Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Bericht van de Tijdgeest

Memories & mijmeringen Posted on za, augustus 17, 2019 19:00:04

Nog eentje, om het — vooral niet — af te leren. Zondagmiddag mag ik, als Tijdgeest, mijn laatste drie gasten van deze zomer ontvangen, en ik benadruk: ‘déze zomer’, want als journalist en interviewer mag ik alleen maar hopen dat er een vervolg gebreid mag worden aan mijn tweede ‘verschijning’ als Tijdgeest op het jaarlijkse evenement MoMeNT in de stad-op-mensenmaat die Tongeren is. Oud en jong, tegelijk, statig en dynamisch, old fashioned en modern. Drie restaurants met een ster, dat moet zo’n beetje een Michelin-wereldrecord zijn, en net die culinaire etablissementen tonen perfect aan waar de stad Tongeren voor staat: klassiek (met de nadruk op ‘het betere product’), respectvol en eerder gedurfd.

Minister van Staat Willy Claes, maker van replica’s en taxidermiste Hedwig Snoeckx, en ‘Royal Doctor’ Joris Vanvinckenroye zijn mijn laatste drie gasten uit een reeks van in totaal zevenentwintig. Dat waren, tot nog toe, vierentwintig individuele levensverhalen, tweeënzeventig kantelmomenten uit hun leven (subthema deze editie van MoMeNT), vreugde, verdriet, emotie, humor, ernst, sit down comedy. En dan liefst gemengd in één sessie van twee uur.

Mijn ‘probleem’ is dat ik zodanig opga in het gesprek, dat je mij na afloop niet meer moet polsen naar wat er nu precies gezegd is geweest. De vraag werd gesteld of de gesprekken te zien/horen waren via Facebook Live. Het antwoord was: neen. Dat vond ik eerst nog jammer en zelfs een tikje vervelend, maar snel daarna dacht ik: het is goed zo. Zo wordt het een exclusief gesprek voor een dertigtal aanwezigen en genieten de drie gasten de intimiteit van een huiskamer, zonder dat ze rekening hoeven te houden met mee-kijkers. Uitspraken van de gasten worden de dag nadien opgepikt in het dagkrantje van MoMeNT. Laat het gerust maar een beetje elitair en uniek zijn. Kijk-, luister- en leescijfers zijn even van geen belang. Zo voelen de gasten zich veilig, in een serene omgeving. En wie het wil meebeleven moet maar naar Tongeren komen: afgelegen, maar de moeite meer dan waard. Een half jaar lang vibreert de eerste/oudste stad van het land op het ritme van MoMeNT, tien dagen in augustus wordt dat geïntensifieerd.

Als gastheer (pardon, Tijdgeest) was het een eer, een genoegen en een voorrecht om met heel interessante mensen te mogen praten: er waren er bij die ik persoonlijk kende, er waren er bij die ik vanop afstand volgde, er waren er ook die ik nooit voordien ontmoet had. De mix maakte het tot een fijne dagschotel. De Tijdgeest is dankbaar. En prettig moe.



60

Memories & mijmeringen Posted on za, januari 26, 2019 13:06:30

Mijn rechtervoet staat al op de trede van Tram
6. Antwerpenaren weten: die rijdt van Luchtbal naar Wilrijk. Ik vind dat wel
een prettige rit, want ze passeert langs de plek waar ik geboren ben en jaren
gewoond heb (Merksem) en die waar ik ontelbare uren vertoefde (het Kiel). Je
kan met die tram naar Kinepolis, het Sportpaleis, het Centraal Station,
deSingel, het Bouwcentrum (pardon: Antwerp Expo) en Beerschot. Een film, een concert,
een uitstap, een voorstelling, nieuwe boeken spotten, voetbal. Meer moet dat
soms niet zijn, Het Leven.

Mag ik mij na 59 jaar en 365 dagen in dit
leven een korte terug- en vooruitblik permitteren? Welaan dan!

DE
JAREN 0… met de N van… Naïviteit

Ik heb de jaren 60 ge- en overleefd, maar niet
echt beleefd. Ik was bijna één toen
ze begonnen, ik was niet eens elf toen ze gedaan waren. En ze zijn
voorbijgevlogen. The Beatles of the Stones, revolte, Woodstock, de mens op de
maan: het is pas in het volgende decennium tot me doorgedrongen hoe interessant
dat allemaal wel was.

De sixties
staan symbool voor een nieuwe start: de oorlog lag een generatie in het
verleden, de economische verdoemenis lag nog niet in het verschiet. Ware het
niet dat ik al die fijne mensen (m/v) die ik nu familie, vrouw en vrienden mag
noemen, niet zou gekend hebben, ik zou wat graag die periode intens meegemaakt
hebben. Stel je voor dat je geboren zou zijn in 1946: nieuwe hoop, verre horizonten,
een wereld in beweging, het gevoel dat er van alles gebeurt, de verbeelding een
heel klein beetje aan de macht.

Mei ’68 heb ik pas goed leren kennen door er
dit jaar, samen met Geert De Vriese, een boek over te publiceren en meer dan
dertig mensen te interviewen over die periode. Nu was Mei ’68 voor mij alleen
die stoere kerel van een jaar of veertien — uit het zevende of achtste studiejaar, waar de jongens zaten die
voor niets deugden, behalve dan om op hun veertiende naar de fabriek te gaan —,
die mij met een plakkaat waarop ‘Leuven Vlaams!’ stond gekribbeld, overhoopliep
op de speelplaats.

Naïviteit is goed, als je piep bent, daarna is
het minder aangewezen.

DE
JAREN 10… met de T van… Trainen

Leren leven. Je plek zoeken. Hopen dat de
leraar je niet aanduidt om een vraag te beantwoorden waarop je het antwoord
niet weet, iets van fysica of zo. Driftig je arm opsteken als je daarentegen
gretig je kennis wil etaleren. Je eerste teksten schrijven. (Een paar jaar geleden
gaf een ex-klasgenote een boekje met rijmelarijen die ik ooit had geproduceerd.
Geloof me: gênanter wordt het niet. HET WAREN PROBEERSELS!)

De tienerjaren zijn oefenjaren. Knoei gerust
een beetje, het hoort bij het leerproces. Spijbelen voor het klimaat, bijvoorbeeld:
had ik graag gedaan, maar daar was in de jaren 70 nog lang geen sprake van,
ondanks de prille waarschuwingen van de Club van Rome. Oliecrisis, autoloze
zondagen, de eerste werkloosheidsgolven, terroristische aanslagen. Geen dingen
om vrolijker van te worden en toch was daar nog altijd dat goede gevoel uit de
jaren 60: niet álles kan, maar toch wel heel veel.

DE
JAREN 20… met de T van… Temporiseren

Studeren. Afstuderen. In 1982 gedropt worden
in de grote boze buitenwereld, waar een crisis heerste, rechtse figuren aan de
macht kwamen (Reagan, Thatcher, de tandem Martens-Gol en kort daarna -Verhofstadt
bij ons), er geen jobs waren. No future! Al
zeker niet voor iemand die nog zijn legerdienst moest doen, die ik met mijn
gewetensbezwaren inruilde voor het dubbele van de normale plicht aan de
samenleving. Twintig lange maanden. Liefde & leudeuveudeu. Oppassen voor aids, die stok achter de deur. De Sovjets
komen! Eén keer meelopen in een grote betoging, tegen de raketten, met bijna
een half miljoen gelijkgestemden, en geholpen dat het heeft! Dan toch een job
vinden, maar niet als journalist. Een beetje geld op de bankrekening. Veel
schrijven in je vrije tijd, weinig verdienen. De stiel leren. Vrienden voor het
leven maken. Denken dat je het zult maken in de muziekwereld en beginnende
bands begeleiden. Daar geld in steken, in plaats van erop te verdienen.

Temporiseren past nog het beste als term bij de
niet zo olijke jaren 80. Een opstapje naar betere tijden. Duistere dagen met voldoende
lichtpuntjes.

DE
JAREN 30… met de D van… Dromen waarmaken, en ook… Doorzetten

En dan toch, aan het eind van dat boze
decennium, de Liefde vinden, met hoofdletter. Een job die je niet graag deed,
verliezen. Een job die je graag zou doen, doen. Die jeugddroom waarmaken
(sportjournalist worden), maar voor het geestelijk evenwicht de meest
uiteenlopende onderwerpen bestuderen, heel veel lezen en razend interessante
mensen mogen interviewen.

Mógen. In goede dagen is journalist zijn een
voorrecht. In minder goede dagen is het gewoon een job, maar nog altijd te
prefereren boven welk ander bestaan ook. Vind ik. Het is geen waardeoordeel. Het
is gewoon de vaststelling: ik mag meestal doen wat ik graag doe. En de economie
draaide in de jaren 90, het waren een soort sixties
voor wie er dertig jaar eerder nog niet of nog niet helemaal bewust bij was.

(Tip voor wie na zijn studies niet dadelijk
een job heeft gevonden die bij hem of haar past: doorzetten!)

DE
JAREN 40… met de V van… Vertrouwen

En toen werd ik leidinggevende. Het jongetje
van acht dat op het kamerbreed tapijt voor de tv voetbalwedstrijden speelde met
geïmproviseerde spelertjes die binnen denkbeeldige lijnen met een in verhouding
veel te groot stalen balletje werden voortbewogen tussen de handgeschreven
papieren reclameborden, en die daarbij én het spel deed voortgaan én wedstrijdcommentaar
gaf én de kreten van het publiek nabootste, werd opeens tot baas van dé
sportredactie gebombardeerd. Dromen komen niet uit? Of het prettig was? Dat is
iets anders.

Als baas ben je niet meer die sympathieke
collega. Je moet moeilijke knopen doorhakken, mensen teleurstellen, zeggen dat
iets niet kan, of dat iets móet, op elk woord drie keer kauwen alvorens je het
uitspuwt, flauwe grappen doseren. Vertrouwen is daarbij het sleutelwoord. Vertrouwen
in je eigen capaciteiten. Vertrouwen in de mensen die boven je staan (niet
makkelijk! soms onterecht!). Een evenwicht zoeken.

Geef je te veel vertrouwen aan wie dat niet
verdient, zit je met een probleem.

Geef je te weinig vertrouwen aan wie dat wel
verdient, zit je met een probleem.

Voelen de medewerkers dat je zelf niet het
vertrouwen geniet van bovenaf, zit je met een probleem. Voortdurend balanceren
op een heel dunne koord tussen twee hoge wolkenkrabbers, met een versleten
vangnet onder je, dat is: de leiding nemen.

Anderen moeten maar oordelen of ik een goede
baas ben geweest. Ik ben tien jaar lang op drie verschillende plekken
hoofdredacteur geweest: nationaal, regionaal en op een betaalzender. Ik kwam al
eens belangrijke mensen tegen. Ik werd door sommige mensen al eens een
belangrijke man bevonden. Ach ja, goed voor het ego, zullen we maar zeggen, maar
er zijn prettiger dingen om te doen en te zijn. Ik ben, denk ik, hoop ik, vermoed
ik, altijd eerlijk en rechtlijnig geweest, dat is toch al iets.

DE
JAREN 50… met de V van… Veerkracht, maar ook… Verontwaardiging

Een sprong wagen, weg van de journalistiek, in
de donkere krochten van het profvoetbal, en dan nog wel bij je favoriete club.
Ook dat was niet eens een droom, vanwege: veel te onrealistisch. Achteraf
bekeken: een misstap, tijdverlies, op je 53ste denken dat een cv van vier volle
pagina’s je overeind zal houden en de muren oplopen omdat er niemand op Frank
Van Laeken zit te wachten.

Veerkracht tonen, met kleine stapjes
herbeginnen, boeken schrijven, zelfvertrouwen heroveren, opnieuw doen wat je
graag doet: journalist zijn. En columnist. Meningenspuier. Daarvoor heel vaak verontwaardiging
gebruiken als motor.

De jaren 10 zijn, door een nieuwe economische
crisis, niet de vrolijkste geweest tot nog toe en toch zit hier een tevreden
man, die niet vindt dat het vroeger allemaal beter was. Ik sta middenin het
leven en ik wil dat nog een hele poos volhouden. Pensioen is, hopelijk, voor
véél later. De gewrichten sputteren geregeld tegen en vragen zich af: “Van
Laeken, denkt ge nu echt dat ge nog twintig zijt?”. Het geheugen spijbelt
weleens — en niet alleen op donderdag. Soms zijn er nostalgische momenten die
zich opdringen.

Maar voor de rest: laat dat rond getal maar
komen, ik weet er wel raad mee. En sta me nu maar toe om op tram 6 te springen,
nou ja: te stappen. Mijn clubje speelt vanavond thuis, dat komt goed uit.

DE
JAREN 60… met de Z van… Zalig

Toch?



We moeten de tijd naar onze hand zetten

Memories & mijmeringen Posted on vr, oktober 26, 2018 12:46:03

(Deze tekst heb ik gisteren gebruikt als
gastspreker op het TIJDcongres van MoMeNT in Tongeren.)

Dames en heren, ik
heb deze zomer tien dagen lang de eer genoten om mij Tijdgeest te mogen noemen.
Alleen al die titel verschafte me enig genoegen, het staat zo schoon op een
visitekaartje. Uitgebreid kennismaken met de sympathieke stad Tongeren was eveneens
bijzonder leuk. Maar het was vooral prettig om dertig interessante gasten te
mogen interviewen over Tijd en over het subthema van deze tweede editie van
MoMeNT: deadlines. Want wat is er mooier dan heel even heel diep in de ziel van
een ander te mogen kijken?

Ik ben, dames en
heren, een journalist — een jobnaam die tegenwoordig eerder op fluistertoon wordt
uitgesproken, maar ik ben nog altijd trots om me zo te mogen noemen, dus, bij
deze: JOURNALIST!

(U merkt het, het dak
komt niet spontaan naar beneden.)

Deadlines behoren voor
journalisten tot hun natuurlijke habitat. En toch haten we ze. Ze zijn opdringerig,
ze zijn altijd te dichtbij, ze zijn nooit geruststellend, ze zijn de stok
achter de deur, ze zijn zelden stimulerend, maar vooral: ze zíjn er. Ik ben oud
genoeg om me tijden te herinneren dat nieuws nog niet ‘breaking’ heette en dat
het nog niet op gespecialiseerde nieuwssites stond. Ik ben zelfs oud genoeg om
me nog gsm- en internetloze dagen te herinneren. Ik ben zó oud, dat ik me
herinner dat het nieuws van vanavond pas overmorgen in de krant zou staan. Het
leek wel alsof de tijd vroeger aan onze zijde stond. Haalde je de deadline
niet, ach, morgen was een nieuwe dag.

Weet u trouwens waar
het woord ‘deadline’ vandaan komt? De term, zo leerde rondsnuisteren op Wikipedia
me, werd voor het eerst gebruikt tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, en die
liep van 1861 tot 1865, een tijdje geleden. Toen zat er ook al een republikein
in het Witte Huis, maar wel een bijzonder intelligente, hij werd dan ook
vermoord in een theaterzaal. Daar zal je Donald zelden zien. Op de binnenkoer
van een gevangenis in Andersonville, Georgia, werd toen bij gebrek aan
beveiliging een krijtlijn getrokken. Donald zou daar een muur hebben gezet,
betaald door de Mexicanen, maar soit. De gevangenen die het waagden hun voet
over die lijn te zetten, werden zonder pardon doodgeschoten. Vandaar dus:
deadline, lijn des doods. Letterlijk. Was die gevangene een journalist of een schrijver, dan zat
je bijgevolg met een letter-lijk.

Journalisten worden gelukkig
zelden doodgeschoten als ze de tijdlijn die hen werd opgelegd overschrijden.
Maar de deadline wordt steeds krapper, dames en heren. Het is niet meer overmorgen,
of vanavond, of over een paar uur, het is: nu. Altijd: nú. Als iemand van
nieuwssite X een bericht de wereld instuurt, zal de eindredacteur van
nieuwssite Y zeggen: hé, dat moeten wij ook hebben. En wel: nú. Verander er een
paar woorden aan, zet er een nieuwe titel boven, zoek een pakkende foto en
hupsakee, weg ermee. Waarna een collega van nieuwssite Z hetzelfde zal doen.
Copy/paste-journalistiek, ik hoor het u denken.

Weet u wat ik destijds,
toen de dieren nog spraken en ik begon te studeren, zo aantrekkelijk vond aan
journalistiek? Degelijkheid, deugdelijkheid, onafhankelijkheid, onpartijdigheid,
check – double check – en als het effe kon ook – triple check. Het moest vooral
juíst zijn. Vandaag moet je éérst zijn, en als dat niet lukt op z’n minst kort
daarna komen en doen alsóf je een primeur te pakken hebt. Ben ik een ouwe zak
aan het worden als ik die deugdelijkheid mis? Neen, beste mensen, ik ben geen
adept van Donald, ik roep niet ‘fake news’ als er iets vreemds verschijnt, maar
vaak is het resultaat slordig, onvolledig of gewoon onleesbaar. En, neen, ik
roep evenmin dat het vroeger beter was, toen vertoonde de journalistiek andere
mankementen. Journalisten moesten een partijkaart hebben, bijvoorbeeld.

Deadlines zijn de
peper en zout van de journalistiek, dames en heren, laten we hen koesteren,
maar ook af en toe relativeren en hen niet de baas laten worden over ons
bestaan. Daar komen alleen maar burn-outs van en we doden er de creativiteit
mee. En daarmee kom ik stilaan tot de stelling die ik hier geacht word te
formuleren: we zien tijd te vaak als onze vijand, als een gesel, als iets
onoverkomelijks — wat het overigens ook is —, maar dat is mede omdat we ons
laten domineren door tijd en deadlines en het besef van onze eindigheid en dat
we zo dadelijk die trein nog moeten halen en dat onze baas in onze nek staat te
hijgen en dat de mensen van MoMeNT vragen waar die tekst blijft, enzovoort,
enzovoort. We moeten durven onze voet over die lijn des doods te zetten. We
moeten, letterlijk, weer onze tijd durven te nemen, óók in de journalistiek. Liever
een langer stuk dat helemaal correct is, dan drie korte stukjes die snel-snel
in elkaar geflanst werden. Beter die primeur die straks het nieuws zal
domineren nog één keer extra checken, dan hem zomaar op het internet te
pleuren. Eerst denken, ná-denken, dan doen. Maar ook: als we weten dat die
deadline er is, moeten we ons daarop organiseren, pro-actiever worden,
vooruitplannen. Niet alleen journalisten, maar wij met z’n allen. Het eerste
moment is evengoed om aan iets te beginnen als het laatste, waarom wachten we
dan altijd tot het laatste moment? Procrastinatie, heet dat met een geleerd
woord. Uitstelgedrag. Studies tonen aan dat 95 procent van de procrastineerders
minder zouden willen procrastineren, maar dit geheel terzijde. Geleerde mensen
zeggen dat we dit zouden kunnen oplossen met tussenliggende deadlines. Dus niet
die ene deadline helemaal op het eind, maar verschillende momenten tussendoor
waarop we iets moeten gepresteerd hebben.

En dus eindig ik met mijn
stelling:

WE MOETEN DE TIJD
NAAR ONZE HAND ZETTEN.



Schuld van de sossen

Memories & mijmeringen Posted on za, juli 07, 2018 12:57:00

Trein, tram en bus zijn altijd te laat, voor
je verbinding moet je crossen.

(Niet over nadenken: ’t is de schuld van de
sossen)

Dat gat in de begroting valt maar niet op te
lossen.

(Kijk naar ’t verleden: schuld van de sossen)

We kunnen nog altijd met onze nieuwe
vliegtuigen geen schot lossen.

(Met al hun mails: schuld van de sossen!)

Tijdens de Sudancrisis heeft een
staatssecretaris heel wat tranen zitten versmossen.

(Een schande, schuld van de sossen)

U heeft een parking nodig? Geen probleem, we kappen
de bossen.

(En wie denkt u dat het gedaan heeft? Schuld
van de sossen)

Aan wie ligt het dat we geen traditie meer
hebben in kantklossen?

(Wat dacht u? Schuld van de sossen)

Arme mensen kunnen hun schuld weer niet
aflossen.

(Natuurlijk: schuld van de sossen)

Onze jeugd weet niet meer dat 2 x 144 is: 2
grossen.

(Hé hé, schuld van de sossen)

De Seleçao ligt eruit, bij onze uitblinkers zat
een rossen.

(Schuld van de (Braziliaanse) sossen)

Dat je je binnenkort op de tweede zit weer
piekfijn moet uitdossen.

(Schuld van de sossen)
Een senior writer schrijft: links is dood, ze zijn aan ’t brossen.
(Schuld van de sossen)

Overal extra bewaking, aan de ingangen staan
kolossen.

(Schuld van de sossen)

We vroegen stieren en kregen een stel ossen.

(Schuld van de sossen)

De tuin wordt overwoekerd door glibberige mossen.

(Schuld van de sossen)

Club Brugge verspeelt de titel door een owngoal
van Jelle Vossen.

(Schuld van de sossen)

Het is al heel lang geleden dat we nog een
wereldkampioen hadden in ’t motorcrossen.

(Schuld van de sossen)

Laatste bergrit en in het zicht van de streep
moet Thomas De Gendt lossen.

(Schuld van de sossen)

Er wordt te veel gezopen op al die
cyclocrossen.

(Schuld van de sossen)

Op 11 en 21 juli is er weinig feest, mensen
willen niet meer hossen.

(Schuld van de sossen)

Daarstraks kreeg ik tandpijn van het flossen.

(Auw, schuld van de sossen)

We spelen wind tegen, verkeerde keuze bij het
tossen.

(Schuld van de sossen)

In de krant staan te veel opiniestukken en te
weinig epossen.

(Schuld van de sossen)

Heel zelden gooien we in dit land los alle
trossen.

(Schuld van de sossen)

In Planckendael hebben ze een schrijnend
tekort aan rinocerossen.

(Schuld van de sossen)

Er zijn te veel Maria’s en te weinig Jossen.

(Schuld van de sossen)

’t Water blijft niet warm, het gaat achteruit
met de kwaliteit van onze thermossen.

(Schuld van de sossen)

Oei, de toiletdeur is langs de buitenkant afgesloten,
kan iemand mij komen verlossen?

(Schuld van de sossen)

Ik dacht: ik probeer eens iets leuks, maar ik
kan weer de verwachtingen niet inlossen.

(Allemaal úw schuld, sossen!)



Leger

Memories & mijmeringen Posted on za, juni 30, 2018 13:04:59

“Een psychologisch verzamelbegrip voor de
psychologische ontwikkelingsfase van mensen tussen de 35 en 50 jaar. Vaak wordt
men op deze leeftijd geconfronteerd met zingevingsvraagstukken en wordt men
daardoor uit balans gebracht.” Zo definieert Wikipedia ‘midlifecrisis’. Wie
in 1981 geboren is, kan zich dus een lidkaart van die club veroorloven.

Een professor en een woordvoerder pakten daar
de voorbije weken met veel aplomb mee uit. Jonathan Holslag, politicoloog en Chinakenner,
en Joachim Pohlmann, woordvoerder en Bart De Wevermenner, gooien deze zomer
één maand lang hun burgerkleren af, zetten de anders zo onmisbare smartphone dertig
dagen lang op vliegtuigstand, trekken een volstrekt a-modieus kakikleurig
uniform aan en volgen een opleiding tot ‘reservist’. Dat klinkt nogal
denigrerend (alsof iemand intensief de finesses van het voetbal leert kennen om
vervolgens op de invallersbank te belanden), maar beide heren zijn er
behoorlijk trots op dat ze óóit het land zullen kunnen, pardon: mógen, dienen.
Geen Harley Davidson, vurige maîtresse of sm-meesteres voor hen, al komt de
kadaverdiscipline in het leger toch ook wel een beetje neer op dat laatste.

Het gevaar komt uit het oosten, zeggen ze
allebei. Ze bedoelen Poetin, niet Merkel, al weet je maar nooit met Pohlmann.
En uit het zuiden, voegt de communicatieverantwoordelijke van de N-VA daar snel
aan toe. Migranten die het slecht met ons voor hebben, moet u weten. Kwestie
van de harde communicatie van de partijkopstukken aan te houden, ook al lezen
we de voorbije dagen en weken in betrouwbare rapporten en grafieken dat het allemaal wel meevalt met vluchtelingen,
asielzoekers en migranten. Het zijn er veel minder dan pakweg tien of twintig
jaar geleden. Maar het wordt wel aan de burger verkocht als een regelrechte
ramp, een Armageddon in spe, het naderende einde van het Avondland. Help, we
worden overspoeld en straks zit er godbetert een neger op het Schoon Verdiep. De laatste pessimist doet het licht
uit.

***

Om u maar meteen gerust te stellen: ik ga niet
in het leger. Nu niet. Nooit. Niet dat ik tot de doelgroep behoor, volgens de
definitie ligt mijn midlifecrisis al bijna een vol decennium achter me. Nooit
een Harley bereden, of een maîtresse, of vrijwillig van het zweepje gehad. Best
saai wel, die periode. Hard werken, carrière maken, een langdurige relatie uitbouwen. Om de
titel van een Supertramp-LP te parafraseren: Midlifecrisis? What Midlifecrisis?

Ik heb een geweten en ik heb bezwaren. Voeg
die twee samen en je komt uit op: gewetensbezwaarde. In de duistere jaren 80
van de vorige eeuw was dat mijn kleine daad van verzet: ik weigerde als
pacifist domweg bevelen van officieren uit te voeren. Daar werd je in die tijd,
toen de legerdienst nog bestond, flink voor gestraft. In de hoek gezet, zeg
maar. Twintig maanden burgerdienst in plaats van tien maanden leger. Dan moest
je al écht overtuigd zijn. Achteraf bekeken had ik uit puur opportunisme net zo
goed in het leger kunnen gaan, bij de audiovisuele dienst, zoals me werd
aangeboden, want op de twee plekken waar ik van juni 1984 tot februari 1986
mijn gewetensbezwaren mocht uiten werd je óók uitgebuit. Ik verwachtte veel
respect voor mijn beslissing, ik kreeg klusjes die anderen niet wilden doen.
Bij de openbare omroep botste ik op tegen een toenmalige tv-coryfee – hard
tegen onzacht -, waarna ik muteerde, zoals dat ook in kringen van mensen met
een geweten heette, naar een jeugdclub, waar ik mijn dagen voornamelijk achter
de toog sleet. U leest dat goed: áchter. Om de dorstigen te laven. Dat was in
het laatste punkkot van de wereldstad A, waar zo’n drie keer per jaar een
punkfestivalletje werd georganiseerd, met wouldbe-cultgroepjes die zich
bekwaamden in het heel luid en volstrekt atonaal door elkaar brullen van ‘One-two-three-four’
om vervolgens dik twee minuten hooguit twee akkoorden op de pogoënde aanwezigen los te
laten. En dat een keer of twintig tijdens één optreden. Die festivalletjes verliepen
volgens een vast stramien: een overvol café, drie of vier groepen die van jetje
gaven, tegen negen uur overstromende toiletpotten, tegen tien uur skinheads die
voor de deur verzamelen bliezen, daar kwam dan herrie van, en een halfuur later
kon ik vroeger dan verwacht fluitend naar huis omdat de politie de boel was komen
sluiten. Tijden!

***

Mensen met bovengemiddelde verstandelijke
vermogens die in het leger gaan, ik begrijp dat niet. Zeker niet nu het al meer
dan twintig jaar niet meer hoeft. Is het nostalgie naar vervlogen tijden die de
heren zelf nauwelijks bewust hebben meegemaakt? Jongensdromen van heldendaden
ergens in een Limburgse greppel? Dat je tijdens een midlifecrisis meedoet aan
plofkraken ligt nog iets minder voor de hand, maar het leger… Och, ik zal de
beeltenis van de heren Holslag en Pohlmann aanbrengen op een paar verkenners in
mijn Stratego-spel dat nog ergens op zolder moet liggen.

***

Ja, ik weet het, een gewetensbezwaarde die
militaristische spelletjes speelt, da’s ook niet al te koosjer.



Hoe word je mensensmokkelaar?

Memories & mijmeringen Posted on za, februari 03, 2018 12:50:20

Bij de meest verschrikkelijke dictators uit de
geschiedenis kan ik me nog iets voorstellen: ze deden het uit ideologische
overtuiging of een of andere perverse vorm van idealisme, en daaruit vloeide
waanzinnig misdadig gedrag voort. Je kan dat nog enigszins verklaren, vanzelfsprekend
met enige moeite en de nodige walging.

Om geen misverstand te creëren: ik verfoei die
mannen van het Grote Gebaar, maar hoe – in naam van alle potentaten – word je mensensmokkelaar?

Terroristen, wat ook hun drijfveer moge zijn,
vernietigen mensenlevens, van zij die dood zijn en het niet meer kunnen
navertellen, en van zij die nog leven en het niet meer willen navertellen. Zelf
kiezen ze voor een stel hemelse maagden, het omverwerpen van het
maatschappelijke bestel of wat financieel gewin. Zeer verwerpelijk allemaal,
maar je kan het nog duiden, wáárom ze dat doen.

Bij een terrorist is het gebrek aan mededogen
absoluut geen bezwaar, maar hoe – in naam van een denkbeeldig opperwezen – word
je mensensmokkelaar?

De deelnemers aan Temptation Island proberen na te gaan hoe sterk hun relatie is en –
vooral – hoe sterk zijzelf bestand zijn tegen verleidingsrituelen (en nu ga ik
er even zeer naïef van uit dat dit smakeloze programma niet van a tot z vooraf
in een scenario werd gegoten). Ik ben er ooit, tijdens het zappen op een
inspiratieloze tv-avond, bij blijven hangen, echt waar, het was geen ziekelijke
nieuwsgierigheid naar de laagste instincten van de IQ-loze medemens. Ik praat
nog liever tegen mijn hand.

Ach ja, we weten het, dat soort mensen komt
graag in volle primetime klaar, maar hoe – in naam van Pommeline en Gringo –
word je mensensmokkelaar?

Ik heb respect voor dieren, maar sommige
kruipende monstertjes laat ik het liefst met de onderkant van mijn pantoffels
kennismaken. De kakkerlak, bijvoorbeeld. Dat komt zo. Tijdens een verblijf in
een nogal exclusief oord in het zuiden van Spanje was er zo’n diertje dat
hardnekkig door de kamer ploeterde, daarbij flink wat knisperend geluid
producerend. Ik ging dapper als steeds in de achtervolging, maar het kreng was
iets te snel en kroop onder kasten, stoelen en het bed. Een er inderhaast bij geroepen
hotelbediende had er gelukkig een trucje op gevonden. Hoe het diertje heette? La Cucaracha. Ik deed er meteen een onhandig,
vrolijk dansje bij.

Kakkerlakken zijn ergerlijk, doch vormen geen
groot gevaar, maar hoe – in naam van het insectenrijk – word je mensensmokkelaar?

Als zelfs Herman Van Holsbeeck weer het
daglicht aanschouwt en Mogi Bayat al dagen niet meer op een krantenfoto is
gesignaleerd, weet je: de wintertransferperiode is voorbij. De jaarlijkse
hoogmis van de oei-we-hebben-het-vorige-zomer-weer-flink-verknoeid-en-hebben-nu-iets-goed-te-maken
voetbalbestuurders. Waarna dit ritueel zich over een maand of vijf opnieuw zal
voltrekken. Knoeien is des mensen, verknoeien ook.

Mijn geliefde sport wordt steeds meer naar de
kloten geholpen door de niets en niemand ontziende voetbalmakelaar, maar hoe –
in naam van Mendes, Raiola, Zahavi en Bayat – word je mensensmokkelaar?

Zoek je naar een mensensoort die geen
scrupules heeft en die voor een zakcentje zijn hulpbehoevende medemens een
beetje hemel op aarde belooft en hem vervolgens gewetenloos en zonder verpinken
laat zinken op een gammel bootje, zoek dan niet verder dan dit hatelijke
exemplaar: de mensensmokkelaar. Maar, in naam van de menselijkheid: hoe word je
het?



Break

Memories & mijmeringen Posted on za, juni 10, 2017 12:28:30

Als de
realiteit de fictie overtreft wat het ongeloofwaardigheidsgehalte betreft, is
het tijd voor bezinning. Als verontwaardiging, toch vaak de zaterdagse
drijfveer als ik een stuk schrijf, omslaat in woede, is het tijd om afstand te
nemen. Een burgemeester die geld voor de daklozenwerking afroomt naar zijn
eigen rekening, het is te gek voor woorden. Een president die zich rechtstreeks
en op het publieke forum inmengt in een gerechtelijk onderzoek, het is ongezien
in een democratische omgeving. Twee voetbalclubs die hengelen naar de diensten
van een spits en die daarvoor meer dan honderd miljoen euro veil hebben, het is
immoreel. Zeker als de ene club de speler een paar jaar geleden verkocht,
vanwege in hun ogen niet goed genoeg, en de manager die de speler toen negatief
beoordeelde, nu aan de slag is bij die andere club. Normvervaging is de norm
geworden. De wereld draait zodanig door dat het wel één vloeiende beweging
lijkt: je ziet de draaibeweging niet eens meer.

Wat ik
wilde zeggen: als de realiteit te gek voor woorden wordt, waarom er dan nog
woorden aan vuil maken? En, in alle eerlijkheid, als je een beetje moe wordt
van je eigen meningenwaterval, is het goed om even achteruit te stappen en naar
die waterval te kijken: misschien vind ik ‘m wel indrukwekkend, mogelijk raak
ik er rap op uitgekeken. Ik heb sowieso al weinig met watervallen. Overroepen
natuurverschijnsel. Maakt veel te veel lawaai ook nog.

Ik bedoel
maar: dit fabriekje is gesloten, vanwege dicht. Toe. Tijdelijk, vermoed ik,
maar definitief kan ook. Hangt van mijn schrijfzin af en hoe de wereld eraan
toe is. De kans bestaat dat ik binnenkort, geconfronteerd met uw opmerking dat
ik er niet was wanneer mijn-uw-de wereld in brand stond, Rossgewijs zal reageren:
‘But, we were on a break!’ Misschien
ook niet. We zien wel. U ziet wel. Tot morgen. Of volgende week. Volgende
maand. Ooit. Nooit.



Marc

Memories & mijmeringen Posted on za, februari 04, 2017 12:47:24

Directeur
Woord en Directeur Muziek noemden we onszelf. Ik was verantwoordelijk voor alle
woordprogramma’s, hij voor alles wat muziek was. Het idee van de ronkende
titels kwam van mij, beïnvloed als ik begin jaren tachtig was door het
instituut dat ik in mijn wildste dromen als mijn toekomstige werkomgeving zag,
de Belgische Radio en Televisie aan de lichtelijk majestueuze Reyerslaan in het
verre Brussel. Hij was niet zo van de titulatuur. Hield niet van uiterlijk
vertoon. En zonder visitekaartjes — daar hadden we bij een linkse vrije radio
geen centen voor — klonk het ook een beetje hol. FM2000 was de zender en we
vonden ons de beste van Antwerpen en directe omgeving, en dat alleen maar omdat
we niet tot in Alaska, Kaapstad en Sydney te horen waren.

The Magic Mushroom, zo heette het programma dat hij van bij Radio
Delta had meegebracht, samen met zijn muzikale lotgenoot Louis. Hij draaide wat
we toen ‘de betere muziek’ noemden. Daar zat Van Morrison tussen. En Neil
Young. Of Eric Clapton. Maar ook minder bekend werk. En na een tijdje verdwenen
Van, Neil en Eric uit de playlist en
kwamen er obscure parels in de plaats. Obscuur, als in: onbekend. Parels, als
in: geweldige ontdekkingen. De vroege R.E.M., bijvoorbeeld. Of The Triffids,
een niet onaardig bandje uit Perth, zo leerden we dankzij zijn omstandige uitleg
bij de uitgekozen nummers, met die zachte stem van hem, die zo in contrast
stond met dat imposante, boeddha-achtige lijf. Deze autoloze jongen liftte weleens
mee naar concerten. Zo ontdekte ik in ’t Stuc in Leuven The Triffids voor Marc Mijlemans en de rest
van Vlaanderen dat deden. Werd ik bijna letterlijk weggeblazen door The
Butthole Surfers, al had dat meer met de combinatie van een overijverige
rookmachine en een vuurspuwende zanger te maken dan met de muziek.

En zo ging
ik, met dank aan hem, houden van onafhankelijke bands, die haaks op de
totalitaire muziekindustrie van die dagen hun ding deden. I didn’t want my MTV, ik wou dat video de radiosterren niet
vermoord had. Maar naarmate ik, met vertraging, ontdekte wat hij al een tijdje
kende, was hij alweer drie stappen verder, op zoek naar nieuwe, steeds
obscuurdere artiesten. Psychedelica was zijn ding. We lachten er soms mee:
‘Oei, The Triffids hebben meer dan vijf platen verkocht, hij zal ze niet meer
goed vinden!’ Ja, hij was daar compromisloos in en ook wel een beetje
drammerig, soms. Maar na het verdwijnen van FM2000 en de overstap die hij samen met
Louis maakte naar de nog linksere Radio Centraal kon de Antwerpse luisteraar
die zonder oorkleppen door het leven ging, nieuwe muziek leren kennen. Dat deed
hij tot een dag of tien geleden.

Zijn
muziekkeuze was te nemen of te laten, zoals hij dat ook zelf was. In de zomer
in T-shirt, in de winter in een dun shirt met lange mouwen, daaronder een
flodderige jeans en halfversleten schoenen. Halflang haar. Op het eerste
gezicht: een hippie. Op het tweede gezicht ook, trouwens, maar daarachter ging
een allesbehalve naïeve man schuil. Geen simplistische wereldverbeteraar. Bereisde
het Verre Oosten, bracht van ginder koffers vol plaatselijke muziek mee.

Ik heb hem
ooit helpen verhuizen omdat de vloer van zijn appartement dreigde te bezwijken
onder de vijfduizend elpees die netjes geklasseerd in platenkasten wachtten op
grijpgrage handen. Hij wist precies waar wat stond. Na de verhuis liep ik dagenlang kromgebogen. Hij juichte, toen zijn werkgever hem vertelde dat hij
mocht opkrassen. Kon ie de hele dag met muziek bezig zijn, in plaats van als
loonslaaf op te moeten draven op een weinig inspirerende werkplek.

***

Marc is
niet meer. Vermoedelijk heeft zijn hart het begeven, vijfenzestig jaar jong, na
een niet altijd even gezond leven. Ik hoop dat hij net voordien nog iets nieuws
ontdekt heeft. Oezbeekse punk, Mongoolse heavy metal, Peruaanse psychedelica.
Zoiets. Omdat muziek zijn lange en helaas toch ook veel te korte leven was.

***

Hoe gaat
dat met vriendschappen die niet echt close zijn, maar waaruit wederzijdse
waardering blijkt? Je ziet en hoort elkaar steeds minder, verliest elkaar uit
het oog. De laatste keer dat ik hem zag was op een begrafenis van een
gemeenschappelijke vriend van 61. De keer daarvoor was ook op een herdenking
voor een net overleden maat. Het lot van ouder wordende mensen: er moet iets te
vaak afscheid worden genomen.

***
Donderdag zal Louis The magic mushroom
volledig in het teken stellen van Marc. “U luistert dus op eigen
risico,” voegde hij eraan toe in de mail waarin hij het droevige nieuws
aankondigde. Als u in Antwerpen woont, kunt u dat ook doen. Van half tien tot
half twaalf ’s avonds, Radio Centraal, 106.7. ‘Encyclopedia psychedelica’, lees
ik op de website van de zender. Een nieuwe wereld zal voor u open gaan.

Dank, Marc,
dat je me nieuwe muzikale werelden hebt doen ontdekken. O ja, die
visitekaartjes met ‘Directeur Muziek’ erop liggen klaar, mocht je zin hebben om
ze te gebruiken. Als iemand die titel verdiende, was jij het wel.



Volgende »