Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Links-rechts

Politiek, Samenleving Posted on za, augustus 24, 2019 12:39:29

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Kent u dat gezegde, dat al in mijn jonge jaren te pas en te onpas werd gehanteerd? Vrij vertaald: onbezonnenheid hoort bij de jeugd, eens dat je in de echte wereld belandt (werken-brood verdienen-trouwen-kindjes op de wereld zetten) moet je dat jeugdig engagement afzweren en voor economisch realisme gaan. Vooral gebezigd door rechtse luitjes, die linksig gedrag pardonneerden tot je tot de zogeheten jaren van verstand kwam, daarna moest je genadeloos worden verketterd als je links bleef.

Linkse ratten, rolt uw matten!

Bij mijn weten is er geen vervolg op dat gezegde — waar ik het overigens nooit mee eens ben geweest —, maar mocht dat er zijn, zou ik vanuit mijn eigen leefwereld stellen: wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid. Ik ben begin dit jaar zestig geworden en ik word linkser met de dag. Lichtjes overdreven, maar ik bedoel: ik herken sommige (extreem)rechtse symptomen uit vervlogen geschiedenislessen. Lessen die ik meestal heb geleerd uit boeken en documentaires, niet op school, maar dit even terzijde. Links zijn is voor mij de normaalste zaak van de wereld. Mededogen hebben met wie het minder goed heeft, solidair zijn, rechtvaardig, bekommerd om de toekomst van planeet en mensheid, verontwaardigd om een te grote inkomensongelijkheid, internationaal denken, je meer wereldburger voelen dan Vlaming, evenveel Europeaan als Belg. En ja, ook boos zijn vanwege de knoeiboel die zogeheten linksen (communisten, marxisten, andere tisten) ervan gemaakt hebben. Noch het kapitalisme, noch het communisme hebben een betere wereld gecreëerd. In beide gevallen eerder het tegendeel. Ik zal dat blijven roepen tot ik geen stem meer heb, omringd door zand, onder een brandende zon.

Natuurlijk, ook wie zichzelf rechts noemt, zal beweren dat hij of zij solidair en rechtvaardig is. Maar houd den vreemde wel buiten, hé! We zullen hem wat aalmoezen toewerpen, hier zie, sukkelaars. Blijf in uw land of ga hooguit bij de buren aankloppen, wij hebben onze eigen zorgen. Die derde auto en dat buitenverblijf betalen zichzelf niet.

Wie rechts is, heeft evenveel reden van bestaan als wie links is. Uiteindelijk moeten we er samen iets van bakken, in de politiek, in de economie, in alle sectoren die ertoe doen. De links-rechts-tegenstelling is een realiteit, maar ze wordt stelselmatig overdreven. Boude bewering: dat is vooral de schuld van rechts. Meer nog: dat is de levenslijn van rechts. ‘Rechts is goed, omdat links slecht is’. Een losgeslagen terminologie bestaande uit ondingen als ‘linkse kerk’, ‘gutmenschen’ en ‘kansenparels’ zie ik bij links niet. Er wordt weleens iets onheus geroepen, daar niet van. Een Franstalige groene post al eens een karikatuur van Theo Francken in nazi-uniform. Zeer misplaatst, laakbaar en wat mij betreft mogelijk zelfs strafbaar, maar eerder uitzonderlijk.

Hoe dat komt? Rechts is georganiseerd, links niet. Andere partijen zullen ook wel debatfiches hebben, maar alleen bij N-VA en Vlaams Belang worden ze letterlijk en unisono voorgelezen in het openbaar. In groene en rode kringen telt, vreemd genoeg, het eigenbelang eerst. Vreemd, omdat je van partijen die opkomen voor solidariteit meer onderlinge eensgezindheid zou mogen verwachten. Over oranje en blauwe kringen zwijg ik dan nog zedig. Daar rolt men vechtend over de vloer. Het moedige midden van het canvas, gewoon doen!

Dat acties van met name extreemrechts veel beter gecoördineerd worden, bewijzen de Vlaamse vlaggen en de pestacties op Pukkelpop, flessen urine à volont(h)é. Achteraf ging het meer over het verwijderen van die vlaggen dan over waarmee het begon: het pesten van een klimaatmeisje. Toon mij één bewijs van een dergelijke linkse actie en ik geef u gelijk. Begin alvast te zoeken. Uw tijd gaat nu in. (Ik zal even een handje helpen: Theo Francken beletten om een lezing te geven komt dicht in de buurt.)

Ik tweette de dag na het Pukkelpop-incident: ‘Bange blanke mannen die vanuit hun eigen betekenisloosheid klimaatmeisjes het ergste wat je maar denken kunt, toewensen. Hoe zielig kun je zijn? Hoe misplaatst kan je je gedragen op het publieke forum? Hoe achterlijk moet je wel niet zijn om het licht van de zon te ontkennen?’ Iemand reageerde dat mijn stelling klinkklare onzin was, noemde het zelfs ‘zeer verontrustwekkend’ (sic) dat het alleen maar ‘blanke mannen’ zouden zijn die het klimaatprobleem ontkennen, negeren of minimaliseren. O ja? Graag de naam van een vrouw of een niet-blanke man die tot de categorie ‘klimaatnegationisten’ behoort. Uw tijd gaat opnieuw in.

Nog een voorbeeld: gisteren werd viroloog Marc Van Ranst van Twitter gesmeten omdat extreemrechtse luitjes hem en masse hadden gerapporteerd. U mag van Van Ranst zeggen wat u wilt — dat hij vaak onbezonnen en ongenuanceerd reageert, bijvoorbeeld —, maar hij heeft geen tenten opengeritst of met urine gegooid. Dergelijke gecoördineerde verklikactie gebeurde niet zo lang geleden nog met ‘Schuld & Vrienden’, een tot dan toe anonieme account die het fascistoïde clubje van Schild & Vrienden aan de kaak stelde. Begin deze week nagelde Vlaams Belang-voorzitter Van Grieken een meisje dat een Vlaamse vlag had verbrand — o, doodzonde! — nog aan de figuurlijke schandpaal, met naam en toenaam, een signaal voor de trollen om de jongedame on- en offline te beginnen pesten. Doxing heet dat. Mag ook met dubbele xx geschreven worden. Weer iets bijgeleerd.

Toeval is dat niet, net zomin als dat het toeval is wanneer de heren Francken Theo, De Wever Bart en Torfs Rik bijna gelijktijdig uithalen naar linkse journalisten, een gebrek aan kwaliteitskranten of de klimaat’hype’. De woordkeuze van de drie N-VA’ers — Torfs is het al, maar komt er nog niet openlijk voor uit — is bewust: maak andersdenkenden verdacht. Maak gebruik van de vrijheid van meningsuiting om te klagen dat je geen vrijheid hebt om je mening te uiten — gekker wordt het niet! (Het doet wat denken aan de zielenpoten die zich in de nasleep van #metoo afvroegen wat er dan nog wel mocht, man zijnde.) Maak de (mainstream) media verdacht, de ‘MSM’ zoals dat bij grofgebekte lieden klinkt. Roep ‘fake news’ als journalisten te dicht bij de waarheid komen. Doe zoals Trump: wijs met priemende vinger naar de slechte karakters achterin de zaal. Ooit neemt er een idioot een geweer en knalt hij de geaccrediteerde journalisten ter plekke neer. Het zal dan wel collateral damage heten.

Wellicht is het not done om dit te schrijven, maar deze acties doen heel sterk denken aan — komt-ie! — de jaren 30 van de vorige eeuw. Verdachtmakingen, verklikken, pesterijen, arrestaties. Pure Goebbels-stijl. U weet hoe dat geëindigd is. Dat mogen we niet tolereren. (Voor de rechtse man of vrouw die nog altijd meeleest: ja, je kunt gerust ook de vergelijking met de Sovjet-Unie sinds Stalin, het China van de Culturele Revolutie en de Oostbloklanden na de Tweede Wereldoorlog maken. Daar werd ook verklikt om er zelf beter van te worden. Of om zelf gerust gelaten te worden, want de verklikker was uiteraard een eerbare burger, die het algemeen belang boven het eigenbelang stelde.)

***

Ik denk dat ik weet hoe dat gezegde van in het begin verder gaat.

***

Wie op z’n twintigste niet links is, heeft geen hart.

Wie op z’n veertigste nog altijd links is, heeft geen verstand.

Wie op z’n zestigste niet terug links is, heeft geen levenswijsheid.

Wie op z’n tachtigste nog niet rechts is, is nog niet dement.

Ollekebolleke, riebezolleke!



The Reagan Show

Politiek Posted on za, juli 27, 2019 12:33:54

O, wat haatte ik Ronald Reagan en Margaret Thatcher en die hele neoliberale, reactionaire, op maat van één procent van de bevolking en de militaire industrie regerende zwik. De jaren 80 waren duistere jaren. Geen werk, geen geld, gedaan met de seksuele vrijheid dankzij het vierletterige monster aids, uitzicht op een kernwapengevecht onder de grootmachten, oerconservatieve yankees versus oerconservatieve sovjets. Spierballengerol. De wereld als een spelletje Stratego of Risk. Navelstarende kapitalisten versus navelstarende communisten, twee systemen die zodanig op hun Grote Gelijk geënt waren, dat ze alleen maar ongelijk konden hebben. (Er bestaat geen sluitende ideologie, elk -isme is onvolmaakt.)
Donderdagavond laat zond de VPRO de documentaire The Reagan Show uit, gemaakt met amateuropnamen uit de periode 1983-1988, zeg maar het einde van zijn eerste en zijn volledige tweede ambtstermijn. Niet verwonderlijk dat de eerste acteur die het Oval Office mocht betreden, ook de eerste was die voortdurend camera’s toeliet in zijn omgeving. Je ziet ‘m ongegeneerd ‘You’re Mister T., right?’ vragen aan acteur B.A. Baracus, op bezoek in het Witte Huis. Want zo had een van zijn medewerkers dat in zijn oor gefluisterd. Je ziet ‘m doen alsof hij de luid toegeroepen journalistenvragen niet hoort, omdat hij geen zinnig antwoord weet te verzinnen. Je ziet ‘m een ondersteunende tekst inlezen voor een republikeinse kandidaat-gouverneur in de staat New Hampshire, maar hij krijgt de klemtoon op diens naam niet goed. John Sununu. Súnunu? Sunúnu? Sununú? Een zeldzame kijk achter de schermen: de president wil een partijgenoot die hij van haar noch pluim kent een electoraal zetje geven door er zijn volle gewicht tegenaan te smijten. ‘Súnunu!’ (De man won de gouverneursverkiezingen nog ook.)
Reagan stond voor mij onveranderlijk voor ‘reaganomics’ (een economische ‘visie’ die de rijken rijker, de armen armer en de financiële putten van de staat dieper maakte), ‘star wars’ (escalatie van de kernwapendreiging) en ‘Irangate’ (in ruil voor de illegale en stiekeme verkoop van wapens aan het land van de ayatollahs, lieten die Amerikaanse gijzelaars vrij).
Marionet van het grootkapitaal, handpop van de haviken, buikspreker van de industrie, acteur die de grootste rol uit zijn leven mocht spelen. Zo zag ik Reagan (en zo zie ik hem, voor alle duidelijkheid, nog altijd). Viel het pietluttige Grenada binnen om de aandacht af te leiden van de problemen in eigen land. Het mocht wat kosten, achtentachtig mensenlevens bijvoorbeeld. De Britse Iron Lady was geen gepermanent haar beter. Die trok naar de Falklands om de geschiedenisboeken te halen. Daartegenover stond Michail Gorbatsjov, de eerste Sovjetleider die manieren leek te hebben en die niet onmiddellijk uit was op de vernietiging van het Westen.
In The Reagan Show kreeg je ongetwijfeld een té positief beeld opgehangen van de gelijknamige Amerikaanse president. Op de plekken waar écht beslist werd, mocht de cameraman hem niet volgen. Van de momenten waarop hij bij gebrek aan kennis door de mand viel, bestaan nauwelijks beelden. De ontelbare keren dat zijn entourage hem dicteerde wat hij moest doen of zeggen, zijn niet gedocumenteerd. Maar toch… Je zag een man die twijfelde, die liefhad (‘Did the earth move for you, Nancy?’ zong Simply Red in Money’s too tight to mention), die lachte om zijn eigen versprekingen, die niet dadelijk begon te tieren op iedereen die toevallig in de buurt stond. Je zag een president die niet naar pussies greep en daar openlijk plezier in schepte. Je zag — ik krijg het nauwelijks uit mijn klavier getoverd — een mens, waarvoor je — het wordt steeds moeilijker nu! — zelfs enige sympathie zou kunnen koesteren.
*herpakt zich*
Ik blijf Reagan, Thatcher en de Sovjetbonzen vóór Gorbatsjov verafschuwen, omdat ze de jaren 80 hebben verziekt met hun haantjesgedrag. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar ik zie nu ook de menselijkheid (Reagan), de eloquentie (Thatcher) en de oplossingsbereidheid (Gorbatsjov). Vergelijk dat met Trump, Johnson en Poetin, en je weet: het tweede deel van de jaren 10 van de 21ste eeuw is minstens even duister als die jaren 80. Politieke etiquette bestaat nauwelijks nog en je wint er geen stemmen mee. We hebben de leiders die we verdienen, wordt geregeld gezegd, maar verdienen die leiders wel om die functie te hebben?
Heimwee naar Ronald Reagan? Neeeuuuuuh. Maar soms was het vroeger toch een tikkeltje beter. ‘De grootste leider is niet noodzakelijk diegene die de grootste zaken verwezenlijkt,’ zei Reagan in een bevlogen moment. ‘Het is diegene die de mensen de grootste zaken doet verwezenlijken.’ Kijk, daar ben ik het nu eens volmondig mee eens. In tegenstelling tot: ‘Ik heb gemerkt dat iedereen die pro abortus is zelf al geboren is.’ Maar wel een fijne oneliner. Net zoals deze: ‘Hoe herken je een communist? Dat is iemand die Marx en Lenin leest. En hoe herken je een anticommunist? Dat is iemand die Marx en Lenin begrepen heeft.’
Geef toe, het klinkt iets verhevener dan ‘Grab ‘em by the pussy’, ‘Go back to your country’ of ‘I’m a stable genius’. Alleen ‘Make America great again’ zeiden ze allebei. Die slogan heeft Trump dus gewoon gejat van zijn republikeinse voorganger. Benieuwd naar de uitzending van de docu The Trump Show in 2050.
‘Póetin? Poetín?’



21 juli

Politiek Posted on zo, juli 21, 2019 13:01:04

Twee argumenten, een opportunistisch en een
moreel, weerhielden me er deze week van om een foto van gesticulerende of
juichende indianen te gebruiken met als bijschrift ‘Ga terug naar jullie eigen
land? Wat een geweldig idee, meneer de president!’ om de racistische retoriek
van de heer D. Trump op bescheiden niveau — een huiskamer in een minuscule
Vlaams-Brabantse gemeente — te counteren. Eén, ik ging ervan uit dat iemand
anders die — laten we wel en eerlijk wezen: voorspelbare — ‘grap’ al zou
gemaakt hebben. Twee, ik zou de indianen in de hoek van de racisten en andere
Trumpaanhangers plaatsen, iets wat je niet eens je ergste vijand toewenst, laat
staan mensen die de voorbije eeuwen in reservaten werden samengebracht, een
soort concentratiekampen-met-vrije-uitloop voor native Americans. Ze hebben al genoeg afgezien.

Nauwelijks een half jaar na haar overstap van
de Franstalige MR naar de Nederlandstalige N-VA vond Assita Kanko, zelf zwart
en van Burkinese origine, de ‘Go back to your country’-tweet van Trump richting
‘The Squad’, vier democratische vrouwelijke politici met een niet-blanke
huidskleur en wortels in het buitenland, ‘niet eens racistisch, hooguit
onbeleefd of onaardig’. Probeer te begrijpen: de Amerikaanse president, wiens
voorouders in Schotland leefden, wil in de Verenigde Staten geboren politici
met de Amerikaanse nationaliteit terugsturen naar landen waar ze nooit gewoond
hebben, en dat is níet racistisch?

Je kunt de debatfiches uit het hoofd leren en
vlekkeloos oprakelen wanneer daarom gevraagd wordt, maar ergens moet je toch
nog een beetje denkvermogen overhouden, of wordt de mantra ‘Racisme is
relatief’ en het calimerogedrag er zodanig vaak ingepompt dat het je
natuurlijke habitat wordt? Eigenlijk zegt het kersverse Europese Parlementslid
van de N-VA niet meer of niet minder dan dat je haar gerust mag zeggen dat ze
naar haar eigen land, Burkina Faso, terug moet. Ze zal dat hooguit onbeleefd of
onaardig vinden. Begrijpe wie begrijpen kan. (Ik niet, in elk geval.)

De, bijzonder zwakke, democratische
presidentskandidate Hilary Clinton kreeg drie jaar geleden de wind van voren
omdat ze een deel van de Trumpfans ‘a basket of deplorables’ had genoemd.
Vertaal gerust vrij als ‘een bende idioten’. Of: ‘een resem zielenpoten’. Mag
ook: ‘verzameling achterlijken’. Soms doet de waarheid pijn. Soms verlies je er
verkiezingen door. Maar Clintons politieke curriculum moet ook dit zinnetje bevatten:
soms had ze gewoon gelijk. Wie nu nog op Trump stemt, wie ‘Send her back!’
meebrulde op die rally deze week, wie het beleid van de narcistische idioot in
het Witte Huis blijft verdedigen, moet ofwel ziekelijk zijn, ofwel achterlijk,
ofwel een fascistoïde racist, ofwel een combinatie van de drie. Sta me toe even
een pretentieuze uitspraak te doen: geen enkel zinnig mens zal Donald T. nog verdedigen.
Kies uw kamp!

Een gerespecteerd politicoloog presteerde het
deze week om de racistische tweet van Trump ‘strategie’ te noemen. Ik geloof
daar niet in. Trump heeft geen adviseurs (hij luistert naar niemand) en stelt
geen strategie op (heeft hij geen tijd voor). Hij gaat puur af op buikgevoel.
Laten we eens iets in de groep gooien en als het niet teruggekaatst wordt, blijven
we het herhalen. Veel meer is het niet. Veel minder evenmin. Trump is niet de
eerste president die zich door marketingprincipes laat leiden, hij is wel de
eerste die elke dag een nieuw principe uitvindt.

***

21 juli/21 juillet/21. Juli.

Weinig reden om te feesten. Behalve in de
Duitstalige gemeenschap, een morzel grond groot, en het Brussels Gewest, niet
onbelangrijk, is het wachten op het vormen van regeringen. Federaal en in Vlaanderen
is het zelfs wachten op de eerste aanzetten tot formatiegesprekken. Vlaams
heeft Bart De Wever zich vermeid met gesprekken met ‘de winnaars van de
verkiezingen’. Federaal is het wachten op initiatief van… ja, van wie
eigenlijk?

Dat dit land richting complete blokkade neigt,
werd de afgelopen dagen pijnlijk duidelijk door het dispuut binnen Open VLD.
Voorzitter Rutten is boos omdat haar Brusselse partijgenoten Gatz en Vanhengel
mee een regering hebben gevormd zónder Franstalige zusterpartij MR. De kwalijke
invloed van de particratie werd zelden duidelijker. Een visie en een plan voor
een land of een regio zijn ondergeschikt aan strategische spelletjes op korte
termijn. Angst voor een volgend pak slaag van de kiezer domineren het discours
veel meer dan het pogen om nieuwe kiezers te bereiken of twijfelende kiezers
opnieuw binnen te halen. Kruimels die van de onderhandelingstafel vallen worden
interessanter bevonden dan het realiseren van ideologische doelstellingen. Niet
verwonderlijk dat partijen onderling inwisselbaar worden en dat de kiezer
steeds meer kiest voor uitschieters.

Sinds de verkiezingen van 26 mei hoor je de
voorzitters van de drie traditionele partijen nauwelijks. Ze weten het niet
meer. Ze wisten het voordien ook al niet meer. En ze denken dat ze door zich
gedeisd te houden het verlies in de toekomst zullen beperken. Lafheid regeert
het politieke landschap. Ergens zal er wel een politicoloog te vinden zijn die
dat ‘strategie’ noemt, maar het is volstrekt uitzichtloos. Braafjes wachten ze
tot de grootste van de klas zegt welk spel ze zullen spelen op de politieke
speelplaats, in de stiekeme hoop dat hij zal struikelen en dat ze dan een
stukje van zijn populariteit kunnen inpikken. Meelopers zullen de samenleving
niet veranderen.

Bart De Wever zegt: we leggen de Vlaamse
formatiegesprekken stil en kijken eerst naar het federale niveau. De andere
partijvoorzitters zeggen niets. Dus beamen en berusten ze. Het is nochtans
perfect denkbaar dat je de Vlaams-nationalistische logica — snel een Vlaamse
regering vormen en kiezen voor een verrottingsstrategie op federaal vlak — op
zijn kop zet. Vorm een federale regering, desnoods zonder grootste partij, desnoods
met een minderheid in het qua populatie omvangrijkste deel van het land, desnoods
met als gevolg een flinke ruzie tussen de Vlaamse partijen, en kijk dan eens
wat er op Vlaams niveau gebeurt. Rutten en Beke durven dat niet aan, Crombez
heeft nu al te vaak electorale tikken rond de oren gekeken dat hij beseft dat
hij niet aan zet is, Almaci moet de ‘overwinningsnederlaag’ nog verwerken. De
Wever krijgt de facto gelijk.

Dit land heeft nood aan moedige politici,
vrouwen en mannen van stavast, mensen met een plan voor de toekomst en de
bereidheid om te proberen wat goed is voor land en volk te realiseren, ook al vindt
het volk dat op het eerste gezicht niet zo oké. We hebben bevlogen en onthechte
politici nodig, geen marketeers, korte-termijndenkers, napraters en
copypaste-verkozenen. ‘Wees immer u zelf, en ongeknecht, / Het woord getrouw
dat g’ onbevreesd moogt spreken’. Misschien moeten onze politici de tekst van
het volkslied toch maar eens nader bestuderen.



Meer! Meer! Meer!

Politiek Posted on za, juni 01, 2019 11:42:08

“Verbondenheid heeft mijn leven gered. We
mogen ons niet opsluiten in ons eigen denken. We moeten onze geesten openen en
verdeeldheid wegduwen. De tijd dringt.”

Geen introspectieve woorden van een
verliezende politicus, die na 26 mei opeens de filosofische toer opgaat. Geen goedkope
woorden van een dure goeroe, die mensen geld aftroggelt in ruil voor Geluk met
een hoofdletter. Geen bevlogen woorden van een geestelijke leider, die
eindelijk tot inzicht is gekomen. Neen, heldere woorden van een rockzanger op
leeftijd. Nick Cave. Woensdagavond uitgesproken in De Roma, een grote,
plechtstatige zaal die gevoelsmatig werd omgetoverd tot huiskamerformaat. Een
unieke ervaring.

De woorden van Cave zinderen nog na, want ze
zeggen veel over zijn eigen wedervaren, troost zoekend na de dood van zijn zoon
Arthur, vier jaar geleden. Ze waren ook veelbetekenend voor de gelukkige
bezitters van een ticket voor die magische avond, die inzicht kregen in het
wezen van een geliefde artiest en die tegelijk ook kennismaakten met lotgenoten
die hun eigen verhalen vertelden of lastige vragen stelden. Maar ze zeggen ook
alles over wat we na 26 mei met dit land moeten aanvangen. Met als sleutelbegrippen
‘verbondenheid’, ‘geesten openen’ en ‘de tijd dringt’.

***

Waarschuwing: de volgende frasen zouden kunnen
klinken als waren ze afkomstig van iemand die zich wijzer acht dan alle anderen,
die het beter denkt te weten, die een analyse maakt van de analyses, die
politieke ambities koestert. In dat geval: excuus.

***

We moeten niet minder met elkaar verbonden
zijn, maar meer. (Wie niet mee wil, tant pis.)

We moeten niet minder open staan voor andere
gedachten dan de onze, maar meer. (Wat niet wil zeggen dat we ons denken opzij
moeten schuiven of onderdanig maken.)

We moeten niet minder nadenken, maar meer.
(Misschien vergissen we ons wel.)

We moeten niet zoeken naar wat ons scheidt,
maar naar wat ons bindt. (Al is dat vaak weinig.)

***

Tegenover de boodschap van haat die een flink
deel van de 18 procent Vlaams Belangkiezers wil verspreiden, moeten we meer empathie
zetten.

Als vier op de tien Vlamingen zegt dat mensen
in nood hun plan moeten trekken, moeten die andere zes zich niet uit hun lood
laten slaan en net méér energie steken in hulp, hier en ginder.

Eigen volk is belangrijk, maar meer universele
menselijkheid is dat nog veel meer.

Wanneer het woord confederalisme valt in
combinatie met ‘oplossing’ en op de achtergrond de slogan ‘There Is No
Alternative’ zoemt, is het des te meer noodzaak om aan te geven dat er altijd
wel ergens een alternatief te vinden is: TINA woont niet in onze straat. Mensen
van goede wil kunnen dat.

De uitslag is wat hij is, dat kan en mag je
niet negeren, maar zelfs déze uitslag is multi-interpretabel. Er is meer
mogelijk dan we tussen onze tranen van vreugde, verdriet of verbijstering inzien.

We moeten niet in dialoog proberen te gaan met
de fascistoïde racisten en de racistische fascisten, zij zijn reddeloos
verloren. Maar we moeten wel beginnen te praten met de weifelaars, de
twijfelaars en zij die — laten we dat grootmoedig toegeven — aan hun lot
overgelaten zijn: willen zij niet luisteren, jammer, maar we moeten het
tenminste proberen. Anders plegen we schuldig verzuim. We moeten minder woorden
gebruiken en meer zeggen.

Misschien moeten we de term ‘Zwarte zondag’
wel definitief opdoeken, hem terug flitsen naar 1991, waar hij thuishoort. Je
kan die ene partij dan wel zwart (of bruin) noemen, net als een deel van haar
clientèle, maar je mag geen 800.000 Vlamingen stigmatiseren, ook al kan je in vele gevallen objectief aantonen dat kiezers die zonder kennis van een partijprogramma een bolletje rood maken, even kortzichtig en, ja, toch wel, dom zijn geweest dan diegenen die voor Trump stemden omdat die zogezegd anti-establishment was. Dan gaan die
alleen maar meer blijven steken in dat eigen (on)gelijk. Per slot van rekening
zijn zij ook politieke vluchtelingen.

Politici moeten uitkomen voor hún waarden en
normen, hún ideologie, hún ideeën, niet ageren tégen die van de anderen. Deze
verkiezingen draaiden uit op een één tegen allen-gebeuren. Allen tegen Groen,
terwijl Groen in zijn bubbel bleef hangen. Als het negativisme overheerst, plukt
een negativistische partij daar de vruchten van, dat is electorale logica.
Partijen moeten niet minder maar veel meer zeggen waar zij voor staan.
In mijn eigen vakgebied, de journalistiek, moet er veel minder aandacht gaan naar de makkelijke clickbait, de scorende koppen, de mediagenieke bokskampen en het braken van breekpunten, en oneindig veel meer naar waar het écht om draait. De inhoud. De verklaring. Het nieuws achter het nieuws.

We hebben grosso modo vijf jaar min één week
om dit te bewerkstelligen. Dat is minder lang dan je zou denken, maar meer dan voldoende
tijd om de boodschap over te dragen. We zullen met z’n allen iets meer ons best
moeten doen.

Het subjectieve aanvoelen is nu dat de democratie
ons de das omdoet, dat we het misschien met wat minder moeten stellen. Dan roepen
we toch gewoon ‘Meer! Meer! Meer!’?



Weg met de opkomstplicht!

Politiek Posted on za, mei 25, 2019 12:54:28

Mijn allereerste bijdrage op deze plek dateert
van vlak na de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 2012, straks zeven
jaar geleden. Mens, wat worden we oud! En wat vallen we in herhaling, want ik
ga die openingsworp nog eens dunnetjes overdoen. Ik pleitte toen voor de
afschaffing van de opkomstplicht. En ik durfde het aan om te citeren uit Angst, afgunst en het algemeen belang,
een inmiddels een kwarteeuw oud boekje van de nog jonge en zeer bevlogen
oppositieleider Guy Verhofstadt. Hij schreef toen: ‘Niet de belangrijkste maar
in de tijd wel de allereerste hervorming waar we aan toe zijn, is de
afschaffing van die plicht en de invoering van het stemrecht. De veel bezongen
democratische plicht om in beginsel elke vier jaar naar de stembus te gaan, is absurd.
Met even veel logica zou men kunnen voorschrijven dat iedereen op 11 juli de
Vlaamse Leeuw hoort te zingen, op straffe van gerechtelijke vervolging.’

Van de week las ik allerlei beschouwingen van
heel slimme mensen over de film die we morgen verplicht zullen zien: The return of the son of the Mother of all Elections.
Tot mijn verbazing zeiden een aantal tot intellectueel uitgeroepen medeburgers
dat ze blanco zouden stemmen. Kyra Gantois, een van de gezichten van de
klimaatspijbelaars, riep in Humo
blanco stemmen uit tot ‘een middenvinger naar de politiek’. Terwijl blanco net
het tegenovergestelde resultaat heeft. Het is geen proteststem, het is zeggen: “Doe
maar, ik leg me erbij neer.” Het is geen middenvinger, het is een
opgestoken duim: “Doe maar, het kan me niet schelen wie er regeert.”
Het is volstrekt zinloos. Tijdverlies.

Blanco zou pas zinvol zijn als die stem zich
ook zou vertalen in het parlement. Twintig procent blanco, twintig procent lege
zitjes, zoiets. Veertig procent blanco, veertig procent lege zitjes. Het zou
niet prettig zijn, want vindt maar eens een twee derde meerderheid dan. Maar alleen
dan zou blanco een middenvinger zijn én een vingerwijzing naar deze generatie
politici. (Of het een oplossing zou zijn voor een aantal impasses is zeer de
vraag, maar da’s weer een andere kwestie.)

Thuisblijven is veel consequenter dan blanco
stemmen. Ik vind dat mensen het recht hebben om niet te gaan stemmen. Ik zou
het jammer vinden, maar uiteindelijk niet onoverkomelijk, dat tien, twintig,
dertig, misschien wel vijftig procent van de potentiële kiezers niet zou gaan
stemmen. Je kunt mensen niet verplichten naar een feestje te gaan, ook al is
dat het vijf- of zesjaarlijks feest van de democratie, en zou je de uitnodiging
in feite moeten koesteren. Zonder al die blanco-, ongeldig- en foertstemmers
zou ons politieke landschap veel realistischer ogen. Wie geïnteresseerd is,
maakt een keuze. Wie niet geïnteresseerd is, doet dat ook, door geen politiek keuze
te maken. Lijkt me volstrekt legitiem.

Mag ik nog heel even de 41-jarige Verhofstadt
citeren? “De stemplicht is namelijk een borstwering tussen de politici en
de afkeuring die het kiezerskorps gebeurlijk voor ze voelt. De bewindslieden
hoeven geen voorafgaande inspanning te doen, om de kiezer ervan te overtuigen
aan de democratie deel te nemen. Dit verklaart mee de in ons land gangbare
schraalheid van het electorale debat. Geen burger kan zeggen: mij niet
gezien.”

‘Mij niet gezien’ zou moeten kunnen.

Mij zullen ze morgen wel zien.

Maak de voor u juiste keuze.



Brexit

Politiek Posted on za, maart 30, 2019 12:53:13

“March
29th, 2027 — Theresa May brings a single page of her Brexit deal before
Parliament. DUP confirm they will vote the page down as they’re not happy with
the font size.”

***

Zelfspot is een Britse
deugd, zelfs in uiterst warrige tijden. Ik vond dit grapje terug op de
Twitter-account van Have I got news for
you
, de satirische BBC-nieuwsshow die momenteel niet op antenne is, maar
wel via andere media het nieuws in een nóg lachwekkender jasje steekt. Volgende
vrijdag beginnen de tv-uitzendingen opnieuw: tien uur ’s avonds op BBC One.
Aanrader.

(Nog een
tweet van diezelfde account om het af te leren: “As Theresa May ‘chops her
deal in half’ in order to get it in front of Parliament, some suggest chopping
it several more times and then setting fire to it.”)

De grapjurken die de
account van HIGNFY (afkortingetje
voor de fans) beheren, schrijven ‘Parliament’ vooralsnog met een hoofdletter,
terwijl een kleiner dan kleine ‘p’ gepast zou zijn. (Ze schrijven zelfs ‘brexit’ met een hoofdletter, ook al volstaat een kleine ‘b’.) De Britse politiek werd
drie jaar geleden gekaapt door een stel brulboeien-met-achterban die het
typische gedrag van pyromanen vertoonden: je steekt de boel in de fik en
vervolgens loop je hard weg, om op de hoek van de straat halt te houden, genietend
van het vurige spektakel dat je hebt veroorzaakt. Dat knetteren en knisperen
klinkt als muziek in hun oren. Het laaft hun zieke brein. Pyromaan begint niet
toevallig met de letter ‘p’, net als parlement en populist.

Het toneelstuk dat een
of andere ‘Shakespeare van de Lidl’ — het moet niet altijd den Aldi zijn — heeft geschreven en dat tegenwoordig bijna
dagelijks wordt opgevoerd, niet zoals gebruikelijk in een theaterzaal in de
West End, maar in het plechtstatige Palace of Westminster, houdt ons allen
bezig. Wij kunnen er eens om lachen, als we weer een episode op tv zien
passeren. De Britse parlementsvoorzitter John Bercow is intussen bekender dan
onze eigen parlementsvoorzitters, hoe hard Siegfried B. en Jan P. ook hun best
doen om op te vallen. Misschien moeten ze wat vaker ‘Order! Ooooooorder!’ roepen. Of moeten ze hopen dat de populisten
de boel ook bij ons versjteren. Niet dat ze hier hun best niet doen, de
patjepeeërs, maar hun pogingen verzinken in het niet bij wat Nigel Farage en
Boris Johnson uitrichten aan de overzijde van de Noordzee. Om nog maar te
zwijgen van de hoogmoed van voormalig premier Cameron, toen hij dat vermaledijde
referendum van 23 juni 2016 uitschreef, met in het achterhoofd ‘Triumph! Triiiiiiiumph!’, terwijl het
volk antwoordde met ‘Disorder!
Disoooooorder!’

***

Wat zich nu al drie
jaar afspeelt in het allesbehalve Verenigd Koninkrijk geeft prima aan wat er gebeurt
wanneer populisten het laatste woord krijgen. Niet dat er bij ons geen
populisten rondlopen (lijst op eenvoudig verzoek verkrijgbaar), maar het lot
van een land in handen leggen van met desinformatie overspoelde en sowieso al weinig
geïnteresseerde burgers is iets wat we hier nog niet hebben meegemaakt.

Verkiezingen, zegt u?
Klopt gedeeltelijk. Een gevolg van stemrecht zonder opkomstplicht? Ook waar,
want de jongere Britten die in 2016 met een gerust gemoed dachten dat ze niet hoefden
deel te nemen aan het referendum, hebben daar nu dik spijt van. Overdreven mediatisering
van scabreuze uitspraken van megafoonpolitici? Zeer zeker, lees uw krant en u
vindt wel wat dingetjes terug.

En toch… Ik maak me
sterk dat wat nu in Groot-Brittannië gebeurt, bij ons voorlopig onmogelijk is. Dat
heeft te maken met ons parlementaire systeem. Onwerkbaar, zeggen steeds meer
mensen, maar net die ingewikkelde, ietwat kafkaïaanse, op lichtjes
compromitterende compromissen gestoelde structuur zorgt ervoor dat extremisten
nog enigszins aan de leiband worden gehouden. Onze eigen Farage — ja, ik kijk
naar u, Jean-Marie D. — is niet veel meer dan een hofnar, die iets te vaak een
microfoon voor de neus geschoven krijgt, dat wel, maar die voor de rest toch
vooral wordt behandeld als wat hij is: een curiosum. Dan is een Farage veel
gevaarlijker, wat ook gebleken is. En een onverbeterlijke opportunist als Boris
Johnson heeft maar één ultiem doel: premier worden. Ten koste van alles. Dat
hij daarvoor zijn land de dieperik moet insturen, is in zijn hoofd hooguit collateral damage. Johnson is de gids
die zijn volk naar de ravijn leidt, hen dan aanspoort om nog een laatste stap
voorwaarts te zetten en dan wegrent van de dramatische scène.

***

Boris Johnson is een
verder verleden een paar keer te gast geweest in Have I got news for you, waar hij dan op de korrel werd genomen
door de vaste panelleden. Zeg maar: hij werd vierkant uitgelachen. Hij lachte
schaapachtig mee, poneerde iets semi-grappigs als repliek en dacht vooral: weer
aan populariteit gewonnen. Populisten zeggen domme dingen, maar ze zijn slimmer
dan u denkt. Nodig ze dus niet uit in tv-shows, in het parlement en in uw
woonkamer, want voor u het goed en wel beseft staat de boel in lichterlaaie.

Hoed u voor mensen die
zeggen dat zij zeggen wat u denkt, want zij kennen u niet, hebben niet de
minste interesse in u, willen alleen uw stem, eens om de zoveel jaar.

Hoed u voor politieke
opportunisten.

Hoed u voor volksvreemde
populisten.

Kijk naar HIGNFY!



Frank

Politiek Posted on za, maart 02, 2019 12:53:55

De politiek kan meer Franken gebruiken. Zeg
dat ik het gezegd heb. Neen, ik zit hier niet te hengelen naar een verkiesbare
plaats, noch aas ik op een strijdplaats, laat staan een plekje ergens onderaan
een kieslijst, bij wijze van mentale steun aan een partijprogramma of would-bebestuurders.
Ik ken mijn plaats, die is aan de zijlijn. Ik zou trouwens niet weten in welke hedendaagse
partij ik thuishoor.

De Frank waar ik het over heb torst de
familienaam Vandenbroucke en heeft nooit professioneel op een koersfiets
gezeten. Hij leeft dus nog, al is hij voor een stukje vergeten (terwijl die
andere VDB niet meer leeft en toch nooit vergeten zal worden). Geeft les in
Amsterdam, ver weg van het Belgisch gekrakeel. Ik ga ervan uit dat hij zich wel
prettig voelt in die academische omgeving. Professor voor het leven. Vandenbroucke
is altijd een academicus gebleven, ook in de zesentwintig jaar dat hij met twee
voeten in de politiek stond: als volksvertegenwoordiger, fractieleider,
partijvoorzitter, federaal minister, Vlaams minister en senator.

Dat professorale stoorde vriend en vijand. Die
Frank wist alles beter, en dat bedoel ik letterlijk. Hij wist écht alles beter.
Dat moet hem vaak geïrriteerd hebben, in een omgeving die altijd opnieuw op de
korte termijn gericht is, terwijl hij de man was van de langetermijnvisie. Dat
botste voortdurend, binnen en buiten de sp.a. In de korte periode dat Steve
Stevaert God was, werd hij opgevoerd als een van de Teletubbies, een rol die
hem duidelijk niet lag. Jong en hip heeft deze Frank Vandenbroucke nooit willen
zijn, zelfs niet toen hij op zijn drieëndertigste voorzitter werd van een
partij in crisis. Als het over Vandenbroucke gaat, roepen kortzichtige mensen
altijd: ha, die geldverbrander! Alsof een paniekerige (en inderdaad compleet
foute) reactie in volle Agusta-schandaal iemand voor het leven tekent.

Toen ik hem vierentwintig jaar geleden
interviewde voor mijn boek Hoogvliegers
in de Wetstraat
, zei hij het volgende over zijn vermeend gebrek aan charisma:
‘Een imago moet gebaseerd zijn op een realiteit. De echt sterke imago’s worden
niet gefabriceerd door publiciteitsbureaus. Denk maar aan Dehaene. Of Tobback.’

***

Gisteravond zat Frank Vandenbroucke in De Afspraak op vrijdag bij Ivan
Devadder, samen met Isabel Albers en Zuhal Demir. Het ging over het
loonoverleg. De voormalige staatssecretaris bleef minutenlang doordrammen. De
blik van Vandenbroucke sprak boekdelen. Hij, de slimme professor, vond het oeverloos
gezwets. Het was wachten tot hij het woord kreeg. En dan zei hij iets
dodelijks: mevrouw Demir en haar partij kunnen hoofdzaken niet onderscheiden
van bijzaken, waardoor geen enkele grote socio-economische hervorming gelukt is. Onkunde, noemde hij het. Bám! Demir was nog een centimeter of twintig groot. Gekleineerd door
een kille, maar rake opmerking.

Natuurlijk blijft professor Vandenbroucke een
sociaaldemocraat, maar in de uitzending zat hij er toch vooral als afstandelijke,
verstandige waarnemer. In veertig minuten zei hij op een waardige en rustige
manier zeer pertinente zaken waar de voltallige oppositie een puntje aan zou
kunnen zuigen. Je hoeft niet heel hard te roepen, als je het niet eens bent met
iets. Reageer met feiten en rake observaties. Kalm blijven, de juiste woorden
gebruiken, heel concreet blijven: dat is zoveel zinvoller dan decibels
produceren.

***

Ik mis figuren die het enge partijcarcan
overstijgen. Jean-Luc Dehaene, Hugo Schiltz en Karel Van Miert kunnen helaas
niet meer terugkeren. Karel De Gucht, Jos Geysels en Frank Vandenbroucke zijn veel
te snel teruggetreden of moesten opstappen om plaats te ruimen voor mindere
goden. Voeg daar gerust Miet Smet en Annemie Neyts-Uyttebroeck aan toe.

Dat iemand als Vandenbroucke bij de sp.a naar
de uitgang is begeleid door dames en heren die intellectueel, ethisch en
ideologisch nog niet tot aan zijn knoesels reiken, is hemeltergend. Partijen vreten
hun eigen kinderen op, de ergste opportunisten en de luidruchtigste
tafelspringers halen meestal hun gelijk. Dat is zonder meer dramatisch.

Dat Bart De Wever al tien jaar alle aandacht
naar zich toezuigt, is ongetwijfeld zijn eigen verdienste, maar het heeft net
zo goed te maken met het gebrek aan waardige tegenstanders. Terwijl De Wever bleef
zitten, zag hij bekwame opponenten verdwijnen en minder bekwame nieuwkomers
opduiken. Vernieuwing is niet altijd verbetering, soms is het vroeger gewoon
beter.

‘Ik vind loyauteit een belangrijk gegeven, een
deugd,’ zei Vandenbroucke in het begin van De
Afspraak op vrijdag
. Wie zich niet meer thuis voelt in zijn of haar partij
zou volgens hem ofwel moeten stoppen, ofwel een pauze inlassen. Overlopen vindt
hij ongepast, het deugt niet.

Deugdelijkheid.

Een woord dat je haast nooit meer hoort in de
politiek.

Kom terug, Frank Vandenbroucke, er valt niets
te vergeven.



99 dagen

Politiek Posted on za, februari 16, 2019 12:43:56

Ik ben het al beu. En ik weet het niet meer. Over
negenennegentig dagen beleven we met z’n allen het Feest van de Democratie en
ik weet niet eens wat ik zal aantrekken voor de gelegenheid. Een nieuw kostuum,
of iets dat nog in de kast hangt (en waar ik me na zoveel jaar nog kan in wurmen,
ook dat is een uitdaging). Betoon ik respect voor de Moeder aller Verkiezingen,
of denk ik: daar heb je ze weer, die moeder? Ze is hier al eens een paar keer
geweest en toen is er ook niet zoveel veranderd. Ik schrijf haar naam niet eens
meer met een hoofdletter, kan je nagaan.

Ik weet al wie mijn stem níet verdient, maar
wie verdient ze wel?

Neen, ik kijk er echt niet naar uit.

Negenennegentig dagen van hoogdravende
verklaringen, kandidaten die zichzelf tegenspreken — de ene komt er vlotjes mee
weg, de andere wordt erom uitgelachen —, geruzie, geroep, gejeremieer, beloftes
dat the sky niet eens the limit is, terwijl ieder zinnig
denkend mens weet: hier klopt iets niet. Maar ja, hoeveel ‘zinnig denkende
mensen’ zijn er? Zelfs als je dat opsplitst in ‘zinnig’, ‘denkend’ en ‘mens’
valt het steeds meer tegen. Denken de mensen nog wel na? En als ze nádenken, is
dat dan niet te laat?

Negenennegentig dagen van lachende smoelen op
ongeïnspireerde affiches met een zelfbedachte of opgelegde slogan die altijd
weer neerkomt op ‘Stem op mij!’ Zelden zal er eentje tussen zitten die realisme
predikt. Kreten als ‘De tocht is moeilijk, de gids ervaren’ lees je
tegenwoordig niet meer. Veel te pessimistisch. Vandaag moet het allemaal blits en
positief en beloftevol zijn. Vooral niet moeilijk. Geen tocht die suggereert
dat je door een of andere woestijn moet. Geen gids, dat wijst erop dat je de
weg zelf niet zult vinden.

Negenennegentig dagen die voorbij zullen
vliegen en toch een eeuwigheid zullen lijken. Met als leitmotiv: ‘Met ons wordt
het beter’. Achterliggende boodschap: geloof ons nu maar, kiesvee! Politici die
de pijnlijke waarheid durven te zeggen (het wordt lastig, we zullen stevig
moeten bezuinigen willen we nog maar in de buurt landen van een begroting in
evenwicht, we moeten schulden uit het verleden wegwerken om onze toekomst te vrijwaren,
we moeten nu eindelijk klimaatmaatregelen opleggen en uitvoeren en dat zal ons
allemaal wat meer kosten in de winkel of op het vliegveld — en die aanpak moet
globaal zijn, anders staat het hier over tien jaar vol klimaatvluchtelingen —, als
we nu niets doen zullen we over twintig-dertig jaar nauwelijks nog volwaardige
pensioenen kunnen uitbetalen en het is nu al zo erg, enzovoort) zullen de
komende drie maanden en acht dagen met een vergrootglas gezocht moeten worden.

An
inconvenient truth
blijft een ongemakkelijke waarheid.

Negenennegentig dagen. Kent er iemand een
aftelrijmpje?



Volgende »