Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Voornemens

Memories & mijmeringen, Samenleving Posted on do, januari 01, 2026 12:06:50

In de uitstekende tv-reeks Pluribus, te zien op Apple TV, wordt de mensheid overvallen door een buitenaards virus dat op dertien na alle bewoners van deze aardkloot besmet. Geen corona-achtig virus, dat tot veel ziektes en menselijk leed leidde, maar een goedaardig virus, zou je kunnen zeggen, want het tovert de mensen om in goedgezinde lieden, behalve dus die dertien. Iedereen weet alles over iedereen. Alle zeven miljard mensen zijn dus eigenlijk één mens geworden, maar dan in zeven miljard gedaanten. Wie immuun is gebleven voor het virus, loopt erbij als nurkse zeurpieten, met schrijfster Carol Sturka – uitmuntend vertolkt door Rhea Seehorn – op kop. In het eerste seizoen, dat negen afleveringen duurt, slagen de dertien er niet in een verbond te sluiten, tot – spoiler alert! – in de voorlopig laatste aflevering Sturka en een stuurse Colombiaan een atoombom bestellen om de zaak drastisch op te lossen. Come and see next season! (De reeks werd overigens bedacht door Vince Gilligan, die ons eerder besmette met de prachtseries Breaking bad en Better call Saul. De man is een kwaliteitslabel op zich.)

De vraag die gesteld wordt na het bekijken van de serie: is dit nu een utopie of een dystopie? Is dit de ideale wereld (iedereen blij en goedgezind) of is dit de hel (geen eigen wil meer)? Een boeiend uitgangspunt en op het eerste gezicht moeilijk te beantwoorden. Despoten die opeens lachend door het leven zouden stappen en niemand meer terroriseren, dat klinkt als de hemel op aarde, te mooi om waar te zijn. Dat we daarvoor onze eigenheid moeten opgeven klinkt dan weer als pure horror. Alle Menschen werden Brüder, maar dan veel te letterlijk opgevat. Alle Menschen werden ein Mensch.

U weet intussen dat mijn adagium geleend werd bij Groucho Marx: ‘I don’t want to belong to any club that accepts people like me as a member.’ Ik wil geen lid worden van een club die mij als lid accepteert. Anders vertaald: ik wil geen lid van een club worden. Ik wil een eenzaat blijven, een geconnecteerde eenzaat weliswaar. Ik heb nergens een lidkaart van: geen partij, geen vakbond, geen vereniging. Leven in een samenleving zoals die in Pluribus wordt voorgesteld zou dus de hel zijn voor mij. Ik wil niet alles van iedereen weten en ik wil zeker niet zoals iedereen zíjn. Laat mij maar eigenzinnig mijn gang gaan, met vallen en opstaan. Ik geloof niet in een ideale wereld. Ik geloof wel in idealen en in principes, die als niet-gelovige heilig zijn voor mij, en die principes lijken soms verdacht veel op de helft van de Tien Geboden. Niet alles wat uit religie voortspruit, is slecht en verwaarloosbaar. Ik heb mensen lief, ik heb vrienden, familie, ik zit niet als een of andere heremiet in een zolderkamer verscholen, maar laat mij alstublieft zoveel mogelijk mezelf zijn. Een eenmansfabriekje.

Ik heb een hekel aan goede voornemens, die dingen die één keer per jaar voorbij komen waaien en niet meer terugkeren tot de eerste dag van het volgende jaar. Toch is ‘zoveel mogelijk mezelf zijn’ meer dan ooit een voornemen. Na mijn annus horribilis, waarin ik de twee belangrijkste vrouwen uit mijn leven verloor, mijn echtgenote en mijn moeder, wil ik meer dan ooit Léven, met hoofdletter L. Ik wil lezen, reizen, tentoonstellingen bezoeken, nog meer reizen, naar concerten gaan, muziek beluisteren, opnieuw wat reizen, tv-reeksen als Pluribus ontdekken, met interessante mensen optrekken, heb ik reizen al vermeld? Maar ik wil niet in een keurslijf gedrongen worden, minder dan ooit tevoren zelfs. Ik heb het gevoel dat ik in 2025 alleen maar heb gegeven, nu wil ik ook némen. Gulzig zijn. Eerst aan mezelf denken. De hedonist uithangen. Epicurist zijn.

In deze oorlogszuchtige tijden, met enerzijds impulsieve en anderzijds imperialistische leiders, beide soorten uit op massale destructie en zelfverheerlijking, wil ik een tegenstem zijn, op mijn niveau, ergens diep verscholen in de krochten van het internet, een piepstemmetje op sociale media, maar wel aanwezig, al was het maar om mijn eigen geweten te sussen.

Als u het altijd oneens met me bent, zal ik u blijven ergeren, dat beloof ik hierbij plechtig. Als u geregeld denkt ‘Wat schrijft hij nou weer!’, zal ik u blijven kietelen. Als u het vaker eens dan oneens met me bent, zult u dikwijls instemmend knikken (hoop ik). Zwijgen is geen optie meer, zeker niet voor een linkse jongen die al te vaak en al te veel hoop heeft moeten opgeven in het leven. Ik wil tegen de windmolens van het egoïstisch denken en handelen blijven vechten, donquichotterig mijn idealen verdedigend zonder daarom een ideologische idioot te zijn. Ik wil een wereld die meer solidariteit vertoont, meer mededogen heeft, meer focust op wie het moeilijk heeft dan op wie in overvloed leeft.

Dus ja, toch een voornemen voor dit jaar. U hoort nog van mij. Een waarschuwing.



Kerstgedachten

Memories & mijmeringen, Samenleving Posted on wo, december 24, 2025 12:17:18

Vorig jaar was de toestand in míjn wereld zorgwekkend, met een doodzieke echtgenote en een moeder die lichte tekenen van fysieke en mentale achteruitgang begon te vertonen.

Vandaag moet ik verder leven zonder echtgenote en moeder, en is de toestand van dé wereld zorgwekkend. Of heb ik nu, door dat persoonlijke verlies, meer tijd om de actualiteit te volgen en was ook 2024 al een angstaanjagend jaar?

Gisteren was het precies honderd jaar geleden dat Benito Mussolini de absolute dictatuur installeerde in Italië. Vandaag wordt de democratie uitgehold door democratisch gekozen leiders. De dictatuur is niet veraf bij Orbán, Poetin en Xi Jinping, dat wisten we al. Maar ook in de Verenigde Staten is dat het geval, nochtans een van de bakermatten van de democratie zoals wij die kennen, honoreren en koesteren. Trump I had nog checks and balances en staatslieden die op het juiste moment staatsbelangen dienden en die boven de private wensen van een oranje narcist met een bespottelijk lange stropdas plaatsten. Trump II heeft die, in zijn ogen, vervelende hindernissen niet meer. Hier en daar is er nog een échte rechter die onafhankelijk optreedt en de Grote Leider openlijk tegenspreekt, maar zij vormen stilaan uitzonderingen. De laatste stuiptrekkingen van een rechtsstaat.

‘De wereld is om zeep, er gebeuren rare dingen rondom mij,zong mijn dorpsgenoot Urbanus (van Anus) vijftig jaar geleden al. ‘Helemaal om zeep en het laatste oordeel kan niet ver meer zijn’. Nu ben ik allesbehalve een religieuze mens en kan dat Laatste Oordeel mij gestolen worden, maar wat er nu allemaal gebeurt in Oekraïne, Gaza, Soedan of voor de kust van Venezuela heeft wel degelijk iets destructiefs, zoals we dat lang geleden ook dachten tijdens de Koude Oorlog, toen de grootmachten op een vingerknip – of beter: een vingerduw – van een allesvernietigende kernwapenoorlog stonden. Eind jaren 80 ontstond er hoop, valse hoop, voorbarige hoop, hoop uit verblinding, na de val van de Muur, de implosie van het Oostblok en het uiteenspatten van de Sovjet-Unie. U leest daar over dik twee maanden meer over in mijn nieuwe boek, De jaren 80. Wat waren we euforisch toen. Wat waren we naïef. Wat worden we graag om de tuin geleid als het dient om ons beter gezind te laten worden.

***

De kerstgedachte is ver weg. Het is (eindelijk) letterlijk koud, want die klimaatopwarming houdt geen rekening met traditionele seizoenen. Het is al een poos figuurlijk ijskoud, want leiders zonder empathisch vermogen stimuleren een leven zonder empathie. ‘De fundamentele zwakte van de westerse beschaving is empathie,’ bulderde de rijkste man ter wereld niet zo lang geleden en als híj, de op papier succesvolste man op deze planeet, het zegt, zal er wel iets van aan zijn zeker? Ik noem hem niet voor niets Muskolini. Onverlaat met poen, véél poen.

In de herberg, die inmiddels een brasserie is geworden, is geen plaats voor een jong koppel dat op het punt staat een kind te krijgen, zo’n eenvoudige timmerman vloekt met de gewenste clientèle. In de kribbe zijn de drie koningen niet welkom, migratie is immers verdacht, Anneleen Van Bossuyt komt persoonlijk het overhandigen van de geschenken tegen houden. Als er creatief wordt omgesprongen met de invulling van de kerststal in onze grootsteden, staan we op onze achterste poten, want: traditie, en die is heilig! Als er nood is aan de toepassing van de werkelijke kerstprincipes, geven we echter niet thuis. Dat is dan geen traditie. ‘Nodig eens een eenzame uit’, klonk het vroeger. ‘Laat hem maar op straat slapen’, klinkt het nu.

Een wereld zonder (internationale) solidariteit is een egoïstische wereld. Een wereld zonder empathie is een neoliberale ieder-voor-zich-wereld. Een wereld zonder mededogen is een zakelijke, kille wereld. Een wereld zonder verzet is een lamgeslagen wereld.

Als vele tienduizenden mensen op straat komen om te protesteren tegen de genocide in Gaza, wordt dat (terecht) een succes genoemd. Maar wat dan met die miljoenen anderen die daar niet mee op straat lopen, nooit iets laten horen dat op medemenselijkheid en protest lijkt, liever naar de zoveelste BV-afvallingsrace op televisie kijken? Originaliteit is aan die mensen niet besteed. Dat Average Rob overal in de media opduikt is een teken aan de wand: een teken dat wie of wat er echt toe doet, niet meer meetelt. Influencers hebben voor velen de plaats ingenomen van intellectuelen, doeners krijgen meer aandacht dan denkers, lachen met wie het moeilijk heeft, is populairder dan onze leiders bespotten, de hofnarren van tegenwoordig zijn slapjanussen die aan het handje lopen van wie ze zouden moeten belachelijk maken, ze spuwen mee naar beneden, laf als ze zijn.

***

‘Never wrestle with pigs. You’ll both get dirty, but the pig will love it’. Een uitspraak van de Britse auteur George Bernard Shaw. Gaat dat nog wel op? Moeten we misschien toch het gevecht met dat smerig varken aangaan, in de huidige context te vertalen als Trump, Poetin, Netanyahu? Als je níet met het varken vecht, doet het sowieso zijn zin. En wint het. Dan maar zelf de modder in en ons vuil maken, toch?

‘Never argue with stupid people, they will drag you down to their level and then beat you with experience’ is nog zo’n bekende uitspraak, dit keer van Shaws collega Mark Twain. Ook hier begin ik mij de vraag te stellen of je de discussie toch niet moet aangaan. Best niet op sociale media, want die lenen zich niet tot nuances, maar in het brede maatschappelijke spectrum is het nodig om flagrante onjuistheden recht te zetten. Anders wordt de onwaarheid, die nu in sommige kringen als waarheid wordt gezien, per definitie het uitgangspunt. Hoe vaker je de leugen herhaalt, hoe groter de kans dat die uiteindelijk als enige echte waarheid wordt omarmd. Hier ligt ook een immense verantwoordelijkheid voor de media, die maar wat graag de controverse aanwakkeren (clicks!) en nalaten hun job te doen: waarheidsgetrouw vertellen wat er gebeurt. Makkelijk scoren wordt door de bonzen aanbevolen, het is goedkoper dan op zoek gaan naar de werkelijke toedracht.

***

Dezer dagen vieren we de komst van de Verlosser, meer dan tweeduizend jaar geleden. Nogmaals, ik ben niet religieus, maar een verlosser – hij hoeft niet eens goddelijk te zijn – kunnen we goed gebruiken in dit tijdsgewricht. Iemand die opnieuw de christelijke waarden aanleert, die nu gretig misbruikt of geherinterpreteerd worden door steeds meer wereldleiders. Kerstmis staat voor hoop, liefde, nederigheid en eenvoud. Ik ken minstens één president die dit feest niet zou mogen vieren. Miljoenen anderen mogen zich ook eens bezinnen over de ware waarden van dit jaarlijkse feest dat steeds meer wegzinkt in een poel van hypocrisie en egoïsme.

‘Driving home for Christmas, with a thousand memories’, zo zong Chris Rea het een halve eeuwigheid geleden. Zelf heeft de Britse artiest die rit naar huis voor Kerstmis net niet meer gehaald dit jaar. Ik zal vanavond, na het kerstfeest bij familie in een steeds verder uitdunnend gezelschap waarvan ik plots zowaar de oudste ben, naar huis rijden met duizend herinneringen, vastberaden om er nog vele honderden aan toe te voegen. Hopelijk in een wereld die recht veert en terug wat menselijker wordt.



Oye como va

Memories & mijmeringen Posted on zo, november 30, 2025 10:37:56

Gisteren heb ik definitief afscheid moeten nemen van mijn moeder, Anna Rubbens (1931-2025). Ze werd net geen 94. Deze tekst heb ik voorgelezen op de afscheidsplechtigheid.

***

Sta me toe te beginnen met een bekentenis. Als ik naar het frituur ga, bestel ik altijd een ‘curryworst special’ met curryketchup. Het kan u misschien vreemd in de oren klinken bij deze gelegenheid en het zou ook zeer oneerbiedig zijn om mijn moeder te vergelijken met een curryworst, maar ze was zonder twijfel een ‘specialleke’.

De verhalen over haar jive-periode heb ik pas achteraf meegekregen, want dat speelde zich af vóór mijn geboorte, maar het moet wat geweest zijn, zo’n jonge vrouw die de hele avond op de dansvloer stond om te jiven op de swingende muziek uit de jaren 40 en 50. Dat jiven hield zo ongeveer op toen ik geboren werd. Bij deze: sorry, ma.

Niet dat ze niet meer danste. Als er ergens een bal was van de voetbalclub van mijn vader, dan was het wachten op twee fenomenen. Eén, het moment dat er een dansbare ‘rappe’ plaat gedraaid werd. En twéé, iemand die haar uitnodigde om te komen dansen. De vraag was nog niet gesteld, of mijn moeder stond al op de dansvloer. Ik heb haar altijd gekend als een vlugge, ongeduldige vrouw, maar op zo’n dansavond ging dat nog een stapje verder. Volgens mij staat het wereldrecord op de tien meter nog altijd op haar naam.

Tien meter, de afstand van haar stoel tot de dansvloer.

***

Ze was heel beschermend naar mij toe, haar enig kind. Dat was niet altijd even prettig, moet ik toegeven. En nu ik toch aan het toegeven ben: dat was vaak verschrikkelijk vervelend. Een vierjarige kleuter die aan de schoolpoort wordt afgezet, terwijl mama de boekentas draagt, dat is makkelijk. Een achtjarig jongetje dat tot aan de schoolpoort wordt gebracht en daar zijn boekentas wordt overhandigd, terwijl al die andere kinderen op eigen houtje ernaartoe zijn gestapt, dat is al ambetanter. Een elfjarige jongen die tot aan de schoolpoort wordt gebracht en die in de laatste rechte lijn ernaartoe de boekentas uit haar handen grist, om zich niet compleet belachelijk te voelen, dat is ronduit gênant. Blijkbaar vond ze dat dit zo hoorde. Of vreesde ze dat er mij onderweg iets zou overkomen. Ze zette haar enig kind onder een stolp, dan kon hem niets overkomen. Al goed dat ik met mijn bompa naar het voetbal mocht vanaf mijn zevende. Beerschot. Ze liep gelukkig niet mee tot aan de stadionpoort om mijn sjaal en voetbalpetje daar af te geven.

***

Ik heb weleens gebotst met mijn moeder in de loop van de jaren. Wie doet dat niet, trouwens? Maar het ergst was toch wel ergens in de eerste helft van de jaren 70. Ik begon eindelijk een goeie muzieksmaak te ontwikkelen. Een van de elpees die ik toen kocht was Abraxas van Santana. Een plaat met een uitklapbare hoes. Fantastisch mooi. En ook zo lekker om in twee handen vast te nemen, zo’n dubbele cover. Tot mijn moeder vond dat mijn kamer er een beetje kaal uitzag, we woonden toen nog in een appartement op de hoogste verdieping aan de Groenendaallaan 19 in Merksem. Ik kwam die namiddag thuis van school, zette mijn boekentas in mijn kamer en zag toen tot mijn ontsteltenis dat ze het stukje houten muur boven mijn bureau had opgefleurd met… jawel, de helft van de hoes van die plaat van Santana. Ze had die gewoon in tweeën geknipt. De ene helft zat tussen mijn platencollectie, daar zat de plaat dus nog in. De andere helft hing aan mijn muur. Ik ontplofte. Ik heb toen heel lelijke dingen tegen haar gezegd, dingen die niet voor herhaling vatbaar zijn, gelukkig zijn de feiten verjaard. Die plaat steekt nog altijd in mijn collectie. Als ik ze wil vastpakken, moet ik altijd zorgen dat ik ze helemaal meeheb en niet alleen de helft van de hoes. Met dank aan binnenhuisdecoratrice Anna Rubbens.

***

1975 was het Internationale Jaar van de Vrouw. Nu was mijn moeder allesbehalve een feministe, ze leefde nog echt volgens het principe ‘vrouw aan de haard’, tot haar zoon oud genoeg was om zelf heen en weer naar school te stappen. Dat gezegende jaar had ze met drie vriendinnen van mijn vaders voetbalclub afgesproken dat ze naar Londen gingen. Zónder mannen! Die waren zeer nadrukkelijk níet welkom. Women only! Dat vond ik – zonder dat ik haar dat ooit gezegd heb – best wel een moedig statement. “Hé, Jos Van Laeken, ik ben er ook nog en gij moogt een paar dagen koken voor de kleine!” Die kleine, ik dus, klaagde niet, want – om heel eerlijk te zijn – was mijn moeder allesbehalve een keukenprinses. Koken was werken voor haar, er moest iets op tafel getoverd worden en dat mocht liefst niet te veel tijd kosten.

***

In die jaren 70 zaten we altijd met zijn drieën tv te kijken in de Groenendaallaan. Mijn vader zat achteraan in de grote zetel. Ik zat rechts voor hem in een clubzetel, mijn moeder links voor hem. Er waren periodes dat ze allebei rookten, erg aangenaam was dat niet. En dan zaten we samen naar ‘den Ollander’ te kijken, want de programmering op ‘den BRT’ was weer ‘gene vette’. Op de Nederlandse televisie liep toen sterreclame, met Loeki de Leeuw. En we hielden toen een door mij georganiseerde wedstrijd om ter snelst raden voor welk product de reclamespot was. Ik won bijna altijd, tot op het punt dat ik nog de enige was die ‘Zeeuws Meisje’, ‘Miele’ of ‘Becel’ riep. De competitie viel stil. En ik vertrok stilaan de wijde wereld in, nou ja, Antwerpen en daarna het Pajottenland.

***

Samen met Nicole, mijn echtgenote, gingen we geregeld met z’n vieren iets eten. Mijn moeder stond erop om elke keer te betalen. Minutenlang bestudeerde ze de kaart om dan uit te komen bij de o zo voorspelbare bestelling waar Nicole en ik ons onderweg al vrolijk over hadden gemaakt: garnaalkroketten en tongetjes. Mét frieten!

***

De dood van mijn vader, in januari 2016, was een klap, maar al snel hervatte ze haar ritme van kuisen, boodschappen doen, tv-kijken, startend bij Blokken met Ben Crabbé. Een routine die ze aanhield, slechts onderbroken door een val van een ladder. Maar na een paar maanden revalidatie was ze weer niet meer te stuiten. Nicole en ik namen haar een paar keer mee voor een weekendje aan zee, ze stapte toen al met een rollator. Op bijna elk kruispunt moesten we mijn ma tegenhouden, of ze zou een flinke deuk in een auto hebben gelopen.

Onstuitbaar.

Tot ze begin februari dit jaar zwaar ten val kwam. En nog eens. Van ziekenhuis naar revalidatiecentrum naar woonzorgcentrum. Ze werd kribbig, kortaf, nog nerveuzer dan anders. Een oude boom verplant je niet, luidt het gezegde. Een ander gezegde had kunnen luiden: “Als Anna Rubbens niet meer zelf haar was, plas en kuis kan doen, loopt het niet goed af met haar.”

***

En daarom staan we hier vandaag. Het einde van een tijdperk. Ik ben officieel wees nu, of zeg je dat niet op je 66ste? U hoort zo dadelijk haar favoriete zanger, Nat King Cole, die haar favoriete nummer zingt, Unforgettable. Die titel zegt het al: op haar eigen, eigenzinnige manier was ze ‘unforgettable’, onvergetelijk. Maar als ik straks thuiskom, leg ik toch iets anders op de platenspeler: Abraxas van Santana. Ik ben heel blij dat ze de plaat zelf niet in twee heeft geknipt.

Oye como va, ma.

Het ga je goed.



Dagboek van een nachtmerrie

Memories & mijmeringen Posted on wo, september 03, 2025 12:16:27

Wat volgt is het relaas van het laatste jaar uit het leven van de persoon die mij het meest dierbaar is geweest: mijn lief, mijn levensgezel, mijn echtgenote, mijn soulmate Nicole De Coster. Na 35 jaar en 9 maanden samen heb ik haar zien aftakelen en uiteindelijk moeten afgeven. Uitgezaaide borstkanker. Ik ben haar man, chauffeur, kok, mantelzorger, persoonlijke steun en toeverlaat geweest. Ik schrijf dit niet om schouderklopjes te krijgen. Ik heb mijn uiterste best voor haar en voor ons gedaan, maar ik heb ook fouten gemaakt. Twee keer heb ik haar uitgescholden, terwijl ik had moeten beseffen dat het de medicatie was die haar dingen deed zeggen die mij kwetsten. Ontelbare keren heb ik ongeduldig en kribbig gereageerd, omdat ik hondsmoe was, maar ik wil dat niet als excuus gebruiken. Ik heb ontzettend veel mededogen en empathie getoond, en toch had het nóg meer kunnen, mogen en moeten zijn.

Deze tekst dient in de eerste plaats mijn eigen verwerkingsproces, noem het gerust egocentrisch, maar dit heb ik even nodig. Als u hem leest, apprecieer ik dat. Als u er iets aan hebt, zou ik dat nog veel meer appreciëren. Vandaag is ze er precies een half jaar niet meer. De tijd vliegt en hij staat stil. Cliché. Het leven gaat voort – nog zo’n huizenhoog cliché – en ik heb voor mezelf uitgemaakt dat ik ook voort wil, maar het is verdomd lastig. Maar nogmaals: dit gaat niet over mij, maar over haar, hoe een mens kan afzien, en hoe onmenselijk wreed en onwezenlijk dat is.

***

22-27 januari 2024

In de aanloop naar mijn 65ste verjaardag, op 27 januari, gaan we vijf dagen naar Parijs. We willen absoluut de overzichtstentoonstelling van Mark Rothko zien in de Fondation Vuitton. Die is overweldigend, briljant, uniek. We brengen ook bezoekjes aan het Centre Pompidou en het Musée d’Orsay, genieten van excellente lunches, lange wandelingen en elkaar. Vrijdagavond zijn we terug thuis, zaterdagavond hebben we geboekt in Sir Kwinten in Lennik, een restaurant met – op dat moment – één ster. Die middag sms’t Nicole me. ‘VEEL PIJN. Vertrek nu in edingen 15 min. Absoluut hulp nodig: veel in auto. Moet eerst zitten en rusten. Dan samen lunch maken.’

Het diner is uitmuntend. Nicole mag ons naar huis rijden omdat de begeleidende wijnen naar mijn hoofd zijn gestegen… Een mens wordt maar één keer 65.

***

30 januari

14.47u sms’en Nicole: ‘Lig al 20’ plat op bed. Stekende heup en rugpijn. Nochtans vooral gezeten mr wel op laptop gewerkt. Trekt maar heeeel traag weg…’ ‘Heup en beenpijn.’

Later die dag: ‘Terug gaan liggen want pijn gaat mr heel langzaam minder.’

Nog later: ‘Extreme pijn nu. Ga op biomat hopelijk helpt a liggen en b warmte. Voelt als messteken v heup tot scheenbeen.’

De volgende weken klaagt ze steeds meer over rugpijn. We denken: gevolg van de vele wandelingen in Parijs, met dagen boven de 15.000 stappen, veel meer dan we gewoon zijn. ’s Nachts staat ze soms op omdat de pijn niet te harden is. Ze schreeuwt het uit, zelfs zonder hoorapparaatjes hoor ik het. Een filmvoorstelling van Stop making sense, de briljante concertfilm met Talking Heads, in cinema Focus in Geraardsbergen moet ze voortijdig verlaten.

***

9 + 11 maart

Zaterdagochtend om 10.10u: MRI-scan in het ziekenhuis van Halle. ’s Avonds bekijkt Nicole de beelden. Na het vergelijken met internetbeelden van een hernia ligt de conclusie voor de hand: het is een hernia. Zeer pijnlijk, maar behandelbaar met een inspuiting. Maandag heeft ze een afspraak voor een vitamine c-infuus in de praktijk van orthomoleculair arts Proesmans in Vremde. Ze zal het daar vragen.

Ik rijd die maandag, omdat ze te veel pijn heeft. Dokter Proesmans kan het verslag van de MRI lezen: het is geen hernia, maar een tumor van 3,7 cm die tegen de rugzenuw drukt, ongetwijfeld een gevolg van de ingekapselde tumor die in maart 2016 in haar rechterborst ontdekt werd en die nu blijkbaar een uitweg gevonden heeft. De pijn is meteen verklaard, maar een inspuiting is niet de oplossing. Proesmans zegt dat een alternatieve aanpak niet meer zal volstaan, combinatie met conventionele geneeskunde (chemo) zal nodig zijn.

***

15 maart

Prachtig optreden van Rufus Wainwright in deSingel in Antwerpen. Nicole geniet met volle teugen, de pijn is door de medicatie grotendeels onder controle. Achteraf zegt ze: ‘Dit mag bij mij gedraaid worden.’ Ze bedoelt: op haar afscheid. Ik noteer in gedachten, al wil ik het liever niet geweten hebben. Ik zet het zelfs in de notities op mijn smartphone, tot ik beschaamd besef dat dit volstrekt belachelijk is: dit zal ik toch niet vergeten, zeker?

***

Tweede helft maart

Het ene onderzoek volgt de andere behandeling op. PET-scan, biopsie, grote bestraling om de tumor te verkleinen.

***

3-4 april

De uitslag van de biopsie is binnen en die klinkt verwoestend: triple-negatief niet-hormonaal (TNBC), de slechtst denkbare vorm van borstkanker. Een jonge arts in het Middelheimziekenhuis heeft maar één concreet voorstel: immunotherapie in combinatie met chemotherapie. Nicole wil er niet onmiddellijk op ingaan. Na enig nadenken zelfs helemaal niet. Het zal te veel inwerken op haar auto-immuunziekten (psoriasis, Hashimoto), oordeelt ze. Haar Amerikaanse integrative oncologist, die ze al jaren om de twee maanden online consulteert, bevestigt dit.

***

17 april

Afspraak om 11 uur bij een oncologe in het Universitair Ziekenhuis in Jette. We krijgen ruim een uur de tijd om de situatie te duiden. Nicole maakt zeer duidelijk dat ze géén chemotherapie wil. De oncologe noteert, maar riposteert niet. Ze maakt enkel de opmerking of de maag van Nicole al die voedingssupplementen die ze neemt, wel verdraagt.

***

24 april

In januari hadden we onze vakantie voor eind mei-begin juni gepland naar Dolo (om naar de Biënnale in Venetië te kunnen gaan) en Poppiano (Toscane, op driekwartier rijden van Firenze, een plek waar we al tig keer geweest zijn). We laten weten dat we onze vakantie moeten uitstellen wegens dringende behandeling Nicole en vragen of er een mogelijkheid is om de data te verschuiven naar de periode 27 augustus-14 september. Dat lukt wonderwel.

***

29 april

Afspraak bij een professor in Gasthuisberg (Leuven), voor een ‘second opinion’. De prof blijkt een arrogante kerel te zijn, die ongevraagd tussen neus en lippen meldt dat ze met haar type kanker nog gemiddeld twee jaar zal leven, met immuno- en chemotherapie kan daar nog één tot anderhalf jaar bij komen. We zijn beiden achteraf heel boos over deze ongevraagde informatie, Nicole wilde helemaal geen prognose horen. Hoe zit het dan met die wet op de patiëntenrechten?! Bovendien concluderen we synchroon: één tot anderhalf jaar extra als dit betekent dat je een flink deel van de tijd ziek bent door de chemo en dat die behandeling haar auto-immuunziekten zal verergeren, is geen echte bonus. Vergeet die ‘tweede mening’.

***

10 juni

9.15u: MRI-scan in UZ Jette. Om 16.20u nieuwe afspraak bij de oncologe. Nicole herhaalt dat ze geen conventionele behandeling wenst. De scan wijst uit dat er nieuwe metastasen zijn op verschillende locaties in haar lichaam. Er worden vijf bestralingssessies ingepland de dagen nadien. Bij een bespreking met een ervaren radioloog valt de term ‘palliatief traject’. Ik schrik. Nicole niet. Zij weet waar ze aan toe is.

***

3 juli

Nicole heeft pijn in haar lies en stuurt een mail naar de oncologe. ‘Met de huidige pijn en lage mobiliteit vraag ik mij ernstig af wat de precieze oorzaak van de pijn is, de evolutie is negatief. (…) Ik wil niet zo blijven rondlopen tot begin augustus.’ Geen antwoord (vakantie?).

Er wordt langs een andere weg een nieuwe PET-scan geregeld.

***

6 juli

Concert Anohni & the Johnsons op Gent Jazz. Nicole heeft veel moeite om op de tribune te geraken (twee trappen), maar geniet wel van het concert. Haar laatste.

***

16-19 juli

Ik haal een rolstoel op bij de apotheek in Galmaarden. Nicole is nu grotendeels immobiel.Een paar dagen later wordt er een bekkenscan gemaakt in Ninove. Als de oncologe twee dagen later de resultaten bekijkt, stuurt ze onmiddellijk een mail: ‘De kans op een fractuur rechter heup is groot, zodat ik u zou aanraden niet meer te steunen’. Zelfs gewoon rechtop staan vormt voortaan een risico. Haar heupkom is grotendeels weggevreten door kankercellen en dat valt niet terug te draaien, hoogstens te stabiliseren.

***

25 juli

Op de vraag van Nicole voor een nieuwe consultatie, stuurt de oncologe deze e-mail: ‘Het heeft geen zin dat we elkaar zien op de raadpleging daar u geen chemotherapie wil.’ Buitengewoon vreemd, na die twee eerdere, lange gesprekken, waarin Nicole had aangegeven geen chemo te willen. ‘Voor het pijnbeleid verwijs ik u door naar de radiotherapeut en Prof Distelmans’, schrijft ze nog. Nog vreemder is dat ze eerder diezelfde ochtend nog een eerder neutrale mail had gestuurd (‘U mag zich aanmelden op de radiotherapie om 15.00 uur.’)

Nicole laat weten dat ze de oncologe toch graag zou zien. Antwoord: ‘Omdat u geen efficiënte behandeling heeft, groeit de tumor gewoon verder (…). Monitoring van de ziekte kan best gebeuren met een pet ct scan.’

We zien wel om 14 uur een radiologe. Een nieuwe reeks van vijf bestralingen wordt gepland voor de week nadien.

***

2 augustus

Nicole heeft zich ingelezen over een oogarts die haar eigen moeder, kankerpatiënt, behandeld heeft met hyperthermie, een methode waarbij je in een bed onder een soort tentje gaat liggen met je alleen je hoofd bloot en er koorts wordt opgewekt. Koorts betekent dat het lichaam vecht tegen virussen, bacteriën en… kankercellen, leer ik. Nicole neemt contact op met dokter Wynants en maakt een eerste afspraak voor 12 augustus. Elke behandeling kost 350 euro. We moeten ervoor gaan, de financiële consequenties leggen we terzijde, ook al betekent dit in combinatie met de vitamine c-infuzen die ze nu twee keer per week krijgt 980 euro per week, bijna 4.000 euro per maand. Niet terugbetaalbaar, wegens niet-conventionele behandeling.

***

7 augustus

We zien ons verplicht onze vakantie naar Italië definitief af te gelasten. Nicole zal haar geliefde Venetië en Toscane nooit meer zien.

***

12 augustus

Vandaag start de combinatie vitamine c-infuus (Vremde) en hyperthermie (Hove), een hele afstand. Anderhalf uur heen, ruim twee uur (in de avondspits!) terug, niet comfortabel voor iemand die overal pijn heeft en voortdurend een bekkenbreuk riskeert. Maar ze heeft dadelijk een goed gevoel bij de gecombineerde behandelingen. En ze heeft ook een fijn contact met dokter Wynants, die net als Nicole hooggevoelig blijkt te zijn. We plannen de combinatie twee keer per week in vanaf nu. Al bijna twee maanden kan ze zich alleen maar verplaatsen als ik rijd.

***

17 + 23 augustus

Bij het nemen van een douche schuift Nicole van een plastic krukje. Ze roept nog ‘Help!’, maar ik kom te laat. Met heel veel moeite krijg ik haar via een poef, die ik centimeter per centimeter opschuif, op de rolstoel. Ze is geschrokken, maar de pijn lijkt mee te vallen.

Nieuwe afspraak bij de radioloog in Ninove. Ze heeft wel degelijk een breukje achteraan. De scan is een pijnlijke bedoeling, vooral op en af de scanplaat geraken. En achteraf maken we de bedenking dat dit eigenlijk zinloos is. De breuk moet hoe dan ook op natuurlijke wijze genezen.

***

Eind augustus

We beslissen om een traplift te laten installeren, zodat ze toch nog op de bovenverdieping geraakt. Beneden slapen is niet comfortabel. En we bestellen ook een op maat gemaakte rolstoel voor haar.

***

15 september

We maken een zondagse uitstap naar Knokke-Heist, haar tweede thuis, de plek waar haar moeder grotendeels opgegroeid is. We lunchen in La Rigue, het door Peter Goossens gesuperviseerde restaurant in La Réserve. We eten een veel te dure ‘sole meunière’. De eetlust van Nicole blijkt veel minder te zijn dan in het verleden. We wandelen langs het meer. En dan voer ik haar, mét rolstoel, langs de Lippenslaan. Daarna rijden we een stukje verder. Weer een lange wandeling, de rolstoelduwer voelt de meer dan 10.000 stappen in de kuiten, maar het belangrijkste is: Nicole geniet. De zon schijnt, het is misschien net iets te fris, maar dit is de plek waar ze altijd graag vertoefd heeft. We eten in de vooravond bij Marie Siska. Slotakkoord van wat haar laatste niet-medische uitstap zal zijn.

***

24 september

15.45u: CT-scan in het ziekenhuis van Geraardsbergen, omdat ze al een aantal dagen last heeft van pijnlijke schouderbladen. De scan wijst uit dat er breukjes zijn, ongetwijfeld een gevolg van woekerende kankercellen.

***

27 september

Nicole heeft gelezen dat het interessant voor haar zou kunnen zijn om een zuurstofkuur te volgen. We rijden naar een dierenarts in Jabbeke, die zo’n tent heeft staan. Omdat ze erin moet gaan liggen, is het allesbehalve pijnvrij. Haar uit de tent krijgen is helemaal een pijnlijke zaak. Het zal slechts twee keer lukken. We bekijken de mogelijkheden om een zuurstoftent te huren. We komen uit bij twee Nederlandse firma’s.

***

18-19 oktober

Installatie van de traplift op vrijdag. Levering van de zuurstoftent op vrijdag.

***

24 oktober

De op maat gemaakte rolstoel wordt thuis geleverd. Het traject van zetel naar toilet of eettafel en terug kan vlotter worden afgelegd.

Mijn nieuwe boek (De jaren 70) arriveert. Ik heb al een interview gedaan in De zevende dag, er zullen er nog andere volgen voor verschillende media. Telkens ik enkele uren van huis weg ben, vraag ik aan vriend(inn)en om bij haar te zijn en dringende noden op te vangen. Nicole kan nauwelijks nog zelfstandig functioneren. Ze zit/ligt/hangt in de zetel beneden, maar die is eigenlijk te hard om op te kunnen slapen – en zeker om er een hele dag op te vertoeven.

***

25 oktober

Afspraak bij een andere oncologe in Geraardsbergen. Ze aanvaardt Nicole als patiënte, we zijn verheugd opnieuw deskundige begeleiding te hebben.

’s Avonds is er een nieuwe MRI gepland in Halle, voor de pijn in haar schouderbladen.

***

30 oktober

Door hevige schouderpijnen voelt Nicole zich genoodzaakt om haar vitamine c- en hyperthermietherapieën af te zeggen. Er staan geen nieuwe afspraken in de agenda. Er worden er ook geen gemaakt. De therapieën worden noodgedwongen stopgezet, haar laatste hoop. Occasioneel zit ze nog wel anderhalf à twee uur in de zuurstoftent, maar ook dat moet worden afgebouwd, omdat ze geen twee uur kan zitten met haar schouders tegen een rugwand.

Dokter Wynants heeft me geleerd hoe ik groenten/fruitsapjes maak. Ik probeer dat thuis uit. 11.23u sms Nicole: ‘Sapje smaakt en verteert goed. Echt mijn redding smorgens –– dank u!!’ De sms is onze communicatievorm wanneer ik boven zit te werken of naar voetbal kijk.

***

6 november

Nieuwe scan in het UZ in Jette, vanwege de schouderpijnen. De scan wijst uit dat ze kankergerelateerde breukjes heeft in haar schouderbladen. Er wordt één bestraling geregeld. De twaalfde. De laatste.

***

15 november

Omdat ik al weken last heb van een pijnlijke linkerknie – ik vermoed: van het manoeuvreren met de rolstoel in en uit de koffer van de auto – laat ik een RX maken. Die wijst niet direct op een groot probleem, maar er wordt mij aangeraden een MRI-scan te laten maken.

***

21 november

In de voormiddag ga ik zelf naar de huisarts voor een bloedafname. Met een genetische aanleg tot het ontwikkelen van prostaatkanker in de familie langs vaders kant, is het nodig om waakzaam te zijn. De PSA-waarde is normaal, ook andere waarden zijn prima, behalve de cholesterol. Te hoog. Alwéér.

In de namiddag komt Jan van De Zorgcarrousel even langs. Het is duidelijk dat ik Nicole niet langer alleen kan verzorgen. Wassen wordt steeds problematischer, ze kan nauwelijks steunen en ik heb maar twee handen. We spreken af dat Jan en zijn collega’s Hamida en Rudy vanaf de week daarop drie keer per week zullen langskomen om 10.30u, om Nicole te wassen en voor medische opvolging. Ze heeft een grote doorligwonde op haar zitvlak: wat begon met minuscule wondjes is nu iets heel lelijks en pijnlijks geworden.

***

27 november

Op de middag komt Patricia van Omega langs, een organisatie die gespecialiseerd is in palliatieve begeleiding. Er is dadelijk een goed contact tussen Patricia en Nicole. Patricia is zowel kordaat (‘Jullie weten toch waar jullie voor staan?’) als empathisch. En haar aandacht gaat niet alleen naar de patiënt, maar ook naar de mantelzorger.

We schakelen de dag nadien ook een kinesist in. Maar door de immobiliteit van Nicole en het feit dat ze nauwelijks kan steunen, blijft het beperkt tot eenvoudige oefeningen. Na een handvol bezoekjes valt ook dit weg.

***

11 december

Omdat Nicole vanaf nu twee keer per dag een morfinespuitje nodig heeft, spreken we af dat de mensen van De Zorgcarrousel niet meer drie keer per week, maar drie keer per dág langskomen. Om 8.30u en 20.30u voor een morfinespuitje, om 10.30u om de gapende wonde aan haar zitvlak te verzorgen.

***

17 december

Er wordt alweer een nieuw ziekenhuisbed geleverd, met decubitusmatras (een alternerend systeem). Na drie à vier keer vergeefs een matras uitgeprobeerd te hebben, lijkt er eindelijk een gunstig resultaat te zijn. Hamida verplicht Nicole om in bed te gaan liggen en dus de (harde) zetel te verlaten. De doorzitwonde is volledig ontstoken. Ze moet dringend op haar zij gaan liggen. Dat betekent wel: om de twee à drie uur gekeerd worden in het bed, ook ’s nachts, wat ze zelf niet meer kan. Voordien belde Nicole me ongeveer elke nacht wakker wanneer ze pijn had of oncomfortabel lag, nu zet ik mijn wekker twee keer om haar te komen omdraaien. Dan nog belt ze soms nog eens om haar te komen helpen. Jan en Hamida komen nu vier keer per dag langs: om 16.30u om haar te komen keren. Het is een prettig moment, ondanks hun zware job waaien ze telkens vrolijk binnen. Heerlijke mensen.

***

21 december

We maken ruzie omdat Nicole iets nodig heeft en ik dat niet direct vind.

14.53u sms van haar: ‘Sorry schat. Dat was compleet ongepast van mij. Ik mocht mijn ongeduld niet op jou uitwerken en al helemaal niet over spullen die alleen ik uit elkaar kan houden.’

Ik: ‘Schrijf 100x “Ik zal het nooit meer doen”.’

Zij: ‘Je hebt vandaag al zetels staan heffen en versleuren en mij vd ene zitplaats nr de andere voorzichtig gezet. Niemand doet dat zo goed als jij.’ ‘Ik zal het nooit meer doen.’ ‘X 100.’

***

24 december

Terwijl Hamida Nicole verzorgt, wil ik snel even langs de apotheek om morfinespuitjes te halen, plus andere medicatie. De auto, die ik de dag voordien nog gebruikt heb, start niet. Ik bel naar onze garagist vlakbij: antwoordapparaat. Ik bel naar de garage waar we hem gekocht hebben: een bandje dat zegt dat ze met kerstvakantie zijn. Ik bel de verzekeringsmaatschappij (geen idee waarom ik dat doe), maar die kunnen me alleen via de app helpen, waar ik te weten kom dat ze me niet kunnen helpen. Ik ontplof. Dan valt mijn euro: ik moet Europ Assistance bellen, we zijn lid. Ze komen binnen het uur. In afwachting snel ik snikkend naar binnen, val Nicole in de armen en stotter: ‘Ik kan u nog niet missen, ik wil u niet kwijtraken!’ Zij, die zo ziek is, troost míj, in plaats van omgekeerd. Wanneer de man van Europ Assistance arriveert, is het euvel snel herstelt. Lege batterij. ‘Typisch Toyota,’ zegt de man. Ik kalmeer en rij naar de apotheek. Dit kon er even niet meer bij.

***

25 december

We nemen een filmpje op om de familie langs mijn moeders kant een prettig kerstfeest te wensen. Voor de tweede keer in 35 jaar zijn we er niet bij, de vorige keer was in coronajaar 2020.

***

26 december

Patricia van Omega komt langs om de toestand te evalueren. Ze merkt dat Nicole fel achteruit is gegaan ten opzichte van haar vorige bezoek een maand geleden. Ze beslist om regelmatiger langs te komen.

***

31 december

We wensen elkaar een gelukkig nieuwjaar, wetende dat het niet gelukkig zal worden. Nicole zegt dat ze het een wonder vindt dat ze Kerstmis en nieuwjaar gehaald heeft. Nu hoopt ze mijn verjaardag (27 januari) nog te mogen meemaken. Tranen rollen over mijn wangen.

***

2 januari 2025

13.28u sms Nicole: ‘Graag v boven meebrengen: uit buro. Kleurstiften, dikke en/of dunne ok. Leeg tegenblokje vierkant 20 x 20 ongeveer. Bruine kartonnen kaft. Ringband hele grote ringen.’

De komende weken zal ze slechts heel spaarzaam opnieuw beginnen te tekenen. (Het levert wel de tekening op die op de voorzijde van haar doodsbrief zal staan.)

***

6 januari

’s Avonds ga ik zelf voor een MRI-scan van mijn knie naar het ziekenhuis van Halle. Conclusie: een scheurtje in de linkermeniscus. Eenvoudig te verhelpen met een kijkoperatie, maar dan volgen wel enkele dagen revalidatie en nauwelijks mobiel zijn, wat ik me niet kan permitteren. Ik moet beschikbaar zijn voor Nicole.

***

7 januari

Omdat het vele opstaan ’s nachts mijn nachtrust compleet overhoophaalt, beslissen we om uit te kijken naar thuiszorg. Maar geen enkele organisatie heeft onmiddellijk iemand beschikbaar. Daar gaat de theorie dat je maximum voor drie nachten iemand kunt inschakelen en daar gaat ook mijn naïeve gedachte dat als ik twee verschillende organisaties zou inschakelen, ik eindelijk zes nachten per week zou kunnen doorslapen.

***

8 januari

7.18u sms Nicole: ‘Pijn Mij uit bed halen aub.’ Ik ga langs de huisarts voor aangepaste pijnmedicatie: de inhoud van de morfinespuitjes wordt verdubbeld van 5 mg naar 10 mg/spuitje.

De geplande PET-scan in het UZ moeten we afbellen: Nicole kan niet te lang in de auto zitten, vanwege pijn en haar doorzitwonde. Gevolg is wel dat we totaal geen beeld meer hebben van de evolutie van haar ziekte. De rationalist in mij vindt dat jammer, al weet ik eigenlijk wel beter. Er is geen weg terug en er is geen weg vooruit.

***

10 januari

Huisarts op bezoek. Nicole heeft een eenvoudig euthanasieverzoek opgemaakt (‘Ik, Nicole De Coster, wil euthanasie’, ondertekend op 1 januari), dat we hem overhandigen. Hij zegt dat het om een herhaald verzoek moet gaan en dat ze de volgende keer opnieuw een papiertje moet overhandigen. Ze krijgt een eerste Xgeva-spuitje, dat de botten moet versterken.

***

15 januari

Patricia van Omega stelt opname in de palliatieve afdeling van het Sint-Mariaziekenhuis in Halle voor, vooral om mij te ontlasten. Nicole ziet dat niet zitten, ik ook niet. Zowel zij als ik wil dat ze zo lang mogelijk thuisblijft.

13.25u sms Nicole: ‘Sinds ik neerlig loopt er geregeld vloeibaars. Jan ge-sms’t. Hij zegt: Tena broekje best (Maw: geen onderbroek met inlegkruis) Straks he…’

Vanaf nu draagt ze alleen nog pampers.

***

24 januari

Vandaag begint de voorverkoop van twee concerten van Van Morrison, mijn favoriete artiest. Ik zeg er niets van, maar ik kan het niet over mijn hart krijgen om maar één ticket te kopen. Dus koop ik er twee, voor de twee concerten nog wel, Antwerpen en Brussel. Nicole zou daar zeker op geriposteerd hebben. Ik weet dat het 99,9 kansen op 100 zonder haar zal zijn.

’s Namiddags komt de huisarts langs. We overhandigen hem de bevestiging van het euthanasieverzoek.

***

27 januari

Ze heeft mijn verjaardag gehaald! We zijn nu allebei 66. Met dat leeftijdsverschil – volle acht maanden! – heb ik haar 35 jaar lang liefdevol geplaagd. Nu spreekt Nicole de wens uit om het nog één keer lente te zien worden. Ik verbijt alweer de tranen.

***

28 januari

Er wordt een tweede (huur)rolstoel gebracht, zo kan ik de rolstoel die via de apotheek wordt gehuurd, eindelijk terugbrengen, al weet ik dat die tweede rolstoel werkloos bij het al even werkloze stoeltje van de traplift zal komen staan: in haar eigen bed slapen zit er niet meer in, de matras is niet voorzien op haar noden.

Nóg belangrijker: er is een nieuw kussen voor de op maat gemaakte rolstoel, ook zo’n alternerend systeem als het bed, waardoor ze langere periodes uit bed kan en in de rolstoel. Ze maakt daar ook gretig gebruik van. Ik kom twee (soms drie) keer naar beneden, haal haar uit bed, ze kijkt naar een aflevering van Frasier terwijl ik wat rust, ik leg haar terug in bed en ik probeer nog wat te slapen boven. Ik probeer een enkele keer beneden te blijven liggen, maar de zetel is inderdaad alleen maar geschikt om op te zitten, niet om urenlang ligcomfort te verzekeren.

***

30 januari

In de namiddag geef ik een lezing naar aanleiding van mijn boek over de jaren 70 in Schilde. Twee vriendinnen, Marie-Paule en Greta, wisselen af bij haar. Over de terugrit doe ik meer dan twee uur. Elke keer dat ik pendel naar Antwerpen – onder meer voor boodschappen voor mijn moeder van 93 – ben ik bang dat Nicole er niet meer zal zijn wanneer ik terug ben.

Van 23 tot 8 uur komt er eindelijk nachthulp: een Portugese mevrouw die – volgens Nicole – te veel babbelt. Om 6.30u word ik toch gebeld door Nicole om haar te helpen naar toilet te gaan. Echt doorslapen is niet gelukt.

***

1 februari

Mijn moeder belt: ze zegt dat ze gevallen is in haar appartement. Veel bloed, flink wat poetswerk. Maar ze is oké nu, zegt ze. Ik weet wel beter: ze verbloemt de zaken om mij, enig kind, niet ongerust te maken.

***

4 februari

’s Avonds word ik ongerust omdat mijn moeder nog niet gebeld heeft. We bellen elke dag kort, zodat ik weet dat ze oké is. Ze neemt niet op, noch op de vaste lijn, noch op de gsm. Ik probeer het na een halfuurtje nogmaals en dan geeft de vaste lijn een constant bezettoon. Ik vraag aan mijn nicht, die in Brasschaat woont, of ze toch even zou kunnen gaan kijken. Een uurtje later krijg ik telefoon: mijn moeder is opnieuw zwaar gevallen en raakte niet meer recht. Ze heeft wel de hoorn van de haak getrokken – wat de bezettoon verklaart – en slaagde er nog in om de deur van haar appartement te openen. Zeer tegen haar zin wordt ze door een ambulance weggevoerd naar het ziekenhuis.

***

5 februari

Ik ga op bezoek bij mijn moeder. ’s Avonds komt er een zorgkundige van een andere organisatie langs voor nachtzorg. In tegenstelling tot haar collega helpt deze Nicole wel uit bed, maar eigenlijk mag ze dat niet doen. Te groot risico op eigen blessures. Waar dient nachtzorg dan voor, vraag ik me af. Ik kan wel redelijk doorslapen dit keer.

***

7 februari

Huisbezoek dokter, hij geeft opnieuw een spuit met Xgeva. Over euthanasie wordt niet meer gepraat. Dat is procedureel geregeld, voor Nicole is het een geruststelling dat ze hiertoe kan overgaan als het echt niet meer gaat. Je hoort dat wel vaker: een goedgekeurde euthanasie-aanvraag als een soort verzekeringspolis.

***

10 februari

Patricia van Omega op bezoek. Opnieuw komt de morfinepomp ter sprake. Nicole wil er nog een nachtje over slapen. Ze zal uiteindelijk toezeggen.

***

11 februari

7.17u twee keer dezelfde sms van Nicole: ‘Kan je mij aub uit bed halen? Ik kan niet wachten op Jan. Sorry – te veel pijn.’

’s Avonds komt er een zorgkundige langs voor nachtzorg. Maar ’s anderendaags is de conclusie dat de hulpverlenenden niet kunnen of mogen doen wat ik doe: Nicole uit bed tillen en er weer inleggen, met risico op eigen rugblessures. Ik neem dit risico omdat ik geen andere mogelijkheid zie. Mijn welzijn is ondergeschikt aan haar comfort. Nachtverzorgers moeten zich aan regeltjes houden. Het alternatief zou een tillift kunnen zijn, een systeem om haar op te tillen en in bed te leggen, maar volgens Hamida van De Zorgcarrousel zou dit zeer belastend zijn voor Nicole. Het tilsysteem bestaat uit touwen die onder haar oksels worden bevestigd, haar opheffen zou veel pijn veroorzaken in haar uitgeteerde lichaam, niet in het minst aan de gevoelige schouderbladen. De conclusie is simpel en zet ik op mail: nachtzorg wordt na drie keer stopgezet. Ik ben de nachtzorg.

***

13 februari

Patricia van Omega komt langs voor de installatie van de morfinepomp: 250 mg/ dag.

***

14 februari

Een dag later wordt de pomp al bijgevuld. ’s Nachts lijdt Nicole verschrikkelijke pijn. Blijkt dat de pomp per ongeluk werd afgezet. Dat wordt ’s morgens door een alerte Hamida rechtgezet.

***

17 februari

Patricia van Omega komt de morfinepomp opnieuw vullen. Nicole zegt tegen haar dat ze schrik heeft om in te slapen en niet meer wakker te worden. Dat komt er nog bij: nauwelijks of niet eten was al een tijdje het geval, nu ook nauwelijks of niet slapen. En als ze dan een dutje van tien minuten doet en wakker schiet, voelt dat voor haar aan als volwaardige nachtrust en wil ze weer uit bed. Ik zeg haar dat dit niet kan (slecht voor de doorzitwonde), maar ook dat ik dit niet volhoud.

Om 18.26u stuurt ze een sms naar een vriendin die waarschijnlijk voor mij bedoeld is. ‘Komen halen auuub.’ Even later: ‘Pijn.’ ‘Hallo.’ ‘Gordijntjes.’ (Het signaal om de gordijnen te sluiten als het donker is geworden buiten.)

***

18 februari

Tussen 00.43u en 00.47u verstuurt Nicole zes WhatsApp-berichtjes naar mij (‘Pijn’, ‘Pijn benen’, ‘Pijn been’, ‘Probeer per pijn’ en tracht ze me twee keer te videobellen). Ze richt een community op in WhatsApp onder de naam ‘Pijn’. Ze is het enige lid.

***

21 februari

Patricia van Omega komt de morfinepomp vullen. Ze stelt nogmaals de palliatieve afdeling in Halle voor. Nicole zegt dat ze er een weekendje over zal nadenken. Ik zeg haar: voor mij moet je het niet doen. Patricia benadrukt dat het vooral nuttig kan zijn om mij meer rust te gunnen. Ik ben stikkapot, maar ik wil Nicole niet zomaar afgeven. Omgekeerd ook niet. Daar komt nog bij: dit is háár huis, zij heeft het ontworpen, de architect moest er vooral voor zorgen dat er steunmuren stonden waar die horen te staan. Ze wil afscheid nemen in háár domein. Ik begrijp dat. Ik wil dat ook.

De morfine zorgt voor hallucinaties, Nicole ziet ’s nachts dingen die er niet zijn. Ik probeer haar ervan te overtuigen dat ze hallucineert. Moeilijk.

***

22 februari

Om 7.11u belt ze naar overbuur en vriend Jan om mij wakker te maken. Ze zegt dat ze me vier keer gebeld heeft, maar dat ik niet reageer. Op mijn telefoon staan geen gemiste inkomende telefoontjes.

***

23 februari

’s Nachts belt ze allerlei onbekende nummers.

***

24 februari

Patricia van Omega komt langs voor de morfinepomp. Nicole laat weten dat de palliatieve afdeling geen optie is. Ik ben tevreden (maar ook nog altijd doodmoe).

Nicole belt ’s nachts tussen 3.04u en 3.13u 35 keer naar de gsm van onze garagist. Verwarde ze Van Laeken met Vanbelle? Onmogelijk, bijna, want in haar telefoonlijst sta ik bij de A: haar dierbaren stonden daar met hun naam waar een A was voor geplaatst, om hen snel en makkelijk terug te vinden. Diezelfde nacht belt ze trouwens ook drie keer naar zichzelf en één keer naar Patricia van Omega en naar het vaste nummer van de garagist.

***

25 februari

Ze kan de afstandsbediening van de televisie niet meer hanteren. Haar telefoon evenmin. Ontgrendelen (met een vingerdruk) lukt niet meer. Code intikken evenmin. ’s Nachts kijkt ze zonder ook maar een seconde te glimlachen naar een zoveelste aflevering van Frasier.

***

27 februari

Patricia van Omega komt de morfinepomp vullen. Ze stelt haar collega David voor, die haar zal vervangen tijdens de krokusvakantie. Patricia stelt ook voor dat Nicole ’s avonds een Temesta moet nemen, zodat zij kan doorslapen. Het is vooral voor mijn nachtrust bedoeld.

Ik ga op bezoek bij mijn ma. Ik spreek met de dokter op de geriatrie-afdeling van het ziekenhuis af dat ze niet naar de revalidatieafdeling gaat, maar dat ze naar huis mag. Dat zal heel snel kunnen gebeuren. In principe morgen al, maar dat lukt niet, omdat de vriendinnen van Nicole toevallig niet kunnen.

’s Avonds geef ik Nicole een hele Temesta. 2,5 mg, maar ik ken daar niets van. Zéér zwaar, wordt mij achteraf gezegd. Nicole slaapt snel in, maar ik zet toch mijn wekker. Omdat ze ’s nachts heel diep slaapt, word ik ongerust. Méér nachtrust voor mij? Minder… In totaal zal Nicole bijna 18 uur slapen. Voor het eerst (en het laatst) ben ik boos op Patricia.

***

28 februari

Ik bestel tickets voor het concert van Neil Young in Brussel. Twee…

Ik heb me vast voorgenomen om Nicole geen Temesta meer te geven, maar ’s avonds is ze zeer onrustig. Ik beslis om haar een halfje te geven, iets meer dan 1 mg. Nu slaapt ze normaler. Al blijf ik bijzonder ongerust en heb ik een schuldgevoel omdat ik haar verdoof.

***

1 maart

David van Omega komt de morfinepomp bijvullen.

Ik mag mijn moeder ophalen in het ziekenhuis. Onze overbuurvrouw en vriendin Lut heeft Nicole al een paar weken niet gezien en schrikt als ze haar ziet: zó mager. Een verschrikkelijk zicht, maar ik ben het, helaas, al gewoon.

Ik ben nauwelijks vertrokken of de onderbuur van mijn moeder belt: de lift is stuk in het gebouw. Ik zal dus met een 93-jarige vrouw die twee keer zwaar is gevallen en bijna vier weken in het ziekenhuis heeft gelegen, te voet naar boven mogen, drie verdiepingen hoog. Het kan er nog maar bij. Zodra ze zich een beetje heeft geïnstalleerd, wil ik snel weg. Opnieuw die angst dat ik Nicole niet meer levend zal zien. Nicole krijgt nu een infuus met glucose, omdat ze nauwelijks nog kan drinken.

’s Avonds is ze bij bewustzijn, maar heel verward. ‘Help mij, help mij, help mij’ blijft ze herhalen. Ik vraag haar wat ik moet doen: uit bed, ander tv-programma, babbelen, op haar andere zij draaien? Maar ze blijft maar ‘Help mij, help mij, help mij’ zeggen. Wil ze dat die euthanasie geregeld wordt? (Ik zal het helaas nooit weten.)

Wat ze ook minutenlang prevelt: ‘Beuvreud, beuvreud, beuvreud’. Ik maak woordassociaties en bedenk plots dat ze alleen medeklinkers gebruikt: ‘bvrd’. ‘Bevrijd?’, probeer ik. Ze knikt heftig. Wat bedoelt ze: ‘Bevrijd mij’? Of: ‘Ik voel me bevrijd’. De onwetendheid knaagt aan mij. Ik zet haar even in de rolstoel, maar ze kan zich niet meer vastklampen en dreigt voorover te stuiken. Ik beslis om haar een kwartje Temesta te geven. ‘Heb je de pil al doorgeslikt?’ vraag ik. ‘Nee nee,’ antwoordt ze, als was ze een opstandig kind. Ze slaapt toch in. ’s Nachts blijft ze doorslapen.

***

2 maart

Ze wordt niet meer wakker, verkeert in een soort comateuze toestand. Omdat haar infuus leeg is, snel ik naar de apotheek van wacht, die mij een infuus-met-glucose verkoopt waarvan de houdbaarheidsdatum al in… 2020 bleek afgelopen. De apothekeres merkt haar vergissing, wil me mijn geld teruggeven, maar ik wil zo snel mogelijk naar huis. Jan van De Zorgcarrousel zegt dat hij het nog zou riskeren met een infuus dat een paar maanden voorbij datum is, maar geen vijf jaar. Dus ga ik een infuus halen in een andere apotheek van wacht, zonder glucose dit keer. En ik bestel er twee mét glucose die ik de loop van de namiddag kan ophalen. Dat doe ik ook.

Nicole is nog altijd niet wakker. Ik bel onze close vrienden – Marie-Paule, Greta en Marc, Lut en Jan – en zeg dat ze best kunnen langskomen als ze Nicole nog één keer willen zien. Dat doen ze ook. Nicole ademt rustig, terwijl we stilletjes praten en waken.

***

3 maart

Nicole ademt nog altijd. Luid genoeg om gehoord te worden, maar het is niet die afgrijselijke doodsreutel die ik negen jaar geleden de laatste uren van mijn vader hoorde. Ik weet niet of ik moet geloven dat mensen in een comateuze toestand in staat zijn om te horen wat er gezegd wordt, maar ik leg even alle rationaliteit van me af en zeg wel honderd keer dat ik haar graag zie. Een miljoen keer te weinig.

Ze wordt om 10.30u gewassen door Hamida, laat nog een tegenpruttelend geluid horen als ze wordt aangekleed en in bed gelegd. Ik bel met de huisarts, wil hem zeggen dat hij waarschijnlijk vandaag zal moeten langskomen om haar dood vast te stellen, maar die is een weekje met vakantie, meldt zijn antwoordapparaat. Ik word doorverwezen naar een vervangdokter. Ik krijg een oude, krakende stem te horen van iemand zonder greintje empathie. ‘Hmm’, ‘Ja’, ‘Bel me maar terug als het zover is.’ Schoft, denk ik.

Vriendinnen komen afscheid nemen. Ik bel haar zus en haar broer. Haar broer komt samen met zijn vrouw en zijn middelste dochter, de lievelingsnicht van Nicole. Ik heb een kamerscherm geïnstalleerd tussen de eetruimte en het salon, waar het ziekenhuisbed staat, om de confrontatie niet te hard te maken. Ik verwittig hen dat ze zullen schrikken bij het aanzicht. Ze schrikken.

Haar zus belt pas een uur later terug, haar gsm was even niet in de buurt. Zij komt samen met haar zoon. Pas om 14 uur arriveren ze. Zelfde reactie: ik waarschuw hen dat ze zullen schrikken, ze barsten in huilen uit. Ik bied hen iets aan om te drinken. Een koffie en een thee. Ik maak die klaar en begin te vertellen over wat er in dat laatste jaar allemaal gebeurd is, maar terwijl we richting Nicole wandelen val ik plots stil: stilte. Geen geadem meer. Hoe rationeel ik doorgaans ook ben, begin ik ‘Colleke, Colleke’ te stamelen, in de onrealistische hoop dat er iets van antwoord zal volgen. Nicole is er niet meer. Het is kwart over twee.

Ik bel de vervangende dokter. ‘Ik ben er over een uurtje,’ zegt die. Het blijkt inderdaad een tachtiger te zijn, gepensioneerde huisarts, boertig. Hij kijkt even van ver naar het bed, zonder de moeite te doen om de polsslag te meten en gaat dan aan tafel formulieren invullen. Ik zeg hem dat ze om kwart over twee gestorven is. Hij kijkt op zijn horloge en zegt: ‘Ik zal 15 uur opschrijven.’ Ik ben te murw om hem van antwoord te dienen. Een ‘gecondoleerd’ of iets dergelijks kan er niet af. Hufter.

Gelukkig zijn ze bij de begrafenisfirma uit Galmaarden beter opgevoed. Even kijk ik vreemd op, wanneer ze vragen of ik kleren heb voor Nicole. Om gecremeerd te worden? Ik mor niet, overhandig wat van haar lievelingskleren. Ik praat wat met de vriendinnen die intussen gearriveerd zijn, bel met mijn moeder, mijn nicht, de schoonzus van Nicole en onze nicht, sms de overburen, en dan zie ik dat de brancard met daarop een dichtgeritste zwarte plastic zak wordt buitengereden. Een onwezenlijk beeld. Het zoveelste op minder dan een jaar tijd.

Daarna bespreek ik met de mevrouw van de uitvaartfirma de modaliteiten voor de afscheidsplechtigheid. Crematie, aula, fotocollages op muziek. Ik ben voorbereid: de laatste weken heb ik alle foto’s verzameld, haar lievelingsmuziek geselecteerd, teksten geschreven, hoe misplaatst dit ook kan lijken, iets schrijven over iemand die nog leeft. Maar ik wist wat er op komst was en ik wist niet of ik in staat zou zijn om teksten te schrijven na…

Ik stuur e-mails rond naar familie, vrienden en kennissen, post afscheidsberichten op Facebook en Bluesky. Heel wat mensen schrikken op: ze wisten niet eens dat Nicole ziek was. Ze pakte daar niet mee uit, wilde niet als patiënt gezien worden, hield daarom bijna iedereen – op de close vrienden en vriendinnen na – op afstand.

***

4 maart

’s Nachts slaap ik voor het eerst sinds lang zonder wekker. Toch word ik twee keer wakker. Een nieuw bioritme. ’s Morgens is een van de eerste beelden die ik zie dat lege ziekenhuisbed beneden. Ik bel onmiddellijk naar de verhuurder. En opnieuw krijg ik een koude, kille, empathieloze stem aan de lijn. Het bed zal de dag nadien worden opgehaald.

***

8 maart

We nemen afscheid van Nicole in de aula in Galmaarden. Ik heb twee teksten geschreven. Eén waarvan ik weet dat ik die niet zal kunnen brengen, die wordt voorgelezen door de mevrouw die de plechtigheid leidt. De andere heb ik vijf of zes keer hardop geoefend, zodat ik die haast uit het hoofd kan opzeggen. Ik sla me erdoor. In de dagen voordien heb ik een website voor haar gecreëerd en een Spotify-lijst met haar favoriete muziek samengesteld.

Alles om het rouwproces nog even uit te kunnen stellen. Maar hoezeer je het zwarte gat ook voor je uit probeert te duwen, het is er wel. En het is groot, want zo groot is de leemte die Nicole De Coster achterlaat.



Tel uw zegeningen

Memories & mijmeringen Posted on za, maart 08, 2025 16:13:25

(Voor Nicole De Coster, 1958-2025)

‘Count your blessings’, zeggen de Engelsen.

Tel uw zegeningen.

Wanneer Nicole in haar meest donkere momenten de voorbije maanden nóg maar eens herhaalde dat haar leven toch niet zoveel had voorgesteld, probeerde ik haar voor te spiegelen wat ze allemaal beleefd had en wat wij sámen beleefd hebben.

Ja, ze vond opgroeien in Halle niet zo prettig, ze had liever iets ernstigs of iets creatiefs gestudeerd, ze vond haar werkomgevingen soms weinig inspirerend en ze moest veel te vroeg afhaken door een burn-out, maar er was zoveel meer dat wél de moeite waard was.

En ik heb het dan niet eens over die 35 jaar en 9 maanden samen.

***

Ik leerde Nicole rockconcerten appreciëren. Zelf was ik een laatbloeier, pas op mijn 24ste ging ik voor het eerst naar een festival, Rock Werchter. Maar van dan af was ik niet weg te slaan uit de Vooruit in Gent, de Brielpoort in Deinze of Vorst Nationaal. Op 15 juni 1989 nam ik mijn aarzelend nieuw lief mee naar Paul Simon in de betonnen bunker van Vorst. Die aarzeling verdween vrijwel onmiddellijk door de Zuid-Afrikaanse tonen die op het podium geproduceerd werden. Al heel snel bleek dat ze iets losser in de heupen zat dan deze stijve jongen. Kan ook moeilijk, ik ben een hark.

Festivals als Torhout-Werchter of Peer vond ze net iets te druk, maar voor optredens waarbij je als toeschouwer in een pluchen zetel mocht plaatsnemen, was ze zeker te vinden. Antony and the Johnsons in de AB, wow. Richard Hawley in de Stadsschouwburg in Brugge, magisch. Elbow in de AB, fantastisch. Ron Sexsmith in een achterafzaaltje van de Arenbergschouwburg in Antwerpen, geweldig. Elvis Costello vanop de eerste rij in het Koninklijk Circus in Brussel, heerlijk. Nick Cave vertellend, vragen beantwoordend en zingend in De Roma, onovertroffen. Rufus Wainwright vorig jaar nog in deSingel, amai! Al die topartiesten die naar het Openluchttheater Rivierenhof in Deurne kwamen, uniek. Richard Thompson, Mercury Rev, Steve Winwood, Willy DeVille, Mavis Staples, noem maar op.

En natuurlijk nam ik haar steeds mee naar optredens van míjn favoriete artiest, Van Morrison. Zo’n vijftien keer moet ze hem samen met mij gezien hebben en hoewel dit juridisch ongetwijfeld mag gecatalogeerd worden onder ‘ontvoering’, waren het telkens toch ‘fantabulous nights to make romance’.

O ja, we zagen ook Miles Davis in een oude cinemazaal in Luik, een jaar voor hij het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Geen memorabel optreden, maar erbij zijn was natuurlijk op zich al memorabel, achteraf bekeken.

***

Nicole leerde míj moderne dans kennen. Anne-Teresa De Keersmaeker, William Forsythe, Pina Bausch en vooral: Sidi Larbi Cherkaoui. Belgische wereldklasse, van wie we bijna alles gezien moeten hebben. Een keer of tien per seizoen gingen we naar deSingel in Antwerpen, voor moderne dans en muziek. Topevenementen.

Daar paste een etentje vooraf bij in het Grand Café. Het opzet was telkens: dit keer laten we ons niet vangen, we eten alleen maar een hoofdschotel. Maar als op het eind de rekening kwam, stonden daar onveranderlijk drie gangen op.

Dat culinaire was een gezamenlijke passie geworden. Nicole had in de jaren 80 haar eigen macrobiotisch restaurant, zelf vond ik Pizzaland en Quick in die tijd al ‘high brow places’. En de keuken in de Steenbokstraat 32, uiteraard, onze gemeenschapswoning in de Antwerpse wijk Zurenborg, toen nog verloederd en onhip.

Ooit hadden mijn grootouders langs vaders kant voor één of andere huwelijksverjaardag de familie uitgenodigd voor een diner in en op La Pérouse, de driesterrenboot op de Schelde, maar ik weet daar verdorie niets meer van. Schande!

Maar toen ik in 1996 bijna een eerste lening had afbetaald, zes jaar na het mislukte festival Flanders Pop – zeg gerust: Flanders Flop –, gingen we voor het eerst met vakantie naar Toscane en dineerden we luxueus in de Enoteca Pinchiorri in Firenze. Wisten wij veel dat dit een zéér gereputeerd etablissement was. Een jaar later was ook die tweede lening afbetaald en vierden we dat, op mijn kosten, in de Comme Chez Soi, toen nog met Pierre Wynants in de keuken en drie sterren in de Michelingids.

We gingen zelfs culinaire recensies schrijven voor het maandblad Imediair. Eigengereid als we waren bezochten we de ene maand Comme Chez Soi en de maand nadien Beni Falafel, een sjofele maar wel zeer lekkere joodse fastfoodzaak in Antwerpen. Eén keer stoof een boze chefkok van een restaurant met één ster naar de redactie van Imediair, toevallig gelegen in dezelfde straat als het restaurant, na een aangebrande recensie van ons.

Vrolijke tijden.

***

Omdat ik als freelance journalist het nuttige aan het aangename wilde paren, koppelden we reizen en lekker eten aan het schrijven van artikels daarover. Zo bracht het artikel op zich weinig of niets op, maar kostte de reis ook veel minder of zelfs helemaal niets. Dat bracht ons in Firenze, Venetië, Bazel, drie keer New York, San Francisco, enzovoort.

Op onze eerste New York-reis, in juni 1997, zagen we Woody Allen klarinet spelen in de balzaal van een luxehotel, stonden we achteraf aan datzelfde hotel tussen de paparazzi te wachten op de komst van prinses Diana, twee maanden vóór haar fatale auto-ongeval, gingen we naar Lou Reed in een zaal ter grootte van een halve AB – Lou Reed in New York, kan het beter? –, keken we met open mond naar de jaarlijkse parade van homo’s en lesbiennes op Fifth Avenue, waren we getuige van de jaarlijkse samenkomst van Harley Davidsonbikers in Little Italy, genoten we van hoogstaande kunst in alle op zo’n Big Apple-trip verplichte musea – oh, Kandinsky in het Guggenheim! –, lieten we ons bedwelmen door die fenomenale stad.

In 1999 wilden we onze grote vakantie spenderen in Baskenland en Catalonië. Ik had uitgevogeld dat er drie driesterrenrestaurants in heel Spanje waren, één in Baskenland, twee in Catalonië. Dus lunchten we bij Arzak in San Sebastián en zaten we zowaar op een zaterdagavond te dineren bij El Raco de can Fabes in een petieterig Catalaans dorp. Maar in het derde restaurant raakten we maar niet binnen. Bij het derde, bijna smekend telefoontje gaf Nicole toe dat we journalisten waren. Een tafeltje onder een trap volstaat voor ons, zei ze. En zo zaten we op een middag – écht waar! – aan een tafeltje onder een trap in El Bulli, in de baai van Cala Montjoi. Hét restaurant waar je als culinaire liefhebber ooit moest geweest zijn. Wij wáren er. Dat we diezelfde avond ook gereserveerd hadden in een driesterrenrestaurant in Montpellier, ach ja, een mens moet dat ooit gedaan hebben: zes sterren op één dag. Ik kan u verzekeren: het is stoempen.

We zijn nog wel vaker teruggegaan naar El Bulli, een restaurant dat slechts zes maanden per jaar open was, op den duur alleen nog maar voor het avondeten. 80.000 aanvragen kregen ze daar per jaar en wij wisten ons daar jaar na jaar tussen te wringen. We mochten de chef, Ferran Adrià, een keer of zes interviewen in zijn heiligdom, de keuken. Toen Nicole eens voor het werk in Madrid moest zijn, liep ze daar toevallig Adrià tegen het lijf, die haar spontaan omhelsde, tot grote verbazing én jaloezie van haar Spaanse baas, die mocht toekijken. In totaal zijn wij – ik verwittig u, nu wordt het pocherig! – elf keer naar El Bulli geweest. Élf. Als dat geen zegening is. Een theatrale culinaire beleving, uniek, heerlijk, we werden er behandeld als vrienden aan huis.

Beter wordt het niet.

***

Toscane werd onze vaste pleisterplaats. Telkens naar hetzelfde verblijf, op driekwartier rijden van Firenze, de verbluffend mooie stad waar ik als een echte Florentijn rondreed: zigzaggend, toeterend, gesticulerend en voortdurend ‘Stronzo!’ roepend. In andere omstandigheden vond Nicole dat ik meestal net iets te snel reed, in Firenze zei ze daar niets van. Dit was ónze stad.

Naar onze vaste parking, een koffietje drinken in onze vaste bar, lunchen in de Cantinetta dei Verrazzano, kuieren tussen de eeuwenoude monumenten, museumpje meepikken, ha, la vita è bella.

Venetië werd een andere lievelingsstad. Om de twee jaar trokken we er naar de Biënnale. Op het einde van zo’n Italië-reis stopten we altijd in Riehen, een voorstadje van Bazel. Daar bevond zich ons favoriete museum: de Fondation Beyeler. Na ons ondergedompeld te hebben in moderne kunst, konden we met een gerust gemoed huiswaarts keren.

***

Theater, film, dans, tentoonstellingen, klassieke concerten, jazz, Lou Reed en Woody Allen live in New York, Firenze, Venetië en tutti quanti. En vorig jaar nog die overweldigende Rothko-overzichtstentoonstelling in Parijs.

Tel uw zegeningen.



Lege handen

Memories & mijmeringen Posted on di, maart 04, 2025 07:16:51

(Voor Nicole De Coster, 1958-2025)

Bruinbrood. Dat wekte haar interesse in 1986, toen ik bij Dolmen Computer Applications werkte en zij heel eventjes in hetzelfde gebouw actief was. Terwijl het niet eens mijn verdienste was, dat bruinbrood. In die periode woonde ik samen met vier andere mannen en één vrouw in een gemeenschapshuis op Zurenborg, op dat moment nog een enigszins verloederde wijk in Antwerpen. Tussen alle ongezonde gewoonten door aten we wel bruinbrood in dat huis. Ik weet niet wiens keuze dat was, maar het is dus de verdienste van die huisgenoot dat Nicole überhaupt geïnteresseerd raakte in mij. Waarvoor dank. Voor de rest vond ze mij nogal ‘ne zure’.

Na het bruinbrood kwam het droog brood: in mijn vrije tijd startte ik met het managen van jonge Belgische bands. Moondance heette ons management- en boekingskantoor, waaruit meteen mijn voorliefde voor Van Morrison bleek, maar een succes was die episode niet. Het kostte mij meer dan het opbracht. Slechte manager, wellicht. Of gewoon té eerlijk voor deze wereld, dat kan ook.

Een optreden van Nightcrowd Bluesband in de Brusselse kroeg Grain d’Orge bracht ons voorjaar 1989 opnieuw samen. Daarvoor kregen we een zetje van Kristin, collega van mij bij Dolmen, die zelf bevriend was geraakt met Nicole en die dacht dat Nicole en ik weleens een schoon koppel zouden kunnen vormen. Een handig opstapje dat ons allebei, twee singles die niet graag alleen waren, goed uitkwam.

***

Ergens in de tweede helft van de maand mei van datzelfde legendarische jaar 1989 organiseerde Nicole in haar piepkleine flat in Halle een verjaardagsfeestje, voor haar 31ste. Het krioelde van het sympathieke volk in de living, het minikeukentje, de hal en op het balkon. Ik bleef tot op het eind en dat vond Nicole tegelijk interessant én gênant. Alléén met die Antwerpenaar, neen, dat was nog te vroeg, vond ze. Dus vroeg ze een vriendin om ook wat te blijven. Terwijl – u moét me geloven! – ik alleen maar bleef om de vaat te doen of af te drogen, welopgevoede jongeling die ik was.

Toen het laatste afgedroogde bord eindelijk in de kast stond, werkten de twee dames mij vriendelijk doch kordaat de deur uit, niet zonder dat ik een afspraakje had gemaakt om de week nadien samen naar de film te gaan, zónder die vriendin voor alle duidelijkheid. De keuze viel op Another woman van Woody Allen, ergens in Brussel. Een serieuze film, zowaar, beetje psycho-analytisch, met Mia Farrow, toen nog de geliefde van Woody Allen, in de hoofdrol. Zelf speelde hij voor één keer niet mee.

Heel eerlijk: een pretentieuze, saaie film. Maar dat gaf geen van ons beiden toe. Je werd niet geacht om Woody Allen in de jaren 80 slecht te vinden in intellectuele kringen, dus maakten we onze eigen pseudo-psychologische analyse achteraf.

***

Ik had Nicole die avond opgepikt aan het station van Halle. Ze kwam van het werk en had net nog wat boodschappen gedaan, die gingen netjes in de koffer van mijn snelle Golf. Na de film gingen we nog iets drinken en bracht ik, gentleman die ik was, haar daarna naar huis, want ’s anderendaags was het werkdag voor ons beiden. Ik had net haar boodschappen uit de auto gehaald, één tas in elke hand, toen ze me diep in de ogen keek en me innig begon te zoenen. Daar stonden we dan, die 1ste juni 1989, zoenend alsof ons leven ervan afhing en toch voelde ik me een beetje een schlemiel, zeg maar: de Woody Allen van dat moment, met die twee boodschappentassen waardoor mijn handen niet vrij waren om haar te omhelzen.

Een week later nodigde ze me uit om spaghetti te komen eten. Zonder al te veel in detail te treden: ik heb er geen idee van hoe die spaghetti gesmaakt kan hebben, want er werd niet gegeten die avond. Ik was al blij dat ik geen boodschappentassen moest vasthouden.

Het was het begin van een relatie, een liefde voor het leven, een onbreekbaar verbond van twee mensen, dat meer dan 35 jaar zou standhouden. Meer dan de helft van ons leven. En natuurlijk waren er onderweg stevige bulten in de levensweg, maar we bleven toch samen in dezelfde richting rijden. Al wilde zij niet in Antwerpen komen wonen, want dat waren blijkbaar arrogante mensen. ’t Is te zeggen, allemaal op één na, natuurlijk. Veronderstel ik toch…

Ik noemde haar ‘boeleke’ – dat leek me een passende vertaling van het Engelse ‘baby’ –, al klonk het ietwat vreemd om dat koosnaampje in gezelschap te gebruiken. ‘Smalle van Halle’, was een andere liefkozing van mijn kant, ze was nu eenmaal gezond slank. Tja, dan toch een arrogante Antwerpenaar?

***

Heel af en toe speelde er zich een vergelijkbare scène af als die ene avond na Another woman. Het werd een soort ‘running joke’ tussen ons tweeën: zij die mij vurig kuste, ik die daar stond met twee boodschappentassen en mijn handen niet vrij had. Het was ons eigen relativeringsmomentje, onze interne code, óns Woody Allen-fragment, maar dan eentje uit zijn minder serieuze films. Er moet gelachen worden in het leven.

Elk koppel dat meer dan drie decennia samen is, heeft zo zijn eigen gewoonten en zijn eigen taal, die voor de buitenwereld onverstaanbaar is. Voor ons waren dat die boodschappentassen. Ons ‘Zie ons hier eens staan!’-moment.

***

En nu sta ik hier, met lege handen.



Wensen

Journalistiek, Memories & mijmeringen Posted on za, december 28, 2024 11:25:35

Ik doe daar niet aan mee, aan die jaarlijkse goede voornemens. Mijn mening: ofwel gaat het om verwezenlijkingen die je allang had moeten doen en zijn dit eigenlijk als ‘voornemen’ vermomde gevallen van gebrek aan zelfdiscipline, ofwel leg je de lat bewust veel te hoog, in de hoop dat wie onthouden heeft wat uw goede voornemen was, u meteen ook met een schouderklopje zal troosten met een ‘Je had het goed bedoeld, maar…’ eens duidelijk wordt dat het doel niet gehaald wordt.

Doe het gewoon.

Of doe het gewoon niet.

***

Aan wensen doe ik wel.

Ik wens mezelf en mijn geliefde de moed en de gemoedsrust om te aanvaarden wat onafwendbaar is.

Ik wens u een jaar dat in alle opzichten beter, rijker, in positieve zin onvergetelijker is dan dit jaar. En, vanzelfsprekend, een goede gezondheid, een cliché, zeer zeker, maar dan wel één van de onmisbare soort. Als die gezondheid door omstandigheden al minder goed zou zijn: genezing, verbetering, stabiliteit, dat de ziekte of handicap niet allesoverheersend moge zijn.

Ik wens ons land een federale regering die bestaat uit politici van goede wil die constructief willen samenwerken in een geest van solidariteit, met elkaar, met ons allemaal, met wie het minder goed heeft in het leven. (Ja, ik besef het: net als de ‘goede voornemens’ kunnen ‘beste wensen’ bijzonder naïef zijn. Zonder een flinke dosis idealisme en een snuifje naïviteit zou het leven alleen maar kleurloos zijn.)

***

Ik wens de wereld meer stabiliteit. Als gewetensbezwaarde mag ik gewelddadigheden niet goedkeuren, maar ik zou een ‘Opgeruimd staat netjes!’ niet onderdrukken mochten lieden als Poetin, Netanyahu, Trump, Musk, Khamenei, Meloni en tutti quanti het nieuwe jaar niet beëindigen in de functie waarin ze het beginnen. (In het geval van Trump: de functie die hem op 20 januari 2024 opnieuw in de schoot wordt geworpen.) Een staatsgreep, een geslaagde impeachmentprocedure, ontslag om dwingende redenen, een verdwaalde kogel, een niet-verdwaalde kogel. Soms wordt weleens de hypothetische vraag gesteld wat u zou doen mocht u worden terug gekatapulteerd naar begin jaren 30 en de kans krijgen om Adolf Hitler te liquideren nog vóór hij aan zijn vernietigende doortocht kon beginnen? Wel, bekijk het in dat licht en bedenk dat de wereld, óók die van u, er beter aan toe zou zijn zonder dat soort figuren. Vooral in de Verenigde Staten moet men zich zorgen maken, want buiten de 77.297.721 egoïsten, opportunisten, narcisten en achterlijken die op het Grote Oranje Gevaar hebben gestemd – en van wie er een flink deel heel snel heel veel spijt zal hebben –, zullen de anderen worden gemarginaliseerd, vervolgd, aangevallen. Een democratische dictatuur is op til, de gevolgen zullen vernietigend zijn. Trump I zal op een onschuldig stormpje lijken, vergeleken met de orkaan van vernietigend leiderschap die Trump II zal worden.

***

Ik wens mijn vakbroeders, de journalisten, tonnen moed, zelfrespect en beroepsfierheid om dit prachtige, o zo noodzakelijke en toch zo gecontesteerde vak opnieuw eer te bewijzen door zorgvuldig, eerlijk en rechtvaardig te selecteren, rapporteren, analyseren en commentariëren, zodat de grote gebeurtenissen begrijpelijker worden voor de kijker, luisteraar en lezer die zich wil laten informeren, wat erop zal neerkomen dat de huidige populistische, gemakzuchtige, slaafs de denkbeeldige wil van de mediaconsument volgende trend wordt verlaten om weer tot de essentie terug te keren: het nieuws brengen, het nieuws zinvol samenvatten, het nieuws proberen te verklaren, maar wel telkens vanuit het besef dat het de journalist is, en niet de mediaconsument of de luid roepende kritische watcher langs de zijlijn, die dit proces moet leiden. Lange zin om aan te geven dat de meeste journalisten opgeleide specialisten zijn – zoals loodgieters, bakkers of tandartsen dat zijn –, die zich niet mogen laten leiden door de publieke opinie of de politieke en economische constellatie van het moment. Een loodgieter of bakker vraagt ook niet aan de buren wat er van hem verwacht wordt, en ik hoop van harte dat mijn nieuwe tandarts – de vorige is met pensioen gegaan in 2024 – dat ook niet doet. We hebben meer Maurice De Wildes, Walter Zinzens en Phara de Aguirres nodig, mannen en vrouwen van houvast, onafhankelijken die niet per se de populairste willen zijn, maar die beroepsernst koppelen aan een onstuitbare ijver om tot de essentie van het nieuws door te dringen. Helaas, in de journalistiek is het zoals in alle beroepscategorieën: te veel mooipraters, te veel volgzame meelopers, te veel charlatans.

Nog specifieker wens ik mijn (ex-)collega’s van de openbare omroep een jaar waarin ze niet meer delaplace blijven trappelen. Dus, met een nieuwe grote baas en – toe maar! – een grotendeels nieuwe directie met een hart voor deze instelling en haar specifieke objectieven, weg van het semi-commerciële keurslijf waarin het gedwongen werd door marketeers, louter op cijfers beluste managers en andere patjepeeërs. Zelfs in intellectuele kringen, waar ik weleens per ongeluk vertoef, wordt het nut van de VRT nu in vraag gesteld en geheel onterecht is dat niet. Tenminste, als je beoordeelt tot wat de omroep van álle Vlamingen verworden is en niet wat het oorspronkelijke opzet ervan was. Elk democratisch land verdient zijn openbare omroep, ook de regio Vlaanderen. Maar dan moet die wel opnieuw beseffen wat zijn kerntaken zijn. Een recent en pertinent voorbeeld: dat het jaaroverzicht op televisie, bij gebrek aan personeel om het te maken, vervangen werd door een online actualiteitsquiz is erg, héél erg. Het is de ultieme ontkenning van de noodzaak van een openbare omroep. Mijn boodschap en wens is niet ‘VRT weg ermee!’, de ultieme natte droom van rechts Vlaanderen, maar wel: weg met de huidige leiding. Ander én beter. Zo moeilijk kan dat niet zijn, zowel die ‘ander’ als die ‘beter’.

***

Ik wens ons allemaal letterlijk en figuurlijk meer zonuren toe. Anders gaan al die ontkenners van de klimaatopwarming alleen nog maar meer gehoor krijgen met hun onzinnige, onwetenschappelijke praatjes. ‘Welke klimaatopwarming? Het regent de hele tijd en het is koud!’ Domheid weerklinkt luider en uit meer monden dan slimheid.

Ik wens de wereld meer mededogen en empathisch vermogen toe. Dat we mensen in de eerste plaats als mens zien, en niet als kleur, afkomst of religie. Dat we niet alles afmeten op wie of wat we zelf zijn. Dat we beseffen dat er altijd mensen in nood zullen zijn en dat hén helpen ook óns kan helpen, want niets zegt dat we zelf niet in nood zullen raken in een niet zo verre toekomst. En als er niemand van ons bereid is zijn medemens te helpen, hoe willen we dan dat we zelf ooit geholpen zullen worden?

Ik wens u verder nog een fijne dag toe. Begin gewoon bij het volgende uur, de volgende minuut, de volgende seconde om een betere versie van uzelf te worden. En zo eindig ik dan toch verdorie met een zeer uitdagend goed voornemen.



Kerstgedachten

Memories & mijmeringen, Samenleving Posted on za, december 21, 2024 12:09:34

So this is Christmas / And what have you done?

Tja, wat heb ik gedaan in de voorbije twaalf maanden? De afgelopen pakweg veertig jaar volgde dan een lange opsomming als antwoord op die pertinente vraag van John Lennon en Yoko Ono. Druk druk druk, er viel zoveel te beleven, té veel soms. We moesten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. En we deden dat dan ook, soms struikelend of verdrinkend, maar toch.

Niet nu, niet in het ongezegende jaar 2024. Ik heb één boek onder eigen naam laten verschijnen, ik heb twee (nog) niet-gepubliceerde boeken in opdracht geschreven, ik heb een manuscript geredigeerd, ik heb nog een handvol artikels geschreven voor een krant, ik heb een tiental lezingen gegeven en dat was het zowat voor mijn (semi-)professionele bezigheden. Ik heb mijn vijfenzestigste verjaardag gevierd – sinds 1 februari ben ik officieel met pensioen –, maar ik was nog lang niet van plan om voortaan te ‘genieten’ van het leven, omdat – in mijn optiek – genieten een dagelijks werkwoord behoort te zijn, niet iets voor wanneer je professioneel uitgerangeerd bent.

En toen… werd mijn vrouw ziek. Héél ziek. Doodziek. Sindsdien ben ik naast echtgenoot ook chauffeur-mantelzorger-poetsman-kok-(huis-, tuin- en keuken-)psycholoog. Genieten werd plots een vloek. Pensioen werd een vreemde combinatie van a) gelukkig toeval (door mijn permanente beschikbaarheid) en b) ongelukkig zijn (door haar ziekte). Waardoor ik ook amper kon genieten van de publicatie van mijn boek, wat normaal toch een uitermate prettige gebeurtenis is, ook al blijkt het aantal kopers en lezers achteraf meestal lelijk tegen te vallen.

U hoeft mij niet te bewonderen.

U hoeft ook geen medelijden te hebben.

Het is wat het is.

Dikke miserie.

***

Leve onze sociale zekerheid, schreeuw ik nu van de daken. Sommige privé-behandelingen kosten zakken vol pensioengeld, dat wel, maar voor geconventioneerde onderzoeken en medicatie betaal je daarentegen een habbekrats. Echt. Het is fantastisch dat dit kan in ons land, dat medische behandelingen toegankelijk zijn voor nagenoeg iedereen, dat je je huis niet moet verkopen om medicijnen in, nou ja, datzelfde huis te kunnen halen dat intussen verkocht is. De sociale zekerheid is ons resterend stukje algemeen fatsoen, het werkelijk waarmaken van de belofte dat iedereen mee moet kunnen, en dan nog is ze onvolmaakt. Maar we moeten ze koesteren, bewaken, met hand en tand verdedigen tegen de budgettaire scherpslijpers, de egoïsten en de Musketiers van deze wereld. En we moeten ook immens dankbaar zijn voor de zorgverleners, van de dagelijkse huisverplegers tot de palliatieve begeleiders, die ongetwijfeld te weinig verdienen voor wat ze doen en die daarvoor ook nog eens te weinig (of te zelden) maatschappelijk erkend worden. Populistische bedenking: neem gerust een hap uit de al te rijkelijke beloning van ceo’s van overheidsbedrijven en gebruik die om wie actief is in de zorgsector correcter te vergoeden. Loon naar werken, daar waren we toch voor? Wel, als dat werk écht onmisbaar is, past daar een serieuze vergoeding bij.

Over onvolmaakt gesproken: pas wanneer iemand die dicht bij jou staat rolstoelgebonden wordt, besef je hoe onze infrastructuur niet aangepast is aan deze nochtans niet zo kleine groep mensen. Een rolstoel is een maatschappelijke handicap bovenop de fysieke. Gebouwen zijn niet voorzien op rolstoelgebruikers. Wat ben je met gehandicaptenparkings wanneer die mensen vervolgens de ongelijke betegeling van trottoirs moeten overleven, onaangepaste drempels moeten overwinnen, bijna nergens in openbare gebouwen en cultuurhuizen voldoende comfort kan geboden worden? Alleen al in de gemeente waar wij wonen moeten we bij de huisarts en de apotheek letterlijk een trapje op om binnen te geraken. Zonder hulp lukt dat niet. Met hulp nauwelijks, omdat de patiënt bij elke onverhoedse beweging pijn heeft. Hoe kán dit? Wie heeft die infrastructuur bedacht en waarom werd die daarvoor niet aangepakt?

De bewuste en onbewuste stigmatisering van wie het fysiek of psychisch moeilijk heeft, staat haaks op dat systeem van sociale zekerheid dat ik twee paragrafen eerder roemde. Inclusie geldt blijkbaar niet voor wie ziek is, voor wie moeilijk te been is, voor wie helemaal niet méér te been is. Uitgesloten. Rode kaart. Ga terug naar huis, u ontvangt geen startgeld. Bizar.

***

Bizarre samenleving, die anno 2024 mensen met een tijdelijke of definitieve beperking nog altijd als tweederangsburgers behandelt.

Bizarre samenleving, waarin een beleefde conducteur die op Vlaams grondgebied ‘Goeiemorgen, bonjour’ zegt hiervoor door een zure passagier met een klacht wordt bedacht. De taalwetten toepassen staat voor sommigen boven elementaire beleefdheid.

Bizarre samenleving, waarin een op de vier kiezers de voorkeur geeft aan een partij die openlijk mensen uitsluit vanwege hun afkomst, religie of huidskleur. ‘Eigen volk eerst’ klinkt steeds luider, alleszins een pak luider dan Alle Menschen werden Brüder.

Bizarre samenleving, waarin lieden die voorheen als vooraanstaande intellectuelen werden gezien steeds meer de populistische toer op gaan, in de hoop zo virtuele duimpjes te kunnen verzamelen. Lieden als ‘bozige barones’ Mia Doornaert, ‘eng mannetje’ Rik Torfs en ‘zionistenpijper’ Maarten Boudry – laten we toch maar namen noemen en passende adjectieven gebruiken – zijn mee in de fuik van het rechts extremisme beland, een intellectuele neergang die zo te merken niet te stuiten valt, waarbij ze gretig de retoriek van de macht overnemen: naar boven likken, naar beneden trappen. (En wie helemaal bovenaan de piramide staat, likt naar een denkbeeldig opperwezen.)

Bizarre samenleving, waarin columnisten en andere meningenspuiers medemensen openlijk mogen beledigen. (Ja, ik zal het er zelf maar aan toevoegen, anders denkt u nog dat ik Brusselmans viseer.)

Bizarre samenleving, waarin de media een podium bieden aan luide roepers en onbereikbaar zijn geworden voor bezadigde stemmen. Waar Theo Francken na elke domme tweet studiogast is en slimme mensen daarnaar mogen kijken.

Bizarre samenleving, waarin je bij de minste kritiek op Israël van antisemitisme wordt beticht.

Bizarre samenleving, waarin de hoogdringendheid van het vormen van een federale regering eerder tot jolijt dan tot onvrede leidt.

Bizarre samenleving, waarin zonder dat de rechterlijke macht wordt geconsulteerd en zonder medische hoogdringendheid (denk aan de coronacrisis) avondklokken worden ingesteld en huisarresten opgelegd aan jongelui die misschien vervelend zouden kunnen doen.

Bizarre samenleving, waarin rond deze tijd van het jaar Kerstmis is dien dag dat ze niet schieten van wijlen Wannes Van de Velde op alle continenten in een aantal landen zou kunnen weerklinken.

***

A very Merry Christmas / and a happy New Year / Let’s hope it’s a good one / Without any fear.

John Lennon zat duidelijk in wereldverbeteraarsmodus toen hij najaar 1971 Happy Xmas (War is over) schreef, zo kort na het al even idealistische en intens mooie Imagine. ‘War is over’, hoe naïef kan je zijn?

Bizarre samenleving, waarin naïef idealisme als veel negatiever wordt beschouwd dan opportunisme, egoïsme en – laten we Trump, Musk & co dan alsnog maar even vermelden in deze blogpost – ongeneeslijk narcisme.

And so this is Christmas / I hope you have fun / The near and the dear one / The old and the young.



Volgende »