Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Vechtvoetbal ontregelt Brugse mechaniek

Sport Posted on ma, november 11, 2019 14:04:36

Voor het eerst sinds 1997 kon Antwerp thuis nog eens winnen van Club Brugge, meteen de eerste seizoensnederlaag voor Club. De geplaagde trainer Bölöni koos voor bloed, zweet en tranen-voetbal, mét resultaat. Dat vinden de fans op de Bosuil best oké.

Antwerp-voorzitter/eigenaar/mecenas/stadionverbouwer Paul Gheysens had het in een weekendinterview nog zo benadrukt: het moest maar eens gedaan zijn met het smijten van bekertjes en Bengaals vuur op de tribune. ‘Zijn’ fans hadden het niet gelezen (of trokken er zich niets van aan, dat kan ook): na 41 minuten en 13 seconden werd Antwerp-Club Brugge voor een tiental minuten stilgelegd omdat rood-witte supporters scheids- en lijnrechter hadden bekogeld met volle drankbekers en plastic flesjes. Aanleiding was een onterecht gefloten overtreding van De Laet en een gele kaart erbovenop voor een protesterende Bolat, nadat eerder al Haroun op geel was getrakteerd na een ingebeelde fout.

Overigens zat Paul Gheysens niet naast zijn Brugse alter ego, Bart Verhaeghe, op de eretribune. De topmannen van Ghelamco en Uplace zijn allesbehalve vrienden, sinds Gheysens in Gent een stadion mocht bouwen – wat Club vooralsnog niet kan en mag in Brugge -, Antwerp overnam en een strategisch gelegen lapje grond bezit op de plek waar Brugge hoopt te bouwen. Verhaeghe ging op zijn beurt dwarsliggen toen Gheysens een nieuw nationaal voetbalstadion wilde bouwen in Grimbergen. Haantjesgedrag. Tussen hen in nam dan maar Luciano D’Onofrio plaats, als buffer.

Voetbal is oorlog, geen poëzie

Geen Mbaye Diagne in de Brugse kern. De Senegalees heeft het helemaal verkorven na zijn strafschopmisser in Parijs, een combinatie van egoïsme, burgerlijke ongehoorzaamheid en overdreven zelfvertrouwen. Dat de huurovereenkomst met Diagne niet per direct verbroken werd, is onbegrijpelijk: nu blijft de spits een vervelend en onbetrouwbaar sujet in een spelerskern die vooral rust kan gebruiken. Evenmin op de bank, Jelle Vossen. Die heeft duidelijk geen toekomst meer in Brugge.

Of Laszló Bölöni nog een toekomst heeft als trainer van Antwerp was een andere vraag die veelvuldig werd gesteld de voorbije dagen. De Roemeen schijnt een bijzonder vermoeiende man te zijn. Laat zijn spelers los buiten het stadion, maar op training en tijdens de match is hij héél aanwezig. Het is geen toeval dat hij zelden langer dan twee seizoenen op één plek blijft. De resultaten waren dan wel meer dan oké de voorbije twee seizoenen, toch kreeg de trainer veel kritiek voor de manier waarop hij zijn team liet voetballen. Voor Bölöni is voetbal oorlog, geen poëzie.

De komst van creatieve, aanvallende spelers moest voor de kentering zorgen, maar daardoor verdween de defensieve stabiliteit. Vooraf getipt als outsider in het titeldebat moest Antwerp de voorbije weken vooral harken om bij de eerste zes te staan. Tegen de ongeslagen leider, die nog geen puntje liet liggen buitenshuis, koos Bölöni dan ook niet zo verwonderlijk voor zijn vertrouwde vechtvoetbal, met Refaelov en Mirallas op de bank. Geen plaats voor balkunstenaars als er moet gebikkeld worden.

Philippe Clement liet Siebe Schrijvers nog eens aan een wedstrijd starten. Wat Club inboet aan snelheid en beweging zonder Diatta en Dennis, maakt de Limburger goed door creativiteit en inventiviteit. En door te scoren. Al miste hij in de tweede helft nog wel een opgelegde kans. Bij de rust was het gevoel dat Club alles onder controle had.

Enfant Zérible

Voelde scheidsrechter Van Driessche tijdens de rust dat hij iets goed te maken had voor het thuispubliek? Was dit een zoveelste bewijs dat thuisploegen bij duels in het strafschopgebied eerder een penalty zullen krijgen dan de bezoekers? Of ging de referee gewoon de mist in? Wat er ook van zij, Dieumerci Mbokani mocht vijf minuten na de pauze de zelf afgedwongen, vederlichte elfmeter omzetten.

Club Brugge was de kluts kwijt. Lamkel Zé liep op de linkerflank zijn opponent Kossounou voorbij als ging het om een paaltje op training. Bij zijn derde raid duwde hij de bal voor doel, waarna die in de kluts via doelman Mignolet tegen de touwen verdween. De Kameroener vierde dat op zijn eigengereide manier, een frats die hem alweer op een gele kaart kwam te staan. Geweldige voetballer, gekke jongen: enfant Zérible.

Voor het eerst sinds de openingsspeeldag stond Club op achterstand. Toen werd dat ruimschoots goedgemaakt in Beveren, op de Bosuil versierde het wel kansen, maar de afwerking viel tegen. De 2-1 redt voorlopig het vel van Bölöni en rechtvaardigde ook zijn tactische aanpak: weg met de frivoliteiten, het publiek wil bloed, zweet en tranen, en kreeg die ook. Negen gele kaarten, waarvan zes voor thuisspelers, dat vinden ze niet erg in Deurne-Noord. Benieuwd hoe Club deze tik zal verwerken. De interlandbreak komt als geroepen.



Mijn levens

Memories & mijmeringen Posted on za, november 09, 2019 13:06:08

Mijn levens. Het was zomaar een ingeving op een rustig moment tijdens een vakantie in Portugal. We waren redelijk dringend op zoek naar een titel voor de memoires van Louis de Vries, de autobiografie die ik mocht schrijven en die dus niet echt een autobiografie in stricto sensu is geworden. Op het contract met de uitgeverij stond als werktitel ‘Mijn leven. De memoires van Louis de Vries’, maar dat vond ik te oubollig klinken.

***

“Mijn oom was bloednerveus, speelde allesbehalve perfect die avond, maar kreeg achteraf toch complimenten van die andere Louis. ‘Jij bent Louis de Eerste, niet ik,’ zei die. Volgens mijn vader zag Armstrong bijna wit van bewondering die avond. Vanaf dan was ooms bijnaam ‘de blanke Armstrong’.” — uit Mijn levens, over zijn voorgeschiedenis en zijn vader (Jack) en oom (Louis) die bekende vooroorlogse jazzmuzikanten waren

***

Ik dacht aan iets wat het hoofdpersonage van het boek typeerde en kwam uit bij ‘De man die altijd op de eerste rij stond’. Omdat dat zo was én is: eerste muziekcafé die naam waardig (Pannenhuis), eerste manager van beatgroepen (o.m. The Pebbles), eerste festivalorganisator (Folk & Blues Festival in Deurne, rockdag op Jazz Bilzen, 1st International Pop Event, ook in Deurne), eerste moderne manager in het voetbal (Antwerp), eerste voetbalmakelaar op professionele basis (Marc Degryse, Cisse Severeyns, Nico Claesen, enzovoort enzoverder), eerste en enige organisator van een wereldtitelkamp in het boksen in ons land (Jean-Marc Renard, 1989, Namen), eerste Vlaming die een buitenlandse voetbalclub ging leiden (Honvéd), eerste algemeen directeur in het Belgische voetbal (Germinal Beerschot Antwerpen), eerste werkelijk professionele boksmanager (Sugar Jackson), eerste zeventiger die nog een club overneemt (Sporting Lokeren)… De lijst is schier eindeloos. Maar Louis is behalve een pionier op vele vlakken, ook iemand die zijn plaats kent in de wereld. Hij vond de titel te pretentieus klinken. ‘De man die altijd op de eerste rij stond’ terug naar af.

Eerder uit balorigheid en om eens te zien hoe de anderen erop zouden reageren had ik een lijstje gemaakt waarop ‘Mijn levens’, meervoud, bovenaan stond. En het is dus Mijn levens geworden. Daar ben ik nu wel blij mee, omdat die titel het ook wel zegt: Louis de Vries heeft vele spreekwoordelijke waters doorzwommen.

***

“Zijn totaal gebrek aan professionalisme maakte dat Ferre nooit internationaal is doorgebroken. Als hij succes had, was dat ondanks zichzelf. Een authentiekere mens heb ik nooit gekend” — uit Mijn levens, over Ferre Grignard, van wie Louis de Vries de manager was

***

Jaloezie. Dat was, heel eerlijk, het eerste wat ik voelde toen ik Louis twee en een half jaar geleden voor het eerst interviewde voor Mei ’68. 31 dagen die ons leven veranderden?, het boek dat Geert De Vriese en ikzelf schreven naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van dat belangrijke gebeuren. Geboren in 1946 had hij de jaren 60 niet alleen beleefd, hij had ze vormgegeven. Organiseerde het eerste optreden van Pink Floyd in ons land, toen al zonder de weggestuurde Syd Barrett. En dat van Jimi Hendrix, al was dat meer een open repetitie waar hooguit een paar handvollen nieuwsgierigen opdaagden. Een week later kwam Hey Joe uit en was Hendrix op slag wereldberoemd. Zo gaat dat soms. En ik, geboren in 1959, had de jaren 60 wel meegemaakt, maar niet méé-gemaakt, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik was niet eens een toeschouwer, ik leerde kruipen, stappen, lopen, hoorde op de achtergrond een flard Beatles, zag de Innovation in brand staan en studenten met stenen smijten, en toen was het al voorbij. Ik had er willen bij zijn — niet in de Innovation, voor alle duidelijkheid —, maar ik zat niet eens op de tribune. En deze dynamische man wel. ‘Ik moet ooit eens op papier zetten wat ik allemaal gedaan heb,’ zei hij toen tussen neus en lippen. Gewoon, een opmerking terzijde, waar verder geen aandacht aan besteed werd. Toch niet door mij.

***

“‘Take me to the zoo, man!Maar jij moet wel de entree betalen, want ik heb geen geld op zak.’ Dus ging ik, Louis de Vries, op een donderdagnamiddag met Lionel Hampton naar de dierentuin van Antwerpen” — uit Mijn levens, over de wereldberoemde vibrafonist Lionel Hampton, die kwam optreden in het Pannenhuis

***

Een jaar later zat ik weer tegenover hem, voor een nieuw boek: Woodstock in België. De eerste festivals. Eerder dit jaar verschenen, bij deze nogmaals warm aanbevolen, al schrijf ik het zelf. Over het muziekjaar 1969. Seven horses in the sky van The Pebbles (manager: Louis de Vries). 1st International Pop Event in de Arenahal (organisator: Louis de Vries). Het bandje stond af, toen hij voorzichtig polste, of ik misschien-wie-weet-wel-geïnteresseerd zou zijn om hem te helpen met het schrijven van zijn autobiografie. Hij had eerst een veel gerenommeerdere journalist aangesproken, maar die wilde dat hij, Louis, de basistekst zou leveren en daar had Louis geen zin in.

***

“Die hebben daar werkelijk furore gemaakt: ze speelden iedereen weg met Seven horses in the sky. Vuurwerk op het podium, letterlijk. En dat in een zaal met zoveel volk. Als je dat nu zou toelaten, steken ze je in de bak” — uit Mijn levens, over The Pebbles op het 1st International Pop Event

***

Enter Frank Van Laeken. Gewapend met een oude iPhone, waarvan ik de dictafoon gebruik om interviews op te nemen, een paar stylo’s, om tussentijdse vragen te noteren, en heel veel nieuwsgierigheid en, jazeker, nog altijd die beheerste jaloezie. Hoeveel sessies van een volledige ‘werk’dag we hebben samengezeten? Ik ben de tel kwijtgeraakt. De jaloezie bleef, maar geleidelijk aan nam de bewondering de overhand. Respect. Dankbaarheid voor iemand die de weg geplaveid had, in de muziek, in het voetbal, in het leven. Urenlang heb ik bandjes uitgetikt, een structuur trachten te respecteren, terloopse anekdotes in het juiste tijdvakje gestopt, de stem van Louis proberen te vereenzelvigen met woorden op papier, extra informatie opgezocht, héél hard gewerkt mag ik wel zeggen. Het resultaat ligt nu in de boekhandel. Ik ben er bijzonder blij mee, Louis is er opgetogen over, nu u nog.

***

“Ik ben heel tevreden over hoe mijn leven gelopen is, dat ik de kans heb gehad om mijn eigen weg te zoeken. Tijdens het herlezen van de tekst van dit boek vroeg ik me soms af: heb ik dit allemaal meegemaakt? Ben ik dat wel? Een weelde. Wynton Marsalis die je vraagt of je zijn soundcheck wil doen: rijker kun je niet zijn” — uit Mijn levens, slotbedenkingen

***

Louis de Vries. Mijn levens, Frank Van Laeken, Willems Uitgevers, 295 blz., 20 euro.



Belgisch voetbal maakt weer een owngoal

Sport Posted on vr, november 08, 2019 11:56:41

(Dit opiniestuk verscheen dinsdag 5 november in De Standaard.)

Business as usual is niet het juiste antwoord op Schone Handen. De politiek kan niet anders dan ingrijpen, vindt Frank Van Laeken.

Econoom Stijn Baert riep eerder op deze pagina’s op om de belastingvoordelen en RSZ-kortingen van de voetbalclubs af te schaffen (DS 10 oktober). Als u 2.326,62 euro bruto per maand verdient, draagt u persoonlijk 304 euro RSZ af (13,07 procent) en uw werkgever ook nog eens 580 euro (24,94 procent), samen 884 euro. Als u Adrien Trebel heet, draagt u eveneens maximum 304 euro af, ook al verdient u dan plots 250.000 euro per maand.

Dat is een vertekende situatie die jaren geleden gecreëerd werd om ­onze noodlijdende sportclubs een handje te helpen. Je kunt dat zowel een nobele en maatschappelijk verantwoorde als een kortzichtige beslissing noemen (waarom de profsport wel helpen en andere sectoren niet?), maar de maatregel bestaat nu eenmaal. Alleen al die RSZ-regeling kost de staat, ons allemaal dus, opgeteld 70 miljoen euro per jaar.

Tegenover die artificiële rechten stonden ook plichten. Zoals: investeren in de eigen jeugdwerking. Wat de meeste clubs vervolgens aan hun laars lapten. Ze halen liever goed­kope buitenlanders dan kansen te geven aan eigen jeugdvoetballers, een uitzondering niet te na gesproken. Dat heeft ook te maken met het minimumloon voor buitenlandse voetballers, dat bij ons rond de 80.000 euro bruto per jaar ligt. In ­Nederland moet het minstens anderhalve keer het gemiddelde loon van een Eredivisiespeler (291.000 euro) bedragen. Een buitenlander incasseert daar dus minimaal 436.000 euro per seizoen. Het gevolg valt te ­raden: de betere buitenlanders vind je in de Eredivisie, de kneusjes in de Jupiler Pro League. In 1A zijn 6 op de 10 spelers buitenlanders, in de Ere­divisie 4 op de 10. Ook de jeugdopleiding is veel beter georganiseerd bij onze noorderburen, de doorstroming is groter. In Nederland kennen ze dan weer niet dezelfde fiscale en sociale voordelen. Hoe dat straks te rijmen zal vallen met de ambitie om samen een BeNeLiga op te richten, is nog maar de vraag.

Nultolerantie

De voorstellen die CD&V, SP.A en Open VLD lanceren verschillen onderling: de sociaaldemocraten gaan het verst (de voordelen afschaffen), de liberalen het minst ver (reduceren). De Pro League zegt die maatschappelijke verzuchtingen te begrijpen, maar waarschuwt voor de gevolgen. ‘Snelle beslissingen kunnen de doodsteek betekenen van het profvoetbal en de passie van de miljoenen Belgische voetbalfans’, klinkt het. Die fans zijn kiezers en daarom bleven politici van diverse gezindten tot nu toe ver weg van de voordelen die hun voorgangers tot stand hadden gebracht. Voetbalclubs treffen is kiezers verliezen.

Wat de voetbalwereld onderschat, is dat die vorm van chantage een jaar na Operatie Schone Handen niet meer werkt. De politiek is de eigengereidheid van het voetbal beu en de fans zien ook wel in dat er íets moet gebeuren. Het is onbegrijpelijk dat iemand als Mogi Bayat opnieuw hyperactief is als makelaar. Het is immoreel dat een aantal clubs dat doodnormaal vindt en weer ongegeneerd zaken doet met een man die verdacht wordt van het lidmaatschap van een criminele organisatie en witwassen. Het is een aanfluiting van meerdere sportieve principes dat een club die schuldig werd bevonden aan poging tot matchfixing vrolijk meedraait in de hoogste voetbalklasse. Business as usual is niet het juiste antwoord op Schone Handen. Echte nultolerantie zou dat wel geweest zijn.

Net als bij Bosman

Wat nu gebeurt, valt te vergelijken met de manier waarop het voetbal zich gedroeg in de aanloop naar het Bosman-arrest. Toenmalig Uefa-voorzitter Lennart Johansson zei: ‘De Uefa is groter dan de EU.’ Het arrest was een shock. Zonder overgangsperiode ging het hele transfer- en contractbestel op de schop, met als gevolg dat clubvoorzitters jaknikkers zijn geworden en makelaars het voor het zeggen kregen.

De toekomstige installatie van een ‘clearinghouse’ – waarin alle financiële aspecten van transfers beschikbaar moeten zijn voor bevoegde instanties – moet tegemoetkomen aan de vraag naar meer transparantie. Op andere signalen is het wachten en van dat soort uitstel komt meestal afstel. De voetbalwereld heeft alle tijd gehad om zelf constructieve voorstellen te doen om meer te investeren in jeugd- en ­communitywerking, om de sociale en fiscale voordelen om te zetten in reële sociale projecten en om de maatschappelijke kosten van de veiligheidsmaatregelen bij wedstrijden te verantwoorden. Dan had de politiek er zich misschien niet mee bemoeid. Nu móét de politiek wel ingrijpen, bij zoveel onwil en vertragingsmanoeuvres.

Voetbalbestuurders hebben nadrukkelijk gekozen om de andere kant op te kijken, wellicht in de ijdele hoop dat het wel weer zou overwaaien. Door zo te talmen heeft de voetbalwereld, net als ten tijde van Bosman, een owngoal gemaakt. De gevolgen kunnen alweer catastrofaal zijn, helaas ook voor andere professionele sportclubs.



AA Gent schaduwfavoriet in het titeldebat?

Sport Posted on wo, november 06, 2019 08:31:05

(Deze bijdrage verscheen maandag 4 november als ‘De Bankzitter’ in De Standaard.)

AA Gent bevestigde zijn stevige thuisreputatie tegen Standard. 3-1, 21 op 21, de vraag is hoe ver de Buffalo’s kunnen geraken als ze ook uit beginnen te winnen. Bijvoorbeeld volgende speeldag op het kwakkelende KRC Genk. Quo vadis landskampioen? Genk verloor al voor de vijfde keer.

De beste transfer die AA Gent deze zomer deed was het behouden van trainer Jess Thorup. De Deen was na de tegenvallende prestaties in de openingsfase van het seizoen 2018/2019 Yves Vanderhaeghe komen vervangen. Voetbaljournalisten moesten dringend op zoek naar informatie over de man, Deens kampioen geworden met FC Midtjylland. Dat de aanstelling van Thorup een beetje onder de radar bleef, had alles te maken met het moment waarop hij zijn contract ondertekende. 10 oktober 2018. Een paar uur voordien waren lieden als Mogi Bayat en Dejan Veljkovic van hun bed gelicht, en kreeg Operatie Schone Handen de status voorpaginanieuws.

Onder Thorup begon Gent beter te voetballen, resultaten volgden, maar na een dipje in de wintermaanden was er een half mirakel nodig om alsnog Play-off 1 te halen. Waarin Gent weer wisselvallig presteerde, zodat de positie van Thorup wankel leek. Toch besliste het Gentse bestuur om door te gaan met de 49-jarige Deen, wellicht bij gebrek aan beschikbare alternatieven. En kijk, het loonde. Gent worstelde zich door de voorrondes van de Europa League en speelt nu Europees. En het begon aan de veertiende speeldag in de competitie op de vierde plaats, met nog een wedstrijd te goed.

Kwetsbaar achterin

Alleen was Gent tot nog toe een ploeg met twee gezichten. Uitmuntend thuis: 6 wedstrijden, 6 zeges, doelsaldo +15. Wankel buitenshuis: 4 op 18, nog geen enkele keer gewonnen. Op eigen veld is het met lichte overdrijving een titelkandidaat, al was het programma daarvoor te makkelijk, met matchen tegen Eupen, Oostende, Cercle, KV Mechelen, Kortrijk en Waasland-Beveren. Enkel Mechelen staat daarvan in de linker tabelhelft. Uit is Gent hooguit een middenmoter.

De komst van Standard moest een graadmeter worden van de werkelijke waarde van dit elftal. En ook tegen de Rouches waren de aanvallende intenties van de Buffalo’s duidelijk. Meteen naar voren, combinerend, druk zettend, het publiek vermakend. Leuk om naar te kijken. Dat leverde halve kansen op, aan beide kanten trouwens. Want dat is het nadeel van Thorups tactiek: verdedigend ben je kwetsbaar. De betere kansen waren dan ook voor Standard. Vlak voor de rust scoorde Amallah op de tegenaanval. Op dat ene bezoekende vak na was het opeens stil in de Ghelamco Arena. Voor het eerst moest op eigen veld een achterstand worden weggewerkt. Dat was schrikken.

Indrukwekkend Gent

Kort na de pauze viel alles te herdoen, na een harde knal van Bezus. Het bleef een leuke topper, met doelpogingen heen en weer. Tot Vadis Odjidja een tweede gele kaart onder de neus geschoven kreeg. De VAR was ‘tijdelijk onbereikbaar’, de scheidsrechter leek even het noorden kwijt, de thuisploeg niet. Gent kroop niet terug, integendeel. Aangejaagd door de Ghanese Fransman Elisha Owusu, een zomerkoopje van 1 miljoen, en in een regie van Sven Kums, die niet zo ver onder zijn Gouden Schoenniveau zit, werd Standard teruggedrongen. Na hands van Vanheusden stonden ze weer tien tegen tien. David scoorde vanaf de stip en Castro-Montes krulde de 3-1 binnen. Aan de overkant trapte Mpoku een strafschop hoog over.

Indrukwekkende vertoning van de thuisploeg. 21 op 21, het perfecte bilan. Als het ook buitenshuis begint te winnen, kan AA Gent een rol spelen als schaduwfavoriet in het titeldebat. Vanaf volgend weekend in Genk?

Quo vadis Racing Genk?

De landskampioen leed in Eupen al zijn vijfde nederlaag van het seizoen en we zijn nog niet eens halfweg de reguliere competitie. Des te pijnlijker was het dat Eupen zaterdag voor het eerst won in eigen stadion. Vrij makkelijk dan nog, met 2-0. Vorig jaar rond deze tijd had KRC Genk nog niet verloren. 33 punten op 39 telde het toen na dertien speeldagen. Net evenveel als Club Brugge op dit moment. Genk had 38 keer gescoord, zes doelpunten meer dan Club nu.

Zonder Clement, Trossard, Malinovski en Pozuelo is het harken. Clement bevestigt zijn trainerscapaciteiten in Brugge, Trossard is supersub in Brighton (zaterdag als invaller goed voor een doelpunt en een assist), Malinovski zit tandenknarsend op de bank bij Atalanta en Pozuelo werd verkozen in het Team van het Jaar van de Amerikaanse Major League Soccer en speelt volgende zondag met Toronto FC de finale tegen de Seattle Sounders, nadat het team afgelopen week al de Eastern Conference had gewonnen. Maar laten we wel wezen: de MLS is een competitie voor hasbeens en subtoppers.

De kassa rinkelde de voorbije maanden in Genk, maar de nieuwkomers konden (nog) niet inpikken op het sportieve elan. Theo Bongonda blijkt eens te meer een momentenvoetballer en rechtvaardigt de afkoopsom van zeven miljoen euro niet. Hagi en Nygren zijn jongeren met groeipotentieel, die hebben tijd nodig. Hrosovsky is degelijk, maar lang geen Malinovski. En Felice Mazzu begeestert minder dan Philippe Clement. Mazzu oogstte jarenlang lof voor de puike prestaties van Sporting Charleroi, dat het systematisch beter deed dan verwacht. Dat was knap, voor een outsider. In Genk, bij een club met veel ambitie, lukt het vooralsnog niet en je ziet ook niet dadelijk een kentering aankomen. De Limburgers spelen lusteloos, franjeloos, inspiratieloos, kortom: er is iets loos. Dan komt de naam van de trainer al snel op een lijstje van mogelijke verplichte vertrekkers te staan. Morgenavond wacht Genk in de Champions League een uitwedstrijd in Liverpool. Er zijn prettiger opdrachten in moeilijke tijden. Enige lichtpuntje: met 20 punten staat Genk nog altijd heel dicht bij Play-off 1.

Ook Antwerp doet het minder goed dan het ambitieuze bestuur verhoopt. Zaterdag werd verloren in Moeskroen, vierde nederlaag al dit seizoen. Antwerp behaalde 4 op 12 na de vorige interlandbreak. Zondag komt Club Brugge naar de Bosuil, dat buitenshuis nog geen punt liet liggen. Vermoedelijk heeft Laszló Bölöni de vorige seizoenen voldoende krediet opgebouwd, maar eindeloos is dat nooit in het voetbal. Hopelijk voor hem heeft woelwater Didier Lamkel Zé zijn T-shirt van vorige week aan sportief directeur D’Onofrio bezorgt. ‘Zé na is kalm’, stond daarop te lezen.



Bloksaland

Samenleving Posted on vr, november 01, 2019 12:51:37

Laten we er even van uitgaan dat Walter De Donder, burgemeester van Affligem en van het dorp van Samson & Gert, plus kandidaat-partijvoorzitter van de CD&V, het niet racistisch of kwaadwillig bedoelde, toen hij het had over de ‘ontvolking’ van sommige Brusselse of Antwerpse wijken. Dat hij niet tégen die ‘nieuwe’ bewoners sprak, maar vóór de originele wijkbewoners. Dat hij niets heeft tegen inwijkelingen. Het zou kunnen, al overtuigde zijn verdediging achteraf niet echt. Maar stel, stél, dat hij het oprecht meende, dan zou je een zinvolle discussie kunnen beginnen. Want er is wel degelijk een probleem. Praat met autochtone ouderen die al heel lang op dezelfde plek wonen en ze zullen klagen over te veel nieuwkomers. Versta: mensen die hún taal niet spreken, hún gewoonten niet overnemen, hún manier van leven niet klakkeloos kopiëren. Kortom, die niet een beetje hén worden.

De multiculturele samenleving is een feit. En dat feit zal in de toekomst bevestigd worden. Zo gaat dat nu eenmaal: alles en iedereen bougeert voortdurend. In plaats van daar in een ‘Eigen volk eerst’-reflex tegen te ageren, zouden we dat feit moeten erkennen en ernaar leven. Daar zit nu net het probleem. We hebben de nieuwkomers jarenlang bij elkaar gepropt in hele of halve getto’s, omdat ons dat gemakkelijk uitkwam en omdat we zo een bestemming vonden voor die verkommerde huizen in buurten waar mensen liefst niet meer willen leven. Wie de financiële middelen niet had, bleef er wonen en voelt er zich nu verweesd. Dat is voor een deel xenofoob, maar ook begrijpelijk. Mensen willen herkenbaarheid, omdat dat veilig aanvoelt. Liever een sjoemelende blanke buur die vrouw en kinderen slaat, dan een doodeerlijke familie van Marokkaanse origine, met hun rare gewoonten ook altijd. Ramadan. Suikerfeest. Lawaai na elf uur ’s avonds. Wat denken ze wel!?

Stads- en gemeentebesturen hebben al decennialang boter op hun hoofd. In plaats van de maatschappelijke realiteit te aanvaarden en ernaar te handelen, hebben ze die genegeerd en zowel de nieuwkomers als de oorspronkelijke bewoners aan hun lot overgelaten. Politici van divers pluimage hebben die zelfs tegen elkaar opgezet, omdat hen dat goed uitkwam, lees: stemmen opbracht. De gettoïsering van de samenleving is van bovenuit gestimuleerd. De gevolgen zien we nu. Als het dat is wat Walter De Donder wilde aankaarten, fair enough. We hebben te weinig voor de samenleving gedaan, voor iederéén in de samenleving, tenzij dan voor de elite die zelf kan bepalen waar ze staat, gaat en woont.

Maar ik vrees dat het dat niet was, wat De Donder bedoelde. Ik vrees dat hij op dezelfde lijn zit van N-VA-politica Nadia Sminate, die begin vorige week in De afspraak advocaat Abderrahim Lahlali toebeet dat zij — en ze bedoelde: mensen met een migratieachtergrond — dankbaarder zouden moeten zijn voor de kansen die de samenleving hen biedt. En dus mocht Lahlali, vond Sminate, geen IS-strijders verdedigen. In de Top 10 van Domme Uitspraken 2019 zal Sminate hoog scoren. Want ze zei twee dingen tegelijk: 1) rechtspraak hoeft niet te gelden voor sommige misdadigers, 2) mensen met een vreemde roots horen er niet bij. Ze zei dus ongeveer letterlijk: “Ik, Nadia Sminate, ben niet helemaal thuis in deze samenleving”. Tenzij je dankbaar en braaf en volgzaam bent, natuurlijk. Tenzij je niet alleen integreert, maar ook assimileert. Maar zelfs dan nog: blijf dankbaar dat deze samenleving je tolereert en een stukje omarmt, ook al is dat niet van harte. Veel verder kan zelfontkenning niet gaan.

Wat De Donder en Sminate met andere woorden zeggen: zelfs als je hier geboren bent en de Belgische nationaliteit hebt, zal je altijd een vreemdeling (een migrant) blijven, omdat je ouders of je grootouders naar hier geëmigreerd zijn. Niet verwonderlijk dat het applaus het luidst klonk bij extreemrechts. Dit punt maken ze namelijk al jaren: als je niet wit bent, blijf je een buitenstaander en zal je hooguit worden getolereerd. Joël De Ceulaer heeft verdorie gelijk: Filip Dewinter is de invloedrijkste politicus van de voorbije dertig jaar, ook al heeft ie nog nooit een bestuurlijk mandaat uitgeoefend. Zie punt 16 van het infame 70-puntenplan uit 1992: recht en orde herstellen in de gettowijken. Goed idee, meneer De Donder? Of punt 24: sociale huisvesting voor eigen volk eerst. Doe je mee, mevrouw Sminate?

Sinds anderhalve week klinkt het ‘Eigen volk eerst’ heel luid en niet alleen vanuit de hoek waarvan je dat zou mogen verwachten. Als je een licht afwijkende huidskleur hebt, moet je zwijgen en dankbaar knikken. Theo Francken doet dezer dagen zijn uiterste best om aan te tonen dat niet-Europese migranten onze steden en gemeenten overwoekeren. Wat moet je daarmee, als je van hier bent en toch te horen krijgt dat je er niet zou moeten zijn? Met daarbovenop dan nog eens termen als ‘ontvolking’ of ‘omvolking’ waarmee men je rond de oren slaat, terminologie die recht uit de handboekjes van fascistoïde organisaties komen? De boodschap van de voorbije anderhalve week is enerzijds dubbelzinnig (‘Je moet je integreren, waaronder wij, witte Vlamingen, verstaan: assimileren’) en anderzijds bijzonder agressief (‘Neen, je zult hier nooit thuis zijn’). Enerzijds, anderzijds, misschien wordt die De Donder wel partijvoorzitter…

Welkom in Bloksaland.



Voltooid leven

Samenleving Posted on vr, november 01, 2019 12:00:49

Zondag zag ik de interimvoorzitter van de CD&V, Griet Smaers, in De zevende dag in debat gaan over de verlenging van de abortustermijn van twaalf naar achttien weken. Haar partij is tegen (wisten we al), zal dat nooit goedkeuren (wisten we al), had al grote ethische bedenkingen bij de goedkeuring van de wet in 1990 (wisten we al), maar wat we nog niet wisten is dat mevrouw Smaers ervoor pleitte dat er langer wordt nagedacht en gepraat over een eventuele abortus, binnen het gezin en de familie. In mijn hersenen knetterde het: ze wil dat er a) langer over gediscussieerd wordt, en ze is b) sowieso tegen die uitbreiding. Dat wil dus zeggen: ze wil tijd winnen. Terwijl het er eigenlijk op neerkomt dat de CD&V — zeg in dit geval gerust terug CVP — behoudens medische hoogdringendheid om het leven van de zwangere vrouw te redden tégen abortus is en blijft. Zeg dat dan gewoon! Dat is een legitiem standpunt, al verfoei ik de religieus geïnspireerde ‘het leven is heilig’ gedachte erachter. Duidelijkheid heeft zo zijn voordelen. Je weet waar iemand voor staat. Of niet voor staat.

CD&V is ongetwijfeld ook tegen de uitbreiding van de euthanasiewet bij ‘voltooid leven’, een debat dat deze week werd aangezwengeld middels een opiniestuk van Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten in De Morgen. Een deskundige als professor Distelmans waarschuwde onmiddellijk dat dit een moeilijke discussie wordt: hoe bepaal je dat iemand honderd procent levensmoe is? Bij een aanvraag tot euthanasie worden twee artsen onafhankelijk van elkaar geconsulteerd om te oordelen of een patiënt ‘aanhoudend ondraaglijk en uitzichtloos’ fysiek of psychisch lijdt. Dat is, in de meeste gevallen, meetbaar. De pijn van Marieke Vervoort viel terug te brengen tot een lichamelijk probleem, haar ondraaglijk lijden was reëel en helaas maar al te zichtbaar voor haar naasten. In dat geval is euthanasie — zoals het woord het zelf al omschrijft — ‘een goede dood’. Het leven is niet meer waard geleefd te worden, de mens in kwestie lijdt meer dan ie leeft. Sterven is dan waardiger dan verder te leven. Dat werd in een wet van 28 mei 2002 verankerd, in die ene periode waarin de christendemocraten acht jaar lang op de oppositiebanken van het parlement en van het leven zaten.

Ik ben zelf sinds 31 oktober 1994, gisteren precies vijfentwintig jaar geleden, lid van de vzw Recht op Waardig Sterven, die toen nog ijverde voor een wettelijke regeling van euthanasie. Slimme mensen als Hugo Van Den Enden en Etienne Vermeersch namen daar openlijk standpunten over in en werden jarenlang verketterd. Het waren in de ogen van hun tegenstanders net geen nazi’s (of net wel, volgens sommigen). Ik was toen 35 en kerngezond, en ben vandaag 60 en — voor zover ik weet — kerngezond. Idealiter kies je niet voor euthanasie op een moment dat je lijdt, maar op een moment dat je nog volop lééft. Een bewuste keuze, voor later, moest het ooit van pas komen. Omdat je niet zinloos wil lijden, geen plant wil worden, niet in een situatie wil komen dat je niets meer aan het leven hebt (of dat die ‘kosten-baten’-analyse, om het zo maar even te noemen, zéér negatief wordt). Dat is míjn keuze. Mijn wilsverklaring betekent niet dat ik dood wil, wel integendeel: ik wil leven, maar dan wel waardig. Meer is het niet. Ik heb dat papiertje destijds niet ondertekend om op latere leeftijd verplicht te worden tot euthanasie. Respecteer mijn keuze, alstublieft, zoals ik ook de uwe respecteer (maar sta me toe om u niet altijd te begrijpen, zo gaat dat nu eenmaal met keuzes).

Het debat dat Rutten wilde lanceren, werd meteen in de kiem gesmoord. Door deskundigen, wat ik begrijp. Distelmans was duidelijk: laten we toch vooral eerst euthanasie bij dementerenden wettelijk proberen te regelen. Hij heeft een punt. Anderen hadden geen punt, zelfs niet eens het begin van een argument. Mensen die ik doorgaans als genuanceerd pleeg te bestempelen riepen allerlei domme dingen. Dat de Open VLD een wel heel drastische manier had gevonden om te besparen op pensioenen, bijvoorbeeld. Dat dit neerkomt op een geassisteerde vorm van zelfdoding. Dat het feit dat mensen aangeven om niet meer te willen leven, meer zegt over de maatschappij dan over de mens. Zo open je geen debat, zo sluit je het meteen. Makkelijk zat, je hoeft er niet meer over na te denken. ‘Wat is dat dan, een voltooid leven?’ vroegen verschillende twitteraars zich af. Correcte vraag, maar ik had niet de indruk dat ze op het antwoord zaten te wachten.

Ik weet niet hoe ik over euthanasie bij voltooid leven moet denken, ik moet daarover nadenken. Vooral omdat ik mijn leven nog lang niet als voltooid beschouwd. Maar ik begrijp dat iemand als Lutgart Simoens, 91, die haar ouders, twee echtgenoten, twee kinderen, twee broers en een kleinkind heeft verloren, zelf wil bepalen dat het óp is. Vandaag misschien nog niet, maar mogelijk wel morgen of overmorgen of volgend jaar of als ze net 95 is geworden. Kunnen we haar dat ontzeggen? Erger nog: willen we als samenleving dat zo iemand naar het kanaal strompelt of naar de dichtstbijzijnde spoorweg? Of dat ze met haar autootje rechtdoor rijdt in een bocht? Want daarover gaat het natuurlijk óók. Als iemand écht levensmoe is, rest hem of haar momenteel maar één optie: zelfmoord. Klinkt cru, is het ook, maar het is de maatschappelijke realiteit. Willen we dát?

Ja, we moeten de samenleving veranderen, zodat iedereen er zich blijft in thuis voelen, maar dat hoor ik nu al sinds ik piepjong was. En er gebeurt maar niets. We laten de oudjes aan hun lot over. Soms kan dat ook niet anders, want we moeten zelf werken, willen afspreken met vrienden, met vakantie gaan, gewoon een avondje voor tv hangen, kortom: we moeten zelf ook volop kunnen leven. Toen ik dat voor het eerst hoorde werden mensen gemiddeld 70 jaar, tegenwoordig zijn we de 80 een eindje voorbij. Over twintig jaar zullen we wellicht richting 90 strompelen. Zonder massaal veel geld — dat er niet is! — in de zorg te pompen, zodat onze senioren een hele dag interessante dingen omhanden hebben en de beste medische bijstand genieten, zal dat betekenen dat het aantal vereenzaamde, levensmoeë 80-plussers alleen maar zal toenemen. Kom niet klagen, beste tegenstanders van euthanasie, dat het vermaledijde suïcidecijfer in de toekomst niet daalt.

Een correct debat opstarten is het minste wat we voor de ouderen van de toekomst kunnen doen. Voor onszelf, dus.



Leermeester kan leerling nog tactisch verrassen

Sport Posted on wo, oktober 30, 2019 10:02:46

(Mijn ‘Bankzitter’ van maandag in De Standaard.)

De topper tussen Club Brugge en Standard eindigde op een gelijkspel, 1-1. Billijk heet dat dan, al viel de wedstrijd enigszins tegen. De beste actoren zaten op de bank. Philippe Clement en vooral Michel Preud’homme blonken uit met gedurfde keuzes.

Het mooiste moment van Club-Standard speelde zich nog voor de aftrap af. Raoul Lambert werd gefêteerd voor zijn 75ste verjaardag. Staande ovatie voor de spits die tussen 1962 en 1980 alleen maar op de Klokke en in het Jan Breydelstadion heeft gevoetbald en 269 keer raak trof voor Club, meer dan wie ook, en dan was ie zelfs nog vaak afwezig door een spierblessure. De oprechte emotie zorgde voor tranen bij de gevierde en een krop in de keel bij de toeschouwers. Monumentenzorg is een belangrijk onderdeel van deze balsport.

Benieuwd wie er over vijftig jaar van deze generatie voetballers zo’n eerbetoon te beurt zal vallen. Niet iemand die zijn hele carrière voor Club zal gespeeld hebben, ongetwijfeld, daar is het hedendaagse voetbal te volatiel voor geworden. Brandon Mechele, Hans Vanaken en Ruud Vormer komen nog het dichtst in de buurt van een clubspeler.

Tactische masterclass

Minder dan 64 uur na de Europa League-uitwedstrijd in Frankfurt had Michel Preud’homme zijn team op zes plaatsen gewijzigd. Vijf dagen na de afstraffing tegen PSG wisselde Philippe Clement enkel Dennis voor Okereke. De Europees geschorste Vormer kwam logischerwijs terug in het elftal ten koste van jonge debutant De Ketelaere.

Het was uitkijken naar het duel der dug-outs tussen de leerling en zijn leermeester, zij het dat die leerling zijn mentor de voorbije seizoenen overvleugeld had. Toch was het Preud’homme die de eerste helft een masterclass tactiek gaf. Niet dat Standard zo geweldig speelde, maar het elftal stond perfect. Amallah sloot het dichtst aan bij targetman Oulare, Bastien dook af en toe gepast in de diepte, wat al na vier minuten een doelpunt opleverde, Mpoku kreeg als taak om Vanaken te schaduwen en deed dat zeer toegewijd.

Club slaagde er niet in gaten te creëren. Geen doorkomen aan. Achteraf maakte Clement zich boos omdat hij een paar jongens had gezien die allesbehalve fris aan de aftrap stonden, zonder dat ze hem daarop attent hadden gemaakt. We vermoeden dat hij Tau en Diatta bedoelde. Net als tegen PSG viel op dat Club in het aanvallende compartiment te veel eendimensionale voetballers heeft rondlopen. Okereke, zeer bleekjes weer ondanks een doelpunt, Tau, Diatta, Dennis en Openda zijn snel, vinnig en wendbaar, nuttige eigenschappen, maar in topwedstrijden valt in de eerste plaats hun technisch onvermogen op. Als je tegen een Europese (sub)topper speelt, moet de bal aan je voet kleven na een controle. In de Belgische competitie kom je er nog mee weg, dankzij die snelle voetjes en het veel lagere tempo. In de Champions League niet, tenzij uitzonderlijk in een uitmatch tegen een arrogante tegenstander als Real. Tau werd bij de rust vervangen, Diatta mocht negentig minuten blijven klungelen.

Een ander pijnpunt van Club in de 3-5-2 die Clement hanteert, zijn de defensief zwakke vleugels. Diatta is een vleugelaanvaller die actie moet kunnen maken in het laatste derde van het veld, Sobol – nochtans een linksback van nature – heeft eveneens te weinig oog voor wat er in zijn rug gebeurt. Denk aan het vroege doelpunt van PSG dinsdag, toen hij Di María zomaar de rechterflank cadeau gaf. Bovendien koos Preud’homme voor slechts één spits, waardoor minstens één Brugse centrale verdediger niet goed wist wat te doen: inschuiven of afwachten. Dat zorgde voor verwarring, foute keuzes en slechte inspeelpassen.

Dipje

Na de rust kantelde de match en dat had dan weer te maken met een kwade toespraak én tactische ingrepen van Clement. Diagne en Balanta kwamen voor Tau en Rits. Riskant, want ne de vroege vervanging van Mata waren er van dan af geen wisselmogelijkheden meer. Maar het rendeerde wel. Binnen de twee minuten stond het 1-1. Invaller Balanta stuurde Vormer diep en die gaf al zijn achtste assist van het seizoen, Okereke trapte een beetje stuntelig binnen. Erop en erover leek het logische vervolg te worden, maar zover kwam het niet.

Club domineerde steriel in een kansarme tweede helft. Diagne woog wel op de verdediging, maar minder dan Wesley, die node gemist wordt, omdat hij verschillende soorten voetbal aankon. Kort en lang, voetballen en bikkelen, frivool en ongecompliceerd. Die 25 miljoen euro transfergeld compenseren het sportieve verlies niet. Ook bij Standard liep er een spits rond met technische mankementen. Obbi Oulare trapte eens opzichtig over de bal en liet die bij bijna elke controle een meter van zijn voet stuiten. Zo wordt het makkelijk verdedigen.

Opmerkelijk is dat Club nog geen enkel punt liet liggen buitenshuis, maar op Jan Breydel al drie keer op een gelijkspel werd gehouden, door Eupen, Genk en nu Standard. Club behoudt wel drie punten voorsprong op Standard, met een wedstrijd minder gespeeld. En Gent sluipt niet dichterbij, omdat het weer niet kon winnen uit. In de stand lijkt er dus niets aan de hand voor Club, maar voetballend zitten ze in een dipje en de beperkingen van de kern beginnen op te vallen. Woensdag wacht Club een lastige klus in Waregem.



Zoek de zeven verschillen

Sport Posted on wo, oktober 23, 2019 09:57:45

(Deze bijdrage verscheen maandag als ‘De bankzitter’ in De Standaard.)

Er werd uitgekeken naar de eerste opdracht van nieuwe trainer Frank Vercauteren in het Astridpark. Anderlecht won met 4-1 van Sint-Truiden, een geflatteerd resultaat. Het realisme van de coach viel onmiddellijk op. Meer defensieve zekerheid, balbezit is minder belangrijk, Adrien Trebel is terug.

Het is de meeste waarnemers in de luwte van de interlandweek wellicht ontgaan, maar eigenlijk is Vincent Kompany ontslagen bij Anderlecht. De ‘manager’ in speler-manager werd na het zwakke seizoenbegin op non-actief gesteld. Dat Frank Vercauteren het nu voor het zeggen heeft in de dug-out is een blamage voor zijn project: Vercauteren liet niet na om op zijn eerste persconferentie te benadrukken dat hij de enige sportieve baas is. Wat zat Simon Davies daar de voorbije maanden te doen? Waarom werden voormalige clubiconen Frank Arnesen en Pär Zetterberg eigenlijk teruggehaald? Zal Kompany lang berusten in zijn nieuwe, ondergeschikte rol? En hoe compatibel zijn ‘the Prince’ en ‘de kleine prins’?

Voor zijn eerste wedstrijd als hoofdcoach moest Vercauteren het stellen zonder centrale verdedigers. Kompany is nog altijd geblesseerd, Luckassen was geschorst en Sandler ziek. Dus moest Cobbaut weer centraal spelen, naast de 17-jarige Kana. Een gelukje dat hij mocht beginnen met een thuismatch tegen het wisselvallige STVV, dat ver afstaat van de revelatie van vorig seizoen, die toen maar net Play-off 1 misliep. Na tien minuten was de wedstrijd al gespeeld, doelpunten van Chadli en Kana. Het tegendoelpunt van Boli halfweg de tweede helft was even onverwacht als vervelend, maar de reactie was prompt: Roofe scoorde zijn eerste en vierde dat uitbundig. Chadli maakte er nog 4-1 van.

Defensieve zekerheid

Frank Vercauteren is geen voetbalromanticus. Zijn realistische filosofie staat haaks op Het Project. ‘Trust the process’ is nooit zijn adagium geweest. Deze trainer laat niets aan het toeval over, past zich vaak aan de tegenstander aan, wil niet per se de bal hebben. Wat viel er al op – met dien verstande dat hij nog lang niet over al zijn manschappen beschikte?

1. Vleugelbacks blijven op de vleugel in een heldere 4-3-3. Kompany wilde Anderlecht op z’n Guardiola’s laten spelen, met backs die centraal op het middenveld inschuiven om daar een overtal te creëren. Vercauteren liet Sardella en Dewaele het spel breed houden. En hij hield hen achterin.

2. Defensieve zekerheid inbouwen. Er werd geopteerd voor een driehoek met de punt naar voren. Dus: twee controlerende middenvelders, Sambi Lokonga en de heropgeviste Trebel. Daarvoor genoot Verschaeren veel vrijheid.

3. Een diepe spits is geen valse nummer negen. Al dient gezegd dat Kemar Roofe ook al in het bekerduel op Beerschot en de vorige competitiewedstrijd in Charleroi centraal voorin stond. Een spits moet wegen op een verdediging.

4. Frivool balbezit op eigen helft is niet aan de orde. Geen gepingel in het eigen strafschopgebied. Al blijven de goeie voeten van doelman Van Crombrugge een meerwaarde als er geen andere opties zijn.

5. Balbezit hoeft niet, de bal snel veroveren ook niet. Na de vroege 2-0 wachtte Anderlecht af, het zette de verdedigers van STVV nauwelijks onder druk.

6. Spelers zwerven niet meer, ze blijven op hun positie. Wervelend is dat niet, verrassend evenmin, maar het biedt het voordeel van de duidelijkheid.

7. Verdedigende wissels kunnen ook. Na de onverwachte tegengoal verving Vercauteren prompt vleugelaanvaller Saelemaekers door nóg een controleur, Kayembe. Verschaeren werd naar de vleugel verbannen.

Als een veldheer, met gekruiste armen, keek Frank Vercauteren toe. Hij zag dat het voor hem goed genoeg was. Het volk was blij dat het nog eens een thuiszege kon vieren.

Besluiteloos Genk

Club Brugge had vrijdagavond al zuinig gewonnen in Moeskroen. Een doelpunt van Vanaken volstond. Meestal zegt men dan: als je matig of slecht speelt en toch wint, word je kampioen. Standard won zaterdag ook, omdat de videoreferee niet ingreep bij een twijfelgeval. Geen ‘clear and obvious error’ van het scheidsrechterlijke trio, dus ook geen correctie door de VAR. Zo hoort het. Genk-trainer Mazzu wees dan wel op een stilstaand beeld op zijn smartphone, wat moest aantonen dat de bal in de voorafgaande fase over de zijlijn was gegaan, maar helemaal duidelijk was dat niet. Dus zit Standard in een maand met niets dan moeilijke wedstrijden aan 5 op 9. In de stand blijft het hangen op drie punten van Club, met een wedstrijd meer gespeeld. Zondag zal duidelijk worden of de Rouches een woordje meespreken in het titeldebat. Dan moeten ze naar Jan Breydel, minder dan 72 uur na de Europese uitwedstrijd in Frankfurt. Club Brugge kan twee dagen extra recupereren na het Champions League-duel tegen PSG.

Voor Genk, dat woensdag Liverpool ontvangt in diezelfde Champions League, verloopt het seizoen moeizaam. Vier nederlagen in tien wedstrijden, 16 punten op 30, dat zijn statistieken om net wel of net niet Play-off 1 te halen. Dubbeltje op zijn kant, als het zo doorgaat. Veel te mager voor een uittredende landskampioen en het wijst helaas ook op een zekere continuïteit: na een landstitel volgt voor Genk telkens weer een mindere jaargang. De Limburgers begonnen verdienstelijk op Sclessin, domineerden grote delen van de wedstrijd, maar waren besluiteloos en misten creativiteit. Pozuelo, Malinovski, Trossard en Clement worden node gemist.

Daarmee eindigt een alweer om de foute redenen bewogen week voor het Belgische voetbal. Genk en STVV weigeren de door de bondsprocureur voorgestelde straf – twee punten aftrek voor beide clubs en wedstrijd overspelen achter gesloten deuren – voor de onderbroken derby te aanvaarden: Genk heeft een procedurefout opgemerkt (de veiligheidsverantwoordelijke van Sint-Truiden had niet kunnen overleggen met de scheidsrechter vóór het stopzetten van de wedstrijd) en bij STVV vinden ze dat de schuld integraal bij de Genkse fans ligt. Nul komma nul verantwoordelijkheidsbesef.

Dat kan je ook zeggen over de beslissing van 1B-club Lommel om Peter Maes aan te stellen als nieuwe trainer. Maes is een jaar geleden in verdenking gesteld van witwaspraktijken en van het deel uitmaken van een criminele organisatie, laten we dat niet vergeten. Het kan allemaal in dit immorele wereldje, dat zich nog altijd verheven acht boven de ‘gewone’ samenleving en de burgerlijke rechtspraak.



« VorigeVolgende »