Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Vreemde tijden

Samenleving Posted on za, maart 28, 2020 13:21:16

“Ken jij al iemand die besmet is geweest?”

“Neen, jij?”

“Ook niet. Vreemd, hé?”

Een vluchtige conversatie aan het koffieapparaat een week of twee geleden. Vandaag zou dat gesprek anders verlopen. Minder vrijblijvend, liever met twee dan met anderhalve meter tussen ons in, bezorgder en met een in alle opzichten positief antwoord: “Ja, ik ken iemand. Meerdere zelfs.” Een Twitter-vriendin. Een Facebook-connectie. Een collega die je nog nooit hebt ontmoet, maar die plots heel dichtbij lijkt. Iemand post dat hij een vriendin die net haar moeder heeft verloren niet eens kan troosten of naar de begrafenis gaan. Knuffelen is des duivels, een gezelschap de hel.

Corona zet de samenleving op zijn kop, want samen-leven wordt opeens gedwongen apart-leven. We moeten niet meer out-of-the-box denken, maar in-the-box blijven. ‘Wees sociaal’ wordt ‘Blijf in uw kot!’. De wereld is heel eventjes aan de introverten. Voor een keer zijn het niet de haantjes-de-voorste die onze samenleving nodig heeft, maar de volgzame burgers die braaf en gedwee de richtlijnen volgen. Schapen zijn we geworden, zij het met minstens anderhalve meter afstand tussen ons in.

Normaal beslaat de ‘In memoriam’-rubriek in De Standaard één, hooguit anderhalve pagina. Vandaag waren het er vijf. Ik heb het voor u nagekeken: een man van 65, voor de rest uitsluitend zeventigers, tachtigers en negentigers. Meer mannen dan vrouwen. “De uitvaartplechtigheid zal plaatsvinden in intieme kring” en varianten daarop. We kunnen niet naast de realiteit kijken.

Vreemd, hé?

***

De coronacrisis brengt het beste en het slechtste in de mens naar boven, liefst dan nog tegelijkertijd. Er zijn minder coronakenners dan klimaatontkenners, maar ze maken evenveel lawaai. Economisten waarschuwen voor wat er post-corona zal volgen en vergeten even dat we er middenin zitten. Andere bezorgdheden, andere zorgen. Goed voor elkaar zorgen, om te beginnen, dichtbij en vanop afstand.

Jarenlang werd er blind en uitermate kortzichtig gesaneerd in de zorgsector, waar veel te weinig mensen voor veel te lage lonen veel te zware prestaties moeten leveren. Voordien ook al, alleen valt het nu pas op. En dus staan we om acht uur ’s avonds te applaudisseren en te zingen. Tenminste, als u in de stad woont. Hier op de buiten zie je geen witte lakens uit ramen hangen of hoor je geen applaus. De echo van desnoods ‘one hand clapping’ is hier niet te horen. De koeien in de wei aan de overkant zouden het niet begrijpen. Waar blijven die koeien trouwens? De lente is begonnen en ik heb niemand naar wie ik ’s ochtends goeiedag kan knikken. Ik knik dan maar in gedachten naar u, zorgverlener, en naar de bedenkers van onze sociale zekerheid, ondertussen al lang overleden, maar als we met z’n allen heel luid klappen horen ze het misschien nog in een andere wereld, als die al bestaat. Onze sociale zekerheid is een zegen.

De Belg is van nature een je-m’en-foutist, een foefelaar, iemand die de kantjes ervan afloopt als het op burgerzin aankomt. Ook dat is veranderd, we zullen over een paar maanden wel zien of het tijdelijk dan wel definitief is. Ongezien in dit land: ons chauvinisme wordt aangezwengeld. Steeds meer mensen vinden dat onze overheid, die aan het handje loopt van experten, het verduiveld goed doet. Dat die Sophie Wilmès er als een grande dame bijzit, eenzaam aan zo’n veel te grote tafel in een veel te grote ruimte (hooguit merkt iemand van wie beweerd wordt dat hij een beperkt empathisch vermogen heeft op dat ze weinig empathie uitstraalt, maar soit). Dat we die noodregering misschien niet echt nodig hadden en dat deze vreemde constructie-met-volmachten het ook aankan, al is het echt wel een democratisch onding. Als de respectabele Financial Times opmerkt dat België deze crisis goed aanpakt, heeft dat voor de meesten onder ons het effect van een virtueel schouderklopje. Het Rode Duivels-gevoel in voetballoze tijden.

Dat wij het — laten we voorzichtig blijven — behoorlijk goed doen, qua aanpak en qua communicatie, is een gevoel dat versterkt wordt door het geknoei elders. Italië en Spanje: veel te laat wakker geschoten. Frankrijk: zeer drastische maatregelen, waardoor het leven is stilgevallen. Nederland en het Verenigd Koninkrijk: een zootje. Eerst gingen ze voor ‘herd immunity’, oftewel groepsimmuniteit. Zeg maar: collectieve waanzin. Daarna kwam er een lockdown. In dit soort crisissen moet je kleur bekennen, je kunt niet eerst wit en dan zwart uitproberen, dat is nefast.

En dan is er nog het oranje gevaar in het Witte Huis. “Het is een hoax uit China.” “Het is een hoax van de democraten.” “We sluiten het luchtruim voor vluchten uit Europa, behalve uit Groot-Brittannië.” (Tegen een kritische journalist) “U bent fake news, volgende vraag!” Uiteindelijk is Donald Trump intuïtief uitgekomen bij de bedenking dat hij over een half jaar een verkiezing te winnen heeft en dat dit hem alleen maar zal lukken als hij kan uitpakken met economische successen. Tegen een virus kun je niet winnen, ook al koop je een buitenlandse fabriek over om een vaccin te ontwikkelen. Die tijd heeft hij niet. Dus kiest hij voor de economie: blijven werken, fellow Americans, wat ook het gezondheidsrisico is. Als hij de gezondheid van de gemiddelde Amerikaan voorop plaatst, stuikt de economie gedeeltelijk in elkaar en die vele doden zullen er hoe dan ook zijn de komende weken. Een narcistische idioot weet dan: fuck the virus! Wanneer de economie overeind blijft, de kunstmatig opgefokte succescijfers er ook in het najaar nog staan en er minder dan honderdduizend coronadoden zijn gevallen, wordt hij herkozen. Zo eenvoudig is dat. Voor Trump zijn die doden niet meer dan collateral damage. Bovendien vallen ze bijna uitsluitend in stedelijke gebieden, daar haalt hij zijn stemmen niet. Onmenselijk gedrag hoeft geen stigma te zijn in de Verenigde Staten.

Vreemd, hé?

***

Een burgemeester uit Izegem deed vrolijk mee aan een straatfeestje. Alvorens u opmerkt: het zal wel geen toeval zijn dat hij er weer een N-VA-politicus uitpikt. Van welke gezindte hij is, kan me even niet schelen. (Al viel de calimeroreactie wel op: het was de krant die dat schreef, die in de fout was gegaan, ja, natuurlijk.) Maar je doet dit niet, zelfs niet onder het mom om even het sociale leven terug te laten heropleven. In uw kot is in uw kot.

De burgemeester verwees ter zijner verdediging naar een reportage op de regionale zender Focus-WTV, waarop duidelijk te zien was dat de aanwezigen voldoende afstand hielden. Hij vergat twee dingen: niet alles wordt geregistreerd en, vooral, het feit alleen al dat er een reporter aanwezig was, duidt erop dat dit feestje niet zo spontaan was. Iemand moet die zender verwittigd hebben dat er iets speciaals stond te gebeuren. Waar is da feestje? Hier in Izegem is da feestje!

Zelfs als het sociaal bedoeld was, was het nog asociaal. Mensen die zich graag beroepen op de warme term ‘burgervader’ moeten zich als dusdanig gedragen, in goede en in slechte tijden. Dit zijn slechte tijden. Solidariteit speelt zich binnenshuis af, hoogstens op de dorpel of door het open venster. Een plaatje opleggen van André Hazes mag, maar ‘Leef alsof het je laatste dag is’ uit de luidsprekers doen joelen is geen reden om samen op straat te dansen onder een veel te kleine paraplu.

Wereldvreemd, hé?

***

Over wereldvreemd gesproken. De organisatie van Rock Werchter stuurde deze week een tweet de wereld in met een countdown naar het festival. Nog honderd dagen! Wellicht voorgeprogrammeerd en de verantwoordelijke was vergeten om het ding te deleten. Kan gebeuren. Natuurlijk gaat het festival niet door. Toch begrijp ik waarom de organisatie dat nu nog niet mededeelt. Heeft te maken met mogelijke schadeclaims van de haviken die huizen in chique managementkantoren en die klaar zitten om de volle som te eisen van een cancelende organisator. En er zijn de riante voorschotten, die Live Nation liefst wil terugzien. Bij Rock Werchter zitten ze nu te wachten tot de overheid het festival verbiedt, dat is een geldig excuus om de enige juiste communicatie te doen: het gaat niet door. Geef hen een zetje, mevrouw Wilmès.

Ook in de sportwereld blijven ze hardleers. De Tourdirectie wil een editie huis clos laten plaatsvinden, zonder toeschouwers. De gezondheid van renners en hun entourage? Ach… Wat is het Franse woord voor collateral damage? Een Vlaamse wielerjournalist opperde een paar dagen geleden de suggestie dat men dan maar moest fietsen met renners uit landen die niet helemaal door Covid-19 ingepalmd zijn. Euh, een Tour zonder Franse renners dan? Zonder coureurs uit België, Italië en Spanje, en neem daar bij uitbreiding ook maar Amerikaanse, Britse, Deense, Duitse, Luxemburgse, Noorse, Oostenrijkse, Portugese, Zweedse en Zwitserse wielrenners bij? Oké dan, Egon Bernal wint zijn tweede opeenvolgende Tour, bij gebrek aan andere deelnemers die de eindstreep in Parijs halen.

De overtreffende trap van collectieve verdwazing wordt alweer geleverd door onze eigen Pro League. De G5 hoopt nog altijd op een mini-Play-off 1, de rest van de clubs is al tot bezinning gekomen. Maak Marc Van Ranst in deze drukke dagen ook maar voorzitter van de Pro League én de voetbalbond, dan zal het snel gedaan zijn. De competitie wordt bevroren, Club Brugge is kampioen, AA Gent speelt de voorronde van de Champions League, Charleroi mag naar de laatste voorronde van de Europa League, Antwerp speelt half juli al Europees, tenzij het de bekerfinale achter gesloten deuren wint. In dat geval mag het rechtstreeks naar de Europa League. 1A wordt uitgebreid naar achttien of twintig clubs, 1B wordt afgeschaft, de clubs die professioneel voetbal niet aankunnen (Oostende, Lokeren, Roeselare, …) worden naar het amateurvoetbal verwezen, waar ze thuishoren.

Onze voetballeiders blijven verbazen. Ze denken echt nog dat een gedeeltelijke hervatting van de competitie erin zit. Het wordt pas ergerlijk als je ziet dat sommige clubs hun spelers tijdelijk werkloos willen maken. Standard en Zulte Waregem beroepen zich op de samenleving, anderen zullen volgen, Anderlecht mag rekenen op de solidariteit van de spelers die een maandsalaris inleveren, KV Mechelen — dat wil ik toch wel even onderstrepen — lost dit intern op en stort ook nog eens een som voor de zorgsector. Hulde. En awoert voor de anderen. Het voetbal krijgt al meer dan 130 miljoen euro aan sociale en fiscale voordelen. Nu nog eens de spelers tijdelijk laten betalen door diezelfde samenleving is een regelrechte schande die aan criminaliteit (diefstal) grenst. Maatschappelijke betrokkenheid zou gerust een voorwaarde mogen zijn om een licentie te kunnen behalen.

Wereldvreemd, hé?



De onbekende zorgverlener

Samenleving Posted on vr, maart 20, 2020 12:39:31

Het begrip ‘held’ (Van Dale: ‘iem. die uitblinkt door moed’) wordt al te vaak gebruikt om verdienstelijke acties van verdienstelijke mensen te onderstrepen, zonder dat het om echte heldendaden gaat. Een zanger die iets controversieels roept: held! Een atleet die een record loopt: held! Een schatrijke voetballer die zijn hotel ter beschikking stelt van een ziekenhuis: held! Held, held, held. Hyperbolen zorgen voor devaluatie van waardevolle begrippen. Superlatieven moeten spaarzaam gebruikt worden. Zoals nu.

Je zou kunnen zeggen dat Marc Van Ranst gewoon zijn job doet, maar je mag hem gerust een held noemen. Net als al die andere nieuwe BV’s-tegen-wil-en-dank die dezer dagen van tv-studio naar radioprogramma huppelen om de toestand te duiden en ons ertoe aan te zetten om alstublieft-s’il vous plait-bitte-please in ons kot te blijven en afstand te bewaren. Huidhongerigen moeten maar even op hun tanden bijten.

***

Toch schrijf ik episteltje niet voor de dames en heren Van Ranst, Vlieghe, Van Gucht, Goossens, Van Braeckel, etcetera, ook al verdienen ze eindeloos respect. Ik schrijf dit voor u, onbekende zorgverlener, die al weken meer doet dan van hem (m/v/x) verwacht wordt. Het zou van verregaand simplisme getuigen om te stellen dat u ook maar gewoon uw job doet, dat dit erbij hoort. U neemt persoonlijke risico’s. U kan nauwelijks nog op uw benen staan van de vermoeidheid en toch gaat u door, omdat het moet, omdat het niet anders kan, omdat u plichtbewust bent en omdat u het verschil kunt maken. Dit is waarom u bent beginnen doen wat u nu doet. Maar ik weiger, beste onbekende zorgverlener, om dit als normaal te beschouwen. Wat u doet, is buitengewoon. U werkt met bescheiden middelen aan een veel te karig loon in een sector die meestal als eerste te horen krijgt dat er besparingen zullen komen. U laat zich niet ontmoedigen door de beschamende kortzichtigheid van onze overheid. U doet dit niet voor een schouderklopje of handgeklap vanop het balkon van talloze huizen in talloze anonieme straten. Uw kracht wordt een beetje de onze. U bent een held, in alle betekenissen van dat woord. Een échte. We zijn u veel dank verschuldigd (en straks ook een hoger loon en meer respect in niet-crisistijden). Dank u, onbekende zorgverlener.

***

Ik pleit ervoor om naast het monument voor ‘De onbekende soldaat’ — die held die ons in ver vervlogen tijden probeerde te behoeden voor een overrompeling door vijandige krachten en daarvoor zijn (m/v/x) leven op het spel zette — een monument voor ‘De onbekende zorgverlener’ te zetten. Dat zou wel passen, als de meest ontwrichtende crisis sinds de Tweede Wereldoorlog achter de rug ligt. En elk jaar op 11 maart — de dag dat de eerste dode als gevolg van het nieuwe coronavirus viel te betreuren — herdenken we u en uw heldendaden.

Dank u, merci, vielen Dank, thank you.



Nooitregering

Samenleving Posted on zo, maart 15, 2020 12:53:16

Desperate times call for desperate measures.

Om het hypochondrische ‘wanhopig’ niet te moeten gebruiken, de letterlijke vertaling van ‘desperate’, zou je dit kunnen benoemen als: in extreme tijden heb je nood aan extreme maatregelen. De uitspraak wordt toegeschreven aan Hippocrates van Kos, de oervader van de geneeskunde, en is in de loop van de geschiedenis een Engelstalige quote geworden. Zo gaat dat met history.

Winston Churchill, die was in staat om — ondanks een milde vorm van alcoholisme — extreme maatregelen te nemen. Wie zijn de Churchills van deze eeuw? Het zijn zeker niet de populisten, die in corona-tijden eender wat brabbelen. Trump riep eerst dat sars-covid-19 een hoax was van de Chinezen, daarna van de democraten. Volgende stap was het sluiten van het luchtruim voor vluchten uit zesentwintig Europese landen, maar niet uit Groot-Brittannië. Alsof het virus nog niet aanwezig is in de Verenigde Staten. Alsof de Amerikaanse staatsburgers, die wel nog mogen terugkeren, het virus niet op zich dragen. Alsof het virus niet woekert in Groot-Brittannië. Kortzichtige leiders nemen kortzichtige maatregelen.

Boris Johnson keek ook eerst de andere kant op. Tot hij deze week op een persconferentie de slinger helemaal de andere kant op liet gaan: er zouden veel families geconfronteerd worden met de vroegtijdige dood van dierbaren. Van ‘Niets aan de hand’ tot ‘Begin maar te panikeren’ in een paar dagen. Het doet ietwat nostalgisch terugdenken aan het personage Private James Frazer uit de serie Dad’s Army — bij ons werd dat Daar komen de schutters —, die tien seizoenen liep tussen 1968 en 1977. Frazer, een begrafenisondernemer die samen met andere kranige oudjes wordt opgevorderd in een legerdivisie die het vanop het thuisfront moest opnemen tegen nazi-Duitsland (in de generiekmuziek klonk de frase ‘Who do you think you are kidding, Mister Hitler?’), gespeeld door de uitmuntende John Laurie, zegt bij elke crisissituatie ‘We’re doomed. Doomed!!!’ Het knappe was dat hij dat niet deed op een paniekerig toontje, maar gewoon, als terloopse vaststelling. Boris Johnson zei dat deze week met andere woorden: ‘We’re doomed. Doomed!!!’

Bij ons weifelde de federale restregering veel te lang, zeer zeker. En ze stuurde warrige, onduidelijke berichten de wereld in. Zoals dinsdag nog: er werd geadviseerd om evenementen waarop meer dan duizend mensen aanwezig zouden zijn, af te gelasten. Adviseren is iets wat je in dit land van plantrekkers niet doet, want dan krijg je slimmeriken die zeggen dat ze hun concert zullen beperken tot 999 toeschouwers. Belachelijk, natuurlijk. Het nieuwe coronavirus maakt geen onderscheid tussen negenhonderd negenennegentig en duizend. Het maakt zelfs geen onderscheid tussen vijfhonderd en duizend. De overheid had op dat moment niet moeten adviseren, maar verbieden. Extreme tijden, extreme maatregelen.

De belangrijkste politicus van het land toonde zich de afgelopen dagen een volleerd populist in de trant van Trump en Johnson. Acht dagen geleden poseerde hij nog vrolijk op een voorstelling van de Abba-musical Mamma Mia!, in kleurrijke jaren 70-outfit, inclusief een veel te lange broek met ‘olifantenpijpen’. Zo ging dat toen. Niets aan de hand! Wie kan er ons wat maken? Hahaha, virusje-van-den-Aldi! Het signaal van de burgemeester-partijvoorzitter-afwezig parlementslid was: het leven gaat door, ondanks corona. Toen de federale regering dinsdag haar advies gaf, veegde De Wever daar zijn voeten aan: hij wilde niets verbieden op Antwerps grondgebied. Twee dagen later bedelde hij om een federaal rampenplan. Jawel, de man die pleit voor confederalisme, toonde zich opeens een aanhanger van het federale niveau. Begrijpe wie kan! En tegen het weekend aan profileerde hij zich als mogelijke premier van een noodregering die de coronacrisis op gezondheidsvlak én financieel-economisch moest aanpakken. ‘Dik tegen zijn goesting’, dat wel, het klonk niet echt motivationeel.

Bart De Wever gedraagt zich als een pyromaan die eerst de boel in de fik steekt, dan paniekerig ‘Brand! Brand!’ roept en zich vervolgens aanbiedt om de blusactiviteiten, zij het enigszins tegen zijn zin, te leiden. Wie gelooft die man nog?

Dat PS en MR niet onmiddellijk bereid zijn in dat noodscenario te stappen, kan je onverantwoordelijk, particratisch of communautair beladen noemen, klopt allemaal, maar het is niet erger als politiek spelletje dan het aanbod van De Wever voor een regering met hem aan de top. De zo bekritiseerde Sophie Wilmès toonde zich de voorbije drie dagen krachtdadiger dan het imago dat ze torst. Waarom haar nu vervangen door iemand die op een week tijd ging van ontkenning naar paniek? Is dat de leider die dit land nodig heeft?

In plaats van tijd te verliezen met het halsoverkop formeren van een regering, iets wat al bijna driehonderd dagen niet schijnt te lukken (schande!), kan je veel beter de bestaande restregering meer beslissingsmacht geven. Extreme tijden, extreme maatregelen. Schakel de particratie uit, neem beslissingen in de schoot van de regering en laat die goedkeuren in het parlement. Een noodregering wordt een nooitregering. Tijdverlies dat we ons niet kunnen permitteren. Blijf achter de schermen pogen een volwaardige regering te vormen en regeer intussen voort met gezond verstand.

Wat het nieuwe coronavirus nogmaals duidelijk maakt: voor taal- of landsgrensoverschrijdende materies (zoals volksgezondheid, klimaat of economie) heb je één eindverantwoordelijke nodig: een federale minister. Negen ministers die op een of andere manier met de gezondheid van de burger bezig zijn, dat is knotsgek. Een virus biedt zich niet aan voor grenscontrole.

Tot slot een woordje over de lafhartige egoïsten die opdaagden op de zogeheten ‘Lockdown parties’ en de onverbeterlijke hamsteraars: get a life! Dicht opeengeplakt doen ze het tegenovergestelde van wat er moet gebeuren: rustig blijven, afstand houden, zoveel mogelijk thuis zitten. Straks verspreiden zij het virus. Hoe breed is de definitie van ‘Poging tot doodslag’ eigenlijk, want dit valt er volgens mij onder op dit moment?



Blind gepanikeerd

Samenleving Posted on za, februari 29, 2020 12:29:21

Waar in de evolutie is het zo fout gelopen met ons, dat we bij het minste geringste het einde der tijden zien opdoemen? Wanneer precies zijn we paniekzaaiers geworden, die collectief het noorden en in één rukwind van Ciara, Ellen of Jorge door ook alle andere windrichtingen verliezen als er iets buiten het gewone gebeurt? Waar komt die verdwazing vandaan? Zit dat diep in ons, xenofobe jagers-verzamelaars die we ooit zijn geweest? Of komt het — mijn theorietje — omdat de massamedia op een bepaald moment van faits divers de hoofdpunten van het nieuws hebben gemaakt.

Soms was dat goed, bijvoorbeeld om te wijzen op de gevaren van alcoholgebruik bij een zoveelste weekendongeval, al hoefden al die foto’s van verhakkelde wrakken niet meteen op de voorpagina te staan. Veel vaker was het ongepast. Denk maar aan de aangezwengelde massahysterie toen de islamterroristen zogezegd voor de deur stonden (ze bleken al in huis te zijn, stelden we achteraf vast, ik weet het, maar zelfs dan hoefde dat angst inpraten niet, want angst is nergens goed voor).

‘Corona is hier’, zette de populairste Nederlandse krant, De Telegraaf, gisterochtend op de voorpagina. Er was toen welgeteld één noorderbuur met corona gedetecteerd, later op de dag kwam er nog een tweede bij. Maar die titel, ‘Corona is hier’, klinkt lekker onheilspellend. Nog heel even, beste lezer, en er liggen miljoenen landgenoten op sterven, luidt de ondertoon. ‘Corona is hier’, ietwat slimme marketeer fluistert die slogan nu in de oren van een supermarkt, waar ze het gelijknamige Mexicaanse bier vervolgens in promotie zetten.

Vóór u denkt ‘Schuift hij de schuld nu weer af op de media?’, of — veel erger nog — ‘Zie je wel, het is de schuld van de media!’ even deze nuance: het is natuurlijk gewoon úw schuld. Niet ú, beste lezer van dit stukje, want u bent een buitengewoon aimabele, intelligente, ver van alle waanzin opererende medemens, maar ú, die dwarsdoorsnede van de bevolking, die deze week wel is beginnen te hamsteren alsof er een wereldoorlog voor de deur stond. (Geklop. ‘Wie bent u?’ ‘Goedemiddag, ik ben de Derde Wereldoorlog.’ ‘Ha, daar bent u eindelijk, we zaten al een tijdje op u te wachten. Kom binnen. Wel schoenen uitdoen, alstublieft, het heeft geregend.)

Ú panikeert graag. U kijkt naar fictie en denkt dat dit echt gebeurt. U kijkt naar reality-tv en denkt dat dit iedereen overkomt. U kijkt naar de journaals en denkt er het uwe van, en dat is altijd véél erger dan de werkelijkheid ooit zou kunnen zijn. U draagt een T-shirt met de tekst ‘Zeddis kalm’ en doet het tegenovergestelde. U zou beter eens een goed boek lezen, een muziekje opzetten of filosoferen over de waanzinnige competitieformules die voor het Belgisch voetbal bedacht werden.

Gelukkig zijn er nog cartoonisten die de paniekbubbel doorprikken. ‘Euthanasie omwille van ondraaglijke coronapaniek ligt momenteel nog gevoelig,’ zegt een oud mannetje in een tekening van ZAK vandaag in De Morgen. ‘Maar goh…’ Het vat de hysterische toestand perfect samen. Op sociale media passeren allerlei complottheorieën. VRTNWS presteerde het om een stuk te publiceren over de pest, die óók vanuit Italië de rest van Europa in dodelijke miserie onderdompelde. De pest, beste lezer, decimeerde in de veertiende eeuw de wereldbevolking. Er vielen naar schatting 75 miljoen doden, waarvan de helft tot twee derde op ons oude continent. De pest en corona in één zin vermelden is een paar journalistieke bruggen te ver.

VTM Nieuws plant zondagavond een extra corona-uitzending waarin een balans zal worden opgemaakt en er voor de elfendertigste keer zal worden uitgelegd wat je wel en niet moet doen (handen wassen tot je vingerkootjes eraf vallen, niet meer tongzoenen op kantoor, een hand geven met je elleboog, etcetera). Het extra bulletin volgt aansluitend op de realityshow Blind getrouwd. Ik stel voor dat ze het Blind gepanikeerd noemen.



Poco masochistisch

Samenleving Posted on za, februari 22, 2020 13:44:09

Stel: ik word gecontacteerd door een voorzitter van een extreemrechtse partij die me, in hoffelijke bewoordingen en virtuele pluimen in mijn kont stekend, vriendelijk vraagt of ik het voorwoord zou willen schrijven in zijn volgende boek, dat over politiek en dan met name de visie van zijn partij gaat. Ik zou, beleefde jongen als ik ben, heel snel, heel correct en heel kordaat antwoorden. Neen, beste voorzitter, ik wil op geen enkele manier geassocieerd worden met uw partij en uw programma. Ik schud u de hand als ik u ontmoet — die fase uit het democratische rouwproces zijn we nu toch voorbij —, ik zal oppervlakkig converseren met u, maar ik zal u op afstand houden. Dus, nogmaals, neen, duizendwerf neen. Geen denken aan. Nooit. Niet eens nadat de hel de hele aarde onder een laag ijs heeft ondergedompeld, waarbij ik even leentjebuur speel bij het Engelstalige gezegde ‘When hell freezes over’, wat zoveel betekent als: nooit-neverjamais, maar waar ik mij ook, terzijde, vragen bij stel, want de hel, stond die niet voor overdreven hete temperaturen, wat toch wel een contrast is met die ijslaag uit het gezegde?

Politicoloog Carl Devos heeft wel ‘Ja’ gezegd op een vraag van Tom Van Grieken, zo stond deze week in de kranten te lezen, maar zijn voorwoord was te lang, te academisch of te kritisch, of een combinatie van dat alles, en werd ook na inkorting geweigerd. Dat voorwoord werd dan ergens gepubliceerd en, inderdaad, het was lang, academisch en kritisch, wat je van een kritische academicus zou mogen verwachten. De uitgeverij zocht dan maar een ander slachtoffer die niet tot de kring van ‘usual suspects’ behoorde en kwam uit bij politiek journalist Jan De Meulemeester, die zijn voorwoord meteen publiek maakte. Liever zelf lekken dan gelekt worden. Waar Devos het had over waar Vlaams Belang voor staat, heeft De Meulemeester het vooral over waarom hij is ingegaan op de vraag om als voorwoordinvaller te fungeren.

Ik begrijp de heren niet, net zomin als ik Jonathan Holslag begreep, toen die het voorwoord van een vorig boek van de Vlaams Belang-voorzitter schreef, onder het motto ‘Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen’, toegeschreven aan Voltaire, maar eigenlijk van Evelyn Beatrice Hall. Hoe je het ook draait of keert, je associeert je met één partij, één visie, één lijn. Je wordt, in dit geval, eventjes één met de slogan ‘Eerst onze mensen’, ook al sta je daar in je eigen dagelijkse realiteit mijlenver van af, maar zo word je gepercipieerd door de lezer. Die leest het voorwoord en denkt, zie je wel, zo verkeerd kan ik niet zijn met mijn extreem gedachtegoed, als een vooraanstaand politicoloog of journalist hieraan meewerkt. Of die leest het voorwoord niet — die kans is oneindig veel groter, want zo’n woord vooraf is een beetje als de veiligheidsrichtlijnen in een vliegtuig: je wil gewoon zo snel mogelijk de lucht in —, waardoor je én je tijd verprutst hebt én alsnog geassocieerd wordt met een partij waarvan je net hebt geprobeerd de ideologische uitgangspunten in doorwrochte zinnen te bekritiseren.

Het heeft geen zin.

Rechtse lieden hebben altijd hevige kritiek gehad op linkse media, wat niet zo moeilijk is, want hoe rechtser je bent, hoe linkser de rest van de wereld wordt (omgekeerd geldt dat uiteraard ook). Voor extreemrechts is het centrum haast communistisch. Op Pallieterke, ’t Scheldt en Doorbraak na is bijna elke publicatie dan verwerpelijk. MSM, luidt de als scheldwoord bedoelde afkorting. Mainstream Media. Vrij vertaald: de pers is tegen óns, wij, gewone mensen die nergens meer aan bod komen. Waarna weer zo iemand in een mainstream medium mag schrijven dat de vrijheid van meningsuiting in het gedrang is. Quod non, dus.

Je zal maar een poco (politiek correct) gutmensch zijn, dezer dagen. De bruine drek vliegt je om de oren, toch nog iets anders dan een verloren gelopen tomaat. Wat ik dan vreemd vind, is dat de MSM — ik neem de term hier maar even over — gewillig meegaan in dat denkproces en de ene na de andere pershater aan het woord laten, die dan weer mag zeggen dat hij — het zijn bijna zonder uitzondering mannen aan die kant van het spectrum — nergens aan bod komt en hoe zit dat dan met de vrijheid van meningsuiting?

Sta me toe even in dat (extreem)rechtse sfeertje te blijven vertoeven — iemand moet het doen! — en de hele Vlaamse pers links te noemen. Hoe masochistisch is dat linkse zootje dan eigenlijk wel, zeg? In De Morgen mocht Joachim Pohlmann, vandaag de gesel van alle culturo’s in Vlaanderen, jarenlang om de twee weken zijn reactionair-nationalistische gedachtestroom laten vloeien. Vandaag las ik nog een pleidooi voor kernenergie van Maarten Boudry, die geregeld een vrijgeleide krijgt om zijn ideeën te spuien in het blad en die worden steeds rechtser. Mark Elchardus mag zijn flinksige licht laten schijnen over progressief Vlaanderen. Dries Van Langenhove werd er opgevoerd als een interessante ‘andere’ stem. Als abonnee sinds jaar en dag wil ik best wel kennismaken met meningen die niet dadelijk met de mijne stroken, maar ik krijg stellig de indruk dat ik steeds minder meningen mag lezen die wél stroken met de mijne, en die mening is heus niet extreem. Een linkse die iets links zegt in een links blad, mag dat nog? (Ik kijk ook naar jullie, Humo!) Negen jaar lang had Bart De Wever een column in De Standaard. Hij begon ermee in 2004, toen de N-VA electoraal niets voorstelde, en eindigde toen de N-VA de grootste partij van het land aan het worden was. Zijn dankbaarheid? Hij laat geen gelegenheid onbenut om de krant te schofferen. Mia Doornaert pleegt er geregeld een reactionair stukje. Vorig weekend mocht, godbetert, de netjes gecoiffeerde Armand Vervaeck, de ultieme fanboy van Theo Francken, onder het spotlicht plaatsnemen in DS Weekblad. Rik Torfs is alomtegenwoordig in de MSM, een man die je bezwaarlijk links kan noemen; je kan hem tegenwoordig zelfs bezwaarlijk centrum noemen. Wie zijn tweets leest, weet: deze man probeert de kerk rechts van het centrum te houden.

Mag dit niet? Natuurlijk wel. In een ideale wereld lees je linkse denkers in rechtse media en rechtse denkers in linkse media. Alleen… zo werkt het niet in de praktijk. In rechtse media vind je geen wekelijkse column van Raoul Hedebouw, Meyrem Almaci of Conner Rousseau. Op doorbraak.be zal je niets van hen lezen. Het gevolg is dat de eenzijdige toepassing van een op zich correct media-democratisch principe — iedereen aan het woord laten — contraproductief werkt tegen diegenen die dat principe consequent willen toepassen. Pohlmann heeft de culturele sector ongestoord nationalistische draaien om de oren mogen geven en mag dat nu doen vanuit een beleidsfunctie. Het volk zegt: ja, hij zal wel gelijk geven, die subsidieslurpers moeten het maar met wat minder stellen. Hadden ze maar een stiel moeten leren. Of de Vlaamse Leeuw vlekkeloos uit het hoofd kunnen debiteren.

De (centrum)linkse pers, beste lezer, is masochistisch. Bevreesd als ze is dat ze bevooroordeeld wordt geacht, probeert ze krampachtig ook de meest extreme stemmen een megafoon aan te reiken. Die luide roepers herhalen dan in de MSM hun riedeltje dat de MSM niet deugen en dat zij straal genegeerd worden, absurder wordt het niet. Zijn mediamensen dan toch naïeve wereldverbeteraars zonder concreet plan? Mag ik er even de paradox van Popper bij halen, door de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper gedefinieerd in zijn De open samenleving en haar vijanden? ‘Onbeperkte tolerantie moet leiden tot het verdwijnen van tolerantie. Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs jegens hen die zelf intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intolerante medemens, dan zal de tolerante mens te gronde gaan, en met hem de tolerantie.’

Ik hoef niet elke mening te horen, zo lang ieder individu zijn eigen mening binnen de wettelijke restricties maar mag uiten. Ik wil niet dat iedere controversiële tweet wordt opgeblazen tot een brede maatschappelijke discussie. Ik zit niet te wachten op producenten van vele decibels die net omdat ze zoveel lawaai maken, meer aan bod komen dan mensen met een genuanceerde, doordachte mening. En ik begrijp de naïviteit niet van slimme mensen die vermoeden dat een kritisch bedoeld voorwoord in een boek van een extreemrechtse partijvoorzitter a) gelezen zal worden, b) begrepen zal worden, en c) zal aanzetten tot reflectie. De stap van afstandelijke watcher naar nuttige idioot is een hele kleine.



Eu

Samenleving Posted on za, januari 25, 2020 13:02:02

Goed.

Goede.

Daar staat die ‘Eu’ hierboven voor. Niet voor Europese Unie, al mag dat in theorie en in principe voor mij wel onder ‘goed’ gecatalogeerd worden, in de praktijk wringt het soms een beetje.

Eu, dus.

Eureka. Europa. Euro. Euforie. Eustachiusbuis. Eucalyptus. Eutrofie. Eufemistisch. Eurovisiesongfestival. Euthanasie. Zjoske Vermeulen. Raymond en Jan Ceulemans.

Toch wijst niet elke eu op ‘het goede’. Ik denk aan eucharistieviering, of Fernand Keuleneer, die je gerust in één adem mag noemen. Ook euthanasieproces valt niet onder het goede, want wie er ook ‘wint’, er zijn alleen maar verliezers. Tine Nys, die postuum gereduceerd wordt tot een vrouw zonder duidelijke wil. De zussen Nys, die afgeschilderd worden als afwezige, empathieloze familieleden van een vrouw met levensproblemen. De advocaten, die alle registers opentrekken om de tegenpartij verdacht te maken, te kleineren, te ontmenselijken. De samenleving, die de gevolgen zal dragen van verdachtmakingen heen en weer.

Als er al winnaars zullen zijn, zijn het de tegenstanders van euthanasie. Zij die vinden dat zelfbeschikkingsrecht niet zou mogen bestaan. Die vinden dat ons leven in handen van een wezen ligt van wie het bestaan nooit bewezen werd, een bovenaardse kracht. Die vinden dat mensen hun lot moeten ondergaan en die zo hypocriet zijn om zelfmoord als enige uitweg open te laten, dan kan je achteraf de aflijvige nog eens bekritiseren. ‘Wat doen ze hun nabestaanden toch aan!?’

Dat stoorde me deze week ook: dat onder bijna elk artikel over het euthanasieproces een verwijzing stond naar de Zelfmoordlijn. Begrijpelijk, omdat de vrouw rond wie alles draait, verschillende zelfmoordpogingen achter de rug had en die — mocht de uitweg euthanasie afgesloten geweest zijn — meer dan waarschijnlijk opnieuw zou gepoogd hebben haar leven te beëindigen. Onbegrijpelijk, omdat euthanasie zo opnieuw gereduceerd wordt tot de keuze ‘Doe ik het zelf of laat ik het doen?’ Euthanasie is de perfecte illustratie van baas zijn over je eigen leven, zoals abortus dat ook is, of het homohuwelijk. Er zijn restricties, wat goed is. Er zijn aan de ene kant mensen die die restricties willen uitbreiden en aan de andere kant mensen die een aantal van die restricties willen afschaffen. Dat is het maatschappelijke debat, dat op zich waardevol is. Maar het is ook een debat dat we al gevoerd hebben: euthanasie bestaat, als je aan de wettelijke voorziene voorwaarden voldoet. De enige zinvolle discussie zou moeten zijn: moet je die wet verfijnen en/of uitbreiden? Niet: moeten we de wet reduceren of afschaffen?

‘De vrouw rond wie alles draait’, schreef ik in de vorige paragraaf, maar eigenlijk draait dit proces niet om Tine Nys. Zij is het postume hoofdpersonage van een film met een walgelijk scenario, waarop met name de katholieke kerk zich wil profileren. Het is heus geen toeval dat de zussen worden begeleid door advocaten die eerder ten dienste stonden van de Kerk, om seksueel misbruik te minimaliseren of in de doofpot te stoppen (Operatie Kelk), of om heel specifiek Roger Vangheluwe te verdedigen.

(Terloops 1: zelfs de zwaarste misdadiger heeft recht op een adequate verdediging, maar moet zo’n advocaat dan ook procedurefouten gebruiken of mee aan de kant van de leugen gaan staan? Dat je probeert de straf voor een crimineel zo laag mogelijk te houden is nog iets anders dan pogen hem vrijuit te laten gaan. Blijkbaar heeft niet iedereen daar een gewetensprobleem mee.)

(Terloops 2: Keuleneer, Van Cauter, Van Steenbrugge, Mussche, Vermassen. De advocaten in dit proces komen weer uit de Who’s who? van de Vlaamse advocatuur. Waar zitten Mary, Rieder, Luyckx, Damen, Lahlali en de Soudi’s? Je zou er een voetbalelftal mee kunnen samenstellen, met de zogeheten topadvocaten, ware het niet dat er net als bij mijn geliefde Beerschot een onevenwicht in de ploeg zou zitten. Keuleneer als rechtsback, dat zou nog wel lukken, maar niemand in doel of centraal achterin en iedereen wil in de spits, want daar kan je scoren.)

Op Twitter is Fernand Keuleneer soms de held van links, omdat hij ingaat tegen Theo Franckens haatdragende opmerkingen, maar diezelfde Keuleneer blijft natuurlijk wel een reactionair man die liefst de klok zou terugdraaien naar eind jaren 80, toen er van abortus en euthanasie alleen nog in de geschriften van slimme mensen als Etienne Vermeersch en Hugo Van Den Enden sprake was. Het mocht nog niet. Dat vond de kerk wel oké. Dat de mens dertig jaar later meer te zeggen heeft over zijn eigen leven dan toen, vindt de kerk niet oké. Daar draait dit hele proces om.

Eu thanatos.

De goede dood.

Er zijn mensen die u dit gunnen en mensen die u dit misgunnen, gesteld dat u fysiek of psychisch niet meer in staat zou zijn om volwaardig te leven. Zelfs als op het eind van dit proces blijkt dat de vervolgde artsen en psychiater correct hebben gehandeld, zullen zij niet meer in staat zijn om hun carrière zonder zorgen voort te zetten. De verdachtmakingen zijn er en zelfs als die juridisch gewist worden, zullen ze blijven bestaan. Eén-nul voor de juridische vertegenwoordigers van de familie-Nys én van de kerk.

Elke arts die straks weigert in te gaan op een vraag om euthanasie vanwege de vrees voor een mediageniek proces, is winst voor de tegenstanders van euthanasie. Elke individuele mens in nood moet straks nog iets meer lijden en nog iets duidelijker aantonen wat hem of haar scheelt. Die moet dan maar in het kanaal springen of een dik touw om een balk hangen, als u mij dit cynisme even vergeeft.

In hypocrisie zit geen ‘eu’.



Es lebe Belgien (een alternatief kerstverhaal)

Samenleving Posted on za, december 28, 2019 12:58:54

Er was eens… een treinrit op tweede kerstdag. Of beter: twee treinritten. Of nog beter: twee geplande treinritten die er uiteindelijk drie zouden worden. Ik werd verwacht op een redactie om er stukken te redigeren. Kan gebeuren. Dus nam ik die ene trein per uur die tijdens vakantieperiodes aan de treinhalte in mijn dorp halthoudt en waarvoor ik al heel dankbaar ben dat hij er überhaupt is. Dat wil zeggen: mééstal is. ‘.37’. 8u37 in dit geval. Volgens het uurschema zou ik dan om 9u07 in Brussel Zuid arriveren en daar om 9u19 de trein naar Antwerpen nemen. Nog voor de tweede halte volgde een gortdroge mededeling: ‘Door een probleem in de bovenleiding tussen Halle en Brussel Zuid zal onze trein niet verder rijden dan Edingen. Daar kunt u de trein van 8u51 richting Sint-Niklaas nemen.’ Diepe zucht, ik probeerde me net te verdiepen in De Bourgondiërs van Bart Van Loo, die malloten hadden tenminste nog geen problemen met het openbaar vervoer, al waren de hoofdrolspelers doorgaans wel ontspoord.

Het gele informatiebord — waarvoor je altijd eerst het hele perron moet afdweilen, want die dingen staan bijna zonder uitzondering op schier onbereikbare plekken — stelde me enigszins gerust. Die trein van 8u51 zou me om 9u14 droppen in het Zuidstation. Vijf minuten om de trein naar Antwerpen te halen. Moest kunnen. Tenminste, als die trein op tijd in Edingen zou vertrOH DAAR IS HIJ AL! Een meevaller op een kille donderdagochtend. Een trein die op tijd arriveert en op tijd vertrekt en onderweg geen tijd verliest, ik opende een denkbeeldige fles champagne. Feestje!

Tot de trein enkele honderden meters van het Zuidstation plots stilstond. En blééf staan. Een minuut of zeven, voldoende om mijn humeur te verpesten en me ervan te verzekeren dat ik naar die verbinding kon fluiten. Een andere trein reed voorbij. Neen, glééd voorbij, traagjes, als om de tijdelijk gestrande passagiers nog eens extra onder de neus te wrijven dat ze zelf niet bewogen. Het was een Eurostar. Londen leek even dichterbij te liggen dan Brussel.

Een paar minuten later spuwde de trein dan toch honderden reizigers uit. Die in al hun opgekropte, en bij sommigen duidelijk merkbare, woede vervolgens geconfronteerd werden met een hele lange roltrap die nog wel trap kon genoemd worden, maar die niet meer rolde. Dat kon er nog wel bij. Zo kennen we onze Nationaal Maatschappij der Belgische Spoorwegen/Société Nationale des Chemins de Fer. Een ingewikkeld kluwen met een holding boven twee dochtermaatschappijen, waarvan de ene instaat voor passagiersvervoer en de andere voor de infrastructuur, maar waarvan de ene directeur weigert te praten met de andere. Zes operationele directies zijn er, vertelt de website van de NMBS me. Een Mexicaans leger. Niemand weet nog wie het voor het zeggen heeft en zij die zouden moeten bepalen wie het voor het zeggen zou kunnen hebben, laten betijen. De politiek heeft het openbaar vervoer losgelaten. België wil niets met de NMBS te maken hebben, Vlaanderen bouwt De Lijn af. De reiziger staat (er bij) stil.

We hebben nog altijd geen regering, tweehonderd zestien dagen na de verkiezingen. Ach, het record dient zich pas over driehonderd zesentwintig dagen aan. 18 november 2020, een woensdag. Misschien hebben we tegen dan nieuwe verkiezingen gehad en kan het tellen opnieuw beginnen. Ik bedacht mij, tijdens het stilstaan in die verdomde trein: de NMBS staat symbool voor dit land. We staan stil, in de wetenschap dat we er ooit wel zullen komen. Alleen Europa — die Eurostar — beweegt nog een beetje, maar niet al te snel en niet al te enthousiast. Máár: bewegen is bewegen.

Zoals ze bij de NMBS niet weten wie nu eigenlijk de baas is en wie zou moeten beslissen, zo geldt dat ook voor het hele land. Te veel vennootschappen vertaalt zich daar als te veel gemeenschappen. We hebben Mexicaanse legers gecreëerd, die, als het erop aankomt, op elkaar beginnen te schieten. En we doen maar verder, plantrekkers dat we zijn. Het is zo, omdat het zo is. Waarom? Daarom! Het land blijft draaien, maar het is onduidelijk in welke richting.

Opsplitsen, die handel? Geen enkele garantie op beterschap. België betekent nog iets internationaal, Vlaanderen en Wallonië niemendal, om over die Duitstalige enclave nog maar te zwijgen. Brussel, ja, de hoofdstad van Europa, die kent men ook over de grens. Maar net die twee symbolen die internationaal nog iets voorstellen — België en Brussel — worden verketterd door nationalisten, romantici die dwepen met wat was (of met wat zij denken dat ooit geweest is), niet met wat is of kan zijn. Niet dat ik er echt wakker van lig: ik ben realistisch gehecht aan dit land, omdat ik er nu eenmaal woon, leef en werk, en omdat het mij voordelen biedt (het is hier bijvoorbeeld zelden té warm of té koud, tenminste: voorlopig toch!) die ik elders niet zou hebben. Ik zal met het woord de ondergang van het land blijven bestrijden, maar in daden, neen, we zien wel. Het is zo, omdat het zo is. Waarom? Daarom!

In Twintig-Twintig vieren we honderdnegentig jaar onafhankelijkheid. Op de achtergrond klinkt een aria uit De Stomme van Portici. De blauwe lucht met wolken geeft aan dat het dag is, maar op de grond is het al donker en brandt de straatverlichting: ceci n’est pas un pays, monsieur René. Avec le fil des jours pour unique voyage, et des chemins de pluie pour unique bonsoir, avec le vent d’ouest écoutez-le vouloir, le plat pays qui est le mien, monsieur Jacques. Ik wil deze nacht in de straten verdwalen, de klank van de stad maakt mijn ziel amoureus, meneer Wannes.

Dat men van de NMBS maar snel terug één maatschappij maakt, met een centraal gezag en goed afgebakende verantwoordelijkheden, et pour la Belgique, la même chose. En als het niet zo is, dan is dat maar zo. Waarom? Daarom!



Bloksaland

Samenleving Posted on vr, november 01, 2019 12:51:37

Laten we er even van uitgaan dat Walter De Donder, burgemeester van Affligem en van het dorp van Samson & Gert, plus kandidaat-partijvoorzitter van de CD&V, het niet racistisch of kwaadwillig bedoelde, toen hij het had over de ‘ontvolking’ van sommige Brusselse of Antwerpse wijken. Dat hij niet tégen die ‘nieuwe’ bewoners sprak, maar vóór de originele wijkbewoners. Dat hij niets heeft tegen inwijkelingen. Het zou kunnen, al overtuigde zijn verdediging achteraf niet echt. Maar stel, stél, dat hij het oprecht meende, dan zou je een zinvolle discussie kunnen beginnen. Want er is wel degelijk een probleem. Praat met autochtone ouderen die al heel lang op dezelfde plek wonen en ze zullen klagen over te veel nieuwkomers. Versta: mensen die hún taal niet spreken, hún gewoonten niet overnemen, hún manier van leven niet klakkeloos kopiëren. Kortom, die niet een beetje hén worden.

De multiculturele samenleving is een feit. En dat feit zal in de toekomst bevestigd worden. Zo gaat dat nu eenmaal: alles en iedereen bougeert voortdurend. In plaats van daar in een ‘Eigen volk eerst’-reflex tegen te ageren, zouden we dat feit moeten erkennen en ernaar leven. Daar zit nu net het probleem. We hebben de nieuwkomers jarenlang bij elkaar gepropt in hele of halve getto’s, omdat ons dat gemakkelijk uitkwam en omdat we zo een bestemming vonden voor die verkommerde huizen in buurten waar mensen liefst niet meer willen leven. Wie de financiële middelen niet had, bleef er wonen en voelt er zich nu verweesd. Dat is voor een deel xenofoob, maar ook begrijpelijk. Mensen willen herkenbaarheid, omdat dat veilig aanvoelt. Liever een sjoemelende blanke buur die vrouw en kinderen slaat, dan een doodeerlijke familie van Marokkaanse origine, met hun rare gewoonten ook altijd. Ramadan. Suikerfeest. Lawaai na elf uur ’s avonds. Wat denken ze wel!?

Stads- en gemeentebesturen hebben al decennialang boter op hun hoofd. In plaats van de maatschappelijke realiteit te aanvaarden en ernaar te handelen, hebben ze die genegeerd en zowel de nieuwkomers als de oorspronkelijke bewoners aan hun lot overgelaten. Politici van divers pluimage hebben die zelfs tegen elkaar opgezet, omdat hen dat goed uitkwam, lees: stemmen opbracht. De gettoïsering van de samenleving is van bovenuit gestimuleerd. De gevolgen zien we nu. Als het dat is wat Walter De Donder wilde aankaarten, fair enough. We hebben te weinig voor de samenleving gedaan, voor iederéén in de samenleving, tenzij dan voor de elite die zelf kan bepalen waar ze staat, gaat en woont.

Maar ik vrees dat het dat niet was, wat De Donder bedoelde. Ik vrees dat hij op dezelfde lijn zit van N-VA-politica Nadia Sminate, die begin vorige week in De afspraak advocaat Abderrahim Lahlali toebeet dat zij — en ze bedoelde: mensen met een migratieachtergrond — dankbaarder zouden moeten zijn voor de kansen die de samenleving hen biedt. En dus mocht Lahlali, vond Sminate, geen IS-strijders verdedigen. In de Top 10 van Domme Uitspraken 2019 zal Sminate hoog scoren. Want ze zei twee dingen tegelijk: 1) rechtspraak hoeft niet te gelden voor sommige misdadigers, 2) mensen met een vreemde roots horen er niet bij. Ze zei dus ongeveer letterlijk: “Ik, Nadia Sminate, ben niet helemaal thuis in deze samenleving”. Tenzij je dankbaar en braaf en volgzaam bent, natuurlijk. Tenzij je niet alleen integreert, maar ook assimileert. Maar zelfs dan nog: blijf dankbaar dat deze samenleving je tolereert en een stukje omarmt, ook al is dat niet van harte. Veel verder kan zelfontkenning niet gaan.

Wat De Donder en Sminate met andere woorden zeggen: zelfs als je hier geboren bent en de Belgische nationaliteit hebt, zal je altijd een vreemdeling (een migrant) blijven, omdat je ouders of je grootouders naar hier geëmigreerd zijn. Niet verwonderlijk dat het applaus het luidst klonk bij extreemrechts. Dit punt maken ze namelijk al jaren: als je niet wit bent, blijf je een buitenstaander en zal je hooguit worden getolereerd. Joël De Ceulaer heeft verdorie gelijk: Filip Dewinter is de invloedrijkste politicus van de voorbije dertig jaar, ook al heeft ie nog nooit een bestuurlijk mandaat uitgeoefend. Zie punt 16 van het infame 70-puntenplan uit 1992: recht en orde herstellen in de gettowijken. Goed idee, meneer De Donder? Of punt 24: sociale huisvesting voor eigen volk eerst. Doe je mee, mevrouw Sminate?

Sinds anderhalve week klinkt het ‘Eigen volk eerst’ heel luid en niet alleen vanuit de hoek waarvan je dat zou mogen verwachten. Als je een licht afwijkende huidskleur hebt, moet je zwijgen en dankbaar knikken. Theo Francken doet dezer dagen zijn uiterste best om aan te tonen dat niet-Europese migranten onze steden en gemeenten overwoekeren. Wat moet je daarmee, als je van hier bent en toch te horen krijgt dat je er niet zou moeten zijn? Met daarbovenop dan nog eens termen als ‘ontvolking’ of ‘omvolking’ waarmee men je rond de oren slaat, terminologie die recht uit de handboekjes van fascistoïde organisaties komen? De boodschap van de voorbije anderhalve week is enerzijds dubbelzinnig (‘Je moet je integreren, waaronder wij, witte Vlamingen, verstaan: assimileren’) en anderzijds bijzonder agressief (‘Neen, je zult hier nooit thuis zijn’). Enerzijds, anderzijds, misschien wordt die De Donder wel partijvoorzitter…

Welkom in Bloksaland.



Volgende »