Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Financial Fair Play

Politiek Posted on za, december 07, 2019 11:44:34

KV Oostende-Anderlecht, dat leek mij een voor de hand liggend thema te zijn voor mijn wekelijkse ‘Bankzitter’ in De Standaard. Mijn uitgangspunt was, los van het sportieve resultaat, dat Marc Coucke, de ex van KVO, niet het recht heeft om zijn centen op te eisen. Nou, daar kreeg ik toch wel tegenwind voor. Dat die nieuwe voorzitter-eigenaar (Frank Dierckens) de boeken maar beter had moeten controleren. Akkoord, maar zonder deze nieuwe wilde weldoener, die het overnam van een copain van Coucke, bestond de club niet meer. Je kunt meneer Dierckens dus gerust naïef en kortzichtig noemen, maar hij heeft wel een hart voor de club. Dat kan niet gezegd worden van Coucke, die als zelfverklaard aanhanger van Club Brugge zes jaar geleden voor een prikje een club in handen kreeg geschoven, die weliswaar net gepromoveerd was naar de hoogste klasse, maar niet de middelen had om daar te overleven.

Enter de tweetende miljardair, die als alleenheerser Oostende niet alleen hielp overleven, maar er met zijn centen ook een flinke middenmoter van maakte, resulterend in twee opeenvolgende deelnames aan Play-off 1, met als toetje een Europese kwalificatie (voor een voorronde, maar dat telt niet aan de kust, Europees is Europees!). Weireldploegsje! Coucke stak als mecenas veel geld in de club, betaalde salarissen die ze in het Albertpark normaal nooit zouden kunnen ophoesten, bouwde een nieuwe tribune en… verdween dan naar Anderlecht.

Je kan dat opportunistisch noemen, maar het is zijn geld en ambitie wordt in die kringen meestal met een dikke vette hoofdletter geschreven. Wat Coucke niet had mogen doen: een deel van zijn geld terugeisen en de afbetaling van de tribune afwentelen op Oostende. Hij, en hij alleen, heeft beslist om financiële doping toe te dienen. Hij, en hij alleen, besliste wat er gebeurde bij Oostende. Dus is het ook logisch dat hij, en hij alleen, daar de verantwoordelijkheid voor moet dragen, en niet de andere bestuurders uit verleden, heden of toekomst. Alle uitgaven die gebeurd zijn vóór zijn vertrek aan de kust, behoren tot het verleden en daar moet ie verder niet over zeuren. KVO heeft het al moeilijk genoeg met het betalen van salarissen van overroepen spelers die nog door Coucke en zijn rechterhand Devroe gehaald zijn.

Marc Coucke heeft vier en een half seizoen lang de regels van de Financial Fair Play getart. Kon het hem wat schelen, dat er regeltjes waren. Die ene keer dat Oostende Europees speelde, was FFP nog niet zo streng. Tegenwoordig mag je maximum vijf miljoen euro verlies draaien over drie seizoenen. Onder Coucke deed Oostende dat jaar na jaar na jaar en zou de club geen Europese licentie hebben verkregen. Ze zouden bij het toekennen van Belgische licenties even streng mogen zijn, pardon: móeten zijn. Door financieel wanbeleid gaan clubs over de kop en blijven supporters verweesd achter.

***

Het principe van Financial Fair Play zou gerust ook in de politiek geïntroduceerd mogen worden. Als een voetbalclub de verliezen blijft opstapelen, omdat de bestuurders niet goed weten hoe ze uitgaven en inkomsten tegenover elkaar moeten zetten — de regel is: de inkomsten worden grof overschat, de uitgaven even grof onderschat —, zou dat strenger bestraft mogen worden. Als een regering een begroting met verlies opmaakt, óf de realiteit aangeeft dat er meer uitgaven en minder inkomsten zijn dan voorspeld, dan zou dat ook moeten afgestraft worden. In het voetbal vertaalt zich dat in een hoge boete (nog meer schulden!) of een schorsing, waarom kan dat ook niet in de politiek?

Begroting niet in orde en geen aanwijsbare maatschappelijke reden (een onverwachte bankencrisis, bijvoorbeeld), dan verliezen de regeringsleden 25 procent van hun wedde. Want elke eurocent die nu te veel wordt uitgegeven, is er niet meer in de toekomst — of zal ons nog met meer intresten opzadelen. Onverantwoord besturen mag/moet aangepakt worden. Ooit zei de nogal corrupte Waalse socialist Guy Mathot dat het begrotingstekort er vanzelf was gekomen en dat het dus ook wel vanzelf weer zou verdwijnen. Parafraserend zou je kunnen stellen dat een politicus die er vanzelf is gekomen en die dit soort nonsens uitkraamt, ook best vanzelf weer zou verdwijnen.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan:

– Wie minder dan 25 procent van de tijd aanwezig is in het parlement waarvoor hij of zij verkozen is: geen wedde.

– Wie minder dan 50 procent van de tijd aanwezig is: helft van de wedde terugbetalen.

– Wie minder dan 75 procent van de tijd aanwezig is: kwart van de wedde kwijt.

Niet op tijd een klimaatplan hebben en daardoor niet kunnen deelnemen aan een belangrijke internationale conferentie: alle ministers een stevige boete, die van klimaat dubbele portie.

Het geïnde boetegeld kan dan geïnvesteerd worden in de zorg en in de culturele sector.

Financial Fair Play in de politiek. Een ideetje.



Schuldig verzuim

Politiek Posted on za, november 30, 2019 12:41:19

Vier miljoen driehonderdvijftienduizend honderdzevenennegentig euro (4.315.197). Zoveel heeft de vierde editie van Rode Neuzen Dag opgebracht, verneem ik via de pers. Daarmee zullen vierhonderd drieëntwintigduizend driehonderdvijfendertig jongeren ‘sterker worden gemaakt’ (423.335). De boekhouder in mij rekent dan even snel uit dat dit neerkomt op 10,2 euro per kwetsbare jongere. Met de opbrengst van vorig jaar en gesteld dat het om evenveel jongeren zou gaan, was dat slechts 10,1 euro geweest — zo, nu mag de boekhouder weer een tijdje op stal. Mooi. Ik heb niet gekeken — ik hou niet van die bestudeerde mix van ongedwongen vrolijkheid en mensen tot tranen toe beroeren met door een streepje dramatische muziek ondersteunde emo-reportages, net voldoende opdat ze tussen die tranen nog even met een eenvoudige handeling een sommetje kunnen overmaken —, maar ik heb wel respect voor de actie. Goed gedaan, dus.

Totaal geen respect heb ik voor de Vlaamse ministers die opdraafden en die daar vooraf op sociale media vrolijk over deden, rode pakjes, rode stropdassen en rode neuzen incluis. Wij zijn solidair, zo wilden ze uitstralen. Wij willen dat we als goede mensen worden gepercipieerd, begreep ik eruit. En dat ‘de mensen’ even vergeten dat wij hen vergeten in ons beleid. De Vlaamse regering bestaat uit goede mensen, mensen. Die boodschap. Ook tijdens De Warmste Week draven ministers, partijvoorzitters en allerhande eerste-, tweede-, derde- en vierderangspolitici op om een bescheiden gift te doen, maar vooral: om gezien te worden. Ik, mens. Zie mij, hoe goed ik wel niet ben. Modelburger.

Van beleidsmakers verwacht ik dat ze dat zelfstandig naamwoord eer aan doen en dat ze beleid maken. Niet dat ze zich vrolijk maken, of dat ze een cheque overhandigen voor het goede doel, een bedrag dat — laten we wel wezen — van ons, belastingbetalers, afkomstig is. Ze spelen dus sinterklaas met onze centen. Zo kan ik het ook. En u.

Het gênante is dat deze en vorige regeringen, of ze nu federaal of regionaal waren of zijn, weinig hebben gedaan om de problematiek die centraal staat op Rode Neuzen Dag aan te pakken. Ze reikten niet alleen geen oplossingen aan, ze kwamen niet eens af met ideeën die tot die oplossingen zouden kunnen reiken. Een rode neus opzetten is makkelijker dan te proberen die Rode Neuzen Dag geheel of gedeeltelijk overbodig te maken. Het eerste is schijnempathie, het tweede echte. Het eerste komt er alleen op neer dat je je agenda één avond moet vrijmaken en lachen voor de camera, het tweede heet: regeren. Het eerste is grote sier maken met ons geld, het tweede is doen waarvoor wij hen betalen. Dat er überhaupt initiatieven als Rode Neuzen Dag nodig zijn, is net een gevolg van een gebrekkig beleid. Daar dan vrolijk aan meedoen, komt neer op een bekentenis van onmacht, onwil of onkunde, of een combinatie van die drie.

Het is o zo makkelijk om met een groepje ministers de populaire kerel of meid uit te hangen. De show wordt live uitgezonden op VTM, gegarandeerd een miljoen kijkers die je plots iets sympathieker vinden dan een paar uur voordien. Of het nu gaat om aandacht vragen voor tieners met psychische problemen, het mentaal welzijn op scholen of het weerbaarder maken van jongeren, het zijn thema’s die niet gecontesteerd worden. Bijna iedereen leeft mee, en wie niet meeleeft, leeft niet tegen. We kennen allemaal wel in onze (ruime) omgeving iemand die ermee te maken heeft en we vinden dat, terecht, heel erg. Betere goede doelen zijn er haast niet. Doneren maar!

Stel u even voor dat diezelfde groep ministers zou uitgenodigd worden op een Gala van de Vluchteling, of zelfs een Gala van de Dakloze, zouden ze dan ook gezamenlijk opdraven en daar vooraf foto’s van verspreiden op Twitter, Instagram en Facebook? Zou er, buiten eventueel de bevoegde minister, één iemand uit de regeringen aanwezig zijn op zo’n evenement voor mensen die het óók zeer moeilijk vinden, maar waarvan een groeiend aantal Vlamingen denkt: ach, wat heeft dit met mij of met ons te maken? Of zouden ze, opportunistisch als ze steeds vaker zijn, wegblijven, wetende dat dit geen stemmen oplevert. Eigen probleemmensen eerst.

Ik vind dat de Vlaamse ministers die rode neus nu maar moeten laten opstaan, tot er beweging in de goeie richting is op de wachtlijsten in de zorg en andere problemen die wel degelijk tot hun bevoegdheid behoren en waar nu geen schot in komt. Anders blijft dit ontwijkgedrag, schuldig verzuim.



Heimwee naar de Volksunie

Politiek Posted on za, november 16, 2019 13:01:43

Een taalbad voor kleuters. Klimaatontkenners moeten ook welkom zijn in De afspraak. Migratie is de oorzaak van het verlies aan vrije ruimte op het platteland. Ballekes in tomatensaus moet in de Vlaamse canon staan.

Het regende de voorbije weken ideeën, ideetjes en idee-fixejes van N-VA-excellenties, waarbij ik dat woord ‘excellentie’ hanteer als neutrale aanduiding van hun positie in de samenleving, niet vanwege grote verdiensten of aantoonbare ‘excellente’ prestaties. Het legen van de ideeëntrommel komt er enkele maanden nadat de tijdelijke Vlaamse minister-president de Belgische vlag ‘een vod’ had genoemd.

Het is de schuld van de Walen, de sossen, de politiek correcten, de linkse wereldverbeteraars, enfin, van iedereen, behalve ‘van ons’. Zelfs de begrotingsschuld is zogezegd ontstaan ná het vertrek van N-VA uit de federale regering. Het moet makkelijk zijn om verantwoordelijkheden te dragen met een geel-zwarte sjerp omgegord: is het goed, dan strijk je de eer op, is het slecht, dan ligt het aan de anderen.

Calimero kan er nog iets van leren.

***

Daarbovenop komen nu de besparingen in de cultuursector. Zes procent generiek, ‘slechts’ drie procent voor zeven erkende kunstinstellingen, zestig procent voor wie rekende op projectsubsidies. In die pot zit niet langer 8,47 miljoen euro, maar 3,39 miljoen. Min 5 miljoen en 80.000 euro, voor wie zijn rekenmachientje bij de hand heeft. Een habbekrats voor de Vlaamse begroting (die afgerond 48,2 miljard euro bedraagt), een levensnoodzakelijk inkomen voor betrokken organisaties en individuele kunstenaars.

Als mijn rekenmachientje me niet in de steek laat, bedraagt de besparing in culturele projectsubsidies 0,00012 procent van de Vlaamse begroting. Dat is peanuts. En dat herleidt deze zogeheten besparing tot wat ze werkelijk is: een ideologische keuze. Een optater voor al die lastige, betweterige, allesbehalve Vlaamsgezinde, zonder uitzondering extreemlinkse culturo’s, die al jaren in het vizier van rechts liggen. Jongens en meisjes die spuwen op de Vlaamse identiteit. Weg met ons! Soumission! Vroeger hadden we tenminste nog kunstenaars die oog voor schoonheid hadden, zei N-VA-Kamerfractieleider Peter De Roover gisteravond ongeveer letterlijk in De afspraak op vrijdag. Kortom, het is hun eigen schuld, van die anti-Vlaamse potverteerders. Wat denken ze wel? Het zal hen leren! (Best mogelijk dat deze laatste zin letterlijk weerklonken heeft op een voorbereidende vergadering in Vlaams-nationalistische hoofdkwartieren, meervoud in dit geval.)

N-VA (en in de niet zo verre achtergrond Vlaams Belang) neemt een voorschot op de toekomstige Vlaemsche Vlaamse meerderheid, waarin nog veel meer lastige, betweterige, allesbehalve Vlaamsgezinde mensen te horen zullen krijgen dat het hen zal leren. En terwijl deze schaamteloze ontmanteling van hedendaagse kunst en cultuur in alle openheid gebeurt — de culturo’s mogen nu zelf een tegenvoorstel doen aan minister-president-cultuurminister Jambon, wat erop neerkomt dat ze het executiemiddel mogen kiezen: de strop, de guillotine, de kogel of de elektrische stoel, het resultaat is toch hetzelfde — hoor je behalve een paar dappere backbenchers niemand van CD&V en Open VLD, partijen die nog niet zo lang geleden bevlogen cultuurministers leverden zoals Renaat Van Elslande, Frans Van Mechelen, Rika De Backer, Karel Poma, Patrick Dewael en Sven Gatz. Ruggengraatloze lafheid is het, op een tweet van Dewael na: ‘Cultuurbeleid is meer dan het conserveren van ons roemrijk verleden. Als we onvoldoende investeren in hedendaagse kunst verschraalt ons verleden. De creaties van nu zijn het erfgoed van morgen.’

Wat doen zijn partijgenoten? (Voorlopig niets.)

Wat doen de christendemocraten? (Voorlopig niets.)

Straks mogen we die ‘voorlopig’ schrappen. CD&V en Open VLD zijn letterlijk en figuurlijk meelopers geworden, aanhangsels, appendixen in het lichaam van een regering. Ze spelen mee in een draaideurentragedie binnen het gesubsidieerd politiek theater, hebben niet eens hun rol uit het hoofd geleerd. Op de affiche staan is belangrijker, dáár draait het om. Ze willen er per se bij zijn en wentelen zich zodanig in onderdanigheid dat over vijf jaar de totale overbodigheid wenkt. Van onderdanig naar overbodig, zoveel letters verschil zitten daar niet op. Opgeslorpt als ze zijn in nabije of toekomstige voorzittersverkiezingen doen ze niets. En laten ze betijen. Alsof dat stemmen zal opleveren over vijf jaar, of — wie weet — als we binnenkort toch vervroegd naar de stembus moeten omdat er geen federale consensus wordt gevonden (die er ook ná die eventuele verkiezingen niet zal zijn, maar dit nu even terzijde).

Christendemocratische en liberale staatsmannen draaien zich om in hun praalgraf.

Nog levende ex-leiders zitten in een hoekje te wenen, bij zoveel ideologisch verval, bij zulk verlies aan geloofwaardigheid, bij de nakende overbodigheid.

***

Nooit gedacht dat ik dit ooit nog zou schrijven (‘OK, boomer!’), maar ik heb heimwee naar de Volksunie. Ik heb zelfs ooit één keer op die partij gestemd, de allereerste keer dat ik naar de stembus mocht. 8 november 1981. Je moest toen 21 zijn om je stem via een rood potlood te laten horen. Uit pure balorigheid — wist ik veel van partijprogramma’s toen — stemde ik voor een partij van balorige politici, van in mijn ogen redelijke rebellen, dwarsliggers met een grote mond en een klein hartje. Met name Hugo Schiltz vond ik een begenadigd debater. Altijd ter zake, altijd het algemeen belang voor het eigenbelang plaatsend. Een staatsman, quoi, zonder dat ie in zijn lange politieke carrière al te veel mocht bedisselen welke richting het land zou uitgaan.

Later werd ik een zwevende kiezer. Nooit nog maakte ik het bolletje rood onder de afkorting VU. Maar ik zag wel dat Schiltz een bruggenbouwer bleef: een Vlaming die de Walen niet haatte en die meedacht in functie van het overleven van dit moeilijke land. Dat ligt helemaal anders bij de huidige Vlaams-nationalistische voormannen (m/v). Artikel 1 van de statuten kan voor hen niet snel genoeg toegepast worden.

Ik zag hoe Jaak Vandemeulebroucke met hand en tand de hormonenmaffia bestreed. Zoek bij de huidige geel-zwarten maar eens iemand die zich aan de kant van de zwakken in de samenleving plaatst. Of die systematisch criminaliteit bestrijdt. (Neen, de War on drugs telt niet mee, dat is een schijn- en schertsvertoning!) Willy Kuijpers kwam op voor verdrukte volksgroepen. Aan Vic Anciaux hebben we de huidige Ancienne Belgique te danken, zoek die recente Belpop maar eens op waarin hij het trucje uit de doeken doet. Zoon Bert werd uitgelachen omdat hij weleens in het openbaar weende, maar werd als minister van Cultuur en later Sport (toen al na de implosie van de Volksunie) gewaardeerd door deze sectoren. ‘Gewaardeerd’ in de zin van: hij kreeg ook bakken vol kritiek, maar achter zijn beleidsmaatregelen stak een idee en dat idee was niet ideologisch verkleurd.

Bart De Wever mag dan wel, althans volgens een door De Morgen samengesteld panel, de invloedrijkste intellectueel van deze regio zijn, toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het intellectuele gehalte van de gemiddelde Volksunie-mandataris een pak hoger lag dan dat van de gemiddelde N-VA-functionaris.

Mag dat nog terloops opgemerkt worden?



Internationalisme

Politiek Posted on za, oktober 19, 2019 12:54:26

‘De enige efficiënte remedie tegen de Europese onmacht is meer Europa en minder natiestaat,’ schrijft Paul Goossens vandaag in zijn column in De Standaard. ‘Dat is precies het tegendeel van wat de nationalistische partijen in Vlaanderen en de rest van Europa in hun programma neerpenden. Hun gemekker over de onmacht van Europa is vooral een rookgordijn dat hun principiële bezwaar en gestook tegen een sterk Europa moet verbergen. Zoiets heet volksverlakkerij.’ Nou, die zit!

***

Mens. Man. Wereldburger. Europeaan. Belg. Antwerpenaar. Vlaming. Inwoner van een kleine gemeente in Vlaams-Brabant. Dat is zo’n beetje hoe ik mij voel in de wereld, in die volgorde van belangrijkheid, al durft dat weleens te verschuiven. Waar ik nu woon, is daarbij het minst belangrijk. Dat heeft te maken met liefde, toeval, persoonlijk kapitaal, beschikbare bouwgrond, en dat soort dingen. Wherever I lay my hat, that’s my home. Mijn afkomst, Antwerpen, schat ik hoger in dan de regio waar ik toevallig ter wereld ben gekomen, Vlaanderen. Antwerpen is waar ik ben opgegroeid, dat was 32 jaar lang mijn heimat en dat blijft — dankzij familie, vrienden en voetbalclub — altijd mijn stad. Het zal me niet beletten me te blijven ergeren aan de gemiddelde Antwerpenaar en zijn misplaatste arrogantie, betweterigheid en zelfgenoegzame blik op de wereld, die zelden verder reikt dan de historische stadsmuren.

België vind ik geen onprettig land om in te wonen. Het regent er nog altijd te veel, het is er lang aanschuiven op de wegen, het openbaar vervoer ligt op apegapen, er wordt gesjoemeld dat het een lieve lust is, en onze politici zijn met hun volgende verkiezing bezig, niet met het welzijn van volgende generaties, ook niet die van hun eigen kinderen en kleinkinderen. Doe wel en zie niet om, blijft hier een levensmotto. En we hebben deze zomer een paar dagen van veertig graden beleefd. Maar al bij al is het hier leefbaar. Laten we zeggen: een zesje, dat past naar het schijnt bij de onderwijscultuur. Politiek is de toestand hopeloos maar niet ernstig, om de titel van een radioprogramma uit het verleden te gebruiken, en drijven de twee taalgebieden steeds verder uit elkaar: een ‘linksig’ Wallonië versus een uitgesproken rechts Vlaanderen. Maïzena zal niet volstaan als blijvend bindmiddel. Moeten we daarom het volwassen kind België met het badwater wegspoelen?

maandans.frankvanlaeken.eu, zo luidt de url van deze blog, en die ‘eu’ staat er niet toevallig. Ik ben een overtuigde Europeaan. We moeten niet minder, maar meer Europa hebben, ik ben het volkomen eens met Paul Goossens. Hoe vlugger we Verenigde Staten van Europa creëren, hoe liever. De realiteit is: een écht verenigd Europa staat verder dan ooit van ons af. Dat ligt aan de Europese Unie zelf (gesloten machtsbastion, 28 — en binnenkort 27 — aangesloten landen die in de eerste plaats met en voor zichzelf bezig zijn, een ondoorzichtig besluitvormingskluwen, nauwelijks een gezamenlijk project buiten, niet onbelangrijk, een gemeenschappelijke munt en de slogan ‘Nooit meer oorlog!’), maar dat ligt ook aan het voortdurend wijzen naar de EU als schuldige van vele problemen. Neem de vluchtelingenproblematiek: een eendrachtige aanpak met een verantwoorde verdeling over álle lidstaten is een voor de hand liggende, maar afgewezen oplossing, waarna iedereen in een kramp schoot. Het NIMBY-syndroom, met de individuele EU-landen als backyards. Solidariteit is ver zoek als egoïsme, eigenbelang en angst voor nationalistische tendensen regeren. Internationalisme zit in de hoek waar de klappen vallen, die daar uitgedeeld worden door nationalisten. Natie en nazi klinken niet zomaar bijna hetzelfde: het nationalisme zoals dat door de nazi’s beleden werd, kon alleen maar ontstaan in de koker van bloed en bodem-heertjes, die van ‘Eigen volk eerst’ een moordzuchtig credo hadden gemaakt. Met z’n allen achter de vlag! (‘Ieder met zijn hymne / ieder met zijn vlag / ieder in dit landje / heeft zijn eigen feestjesdag’ zong Johan Verminnen in 1970 al.)

Niet elke nationalist is een potentiële nazi, uiteraard. Niet elke nationalist is een romanticus die blijft zweren bij 1302 als hoogtepunt uit de Vlaamsche geschiedenis, zeer zeker. Niet elke nationalist is tegen nieuwe gezichten met een andere huidskleur in hún maatschappij, ook dat is waar, maar toch al minder dan de vorige stellingen. Elke nationalist weigert wel het grotere plaatje te zien. Terugplooien op Vlaanderen — of Catalonië, Baskenland, Schotland, Corsica, enzovoort — staat haaks op een inclusieve samenleving. Van eigen volk eerst wordt niemand beter, in de eerste plaats dat eigen volk niet. Jezelf vastklikken aan een maatschappijbeeld van allemaal witte mensen, liefst een patriarchaat, is leven in het verleden. Een onafhankelijk Vlaanderen is niet de oplossing, maar zal nieuwe problemen met zich meebrengen. Net zoals het huidige België niet de oplossing is, niet meer althans. We moeten omhoogkijken, niet omlaag. We hebben een verrekijker nodig, geen microscoop. De blik moet op oneindig, niet op de eigen navel.

Dat is mijn stellige overtuiging, als internationalist, en ik heb respect voor wie er anders over denkt, maar het verleden geeft me gelijk. Nationalisme en communisme — dat heel sterk gelijkt op nationalisme in die zin dat het in zichzelf gekeerd is, vanuit het eigen Grote Gelijk en dus het ongelijk van de anderen vertrekt — hebben miljoenen mensenlevens geëist. Dat is de harde realiteit. Vandaag staat in Spanje het regionale nationalisme tegenover het staatsnationalisme, dat nog altijd een beetje Franco met zich meedraagt. De Catalaanse politici hebben wel degelijk een ernstige fout begaan, met het organiseren van een onwettig referendum. Dat is burgerlijke ongehoorzaamheid. Hen daarvoor tot dertien jaar in de cel steken, is dan weer vele bruggen te ver. Een rechtsstaat moet proportioneel reageren. De rechters hadden hen ook voor vijf of tien jaar uit hun burgerrechten kunnen ontzetten, bijvoorbeeld. Nu maken ze er martelaren van en zal het Catalaanse nationalisme eerder aanwakkeren dan inbinden. Niet dat die rechters rekening hadden moeten houden met de mogelijkheid van betogingen en gewelddadige reacties. Zij moeten onafhankelijk kunnen oordelen. Maar dan nog: proportie is belangrijk.

***

De mensen die deze week luid te keer gingen tegen het bestraffen van de burgerlijke ongehoorzaamheid in Catalonië, deden dat ook tegen andere vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid (gele hesjes, Extinction Rebellion, boerenacties in Nederland). De ene burgerlijke ongehoorzaamheid is de andere niet. Op zich klopt dat wel, maar je moet wel consequent blijven. Als je burgerlijke ongehoorzaamheid in één vorm acceptabel vindt, kun je niet andere vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid neersabelen omdát het om burgerlijke ongehoorzaamheid gaat. Het is het een of het ander (en dat geldt ook voor wie de omgekeerde redenering maakt). Consequent denken en handelen vereisen mentale discipline.



De ruggengraatlozen

Politiek Posted on za, oktober 05, 2019 12:37:03

Habemus Vlareg!

Daar hoorden toeters, bellen en enkele nachtelijke vergaderingen bij, want zoals algemeen geweten komen de beste ideeën naar boven rond zeven over vier ’s nachts, nadat je al minstens tien uur ononderbroken vergaderd hebt. Not! Die vergaderingen-tot-de-finish behoren tot het macho-gedoe dat in politieke kringen nog altijd bon ton is, zelfs nu de luitjes rond de tafel niet meer allemaal heertjes zijn. Vrouwelijke onderhandelaars willen niet onderdoen voor die testosteronbommen. Terwijl je zou denken: na meer dan vier maanden steekt het niet meer op een dag of twee. Beter een goed dan een snel akkoord.

Maar goed, we hebben een regeerakkoord, weliswaar nog zonder gedetailleerde begroting. Of zit die toch ergens verborgen in een lade, zoals de pas ingezworen minister-president Jambon donderdagavond op een half besloten bijeenkomst van het nationalistisch vriendenclubje van Doorbraak liet verstaan? Was dat een geval van machistische stoerdoenerij, van oppositietje-pesten of van preken voor eigen parochie? Of, nog simpeler, een leugentje om bestwil? Ligt het mapje met de begrotingscijfers misschien wel bovenop de dikke map met foto’s van dansende moslims na de aanslagen van 22 maart 2016?

Het is straf dat de nieuwe coalitie naar het parlement is gestapt zonder cijfers. Het is des te straffer dat de brave volgelingen van N-VA, CD&V en Open VLD op hun inderhaast bijeengeroepen congressen het regeerakkoord hebben goedgekeurd zónder de tekst integraal te hebben kunnen bestuderen en zónder indicatie dat het wel goed komt met de centen. Particratie, inderdaad. Ja-knikkers zonder ruggengraat. Lafheid in het halfrond. Zelfrespect is een luxe die weinigen zich nog durven te veroorloven in politieke middens.

***

Dat deze regering meer rechts dan centrum is geworden, is wel duidelijk. Dat kon, de kiezer had het zo gedicteerd. Je kunt dat betreuren, maar je moet niet zeuren over de uitkomst van een democratisch proces. Wel over de manier waarop dat proces ná die verkiezingen gevoerd werd. In tegenstelling tot federaal waren er op Vlaams niveau geen drie realistische mogelijkheden. Het voortzetten van de coalitie van de verliezers was de meest logische. Alleen omdat Bart De Wever verkoos wekenlang te praten met Vlaams Belang leek het even spannend — waardoor hij op haast perverse wijze druk zette op CD&V en Open VLD, die kleur moesten bekennen (duidelijk maken dat er voor hen niet met Belang kon gepraat worden, ‘Het is dus hún schuld, meneer Van Grieken!’, én dat ze wilden inbinden op hun principes om er zeker bij te kunnen zijn). Is het inruilen van een van de ‘Zweedse’ partijen voor sp.a ooit een realistische piste geweest, of eerder een stok achter de deur? Ik vermoed het laatste. Een eventuele derde piste, een minderheidsregering mét gedoogsteun van Vlaams Belang, was eveneens politieke fictie. House of cards speelt zich vooralsnog niet af in Vlaanderen.

Weg met Unia (maar niet meteen, zo blijkt, want de opzegtermijn is verstreken), weg met het Minderhedenforum, weinig of geen aandacht voor armoedebestrijding (armoede, zo blijkt, is even relatief als racisme voor Vlaams-nationalisten): het lijkt wel alsof N-VA, opgejaagd als ze is door Vlaams Belang, haar hele agenda heeft kunnen opleggen en nog wat kruimels gunde aan partijen die partijtjes zijn geworden, content met het weinige dat hen nog wordt toegeschoven. CD&V en Open VLD zijn de kleuters die per se willen meespelen, ook al betekent dit dat ze de hele tijd braafjes in een hoek van de speelplaats moeten blijven staan. Er niet bij zijn betekende zo goed als overbodig worden. Er wel bij zijn houdt het risico in dat ze naast een dominante N-VA en een in het regeerakkoord zeer aanwezig Vlaams Belang over vijf jaar overbodig worden. Damned if you do, damned if you don’t. Geen prettige uitgangspositie. En toch: wordt dergelijk gebrek aan ruggengraat volgende keer niet sowieso afgestraft? N-VA heeft de rol van brede volkspartij overgenomen van de CD&V en de rol van liberale partij van Open VLD. Wat rest die traditionele partijen nog?

***

Het signaal van dit regeerakkoord en deze regering is onmiskenbaar duidelijk.

Het Vlaamse niveau is belangrijker dan het federale. N-VA haalt politiek zwaargewicht Jan Jambon naar Vlaanderen, gewezen staatssecretaris Zuhal Demir is ook een van de pijlers van de partij. Bij CD&V kiezen een partijvoorzitter en een papieren kandidaat-partijvoorzitter eieren voor hun geld in de vorm van een Vlaamse ministerpost. Wie blijft er met al die grote namen — en met De Wever op het Schoon Verdiep — nog over om federaal te onderhandelen? CD&V en, in mindere mate, Open VLD hebben gekozen voor politiek gewin op korte termijn. Dat Gwendolyn Rutten voorlopig partijvoorzitter blijft, is een geluk bij een ongeluk. Van de kopstukken die (hopelijk) weldra federaal moeten onderhandelen blijven in Vlaanderen enkel Theo Francken, Koen Geens, Gwendolyn Rutten en Maggie De Block over — en niet te vergeten, uiteraard, de partijvoorzitter-burgemeester-Vlaams volksvertegenwoordiger, die het land/de natie bestiert vanop zijn troon. (In Wallonië is de politieke kapitaalvlucht overigens nog een pak groter: Charles Michel en Didier Reynders vluchten naar het Europese niveau — beter betaald, prestigieuzer, meer waardering en weg van het schier uitzichtloos gekrakeel in eigen land —, Elio Di Rupo is minister-president van zijn regio, Laurette Onkelinx heeft mentaal al afscheid genomen en helpt alleen nog wat depanneren als er moet onderhandeld worden, en waar zit ‘Madame Non’ eigenlijk?)

Het Vlaamse niveau is belangrijker dan het lokale. De beste burgemeester van de wereld laat Mechelen achter zich. Veel succes, Bart Somers, om in deze constellatie inburgering onder je hoede te nemen, opgejut als je zult worden door de interne en externe oppositie.

Vlaanderen is belangrijker dan de wereld. Wat we zelf doen, doen we beter, zoals daar is: het terugplooien op jezelf. De Vlaamse canon is belangrijker dan het culturele venster op de wereld. Krampachtig zoeken naar en je vervolgens verankeren aan je identiteit is stilstaan, leven in het verleden. Identiteit is niet statisch, is altijd in beweging. Dat Cultuur geen aparte minister krijgt, maar een beetje wordt ondergeschoven bij de bevoegdheden van de minister-president zegt alles: cultuur moet ten dienste staan van het volk. Héél het volk. Als er straks dringend centen moeten worden gezocht, zal dat ten koste gaan van de cultuursector. Misschien ligt die map met de begrotingscijfers echt wel in een bureaula van de MP-annex-cultuurbaas…

Vlaanderen staat boven de wereld. We liggen hier niet wakker van het klimaat. Het klimaat moet betalen als het wil integreren, maar eens geïntegreerd is het welkom. Of was het nu geassimileerd? Of waren het nu de vreemdelingen — hún woorden — die moeten dokken en zwijgen? De Vlaming is klimaat- en vreemdelingenmoe. Dat wordt beloond. Après nous le déluge.

Vlaamse commerciële televisie is belangrijker dan de openbare omroep. Die moet zich gedeisd houden, moet binnenkort rekening houden met de canon, mag niet meestappen in het opbieden voor sportrechten. Voorlopig zullen de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, de Formule 1-prijs van Francorchamps en de finale van de Beker van België voetbal nog wel gratis te zien zijn, omdat ze op een lijst met beschermde sportevenementen staan die voor alle landgenoten toegankelijk moeten zijn. Maar steeds meer sport zal achter een betaalmuur verdwijnen. Of naar een commercieel station verhuizen, omdat die nog wel marktconforme bedragen mogen bieden. De VRT mag nog wel meedoen, maar met de handen op de rug gebonden en de voeten aan elkaar geketend. De openbare omroep mag alleen nog schuifelen, niet lopen en al zeker geen afstand meer nemen.

***

De grootste verdienste van deze Vlaamse regering is dat ze er is, niet dat ze er zal zijn.

Dit regeerakkoord ademt eigenbelang eerst. En ook: eigen Belang eerst. Is het al bijna 2024?



Links-rechts

Politiek, Samenleving Posted on za, augustus 24, 2019 12:39:29

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Kent u dat gezegde, dat al in mijn jonge jaren te pas en te onpas werd gehanteerd? Vrij vertaald: onbezonnenheid hoort bij de jeugd, eens dat je in de echte wereld belandt (werken-brood verdienen-trouwen-kindjes op de wereld zetten) moet je dat jeugdig engagement afzweren en voor economisch realisme gaan. Vooral gebezigd door rechtse luitjes, die linksig gedrag pardonneerden tot je tot de zogeheten jaren van verstand kwam, daarna moest je genadeloos worden verketterd als je links bleef.

Linkse ratten, rolt uw matten!

Bij mijn weten is er geen vervolg op dat gezegde — waar ik het overigens nooit mee eens ben geweest —, maar mocht dat er zijn, zou ik vanuit mijn eigen leefwereld stellen: wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid. Ik ben begin dit jaar zestig geworden en ik word linkser met de dag. Lichtjes overdreven, maar ik bedoel: ik herken sommige (extreem)rechtse symptomen uit vervlogen geschiedenislessen. Lessen die ik meestal heb geleerd uit boeken en documentaires, niet op school, maar dit even terzijde. Links zijn is voor mij de normaalste zaak van de wereld. Mededogen hebben met wie het minder goed heeft, solidair zijn, rechtvaardig, bekommerd om de toekomst van planeet en mensheid, verontwaardigd om een te grote inkomensongelijkheid, internationaal denken, je meer wereldburger voelen dan Vlaming, evenveel Europeaan als Belg. En ja, ook boos zijn vanwege de knoeiboel die zogeheten linksen (communisten, marxisten, andere tisten) ervan gemaakt hebben. Noch het kapitalisme, noch het communisme hebben een betere wereld gecreëerd. In beide gevallen eerder het tegendeel. Ik zal dat blijven roepen tot ik geen stem meer heb, omringd door zand, onder een brandende zon.

Natuurlijk, ook wie zichzelf rechts noemt, zal beweren dat hij of zij solidair en rechtvaardig is. Maar houd den vreemde wel buiten, hé! We zullen hem wat aalmoezen toewerpen, hier zie, sukkelaars. Blijf in uw land of ga hooguit bij de buren aankloppen, wij hebben onze eigen zorgen. Die derde auto en dat buitenverblijf betalen zichzelf niet.

Wie rechts is, heeft evenveel reden van bestaan als wie links is. Uiteindelijk moeten we er samen iets van bakken, in de politiek, in de economie, in alle sectoren die ertoe doen. De links-rechts-tegenstelling is een realiteit, maar ze wordt stelselmatig overdreven. Boude bewering: dat is vooral de schuld van rechts. Meer nog: dat is de levenslijn van rechts. ‘Rechts is goed, omdat links slecht is’. Een losgeslagen terminologie bestaande uit ondingen als ‘linkse kerk’, ‘gutmenschen’ en ‘kansenparels’ zie ik bij links niet. Er wordt weleens iets onheus geroepen, daar niet van. Een Franstalige groene post al eens een karikatuur van Theo Francken in nazi-uniform. Zeer misplaatst, laakbaar en wat mij betreft mogelijk zelfs strafbaar, maar eerder uitzonderlijk.

Hoe dat komt? Rechts is georganiseerd, links niet. Andere partijen zullen ook wel debatfiches hebben, maar alleen bij N-VA en Vlaams Belang worden ze letterlijk en unisono voorgelezen in het openbaar. In groene en rode kringen telt, vreemd genoeg, het eigenbelang eerst. Vreemd, omdat je van partijen die opkomen voor solidariteit meer onderlinge eensgezindheid zou mogen verwachten. Over oranje en blauwe kringen zwijg ik dan nog zedig. Daar rolt men vechtend over de vloer. Het moedige midden van het canvas, gewoon doen!

Dat acties van met name extreemrechts veel beter gecoördineerd worden, bewijzen de Vlaamse vlaggen en de pestacties op Pukkelpop, flessen urine à volont(h)é. Achteraf ging het meer over het verwijderen van die vlaggen dan over waarmee het begon: het pesten van een klimaatmeisje. Toon mij één bewijs van een dergelijke linkse actie en ik geef u gelijk. Begin alvast te zoeken. Uw tijd gaat nu in. (Ik zal even een handje helpen: Theo Francken beletten om een lezing te geven komt dicht in de buurt.)

Ik tweette de dag na het Pukkelpop-incident: ‘Bange blanke mannen die vanuit hun eigen betekenisloosheid klimaatmeisjes het ergste wat je maar denken kunt, toewensen. Hoe zielig kun je zijn? Hoe misplaatst kan je je gedragen op het publieke forum? Hoe achterlijk moet je wel niet zijn om het licht van de zon te ontkennen?’ Iemand reageerde dat mijn stelling klinkklare onzin was, noemde het zelfs ‘zeer verontrustwekkend’ (sic) dat het alleen maar ‘blanke mannen’ zouden zijn die het klimaatprobleem ontkennen, negeren of minimaliseren. O ja? Graag de naam van een vrouw of een niet-blanke man die tot de categorie ‘klimaatnegationisten’ behoort. Uw tijd gaat opnieuw in.

Nog een voorbeeld: gisteren werd viroloog Marc Van Ranst van Twitter gesmeten omdat extreemrechtse luitjes hem en masse hadden gerapporteerd. U mag van Van Ranst zeggen wat u wilt — dat hij vaak onbezonnen en ongenuanceerd reageert, bijvoorbeeld —, maar hij heeft geen tenten opengeritst of met urine gegooid. Dergelijke gecoördineerde verklikactie gebeurde niet zo lang geleden nog met ‘Schuld & Vrienden’, een tot dan toe anonieme account die het fascistoïde clubje van Schild & Vrienden aan de kaak stelde. Begin deze week nagelde Vlaams Belang-voorzitter Van Grieken een meisje dat een Vlaamse vlag had verbrand — o, doodzonde! — nog aan de figuurlijke schandpaal, met naam en toenaam, een signaal voor de trollen om de jongedame on- en offline te beginnen pesten. Doxing heet dat. Mag ook met dubbele xx geschreven worden. Weer iets bijgeleerd.

Toeval is dat niet, net zomin als dat het toeval is wanneer de heren Francken Theo, De Wever Bart en Torfs Rik bijna gelijktijdig uithalen naar linkse journalisten, een gebrek aan kwaliteitskranten of de klimaat’hype’. De woordkeuze van de drie N-VA’ers — Torfs is het al, maar komt er nog niet openlijk voor uit — is bewust: maak andersdenkenden verdacht. Maak gebruik van de vrijheid van meningsuiting om te klagen dat je geen vrijheid hebt om je mening te uiten — gekker wordt het niet! (Het doet wat denken aan de zielenpoten die zich in de nasleep van #metoo afvroegen wat er dan nog wel mocht, man zijnde.) Maak de (mainstream) media verdacht, de ‘MSM’ zoals dat bij grofgebekte lieden klinkt. Roep ‘fake news’ als journalisten te dicht bij de waarheid komen. Doe zoals Trump: wijs met priemende vinger naar de slechte karakters achterin de zaal. Ooit neemt er een idioot een geweer en knalt hij de geaccrediteerde journalisten ter plekke neer. Het zal dan wel collateral damage heten.

Wellicht is het not done om dit te schrijven, maar deze acties doen heel sterk denken aan — komt-ie! — de jaren 30 van de vorige eeuw. Verdachtmakingen, verklikken, pesterijen, arrestaties. Pure Goebbels-stijl. U weet hoe dat geëindigd is. Dat mogen we niet tolereren. (Voor de rechtse man of vrouw die nog altijd meeleest: ja, je kunt gerust ook de vergelijking met de Sovjet-Unie sinds Stalin, het China van de Culturele Revolutie en de Oostbloklanden na de Tweede Wereldoorlog maken. Daar werd ook verklikt om er zelf beter van te worden. Of om zelf gerust gelaten te worden, want de verklikker was uiteraard een eerbare burger, die het algemeen belang boven het eigenbelang stelde.)

***

Ik denk dat ik weet hoe dat gezegde van in het begin verder gaat.

***

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid.

Wie op z’n tachtigste nog niet rechts is, is nog niet dement.

Ollekebolleke, riebezolleke!



The Reagan Show

Politiek Posted on za, juli 27, 2019 12:33:54

O, wat haatte ik Ronald Reagan en Margaret Thatcher en die hele neoliberale, reactionaire, op maat van één procent van de bevolking en de militaire industrie regerende zwik. De jaren 80 waren duistere jaren. Geen werk, geen geld, gedaan met de seksuele vrijheid dankzij het vierletterige monster aids, uitzicht op een kernwapengevecht onder de grootmachten, oerconservatieve yankees versus oerconservatieve sovjets. Spierballengerol. De wereld als een spelletje Stratego of Risk. Navelstarende kapitalisten versus navelstarende communisten, twee systemen die zodanig op hun Grote Gelijk geënt waren, dat ze alleen maar ongelijk konden hebben. (Er bestaat geen sluitende ideologie, elk -isme is onvolmaakt.)
Donderdagavond laat zond de VPRO de documentaire The Reagan Show uit, gemaakt met amateuropnamen uit de periode 1983-1988, zeg maar het einde van zijn eerste en zijn volledige tweede ambtstermijn. Niet verwonderlijk dat de eerste acteur die het Oval Office mocht betreden, ook de eerste was die voortdurend camera’s toeliet in zijn omgeving. Je ziet ‘m ongegeneerd ‘You’re Mister T., right?’ vragen aan acteur B.A. Baracus, op bezoek in het Witte Huis. Want zo had een van zijn medewerkers dat in zijn oor gefluisterd. Je ziet ‘m doen alsof hij de luid toegeroepen journalistenvragen niet hoort, omdat hij geen zinnig antwoord weet te verzinnen. Je ziet ‘m een ondersteunende tekst inlezen voor een republikeinse kandidaat-gouverneur in de staat New Hampshire, maar hij krijgt de klemtoon op diens naam niet goed. John Sununu. Súnunu? Sunúnu? Sununú? Een zeldzame kijk achter de schermen: de president wil een partijgenoot die hij van haar noch pluim kent een electoraal zetje geven door er zijn volle gewicht tegenaan te smijten. ‘Súnunu!’ (De man won de gouverneursverkiezingen nog ook.)
Reagan stond voor mij onveranderlijk voor ‘reaganomics’ (een economische ‘visie’ die de rijken rijker, de armen armer en de financiële putten van de staat dieper maakte), ‘star wars’ (escalatie van de kernwapendreiging) en ‘Irangate’ (in ruil voor de illegale en stiekeme verkoop van wapens aan het land van de ayatollahs, lieten die Amerikaanse gijzelaars vrij).
Marionet van het grootkapitaal, handpop van de haviken, buikspreker van de industrie, acteur die de grootste rol uit zijn leven mocht spelen. Zo zag ik Reagan (en zo zie ik hem, voor alle duidelijkheid, nog altijd). Viel het pietluttige Grenada binnen om de aandacht af te leiden van de problemen in eigen land. Het mocht wat kosten, achtentachtig mensenlevens bijvoorbeeld. De Britse Iron Lady was geen gepermanent haar beter. Die trok naar de Falklands om de geschiedenisboeken te halen. Daartegenover stond Michail Gorbatsjov, de eerste Sovjetleider die manieren leek te hebben en die niet onmiddellijk uit was op de vernietiging van het Westen.
In The Reagan Show kreeg je ongetwijfeld een té positief beeld opgehangen van de gelijknamige Amerikaanse president. Op de plekken waar écht beslist werd, mocht de cameraman hem niet volgen. Van de momenten waarop hij bij gebrek aan kennis door de mand viel, bestaan nauwelijks beelden. De ontelbare keren dat zijn entourage hem dicteerde wat hij moest doen of zeggen, zijn niet gedocumenteerd. Maar toch… Je zag een man die twijfelde, die liefhad (‘Did the earth move for you, Nancy?’ zong Simply Red in Money’s too tight to mention), die lachte om zijn eigen versprekingen, die niet dadelijk begon te tieren op iedereen die toevallig in de buurt stond. Je zag een president die niet naar pussies greep en daar openlijk plezier in schepte. Je zag — ik krijg het nauwelijks uit mijn klavier getoverd — een mens, waarvoor je — het wordt steeds moeilijker nu! — zelfs enige sympathie zou kunnen koesteren.
*herpakt zich*
Ik blijf Reagan, Thatcher en de Sovjetbonzen vóór Gorbatsjov verafschuwen, omdat ze de jaren 80 hebben verziekt met hun haantjesgedrag. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar ik zie nu ook de menselijkheid (Reagan), de eloquentie (Thatcher) en de oplossingsbereidheid (Gorbatsjov). Vergelijk dat met Trump, Johnson en Poetin, en je weet: het tweede deel van de jaren 10 van de 21ste eeuw is minstens even duister als die jaren 80. Politieke etiquette bestaat nauwelijks nog en je wint er geen stemmen mee. We hebben de leiders die we verdienen, wordt geregeld gezegd, maar verdienen die leiders wel om die functie te hebben?
Heimwee naar Ronald Reagan? Neeeuuuuuh. Maar soms was het vroeger toch een tikkeltje beter. ‘De grootste leider is niet noodzakelijk diegene die de grootste zaken verwezenlijkt,’ zei Reagan in een bevlogen moment. ‘Het is diegene die de mensen de grootste zaken doet verwezenlijken.’ Kijk, daar ben ik het nu eens volmondig mee eens. In tegenstelling tot: ‘Ik heb gemerkt dat iedereen die pro abortus is zelf al geboren is.’ Maar wel een fijne oneliner. Net zoals deze: ‘Hoe herken je een communist? Dat is iemand die Marx en Lenin leest. En hoe herken je een anticommunist? Dat is iemand die Marx en Lenin begrepen heeft.’
Geef toe, het klinkt iets verhevener dan ‘Grab ‘em by the pussy’, ‘Go back to your country’ of ‘I’m a stable genius’. Alleen ‘Make America great again’ zeiden ze allebei. Die slogan heeft Trump dus gewoon gejat van zijn republikeinse voorganger. Benieuwd naar de uitzending van de docu The Trump Show in 2050.
‘Póetin? Poetín?’



21 juli

Politiek Posted on zo, juli 21, 2019 13:01:04

Twee argumenten, een opportunistisch en een
moreel, weerhielden me er deze week van om een foto van gesticulerende of
juichende indianen te gebruiken met als bijschrift ‘Ga terug naar jullie eigen
land? Wat een geweldig idee, meneer de president!’ om de racistische retoriek
van de heer D. Trump op bescheiden niveau — een huiskamer in een minuscule
Vlaams-Brabantse gemeente — te counteren. Eén, ik ging ervan uit dat iemand
anders die — laten we wel en eerlijk wezen: voorspelbare — ‘grap’ al zou
gemaakt hebben. Twee, ik zou de indianen in de hoek van de racisten en andere
Trumpaanhangers plaatsen, iets wat je niet eens je ergste vijand toewenst, laat
staan mensen die de voorbije eeuwen in reservaten werden samengebracht, een
soort concentratiekampen-met-vrije-uitloop voor native Americans. Ze hebben al genoeg afgezien.

Nauwelijks een half jaar na haar overstap van
de Franstalige MR naar de Nederlandstalige N-VA vond Assita Kanko, zelf zwart
en van Burkinese origine, de ‘Go back to your country’-tweet van Trump richting
‘The Squad’, vier democratische vrouwelijke politici met een niet-blanke
huidskleur en wortels in het buitenland, ‘niet eens racistisch, hooguit
onbeleefd of onaardig’. Probeer te begrijpen: de Amerikaanse president, wiens
voorouders in Schotland leefden, wil in de Verenigde Staten geboren politici
met de Amerikaanse nationaliteit terugsturen naar landen waar ze nooit gewoond
hebben, en dat is níet racistisch?

Je kunt de debatfiches uit het hoofd leren en
vlekkeloos oprakelen wanneer daarom gevraagd wordt, maar ergens moet je toch
nog een beetje denkvermogen overhouden, of wordt de mantra ‘Racisme is
relatief’ en het calimerogedrag er zodanig vaak ingepompt dat het je
natuurlijke habitat wordt? Eigenlijk zegt het kersverse Europese Parlementslid
van de N-VA niet meer of niet minder dan dat je haar gerust mag zeggen dat ze
naar haar eigen land, Burkina Faso, terug moet. Ze zal dat hooguit onbeleefd of
onaardig vinden. Begrijpe wie begrijpen kan. (Ik niet, in elk geval.)

De, bijzonder zwakke, democratische
presidentskandidate Hilary Clinton kreeg drie jaar geleden de wind van voren
omdat ze een deel van de Trumpfans ‘a basket of deplorables’ had genoemd.
Vertaal gerust vrij als ‘een bende idioten’. Of: ‘een resem zielenpoten’. Mag
ook: ‘verzameling achterlijken’. Soms doet de waarheid pijn. Soms verlies je er
verkiezingen door. Maar Clintons politieke curriculum moet ook dit zinnetje bevatten:
soms had ze gewoon gelijk. Wie nu nog op Trump stemt, wie ‘Send her back!’
meebrulde op die rally deze week, wie het beleid van de narcistische idioot in
het Witte Huis blijft verdedigen, moet ofwel ziekelijk zijn, ofwel achterlijk,
ofwel een fascistoïde racist, ofwel een combinatie van de drie. Sta me toe even
een pretentieuze uitspraak te doen: geen enkel zinnig mens zal Donald T. nog verdedigen.
Kies uw kamp!

Een gerespecteerd politicoloog presteerde het
deze week om de racistische tweet van Trump ‘strategie’ te noemen. Ik geloof
daar niet in. Trump heeft geen adviseurs (hij luistert naar niemand) en stelt
geen strategie op (heeft hij geen tijd voor). Hij gaat puur af op buikgevoel.
Laten we eens iets in de groep gooien en als het niet teruggekaatst wordt, blijven
we het herhalen. Veel meer is het niet. Veel minder evenmin. Trump is niet de
eerste president die zich door marketingprincipes laat leiden, hij is wel de
eerste die elke dag een nieuw principe uitvindt.

***

21 juli/21 juillet/21. Juli.

Weinig reden om te feesten. Behalve in de
Duitstalige gemeenschap, een morzel grond groot, en het Brussels Gewest, niet
onbelangrijk, is het wachten op het vormen van regeringen. Federaal en in Vlaanderen
is het zelfs wachten op de eerste aanzetten tot formatiegesprekken. Vlaams
heeft Bart De Wever zich vermeid met gesprekken met ‘de winnaars van de
verkiezingen’. Federaal is het wachten op initiatief van… ja, van wie
eigenlijk?

Dat dit land richting complete blokkade neigt,
werd de afgelopen dagen pijnlijk duidelijk door het dispuut binnen Open VLD.
Voorzitter Rutten is boos omdat haar Brusselse partijgenoten Gatz en Vanhengel
mee een regering hebben gevormd zónder Franstalige zusterpartij MR. De kwalijke
invloed van de particratie werd zelden duidelijker. Een visie en een plan voor
een land of een regio zijn ondergeschikt aan strategische spelletjes op korte
termijn. Angst voor een volgend pak slaag van de kiezer domineren het discours
veel meer dan het pogen om nieuwe kiezers te bereiken of twijfelende kiezers
opnieuw binnen te halen. Kruimels die van de onderhandelingstafel vallen worden
interessanter bevonden dan het realiseren van ideologische doelstellingen. Niet
verwonderlijk dat partijen onderling inwisselbaar worden en dat de kiezer
steeds meer kiest voor uitschieters.

Sinds de verkiezingen van 26 mei hoor je de
voorzitters van de drie traditionele partijen nauwelijks. Ze weten het niet
meer. Ze wisten het voordien ook al niet meer. En ze denken dat ze door zich
gedeisd te houden het verlies in de toekomst zullen beperken. Lafheid regeert
het politieke landschap. Ergens zal er wel een politicoloog te vinden zijn die
dat ‘strategie’ noemt, maar het is volstrekt uitzichtloos. Braafjes wachten ze
tot de grootste van de klas zegt welk spel ze zullen spelen op de politieke
speelplaats, in de stiekeme hoop dat hij zal struikelen en dat ze dan een
stukje van zijn populariteit kunnen inpikken. Meelopers zullen de samenleving
niet veranderen.

Bart De Wever zegt: we leggen de Vlaamse
formatiegesprekken stil en kijken eerst naar het federale niveau. De andere
partijvoorzitters zeggen niets. Dus beamen en berusten ze. Het is nochtans
perfect denkbaar dat je de Vlaams-nationalistische logica — snel een Vlaamse
regering vormen en kiezen voor een verrottingsstrategie op federaal vlak — op
zijn kop zet. Vorm een federale regering, desnoods zonder grootste partij, desnoods
met een minderheid in het qua populatie omvangrijkste deel van het land, desnoods
met als gevolg een flinke ruzie tussen de Vlaamse partijen, en kijk dan eens
wat er op Vlaams niveau gebeurt. Rutten en Beke durven dat niet aan, Crombez
heeft nu al te vaak electorale tikken rond de oren gekeken dat hij beseft dat
hij niet aan zet is, Almaci moet de ‘overwinningsnederlaag’ nog verwerken. De
Wever krijgt de facto gelijk.

Dit land heeft nood aan moedige politici,
vrouwen en mannen van stavast, mensen met een plan voor de toekomst en de
bereidheid om te proberen wat goed is voor land en volk te realiseren, ook al vindt
het volk dat op het eerste gezicht niet zo oké. We hebben bevlogen en onthechte
politici nodig, geen marketeers, korte-termijndenkers, napraters en
copypaste-verkozenen. ‘Wees immer u zelf, en ongeknecht, / Het woord getrouw
dat g’ onbevreesd moogt spreken’. Misschien moeten onze politici de tekst van
het volkslied toch maar eens nader bestuderen.



Volgende »