Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Eu

Samenleving Posted on za, januari 25, 2020 13:02:02

Goed.

Goede.

Daar staat die ‘Eu’ hierboven voor. Niet voor Europese Unie, al mag dat in theorie en in principe voor mij wel onder ‘goed’ gecatalogeerd worden, in de praktijk wringt het soms een beetje.

Eu, dus.

Eureka. Europa. Euro. Euforie. Eustachiusbuis. Eucalyptus. Eutrofie. Eufemistisch. Eurovisiesongfestival. Euthanasie. Zjoske Vermeulen. Raymond en Jan Ceulemans.

Toch wijst niet elke eu op ‘het goede’. Ik denk aan eucharistieviering, of Fernand Keuleneer, die je gerust in één adem mag noemen. Ook euthanasieproces valt niet onder het goede, want wie er ook ‘wint’, er zijn alleen maar verliezers. Tine Nys, die postuum gereduceerd wordt tot een vrouw zonder duidelijke wil. De zussen Nys, die afgeschilderd worden als afwezige, empathieloze familieleden van een vrouw met levensproblemen. De advocaten, die alle registers opentrekken om de tegenpartij verdacht te maken, te kleineren, te ontmenselijken. De samenleving, die de gevolgen zal dragen van verdachtmakingen heen en weer.

Als er al winnaars zullen zijn, zijn het de tegenstanders van euthanasie. Zij die vinden dat zelfbeschikkingsrecht niet zou mogen bestaan. Die vinden dat ons leven in handen van een wezen ligt van wie het bestaan nooit bewezen werd, een bovenaardse kracht. Die vinden dat mensen hun lot moeten ondergaan en die zo hypocriet zijn om zelfmoord als enige uitweg open te laten, dan kan je achteraf de aflijvige nog eens bekritiseren. ‘Wat doen ze hun nabestaanden toch aan!?’

Dat stoorde me deze week ook: dat onder bijna elk artikel over het euthanasieproces een verwijzing stond naar de Zelfmoordlijn. Begrijpelijk, omdat de vrouw rond wie alles draait, verschillende zelfmoordpogingen achter de rug had en die — mocht de uitweg euthanasie afgesloten geweest zijn — meer dan waarschijnlijk opnieuw zou gepoogd hebben haar leven te beëindigen. Onbegrijpelijk, omdat euthanasie zo opnieuw gereduceerd wordt tot de keuze ‘Doe ik het zelf of laat ik het doen?’ Euthanasie is de perfecte illustratie van baas zijn over je eigen leven, zoals abortus dat ook is, of het homohuwelijk. Er zijn restricties, wat goed is. Er zijn aan de ene kant mensen die die restricties willen uitbreiden en aan de andere kant mensen die een aantal van die restricties willen afschaffen. Dat is het maatschappelijke debat, dat op zich waardevol is. Maar het is ook een debat dat we al gevoerd hebben: euthanasie bestaat, als je aan de wettelijke voorziene voorwaarden voldoet. De enige zinvolle discussie zou moeten zijn: moet je die wet verfijnen en/of uitbreiden? Niet: moeten we de wet reduceren of afschaffen?

‘De vrouw rond wie alles draait’, schreef ik in de vorige paragraaf, maar eigenlijk draait dit proces niet om Tine Nys. Zij is het postume hoofdpersonage van een film met een walgelijk scenario, waarop met name de katholieke kerk zich wil profileren. Het is heus geen toeval dat de zussen worden begeleid door advocaten die eerder ten dienste stonden van de Kerk, om seksueel misbruik te minimaliseren of in de doofpot te stoppen (Operatie Kelk), of om heel specifiek Roger Vangheluwe te verdedigen.

(Terloops 1: zelfs de zwaarste misdadiger heeft recht op een adequate verdediging, maar moet zo’n advocaat dan ook procedurefouten gebruiken of mee aan de kant van de leugen gaan staan? Dat je probeert de straf voor een crimineel zo laag mogelijk te houden is nog iets anders dan pogen hem vrijuit te laten gaan. Blijkbaar heeft niet iedereen daar een gewetensprobleem mee.)

(Terloops 2: Keuleneer, Van Cauter, Van Steenbrugge, Mussche, Vermassen. De advocaten in dit proces komen weer uit de Who’s who? van de Vlaamse advocatuur. Waar zitten Mary, Rieder, Luyckx, Damen, Lahlali en de Soudi’s? Je zou er een voetbalelftal mee kunnen samenstellen, met de zogeheten topadvocaten, ware het niet dat er net als bij mijn geliefde Beerschot een onevenwicht in de ploeg zou zitten. Keuleneer als rechtsback, dat zou nog wel lukken, maar niemand in doel of centraal achterin en iedereen wil in de spits, want daar kan je scoren.)

Op Twitter is Fernand Keuleneer soms de held van links, omdat hij ingaat tegen Theo Franckens haatdragende opmerkingen, maar diezelfde Keuleneer blijft natuurlijk wel een reactionair man die liefst de klok zou terugdraaien naar eind jaren 80, toen er van abortus en euthanasie alleen nog in de geschriften van slimme mensen als Etienne Vermeersch en Hugo Van Den Enden sprake was. Het mocht nog niet. Dat vond de kerk wel oké. Dat de mens dertig jaar later meer te zeggen heeft over zijn eigen leven dan toen, vindt de kerk niet oké. Daar draait dit hele proces om.

Eu thanatos.

De goede dood.

Er zijn mensen die u dit gunnen en mensen die u dit misgunnen, gesteld dat u fysiek of psychisch niet meer in staat zou zijn om volwaardig te leven. Zelfs als op het eind van dit proces blijkt dat de vervolgde artsen en psychiater correct hebben gehandeld, zullen zij niet meer in staat zijn om hun carrière zonder zorgen voort te zetten. De verdachtmakingen zijn er en zelfs als die juridisch gewist worden, zullen ze blijven bestaan. Eén-nul voor de juridische vertegenwoordigers van de familie-Nys én van de kerk.

Elke arts die straks weigert in te gaan op een vraag om euthanasie vanwege de vrees voor een mediageniek proces, is winst voor de tegenstanders van euthanasie. Elke individuele mens in nood moet straks nog iets meer lijden en nog iets duidelijker aantonen wat hem of haar scheelt. Die moet dan maar in het kanaal springen of een dik touw om een balk hangen, als u mij dit cynisme even vergeeft.

In hypocrisie zit geen ‘eu’.



Es lebe Belgien (een alternatief kerstverhaal)

Samenleving Posted on za, december 28, 2019 12:58:54

Er was eens… een treinrit op tweede kerstdag. Of beter: twee treinritten. Of nog beter: twee geplande treinritten die er uiteindelijk drie zouden worden. Ik werd verwacht op een redactie om er stukken te redigeren. Kan gebeuren. Dus nam ik die ene trein per uur die tijdens vakantieperiodes aan de treinhalte in mijn dorp halthoudt en waarvoor ik al heel dankbaar ben dat hij er überhaupt is. Dat wil zeggen: mééstal is. ‘.37’. 8u37 in dit geval. Volgens het uurschema zou ik dan om 9u07 in Brussel Zuid arriveren en daar om 9u19 de trein naar Antwerpen nemen. Nog voor de tweede halte volgde een gortdroge mededeling: ‘Door een probleem in de bovenleiding tussen Halle en Brussel Zuid zal onze trein niet verder rijden dan Edingen. Daar kunt u de trein van 8u51 richting Sint-Niklaas nemen.’ Diepe zucht, ik probeerde me net te verdiepen in De Bourgondiërs van Bart Van Loo, die malloten hadden tenminste nog geen problemen met het openbaar vervoer, al waren de hoofdrolspelers doorgaans wel ontspoord.

Het gele informatiebord — waarvoor je altijd eerst het hele perron moet afdweilen, want die dingen staan bijna zonder uitzondering op schier onbereikbare plekken — stelde me enigszins gerust. Die trein van 8u51 zou me om 9u14 droppen in het Zuidstation. Vijf minuten om de trein naar Antwerpen te halen. Moest kunnen. Tenminste, als die trein op tijd in Edingen zou vertrOH DAAR IS HIJ AL! Een meevaller op een kille donderdagochtend. Een trein die op tijd arriveert en op tijd vertrekt en onderweg geen tijd verliest, ik opende een denkbeeldige fles champagne. Feestje!

Tot de trein enkele honderden meters van het Zuidstation plots stilstond. En blééf staan. Een minuut of zeven, voldoende om mijn humeur te verpesten en me ervan te verzekeren dat ik naar die verbinding kon fluiten. Een andere trein reed voorbij. Neen, glééd voorbij, traagjes, als om de tijdelijk gestrande passagiers nog eens extra onder de neus te wrijven dat ze zelf niet bewogen. Het was een Eurostar. Londen leek even dichterbij te liggen dan Brussel.

Een paar minuten later spuwde de trein dan toch honderden reizigers uit. Die in al hun opgekropte, en bij sommigen duidelijk merkbare, woede vervolgens geconfronteerd werden met een hele lange roltrap die nog wel trap kon genoemd worden, maar die niet meer rolde. Dat kon er nog wel bij. Zo kennen we onze Nationaal Maatschappij der Belgische Spoorwegen/Société Nationale des Chemins de Fer. Een ingewikkeld kluwen met een holding boven twee dochtermaatschappijen, waarvan de ene instaat voor passagiersvervoer en de andere voor de infrastructuur, maar waarvan de ene directeur weigert te praten met de andere. Zes operationele directies zijn er, vertelt de website van de NMBS me. Een Mexicaans leger. Niemand weet nog wie het voor het zeggen heeft en zij die zouden moeten bepalen wie het voor het zeggen zou kunnen hebben, laten betijen. De politiek heeft het openbaar vervoer losgelaten. België wil niets met de NMBS te maken hebben, Vlaanderen bouwt De Lijn af. De reiziger staat (er bij) stil.

We hebben nog altijd geen regering, tweehonderd zestien dagen na de verkiezingen. Ach, het record dient zich pas over driehonderd zesentwintig dagen aan. 18 november 2020, een woensdag. Misschien hebben we tegen dan nieuwe verkiezingen gehad en kan het tellen opnieuw beginnen. Ik bedacht mij, tijdens het stilstaan in die verdomde trein: de NMBS staat symbool voor dit land. We staan stil, in de wetenschap dat we er ooit wel zullen komen. Alleen Europa — die Eurostar — beweegt nog een beetje, maar niet al te snel en niet al te enthousiast. Máár: bewegen is bewegen.

Zoals ze bij de NMBS niet weten wie nu eigenlijk de baas is en wie zou moeten beslissen, zo geldt dat ook voor het hele land. Te veel vennootschappen vertaalt zich daar als te veel gemeenschappen. We hebben Mexicaanse legers gecreëerd, die, als het erop aankomt, op elkaar beginnen te schieten. En we doen maar verder, plantrekkers dat we zijn. Het is zo, omdat het zo is. Waarom? Daarom! Het land blijft draaien, maar het is onduidelijk in welke richting.

Opsplitsen, die handel? Geen enkele garantie op beterschap. België betekent nog iets internationaal, Vlaanderen en Wallonië niemendal, om over die Duitstalige enclave nog maar te zwijgen. Brussel, ja, de hoofdstad van Europa, die kent men ook over de grens. Maar net die twee symbolen die internationaal nog iets voorstellen — België en Brussel — worden verketterd door nationalisten, romantici die dwepen met wat was (of met wat zij denken dat ooit geweest is), niet met wat is of kan zijn. Niet dat ik er echt wakker van lig: ik ben realistisch gehecht aan dit land, omdat ik er nu eenmaal woon, leef en werk, en omdat het mij voordelen biedt (het is hier bijvoorbeeld zelden té warm of té koud, tenminste: voorlopig toch!) die ik elders niet zou hebben. Ik zal met het woord de ondergang van het land blijven bestrijden, maar in daden, neen, we zien wel. Het is zo, omdat het zo is. Waarom? Daarom!

In Twintig-Twintig vieren we honderdnegentig jaar onafhankelijkheid. Op de achtergrond klinkt een aria uit De Stomme van Portici. De blauwe lucht met wolken geeft aan dat het dag is, maar op de grond is het al donker en brandt de straatverlichting: ceci n’est pas un pays, monsieur René. Avec le fil des jours pour unique voyage, et des chemins de pluie pour unique bonsoir, avec le vent d’ouest écoutez-le vouloir, le plat pays qui est le mien, monsieur Jacques. Ik wil deze nacht in de straten verdwalen, de klank van de stad maakt mijn ziel amoureus, meneer Wannes.

Dat men van de NMBS maar snel terug één maatschappij maakt, met een centraal gezag en goed afgebakende verantwoordelijkheden, et pour la Belgique, la même chose. En als het niet zo is, dan is dat maar zo. Waarom? Daarom!



Bloksaland

Samenleving Posted on vr, november 01, 2019 12:51:37

Laten we er even van uitgaan dat Walter De Donder, burgemeester van Affligem en van het dorp van Samson & Gert, plus kandidaat-partijvoorzitter van de CD&V, het niet racistisch of kwaadwillig bedoelde, toen hij het had over de ‘ontvolking’ van sommige Brusselse of Antwerpse wijken. Dat hij niet tégen die ‘nieuwe’ bewoners sprak, maar vóór de originele wijkbewoners. Dat hij niets heeft tegen inwijkelingen. Het zou kunnen, al overtuigde zijn verdediging achteraf niet echt. Maar stel, stél, dat hij het oprecht meende, dan zou je een zinvolle discussie kunnen beginnen. Want er is wel degelijk een probleem. Praat met autochtone ouderen die al heel lang op dezelfde plek wonen en ze zullen klagen over te veel nieuwkomers. Versta: mensen die hún taal niet spreken, hún gewoonten niet overnemen, hún manier van leven niet klakkeloos kopiëren. Kortom, die niet een beetje hén worden.

De multiculturele samenleving is een feit. En dat feit zal in de toekomst bevestigd worden. Zo gaat dat nu eenmaal: alles en iedereen bougeert voortdurend. In plaats van daar in een ‘Eigen volk eerst’-reflex tegen te ageren, zouden we dat feit moeten erkennen en ernaar leven. Daar zit nu net het probleem. We hebben de nieuwkomers jarenlang bij elkaar gepropt in hele of halve getto’s, omdat ons dat gemakkelijk uitkwam en omdat we zo een bestemming vonden voor die verkommerde huizen in buurten waar mensen liefst niet meer willen leven. Wie de financiële middelen niet had, bleef er wonen en voelt er zich nu verweesd. Dat is voor een deel xenofoob, maar ook begrijpelijk. Mensen willen herkenbaarheid, omdat dat veilig aanvoelt. Liever een sjoemelende blanke buur die vrouw en kinderen slaat, dan een doodeerlijke familie van Marokkaanse origine, met hun rare gewoonten ook altijd. Ramadan. Suikerfeest. Lawaai na elf uur ’s avonds. Wat denken ze wel!?

Stads- en gemeentebesturen hebben al decennialang boter op hun hoofd. In plaats van de maatschappelijke realiteit te aanvaarden en ernaar te handelen, hebben ze die genegeerd en zowel de nieuwkomers als de oorspronkelijke bewoners aan hun lot overgelaten. Politici van divers pluimage hebben die zelfs tegen elkaar opgezet, omdat hen dat goed uitkwam, lees: stemmen opbracht. De gettoïsering van de samenleving is van bovenuit gestimuleerd. De gevolgen zien we nu. Als het dat is wat Walter De Donder wilde aankaarten, fair enough. We hebben te weinig voor de samenleving gedaan, voor iederéén in de samenleving, tenzij dan voor de elite die zelf kan bepalen waar ze staat, gaat en woont.

Maar ik vrees dat het dat niet was, wat De Donder bedoelde. Ik vrees dat hij op dezelfde lijn zit van N-VA-politica Nadia Sminate, die begin vorige week in De afspraak advocaat Abderrahim Lahlali toebeet dat zij — en ze bedoelde: mensen met een migratieachtergrond — dankbaarder zouden moeten zijn voor de kansen die de samenleving hen biedt. En dus mocht Lahlali, vond Sminate, geen IS-strijders verdedigen. In de Top 10 van Domme Uitspraken 2019 zal Sminate hoog scoren. Want ze zei twee dingen tegelijk: 1) rechtspraak hoeft niet te gelden voor sommige misdadigers, 2) mensen met een vreemde roots horen er niet bij. Ze zei dus ongeveer letterlijk: “Ik, Nadia Sminate, ben niet helemaal thuis in deze samenleving”. Tenzij je dankbaar en braaf en volgzaam bent, natuurlijk. Tenzij je niet alleen integreert, maar ook assimileert. Maar zelfs dan nog: blijf dankbaar dat deze samenleving je tolereert en een stukje omarmt, ook al is dat niet van harte. Veel verder kan zelfontkenning niet gaan.

Wat De Donder en Sminate met andere woorden zeggen: zelfs als je hier geboren bent en de Belgische nationaliteit hebt, zal je altijd een vreemdeling (een migrant) blijven, omdat je ouders of je grootouders naar hier geëmigreerd zijn. Niet verwonderlijk dat het applaus het luidst klonk bij extreemrechts. Dit punt maken ze namelijk al jaren: als je niet wit bent, blijf je een buitenstaander en zal je hooguit worden getolereerd. Joël De Ceulaer heeft verdorie gelijk: Filip Dewinter is de invloedrijkste politicus van de voorbije dertig jaar, ook al heeft ie nog nooit een bestuurlijk mandaat uitgeoefend. Zie punt 16 van het infame 70-puntenplan uit 1992: recht en orde herstellen in de gettowijken. Goed idee, meneer De Donder? Of punt 24: sociale huisvesting voor eigen volk eerst. Doe je mee, mevrouw Sminate?

Sinds anderhalve week klinkt het ‘Eigen volk eerst’ heel luid en niet alleen vanuit de hoek waarvan je dat zou mogen verwachten. Als je een licht afwijkende huidskleur hebt, moet je zwijgen en dankbaar knikken. Theo Francken doet dezer dagen zijn uiterste best om aan te tonen dat niet-Europese migranten onze steden en gemeenten overwoekeren. Wat moet je daarmee, als je van hier bent en toch te horen krijgt dat je er niet zou moeten zijn? Met daarbovenop dan nog eens termen als ‘ontvolking’ of ‘omvolking’ waarmee men je rond de oren slaat, terminologie die recht uit de handboekjes van fascistoïde organisaties komen? De boodschap van de voorbije anderhalve week is enerzijds dubbelzinnig (‘Je moet je integreren, waaronder wij, witte Vlamingen, verstaan: assimileren’) en anderzijds bijzonder agressief (‘Neen, je zult hier nooit thuis zijn’). Enerzijds, anderzijds, misschien wordt die De Donder wel partijvoorzitter…

Welkom in Bloksaland.



Voltooid leven

Samenleving Posted on vr, november 01, 2019 12:00:49

Zondag zag ik de interimvoorzitter van de CD&V, Griet Smaers, in De zevende dag in debat gaan over de verlenging van de abortustermijn van twaalf naar achttien weken. Haar partij is tegen (wisten we al), zal dat nooit goedkeuren (wisten we al), had al grote ethische bedenkingen bij de goedkeuring van de wet in 1990 (wisten we al), maar wat we nog niet wisten is dat mevrouw Smaers ervoor pleitte dat er langer wordt nagedacht en gepraat over een eventuele abortus, binnen het gezin en de familie. In mijn hersenen knetterde het: ze wil dat er a) langer over gediscussieerd wordt, en ze is b) sowieso tegen die uitbreiding. Dat wil dus zeggen: ze wil tijd winnen. Terwijl het er eigenlijk op neerkomt dat de CD&V — zeg in dit geval gerust terug CVP — behoudens medische hoogdringendheid om het leven van de zwangere vrouw te redden tégen abortus is en blijft. Zeg dat dan gewoon! Dat is een legitiem standpunt, al verfoei ik de religieus geïnspireerde ‘het leven is heilig’ gedachte erachter. Duidelijkheid heeft zo zijn voordelen. Je weet waar iemand voor staat. Of niet voor staat.

CD&V is ongetwijfeld ook tegen de uitbreiding van de euthanasiewet bij ‘voltooid leven’, een debat dat deze week werd aangezwengeld middels een opiniestuk van Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten in De Morgen. Een deskundige als professor Distelmans waarschuwde onmiddellijk dat dit een moeilijke discussie wordt: hoe bepaal je dat iemand honderd procent levensmoe is? Bij een aanvraag tot euthanasie worden twee artsen onafhankelijk van elkaar geconsulteerd om te oordelen of een patiënt ‘aanhoudend ondraaglijk en uitzichtloos’ fysiek of psychisch lijdt. Dat is, in de meeste gevallen, meetbaar. De pijn van Marieke Vervoort viel terug te brengen tot een lichamelijk probleem, haar ondraaglijk lijden was reëel en helaas maar al te zichtbaar voor haar naasten. In dat geval is euthanasie — zoals het woord het zelf al omschrijft — ‘een goede dood’. Het leven is niet meer waard geleefd te worden, de mens in kwestie lijdt meer dan ie leeft. Sterven is dan waardiger dan verder te leven. Dat werd in een wet van 28 mei 2002 verankerd, in die ene periode waarin de christendemocraten acht jaar lang op de oppositiebanken van het parlement en van het leven zaten.

Ik ben zelf sinds 31 oktober 1994, gisteren precies vijfentwintig jaar geleden, lid van de vzw Recht op Waardig Sterven, die toen nog ijverde voor een wettelijke regeling van euthanasie. Slimme mensen als Hugo Van Den Enden en Etienne Vermeersch namen daar openlijk standpunten over in en werden jarenlang verketterd. Het waren in de ogen van hun tegenstanders net geen nazi’s (of net wel, volgens sommigen). Ik was toen 35 en kerngezond, en ben vandaag 60 en — voor zover ik weet — kerngezond. Idealiter kies je niet voor euthanasie op een moment dat je lijdt, maar op een moment dat je nog volop lééft. Een bewuste keuze, voor later, moest het ooit van pas komen. Omdat je niet zinloos wil lijden, geen plant wil worden, niet in een situatie wil komen dat je niets meer aan het leven hebt (of dat die ‘kosten-baten’-analyse, om het zo maar even te noemen, zéér negatief wordt). Dat is míjn keuze. Mijn wilsverklaring betekent niet dat ik dood wil, wel integendeel: ik wil leven, maar dan wel waardig. Meer is het niet. Ik heb dat papiertje destijds niet ondertekend om op latere leeftijd verplicht te worden tot euthanasie. Respecteer mijn keuze, alstublieft, zoals ik ook de uwe respecteer (maar sta me toe om u niet altijd te begrijpen, zo gaat dat nu eenmaal met keuzes).

Het debat dat Rutten wilde lanceren, werd meteen in de kiem gesmoord. Door deskundigen, wat ik begrijp. Distelmans was duidelijk: laten we toch vooral eerst euthanasie bij dementerenden wettelijk proberen te regelen. Hij heeft een punt. Anderen hadden geen punt, zelfs niet eens het begin van een argument. Mensen die ik doorgaans als genuanceerd pleeg te bestempelen riepen allerlei domme dingen. Dat de Open VLD een wel heel drastische manier had gevonden om te besparen op pensioenen, bijvoorbeeld. Dat dit neerkomt op een geassisteerde vorm van zelfdoding. Dat het feit dat mensen aangeven om niet meer te willen leven, meer zegt over de maatschappij dan over de mens. Zo open je geen debat, zo sluit je het meteen. Makkelijk zat, je hoeft er niet meer over na te denken. ‘Wat is dat dan, een voltooid leven?’ vroegen verschillende twitteraars zich af. Correcte vraag, maar ik had niet de indruk dat ze op het antwoord zaten te wachten.

Ik weet niet hoe ik over euthanasie bij voltooid leven moet denken, ik moet daarover nadenken. Vooral omdat ik mijn leven nog lang niet als voltooid beschouwd. Maar ik begrijp dat iemand als Lutgart Simoens, 91, die haar ouders, twee echtgenoten, twee kinderen, twee broers en een kleinkind heeft verloren, zelf wil bepalen dat het óp is. Vandaag misschien nog niet, maar mogelijk wel morgen of overmorgen of volgend jaar of als ze net 95 is geworden. Kunnen we haar dat ontzeggen? Erger nog: willen we als samenleving dat zo iemand naar het kanaal strompelt of naar de dichtstbijzijnde spoorweg? Of dat ze met haar autootje rechtdoor rijdt in een bocht? Want daarover gaat het natuurlijk óók. Als iemand écht levensmoe is, rest hem of haar momenteel maar één optie: zelfmoord. Klinkt cru, is het ook, maar het is de maatschappelijke realiteit. Willen we dát?

Ja, we moeten de samenleving veranderen, zodat iedereen er zich blijft in thuis voelen, maar dat hoor ik nu al sinds ik piepjong was. En er gebeurt maar niets. We laten de oudjes aan hun lot over. Soms kan dat ook niet anders, want we moeten zelf werken, willen afspreken met vrienden, met vakantie gaan, gewoon een avondje voor tv hangen, kortom: we moeten zelf ook volop kunnen leven. Toen ik dat voor het eerst hoorde werden mensen gemiddeld 70 jaar, tegenwoordig zijn we de 80 een eindje voorbij. Over twintig jaar zullen we wellicht richting 90 strompelen. Zonder massaal veel geld — dat er niet is! — in de zorg te pompen, zodat onze senioren een hele dag interessante dingen omhanden hebben en de beste medische bijstand genieten, zal dat betekenen dat het aantal vereenzaamde, levensmoeë 80-plussers alleen maar zal toenemen. Kom niet klagen, beste tegenstanders van euthanasie, dat het vermaledijde suïcidecijfer in de toekomst niet daalt.

Een correct debat opstarten is het minste wat we voor de ouderen van de toekomst kunnen doen. Voor onszelf, dus.



Symbooldiscussies: handig als de argumenten op zijn

Samenleving Posted on za, augustus 31, 2019 13:13:06

Ha, daar is de hoofddoek weer. De kopvod, om in het schoon forumvlaams te zeggen. GO!, de koepel van het gemeenschapsonderwijs, heeft dat vermaledijde kledingstuk verboden. Geen levensbeschouwelijke kentekens in de klas, zo werd verordend. Een zeventienjarig meisje trok daarop naar de rechter, die haar gelijk gaf, zodat ze maandag mét hoofddoek in de schoolbanken mag plaatsnemen. Volgens de rechter zijn er geen specifieke omstandigheden die een verbod op het dragen van een hoofddoek door dat ene meisje rechtvaardigen. Wat meteen ook voor alle andere meisjes geldt, neem ik aan, al wil GO! vooralsnog niet toegeven. GO! begeeft zich in een no-gozone, altijd riskant.

Eerst over de inhoud. Nog niet zo lang geleden vond ik het terecht dat de voorganger van Bart De Wever als Antwerps burgemeester — hoe heette die ook alweer? — de hoofddoek verbood achter het loket. Ik zag de hoofddoek als een symbool van de onderdrukking van moslimvrouwen en -meisjes. De man die zegt: verberg u, of gij zult besprongen worden! Daar is natuurlijk iets van aan in reactionaire islamitische kringen, maar ik heb de voorbije jaren kennisgemaakt met jonge, geëmancipeerde, vrijgevochten vrouwen-met-hoofddoek. Wat mij vooraf een paradox leek, bleek dat in realiteit niet te zijn. Die vrouwen waren en zijn grappig, spitant, ad rem, hebben een uitgesproken mening en laten zich niet zomaar dicteren. Een openbaring (voor mij). Een zoveelste bewijs dat er meer interactie moet zijn tussen mensen met verschillende achtergronden, zodat je elkaar beter leert kennen (weet ik nu).

Ja, de hoofddoek blijft een religieus symbool. Los van de vrouwen die werkelijk onderdrukt worden — laten we die vooral niet vergeten! — dragen de moderne moslima’s hun hoofddoek wel degelijk ter ondersteuning van hun achtergrond, cultuur en religieuze overtuiging. Terwijl hun moeders dat meestal niet deden, hun oma’s dan weer wel. Vaak is het dragen van een hoofddoek een reactie tegen het westerse superioriteitsdenken over ‘die achterlijke islam’. Kort door de bocht, maar niet ver van de waarheid: als er steeds meer jonge vrouwen een hoofddoek dragen, komt dat omdat autochtone, witte mensen (mannen, doorgaans) hen en hun moeders nooit au sérieux hebben genomen en nog altijd niet nemen. Die jonge vrouwen pikken het niet langer dat wij hen een beetje achterlijk noemen. Kan je hen dat kwalijk nemen?

Het verbod op het uitdragen van wie je bent en waar je (religieus of maatschappelijk) voor staat, heb ik ooit eens in een blogpost begrijpelijk maar onhaalbaar genoemd. ‘Begrijpelijk’, omdat je als open samenleving wil vermijden dat mensen in openbare functies (of zoals in het geval van GO! in scholen) hun mening willen opdringen aan anderen. ‘Onhaalbaar’, omdat je dan ongeveer alles moet verbieden. Geen hoofddoek, geen hoodie, geen sjaaltje, geen kruisteken, geen regenboog-T-shirt, geen foto’s van het koninklijk paar aan de muur, enzovoort, enzoverder. Je krijgt een absurd lange lijst en dan nog blijft de vraag: wanneer gaat het uitkomen voor je persoonlijke levensvisie over in beïnvloeding en manipulatie van iemand anders? Dus verbied je het maar beter niet.

Maar goed, we houden van symbooldiscussies. Als de begroting tien miljard in het rood gaat, roept er wel iemand ‘Kijk daar, een boerka, wat een schande!’ Als pestende jonkies de tenten van activistische meisjes bekogelen met flessen urine, roept er wel iemand ‘Maar neen, dat is geen collaboratievlag die ze droegen!’ Als een of andere malloot in naam van een of andere god een aanslag pleegt, roept er wel iemand ‘Hier zie, gij hoofddoekdrager, dat is mee uw schuld, hé!’

Symbooldiscussies zijn handig om je achter te verschuilen als de echte argumenten op zijn. De hoofddoek is slecht, de vlag met de leeuw met zwarte tong goed, of andersom (alhoewel: toch veel minder andersom). Het vermakelijke is dat de hoofddoek voor de ene en de vlag voor de andere allebei symbolen zijn om je identiteit te benadrukken. Maar de identiteit van de andere aanvaarden, ho maar! Ik vermoed niet dat één hoofddoek in de klas ertoe zal leiden dat de tweede week van september álle meisjes een hoofddoek zullen dragen, zelfs niet alle moslimmeisjes. Laten we hen vooral niet afschilderen als volgzame, religieus gebrainwashte wichtjes zonder eigen mening en wil. Dat zou nog een grotere belediging zijn dan ‘Kopvod!’ roepen.

***

Een andere symbooldiscussie is die rond de salariswagen, wat dan weer past in het brede klimaatdebat. Afschaffen, die handel, want het kost ons (belastingbetalers) behoorlijk veel centen en hoe meer wagens, hoe meer luchtvervuiling. Vanuit ecologisch perspectief een logisch standpunt. Tot het erop neerkwam om die stellingname aan het grote publiek uit te leggen. Groen verslikte zich en maakte meer bochten dan het circuit van Spa-Francorchamps rijk is, het zijn er nochtans twintig. Stoot geen potentiële kiezers tegen het hoofd, had iemand op een vergadering geroepen, want dan zullen ze chicaneren — om in Formule 1-modus te blijven — en dus kon het bochtenwerk beginnen. Terwijl de initiële boodschap logisch en correct was, bleef er uiteindelijk niets van hangen, behalve dan het beeld van politici die het zelf ook niet meer wisten (uit te leggen).

De salariswagen wordt, kort door de bocht, voortgestuwd door een pervers mechanisme. Omdat bedrijven de salarissen van hun werknemers niet willen blijven verhogen, geven ze ter compensatie — en met financiële medewerking van de overheid — een auto-met-tankkaart, dat scheelt op maandbasis toch al snel 500 tot 750 euro (of meer), die je niet op je bankrekening terugvindt, maar die je ook niet hoeft uit te geven aan vervoer. Werkgevers content, werknemers ook: je kunt er geen boterham meer mee kopen, maar je rijdt nu wel gratis naar de bakker om de hoek. De salariswagen dwingt werknemers in de wagen.

(Ik heb ooit, als leidinggevende, mijn salariswagen voor de huisdeur laten staan, om met het openbaar vervoer naar het werk te kunnen rijden: veiliger, sneller, comfortabeler — ondanks alles! Daar werd ik behoorlijk vies op aangekeken door de leiding van het bedrijf, in de trant van: je krijgt een cadeau van ons en dan weiger je die te gebruiken.)

Groen zou eerlijker moeten zijn en duidelijk maken dat de noodzakelijke klimaattransitie wel degelijk geld zal kosten aan de individuele burger. Of de partij zou een duidelijk afbouwplan moeten opstellen. Bijvoorbeeld: uitdoven systeem salariswagens tegen 2030. Als je de bezitters van een salariswagen daarentegen blijft wijsmaken dat de afschaffing van het systeem hen niets zal kosten en dat ze hun fiscale voordeel gewoon zullen behouden, maak je de mensen blaasjes wijs. Zoals Abraham Lincoln al wist: ‘Je kan een deel van de mensen met een salariswagen een tijdje bedotten, en sommigen zelfs de hele tijd, maar je kunt niet alle mensen met een salariswagen de hele tijd bedotten.’



Links-rechts

Politiek, Samenleving Posted on za, augustus 24, 2019 12:39:29

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Kent u dat gezegde, dat al in mijn jonge jaren te pas en te onpas werd gehanteerd? Vrij vertaald: onbezonnenheid hoort bij de jeugd, eens dat je in de echte wereld belandt (werken-brood verdienen-trouwen-kindjes op de wereld zetten) moet je dat jeugdig engagement afzweren en voor economisch realisme gaan. Vooral gebezigd door rechtse luitjes, die linksig gedrag pardonneerden tot je tot de zogeheten jaren van verstand kwam, daarna moest je genadeloos worden verketterd als je links bleef.

Linkse ratten, rolt uw matten!

Bij mijn weten is er geen vervolg op dat gezegde — waar ik het overigens nooit mee eens ben geweest —, maar mocht dat er zijn, zou ik vanuit mijn eigen leefwereld stellen: wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid. Ik ben begin dit jaar zestig geworden en ik word linkser met de dag. Lichtjes overdreven, maar ik bedoel: ik herken sommige (extreem)rechtse symptomen uit vervlogen geschiedenislessen. Lessen die ik meestal heb geleerd uit boeken en documentaires, niet op school, maar dit even terzijde. Links zijn is voor mij de normaalste zaak van de wereld. Mededogen hebben met wie het minder goed heeft, solidair zijn, rechtvaardig, bekommerd om de toekomst van planeet en mensheid, verontwaardigd om een te grote inkomensongelijkheid, internationaal denken, je meer wereldburger voelen dan Vlaming, evenveel Europeaan als Belg. En ja, ook boos zijn vanwege de knoeiboel die zogeheten linksen (communisten, marxisten, andere tisten) ervan gemaakt hebben. Noch het kapitalisme, noch het communisme hebben een betere wereld gecreëerd. In beide gevallen eerder het tegendeel. Ik zal dat blijven roepen tot ik geen stem meer heb, omringd door zand, onder een brandende zon.

Natuurlijk, ook wie zichzelf rechts noemt, zal beweren dat hij of zij solidair en rechtvaardig is. Maar houd den vreemde wel buiten, hé! We zullen hem wat aalmoezen toewerpen, hier zie, sukkelaars. Blijf in uw land of ga hooguit bij de buren aankloppen, wij hebben onze eigen zorgen. Die derde auto en dat buitenverblijf betalen zichzelf niet.

Wie rechts is, heeft evenveel reden van bestaan als wie links is. Uiteindelijk moeten we er samen iets van bakken, in de politiek, in de economie, in alle sectoren die ertoe doen. De links-rechts-tegenstelling is een realiteit, maar ze wordt stelselmatig overdreven. Boude bewering: dat is vooral de schuld van rechts. Meer nog: dat is de levenslijn van rechts. ‘Rechts is goed, omdat links slecht is’. Een losgeslagen terminologie bestaande uit ondingen als ‘linkse kerk’, ‘gutmenschen’ en ‘kansenparels’ zie ik bij links niet. Er wordt weleens iets onheus geroepen, daar niet van. Een Franstalige groene post al eens een karikatuur van Theo Francken in nazi-uniform. Zeer misplaatst, laakbaar en wat mij betreft mogelijk zelfs strafbaar, maar eerder uitzonderlijk.

Hoe dat komt? Rechts is georganiseerd, links niet. Andere partijen zullen ook wel debatfiches hebben, maar alleen bij N-VA en Vlaams Belang worden ze letterlijk en unisono voorgelezen in het openbaar. In groene en rode kringen telt, vreemd genoeg, het eigenbelang eerst. Vreemd, omdat je van partijen die opkomen voor solidariteit meer onderlinge eensgezindheid zou mogen verwachten. Over oranje en blauwe kringen zwijg ik dan nog zedig. Daar rolt men vechtend over de vloer. Het moedige midden van het canvas, gewoon doen!

Dat acties van met name extreemrechts veel beter gecoördineerd worden, bewijzen de Vlaamse vlaggen en de pestacties op Pukkelpop, flessen urine à volont(h)é. Achteraf ging het meer over het verwijderen van die vlaggen dan over waarmee het begon: het pesten van een klimaatmeisje. Toon mij één bewijs van een dergelijke linkse actie en ik geef u gelijk. Begin alvast te zoeken. Uw tijd gaat nu in. (Ik zal even een handje helpen: Theo Francken beletten om een lezing te geven komt dicht in de buurt.)

Ik tweette de dag na het Pukkelpop-incident: ‘Bange blanke mannen die vanuit hun eigen betekenisloosheid klimaatmeisjes het ergste wat je maar denken kunt, toewensen. Hoe zielig kun je zijn? Hoe misplaatst kan je je gedragen op het publieke forum? Hoe achterlijk moet je wel niet zijn om het licht van de zon te ontkennen?’ Iemand reageerde dat mijn stelling klinkklare onzin was, noemde het zelfs ‘zeer verontrustwekkend’ (sic) dat het alleen maar ‘blanke mannen’ zouden zijn die het klimaatprobleem ontkennen, negeren of minimaliseren. O ja? Graag de naam van een vrouw of een niet-blanke man die tot de categorie ‘klimaatnegationisten’ behoort. Uw tijd gaat opnieuw in.

Nog een voorbeeld: gisteren werd viroloog Marc Van Ranst van Twitter gesmeten omdat extreemrechtse luitjes hem en masse hadden gerapporteerd. U mag van Van Ranst zeggen wat u wilt — dat hij vaak onbezonnen en ongenuanceerd reageert, bijvoorbeeld —, maar hij heeft geen tenten opengeritst of met urine gegooid. Dergelijke gecoördineerde verklikactie gebeurde niet zo lang geleden nog met ‘Schuld & Vrienden’, een tot dan toe anonieme account die het fascistoïde clubje van Schild & Vrienden aan de kaak stelde. Begin deze week nagelde Vlaams Belang-voorzitter Van Grieken een meisje dat een Vlaamse vlag had verbrand — o, doodzonde! — nog aan de figuurlijke schandpaal, met naam en toenaam, een signaal voor de trollen om de jongedame on- en offline te beginnen pesten. Doxing heet dat. Mag ook met dubbele xx geschreven worden. Weer iets bijgeleerd.

Toeval is dat niet, net zomin als dat het toeval is wanneer de heren Francken Theo, De Wever Bart en Torfs Rik bijna gelijktijdig uithalen naar linkse journalisten, een gebrek aan kwaliteitskranten of de klimaat’hype’. De woordkeuze van de drie N-VA’ers — Torfs is het al, maar komt er nog niet openlijk voor uit — is bewust: maak andersdenkenden verdacht. Maak gebruik van de vrijheid van meningsuiting om te klagen dat je geen vrijheid hebt om je mening te uiten — gekker wordt het niet! (Het doet wat denken aan de zielenpoten die zich in de nasleep van #metoo afvroegen wat er dan nog wel mocht, man zijnde.) Maak de (mainstream) media verdacht, de ‘MSM’ zoals dat bij grofgebekte lieden klinkt. Roep ‘fake news’ als journalisten te dicht bij de waarheid komen. Doe zoals Trump: wijs met priemende vinger naar de slechte karakters achterin de zaal. Ooit neemt er een idioot een geweer en knalt hij de geaccrediteerde journalisten ter plekke neer. Het zal dan wel collateral damage heten.

Wellicht is het not done om dit te schrijven, maar deze acties doen heel sterk denken aan — komt-ie! — de jaren 30 van de vorige eeuw. Verdachtmakingen, verklikken, pesterijen, arrestaties. Pure Goebbels-stijl. U weet hoe dat geëindigd is. Dat mogen we niet tolereren. (Voor de rechtse man of vrouw die nog altijd meeleest: ja, je kunt gerust ook de vergelijking met de Sovjet-Unie sinds Stalin, het China van de Culturele Revolutie en de Oostbloklanden na de Tweede Wereldoorlog maken. Daar werd ook verklikt om er zelf beter van te worden. Of om zelf gerust gelaten te worden, want de verklikker was uiteraard een eerbare burger, die het algemeen belang boven het eigenbelang stelde.)

***

Ik denk dat ik weet hoe dat gezegde van in het begin verder gaat.

***

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid.

Wie op z’n tachtigste nog niet rechts is, is nog niet dement.

Ollekebolleke, riebezolleke!



Boerka

Samenleving Posted on za, augustus 03, 2019 13:48:45

Het dragen van een boerka in de openbare ruimte is nu ook in Nederland verboden. In België was dat eerder al het geval. Een Nederlandse courant gaf uitvoerig aan hoe Jan Modaal zou kunnen overgaan tot een ‘burgerarrest’ mocht hij of zij een medemens in boerka tegen het lijf lopen. Een verklikkersmentaliteit die critici van de maatregel deed denken aan het verlinken van Joden in de jaren 30 of Amerikaanse communisten in de jaren 50. Je buurman een hak willen zetten is van alle tijden.

Zoals gebruikelijk kon je de microkosmos Vlaanderen de voorbije dagen opdelen in voor- en tegenstanders van het boerkaverbod en zoals al even gebruikelijk hadden de meesten een punt en toch weer niet. De essentie werd verzopen in non-argumenten. Daarom, een poging om dit in een bredere context te plaatsen.

1. Een boerka is een kledingstuk dat alles behalve de ogen verbergt. Het is een ontmenselijkende manier om je aan de buitenwereld te tonen. Dat is niet de schuld van de draagster, want die wordt ertoe verplicht om dat alle vormen van het lichaam verhullend gewaad te dragen. De boerka is een vorm van doorgedreven anonimisering. Een boerka zegt: ‘Deze vrouw is er wel en ze is er tegelijk ook niet. Zij mag zich niet tonen en u mag haar niet zien. Negeer haar, zij bestaat niet voor u.’

De boerka is het perverse resultaat van een zeer bekrompen interpretatie van antieke religieuze teksten, opgesteld door een of andere profeet die zogezegd in opdracht van een of ander denkbeeldig opperwezen verboden en verplichtingen in een of andere heilige wettekst heeft gegoten, iets waar alle godsdiensten nogal sterk in zijn. Kracht van de onderdrukking. Gij zult dít doen en dát laten, wilt gij later in het walhalla belanden.

De boerka gaat verder dan de objectivering van de vrouw, die zo typisch is voor onze westerse samenleving. De boerka heft de vrouw gewoon op. Wat je ziet is een zwarte, spookachtige verschijning. Geen idee of er onder die stof een wezen in jeans rondloopt, of in een sexy kleed met diepe décolleté, of wie weet wel helemaal naakt. Je ziet een levend wezen dat niet volwaardig mag leven. De boerka is een symbool van onvrijheid, een verwerpelijke manier van omgaan met de seksen. Klaar.

2. Moet de boerka dan verboden worden in een ‘liberale’ democratie? En wat dan met het recht op zelfbeschikking, ook al weet je dat de onzichtbare vrouw daar niet zelf voor gekozen heeft? Het zijn terechte maar ook zeer moeilijke vragen. Klinkt een boerkaverbod op het eerste gezicht ontzettend logisch — de onderdrukking van de vrouw past niet/nooit in een moderne maatschappij —, dan wordt dat al een pak moeilijker als je er ernstig over nadenkt. Het argument dat iedereen in de openbare ruimte herkenbaar moet zijn, is zeer zeker zinnig. Maar wat dan met andere gedeeltelijk lichaamsbedekkende kleding: de hoofddoek, dat is een binnenkopper voor moslimbashers, maar mogen ook nonnetjes dan niet meer keuvelend op straat rondlopen? Mag een hoodie nog? Een hoed of een pet?

Wanneer één welbepaalde regeringspartij de voorbije jaren voor de zoveelste keer de aandacht van een heikele kwestie wilde afleiden, werd niet zelden de boerkini opgevoerd als discussiepunt, een soort boerka-by-the-pool. Sindsdien duikt de boerkini vaker op Twitter op dan in realiteit. Tegenstanders die zich bedienden van een Verlichtingslogica, of die misbruik maakten van de uitgangspunten van die Verlichting, vergaten daarbij dat de weigering om boerkini’s toe te laten erop neerkwam dat die vrouwen, die sowieso al slachtoffer zijn van onderdrukking, opnieuw slachtoffer werden, deze keer van westerse bemoeizucht. De ene onvrijheid (het moeten dragen van een ontmenselijkend gewaad) werd bestreden met de andere onvrijheid (niet mogen zwemmen in een publiek zwembad). Alsof die vrouwen ‘daders’ waren, schuldig aan het dragen van een voor onze samenleving ongepast geachte outfit. Van slachtoffers daders maken, daar zijn we doorgaans goed in.

3. Ik heb nog nooit een vrouw in boerka of boerkini gezien, behalve op foto. Misschien kom ik wel op de verkeerde plekken, of let ik niet goed op. Hoeveel zijn het er in de Nederlanden? Duizend? Honderd? Enkele tientallen? Geen idee, maar in elk geval is het niet zo dat ze het straatbeeld domineren. Het lijkt me dat de boerka opnieuw zo’n typische symbooldiscussie is, die eerder voortspruit uit angst voor en haatgevoelens tegen ‘de moslim’ (de ‘vreemdeling’, in de simplistische, samenvattende bewoordingen van een significant aantal medemensen), dan uit een oprechte bekommernis met die boerkadraagsters, die inderdaad slachtoffers zijn. Het Kwaad zit dan niet in het gewaad, maar in het hoofd van de draagster. Guilt by association.

Als het medeleven met en de betrokkenheid bij die onderdrukte vrouwen wél oprecht is, toch één bedenking: deze samenleving heeft andere, acutere problemen. Armoede. Kansarmoede. Discriminatie. Racisme. Genderongelijkheid. Dat ‘de vrouw’ anno 2019 nog altijd moet vechten voor gelijkberechtiging is veel erger dan dat deelaspect ‘vrouw in boerka’. Een maatschappelijk gevecht organiseren tegen de fysieke boerka is in mijn ogen minder prioritair dan de strijd aangaan tegen de mentale boerka, die heel wat vrouwen nog altijd moeten dragen. Laten we er misschien eerst voor zorgen dat ‘onze’ vrouwen hun onzichtbare boerka mogen afgooien.

4. Dat neemt niet weg dat we de boerka op morele, emancipatorische, filosofische en — voor wie dat per se wil — zelfs religieuze gronden consequent moeten afwijzen. Niemand zou zich moeten verbergen voor wie hij of zij is. In plaats van dit juridisch te verankeren, zouden we in ons onderwijs de nadruk moeten blijven leggen op die ongelijkheid, die onrechtvaardigheid en die religieuze dwingelandij. De school is de plek bij uitstek om segregatie af te wijzen en dat te blijven doen. En opnieuw. En opnieuw. Tot ver voorbij het punt dat we het beu worden.



Nultolerantie

Samenleving Posted on za, juli 13, 2019 12:47:37

Nultolerantie. Daar ging het deze week weer
eens over. Dat hebben we te danken aan de heer Kris Van Dijck, tijdelijk Vlaams
Parlementsvoorzitter, die vorige week iets te diep in meerdere glazen had gekeken.
Dat lekte uit en dat is niet prettig en dat zou eigenlijk niet mogen, maar de
pers smulde ervan. En het is wel gebeurd,
natuurlijk. 1,4 promille, oftewel zeven à acht pilsjes, zo werd berekend. Tot
uitkwam dat Van Dijck pas na twee en een half uur had moeten blazen. In
realiteit zal hij rond 1,8 promille (negen à tien glazen bier) gezeten hebben. Dat
scheelt een slok op een borrel.

Van Dijck was tegen een aanhangwagen
aangebotst. In slaap gevallen achter het stuur, las ik ergens. Beetje dronken,
beetje moe. Hij moest nochtans maar een kilometertje rijden, van café Plexat
tot thuis. (Hij besefte blijkbaar dat hij, wilde hij het nationale nieuws halen
met een uitspatting, maar beter op een toepasselijke plek zat.) Ik weet niet
wat ú doet als u beschonken achter het stuur kruipt, maar eigenlijk is de
regel: 1) doe het niet, doe het nooit, 2) hou je ogen open, 3) hou je stuur
recht, behalve in de bochten, 4) hou gas- en rempedaal uit elkaar. Maar dus
vooral, overal en altijd: regel 1.

Twee randvragen intrigeren mij mateloos:

• Hoe slaag je erin om over een afstand van
één (1) kilometer in te dommelen? (Dat is echt een kunst, want tenzij je in de
verkeerde richting vertrekt doe je daar naar schatting drie minuten over, in-
en uitstappen op wankele benen inbegrepen)

• Waarom wandel je dan niet veilig naar huis
en ga je ’s anderendaags, in nuchtere toestand, je wagen ophalen aan de Plexat? (Eén kilometer stappen, dat
kost zelfs waggelend hooguit een kwartiertje, tenzij je ook hier weer de andere
kant op begint te stappen.)

Het verhaal rammelt aan alle kanten, net als
dat escortgirl-soapje van een paar dagen later, met dezelfde hoofdrolspeler, waarna
Van Dijck net na zijn 11 juli-toespraak naar buiten werd — komt-ie! —
geëscorteerd door een ervaringsdeskundige inzake ongewenste vrouwenaffaires.
Láchen. Ze zullen hem niet, hik, temmen!

***

Moeten we voor nultolerantie gaan in het
verkeer, was de vraag die vervolgens opdook. Van 0,5 naar 0,0 promille. Ja,
vond een inderhaast opgetrommeld groepje geënquêteerden, zoals gebruikelijk
sprekend in naam van een denkbeeldige meerderheid van de bevolking. Neen, zei
een politieke meerderheid abrupt. De tegenstanders van de nultolerantie
bedienden zich van nagenoeg hetzelfde discours als diegenen die zich na #metoo
afvroegen wat er dan wel nog mocht tussen mannen en vrouwen: misschien gaat het
in grote lijnen wel over dezelfde mensen. Lieden die zichzelf en hun eigen vast
gewrikte meningen nooit in vraag stellen. Lieden die nog nooit een naaste
hebben verloren door een ongeval met een alcoholluchtje aan. Lieden die vinden
dat alcohol het leven rijker maakt (moet ook kunnen, want niemand riep om een
verbod op de drug ‘alcohol’, wel om een verbod om te rijden met drank in je
bloed).

Ik ben oud genoeg om de jaren 60 en 70 te
hebben meegemaakt, het ene decennium al bewuster dan het andere, en dat heeft
niets te maken met alcoholverbruik. Ik ging met mijn ouders naar de voetbalclub
van het werk van mijn vader en daar werd voor de wedstrijd, tijdens de rust en
achteraf flink gezopen: er bestaat geen deftiger woord voor. Achteraf reed
iedereen olijk en vrolijk naar huis, tegen veertig per uur. Af en toe reed er
zich eentje te pletter en dan mocht je naar een begrafenis, waar er na de
obligate traantjes uitvoerig werd geklonken op de aflijvige. De volgende!

Die tijden zijn gelukkig voorbij, al valt het
sommigen zwaar om afscheid te nemen van dat valse gevoel van vrijheid,
blijheid. Zelf drink ik zelden alcohol, maar ik beken: op een etentje open ik
wel eens met een gin-tonic. Daarna water, veel water, niets anders dan water.
Na twee en een half à drie uur is de alcohol verdampt, maak ik mezelf wijs. Ik
weet uit ervaring dat vermoeidheid doorgaans een groter risico is dan
dronkenschap. Maar laten we eindelijk afstappen van de waangedachte dat het jou
niet zal overkomen en dat jij ertegen kan, wat dat verder ook moge betekenen.

Nultolerantie voor de combinatie
alcohol-autorijden is in wezen een goede zaak. Zoals ook het bannen van rokers
uit publieke plekken in alle opzichten een, letterlijke, opluchting is gebleken.
Als we graag uitpakken met het gezegde dat onze individuele vrijheid eindigt
waar die van een ander begint, dan is de logica dat je gaat voor nul. Want die
aanhangwagen had een fietser kunnen zijn, of een escortgirl.

***

Op de politieke grafzerk van Kris Van Dijck
staat geschreven: He did it his way.

***

In het Belgisch voetbal bestaat nultolerantie
evenmin. Alles moet kunnen. Dat was ook het algemene gevoel na de gedeeltelijke
uitspraak van het Belgisch Arbitragehof voor de Sport, BAS, deze week, behalve
dan bij de luidruchtig juichende luitjes met een geelrode sjaal, die al maanden
‘Wij zijn onschuldig!’ roepen naar al wie wil luisteren. En ook naar al wie
níet wil luisteren, overigens. Voor wie het heeft gemist: KV Mechelen moet niet
degraderen naar 1B, waar het net vandaan kwam. Ondanks de uitspraak van de
Geschillencommissie Hoger Beroep van de Belgische voetbalbond in juni.

Het BAS is uitgegaan van de letter van het
bondsreglement, niet van de geest. In het reglement staan twee tegenstrijdige
artikels. B1711.41 bepaalt dat een uitspraak over daden van omkoping moet
gebeuren vóór 15 juni van het ‘betrokken seizoen’. B1706.31 heeft het over een
verjaringstermijn van acht jaar voor competitievervalsing. Die artikels spreken
elkaar tegen. In de argumentatie voor de Geschillencommissie pruttelde de
bondsprocureur dat ‘betrokken seizoen’ slaat op het seizoen waarin de (poging
tot) fraude aan het licht komt, niet van het seizoen waarin de vermeende feiten
zich hebben afgespeeld. Het BAS heeft dat zinnetje echter letterlijk genomen:
‘betrokken seizoen’. 2018/2019, dus, niet 2017/2018. Puur juridisch kan dat
zonder meer. Maar het signaal dat het hooggeachte arbitragehof daarmee geeft is
tweeledig:

1) Aan al de clubs die de vorige seizoenen
vergeten zijn om matchen te fixen, of niet durfden: idioten, het mócht!

2) Aan al de clubs die tot aan de volgende
reglementswijziging twijfelen of ze matchen zullen fixen: dóen!

Er blijkt nu wel een werkgroep onder leiding
van een Leuvense professor het bondsreglement onder handen te nemen, maar voor
je ’t goed en wel beseft gaat er weer een jaar overheen alvorens dat vehikel
wordt goedgekeurd. Kans is groot dat het komende seizoen aan de durvers is.
Lukt het, barbecue op 16 juni 2020!

Nogmaals, in wezen kan je het BAS niets
verwijten, maar de geleerde heren juristen hadden ook voor een tussenoplossing
kunnen kiezen: KV Mechelen veroordelen voor poging tot matchfixing (waarvan ze
blijkbaar overtuigd zijn, anders hadden ze het argument ‘onschuldig’ of
‘onvoldoende bewijzen’ wel gebruikt in hun gedeeltelijk vonnis) en tegelijk een
sneer geven naar dat gedrocht van een bondsreglement en de bond de opdracht
gegeven tegen begin volgend jaar een nieuwe tekst af te leveren, op straffe van
het annuleren van toekomstige vonnissen. We zijn nu eenmaal het land van
compromissen, het ene al eerbaarder dan het andere.

Het vervelende gevoel dat nu leeft, behalve
bij KV Mechelen-supporters, is dat er alweer een dader vrijuit gaat door een
procedurekwestie. En het is al zo’n moeilijk jaar voor het Belgisch voetbal.
Mogelijk hangen KV Mechelen nog bijkomende sancties boven het hoofd:
puntenaftrek, bijvoorbeeld, of het niet toekennen van een licentie voor het
seizoen 2020/2021, of een flinke boete. Maar wat met de tv-gelden (minstens een
miljoen of drie in 1A, hoogstens 750.000 euro in 1B) die andere clubs nu
derven?

Recht en rechtvaardigheid zijn weer eens
tegenstrijdige begrippen.

***

Als toemaatje stapte de zich benadeeld
voelende partij Beerschot naar een rechter met een eenzijdig verzoekschrift om
de start van de competitie tegen te houden zolang er geen definitieve (tweede) uitspraak
is van het BAS. De club kreeg gelijk. Ik weet niet of men bij de Antwerpse club
écht gelooft dat promotie naar 1A alsnog tot de mogelijkheden behoort — ik
vermoed van niet —, maar dit juridisch spelletje illustreert perfect waar het
sinds 10 oktober 2018, de start van operatie ‘Propere Handen’ werkelijk om
draait: juridische spitstechnologie. Opeens liepen dezelfde advocaten in beeld
die je anders zag paraderen bij mediagenieke rechtszaken met een grote
maatschappelijke impact. Voor topadvocaten is voetbal niet langer de
belangrijkste bijzaak van het leven: het is een belangrijke bron van inkomsten
geworden.

Ik weet niet of we daar blij om moeten zijn.

***

Op de sportieve grafzerk van de Belgische
voetbalbobo’s van de afgelopen 124 jaar staat geschreven: They did it their way.



Volgende »