Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

De 20 Beste Voetballers Aller Tijden (deel 4, slot: 2 en 1)

Sport Posted on di, september 17, 2019 12:20:59

De ontknoping van een, toegegeven, behoorlijk pretentieuze vierdaagse. De voetballers-Top 20 aller tijden — nou ja, van de voorbije drieënvijftig jaar — van Frank Van Laeken, who cares? Maar goed, weest opnieuw welgekomen. Zoals u intussen weet: het is een persoonlijke lijst, protest is niet mogelijk, rechtzettingen zullen niet gebeuren en wie weet zou de lijst er volgende week al lichtjes anders uitzien.

Ik voeg er meteen aan toe, dat ik op het eind afwijk van mijn zelf opgelegde beperking tot spelers die ik grotendeels zelf heb mogen volgen, op tv. Van een van de twee hieronder, heb ik namelijk zijn eerste hoogtepunten, de WK’s van 1958 en 1962, alleen maar achteraf in samenvattingen beleefd, het eerste omdat ik nog niet geboren was, het tweede omdat ik amper drie jaar oud was en het verschil tussen rechter- en linkervoet nog niet kende. In ’62 werd Pelé van het veld geschoffeld. Op het WK van 1966, mijn eerste min of meer bewust meegemaakte voetbalevenement, werd Brazilië vroegtijdig uitgeschakeld.

Voor Pelé baseer ik me dus hoofdzakelijk op dat unieke wereldkampioenschap in 1970. En op die live aanschouwde snoekduikpas — een bal die achter hem kwam voorover duikend met de hak naar een ploegmaat deviërend — op de Bosuil, tijdens zijn afscheidstournee in 1976. Voordeel dat Pelé heeft ten opzichte van Matthews, Puskás of Di Stéfano is dat er voldoende beeldmateriaal van hem terug te vinden is, ook op YouTube.

Maar goed, bij deze: 2 en 1.

***

20. Rivelino

19. Paolo Maldini

18. Romário

17. Gerd Müller

16. Michel Platini

15. George Best

14. Ronaldinho

13. Andrea Pirlo

12. Franz Beckenbauer

11. Jairzinho

10. Xavi Hernández

9. Marco van Basten

8. Ronaldo

7. Cristiano Ronaldo

6. Andrés Iniesta

5. Zinédine Zidane

4. Diego Maradona

3. Johan Cruijff

2. PELÉ. Edson Arantes do Nascimento. Had net zo goed op 1 kunnen staan, maar prijkt op 2 vanwege mijn beperkte visuele herinneringen aan de man. O Rei, de koning. Meer dan duizend doelpunten, al moet er toch eens iemand al die jeugdwedstrijden opnieuw bekijken, want het lijkt overdreven veel. Behalve zijn lucratieve uitboljaren bij de New York Cosmos speelde hij zijn hele carrière, achttien seizoenen lang, voor Santos in eigen land. Twee en een halve keer wereldkampioen (Chili-1962 maakte hij niet tot het einde mee), vijf keer landskampioen in Brazilië, winnaar van de Copa Libertadores en, als toemaatje, ook nog kampioen van Noord-Amerika met Cosmos, in zijn allerlaatste seizoen. Voordien mocht hij van de Braziliaanse regering niet in Europa komen voetballen, omdat hij als ‘nationale schat’ werd beschouwd.

Pelé dirigeerde, dribbelde, gaf assists en scoorde aan de lopende band. Maakte niet uit hoe: rechts, links, met het hoofd. Technisch briljant en razend snel. Mocht men ooit proberen de ideale voetballer te creëren in de vorm van een performante robot, zoek niet verder: inspireer hem op Pelé (oftewel: Cristiano Ronaldo met zin voor samenspel). Maar toch zijn de twee fragmenten die mij het meest zijn bijgebleven van de man, twee opvallende missers op de Mundial ’70. Tegen Tsjechoslowakije trapte hij achteloos vanop eigen helft richting Tsjechisch doel: de bal ging maar net naast. Tegen Uruguay werd hij in de diepte gestuurd, liep over de bal heen waardoor de uitgelopen keeper ook totaal verrast was, en trapte vervolgens in de draai… nipt naast. Dat de op dat ogenblik beste voetballer van de wereld kon missen was voor deze jongen van elf een openbaring. Zowaar een mens! Die later zijn kleine menselijke kantjes liet zien als minister van Sport, ambassadeur voor Unicef en Unesco, een overdreven zelfingenomen en nogal verbitterde ex-ster die de op hem gerichte spot miste.

1. LIONEL MESSI. Neen, hij heeft nooit een WK gewonnen, dat klopt. Daarmee is dadelijk het grootste bezwaar tegen de Argentijnse Vlo op nummer 1 opgedist. Bekijk zijn capaciteiten (zoals de KU Leuven onlangs deed, in een vergelijking met tijdgenoot en concurrent Cristiano Ronaldo, door Messi glansrijk gewonnen). Beste dribbelaar. Check. Snelste détente. Check. Geweldig speloverzicht. Check. Individueel top, maar ook teamplayer. Check. Man die wedstrijden beslist. Check. Sportieve speler. Check.

Bekijk die erelijst: vier keer de Champions League, tien landstitels, zes bekers, vijf keer verkozen tot beste voetballer ter wereld, zes keer Europees topschutter. Vergelijk de fameuze dribbel van Maradona tegen Engeland (1986) met de goal van Messi in de bekerwedstrijd tegen Getafe (2007). Wonderschoon. Messi is dat jongetje dat altijd als eerste werd gekozen als je op de speelplaats een elftalletje wilde samenstellen, omdat hij zo goed is, keer op keer. Messi doet dingen met een bal die je fysiek onmogelijk acht. Messi bedenkt openingen die niemand anders ziet. Mocht Messi vijftien jaar eerder zijn geboren en ook in Barcelona beland zijn, dan zou hij in het Barça van Cruijff jaar na jaar de Champions League hebben gewonnen, in een perfect een-tweetje tussen leermeester en ideale leerling. Nu kreeg hij de cruijffiaanse spelbenadering mee van diens leerjongen, Pep Guardiola.

Neen, die wereldtitel zal er niet meer van komen, en voeg er gerust aan toe dat hij ook nog nooit de Copa América wist omhoog te steken als captain van zijn nationale team. Daarvoor is hij niet goed genoeg omringd bij Argentinië, of deugen de opeenvolgende bondscoaches niet. En, ja, zelf raakt hij ook verlamd in dat nationale shirt. Mag een mens nog gebreken hebben?



De 20 Beste Voetballers Aller Tijden (deel 3: 5 t/m 3)

Sport Posted on ma, september 16, 2019 12:16:37

U bent er nog? Niet te zeer geschokt omdat Cristiano Ronaldo niet op 1 staat? Laten we dan verder het rijtje topvoetballers aflopen.

Vandaag: 5 tot en met 3.

***

20. Rivelino

19. Paolo Maldini

18. Romário

17. Gerd Müller

16. Michel Platini

15. George Best

14. Ronaldinho

13. Andrea Pirlo

12. Franz Beckenbauer

11. Jairzinho

10. Xavi Hernández

9. Marco van Basten

8. Ronaldo

7. Cristiano Ronaldo

6. Andrés Iniesta

5. ZINÉDINE ZIDANE. Wat een genot om naar te kijken. Zijn pirouette (een Zidaneke doen) kreeg veel navolgers, maar weinigen konden dat op het allerhoogste niveau aan. Op z’n zesentwintigste nam hij la France bij de hand richting wereldtitel in eigen land. Zizou scoorde en liet scoren, iets wat hem onderscheidt van pakweg Cristiano Ronaldo. De Algerijnse Fransman was bijzonder efficiënt voor het team. Met Frankrijk werd hij eerst wereld- en daarna Europees kampioen, een tot dan toe ongeziene combinatie. Met juventus werd hij twee keer kampioen, met Real won hij de Champions League en één landstitel. Eén keer won hij de Gouden Bal, de FIFA riep hem drie keer uit tot beste voetballer van de wereld. Als trainer van Real zorgde hij voor een primeur: hij won drie keer op een rij de Champions League.

4. DIEGO MARADONA. Oei, een nieuwe schok voor u? Diego Armando Maradona, niet op 1? De man die Argentinië op z’n eentje de wereldtitel schonk in 1986 (mensen vergeten graag dat er nog tien andere spelers rondliepen in een gestreept lichtblauw-wit shirt en dat die ook een aardig stukje konden voetballen)? Pluisje was zowel de ultieme dribbelkoning als de onverschrokken valsspeler, twee aspecten die naar boven kwamen in die legendarische kwartfinale tegen Engeland op de Mundial in Mexico. ‘De hand van God’, gevolgd door een goddelijke dribbel. Vier jaar later werd hij ook vice-wereldkampioen, weer vier jaar later scoorde hij een wondermooi doelpunt tegen Griekenland, waarna hij op dopinggebruik werd betrapt. Het bleef dus bij die ene wereldtitel, drie landstitels (met die twee onvergetelijke van Napoli), twee bekers en de UEFA Cup van het seizoen 1988-1989. En die vele onvergetelijke, weergaloze momenten op het veld. Daarna verdween de voetballer-Maradona en trad de zwakke mens-Maradona op het voorplan. En er was ook die eerder lachwekkende beperkte trainerscarrière, onder meer als bondscoach van Argentinië. Toen de FIFA in 2000 Pelé uitriep tot ‘Speler van de eeuw’, won Maradona de publieke verkiezing op het nog prille internet. Ten onrechte. Het grote publiek heeft het zelden bij het rechte eind of houdt het op weinig doordachte meningen, dat bewijzen andere verkiezingen voortdurend.

3. JOHAN CRUIJFF. In mijn gedachten staat hij op 1, maar de feiten en de cijfers verdienen ook aandacht, dus zet ik Nummer 14 op nummer 3. Ik vind Cruijff zo fantastisch omdat hij tot twee keer toe een revolutie in het voetbal heeft veroorzaakt. Een eerste keer toen hij als speler het totaalvoetbal hielp introduceren, een spelsysteem waarbij alleen de keeper een vaste plaats kent, al speelt die de hele tijd mee (met de voeten). Kijk naar de openingsminuut van het WK in West-Duitsland, in 1974. Op het ogenblik dat Cruijff bal aan de voet aan zijn onstuitbare rush richting strafschopgebied van de Duitsers vertrekt — waar hij foutief afgestopt wordt door Berti Vogts —, staat hij laatste man bij Oranje. Dat WK was Oranje haast even indrukwekkend als Brazilië vier jaar eerder. Voetbal van een andere planeet, alleen afgestraft door geniepige Duitsers en die eeuwige Gerd Müller met een intikkertje. De tweede keer dat Cruijff het voetbal verreikende impulsen gaf, was als trainer bij FC Barcelona. Hij vond het tiki-taka uit, dat achteraf geperfectioneerd werd door Guardiola. Cruijff legde de basis van het mooiste voetbal van de voorbije vijfentwintig jaar. Aanvallend, dominant, gebaseerd op balbezit. Maar hij werd dus geen wereldkampioen, noch Europees kampioen. Won wel drie keer op rij de Europabeker voor Landskampioenen (met Ajax), won tien landstitels, zeven bekers en werd drie keer Europees speler van het jaar. Als trainer won hij Europacup I met Barcelona en Europacup II met Ajax en Barcelona. Plus vier landstitels en drie bekers. Neen, Johan Cruijff werd nooit wereldkampioen, maar hij heeft de wereld van het voetbal ten goede veranderd, een verdienste die veel hoger reikt dan duizend dribbels. En hij heeft onnavolgbare en soms onbegrijpelijke oneliners geproduceerd, voeg ik er even voor de volledigheid aan toe.

***

Morgen: de ontknoping, 2 en 1. Voor wie goed heeft opgelet: Messi of Pelé, Pelé of Messi?



De 20 Beste Voetballers Aller Tijden (deel 2: 10 t/m 6)

Sport Posted on zo, september 15, 2019 12:04:32

Deel twee van mijn persoonlijke Top 20 van beste voetballers aller tijden. Wat ik al kan weggeven: bij mijn beste tien zitten twee Spanjaarden, twee Nederlanders, twee Brazilianen, twee Argentijnen, één Portugees, één Fransman en géén Belg. Morgen verneemt u wie 5, 4 en 3 staan, overmorgen onthul ik 2 en 1, en weet u wie mijn favoriete sjotter ooit is.

Vandaag: 10 tot en met 6.

***

20. Rivelino

19. Paolo Maldini

18. Romário

17. Gerd Müller

16. Michel Platini

15. George Best

14. Ronaldinho

13. Andrea Pirlo

12. Franz Beckenbauer

11. Jairzinho

10. XAVI HERNÁNDEZ. Metronoom van het grote FC Barcelona, opvolger van Pep Guardiola in die functie op het middenveld. Onverbeterlijke inspeelpas: altijd op de juiste snelheid, altijd op de betere voet van een ploegmaat, altijd de best beschikbare optie kiezend. Wereldkampioen met Spanje. Tweevoudig Europees kampioen. Vier keer winnaar van de Champions League, acht Spaanse titels, drie bekers. O ja, vorig seizoen ook nog winnaar van het Qatarees kampioenschap, maar dit geheel terzijde.

9. MARCO VAN BASTEN. Wat als die enkel hem niet zo vaak parten had gespeeld? Zou hij dan meer dan drie Gouden Ballen hebben gewonnen? Zou hij dan meer hebben betekend voor zijn vaderland dan alleen maar eindwinst in dat ene Europees Kampioenschap van 1988 met die wondergoal van ‘m? Won drie keer de Europabeker voor Landskampioenen met Milan, Europacup II met Ajax, zes landstitels, drie bekers. Die zuivere techniek! Die perfecte lichaamsbeheersing! Die feeling om op het juiste moment op de juiste plaats te staan! Probeerde het ook als trainer, maar dat viel nogal tegen.

8. RONALDO. Ronaldo Luís Nazário de Lima. Tegenwoordig wordt hij weggelachen als ‘de dikke’, maar vergis u niet: hij is ‘O Fenômeno’. Net als Romário werd hij ontdekt door PSV uit Eindhoven, waar hij als zeventienjarige neerstreek en in twee seizoenen gemiddeld één goal per wedstrijd maakte. Dat bleef hij doen in dat ene seizoen bij FC Barcelona, waarna het Grote Geld hem lonkte: eerst vijf seizoenen Inter, dan vijf seizoenen als Galáctico bij Real. In zijn topdagen: heel snel, dribbelvaardig, neus voor de goal, een frontlinie op zich. Twee keer wereldkampioen met Brazilië (al speelde hij in 1994 nauwelijks mee), één keer verliezend finalist, drie keer winnaar van de Copa América, drie landstitels, drie bekers, winnaar van Europacup II en de UEFA Cup, twee keer ontving hij de Gouden Bal. Ook zijn carrière werd geteisterd door blessureleed en, op het eind van zijn Real-periode, overgewicht.

7. CRISTIANO RONALDO. Oké, begin maar luidop te vloeken, fans van het Portugese fenomeen. Hij staat niet hoger dan dit: zijn rugnummer, zeg maar. CR7. Een aanval op z’n eentje en zo speelde hij ook vaak: vooral uit op eigen succes. Een egocentrische spits die niet eens juicht als een ploegmaat scoort. Maar hij deed dat zo fantastisch bij Manchester United, Real en nu bij Juventus dat hij zich dat kon permitteren. Wellicht de beste rechttoe-rechtaan-voetballer aller tijden. Recht op doel af, pijlsnel, fysiek top, doelgericht. Europees kampioen met Portugal (ook al moest hij in de finale al vroeg van het veld door een blessure), winnaar van de eerste editie van de UEFA Nations League, vijf keer winnaar van de Champions League, zes keer landskampioen (in Engeland, Spanje en Italië, niet mis!), drie bekers, vijf keer uitgeroepen tot beste speler van de wereld (enfin, drie keer Europa, twee keer de wereld, maar Europa ís in dit geval de wereld), vier keer de beste topschutter van Europa.

6. ANDRÉS INIESTA. Net als zijn maatje Xavi, de metronoom, dicteerde hij het spel bij FC Barcelona en de Spaanse nationale ploeg in de gouden jaren. Wat Iniesta doet, is zelden spectaculair, maar altijd efficiënt en mooi om te zien. Binnen het tiki-taka-systeem was hij onmisbaar. Wereldkampioen en tweevoudig Europees kampioen met Spanje, waarmee hij ook in twee jeugdcategorieën al het EK had gewonnen. Met Barça vier keer winnaar van de Champions League, negen landstitels, zes bekers. 131 interlands, waarin hij niet meer dan dertien keer scoorde, al was die ene goal tegen Nederland in 2010 nogal belangrijk. Waarom ik Iniesta zo hoog inschat? Misschien is hij wel de beste teamplayer ooit. En voetbal is een teamsport, toch? (Al zal nummer 7 op deze lijst dat enigszins tegenspreken, vermoed ik.)

***

Morgen: 5 tot en met 3.



De 20 Beste Voetballers Aller Tijden (deel 1: 20 t/m 11)

Sport Posted on za, september 14, 2019 12:19:53

Op schoenen met afgesleten zolen lopen op glad ijs, dat is wat ik de komende dagen op deze plek zal doen. Ik waag me namelijk aan een persoonlijke Top 20 aller tijden van voetballers. ’t Is te zeggen: uit mijn tijd. Dat wil, grosso modo, zeggen vanaf het moment dat ik me bewust was dat de sport Voetbal een belangrijk belangwekkend onderdeel van mijn leven zou gaan uitmaken. ‘Belangrijk’, omdat ik van het spelletje houd, ‘belangwekkend’, omdat het natuurlijk een spelletje blijft. ‘Die wichtigste Nebensache der Welt’, zou een Duitse tv-sportchef voetbal ooit genoemd hebben. De belangrijkste bijzaak ter wereld. Voormalig Liverpool-manager Bill Shankly was het daar grondig mee oneens. ‘Some people think football is a matter of life and death. I don’t like that attitude. I can assure them it is much more serious than that.’

Wat ik de komende dagen zal doen is een voorkeurlijst afwerken uit de periode 1966-2019, al zit die prille herinnering aan de wereldbeker van 1966 behoorlijk ver weg. De finale van de Europabeker der Landskampioenen tussen Manchester United en Benfica, mei 1968, ligt al iets verser in mijn geheugen. Maar het eerste absolute hoogtepunt, en terugblikkend misschien wel het grootste voetbalorgie ooit, was het WK van 1970 in Mexico, met een oppermachtig Brazilië. En er was natuurlijk Beerschot, altijd weer Beerschot, sinds zondag 20 november 1966. Ik was zeven jaar en net geen tien maanden oud toen ik in het Olympisch Stadion — dat in werkelijkheid veel kleiner en minder imposant was dan het in mijn dromerige jongensogen leek — de club die mijn club zou worden zag verliezen van die andere Club, die dan nog gewoon FC Brugge heette: 3-6. Stevige binnenkomer.

***

Er bestaan al tig lijstjes waarin de grootste namen uit het voetbal passeren. In november 2007 stelde de Association of Football Statisticians een Top 100 samen op basis van — hoe kan het anders — statistische gegevens. Ze keken naar gewonnen prijzen, sterkte van de competitie(s), positie op het veld, clean sheets (voor een doelman of verdediger) en goals (voor een aanvaller), enzovoort. Van Cristiano Ronaldo was toen nauwelijks sprake, Lionel Messi kwam helemaal pas piepen. Op 1 stond Pelé, en ook 2 en 3 waren Brazilianen: Ronaldo en Romário. Daarna volgden Luis Figo en Zinédine Zidane, en dan pas, op nummer 6, Diego Maradona. De Top 10 wordt vervolledigd door het Duitse trio Lothar Matthäus, Gerd Müller en Franz Beckenbauer — in die ietwat verrassende volgorde — en nog een Braziliaan, Cafú, de man van vier WK’s. Johan Cruijff staat pas 21ste, o schande!, als derde Nederlander. En er staat geen enkele Belg in de lijst, in tegenstelling tot een volledig elftal Nederlanders.

De voetbalsite 90min.com zette Diego Maradona op 1, vóór Pelé, Messi, Beckenbauer en Cruijff. Bij fourfourtwo.com is de Top 3 Messi, Maradona, Pelé, in die volgorde. In die beide Top 50’s evenmin een spoor van een landgenoot. Andere voetbalmedia komen bijna onveranderlijk uit bij Pelé óf Maradona, tenzij chauvinistische ondingen die per se een landgenoot op 1 willen zetten.

***

In mijn lijst de volgende dagen geen Garrincha, geen Ferenc Puskás, geen Alfredo Di Stéfano, geen Stanley Matthews, geen Guillermo Stábile, geen Lev Jasjin, net geen Bobby Charlton of Eusébio. Vanwege: nooit of amper zelf mogen aanschouwen. Het zou al te makkelijk zijn mij een air van je-sais-tout aan te meten en hen in mijn eeuwige ranglijst — die overigens niet meer dan een eeuw zou kunnen omspannen — te zetten, bij wijze van statement van een kenner, dat laatste al dan niet tussen aanhalingstekens. Maar ik houd het dus bij spelers die ik kén. Die ik aan het werk heb gezien, meestal op een scherm, dat in de loop van de jaren evolueerde van zwart-wit naar kleur naar grootformaat.

Het is een persoonlijke lijst die ik toch zoveel mogelijk geobjectiveerd heb. In verstaanbaar Nederlands: ik hou wel degelijk rekening met erelijsten en prestaties voor club(s) en vaderland, maar mijn eigenzinnige voorkeur sijpelt er ongetwijfeld doorheen. Om een tip van de sluier op te lichten: bij mij staat Cruijff een pak hoger dan plaats 21. En Cafú en Figo staan er niet tussen. Geen Belgen, hoe goed Eden Hazard en Kevin De Bruyne het ook doen. Geen poging om Rik Coppens, icoon van mijn clubje, ertussen te wringen, omdat ik de man, helaas, nooit zelf aan het werk heb gezien en hij, laten we wel wezen, ook nooit wat gewonnen heeft. De aangedikte lofzangen van mijn grootvader tellen niet mee als referentie om een voetbalhitparade samen te stellen. Ook niet in mijn lijst: Roberto Baggio, Franco Baresi, Drogba, Gullit, Kaká, Keegan, Matthäus, Rivaldo, Rummenigge, Sjevtsjenko, Stoitsjkov, Weah, Zico, en tutti quanti. En wat me bij het (her)bekijken opvalt: ik, als ex-keeper op weliswaar laag niveau, heb er geen enkele doelman in gezet. Geen Buffon, geen Casillas, geen Van der Sar, geen Schmeichel, geen Maier. Vreemd.

***

Vanaf vandaag leest u op deze plek hoe die lijst er zal uitzien. In deze volgorde:

– vandaag, hieronder: 20 tot en met 11

– zondag: 10 tot en met 6

– maandag: 5 tot en met 3

– dinsdag: 2 en 1

Het boegeroep mag beginnen!

***

20. RIVELINO. Op de doelman na had ik van Brazilië 1970 tien namen kunnen vermelden. Ik houd het op drie in totaal, maar hierbij toch een eervolle vermelding voor de sierlijke controlerende middenvelder Clodoaldo, spelmaker Gérson en offensieve rechtsback-aanvoerder Carlos Alberto. Maar dus: Roberto Rivelino. De linksbuiten van dat wonderbaarlijke elftal. Uitvinder van de ‘flip flap’, een dribbelbeweging. (Alles wat ik hier schrijf is terug te vinden op YouTube!) Wereldkampioen.

19. PAOLO MALDINI. Mister Milan. Debuteerde op zijn zestiende en ging door tot ie net geen eenenveertig was. Speelde 25 jaar en 900 wedstrijden voor zijn club, 126 interlands voor de Squadra Azzurra. Rechtsvoetige linksback die onverzettelijkheid koppelde aan elegantie. Wereldkampioen, vice-wereldkampioen, vijf keer winnaar van de Europabeker voor Landskampioenen/Champions League, zeven keer landskampioen, plus nog wat trofeeën bij wijze van pasmunt.

18. ROMÁRIO. Voluit: Romário de Souza Faria. Ontdekt door PSV, daarna het speerpunt van Barça. Na amper twee seizoenen begon hij aan een odyssee. Wereldkampioen met Brazilië in 1994, tweevoudig winnaar van de Copa América. Drie keer Nederlands kampioen. Eén keer Spaans. Maakte meer dan duizend doelpunten, jeugdvoetbal inbegrepen.

17. GERD MÜLLER. Om naar te kijken: een van de lelijkste topvoetballers ooit. Gedrongen, kromgebogen, bijna struikelend over het veld. Maar wel ‘der Bomber der Nation’. Doelpuntenmachine, die West-Duitsland naar een wereldbeker leidde in eigen land (1974). Wereldkampioen. Europees kampioen. Vier keer kampioen met Bayern. Drie keer na elkaar winnaar van de Europabeker der Landskampioenen, één keer Europacup II. Topschutter op het WK 1970, het jaar dat hij de Gouden Bal ontving. 68 doelpunten in 62 interlands. 398 goals in 453 matchen voor Bayern. Zat gemiddeld bijna aan één goal per wedstrijd. Maar nogmaals: niet om aan te zien.

16. MICHEL PLATINI. In zijn corruptieloze actieve voetbalperiode uitblinkend bij St. Étienne, Juventus en Frankrijk. Leidde les bleus naar de Europese titel in 1984. Specialist van stilliggende ballen: strafschoppen en vrije trappen. 41 interlandgoals als middenvelder, dat is uitzonderlijk veel. Eén Europabeker voor Landskampioenen (Heizeldrama!) en één voor Bekerwinnaars. Italiaans en Frans kampioen, drie keer topschutter (als middenvelder in de Serie A!), drie jaar na elkaar winnaar van de Gouden Bal. Verkozen tot Frans voetballer van de 20ste eeuw.

15. GEORGE BEST. Kijk, dit bedoel ik met eigenzinnig. Wat heeft die zuipschuit en vrouwenzot eigenlijk gepresteerd in zijn met horten en stoten verlopen voetbalcarrière? Eén Europabeker voor Landskampioenen, één Gouden Bal (in datzelfde 1968), twee keer kampioen van Engeland met Manchester United. Ach… Maar wat een genot om op een begenadigde dag naar hem te kijken. Dribbelkoning, op en naast het veld. Tribunespeler pur sang. Zo’n individueel genie waarvoor de mensen naar het stadion komen. En had u echt verwacht dat hij met Noord-Ierland wereldkampioen zou geworden zijn?

14. RONALDINHO. Ook deze Braziliaanse trucjeskoning heeft geen erelijst om u tegen te zeggen. Eén Champions League, twee landstitels met Barcelona en eentje met Milan, één Copa Libertadores (de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van de Champions League) en de Gouden Bal in 2005. Maar ook bij hem geldt: geniale ingevingen. Scoren met een vrije trap over de grond, terwijl de spelers in de muur omhoog springen: hij was de eerste die het deed. Balletje doodleggen met ongeveer elk beschikbaar lichaamsdeel, check it out.

13. ANDREA PIRLO. Je hebt spelers die van voetbal een ingewikkelde sport maken, en ermee wegkomen en je hebt spelers die het doen lijken als een simpel spelletje. Wat het in feite ook is. Pirlo behoort tot die laatste categorie. In zijn rol als controlerende middenvelder zowel eerste verdediger als eerste aanvaller. Wereldkampioen met Italië in 2006, zes keer Italiaans landskampioen (met Milan en Juventus), twee keer bekerwinnaar, met Milan twee keer triomferend in de Champions League.

12. FRANZ BECKENBAUER. Hij moet erin staan, vanwege groot(s), maar eigenlijk moet ik de man niet: hautain, overdreven zelfbewust, in zijn latere leven uitpakkend met zeer rechtse standpunten. Was er al bij op het WK van 1966, waarin de Duitse Bondsrepubliek de finale verloor van Engeland, dan nog als centrale middenvelder. In 1970 werd hij een soort cultheld omdat hij in de halve finale met een arm in het verband bleef verder voetballen. Als libero en aanvoerder voerde hij de Mannschaft achtereenvolgens naar de Europese titel (1972) en de wereldtitel in eigen land (1974). Won met Bayern drie keer Europacup I en één keer Europacup II. Vier keer landskampioen, vier keer bekerwinnaar met Bayern, vier keer kampioen met New York Cosmos (aka poenscheppen op gevorderde voetballeeftijd). Twee Gouden Ballen in de kast. Als bondscoach werd hij wereldkampioen met Duitsland in 1990 en landskampioen met Bayern in 1994. Hij won met ‘zijn’ club ook de UEFA Cup.

11. JAIRZINHO. Jair Ventura Filho, een jongen uit de favela’s. Opvolger van Garrincha, tweevoudig wereldkampioen, geen sinecure. In tegenstelling tot zijn illustere voorganger dribbelde Jairzinho functioneel. Waar Garrincha zijn rechtstreekse tegenstanders belachelijk wilde maken — liever hen twee of zelfs drie keer passeren, dan op doel afgaan of een voorzet te geven —, was dribbelen voor Jairzinho een middel om op doel af te snellen. Op het WK 1970 scoorde hij zeven keer en werd hij topschutter voor Brazilië (alleen Gerd Müller maakte meer doelpunten op dat toernooi). Was er nog wel bij in 1974, maar toen liet hij zich al flink liet gaan en lag hij vaker, goed omringd, op het strand dan dat hij op het trainingsveld stond. Won de Copa Libertadores met Cruzeiro en werd in zijn nadagen nog landskampioen in Venezuela en Bolivië.

10. ???

9. ???

8. ???

7. ???

6. ???

5. ???

4. ???

3. ???

2. ???

1. ???



Zesjescultuur hoort niet bij de Rode Duivels

Sport Posted on ma, september 09, 2019 09:28:39

(Deze bijdrage verscheen maandag in de wekelijkse rubriek ‘De bankzitter’ in De Standaard.)

Als de nationale elf vanavond aan hun kwalificatie-interland tegen Schotland beginnen, weten ze dat het beter moet dan tegen San Marino. Ondanks de 0-4 was dat een slappe vertoning, het nummer 1 van de wereld onwaardig. Winst in Glasgow is een must, maar het mag ook iets meer zijn.

Schotland uit, altijd lastig. Zo was dat toch in de jaren 70 en 80, toen de Schotten nog een stevige ploeg op de been konden brengen, met enkele wereldtoppers en daarnaast een stel bikkelaars. Schotland nam zeven keer deel aan de wereldbeker, maar slaagde er nooit in de eerste ronde te overleven. Hun laatste deelname dateert van 1998, eenentwintig jaar geleden. Twee jaar eerder waren de Schotten er één ronde bij op Euro 1996, hun tweede – en laatste – Europees Kampioenschap.

De kans is groot dat ze volgend jaar afwezig zullen zijn op het eerste EK met vierentwintig deelnemers. In de stand in groep I staat Schotland pas vierde, na België, Rusland en Kazakhstan, voor Cyprus en San Marino. De eerste twee kwalificeren zich rechtstreeks voor het eindtoernooi. Schotland zal allicht moeten rekenen op de play-offs, waaraan het automatisch mag deelnemen vanwege de groepszege in de derde divisie van de Nations League vorig jaar.

De Rode Duivels leggen een positieve balans voor na negentien onderlinge duels: twaalf gewonnen, drie draws, vier verloren. De laatste vijf wedstrijden werden vlotjes gewonnen, zonder tegendoelpunt. Het is van 24 maart 2001 geleden dat de Schotten nog eens gelijk konden spelen tegen de Belgen. En de laatste Schotse zege dateert van oktober 1987, bijna tweeëndertig jaar geleden.

Legendarisch was de 1-3 in december 1979, waarin Erwin Vandenbergh en Swat Van der Elst in Hampden Park de kwalificatie voor het EK van 1980 veiligstelden. Van de 0-2 van zes jaar geleden blijft vooral het beeld bij van een doorweekte Marc Wilmots langs de lijn. Een bondscoach die druk gesticulerend manmoedig de Schotse regen trotseerde, dat leverde hem toen heel wat krediet op, dat vervolgens verspeeld werd op het WK in Brazilië.

Not amused

Topspeler bij Schotland is aanvoerder Andy Robertson, de linksback van Liverpool: snel, hard, draaft negentig minuten lang op en af, geeft gevaarlijke voorzetten. Scott McTominay is een vaste waarde aan het worden op het middenveld van Manchester United. En op de linkerflank mag Ryan Fraser niet uit het oog verloren worden, vorig seizoen goed voor zeven goals en veertien assists in de Premier League.

In de spits loopt de duurste Schotse voetballer aller tijden, Oliver McBurnie, die deze zomer voor 19,5 miljoen euro plus eventuele bonussen van Swansea naar Sheffield United trok. De man met de indrukwekkende rosse (!) baard kwam voor de interland van vorige vrijdag tegen Rusland (1-2 verlies) negatief in het nieuws omdat een privé-conversatie waarin hij stevige kritiek had op zijn nationale team, gefilmd werd en viraal ging, nota bene via het videokanaal van zijn club. De nieuwe bondscoach, Steve Clarke, was ‘not amused’. Dat was ie ook niet na de wanprestatie van McBurnie & co tegen de Russen.

Drie van de elf Schotse starters tegen Rusland spelen in de Engelse tweede klasse, drie andere in de matige hoogste afdeling van Schotland. Onderschatting is nooit goed in sport, toch is alleen Belgische winst straks aanvaardbaar.

Belediging voor de fans

Het moet beter dan tegen San Marino. De eerste helft tegen de voetbaldwerg, allerlaatste op de FIFA Ranking, was veertig minuten slaapverwekkend. Balletje rondtikken, niet eens een handvol doelrijpe situaties creëren, ei zo na zelfs een tegendoelpunt incasseren op een zeldzame tegenaanval: een belediging voor de honderden meegereisde fans.

Kevin De Bruyne, vorige week nog bejubeld als momenteel misschien wel de beste speler van de wereld, sjokte rond zoals hij dat niet eens zou durven te doen op een training van Manchester City. Zijn passing, normaal een toonbeeld van accuraatheid en finesse, was slordig. Het onuitgegeven aanvallende trio rechtvaardigde nooit de onverwachte selectie. Januzaj gaf vooral risicoloze zijwaartse passes, Origi waagde zich aan een mislukte imitatie van Hazard en Batshuayi oogde, ondanks zijn twee doelpunten, allesbehalve scherp.

Was er niet die domme handsbal van een San Marinese verdediger, met een logische strafschop tot gevolg, dan stond het bij de rust nul-nul. Leg dat maar uit als je weet dat San Marino de voorbije jaren nog voor de rust werd weggespeeld door Luxemburg, Noorwegen of Tsjechië. Uiteindelijk moesten invallers Chadli en Mertens het verschil maken. Nul-vier klinkt als een vlotte zege, de werkelijkheid was anders.

Misschien moet er bij de selectie van de Duivels voortaan een schiftingsvraag worden toegevoegd: ‘Ben je bereid om voluit te gaan tegen de nummers 211 en 48 van de wereld?’ Is het antwoord ‘Neen’, fair enough, maar dan heb je meer aan een minder goede speler die wél gemotiveerd is. ’t Is maar een ideetje voor de interlands tegen San Marino (thuis) en Kazakhstan (uit) in oktober.

‘Haardroger’-methode

Bondscoach Roberto Martínez is een gentleman. Na zijn masterclass tactiek vorig jaar op het WK tegen Brazilië, heeft de Catalaan veel krediet opgebouwd. Maar dat is niet oneindig. Uit zijn verleden als clubtrainer wisten we al dat Martínez zelfbeheersing koppelt aan een groot schoolmeestergehalte – het type leraar dat zelfs met de allerlastigste leerlingen gemoedelijk probeert om te gaan. Prima, maar niet als het elftal nonchalant speelt en zich inschrijft in een ‘zesjescultuur’. Dan past eerder de ‘haardroger’-methode van Sir Alex Ferguson uit zijn periode bij Manchester United. Die bestond erin dat de coach bij een wanprestatie heel dicht bij een speler ging staan en hem de huid vol schold.

Nog een minpunt van Martínez is zijn omgang met de pers. Je kan niet blijven benadrukken dat een tegenstander lastig is, als die San Marino heet, het slechtste voetballand op aarde. Wat al helemaal niet kan, is liegen: Martínez kondigde vooraf een zo sterk mogelijk elftal aan. Doe dat niet, als je dat niet van plan bent. Als het een keertje goed misgaat met de Rode Duivels, zal de rancuneuze Belgische voetbalpers zich niet inhouden om ook deze bondscoach af te serveren.

Tip voor de bondscoach: als het vanavond regent, duik dan niet onder in de dug-out, maar ga borst vooruit naast de zijlijn staan.



De transferboekhoudingen kleuren groen

Sport Posted on vr, september 06, 2019 19:15:27

(Deze ‘Bankzitter’ verscheen maandag 2 september in De Standaard.)

Het Anderlecht van Kompany won zónder Kompany voor het eerst, tegen Standard. In Club-Genk was er geen winnaar, op de vooravond van het afsluiten van de transferperiode. Het was de meest lucratieve zomer ooit voor onze clubs. Tegenover uitzonderlijk hoge uitgaven, stonden nóg hogere inkomsten.

O ironie. De eerste wedstrijd dat Vincent Kompany niet aan de aftrap stond van een wedstrijd van Anderlecht, won zijn jonge elftal. De speler was afwezig, de manager zat aan de beelden te zien af en toe luid en duidelijk in het oor van hulptrainer Jonas De Roeck. Mag niet, maar wie kan het bewijzen? In een al bij al matig duel wilde Anderlecht de overwinning net iets meer dan Standard.

In Brugge stonden onze twee Champions League-vertegenwoordigers tegenover elkaar, in een intense wedstrijd met twee gezichten: KRC Genk speelde pas na de rust mee. De 1-1 was wel terecht. Bij de twee doelpunten volgde na het gejuich een aarzeling, omdat de scheidsrechter de wijsvinger op het oortje hield om te luisteren naar de videoreferee. Dat de VAR tegenwoordig bijna bij elk doelpunt van zich laat horen, geeft aan dat het systeem niet correct gebruikt wordt. Het moet gaan om ‘clear errors’, niet om twijfelgevallen. Op deze manier wordt de beleving in een stadion en op het veld naar de filistijnen geholpen.

Pro Money League

Straks om middernacht wordt de transferzomer 2019 afgerond. Heel wat clubs zijn nog in onderhandeling. Pakt Anderlecht op de valreep uit met een nieuwe spits, ja of neen? Verliest landskampioen Genk in deze ultieme uren topschutter Ally Samatta of Sander Berge? Voor de juiste prijs kan veel. We moeten dus voorzichtig blijven met eindconclusies, al zien we op zondagavond, achtentwintig uur voor het afsluiten van de markt, enkele interessante tendensen.

Dankzij de gespecialiseerde website transfermarkt.com leren we dat de zestien eersteklassers op dit ogenblik samen 492 kernspelers tellen, dat zijn er meer dan dertig gemiddeld. Er lopen vandaag op training dus nog wat overbodige jongens, de Adrien Trebels van deze wereld.

De totale marktwaarde van alle voetballers in de Jupiler Pro League wordt geschat op 764,05 miljoen. In de zomer van 2009 bedroeg die opgetelde marktwaarde nog 424,5 miljoen. In tien jaar tijd zijn de spelers in de Belgische competitie dus maar liefst tachtig procent meer waard geworden. Dat is opmerkelijk. Ter vergelijking: in de Nederlandse Eredivisie is de waarde van de spelers in diezelfde periode iets meer dan veertig procent gestegen. Al ligt de reële transferwaarde van álle Eredivisie-voetballers nog een pak hoger dan bij ons: 928,8 miljoen euro.

België telt weer mee

Op financieel vlak waren het mooie maanden voor de meeste clubs. Er werden spelers voor recordbedragen verkocht én gekocht. In de Top 10 aller tijden van uitgaande transfers staan vier spelers die deze zomer verhandeld werden, in de Top 10 van inkomende liefst zeven. Op één Zinho Vanheusden, door Standard voor 12,6 miljoen euro weggehaald bij Inter, in de wetenschap dat die club hem over een paar jaar voor veel meer geld zal terugkopen. Financial Fair Play omzeilen, heet dat. Onder meer dankzij deze transactie kon Inter Romelu Lukaku halen.

Voorzichtige conclusie: België telt weer mee. Club Brugge spande de afgelopen maanden de kroon. Tegenover 23,4 miljoen transferuitgaven stonden 62,2 miljoen inkomsten. Winst: 38,4 miljoen, al zal de Colombiaanse defensieve middenvelder Eder Balanta van FC Basel dit bedrag allicht nog negatief beïnvloeden. Hij komt omdat Victor Wanyama níet komt.

Ook KRC Genk boerde goed door de verkoop van Trossard en Malinovski: 10,5 miljoen transferwinst. Zelfde tendens maar bescheidener bij Standard: 4,4 miljoen in het groen. AA Gent, naar goede jaarlijkse gewoonte: + 3,6 miljoen. Anderlecht: + 4,9 miljoen, vooral dankzij de definitieve overgang van Leander Dendoncker naar Wolverhampton, dat hem vorig seizoen huurde met een verplichte aankoopoptie, nog zo’n financieel trucje om de regels weg te lachen. Van de Top 6 van vorig seizoen gaf alleen Antwerp tot nog toe meer uit dan het ontving, al is 2,2 miljoen nu niet onmiddellijk een riskant bedrag. Tot zondagavond werd er 221,9 miljoen euro (een record) geïncasseerd en 135,9 miljoen (record) uitgegeven, resulterend in 86 miljoen winst (ook een record).

Rode Duivels keren terug

Twee opvallende vaststellingen tot slot. Eén, Club Brugge neemt een steeds grotere voorsprong op de concurrentie. Het verkocht Wesley (25 miljoen) en Danjuma (18) voor recordbedragen. En via een slimme scouting haalde het David Okereke in de Italiaanse tweede klasse en Simon Deli in Tsjechië. De komst van Simon Mignolet duidt dan weer op het positieve imago van de club. Dat Club Hans Vanaken heeft kunnen behouden – naar verluidt voor een loon dat past bij subtoppers in grote buitenlandse competities – getuigt van langetermijnvisie en ambitie. Als dat nieuwe stadion ooit gebouwd wordt, zal Club nauwelijks nog bij te benen zijn in België.

Ook bij KRC Genk profiteren ze al enkele jaren van het knappe werk van het scoutingapparaat. De landskampioen haalt jonge spelers voor relatief hoge bedragen, omdat het weet dat het hen over een paar jaar voor nog veel meer geld zal kunnen verkopen. Het enige zakelijke model dat in België overeind blijft. Veel slimmer dan je transferbeleid in handen te geven van één makelaar, zoals dat jarenlang werd toegepast bij Anderlecht. Kiezen voor Mogi Bayat, is kiezen voor de korte termijn. Alleen híj wint daarbij.

Tweede opmerkelijk feit: Rode Duivels die terugkeren naar eigen land. Vincent Kompany blijft dé stunttransfer, ook al dateert die al van eind vorig seizoen. Los van de positieve vibes die zijn komst teweegbracht, blijft de vraag of het aantrekken van manager-Kompany een even geslaagde transfer zal blijken als die van speler-Kompany, ongetwijfeld een van de betere voetballers die hier rondloopt. Minder bedenkingen zijn er rond Simon Mignolet: die heeft nog een vijftal seizoenen op Belgisch topniveau voor de boeg. Maar hoe zit dat met die andere (ex-)Rode Duivels, Nacer Chadli, Kevin Mirallas en Steven Defour? Voor Chadli en Mirallas is het zelfs de eerste kennismaking met voetballen in de Belgische eerste klasse. Dat zij in de nadagen van hun carrière voor Belgische centen kiezen, kan alleen maar goed zijn voor onze competitie.

Duurste transfers uit (in miljoen euro)

1. Youri Tielemans (Anderlecht-Monaco) – 2017                  26,2

2. Wesley (Club-Aston Villa) – 2019                                      25,0

3. Marouane Fellaini (Standard-Everton) – 2008                  21,8

4. Leandro Trossard (Genk-Brighton) – 2019                       20,0

5. Aleksandar Mitrovic (Anderlecht-Newcastle) – 2015       18,5

6. Arnaut Danjuma (Club-Bournemouth) – 2019                 18,0

7. Sergej Milinkovic-Savic (Genk-Lazio) – 2015                     18,0

8. Wilfred Ndidi (Genk-Leicester) – 2017                              17,6

9. Moussa Djenepo (Standard-Southampton) – 2019          15,7

10. José Izquierdo (Club-Brighton) – 2017                            15,0

Duurste transfers in (in miljoen euro)

1. Zinho Vanheusden (Inter-Standard) – 2019                     12,6

2. Nicolae Stanciu (Steaua-Anderlecht) – 2016                     9,7

3. Michel Vlap (Heerenveen-Anderlecht) – 2019                8,0

4. David Okereke (Spezia-Club) – 2019                                8,0

5. Bubacarr Sanneh (Midtjylland-Anderlecht) – 2018           8,0

6. Simon Mignolet (Liverpool-Club) – 2019                         7,0

7. Theo Bongonda (Zulte Waregem-Genk) – 2019              7,0

8. Sven Kums (Watford-Anderlecht) – 2017                          6,5

9. Paul Onuachu (Midtjylland-Genk) – 2019                         6,0

10. Kemar Roofe (Leeds-Anderlecht) – 2019                       6,0

Clubs boeken winst op de transfermarkt (in miljoen euro)

1. Club Brugge                        38,8

2. Genk                                   10,5

3. Zulte Waregem                  6,0

4. Waasland-Beveren            5,9

5. Charleroi                             5,5

6. Anderlecht                          4,9

7. Standard                             4,4

8. STVV                                   4,0

9. Gent                                   3,6

10. Moeskroen                       2,9

11. Eupen                               1,5

12. KV Oostende                    0,5

13. KV Mechelen                    0,1

14. KV Kortrijk                        0,0

15. Cercle Brugge                   – 0,5

16. Antwerp                           – 2,2

Transferwinst in Europese competities (in miljoen euro)

1. Eredivisie (NL)                   252,9

2. Liga NOS (P)                       206,4

3. Ligue 1 (F)                          203,5

4. Championship (UK)            150,6

5. 2.Bundesliga (D)                 92,6

6. Jupiler Pro League (B)       86,0

7. LaLiga2 (E)                          75,4

8. Ligue 2 (F)                          74,8

9. Bundesliga (A)                    68,9

10. Serie B (I)                          62,9

Big spenders (meeruitgaven na aftrek transferinkomsten)

1. Premier League (UK)          – 755,5

2. Serie A (I)                           – 321,2

3. LaLiga (E)                            – 288,4

4. Bundesliga (D)                   – 168,5

5. Premier Liga (R)                 – 144,9



Symbooldiscussies: handig als de argumenten op zijn

Samenleving Posted on za, augustus 31, 2019 13:13:06

Ha, daar is de hoofddoek weer. De kopvod, om in het schoon forumvlaams te zeggen. GO!, de koepel van het gemeenschapsonderwijs, heeft dat vermaledijde kledingstuk verboden. Geen levensbeschouwelijke kentekens in de klas, zo werd verordend. Een zeventienjarig meisje trok daarop naar de rechter, die haar gelijk gaf, zodat ze maandag mét hoofddoek in de schoolbanken mag plaatsnemen. Volgens de rechter zijn er geen specifieke omstandigheden die een verbod op het dragen van een hoofddoek door dat ene meisje rechtvaardigen. Wat meteen ook voor alle andere meisjes geldt, neem ik aan, al wil GO! vooralsnog niet toegeven. GO! begeeft zich in een no-gozone, altijd riskant.

Eerst over de inhoud. Nog niet zo lang geleden vond ik het terecht dat de voorganger van Bart De Wever als Antwerps burgemeester — hoe heette die ook alweer? — de hoofddoek verbood achter het loket. Ik zag de hoofddoek als een symbool van de onderdrukking van moslimvrouwen en -meisjes. De man die zegt: verberg u, of gij zult besprongen worden! Daar is natuurlijk iets van aan in reactionaire islamitische kringen, maar ik heb de voorbije jaren kennisgemaakt met jonge, geëmancipeerde, vrijgevochten vrouwen-met-hoofddoek. Wat mij vooraf een paradox leek, bleek dat in realiteit niet te zijn. Die vrouwen waren en zijn grappig, spitant, ad rem, hebben een uitgesproken mening en laten zich niet zomaar dicteren. Een openbaring (voor mij). Een zoveelste bewijs dat er meer interactie moet zijn tussen mensen met verschillende achtergronden, zodat je elkaar beter leert kennen (weet ik nu).

Ja, de hoofddoek blijft een religieus symbool. Los van de vrouwen die werkelijk onderdrukt worden — laten we die vooral niet vergeten! — dragen de moderne moslima’s hun hoofddoek wel degelijk ter ondersteuning van hun achtergrond, cultuur en religieuze overtuiging. Terwijl hun moeders dat meestal niet deden, hun oma’s dan weer wel. Vaak is het dragen van een hoofddoek een reactie tegen het westerse superioriteitsdenken over ‘die achterlijke islam’. Kort door de bocht, maar niet ver van de waarheid: als er steeds meer jonge vrouwen een hoofddoek dragen, komt dat omdat autochtone, witte mensen (mannen, doorgaans) hen en hun moeders nooit au sérieux hebben genomen en nog altijd niet nemen. Die jonge vrouwen pikken het niet langer dat wij hen een beetje achterlijk noemen. Kan je hen dat kwalijk nemen?

Het verbod op het uitdragen van wie je bent en waar je (religieus of maatschappelijk) voor staat, heb ik ooit eens in een blogpost begrijpelijk maar onhaalbaar genoemd. ‘Begrijpelijk’, omdat je als open samenleving wil vermijden dat mensen in openbare functies (of zoals in het geval van GO! in scholen) hun mening willen opdringen aan anderen. ‘Onhaalbaar’, omdat je dan ongeveer alles moet verbieden. Geen hoofddoek, geen hoodie, geen sjaaltje, geen kruisteken, geen regenboog-T-shirt, geen foto’s van het koninklijk paar aan de muur, enzovoort, enzoverder. Je krijgt een absurd lange lijst en dan nog blijft de vraag: wanneer gaat het uitkomen voor je persoonlijke levensvisie over in beïnvloeding en manipulatie van iemand anders? Dus verbied je het maar beter niet.

Maar goed, we houden van symbooldiscussies. Als de begroting tien miljard in het rood gaat, roept er wel iemand ‘Kijk daar, een boerka, wat een schande!’ Als pestende jonkies de tenten van activistische meisjes bekogelen met flessen urine, roept er wel iemand ‘Maar neen, dat is geen collaboratievlag die ze droegen!’ Als een of andere malloot in naam van een of andere god een aanslag pleegt, roept er wel iemand ‘Hier zie, gij hoofddoekdrager, dat is mee uw schuld, hé!’

Symbooldiscussies zijn handig om je achter te verschuilen als de echte argumenten op zijn. De hoofddoek is slecht, de vlag met de leeuw met zwarte tong goed, of andersom (alhoewel: toch veel minder andersom). Het vermakelijke is dat de hoofddoek voor de ene en de vlag voor de andere allebei symbolen zijn om je identiteit te benadrukken. Maar de identiteit van de andere aanvaarden, ho maar! Ik vermoed niet dat één hoofddoek in de klas ertoe zal leiden dat de tweede week van september álle meisjes een hoofddoek zullen dragen, zelfs niet alle moslimmeisjes. Laten we hen vooral niet afschilderen als volgzame, religieus gebrainwashte wichtjes zonder eigen mening en wil. Dat zou nog een grotere belediging zijn dan ‘Kopvod!’ roepen.

***

Een andere symbooldiscussie is die rond de salariswagen, wat dan weer past in het brede klimaatdebat. Afschaffen, die handel, want het kost ons (belastingbetalers) behoorlijk veel centen en hoe meer wagens, hoe meer luchtvervuiling. Vanuit ecologisch perspectief een logisch standpunt. Tot het erop neerkwam om die stellingname aan het grote publiek uit te leggen. Groen verslikte zich en maakte meer bochten dan het circuit van Spa-Francorchamps rijk is, het zijn er nochtans twintig. Stoot geen potentiële kiezers tegen het hoofd, had iemand op een vergadering geroepen, want dan zullen ze chicaneren — om in Formule 1-modus te blijven — en dus kon het bochtenwerk beginnen. Terwijl de initiële boodschap logisch en correct was, bleef er uiteindelijk niets van hangen, behalve dan het beeld van politici die het zelf ook niet meer wisten (uit te leggen).

De salariswagen wordt, kort door de bocht, voortgestuwd door een pervers mechanisme. Omdat bedrijven de salarissen van hun werknemers niet willen blijven verhogen, geven ze ter compensatie — en met financiële medewerking van de overheid — een auto-met-tankkaart, dat scheelt op maandbasis toch al snel 500 tot 750 euro (of meer), die je niet op je bankrekening terugvindt, maar die je ook niet hoeft uit te geven aan vervoer. Werkgevers content, werknemers ook: je kunt er geen boterham meer mee kopen, maar je rijdt nu wel gratis naar de bakker om de hoek. De salariswagen dwingt werknemers in de wagen.

(Ik heb ooit, als leidinggevende, mijn salariswagen voor de huisdeur laten staan, om met het openbaar vervoer naar het werk te kunnen rijden: veiliger, sneller, comfortabeler — ondanks alles! Daar werd ik behoorlijk vies op aangekeken door de leiding van het bedrijf, in de trant van: je krijgt een cadeau van ons en dan weiger je die te gebruiken.)

Groen zou eerlijker moeten zijn en duidelijk maken dat de noodzakelijke klimaattransitie wel degelijk geld zal kosten aan de individuele burger. Of de partij zou een duidelijk afbouwplan moeten opstellen. Bijvoorbeeld: uitdoven systeem salariswagens tegen 2030. Als je de bezitters van een salariswagen daarentegen blijft wijsmaken dat de afschaffing van het systeem hen niets zal kosten en dat ze hun fiscale voordeel gewoon zullen behouden, maak je de mensen blaasjes wijs. Zoals Abraham Lincoln al wist: ‘Je kan een deel van de mensen met een salariswagen een tijdje bedotten, en sommigen zelfs de hele tijd, maar je kunt niet alle mensen met een salariswagen de hele tijd bedotten.’



‘Aimabel, maar wel een absolute winnaar’

Sport Posted on wo, augustus 28, 2019 15:41:26

(Voor De Standaard van maandag 26 augustus interviewde ik Vincent Vanasch, nationale hockeykeeper, beste ter wereld, en Manu Leroy, ex-nationale hockeydoelman en co-commentator op Sporza, over het EK-goud van onze hockeymannen en de bijdrage van onze keeper.)

De Red Lions zijn Europees kampioen hockey. Zaterdag ging Spanje in de finale met 5-0 onderuit, de eerste helft was een ware demonstratie. Orgelpunt van een bijzonder geslaagd toernooi. Net als op het WK eind vorig jaar werd Vincent Vanasch uitgeroepen tot beste keeper van het toernooi.

De eindzege van de Belgische hockeymannen was zonder meer verdiend. De Red Lions telden de beste keeper (Vincent Vanasch), de beste veldspeler (Victor Wegnez) en twee van de vier gedeelde topschutters (Tom Boon en Alexander Hendrickx) in hun rangen (uitgebreide analyse in ‘De Bankzitter’ op p. xx). Ze scoorden 22 goals en incasseerden er amper 2, in de halve finale tegen Duitsland, een waanzinnige wedstrijd waarin het bij de rust 0-2 stond. In het derde kwart kregen de Duitsers twee strafcorners op rij, maar toen kwam misschien wel hét moment van onze doelman. Hij had gezien dat een Duitser bij de eerste corner de bal niet met de stick maar met de hand had klaargelegd, wat niet mag.

‘Daar was ik heel blij mee, het was even belangrijk als mijn reddingen in die match’, zegt Vincent Vanasch. ‘Ik ben altijd heel gefocust. Bij de analyse van vroegere wedstrijdbeelden was het ons coaching team opgevallen dat de Duitsers weleens hun hand gebruikten om de bal stil te leggen bij een strafcorner. Ik zag het gebeuren.’

In plaats van een strafcorner tegen te krijgen, en een grote kans op 0-3, werd het kort daarop 1-2, waarna onze hockeymannen in het laatste kwart over de Duitsers heen walsten, 4-2. ‘We zijn mentaal heel sterk’, weet Vanasch. ‘Ook als we het minder goed doen, zoals in die eerste helft tegen Duitsland, kunnen we ons herpakken. De kracht van dit team is een combinatie van kwaliteit, mentaliteit, ervaring en een uitstekende connectie tussen de spelers.’

‘De Red Lions hebben een heel toernooi op hoog niveau gespeeld’, stelt Manu Leroy, afgelopen week co-commentator op Sporza. ‘Tegen Spanje en Engeland was het nog niet perfect, maar dan volgde een galawedstrijd tegen Wales en in de halve finales dé wedstrijd van het toernooi, tegen Duitsland. Een van de leukste hockeymatchen ooit. De Spanjaarden waren niet ontgoocheld na de finale, ze konden niet op tegen de Belgische machine, gaven ze ruiterlijk toe.’

Authentiek

‘Work hard in silence, let success make the noise’ valt als motto te lezen op de persoonlijke website van Vincent Vanasch. En ook nog: ‘Talent wins games, teamwork wins championships’. Het typeert de man achter de doelman. Gefocust, zelfbewust en toch bescheiden. En bovenal een teamplayer. ‘Ik ben blij met mijn prestaties, maar nog veel blijer voor het team’, vertelt hij. ‘We hebben bevestigd dat we een groot hockeyland zijn. Bevestigen is het moeilijkste wat er is in de sport.’

‘Voor de Spelen van 2012 in Londen lag ik nog in concurrentie met Vincent’, vertelt Manu Leroy, sinds begin dit jaar marketingdirecteur bij de voetbalbond, in het verleden hockeykeeper bij KHC Dragons uit Brasschaat én de nationale ploeg. ‘De keuze viel op hem. Toen was hij al heel goed, sindsdien is hij alleen nog beter geworden. Je moet weten dat het hem niet in de schoot is geworpen. Bij KHC Leuven werd hij zelfs een tijdje aan de kant geschoven. Maar Vincent is een keiharde werker, wil altijd beter worden. Geloof me, we hebben het laatste nog niet van hem gezien. Ook dit jaar zal hij normaal weer tot beste keeper van de wereld worden verkozen, dat zou de derde keer op rij zijn. Dat hij al 31 is, is voor een keeper niet eens een nadeel. Fysiek is hij top en hij is nu ook zeer ervaren. Vincent is een absolute winnaar, maar naast het veld is hij rustig, bedachtzaam, aimabel. Geen vedette. Mediatraining hoeft niet voor hem. Hij is wie hij is: authentiek.’

Vanasch was een van de spelers die zaterdagavond mee stond te hossen tussen de supporters op het volksfeest achteraf. ‘Geweldig toch dat we bij elke match zoveel steun kregen. Dat maakte dit EK nog mooier dan het WK eind vorig jaar in India. Succes kunnen delen en samen een pintje drinken met de fans, mooier bestaat niet.’

Volgende doel: Tokio 2020

Goud op het WK, goud op het EK, de taart is al flink gevuld, maar er ontbreekt nog een kers: olympisch goud. In 2016 moesten de Red Lions nog tevreden zijn met zilver. Volgend jaar in Tokio moet het gebeuren. Manu Leroy: ‘Goud moet de ambitie zijn, maar op de Spelen weet je maar nooit. Als je een tegenvallende eerste ronde speelt en pas tweede eindigt in je poule, kan je in de kwartfinales uitgeschakeld worden door een ander topland in een finale avant la lettre. Maar in principe moet het kunnen. Onze internationals hebben de luxe dat ze vier keer per week samen kunnen trainen, één keer slechts doen ze dat op hun club. Dat voordeel van voortdurend samen zijn hebben andere landen niet.’

Ook Vincent Vanasch heeft een olympische droom en die kleurt goud. ‘We hebben ons nu rechtstreeks gekwalificeerd. Dat betekent dat we ons elf maanden kunnen voorbereiden. In Tokio moeten we ons beste niveau halen en zelfs dan nog zal het van details afhangen.’



« VorigeVolgende »