben liever
dat ze zo snel mogelijk weer verdwijnen.

Waar de
Chiro paraat staat.

En de
vrouw aan de vaat staat.

Oké, Raymond, we zijn er op sommige vlakken
iets op vooruit gegaan. Íets. Er zaten nooit zoveel vrouwen in het Vlaams
Parlement als nu, zo blijkt. Hoeveel vrouwelijke fractieleiders we dan tellen?
Euh, nul. We hebben al een homoseksuele premier gehad, maar een vrouw aan het
hoofd van een regering: euh, neen. Stelt de Chiro nog iets voor, trouwens?

Waar het
volk goedlachs is.

En een
vuist zonder kracht is.

Het volk lacht niet meer, Raymond. Het volk is
chagrijnig, verontwaardigd, boos, verzuurd, onverdraagzaam. In het Vlaanderen
van Van het Groenewoud, eenenveertig jaar geleden, was het Vlaams Blok pas
opgericht. Dertien jaar later was er de vuist, die in een bokshandschoen stak,
en die de vastgeroeste politieke meute een flinke tik uitdeelde. Zwarte zondag.
Tegenwoordig ben je geneigd om te zeggen: lichtzwarte zondag. Wat is er fout
gelopen? We hebben niet geluisterd naar de zure Vlamingen van toen en die zijn
nu met veel meer. We hebben gedaan alsof er niets aan de hand was en nu zien we
gevolgen: ruimtelijke wanorde, (kans)armoede, de verloedering van het begrip
‘goede huisvader’ zodat de generaties na ons vooral schulden mogen afbetalen, na
ons de zondvloed — le déluge pour les francophones.

Waar men
faalt en aan de toog expliceert.

Dat is gebleven. Al blijven we minder lang
hangen en laten we veel vroeger op de avond de rolluiken naar beneden, zodat we
De Grote Boze Buitenwereld niet meer hoeven te zien. Binnenskamers zijn we
chagrijnig, verontwaardigd, boos, verzuurd en onverdraagzaam, en als we — eens
om de zoveel jaar — mogen laten merken wat we denken van de politieke klasse doen
we dat chagrijnig, verontwaardigd, boos, verzuurd en onverdraagzaam. Zo zijn we
geworden. ‘We’. Niet ik, maar u. Oké, misschien niet ú, maar die meneer of
mevrouw naast u.

Ik woon graag in Vlaanderen, maar ik hou er
steeds minder van. Te chagrijnig, verontwaardigd, boos, verzuurd en
onverdraagzaam. Te weinig menselijk. Te veel egoïsme. Te weinig mededogen. Te veel
navelstaarderij. Te weinig oplossingsgericht. Te veel té.

***

Voor u, trotse Vlaming, helfie, confederalist
en nationalist, me afschiet, voeg ik er snel aan toe dat de rest van dit land
het niet veel beter doet. Het schrijnendste, pijnlijkste interview dat u dit
weekend kunt lezen staat in De Standaard.
Aan het woord is Johan Leman, voorzitter van het integratiecentrum Foyer in
Molenbeek, voormalig directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en
Racismebestrijding, toen dat nog niet Unia heette. Critici noemden hem in die
tijd smalend ‘pater Leman’, vanwege zijn wat omzwachtelde, maar goed bedoelde
standpunten.

‘Ik heb liever dat bepaalde progressieve
Vlamingen niet naar Molenbeek komen’, klinkt het in de titel. Da’s een
binnenkomer. Je moet het normaal vinden dat Molenbeek wat vuiler is dan andere
plekken, zegt Leman.

Wacht even voor u chagrijnig en verontwaardigd
reageert, het wordt nog erger. Homo’s moeten zich aanpassen aan de heersende mentaliteit,
vindt Leman. ‘Die weten dat je hier als homokoppel misschien niet hand in hand
over straat kan lopen.’ En: ‘Er zijn plaatsen waar je dat kunt en plaatsen waar
het moeilijk is. (…) Tracht Molenbeek te begrijpen en aan te voelen wat
mogelijk is.’

Wacht nog heel even om uw boosheid te
etaleren, want Johan Leman zegt ook iets over vrouwen in korte rok. ‘Mijn
realiteitszin zegt dat als vrouwen dat doen in sommige buurten, ze schunnige
opmerkingen zullen krijgen. Je moet daar niet naïef in zijn. Ik zou het niet
uitlokken.’

Ik denk dat Leman de werkelijkheid beschrijft,
maar de werkelijkheid zoals die is, is daarom niet aanvaardbaar en als die niet
aanvaardbaar is, móet je die als samenleving bijsturen. Anders capituleer je
voor de onverdraagzaamheid. Leman zegt: loop niet hand in hand als homokoppel,
draag geen korte rok als jonge vrouw. Leman had moeten zeggen: het moet hier
maar eens gedaan zijn met homohaat en seksisme.

Hier
zoekt een vent een meid.

Hier
zoekt een bok een geit.

Hier
zoekt een bok een bok.

Hier
zoekt een geit een geit.

Weer Raymond, 1981, Brussels by night, drie jaar na Vlaanderen
boven
. Een deel van de stad wordt geterroriseerd door religieuze
fundamentalisten en onverbeterlijke seksisten, een ander door rodeorijders.
Schaarbeek, waar slachtoffer op slachtoffer wordt omver gemaaid door zo’n grofgebekt
kereltje in een patserbak.

Een doodrijder werd deze week veroordeeld tot
250 uur werkstraf en vier jaar rijverbod. Terwijl zo’n man in de cel hoort en
nooit meer achter het stuur zou mogen plaatsnemen. Schuld- en normbesef is de
hardrijders onbekend. Ze denken dat Racing
in the streets
van Springsteen een opdracht is, al is de kans dan weer
gering dat ze Springsteen kénnen.

De joyriders pochen met hun nieuwe aanwinst,
een moordmachine op vier wielen. Dat hebben ze van ons geleerd: dertig jaar
geleden wilden we ook allemaal een nieuwe auto wanneer er op de oprit bij de
buren opeens een Duitse klasbak verscheen. Alleen: bij mijn weten werd daar
niet mee geracet.

Deze
stad wil men helpen.

Maar dan
liefst om zeep.

***

RTL heeft een nieuwe nieuwslezeres: Salima
Belabbas. Een Belgische vrouw met Algerijnse roots. ‘Waarom het Belgisch nieuws
niet door een Belgische voorgelezen?’ was een van de nog voorzichtig
geformuleerde tegenkantingen die RTL te horen en te lezen kreeg. Vlaanderen
heeft geen monopolie op racisme. Daar mag iemand eens een opiniebijdrage over
plegen.

***

Goed dat we een paar jaar geleden de lichten
van onze snelwegen gedoofd hebben, anders zouden buitenaardse wezens nog beter
kunnen zien wat we hier allemaal uitrichten. Ze zouden met een lange vinger
wijzen naar dat gekke land bij de Noordzee (of bij de Ardennen, zo u wil). Nu
het licht uit is — binnenkort misschien meer dan ooit — blijft ons de schande
van de zichtbare domheid bespaard. De aliens ginds kunnen met het blote oog
niet meer zien hoe chagrijnig, verontwaardigd, boos, verzuurd en onverdraagzaam
de aliens hier zijn geworden. En met aliens bedoel ik niet ‘vreemdelingen’.
Vanaf morgen kunnen we chagrijnig worden over het weer. Hoe ging dat weer bij Raymond?

Warme
dagen, warme dagen.

Een voor
mij, een voor jou.

Warme
dagen.

Meer zou
ik de Heer niet vragen.



Julie

Samenleving Posted on za, mei 11, 2019 13:00:07

Rood aangelopen, schuim op de lippen, wijd opengesperde
mond, priemende ogen, een vuist die door de lucht klieft: zo moet volkswoede er
ongeveer uitzien mocht je die vertalen in het gedrag van één mens (m/v/x). O,
wat waren we kwaad toen maandag het onvermijdelijke nieuws doorsijpelde dat de
vermiste Julie Van Espen niet langer vermist was.

De onmacht, het verdriet, het medeleven, hoe
ver of kortbij we ook staan en stonden bij die ene jonge vrouw en al wie haar
dierbaar is, zijn begrijpelijk en goed. Het toont dat we empathisch zijn. (Of
kunnen zijn, want we zijn het niet altijd. Maar dat is weer een ander verhaal,
het gaat niet over ‘vreemde’ mensen in nood, deze keer.)

Het onbegrip en de vele vraagtekens die we
collectief stellen bij de beslissing om een recidive verkrachter op vrije
voeten te laten, zijn eveneens begrijpelijk. Voor één keer was ook ik geneigd
om een rechter wereldvreemd te noemen. Passionele moordenaars slaan doorgaans slechts
één keer in hun leven toe. Wie in paniek is, kan eenmalig voor een grote ravage
zorgen. Maar een seksueel roofdier is een gevaar voor altijd. Of kán dat zijn,
laten we de hoop op genezing niet helemaal negeren. Steve B. had nooit op die
plaats mogen zijn: híj was de verkeerde persoon op de verkeerde plek op het
verkeerde moment, niet Julie. Nooit het slachtoffer, altijd de dader. Een
rechter had dit moeten kunnen inschatten, denk ik dan. En al zeker als je de
achtergrond van B. bekijkt: zelf misbruikt door zijn stiefopa. Slachtoffer die
dader wordt, er zit een flinke graad van voorspelbaarheid in. Dat moet zo’n
rechter ook al weleens ergens gelezen hebben in een betrouwbaar rapport.

Het spelletje zwartepieten achteraf was
zielig. Adding insult to injury. Het is niet míjn schuld. Het is niet ónze schuld.
Vingerwijzen is zo makkelijk. Eén beweging volstaat. Mensen die je normaal als zeer
verstandig zou beschouwen, riepen zonder nadenken dat de minister moest opstappen.
Alsof die zelf Steve B. op de wereld had losgelaten. Stel je het omgekeerde
voor: dat de minister zich destijds zou bemoeid hebben met die vrijlating, het
juridisch kot zou te klein geweest zijn. Diezelfde mensen die nu vinden dat de
minister zijn ‘verantwoordelijkheid moet nemen’, zouden op dat ogenblik met de scheiding
der machten geschermd hebben. En terecht. Ook Koen Geens zal Justitie, die eigengereide
Titanic die hardnekkig tegen ijsbergen blijft aanbotsen, niet snel en drastisch
genoeg hervormd hebben, dát mag je hem aanwrijven, maar niet deze ene, achteraf
bekeken dramatische beslissing van een rechter. Soyons sérieux!

***

Zo begrijpelijk
onmacht, medeleven en onbegrip waren, zo onbegrijpelijk vind ik de manier waarop
de volkswoede zich via de open riolen van deze maatschappij, de sociale media
en de fora op de nieuwssites, verspreidde. Zelfs na zo’n diepmenselijke
tragedie en na foute inschattingen allerhande passen sereniteit en stilte. De
doodstraf is hier al een tijdje afgeschaft, zoals het een beschaafde, volwassen
samenleving betaamt. Lynchpartijen zijn out. En oud.

***

Julie Van Espen was
een vrouw die nog alles voor zich had liggen, zo dacht ze, zo dachten haar
dierbaren, zo had het moeten zijn. Haar naam en foto werden massaal gedeeld.
Dat is de bekommerde medeburger in ons. Dat is goed. Zij mag bij naam genoemd
worden. Bij Steve B. was dat beter niet gebeurd. Ik blijf voorstander van
anonimisering van daders, zeker als het om dit soort feiten gaat. Wie zich
onmenselijk gedraagt mag een stukje ontmenselijkt worden. B. is het niet waard
om een familienaam te krijgen, dat zou het signaal geweest zijn mochten we hem
met z’n allen ‘Steve B.’ zijn blijven noemen. Een dader van de ergst denkbare
feiten zou die familienaam alleen maar kunnen terugverdienen, door zich te
rehabiliteren. Dat moet het doel van gevangenisstraf of internering zijn. Voor
B. is het nu te laat: hij moet tot zijn laatste ademstoot Steve B. blijven.
Verkrachter. Moordenaar. Gevangene. Uitgestotene.

***

Morgen is er die
stille mars in Antwerpen. Vele tienduizenden hebben zich daarvoor al aangemeld.
Ik hoop dat ze er zullen zijn. Van mij mogen ook politici mee opstappen, maar
doe het dan een beetje discreet. Dit mag geen campagnemoment worden. Loop niet
op de eerste rij, maar schuif ergens middenin aan, als bezorgde ouder of bekommerde
burger. Speld geen partijslogan op. Probeer geen zieltjes te winnen.

Ik hoop dat de stilte
oorverdovend zal zijn. Maar ik hoop vooral dat het geluid achteraf dat ook zal
zijn.

Hoe justitie dit in de
toekomst moet vermijden, moeten veel slimmere mensen dan ik maar bedisselen,
maar ze moeten het wel dóen. Nú. Waar we als modale burgers wel voor kunnen
zorgen, is het creëren van een klimaat waarin figuren als Steve B. uitzonderingen
blijven. Las ik dat goed, honderd verkrachtingen per dág? Ouders, voed uw zonen
op (Ik mag dat zo pertinent neerpennen, want 97 procent van de aanrandingen
gebeurt door een man. Of door mannén, want in groep zijn we stoer). Leraars,
help hen daarin. ‘Hoe moet ik mij gedragen?’ als eindterm, zou dat geen idee
zijn? Opvoeding, preventie, bijsturing waar het kan, repressie waar het moet.
En vooral: laten we naar een samenleving gaan waarin het aantal aangiften van
aanrandingen en verkrachtingen de honderd procent benadert, waarin slachtoffers
geen angst of schaamte voelen om te rapporteren wat hen overkomen is, waarin
daders weten dat de pakkans bijzonder groot is, waarin we met een veilig gevoel
wandelen, fietsen of lopen. Het is een utopie, dat besef ik, maar we kunnen er
op z’n minst naar streven. Voor Julie.



De wilde weldoeners

Samenleving Posted on za, april 20, 2019 13:03:12

Lambik die in een Dalai Lama-achtig gewaad met
een soort handhelikopter door de lucht klieft en gouden muntstukken uit de
hemel laat vallen voor het gepeupel. Suske en Wiske kijken verschrikt toe, een
juichende massa loopt op het gratis geld af, een auto botst tegen een
lantaarnpaal. Dat is het coverbeeld van De
wilde weldoener
dat Willy Vandersteen ons in 1961 opdrong. De strip verscheen
van 19 juni tot en met 25 oktober 1961 in dagelijkse afleveringen in De Standaard en Het Nieuwsblad — dank u, Wikipedia, ik zal straks toch maar eens
een paar euro doneren —, het album lag in 1962 in de winkel als nummer
vijfenvijftig uit de reeks Suske en Wiske.

Ik weet niet of de heren François-Henri
Pinault en Bernard Arnault zichzelf bijna achtenvijftig na datum als moderne
Lambikken zagen, maar zo gedroegen ze zich wel een beetje na de brand in de
Notre-Dame van afgelopen maandag. Beelden die niemand wil zien: een historisch monument
dat in vlammen opgaat. Ik werd er niet emotioneel van, maar keek er wel met
afgrijzen naar. Dit wens je geen stad, geen land, geen inwoner toe.
Cultuurpatrimonium dient gekoesterd te worden, gevrijwaard van barbarij en rampen.
Het was geen tijd voor vrolijke relativering bij het begin van de week.

Nog minder vrolijk werd ik van de
aankondiging, ’s anderendaags al, dat de giften voor de wederopbouw van de amper
gebluste kathedraal binnenstroomden. Geen symbolische euro, om de
informatiekathedraal Wikipedia voor instorting te behoeden, maar vele miljoenen,
nom de dieu. Ik geef honderd miljoen,
dacht François-Henri Pinault, miljardair en rechtstreeks of onrechtstreeks eigenaar
van Gucci, Yves Saint Laurent, Alexander McQueen, Balenciaga en Fnac, vrijgevig
te zijn. Hij liet de interne Lambik in zich los, maar verslikte zich algauw in
zijn espresso, toen Bernard Arnault, miljardair en eigenaar van Louis Vuitton,
Dior, Fendi en Moët Hennessy, twééhonderd miljoen gaf. Dat moet de heer Pinault
ervaren hebben als een draai om de oren met een luxesacoche. De familie
Bettencourt, erfgenamen van L’Oréal, kondigde ook aan dat ze tweehonderd miljoen
in de pot zouden steken. En zo ging dat maar door de voorbije dagen: Total, JC
Decaux, Bouygues, Michelin, Apple, Eurodisney. Samen goed voor ongeveer een
miljard euro en toen waren we nog maar woensdagmiddag, minder dan achtenveertig
uur na de brand. En dat allemaal om de wens van president Macron in te willigen
om de Notre-Dame in vijf jaar tijd ‘mooier dan ooit tevoren’ uit zijn — excusez le mot! — as te laten herrijzen.

Unaniem gejuich, daarop hadden de rijke heren
en bij uitzondering ook enkele dames gerekend. Maar naast de obligate en ook
wel terechte blijdschap en vreugdekreetjes — al dan niet gevolgd door een
plechtstatig ‘Ave Maria’-moment —, was er ook kritiek. Felle kritiek. Kort
samengevat: belastingen betalen ze niet of nauwelijks, maar grote sier maken
kunnen ze wel. Het zal u niet verbazen: ik behoor tot de tweede club. Van mij
mogen mensen stinkend rijk worden, op voorwaarde dat ze hun normale bijdrage
tot de samenleving leveren: keurig hun belastingen betalen, zoals (nagenoeg)
iedereen. Ik ervoer deze gulle bijdragen als een cynische geste: zie eens wat
ik de staat heb achtergehouden!

(O ja, na de kritische bedenking dat ze tot
negentig procent van hun gulheid belastingtechnisch konden recupereren, lieten
de rijke heren weten dat het hen daar niet om te doen was. Dat zou al te
cynisch geweest zijn, n’est-ce pas?)

Grote, multinationale bedrijven nemen een
loopje met de normale fiscale geplogenheden. Ze ontwijken niet, ze ontduiken.
Ze doen niet aan optimalisering, ze houden geld achter. Ze worden steeds
rijker, terwijl ze de staat verwijten dat die boven haar stand leeft. En ze
doen leuke dingen met hun geld dat voor een deel in de staatskas had moeten
zitten. Ik genoot twee jaar geleden ook van een bezoekje aan de Fondation
Pinault aan de Punta della Dogana in Venetië. Mooi gebouw, fraaie collectie,
prachtig uitzicht over een unieke stad. Maar ook: is dit eigenlijk wel het geld
van monsieur Pinault, of kwam het
Frankrijk toe? En waarom investeert hij niet in minder opzichtige maar voor de
samenleving nuttigere projecten?

Het is deze week al vaker opgemerkt: waar
waren de miljardairs na de brand in de Londense Grenfell Tower, op 14 juni 2017?
Daarbij vielen tientallen doden, vooral sukkels die in onveilige, armoedige
omstandigheden moesten zien te overleven. De Grenfelltoren ontving vóór de ramp
geen miljoenen toeristen per jaar en na de brand iets meer: ramptoeristen. Je
hoeft geen cynicus te zijn om vast te stellen dat investeren in veilige
woonplekken voor mensen die het niet breed hebben minder sexy klinkt voor
miljardairs.

We stevenen steeds meer af op een neoliberaal
systeem zoals dat in de Verenigde Staten al vele decennia bestaat, waarbij
miljardairs hun zakgeld pompen in kunstcollecties in museumvleugels die hun
naam dragen. Geïnstitutionaliseerde bedelarij. Kunst is van de gemeenschap (ook
al is slechts een fractie van de bevolking kunstminded): daarvoor moeten wij met z’n allen geld vrijmaken en we
doen dat door onze volksvertegenwoordigers een mandaat te geven. Opdracht: maak
overheidsgeld vrij voor ons kunst- en cultuurpatrimonium. Daar word je als
samenleving beter van. Niet van een gesponsorde kathedraal met het Louis
Vuitton-altaar, een L’Oréal-glasraam en de Gucci-sacristie.

Misschien moeten we onze miljardairs ervan
proberen te overtuigen dat ze correct moeten bijdragen om onze kathedraal van
een staat overeind te houden.



Wacko

Samenleving Posted on za, maart 09, 2019 13:32:38

Een horrorfilm. Maar dan zonder afgehakte
hoofden, zonder gruwelijke wezens die met een hakbijl slingerend dwars door
beeld lopen, zonder onschuldige deernes die nietsvermoedend in de spiegel
kijken en achter zich een monsterlijke verschijning zien opdoemen, zonder grote
plassen bloed en lichaamsdelen-zonder-lichaam centraal in beeld. Dat is Leaving Neverland, de al weken vooraf
veelbesproken docu over de pedofiele uitspattingen van een man die bij leven King
of Pop genoemd werd en op wiens beats ik menige poging tot breekbaar dansen heb
uitgeoefend. Het lukte nooit. Billie Jean
was not my lover.

De horror in Leaving Neverland zit ‘m niet in wat je letterlijk ziet, maar in
wat je je daarbij kan voorstellen. Twee mannen van middelbare leeftijd en hun
familieleden worden close in beeld genomen en vertellen honderduit. Over een
popster die hen in zijn eigen wereld meesleurde. Dromen die werkelijkheid werden
en die achteraf nachtmerries bleken te zijn. Drie uur en drieënvijftig minuten
lang. Had dit niet wat korter gekund? Zeer zeker. Een reportage van Pano­-lengte, een halfuurtje, daarin kon
je het ook gezegd krijgen. Een langspeelfilm van normale duur, iets tussen
anderhalf en twee uur, had ruim volstaan. Door er zo’n lange rit van te maken,
maakt regisseur Dan Reed het misbruik alleen maar erger. De twee
‘hoofdrolspelers’ — ze spelen niet, maar ze staan wel centraal — Wade Robson en
James Safechuck vertellen van naaldje tot draadje wat hen is overkomen. Er
wordt geen enkel hard bewijs aangedragen en toch geloof je hen. En niet zo’n
beetje, maar wel de volle honderd procent. Elk woord. Elke aarzeling in hun
stem. Elke spaarzame traan die over hun wangen biggelt. De rustige, voor het
grootste deel zonder pathos gebrachte getuigenissen zijn wat Leaving Neverland zo aangrijpend maken.

De details.

De zelfontkenning.

Het negeren.

The
horror. The horror
.

Ik kan me best voorstellen dat er bij de
eerste vertoningen toeschouwers boos de zaal verlieten: deels omdat ze niet langer
konden verdragen dat het masker van Hun Held werd afgenomen, deels omdat ze het
demasqué te griezelig vonden. Terwijl je Leaving
Neverland
tot het bittere einde moet aanschouwen. Een horrorfilm eindigt
niet halfweg. Je wil weten wie of wat er overblijft. Spoiler alert: een vernield leven.

***

Laatst stond ik hemden te strijken, een
bezigheid die ik onder de persoonlijke horror klasseer. Op de achtergrond
hoorde ik een lachband joelen. Om de zeven seconden hetzelfde kort aangezette
en snel weer uitgestorven geluid van een volle zaal op commando lachende mensen.
Ik wilde toch even zien wat er zo grappig aan was. Niets, zo bleek. Geen enkele
opmerking of situatie deed mijn mondhoeken ook maar een fractie bewegen. En
toch, om de zeven seconden, opnieuw een lachsalvo. Ik begreep er niets van.
Opeens vond ik strijken minder erg dan naar dat feuilleton kijken.

Humor, je kunt daar uren over doorbomen. Het
is voor iedereen iets anders. Er zijn mensen die niet om Monty Python kunnen
lachen. Er zijn mensen die wel om F.C. De
Kampioenen
kunnen lachen. Ik begrijp dat niet, maar zij mij evenmin,
vermoed ik.

Niet alles is even grappig.

Niet alles is even grappig voor iedereen.

Niet alles is even grappig in alle
omstandigheden.

De Europese Commissie, Unesco en het Simon
Wiesenthal Center konden niet lachen om de joodse karikaturen op het carnaval
van Aalst. Ik ook niet. Zij waren ontzettend boos, ik niet. Ik begrijp hen, zij
mij misschien minder, omdat ze willen dat iedereen boos wordt om dat soort
taferelen. Omdat ze willen dat dergelijke beeldvorming verboden zou moeten
worden. Daar ging het dus deze week over in sociale en andere media. Mag dit?
Kan dit? Mag er met álles gelachen worden?

U kent het verhaal intussen: de Aalsterse
carnavalsgroep Vismooil’n wil volgend jaar groots uitpakken op het jaarlijkse
carnavalsgedoe, dit jaar is een overgangsjaar, zo’n beetje zoals de lokale
voetbalclub al vele seizoenen lang op het gras verschijnt, in de hoop dat het
een overgang is naar betere tijden. Iemand moet op de ledenvergadering gevraagd
hebben: ‘We nemen een sabbatjaar, dus?’ Waarop zijn buurnaam: ‘Zo is dat, maar
wat gaan we doen?’ De overbuur wist het: ‘Sabbat, beste vrienden, is dat niet
iets van de joden? Als we nu eens een paar typische joden uitbeelden?’ Applaus
op alle banken, lachband. ‘Sjalom, goede man, dat zullen we doen!’

En dus verschenen op zondag 3 maart een paar
reusachtige koppen van wat de Vismooil’n typische joodse personages dachten te
zijn: vreemde hoed, pijpenkrullen, haakneus, lange baard. Onder het motto:
tijdens carnaval mag je, pardon: móet je, met iedereen kunnen lachen, hoe
gevoelig het ook ligt. Zo is carnaval ooit ontstaan: één keer per jaar mocht
het plebs lachen met zij die hen bestuurden. Het leven omgekeerd, voor een dag
of drie, en dan was het gedaan met lachen.

Racisme! Antisemitisme! Verbieden!

De kreten klonken luid en langdurig, zes dagen
na de feiten hoor of lees je ze nog altijd. In het recente verleden waren er die
ene dag van het jaar in Aalst ook al oprispingen bij het zien van,
bijvoorbeeld, SSVA’ers die joodse gevangenen zoenden, IS’ers met kalasjnikovs
of Bo Van Spilbeeck. Goede smaak is niet het eerste waar carnavalsgroepen aan
denken als ze brainstormen over hun praalwagen. (Goede smaak is trouwens net
als humor een onderwerp waar je eindeloos lang kan over soebatten. Sommige
mensen vinden Monty Python smakeloos en F.C.
De Kampioenen
smaakvol, om maar iets te zeggen.)

***

Moet je dit verbieden? Is wat de Vismooil’n
hebben gedaan een overtreding van de racismewet of hebben ze aangezet tot haat
en geweld? Discutabel, al vermoed ik van niet. Best mogelijk dat ze er geen
seconde bij hebben stil gestaan dat dit verder ging dan een karikatuur. En net
daarin zit eigenlijk het zorgwekkende: als een jood wordt uitgebeeld, is blijkbaar
het eerste wat bij velen in gedachten komt een chassidisch exemplaar: vreemde hoed,
pijpenkrullen, haakneus, lange baard. Zij vallen op in het (Antwerpse) straatbeeld,
ook al vormen ze een minderheid binnen de joodse gemeenschap. Zij nemen niet deel
aan het openbare leven, zijn alleen binnen hun leefwereld actief. Zij leven in
dit land, maar willen er niets mee te maken hebben. Zij zijn, mede daardoor, een
bijna voor de hand liggend onderwerp van spot, zeker als er net tevoren iemand
‘Ja, sabbatjaar, laten we joden uitbeelden!’ geroepen heeft.

Maar het beeld dat nu werd opgehangen van ‘de jood’
is dus krek hetzelfde als de manier waarop joden onder de nazi’s werden
uitgebeeld. Met haakneuzen. Op úw geld beluste, onbetrouwbare, zich snel
voortplantende ratten (zoals te zien is op vele spotprenten en in de propagandafilm
Der ewige Jude uit 1940). Niet de
Vismooil’n zijn het probleem, maar het feit dat heel veel mensen bij het begrip
‘jood’ meteen denken aan een haakneus. In die zin is deze discussie sterk
vergelijkbaar met de jaarlijkse terugkerende Zwarte Piet-heisa. Velen zien daar
geen kwaad in: het is toch een kindervriend, niet? Maar we zijn het in tijden
van polarisatie blijkbaar afgeleerd wat een karikatuur doet met mensen die aan
die karikatuur beantwoorden of ermee vereenzelvigd worden. Ik vind het dan ook
zeer wijs dat Unia nu de betrokken partijen wil samenbrengen. Dialoog is veel
krachtiger dan verbieden of zonder meer toelaten, als er tenminste bereidheid
is tót.

***

Ik hoop volgend jaar op Aalst Carnaval een
praalwagen te zien met een herkenbare pop die Michael Freilich moet voorstellen,
vendelzwaaiend met een Vlaamse leeuw en een hakenkruis op het voorhoofd getatoeëerd.
Alles moet kunnen, toch?

***

‘I want to speak the truth as loud as I spoke
the lie for so long’, zegt choreograaf en slachtoffer Wade Robson bij wijze van
samenvatting op het einde van bijna vier uur ondraaglijke horror in Leaving Neverland. Equivalent van ons gezegde: al is de leugen nog
zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

Moeten we Jacksons
muziek nu nog draaien? BBC vindt van niet, VRT vindt van wel, zij het spaarzaam
en ‘omzichtig’, met telkens een vermelding van wat de zanger van al die — laten
we wel wezen — onvergetelijke en prachtige songs heeft aangericht in het leven
van onschuldige jongetjes. Er werd wat meewarig om gedaan, dat ‘omzichtige’ van
onze openbare omroep, maar ik vind het al bij al een slim standpunt. Don’t stop ‘til you get enough, Wanna be startin’ somethin’, Billie Jean, Man in the mirror en Smooth
criminal
blijven pareltjes, ondanks het stilaan onweerlegbare feit dat de bedenker
ervan een onverbeterlijke viezentist was. Kinderverkrachter. Maar je weet maar
nooit welke kunstwerken we allemaal al eeuwenlang bewonderen, zonder goed te
weten wat de kunstenaar in zijn vrije tijd uitrichtte. Wees dan maar eens
consequent. Dus, blijf die Jackson maar draaien, zo lang elke keer opnieuw
wordt benadrukt hoe bad hij naast het
podium wel was.

***

Michael Jackson had geen haakneus. Bij nader
inzien had hij op het eind zelfs helemaal geen neus meer.



Volgende »