Mocht het u ontgaan zijn – wat gezien het grote nieuws- en nepnieuwsaanbod van elke dag begrijpelijk zou zijn –, meld ik even dat er morgen verkiezingen zijn. Ja, echt waar, en nog wel federaal, regionaal en Europees. Die laatste zijn in feite voor onze toekomst de belangrijkste, dus is het niet onlogisch dat onze pers daar nauwelijks aandacht aan besteedt. Die eerste zijn de op een na belangrijkste, dus moet u begrijpen dat ze net iets minder aandacht krijgen dan wat twee Vlaamse partijen kunnen/zullen/willen bekokstoven: de eerste is niet geïnteresseerd in het federale niveau, de tweede alleen als het mag besturen (en dan nog maar van een tijdelijk crisiskabinet).

Enfin, als u dat echt wilt, zult u er ergens wel iets over terugvinden.

Zoals de oorspronkelijke Star wars uit 1977 inmiddels al tig prequels en sequels heeft gekregen, zo is de eerste ‘moeder aller verkiezingen’ ook al ettelijke keren gerecycleerd, maar we kunnen het er nu wel ongeveer over eens zijn dat dit verkiezingsmoment, dat van morgen, 9 juni 2024, de échte ‘moeder aller verkiezingen’ zal worden. Tenzij de volgende nog belangrijker wordt, maar dat zien we dan wel weer.
Als u het een beetje heeft gevolgd — en nogmaals, ik zou het u niet kwalijk nemen, mocht u dat níet gedaan hebben –, dan weet u allicht dat Vlaams Belang volgens de laatste prognoses de grote winnaar zal worden. Groot, als in: iets tussen de 25 en de 30 procent. De rest volgt op een straatlengte. De partij die de nieuwe volkspartij ging worden, de N-VA, heeft het tegenwoordig iets moeilijker om dat volk te bereiken. In Vlaanderen wordt met een bang hart of een verwachtingsvol kloppend hartje (schrappen wat niet past) uitgekeken naar de opgetelde resultaten van beide partijen. ‘Samen een meerderheid’, weet u nog wel. Of net niet. Daarover zo dadelijk meer, drink eerst nog iets op mijn kosten.

In Wallonië en Brussel – ja, hoor, die tellen ook nog mee – is de verwachting dat de PS en Ecolo klappen zullen krijgen, en dat de MR, Les Engagés en PTB daarvan zullen profiteren. De kans bestaat dat de Parti Socialiste in het francofone landgedeelte niet langer incontournable zal zijn morgenavond. Voor meer informatie daarover raad ik u aan de Franstalige zenders en media te volgen, want in Vlaanderen hoort en leest u daar pas dinsdag iets over, op pagina 7 of daaromtrent, terwijl de uitslag daar wel cruciaal wordt om een handvol regeringen te vormen.

***

U hebt iets gedronken, intussen? (Zet het maar op de rekening, Pascaleke.)

Oké, terug naar Vlaanderen dan. Het is eenvoudig of het is moeilijk. Eenvoudig: Vlaams Belang en N-VA behalen samen een meerderheid. Dan krijgt Tom Van Grieken voor het eerst in zijn leven het initiatiefrecht (tenzij dan toen hij Zwanworstjes naar moslimleerlingen gooide, dat valt ook onder ‘initiatief nemen’). Zijn eerste telefoontje zal dan gaan naar de man die hem in Het conclaaf belachelijk gemaakt en tot in het diepst van zijn ziel vernederd heeft, Bart De Wever. Ook de andere deelnemers aan dat tv-programma deden de Belang-voorzitter overigens rode koontjes krijgen en er was geen Zwanworstje in de buurt om terug te gooien. Van Grieken schoffeerde daarop de aanwezige Petra De Sutter en de afwezigen die ruimer over gender denken dan dat er mannen en vrouwen zijn en dat die trouwen en kindjes maken en that’s it. Tommeke, Tommeke, Tommeke, toch, wat deed je nu?

Of de uitlatingen over LGBTQIA+ Vlaams Belang stemmen zullen kosten, is nog maar de vraag, want het kiespubliek van die partij bestaat hoofdzakelijk uit witte mensen die vinden dat ze beter zijn dan die bruine mensen, dat die bruine mensen hier eigenlijk niet zouden moeten zijn en dat mannen het met vrouwen moeten doen en vrouwen met mannen, en dat al de rest een afwijking is, een macabere keuze, viezentistengedoe. De verontwaardiging die u en ik – a ja, want wij zijn breeddenkende, tolerante luitjes – de voorbije dagen hebben geuit, gaat in die kringen het ene oor in en het andere weer uit (wat redelijk snel gaat, want tussen die twee oren zit betrekkelijk weinig in de weg).

Weverken, dan. Die was zijn cynische, verzuurde zelf. Op televisie valt dat nog meer op. Zelfvoldaan, hautain, ik-weet-alles-beter-en-zelfs-als-gij-voor-één-keer-gelijk-hebt-geldt-nog-altijd-regel-één: ik weet alles beter. Hij, en hij alleen, is in staat om het land te redden, zowel Belgenland als Vlaanderenland (en dan neemt hij er Antwerpenland en N-VA-land en passant nog wel bij). Tenminste, dat zegt hij. Hij wil een tijdelijk zakenkabinet vormen om de ontspoorde begroting aan te pakken en over twee jaar opnieuw verkiezingen uit te schrijven (‘de dochter aller verkiezingen’?).

Sta me toe nu heel even een ernstigere toon aan te slaan, maar wat een flipfloppend individu is die man, zeg! Vijf jaar geleden ging hij Vlaams minister-president worden, herinnert u zich dat nog? Daarvoor was hij bereid – maar zwaar tegen zijn (ge)zin – om het burgemeesterschap te laten vallen. Vier jaar geleden lachte hij de prille coronavoorzichtigheid weg en poseerde in een mal kostuum vlak voor de musical Mamma mia!, om een paar dagen later te pleiten voor een crisiskabinet, om vervolgens de regel dat mensen niet op een bank in de park mochten gaan zitten, weg te lachen, om tenslotte een legerinterventie te bepleiten. Wie gelooft die man nog? En nu wil hij echtigentegtig premier worden om het land – dat hij niet eens wil, zie paragraaf 1 van de statuten van de partij die hij al twintig jaar leidt – te redden? En dan schoffeert hij Alexander, Sammy, de sossen, de groenen, lang verhaal kort: álle anderen, en is hij boos omdat ze niet meer op de speelplaats gezien willen worden met hem? Al twee decennia de beste politicus van het land, orakelen tegen hem aan schurkende politicologen, maar wat heeft de man al verwezenlijkt, behalve dan burgemeester worden van Antwerpen? Euh…

De Wever is een geboren debater, maar als je goed analyseert wat hij zegt, spreekt hij zichzelf voortdurend tegen. Waarom is er nauwelijks één politieke journalist te vinden die dat fijntjes opmerkt en hem onderbreekt tijdens zo’n betoog? Want, heel eerlijk, hij steelt de show, hoor, in Het conclaaf, dat zeker wel, maar als je dat woord per woord bestudeert, blijft daar niet veel van overeind. Retoriek voor de bühne. Prietpraat. Paroles paroles.

***

Intermezzo: ik ben geen fan van de mens/mediamaker Eric Goens, maar Het conclaaf is oneindig veel relevanter dan de halfzachte verkiezingsprogramma’s van alle andere confraters van vroeger en nu. Goens stelt tenminste vragen en hij stelt die heel pertinent, als een pitbull die zijn prooi niet zal lossen voor die zelf iets gelost heeft. Het conclaaf is tegelijk de interessantste politieke uitzending sinds lang én een pijnlijke ontluistering van De Politiek. Ik zit nu volop in de research van een boek over de jaren 70. Er werd toen ook gestookt en gepookt en op en soms over het randje gedebatteerd, maar voor een stukje was dat politiek theater (na de uitzending dronken ze gezellig samen een pint of, nou ja, behoorlijk veel pinten en/of whisky’s, nu niet meer) en ver weg van de camera’s werd er overleg gepleegd. De rode telefoons op de partijbureaus werden nog volop gebruikt. Dagelijks.

Als leidinggevende figuren in ons politieke bestel constant benadrukken dat ze elkaar in een hele legislatuur nog niet gesproken hebben, dan klinkt dat stoer, maar is dat vooral intriest en volstrekt onverantwoord. Als je elkaar alleen ziet en spreekt tijdens regeringsonderhandelingen en daarna niet meer, weet je dat de volgende onderhandeling onder een slecht gesternte zal starten. Zeker als je de collega-voorzitters en -ministers ook nog eens de hele tijd zit te ridiculiseren.

België is een moeilijk land, maar er is vooralsnog meer dat ons bindt dan dat ons scheidt, op voorwaarde dat ‘we’ – ik bedoel ú, politici – on speaking terms blijven, respect hebben voor de ander, verder durven te kijken dan het eigen Grote Gelijk, ideologische standvastigheid koppelen aan intellectuele flexibiliteit. De polletiekers die het vanaf overmorgen moeten regelen zijn noch ideologisch standvastig, noch intellectueel flexibel. Dat is een drama.

Nog één dingetje: de hete brij waarrond N-VA’ers de voorbije maanden bleven dribbelen. Doen-ze-het-of-doen-ze-het-niet (samen een meerderheid vormen met Vlaams Belang)? Mensen die anders voortdurend in zwart-wit denken bij die partij, praatten alleen nog in grijstermen, tot de Grote Leider eindelijk het verlossende woord leek te spreken: ‘Neen’. Democratisch Vlaanderen was enigszins gerustgesteld. Tot je de woorden van De Wever gaat analyseren. ‘Ik wil’ niet met Belang samenwerken, zei hij. Dat is een enorm semantisch verschil met ‘Ik zal niet’.

‘Willen’ betekent dat het je voorkeur geniet om het niet te doen.

‘Zullen’ betekent dat je het onder geen enkele omstandigheid zult doen.

Natuurlijk ‘wil’ hij niet. Maar als die ‘samen een meerderheid’ morgen gerealiseerd wordt en Tom Van Grieken na een week of vier – rond 11 juli – met het voorstel komt om samen een Vlaamse regering te vormen, waarbij N-VA vijf van de negen ministers mag leveren, inclusief de minister-president, dan wil ik het nog weleens zien. (En, neen, Dewinter doet niet mee, maar, komaan Bart, zo erg is het nu toch ook niet dat hij parlementsvoorzitter wordt, bij wijze van fin de carrière, allee jong?) Of dat dit scenario zich over een paar maanden zal afspelen, wanneer het federaal stroef loopt met de onderhandelingen (als die er al zijn!).

Een afspraak met de geschiedenis durft door agendaproblemen al eens te verschuiven, een historicus beseft dat als geen ander.

O ja, dat was nog het makkelijkste scenario. Het moeilijke, ‘samen geen meerderheid’, wil ik u besparen.

De zoveelste ‘moeder aller verkiezingen’ zal morgen de zoveelste Zwarte Zondag baren. Dat staat als een paal boven water. Wie destijds de term ‘Zwarte Zondag’ gemunt heeft, verdient de prijs voor Meest Voorbarige Conclusie Aller Tijden. Alle verkiezingszondagen daarna waren, op een enkele uitzondering na, nóg donkerder, maar het probleem is dat donkerder dan zwart niet bestaat.

Laten we ’t dus gewoon maar Zondag noemen, morgen. En ja, het wordt weer zo’n dag.

U doet er mee wat u wilt, maar stem vooral bewust. Liefst voor een concreet programma in plaats van tegen de anderen. Bij voorkeur voor politici die toch nog enige blijk hebben gegeven van ideologische standvastigheid en intellectuele flexibiliteit. Volg uw hoofd, niet uw hart. Denk aan wat moet volgen, niet aan wat is.

Of, zoals ze in mijn Antwerpse familie altijd zegden: ‘Stemt oep de goei!’

Eén ding staat vast: wat ook de uitslag wordt, maandag zullen de politicologen een ander vat met clichés aansluiten in de kantine. Tournée générale!