Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Ad hominem (Weg met deze opiniemakers!)

Communicatie, Journalistiek, Memories & mijmeringen Posted on za, maart 28, 2026 12:47:07

Ik ga iets doen wat ik normaal nooit doe.

Ik ga iets doen wat ik bij anderen veracht.

Ik ga iets doen wat u mij misschien kwalijk zult nemen.

En toch ga ik het doen: ik ga hieronder een top 10 publiceren van columnisten/opiniemakers van wie ik vind dat die niet meer thuishoren in de media, niet omdat hun mening mij niet aanstaat, maar omdat hun mening reactionair of achterhaald of vals of een combinatie van de drie is. Zeker in media die zichzelf, wel of niet terecht, een kwaliteitslabel geven, horen de meningen van deze lieden niet langer thuis. Controverse mag, moét soms. Een mening die haaks staat op die van mij, laat maar komen. De randjes van het toelaatbare opzoeken, ach ja, moet af en toe kunnen. Maar voor deze dames en heren past maar één conclusie: weg ermee! Of ook: ander en beter! De volgorde is zoals in een echte top 10: van erg (10) tot héél erg (1).

Waarschuwing: in dit stuk speel ik man én bal (maar toch vooral in de eerste plaats de man – of: die ene, uitzonderlijke, vrouw). Ad hominem, als het ware. Gelieve me hiervoor te verontschuldigen. Of niet. Uw keuze.

***

Buiten categorie. De zotte Morgen

Nog niet zo lang geleden was het een plezier om deze dagelijkse pagina in De Morgen te consulteren: spitsvondig, alert, grappig. Niet in het minst dankzij de columns van Mark Coenen en Frederik De Backer, of de satirische nieuwsberichten van The Vremde Mirror. Met hun columns verdween ook de zin van deze pagina, die dezer dagen gevuld wordt met flauwe woordspelingen, lauwe cartoons, de lege bijdragen van Aurelie Zeebroek en, als toetje, de inspiratieloze poëzie van Yannick Dangre. De heimwee naar Stijn De Paepe wordt er alleen maar groter om.

***

10. Christophe Vekeman

Heeft al vele jaren een column in De Standaard Weekblad. De ene keer knikte je instemmend, de andere keer draaide je na twee nietszeggende alinea’s de pagina om. Vekeman kán schrijven, maar hij doet het niet altijd. Spitsvondig ruimt bij hem al te vaak plaats voor geneuzel en geleuter. Daar is sinds een jaar of zo nog een bezwarend element bij gekomen: de auteur heeft het Licht gezien. Hij is helemaal in den Here en dat zullen we geweten hebben. Als er ergens iemand iets doet dat de katholieke wereld schoffeert – denk aan het recente vernielen van heiligenbeeldjes –, klimt hij als eerste in de pen om dit te veroordelen, niet zozeer vanwege de banale onnozelheid van die daad, maar vanuit een verontwaardiging die gevoed wordt door Hogere Krachten. Een man met een missie. Ergerlijk.

***

9. Joris Van Cauter

Iedereen heeft recht op verdediging, zelfs de ergste misdadigers. Horion, Dutroux, Vangheluwe. Een advocaat die deze taak op zich neemt, dient gerespecteerd te worden. Máár: hij moet ook fatsoenlijk genoeg blijven om in te zien dat publieke standpunten over de wandaden van zijn cliënt ofwel terughoudend moeten zijn, ofwel beter uitblijven. Dat deed Van Cauter niet in zijn verdediging van het ontmenselijkende sujet Roger Vangheluwe. In zijn maandelijkse column in De Standaard blijkt telkens dat hij een zeer eenzijdige, conservatief-reactionaire mening heeft over onze rechtsstaat. Dat is zijn volste recht, maar moet ik dat lezen in een kwaliteitskrant? (En dan mogen we ons nog gelukkig prijzen dat zijn copain en collega Fernand Keuleneer geen columns schrijft. Diens kwalijke rol in het laten uitdoven van het onderzoek in Operatie Kelk kan niet genoeg onderstreept worden. Terwijl hij op Twitter/X weleens korte meninkjes poneerde waarmee je het goedkeurend knikkend eens kon zijn, is zijn maatschappelijke rol – óók in het euthanasieproces rond de dood van Tine Nys – op zijn minst ergerlijk, vaak zelfs onvergeeflijk. Gevaarlijke man, die Keuleneer.)

***

8. Mark Elchardus

Het vroegere sociologische geweten van de sociaaldemocratische partij schrijft lezenswaardige stukken die soms volstrekt nergens op slaan. Hij is tegenwoordig de favoriete antimigratie-auteur van het Vlaams-nationalisme. Bijna al zijn bijdragen gaan over (versta: tégen) migratie en zelfs als het onderwerp niet rechtstreeks met dat thema te maken heeft, geeft hij er een kniezwengel aan – niet zo elegant als Kate Ryan destijds – om toch bij zijn stokpaardje te belanden. Er zijn te veel migranten, aldus Elchardus. Er zijn te veel opiniemakers die zich voor de kar van de (extreem)rechtse retoriek laten spannen om zelf (extreem)rechtse deugpunten te scoren, aldus Van Laeken.

***

7. Joren Vermeersch

Ach ja, jurist-historicus en op een geel-zwarte maandag partijideoloog van de N-VA. Vandaag mag deze man de toespraken schrijven voor de minister van Defensie/Oorlog, de genaamde Theo Francken, bloembakkenzeikerd, Trumpliefhebber, brulboei die streeft naar ‘samen een meerderheid’. Er zijn voorwaar deugdelijker beroepen te vinden. Herstel: er zijn bijna uitsluitend deugdelijker beroepen te vinden. In zijn column in De Standaard bewijst Vermeersch tweewekelijks dat er een dunne scheidslijn is tussen historicus en hystericus. Hij behoort eerder tot die laatste beroepscategorie.

***

6. Wouter Duyck

Onderwijsspecialist, nou ja. Noem het een vooroordeel, maar ik vind iemand die op radio en televisie met een zwaar West-Vlaams accent toetert over een sector waar beschaafdheid op zijn plaats is, niet geloofwaardig. Vreemd genoeg sluiten zijn opinies daarbij aan. Hij inspireert vooral de N-VA. Helaas levert die partij de Vlaamse minister van Onderwijs. Zowat alle échte experten spreken hem tegen. (Terloops: in een tweet – ja, dit soort figuren blijven hangen op het rechtse medium van Musk – schreef hij dat Hitler een socialist was, want ja, nationaalsocialistisch. Moet déze man ons onderwijs kwalitatief verbeteren? Is hij zelf wel naar school geweest?)

***

5. Koen Meulenaere

Officieel met pensioen, maar af en toe wordt hij door De Tijd gevraagd om, bijvoorbeeld rond verkiezingen, zijn pen opnieuw in vitriool te doppen. Grappige vent, geschikte kerel, goeie voetbalcommentator: zijn satirische bijdragen, vroeger in Knack, later in De Tijd, lazen vlot weg en je kon erom lachen. Topsatire. Helaas, Meulenaere heeft ook jarenlang aan afrekeningsjournalistiek gedaan onder het mom van satire en zo reputaties kapot gemaakt (en blijven maken, want hij hield niet op wanneer iemand uitgeteld tegen het canvas lag, als een bokser die zijn tegenstander niet gewoon knock-out wil slaan, maar ook wil dat die nooit meer opstaat). Er zijn grenzen, Meulenaere verkende die niet alleen, hij overschreed ze meer dan eens. Onvergeeflijk.

***

4. Marnix Peeters

Ooit een gerespecteerd muziekrecensent en -interviewer voor Humo, daarna nog altijd gewaardeerd als reporter van Het Laatste Nieuws. Dan begon hij boeken te schrijven en columns voor Zeno, de zaterdagbijlage van De Morgen. In die hoedanigheid van columnist zag je hem, als vaste lezer, elke week een beetje meer verglijden naar de verzuurde, revanchistische, misogyne praatjesmaker die hij na zijn overstap naar Het Laatste Nieuws helemaal is geworden. Zuurder dan de columns van Peeters wordt het niet. Jammer, vergooid talent. En ook nog eens gevaarlijk, want hij heeft nu een groter bereik dan ooit tevoren.

***

2/3 (ex aequo). Rik Torfs & Mia Doornaert

Ze zitten zelden samen in hetzelfde panelgesprek – en gelukkig maar! – en toch lijken ze onafscheidelijk in hun reactionaire visie op de samenleving. Ik verdenk de openbare omroep ervan dat ze ergens in de catacomben aan de Reyerslaan 52 een luxueuze loge delen, van waaruit ze geregeld opgediept worden om hun mening te geven over respectievelijk de Kerk en Frankrijk (of internationale diplomatie). Het is wachten op het moment dat de verkeerde praatgast wordt opgediept, maar ach, ze achten zich deskundig in alle maatschappelijke domeinen, dus dat doen ze er wel even bij. Tot een paar jaar geleden gaf ik een gastcollege Interviewtechnieken aan de master-na-master opleiding Journalistiek aan de KU Leuven. Een van de eerste dingen die ik daar zei was: ‘Wees eens origineel in je gastenkeuze, het hoeft niet altijd Rik Torfs of Mia Doornaert te zijn’. Het eerste jaar dat ik dat poneerde, keken de studenten vreemd op. Het jaar daarop merkte ik dat opnieuw op en vroeg ik hen waarom dat zo was: bleek dat ze de twee niet eens kénden. Houden zo! (Het zegt ook veel over de voorspelbare conservatieve reflex van redacties, die altijd weer bij de ‘usual suspects’ uitkomen.) In de toekomst verdwijnen ze sowieso uit beeld, maar waarom worden ze nog steeds te pas en te onpas opgevoerd over onderwerpen die een beetje in hun vakgebied passen? In haar column in De Standaard bedient la Doornaert zich dan ook nog eens af en toe van fake news om haar standpunt kracht bij te zetten (quod non). Achterhaald, in het beste geval. Aanstootgevend, heel vaak. De bon mots van Torfs worden steeds rechtser, deze man schuift almaar verder op, intussen ver weg van het centrum waar hij ooit vertoefde. Mocht de aarde plat zijn – wat een aantal van zijn fanatieke volgers weleens zou kunnen geloven –, zou hij er allang afgedonderd zijn. Dit duo likt naar boven en trapt naar beneden. Van opiniemakers mag je het omgekeerde verwachten.

***

1. Maarten Boudry

Schande toch dat deze would-befilosoof vier jaar lang de Leerstoel Etienne Vermeersch mocht bezetten aan de Universiteit Gent. Vermeersch, een consequente vrijdenker. Boudry, een mannetje dat zich laat inkapselen in een bepaalde ideologische denkrichting om van daaruit te fulmineren tegen pakweg de ecologische beweging of al wie kritiek heeft op Israël. Heel eenzijdig allemaal. Van een filosoof verwacht je een helikoptervisie op de samenleving, geen tunnelvisie. Boudry zit in een tunnel waar geen licht schijnt op het einde: zijn tunnel heeft alleen maar een ingang, geen uitgang. Van alle niet-Israëliërs zal hij straks wellicht de laatste zijn die het woord genocide in de mond durft te nemen over wat de regering-Netanyahu nu al twee en een half jaar aanricht in Gaza, op de Westbank en sinds kort ook in Libanon. Wat zeg ik: hij zal dat zwaarbeladen woorden nóóit gebruiken, want liever dan zijn ongelijk toe te geven, blijft hij zich in bochten manoeuvreren. Een zionistische leerstoel past beter bij hem. Boudry slaagt erin om het onverdedigbare te blijven verdedigen door zich van een pseudo-intellectueel discours te bedienen, waardoor zijn meningen coherent lijken (voor wie niet beter weet). Natuurlijk verdedigde deze man recent nog de nakende aanstelling van een Amerikaanse wetenschapsfilosoof die zich beroept op de stelling dat er intelligentieverschillen zijn tussen de rassen (lees: het witte ras is superieur aan alle anderen), het was alsof hij het opnam voor een vriend, pseudowetenschappers onder elkaar. Ooit noemde hij zich links, maar ondertussen wordt hij geknuffeld en omarmd door extreemrechts. Boudry is het beste bewijs dat wie intellectueel begint af te glijden, zelden nog gered kan worden. Het neerstorten kan niet gestuit worden. Geef hem zijn eigen Speaker’s Corner, ergens in een doodlopende steeg zonder straatverlichting in Gent, waar hij urenlang kan fulmineren tegen de muren rondom hem. Veel onschuldiger dan hem geregeld een forum te geven in respectabele en gerespecteerde media.

***

Hé hé, dat lucht op!



Vertrouwen

Communicatie, Journalistiek, Samenleving Posted on za, februari 28, 2026 12:39:16

Flashback naar april vorig jaar: verontwaardiging alom wanneer een gynaecologiestudent schuldig wordt bevonden aan verkrachting van een collega-studente maar opschorting van straf krijgt. In de media sijpelen de woorden ‘voorbeeldige student’, ‘geëngageerd’ en ‘gunstige persoonlijkheid’ door, die olie op het vuur gooien. A zo, als je een ‘gunstige persoonlijkheid’ hebt – wat dat verder ook moge betekenen –, moet je niet de cel in voor verkrachting? Dagenlang wordt er geprotesteerd, vooral door jonge vrouwen die zich in de plaats van hun verkrachte generatiegenote stellen en de wereldvreemdheid van de rechter hekelen.

Wie deed dat overigens niet de voorbije jaren, klagen over rechters die niet met hun twee voeten in de samenleving staan?

Eerlijk, ik heb daar toen niets over gezegd of geschreven, omdat ik nog in volle rouw zat na het overlijden van mijn echtgenote. Anders zou de kans groot geweest zijn dat ook ik een blogpost had gewijd aan deze zaak. Of enkele rake opmerkingen op sociale media had geplaatst. En hoewel ik het nieuws van buiten mijn vier muren toen slechts mondjesmaat tot mij nam, had ik bijna zeker dat vonnis aangeklaagd. Voor mij hoorde die student thuis in de cel, zoals alle veroordeelde verkrachters.

Deze week kwam de zaak in beroep voor, omdat het openbaar ministerie zich had verzet tegen de oorspronkelijke uitspraak. De strafmaat werd bevestigd: schuldig met opschorting van straf. De student, die inmiddels andere studies heeft aangevat, blijft op vrije voeten. Maar nu kwamen er wel meer details vrij over wat er precies gebeurd is die nacht in november 2023. U kunt die wel teruglezen in uw krant of op het internet. Kort gezegd: de studente was stomdronken, de student bood aan haar naar het kot van haar vriendin te begeleiden en daar kwam het tot seks, terwijl de studente zich daar ’s anderendaags niets meer van herinnerde. Ze had dus geen expliciete of impliciete toestemming gegeven, kon dat ook niet meer geven gezien haar laveloze toestand. En dus heeft hij haar juridisch gezien verkracht.

Ik begrijp nu veel beter waarom de student, met zijn blanco strafblad en zijn onbesproken gedrag, wél schuldig werd bevonden, maar níet naar de gevangenis moest. Zijn handelen was zonder meer fout – vandaar de veroordeling –, alleen moet je de samenleving niet voor hem behoeden. Hij is geen serieverkrachter, geen seksueel roofdier, geen individu dat in de duisternis staat te wachten om een vrouw die alleen over straat wandelt, mee te sleuren in de bosjes.

En ik begrijp nu ook hoezeer we op het verkeerde been gezet zijn vorig jaar. Door de media, die alleen de pikante details hebben uitgelicht. Door de demonstranten, die alleen maar sloganeske taal hanteerden. Door de rechter, die een duidelijker keuze had moeten maken: ofwel het vonnis onmiddellijk publiceren en meegeven aan de aanwezige journalisten, ofwel niets naar buiten laten komen. Dat laatste is vrij naïef in deze tijden van instant-verslaggeving, dus had hij de dader moeten afschermen van de op lynchen beluste massa. Nu werd de dader zelf ook slachtoffer.

Spreken is zilver, zwijgen is goud, zegt het spreekwoord.

Ik háát dat gezegde, omdat het er alleen maar op uit is om mensen te doen zwijgen. Spreken zullen we, verdorie! Máár: alvorens we spreken, moeten we wel iets langer nadenken over wat we precies zullen zeggen. Nadenken. Alles op een rij zetten. Nuanceren. En dan, op basis van correcte informatie, een mening uiten. Vrijheid van meningsuiting is uitermate belangrijk, maar we mogen er geen vrijheid van onmiddellijke en ongenuanceerde meningsuiting van maken. Enfin, dat mag óók, want strikt genomen valt het onder dezelfde grondwettelijke bescherming, maar het zou zoveel slimmer zijn om even te wachten.

Er mag wat meer vertrouwen zijn in de rechterlijke macht. Die rechterlijke macht mag wat meer vertrouwen hebben in de samenleving en zou wat vaker open moeten communiceren. En de samenleving moet wat geduldiger zijn. Oordelen en veroordelen is zó makkelijk. Beoordelen, op basis van reflectie en onderzoek, is veel moeilijker. Nochtans is dat laatste maatschappelijk veel zinvoller. Al was het maar omdat het virtuele lynchpartijen voorkomt.

Spreken is zilver, te snel spreken is niet eens eremetaal waard.



Wij, witte heteromannen

Communicatie, Journalistiek, Samenleving Posted on za, februari 14, 2026 12:02:38

Wij, witte heteromannen, zouden bescheidener moeten zijn. De evenaar loopt heus niet door onze reet, we hoeven niet elke dag te doen alsof we het warm water opnieuw hebben uitgevonden, we hebben onze huidige status vooral te danken aan historische scheeftrekkingen, niet aan eigen verdiensten of aan een recht dat we onszelf om een of andere duistere reden voorbehouden.

Wij, witte heteromannen, hebben nog altijd de overhand in globale discussies en kwesties. Vele samenlevingen zijn patriarchaal ingesteld, dat geldt zeker ook voor witte samenlevingen. Ook dat is geen verdienste, het is iets wat onze verre voorvaderen hebben opgeëist en in de loop van de millennia hebben behouden. Als dat statuut in gevaar komt, reageren we met geweld, verbaal of fysiek. Dat alleen al duidt op onze initiële zwakte. Wie geweld nodig heeft om zijn machtspositie te behouden, zit fundamenteel fout.

Wij, witte heteromannen, zouden er niet systematisch van mogen uitgaan dat we alles begrijpen, dat we overal een antwoord op hebben en dat we – als we dat antwoord níet hebben – mogen verwijzen naar onze oorspronkelijke status: wij zijn de baas! Zwaktebod.

Wij, witte heteromannen, zouden wat meer moeten luisteren naar wie niet wit, niet hetero en niet van mannelijke kunne is. We missen waardevolle input als we ons blijven verschuilen achter onze maatschappelijke machtspositie.

Wij, witte heteromannen, zouden a fortiori in zaken die andere mensen aangaan moeten zwijgen en als we ons al in het debat mengen, dan niet vanuit een ‘Wij weten alles beter!’-houding, maar open, tolerant en bereid tot luisteren en bijleren. We hebben ons in het verleden voortdurend gemengd in kwesties waarin we geweigerd hebben te aanvaarden dat we niet de drijvende kracht maar slechts een faciliterende partij waren. Een voorbeeld: abortus. Dat is in de eerste en de laatste plaats een vrouwenkwestie. Baas in eigen buik, weet u nog wel? Wij, witte heteromannen, hebben een doorbraak ter zake heel lang geweigerd, omdat we dat konden, als enige of alleszins qua getalsterkte dominante sekse die hierover kon beslissen. (Nog een gradatie erger was dat witte mannen in een religieus plunje een verbod eisten voor iets waar zij, als ze zich tenminste aan de regeltjes hielden, niets mee te maken hadden en nooit zouden hebben.)

Wij, witte heteromannen, moeten leren dat we ons beter baseren op statistieken en officiële cijfers dan op een gevoel of op anekdotiek. De realiteit in de macrokosmos is vaak anders dan die in onze microkosmos. Onze beperkte kring is niet de wereld. Wat onze vriendinnen zeggen, is niet wat vrouwen in de rest van de wereld meemaken en vertellen, om toch even terug te komen op die discussie die nu al meer dan een week woedt.

Wij, witte heteromannen, zouden niet in een defensieve kramp moeten schieten wanneer een Nederlandse comédienne misschien net iets te agressief en luidruchtig in een talkshow de waarheid zegt; we zouden aandacht moeten hebben voor wát ze zegt, niet voor hóe ze dat doet. En we zouden vervolgens niet de focus moeten leggen op de term ‘gevoel’ (zoals in: onveiligheidsgevoel) om te benadrukken dat het ‘slechts’ om een angstig aanvoelen gaat, terwijl de dagelijkse werkelijkheid en de vele statistische gegevens duidelijk maken dat dit gevoel wel degelijk op een reëel gevaar gebaseerd is en die angst – hoe irreëel die misschien achteraf blijkt te zijn geweest – fundamenten heeft in wat die vrouwen overal ter wereld elke dag wel ergens overkomt.

Wij, witte heteromannen, belemmeren het doorgroeien en tot volle bloei komen van mensen die er niet uitzien zoals wij. En dat louter en alleen omdat we hen dat kúnnen belemmeren. ‘Waarom! Daarom!’ is een zeer achterhaald principe, dat was het trouwens al toen het voor het eerst opdook. We bedienen ons er nochtans constant van.

Wij, witte heteromannen, zijn niet de norm, ook al hebben we die bepaald en blijven we die hardnekkig opleggen.

Wij, witte heteromannen, bepalen niet alleen de waarden waaraan iedereen geacht wordt zich te houden.

Wij, witte heteromannen, zouden moeten leren zwijgen wanneer dat gepast is en spreken wanneer dat gewenst is. We zouden er de wereld veel miserie mee besparen. En uiteindelijk ook onszelf.

***

Disclaimer: ik wilde dit stukje oorspronkelijk ‘Wij, mannen’ noemen, maar ik wil niet spreken namens alle personen die zich als man identificeren. Dat zou nogal pretentieus zijn. ‘Wij, heteromannen’ klonk ook te voortvarend, want wie ben ik om namens niet-witte mannen te praten. (En, ja, er zit vaak een religieus-culturele component aan wangedrag tegenover vrouwen, dat moet erkend worden.) Dan maar ‘wij, witte heteromannen’, dat is nu eenmaal het vakje waarin ik door omstandigheden buiten mijn wil om in vertoef – al vind ik het niet altijd even storend, met dank aan al die privileges, toch wel! Ik identificeer me overigens zelden met de verwijten die ik ‘ons, witte heteromannen’ maak, maar het zou nogal pocherig klinken om over ‘de andere witte heteromannen’ te spreken, alsof ik een soort heilige zou zijn. Ik heb mezelf dus mee in het bad geduwd. En ik kan niet eens zwemmen…



Muskolini

Communicatie, Geschiedenis, Journalistiek, Politiek, Samenleving Posted on za, januari 11, 2025 12:03:32

‘Woke is koren op de molen van Trump, Musk en consorten, en draagt daarmee een verpletterende verantwoordelijkheid,’ schreef filosofe Alicja Gescinska deze week in haar column in De Morgen. ‘Terwijl autoritarisme en totalitarisme in opmars zijn, terwijl uiterst rechts wereldwijd hoogtij viert, terwijl zovele fundamentele rechten en vrijheden van minderheden en vrouwen onder druk staan, heeft een deel van progressief links zich vastgereden in de modder van achterhoedegevechten. Woke is geen ontwaken. Woke heeft zijn eigen demonen wakker gemaakt en zichzelf in slaap gewiegd voor wat er écht toe doet’.

Qué?

Toen mijn koffie eindelijk van het verkeerde naar het juiste keelgat was getransporteerd, herlas ik deze zinnen. Gescinska, toch een gereputeerde filosofe en schrijfster, voorzitster van PEN Vlaanderen, niet meteen gekend als idioot en kortzichtig, had het in haar column over het verbieden van Of mice and men van haar lievelingsauteur John Steinbeck, omdat het n-woord er frequent in voorkomt. Maar haar terechte oprispingen over de spijtige uitwassen van het schier ongrijpbare fenomeen woke – het ongenuanceerd proberen te verbieden van gedateerde culturele bijdragen met de ogen en oren van vandaag, terwijl die in een heel andere context tot stand kwamen – gingen over in een algemene jeremiade over woke, iets wat in intellectuele kringen helaas wel vaker gebeurt.

Ik noem mezelf woke én verdraagzaam. Ik ben op vele punten politiek correct – zeker als het over het bejegenen van mensen gaat –, maar durf ook te lachen met gewaagde en ietwat stoute humor. Zoek gerust de grenzen op, maar weet dat die er zijn. Woke is in mijn ogen een noodzakelijke maatschappelijke correctie die niet altijd even keurig wordt uitgevoerd, maar die wel uitgaat van de juiste principes: solidariteit, gelijkwaardigheid, antiracisme. En net als bij vroegere emancipatorische bewegingen – syndicalisme, feminisme, antiracisme, Mei ’68 – loopt er weleens iets fout of wordt er overdreven bij het proberen afdwingen van die ‘noodzakelijke maatschappelijke correctie’. Jammer, maar daarom is de intrinsieke bedoeling nog niet fout. Door woke dan ook nog eens te linken aan de successen van extreemrechts wereldwijd lijkt het wel alsof Gescinska en andere hyperventilerende intellectuelen woke verantwoordelijk achten voor die opmars van de nieuwe laarzendragers. Dat is a) wel heel kort door de bocht, b) woke een veel te grote maatschappelijke invloed toekennend, en c) lichtjes waanzinnig, want het komt er dan ongeveer op neer dat maatschappelijk verzet ongewenst is, omdát het reactie zou kunnen uitlokken. Zullen we dan voortaan racisme, discriminatie, misogynie, verkrachtingen, enzovoort maar normaal gaan vinden, om lieden als Trump en Musk niet nodeloos te provoceren? (Alsof de heren die provocatie nodig hebben!)

***

Nog een mening van een mens waarvan we tot nog toe vermoedden dat die bovengemiddeld intelligent was: Guillaume Van der Stighelen over het schrappen van de factcheckers op Facebook. ‘De valse illusie dat alles op Facebook naar waarheid was gecheckt, daar zijn we dus van af. Eindelijk. Social media zijn een digitale toog en cafépraat moet niet gecheckt worden op waarheidsgehalte.’

Qué?

Dus: praat maar raak, verkondig maar halve waarheden en hele leugens zonder boe of ba, beledig gerust je medemensen zonder enige consequentie? Laten we elkaar vanaf nu juist wel een mietje noemen! Moet kunnen?

Van der Stighelen ging nog verder: ‘Waar social media (en andere togen) wel goed voor zijn, is het horen van andere meningen. Het ondervinden dat andere mensen op een andere manier naar eenzelfde gegeven kijken, en op een andere manier met dezelfde feiten omgaan. Dat is mijn mening hierover.’

Ik weet niet in welke bubbel de voormalige reclamemaker verblijft, maar de realiteit dringt er zo te lezen zelden in door. Als sociale media de jongste jaren in één ding uitblinken, dan is het net dat er níét meer naar andere meningen geluisterd wordt. Iedereen leeft in zijn bubbel, gaat op zoek naar meningen die stroken met de zijne, versterkt daardoor het eigen Grote Gelijk. Hoera, zie óns eens gelijk hebben! En daardoor worden sociale media – hoe goedbedoeld ze ooit ook waren – extreem asociaal.

Wie anders over de dingen denkt, wordt uitgesloten. Sterker nog: dankzij de algoritmes worden gebruikers meegezogen in hun eigen bubbel, vol onwrikbare ‘waarheden’ en overtuigingen, waar tegenspraak ondenkbaar is geworden. Om in het beeld van de cafépraat te blijven: ze gaan alleen nog iets drinken aan een toog met gelijkgestemden. Het tegenovergestelde van wat Van der Stighelen poneert.

***

Over negen dagen wordt Donald Trump ingezworen als Amerikaans president. Zijn rechterhand Elon Musk doet al volop alsof het nieuwe regime een feit is. De rijkste man ter wereld heeft een pertinente mening en die verkondigt hij voortdurend. Tot zover geen probleem. Problematisch wordt het wel wanneer die man zijn eigen medium X constant misbruikt om complottheorieën en andere verzinsels te verspreiden onder zijn 212 miljoen volgers, en zijn centen en invloed aanwent om het democratische proces in steeds meer landen naar zijn hand te zetten. Hij wil een regimewissel in Groot-Brittannië, hij biedt een forum aan de nazaten van nazisme en fascisme in Duitsland en Italië, hij jaagt op andersdenkenden. Hij is niet te stuiten, dit zelfverklaarde genie – laten we wel wezen: Musk is een gewiekste opportunist, wat een verdienste is binnen het kapitalistisch systeem, maar hij heeft de elektrische auto niet uitgevonden en bouwt zelf geen raketten, hij is geen ondernemer, maar een overnemer, wegnemer of afnemer, kortom: hij is verre van geniaal, gewoon een doortrapte zakenman, maar dan met net iets diepere zakken dan de meeste van zijn collega’s. En dat andere grote genie, Trump, fulmineert intussen dat hij Groenland, Canada en het Panamakanaal zal binnenrijven. Op de planeet Narcissus barsten de vulkanen uit, benieuwd hoe lang ze elkaar kunnen verdragen, met andere woorden: tot de echte president de schijnpresident uit zijn entourage zal verwijderen omdat die te veel van zijn zonlicht wegneemt.

Tot die onvermijdelijke implosie er komt in Washington zal Musk blijven te keer gaan. Wat mij tot een sprongetje naar de jaren 30 van vorige eeuw brengt. Toen palmde het nationaalsocialisme van Hitler en de zijnen eerst Duitsland en vervolgens een groot deel van Europa in, terwijl het fascisme van Mussolini Italië in zijn onmenselijke machtsgreep hield. In nazi-Duitsland was Joseph Goebbels de man die, als rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda, het volk alternatieve waarheden toeschoof, nuttig om bevolkingsgroepen te kunnen haten: Joden, zigeuners, homo’s, al wie niet-Arisch dacht. Goebbels was op dat vlak geniaal. Een pervers genie, zeer zeker, maar wel uiterst bedreven in wat hij (aan verschrikkelijke dingen) deed.

Máár: de invloed van Goebbels reikte niet veel verder dan die ene taal, Duits, en dat ene land, Duitsland, al kon hij uiteraard wel rekenen op antidemocratische stromingen in andere Europese landen. Aan collaborateurs is er nooit een gebrek.

Duits is geen wereldtaal, Engels is dat wel. Dat maakt Musk in wezen véél gevaarlijker dan Goebbels. Hij kan zich in toegankelijke bewoordingen invloed kopen in de wereld, nóg meer geld verdienen, en terloops democratische geplogenheden doen verdwijnen. Democratie is eerder een hinderpaal dan een zegen voor zulke machtspotentaten. Ikke ikke ikke en de rest kan stikken.

Die andere miljardair, Mark Zuckerberg, is ondertussen ook op de knieën gegaan voor Trump: uit opportunisme of uit overtuiging, dat moet nog duidelijk worden, maar nefast is het alleszins. Straks mag iedereen alles zeggen, maar die ‘iedereen’ moet je met een korrel zout nemen, want wie bereid is een klein beetje na te denken, zal zich aan de gekende waarheden houden, terwijl wie minder scrupules heeft, dat niet zal doen. Met alle gevolgen van dien. De sluizen van de alternatieve waarheden zullen volop openstaan, daar is geen dam tegen bestand. Het mogen beledigen van trans personen is voortaan zelfs expliciet opgenomen in de Facebook-statuten. Vrije meningsuiting, quoi?

***

Binnenkort leven we in een feitenvrije wereld waar de waarheid naar hartenlust verdraaid wordt, minderheidsgroepen en mensen met een andere huidskleur of afkomst nog meer het doelwit van haatzaaiers worden, wetenschappers opgejaagd wild zullen zijn en revisionisme en negationisme de norm worden. Geschiedenis, heden en toekomst zullen worden herschreven of geherdefinieerd op maat van de financieel machtigen en hun gewillige dienaars in regeringen en overheidsapparaten. Een not so brave new world met 1984 van Orwell als handboek, niet als waarschuwing. Newspeak als het nieuwe Esperanto, een officieuze wereldtaal. Dat Jean-Marie Le Pen dat niet meer mag meemaken. Joseph Goebbels ontkurkt alvast de sekt in zijn graf.

Steenrijke, (extreem)rechtse oligarchen hebben een methode gevonden om kritische media de mond te snoeren. Ze kopen ze over, laten hun vazallen censuurmaatregelen opleggen, jagen onafhankelijke geesten weg, helpen op termijn de democratie en de rechtsstaat om zeep. Jeff Bezos slaagde er al in om een cartooniste ontslag te laten nemen bij The Washington Post. Zuckerberg schaft de factcheckers af bij Meta. Musk heeft Twitter omgevormd tot X: van een levendig en kritisch medium naar een extreemrechtse bubbel met de occasionele tegenstemmen, die snel versmoord worden door het hyperactieve trollenleger. Twee en een half jaar geleden verliet ik Twitter vanwege de ranzige figuur van nieuwe eigenaar Musk, begin vorig jaar keerde ik terug, maar nu overweeg ik om mijn account definitief op te doeken. Wat heeft het ook voor zin? De trollen roepen luider en zijn met veel meer. Het aantal lieden dat kritiekloos met de laarzen klakt om toch maar in de gunst van de leider te kunnen staan, is altijd al groot geweest. Gewillige beulen.

Mochten we in een Bondfilm leven, denk aan Grab ‘em by the Octopussy, dan zou held 007 er alles aan doen om de schurk een definitief halt toe te roepen, na onder meer een spectaculaire achtervolgingsscène door de straten van Washington, D.C., waarbij de Tesla van de slechterik het moet afleggen tegen de klassieke Aston Martin met zijn onverbiddelijke gadgets. Maar we leven niet in een fictief scenario en de vraag is: hoe stoppen we Musk af? Door de schuld op woke te steken of lacherig op te merken dat we nu eenmaal cafépraat uitstoten? Ik dacht het niet.

Elon Musk móét worden afgestopt. Hopelijk beseffen steeds meer mensen en instellingen met invloed dat, te beginnen bij de Europese Unie en de nationale overheden. Schrijf maar in die nieuwe versie van de supernota, meneer de formateur: Muskolini mag zich bemoeien in de staat Arizona, maar niet in de gelijknamige toekomstige regering. Anders kunnen we hier binnenkort een Nederlandstalige en Franstalige variant van ‘Wir haben es nicht gewußt’ boven halen.

Willen we het wel weten?



Laten we een kat een kat noemen (en een klimaatcatastrofe een klimaatcatastrofe)

Communicatie, Politiek, Samenleving Posted on vr, november 29, 2024 15:54:48

‘Trek uw plan, het zijn uw kinderen, bescherm ze zelf.’

Zo klonk een van de meest beklijvende zinnen uit de column van klimaatwetenschapper Valérie Trouet exact een week geleden in De Morgen. Trouet is niet zomaar iemand die om den brode het klimaat bestudeert, ze is een wereldwijd gerespecteerde experte in haar vakgebied. ‘Defaitisme verslaat soms zelfs de hardnekkigste pragmatist,’ schreef ze onder meer. En ze was al zo gedesillusioneerd door de tegenkantingen en het gebrek aan politieke interesse die ze twee jaar lang ondervond als wetenschappelijk directeur van het Belgische Klimaatcentrum. Ze vertrekt binnenkort terug naar de States, waar haar werk wél volop geapprecieerd wordt, zij het dat onder de toekomstige oude/nieuwe president (klimaat)wetenschap niet bepaald gewaardeerd zal worden.

‘Ik probeer niemand nog te overtuigen,’ zo ging Trouet verder in haar bijdrage. ‘Ik ben het Cassandrabestaan beu, beu om de enige te zijn die beseft dat de remmen niet werken van de voortdenderende Eurostar waarop wij leven. Ik heb het u gezegd en u heeft uw schouders opgehaald.’ Waarna dus die ene zin volgt waarmee ik mijn blogpost opende.

‘Wat u alarmisme noemt, noem ik eufemisme,’ vervolgde ze. En ze eindigde met deze paragraaf. ‘Noem mij maar een alarmist, bespreek het maar met uw maten op X, hoe klimaatverandering van alle tijden is en dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. I’m out. Ik hoop alleen uit het diepst van mijn hart dat u gelijk heeft en ik ongelijk. Als wetenschapper hopen dat je ongelijk hebt, is dat ook hoop?’

***

De boodschap kwam onzacht binnen en werd een hele week bediscussieerd. De reacties waren voorspelbaar, van ‘Eindelijk zegt er iemand waar het op staat!’ tot ‘Ze krijgt geen gelijk, de subsidieslurpster, dus reageert ze dan maar gefrustreerd’. De column was niet bedoeld om zieltjes te winnen. Dat zou ook moeilijk lukken: wie al een poos de klimaatberichtgeving volgt, heeft niets nieuws gelezen, alleen de keiharde bevestiging van een hardnekkig vermoeden (en in het geval van andere klimaatexperten: van onderbouwde wetenschappelijke hypothesen). Wie tot de groep ontkenners behoort, zal ook niets nieuws hebben vernomen, want wappies vinden al veel langer dat klimaatwetenschappers onverbeterlijke pessimisten zijn. En de grote massa haalt, zoals altijd, de schouders op. ‘We zullen wel zien.’ Tja.

Had die schreeuw vanuit haar diepste binnenste dan wel zin? Op het eerste gezicht wellicht niet: wie bang is, blijft gewoon bang, wie vindt dat er niets aan de hand is, drinkt nog een glas en gaat ervan uit dat alles blijft zoals het was. Toch vind ik het bemoedigend dat een expert de harde woorden bovenhaalt, zoals de virologen dat vier jaar geleden óók deden tijdens de coronacrisis. Dat moest toen wel, de toestand was immers acuut. Bij de klimaatproblematiek is het acute van die toestand minder visibel en voelbaar, tenminste: niet in de zin dat iedereen overal tegelijk getroffen wordt of kan worden. Na een zware overstroming of een onverdraaglijke hittegolf gaan we snel weer over tot de orde van de dag. Het is goed dat een vooraanstaande wetenschapper stelt dat die ‘orde van de dag’ een luxe is die we ons niet kunnen permitteren.

***

In mijn boek De jaren 70. Reconstructie van een bewogen decennium – nu in de handel, zeg ik er als kleine commerçant even bij – liet ik in het hoofdstuk Klimaat & Milieu een statisticus van de Rijksuniversiteit Gent aan het woord. In een interview met het weekblad Humo van 21 mei 1970 (!) zei Walter Prové: ‘Hoe meer alarmkreten, hoe beter. We mogen op de televisie niet in gedistingeerde praatpanels over “biologisch evenwicht” of “de voedselpiramide” zitten te eieren, dan kijkt geen kat. Toon liever de vissen die bovendrijven, de vogels die uit de lucht stuiken: de televisie moet angstaanjagende filmbeelden blijven tonen. Grijp de mensen bij de keel, of de bezoedeling verstikt ze.’

Vertaal die woorden over de luchtvervuiling en bezoedeling alom van toen naar de klimaatopwarming nu en ze sluiten perfect aan bij wat Trouet schreef (en deze week in een reeks interviews herhaalde): pamperen heeft geen zin meer. Ontkennen is ronduit misdadig, de boodschap afzwakken is egoïstisch en kortzichtig, schouderophalen komt overeen met schuldig verzuim.

Van wetenschappers verwachten we dat ze twijfelen tot ze met een aan zekerheid grenzende conclusie afkomen. Wat het klimaat betreft, bestaat die conclusie al verschillende decennia, alleen de details worden nog bijgestuurd. Wat heeft het dan nog voor zin om de op ons afstormende maatschappelijke waarheid in hapklare brokken proberen te verpakken? Prové had verdorie gelijk vierenvijftig jaar geleden: toon angstaanjagende beelden. Toon die niet alleen op het ogenblik dat Valencia onder water staat, maar blijf die wekenlang na de watersnood tonen, want het water mag dan stilaan wegtrekken, de miserie blijft. En die miserie kan iederéén morgen overkomen. U. Mij. Ons allemaal. Kunnen we straks weer zeuren over de oncontroleerbare migratie van klimaatvluchtelingen.

***

Zeg als expert waar het op staat, dan kan achteraf niet het verwijt worden gemaakt dat je niet, te weinig of te omfloerst gecommuniceerd hebt. Schrijf als journalist niet dat radicaalrechts of een ultranationalist ergens gewonnen heeft, maar noem een kat een kat: extreemrechts, fascist, racist. Wie rechts is, benadrukt voortdurend dat we de dingen moeten durven te benoemen – meestal wanneer het over de vermeende negatieve gevolgen van migratie gaat. Wel, benoem de dingen inderdaad: migratie is nodig, de Verenigde Staten krijgen een extreemrechtse president, het klimaat is naar de knoppen.

Niet dat er dan heel snel heel veel zal veranderen – wat uiteindelijk wel zal moeten –, maar waarom verbloemen wat móét geweten zijn? Kijken de mensen dan nog de andere kant op, dan is dat maar zo. Het is aan de politiek om de wetenschappelijke bevindingen in wetteksten en besluiten om te zetten, ook al druist dat in tegen wat ‘de kiezer’ wil en dreigt het stemmen te kosten. Je moet de burger veel vrijheid gunnen, maar soms moet je als overheid harde maatregelen opleggen, opnieuw: zie coronacrisis. Daar dienen regeringen voor, dat is de verantwoordelijkheid van ministers en parlementen. Gouverner, c’est prévoir, niet achteraf constateren dat het te laat is.

***

Wat Rutger Bregman ook moge beweren: de meeste mensen deugen niet. Naast de gepatenteerde slechteriken is er de grote massa die niets doet en net dat niets doen is funest voor het klimaat. Als je de harde realiteit ontkent of ervan wegkijkt, deug je niet. Dan ben je een falende, dwalende mens, iemand die op het eerste gezicht geen kwaad doet, maar vooral: iemand die niet het goede doet. Die niet aan zijn kinderen of kleinkinderen denkt. Die het aan de anderen overlaat (die ook veel te weinig of niets doen). Die het wel ziet gebeuren. Die stemt op populisten die hen de hemel op aarde beloven (en hen vervolgens laten stikken).

Om Walter Prové te parafraseren: grijp de mensen bij de keel, of we verdrinken straks collectief. Dank u, Valérie Trouet, voor die rechttoe rechtaan communicatie. Al word ik er niet direct vrolijker van.



Verboden te verbieden

Communicatie, Politiek, Samenleving Posted on za, mei 18, 2024 12:33:12

In Frankrijk raden wetenschappers aan om smartphones te verbieden voor al wie jonger is dan dertien. In hun rapport, dat ze overhandigden aan president Macron, waarschuwen ze voor verminderde slaapkwaliteit, zwaarlijvigheid en bijziendheid als gevolg van veelvuldig gebruik van smartphones. Deze slimme mensen vinden dat je voor je elfde geen eigen gsm zou mogen hebben en pas na je dertiende een smartphone. En toegang tot sociale media zou pas vanaf de leeftijd vanaf vijftien jaar mogen. Smartphones zijn sinds begin dit jaar ook al verboden op Franse middelbare scholen. Excusez-moi?!

Uit de tweejaarlijkse bevraging van Apenstaartjaren bij zevenduizend Vlaamse jongeren blijkt dan weer dat 53 procent van de kinderen in de derde graad lager onderwijs een eigen smartphone heeft. Kinderen van elf en twaalf jaar, dus. Dat is best veel. Te veel? In Frankrijk knikken ze ongetwijfeld van ‘Oui’.

Wat de Apenstaartjarenenquête ons verder nog leert, is dat meer dan de helft van de ondervraagden zelden of nooit te maken krijgt met ongepaste inhoud. Prima, maar dat betekent dus ook dat iets minder dan de helft wel zulke dingen leest, gepest wordt (of zelf pest) en aangezet wordt om te klikken op sites waar ze beter niet naar zouden surfen.

Het is wel degelijk problematisch dat negen op de tien jongeren die wél op die vervelende plekken terechtkomen, weleens stuiten op raadgevingen hoe je zelfmoord kan plegen, waar je drugs kan scoren en hoe je iemand pijn kunt doen. Om nog over suggesties voor magerzucht te zwijgen. Zorgwekkend en een belangrijk aandachtspunt, zeer zeker.

Maar om dan maar meteen de toegang tot sociale media te verbieden door de smartphone gewoon af te nemen, zoals Franse wetenschappers suggereren, is een paar bruggen te ver. Een spreekwoord met de centrale woorden ‘kind’ en ‘badwater’ begint dan door mijn hoofd te spoken. Om te beginnen is het al te makkelijk om te verbieden. Als het zo eenvoudig is, verbiedt dan ook het vrachtwagenverkeer. Geen dodehoekongevallen meer, opgelost! Wie op café gaat, moet zijn sleutels afgeven. Alleen als je nuchter bent als je de kroeg wil verlaten, krijg je je sleutels terug. Geen dronken chauffeurs meer op de weg, opgelost! Wie rookt, krijgt geen medische verzorging meer. Geen rokers meer (of geen longkankerpatiënten die de kostbare tijd van dokters inpalmen), opgelost! Verkeer met paard en kar is een pak veiliger dan al die razende automobielen, afschaffen die handel!

Echt?

Er is een gigantisch probleem met sociale media en er zijn grote problemen met verslaving aan je smartphone, maar die los je niet op door te verbieden. (Sleurt u er zelf de vergelijking met de drooglegging in Amerika in de jaren 20 maar bij, toen er stiekem werd gezopen en de maffia slapend rijk én oppermachtig werd.)

Als we vinden dat Facebook, X en TikTok iets moeten doen aan agressieve, vals nieuws verspreidende, potentieel staatsgevaarlijke accounts en sites, dan moeten we daar Mark Zuckerberg, Elon Musk en de Chinezen over aanspreken. Zij moeten hun boeltje opkuisen. Doen ze dat niet, dan mogen ze hier niet binnen. (Vraag maar aan de Chinezen hoe je dat doet.)

Als we vinden dat jongeren te veel op hun smartphone zitten, dan moeten we hen daar vriendelijk maar kordaat attent op maken. Dat behoort tot het ongeschreven takenpakket van ouders, familieleden, vrienden en onderwijzers.

Als we vinden dat jonge kinderen risico’s lopen in de digitale wereld, dan moeten we dat opvangen door hen, bijvoorbeeld, één uur per week het vak ‘mediawijsheid’ te doceren, waarin op een speelse wijze wordt aangegeven hoe je veilig met sociale media en dergelijke moet omgaan. Liefst al vanaf het eerste jaar lager onderwijs en dit tot het zesde jaar middelbaar. (Nog een taak erbij voor leerkrachten? Ja, maar wel één met onmiddellijk maatschappelijk nut.)

Als we vinden dat de smartphone te veel van onze tijd in beslag neemt, laten we dan komaf maken met al die apps die ons worden opgedrongen, waarmee we onze bankzaken kunnen regelen of onze mails checken of…

Als we vinden dat de smartphone meer gevaar inhoudt dan zegen, dan moeten we het hebbedingetje op zich verbieden, niet het gebruik ervan.

Natuurlijk gaat dat niet gebeuren, want Zuckerberg, Musk & co worden gerust gelaten, niemand heeft tijd — druk-druk-druk! — of wíl tijd vrijmaken voor een beetje educatie, en die apps zijn toch vooruitgang, meneer? Bovendien: ik kan me zelf geen leven zonder smartphone meer voorstellen en, ja, ik spendeer wellicht té veel tijd op dat spul, maar ik ben wel een hele dag door geïnformeerd (waardoor ik ’s avonds niet meer naar de journaals en de pratende hoofden hoef te kijken, zo haal ik die verloren tijd weer netjes in) en weet hoe het met mijn dierbaren-op-afstand gesteld is. Dat is lekker handig. Toch?

Verbieden lost niets op. De verboden vrucht is aanlokkelijker dan het fruit dat je zomaar legaal van de bomen kunt plukken, dat is een héél oud verhaal. Slim gebruiken is beter dan níet gebruiken. De jeugd afschermen van al wat een potentieel gevaar inhoudt, is a) onrealistisch, b) kortzichtig, c) een slecht idee, want je kunt niet voor álles behoeden en in de meeste gevallen valt leren met vallen en opstaan te prefereren boven een leven op sterk water in een streng beveiligde omgeving.

Beschermen, oké, maar afschermen lukt nooit.

Verbieden of afschaffen klinken echter als een kleine moeite, opvoeden als een (te) grote. Leven kost moeite, véél moeite.



Meer centen voor de openbare omroep

Communicatie, Journalistiek, Radio en Televisie Posted on za, december 10, 2022 11:21:02

Zondag was ik uitgenodigd om in De zevende dag over de Rode Duivels te komen praten. Een dubbele deprimerende ervaring: ellendig vroeg opstaan op de zevende dag en babbelen over een sportief debacle. Het was een poos geleden dat ik nog eens had rondgelopen in het Huis van Vertrouwen. Een heel vreemd fenomeen overvalt me dan telkens: een warm nostalgisch gevoel bij dat nochtans spuuglelijke en na vijftig jaar helemaal uitgewoonde gebouw. Maar het heeft iets. Vind ik. En natuurlijk roept het herinneringen op aan de tijd dat ik er elke dag door de gangen dwaalde, op zoek naar een lokaal in een gang waar ik nog nooit geweest was. Een doolhof is het. Lelijk labyrint. Sommige gangen hebben meer weg van een Roemeens weeshuis ten tijde van Ceausescu dan van een modern mediabedrijf. En toch… Hoe onsympathiek ik er zelf soms ook bejegend werd, ik hield van dat volk en iets minder van zijn leiders, om wijlen Wilfried Martens even te parafraseren.

Een kleine omweg om te kunnen schrijven dat ik heel erg meeleef met de tientallen VRT-medewerkers die een dikke week geleden te horen of te lezen kregen dat ze niet meer welkom waren. Ik voel mee met de tientallen anderen die vrezen bij de volgende lichting te zijn die verplicht moet afhaken. Tussen de ontslagenen zitten vakbekwame, harde werkers, die ik heb leren appreciëren — als collega én als mens — in mijn periode als freelance redacteur bij Van Gils & gasten, een talkshow waarvan de gastheer zijn redactie níet intimideerde door zijn eigen stress luidruchtig op hun af te wentelen, dat mag weleens gezegd worden.

Er zit geen lijn in al deze naakte ontslagen, behalve dan de lijn dat er nu eenmaal bespaard moést worden én dat die medewerkers bijna zonder uitzondering de vijftig voorbij zijn. Toch weer die leeftijdsdiscriminatie. Zo voorspelbaar. En zo achterhaald, want bekwaamheid en inzet hebben niets met leeftijd te maken. De VRT-directie is in hetzelfde bedje ziek als de meeste bedrijven. Ik vind het al te makkelijk. Zij ongetwijfeld ook, maar ze zullen dat nooit toegeven. Er is zogezegd over nagedacht.

Dat de VRT nu zo drastisch moet ingrijpen, komt niet omdat CEO Frederik Delaplace een persoonlijke voorstander is van sociale bloedbaden, wel omdat de Vlaamse regering de openbare omroep een fikse besparing heeft opgelegd, zoals diezelfde regering ook andere overheidsdiensten tot inbinden heeft verplicht. Denk aan De Lijn. Een neoliberale wind waait door het sowieso al kille Vlaanderen. Twee van de drie partijen die in Vlaanderen de scepter zwaaien, waren destijds de grootste pleitbezorgers van het doorbreken van het BRT-monopolie. Van de liberale PVV (Open VLD) valt dat nog te begrijpen, van de christendemocratische CVP (CD&V) al minder, vooral omdat die partij de belangrijkste machtspostjes bezette eind jaren 70. Toch was het premier Leo Tindemans die, nota bene op de Franstalige commerciële zender RTL, de beslissende aanval op de alleenheerschappij van de openbare omroep inluidde. Toen zette ik mij in allerlei publicaties keihard af tegen het afbreken van het BRT-monopolie, nu besef ik dat dit niet tegen te houden viel en dat het wellicht goed is dat er meer diversiteit qua aanbod bestaat.

Vorige week tweette ik mijn bezorgdheid over de ontslagen medewerkers en bij uitbreiding de hele openbare omroep. Nou, daar stonden de VRT-haters vliegensvlug op. De bekende termen vlogen weer in het rond: ‘subsidieslurpers’, ‘MSM’, ‘linkse omroep’, ‘Vlamingenhaters’, ‘leugenpers’, etcetera. Voor een groeiend aantal Vlamingen mag de VRT van vandaag op morgen verdwijnen, niet toevallig vallen die doorgaans in Vlaams-nationalistische hoek te situeren. Hoe rechtser, hoe meer anti-VRT ze zijn. Ach, ze dwalen en ze zijn ongeneeslijk hardvochtig met hun hardnekkige meninkjes, haatberichtjes en complottheorietjes.

Vlaanderen heeft een stevige openbare omroep nodig. Een omroep die via al zijn kanalen aandacht besteedt aan elementen die binnen het commerciële circuit bewust verwaarloosd of zelfs vergeten worden: (moeilijkere vormen van) kunst en cultuur, sporten die minder populair zijn dan sjotten en koers, diepgaande duiding, langere gesprekken met interessante maar minder bekende mensen.

Ik ben de eerste om de VRT te omarmen en de eerste om de zenders van de openbare omroep te bekritiseren. De komst, in 1996, van Bert De Graeve, de eerste niet-politiek benoemde CEO, heeft heel veel goeds gedaan, in de eerste plaats om de omroep uit het moeras van steeds minder kijkers en steeds strengere externe be- en veroordelingen te geraken. Tegelijkertijd werd toen een commercialisering ingeluid die nadien flink uit de hand is gelopen. De VRT mág de grootste zijn, maar dat móet niet. Het mag geen verzameling nichezenders zijn, maar het hoeft ook geen groot pretpark te worden. De VRT moet moeite doen om een zo ruim mogelijk publiek te bereiken, maar het moet een bepaalde standaard halen. “To make good things popular and popular things good”, was een adagium dat bij de BBC werd gehanteerd, en daar ben ik helemaal voor.

Een argument dat VRT-critici steeds vaker bovenhalen zijn de hoge lonen van een aantal freelancemedewerkers met een exclusiviteitsovereenkomst. Ze hebben een punt. Niels Destadsbader hoort niet thuis bij de openbare omroep, Tom Waes wel. Omdat die laatste programma’s maakt die ook inhoudelijk interessant en relevant zijn — en toch entertainend —, terwijl de eerste nooit op de hersenen mikt. Dat is weggegooid overheidsgeld, zeer zeker. Daarmee had je wellicht een groot aantal van de ontslagenen kunnen behouden. Op dat vlak is het eigen schuld, dikke bult aan de Reyerslaan.

Als ik die minutenlange sponsorboodschappen zie op televisie, de onverhulde promotie om op sportgoksites ‘mee te spelen’, of ik hoor de tenenkrullende radioreclame, dan herken ik daar ‘mijn’ VRT niet in. In mijn ogen moet een openbare omroep geen reclame maken — verpakt als sponsorboodschappen —, laat dat aan de commerciële spelers over. Ik wil een zo reclamevrij mogelijke VRT, maar dan zou de overheidsdotatie flink moeten stijgen. Op de website van de VRT lees ik dat de openbare omroep in 2021 449,4 miljoen euro werkingsgeld ontving of genereerde: 273,4 miljoen euro dotatie, 173,1 miljoen commerciële inkomsten en nog een kleine 3 miljoen ‘andere’ inkomsten.

Mijn suggestie: geef de openbare omroep 500 miljoen euro vaste dotatie gedurende twintig jaar. Vergeet dus die vijfjaarlijkse beheersovereenkomsten, waar de politieke constellatie van het moment zich kan beginnen te bemoeien met de VRT, met als gevolg persoonlijke afrekeningen, waarbij de openbare omroep en al zijn medewerkers de speelbal worden van machtsgeile individuutjes. Schaf reclame en sponsorboodschappen af, laat die over aan de commerciële markt. Leg duidelijke verplichtingen op aan de VRT — en dan bedoel ik niet debiele randvoorwaarden als minstens zoveel procent ‘Vlaamse’ muziek. Zorg dat er voldoende moeilijke en toch toegankelijke programma’s worden gemaakt voor een nichepubliek. Verplicht de VRT om intensief samen te werken met de brede cultuursector (en room intussen de hogere reclameinkomsten van de commerciële zenders gedeeltelijk af om het beleid te stofferen). Leg beperkingen op qua aankoop van dure uitzendrechten, maar bedenk wel dat de VRT (en dan bedoel ik voornamelijk Sporza) in het algemeen een veel hogere kwaliteit garandeert dan de commerciële spelers, dus laat die WK’s en EK’s Voetbal en Olympische Spelen maar aan de Reyerslaan 52 zitten. Ze zitten er goed. Laat Sporza ook maar de Belgische uitblinkers in allerlei andere sporten dan voetbal en wielrennen intensief volgen. En laat Champions League & consoorten aan de commerciëlen.

De kreet ‘VRT, weg ermee!’ klinkt steeds luider omdat er steeds meer mensen meeheulen met de wolven in het bos. Ik probeer daar vanuit mijn schrijfhoekje ‘VRT, ik ben mee!’ tegenover te zetten. U roept toch ook?



Musk

Communicatie, Economie Posted on za, november 12, 2022 11:20:31

We moeten het alweer eventjes over de Kortrijkse N-VA-schepen Axel Ronse hebben, goede lezer van deze blog. Niet dat ik de man zo hoog inschat, maar voor de tweede keer op rij bezorgt hij me een ongewild opstapje naar een kritisch stuk. Vorige week door de ‘traditionele’ Zwarte Piet te blijven verdedigen, deze keer door Elon Musk te bewieroken. “Wat mij betreft de meest inspirerende ondernemer ooit”, poneerde Ronse-van-Kortrijk in een tweet. “Geef me 10 eeuwen en ik raak nog niet aan de positieve impact die hij op 1 dag realiseert. Dankbaar dat er zo’n magische mensen bestaan.”

Dat de heer Ronse tien of meer eeuwen nodig heeft om iets positiefs achter te laten op deze bol, kan ik me best voorstellen, maar Musk een ‘magische mens’ noemen, écht?

Elon Musk maakte een fortuintje met de verkoop van PayPal, een bedrijf dat hij niet zelf had opgericht en waar hij eigenlijk werd buitengewrikt, maar goed: zie het als slim kapitalisme om daar 22 miljoen dollar uit te puren. En hij kocht zich acht maanden na de oprichting in Tesla in, een bedrijf dat in 2003 niet door hem was opgericht, maar door Martin Eberhard en Marc Tarpenning. In 2008 nam Musk Tesla, Inc. in volle financiële crisis helemaal over. Hem het genie noemen dat de elektrische wagen introduceerde is een versnelling te hoog. Bovendien blijft aan de man het hardnekkige gerucht kleven dat hij alleen maar in zaken kon gaan dankzij het ‘bloedgeld’ dat zijn vader, Errol Musk, een Zuid-Afrikaanse zakenman, verwierf uit de opbrengsten van een diamantmijn in Zambia. Musk ontkent dat ten stelligste, net zoals zijn vader ontkent dat zijn zonen hem halfweg de jaren 90 financieel moesten bijstaan. Dat moeten leuke familiefeestjes zijn, daar in Musk Village.

Genoeg familiegeschiedenis en laten we het principe ‘ere wie ere toekomt’ huldigen: Elon Musk heeft de elektrische wagen (mee) op de kaart (en de weg) gezet, ook al blijkt de fameuze Wet op de Remmende Voorsprong hem nu parten te spelen, een wet die bepaalt dat wie eerst is meestal financieel-economisch voorbijgestoken wordt door wie achteraf instapt. Dat is geen verwijt, wel een vaststelling. Op de markt van de elektrische wagens praten wij hier, in West-Europa, niet in de eerste plaats over ‘een Tesla aanschaffen’. Zelfs niet in de tweede of derde plaats. Er zijn betere én goedkopere elektrische auto’s beschikbaar. Benieuwd hoe lang Tesla nog standhoudt in deze markt die steeds competitiever wordt. Maar goed, applaus om de wereld te laten kennismaken (en rijden) met een Tesla.

Alle andere activiteiten van Musk vallen onder de noemer trial and error: probeer maar, we zullen wel zien wat ervan komt, áls er al iets van komt. Ondernemerschap moet worden toegejuicht, het nemen van risico’s-om-het-risico niet. Zeker niet als het lot van duizenden personeelsleden daarvan afhangt. En al helemaal niet in een land als de Verenigde Staten, met zijn nauwelijks bestaande sociale zekerheid, waar je niet alleen van de ene op de andere dag zonder werk kunt afvallen, maar ook zonder inkomen tout court. Dan is het heel sneu dat rijkeluiskinderen grote sier kunnen maken tot ze een nieuwe hobby hebben gevonden.

Allemaal mooi en wel, die letterlijk en figuurlijk verre dromen als SolarCity (elektrische batterijen voor de opwekking van energie via zonnepanelen), SpaceX (vliegen naar en leven op Mars) of Hyperloop (een hogesnelheidssysteem om mensen te vervoeren tussen Los Angeles en San Francisco), maar figuren als Musk kunnen dit alleen maar realiseren met tonnen subsidies (geld van de belastingbetaler dus) en de inzet van veel slimmere werknemers dan hijzelf. Met welk eindresultaat?

De nieuwste hobby van Elon Musk heet Twitter. Vierenveertig miljard dollar gaf hij uit aan zijn nieuwe speeltje, een bedrag dat ver boven de marktwaarde ligt van een sociaal medium dat nog nooit winstgevend was en het allicht nooit zal worden. Binnen de eerste week na de overname ontsloeg hij het voltallige management en liet hij via een cryptische mail weten dat er geen job meer was voor de helft van het personeelsbestand, zo’n 3.700 mensen die van vandaag op morgen zonder werk zaten. Of toch weer niet, want er hangt veel onduidelijkheid rond die beslissing. Je kunt niet zomaar de ene dag de helft van je werkvolk wegsturen en er de volgende dag vanuit gaan dat de boel blijft draaien, terwijl je jezelf tot CEO bombardeert, met ook nog eens al die andere verantwoordelijkheden binnen andere bedrijven (of tellen die even niet meer mee?). Niet alleen de communicatie was een complete ramp, de managementbeslissingen zelf zijn tot nog toe een opeenstapeling van onwetendheid, onbezonnenheid en regelrechte domheid. En dat allemaal in een mum van tijd. Faut le faire! Wat een ‘magische’ man…

Wil je op Twitter gezag hebben, dan moet je als ietwat bekende persoon binnenkort een blauw vinkje kopen tegen 7,99 dollar per maand, liet Musk heel snel weten. Een paar dagen geleden klonk het al dat iedereen die maandelijkse som zal moeten neertellen, willen je tweets nog voor iedereen zichtbaar blijven (en niet verdwijnen zoals e-mails in een spamfolder, zijn vergelijking). Lang niet zeker dat dit zal doorgaan — Musk verandert vaker van gedacht dan van onderbroek —, maar als dat wel het geval is, dan valt te voorspellen dat Twitter zal leeglopen. Wie overblijft, koopt zich voor 7,99 dollar per maand het recht om luid te roepen, en dat mag zowel de waarheid zijn als een halve of hele leugen. Er zal toch niemand overblijven om het waarheidsgehalte van tweets te controleren. Twitter zal dan helemaal in handen komen van fake news-verspreiders, bedenkers en aanhangers van complottheorieën zullen in hetzelfde rad blijven draaien als hamsters in hun dagelijkse zinloze race naar nergens, de polarisatie zal met name in de Verenigde Staten alleen nog maar toenemen.

Als Twitter betalend wordt, geef ik mijn portie aan Fikkie, dat mag u gerust weten. (Hoor ik daar in de verte sarcastisch gejuich opstijgen?)

Apropos, Musk riep deze week — uiteraard via een tweet — op om op republikeinse kandidaten te stemmen tijdens de Midterms, omdat dit volgens hem democratisch interessanter is: zit er een democratische president in het Witte Huis, dan moeten het Huis van Afgevaardigden en de Senaat in meerderheid bevolkt worden door republikeinen, zo redeneert de man. Wat Musk propageert is niet een betere democratie, maar de totale blokkage, algemene chaos en nog meer polarisatie. Geniaal idee? Het is zijn manier van ‘denken’, met name: niet denken, gewoon eender wat doen.

Elon Musk doet in zijn communicatie heel sterk denken aan die andere roeptoeter in de States, Donald Trump. Nog zo’n man die met het geld van zijn rijke papa grote sier heeft kunnen maken, die tien ondernemingen opstartte waarvan er negen failliet gingen, die zelden of nooit belastingen betaalt, die als zittende president een coup probeerde te plegen, net wat Musk nu in Twitterland doet. In tijden van polarisatie zijn er heel wat simpele zielen die in al hun naïviteit meelopen in het spoor van dit soort schijnprofeten, terwijl linkere personages proberen een graantje mee te pikken zolang het goed draait. Bij de minste tegenslag zijn ze weer weg. Makkelijk zat. En Musk, die omringt zich, net als Trump, met jaknikkers, de beste garantie om bedrijven overkop te laten gaan. O ja, die andere sociale media-gigant, Mark Zuckerberg, blijkt zijn hand overspeeld te hebben met Meta, of hoe heet dat ding ook weer? De mensen willen misschien wel fake news of complottheorieën, waardoor ze per definitie in een soort virtuele realiteit terechtkomen, maar ze willen niet openlijk kiezen voor zo’n virtuele wereld.

Einstein was een genie, en Chaplin, en Edison (ook al was die vooral opportunistisch en handig), en Da Vinci, en nog heel wat andere kunstenaars & uitvinders. Musk is dat heel nadrukkelijk niet. Nikola Tesla, die was geniaal. Elon Musk niet. Dat is een voorlopig nog stinkend rijke blaaskaak met heel vervelende maniertjes en een veel te groot ego. Zijn magie beperkt er zich toe om de grond te verbranden waarop hij zich met geld van anderen mag voortbewegen, alsof het de napalm uitstrooiende Amerikaanse luchtmacht is ten tijde van de Vietnamoorlog. De tactiek van de verschroeide aarde is typisch voor après nous le déluge­-typetjes. Overmorgen interesseert hen niet, morgen hooguit een fractie van een seconde, alles draait rond vandaag. Voluntarisme is Musk vreemd. Als Elon Musk investeert in zonnepanelen en elektrische wagens, doet hij dat niet omdat hij wil helpen om de klimaatopwarming een halt toe te roepen, maar omdat hij er winst kan in maken. Op zich geen probleem, als dat ten goede van ons allemaal komt, maar de dag dat het lucratieve aspect verdwijnt, verdwijnt ook Musk, op zoek naar andere inkomensbronnen, of een andere dure hobby.

Kort voor de eeuwwisseling maakte ik voor wat toen nog De Financieel-Economische Tijd heette een reportage over Belgen in San Francisco en de Bay Area, in volle informaticabubbel. Een door de beursspeculanten gecreëerde zeepbel, zo zou kort daarna blijken, en dat kon zelfs een leek als ik toen reeds voorspellen. De piramides in Egypte blijven eeuwenlang overeind staan, zakelijke piramides storten echter vroeg of laat in. Benieuwd hoelang de zeepbel van Musk blijft rond dwarrelen.



Volgende »