Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Propere Pandora Papers

Economie, Journalistiek, Politiek Posted on za, oktober 09, 2021 11:26:19

Niet cynisch worden.

Níet cynisch worden.

NIET cynisch worden, Van Laeken.

Het is moeilijk soms. Dat heeft met de leeftijd te maken: hoe ouder je wordt, hoe meer je gezien en gelezen en gehoord hebt (en ook wel: hoe meer je denkt dat je de wijsheid een beetje in pacht hebt). Hoe dichter je op de actualiteit staat, hoe meer je ziet dat de uitwassen binnen die actualiteit steeds minder leiden tot de juiste gevolgtrekkingen. Denk aan ministers die zelden nog hun verantwoordelijkheid opnemen. Het is een vreemde paradox: hoe groter de impact van (sociale) media, hoe groter de daaropvolgende collectieve verontwaardiging, hoe minder conclusies daaruit getrokken worden. Beleidsverantwoordelijken, hoogwaardigheidsbekleders en andere mensen die op een hogere trede van de maatschappelijke ladder staan, achten zich blijkbaar onaantastbaar. Het zijn, zoals in een kastenmaatschappij, onaanraakbaren geworden. Vervelend.

Vorig weekend pakte een internationale groep van journalisten uit met de ‘Pandora papers’, alweer een hashtag om te onthouden na de LuxLeaks (2014), SwissLeaks (2015) Panama Papers (2015), Football Leaks (2015) en Paradise Papers (2017). Telkens zo’n grootschalige samenwerking uitmondt in een reeks spraakmakende artikels, denk ik twee dingen: wow, knap gedaan (zeg gerust: professionele jaloezie, want dat had ik ook wel willen gedaan hebben), en wat gaat hiermee gebeuren? Het eerste draait om waardering voor knap onderzoekswerk, het tweede is echter net iets fundamenteler, want als er niets of heel weinig gebeurt met die relevante informatie, dan heeft dat onderzoek uiteindelijk te weinig losgemaakt. De geïnteresseerde burger wordt grondig geïnformeerd, zeer zeker, goed gedaan, maar de wanpraktijken blijven meestal doorgaan, of er wordt ergens een klein wettelijk verkeersdrempeltje gelegd, om de indruk te wekken dat er drastisch wordt ingegrepen. Quod non. Ik betrap mezelf erop dat ik die artikels veel minder gretig begin te lezen dan vijf jaar geleden. Wat heeft het allemaal nog voor zin?

#PandoraPapers draait rond belastingontwijking en fraude, en het grote grijze gebied daartussenin. Hoe dan ook gaat het om mensen die de financiële middelen hebben — en daardoor al tot de happy few behoren — en dat geld veilig proberen weg te steken, buiten het gezichtsveld van de fiscus. Andere mensen met geld zeggen: prima gedaan, collega, optimalisering en zo, moet kunnen. Ik zeg: je onttrekt geld aan de samenleving. Niet zelden zijn de mensen die roepen dat dit prima gedaan is, diegenen die ook hameren op een begroting in evenwicht, maar hoe kan je dat laatste garanderen als een deel van de bevolking het solidariteitsprincipe — wie heeft, geeft — voortdurend met voeten treedt?

Dat ongemakkelijke ‘Wat gaat hiermee gebeuren?’-gevoel heb ik ook als het over Operatie Propere Handen gaat, of was het nu Operatie Zero? De voorbije weken lekte weer een en ander uit over de bekentenissen van spijtoptant Dejan Veljkovic. Zo’n spijtoptant geeft me een dubbel gevoel: één, goed dat een directe betrokkene de speurders op weg zet om fraude aan te pakken, twéé, jammer dat hij er zelf met een minimumstraf van af zal komen. Misschien is het eerste nog net iets belangrijker dan het tweede, dus alla. Zullen de clubs en de individuele bestuurders juridisch en sportief gestraft worden, of blijft het alweer bij een smeuïge reeks verhalen in de pers, waarna het spreekwoord ‘Ze dronken nog een glas, ze deden nog een plas en alles bleef zoals het was’ opdoemt? Ik geloof in deze net iets meer in het gerecht dan in de voetbalinstanties zelf. Hoe kan je overigens de sociale en fiscale voordelen nog blijven verantwoorden in deze immorele wereld van het snelle geldgewin, gesteld dat die überhaupt ooit te verantwoorden vielen?

Mijn vrees: er zal wel weer ergens een wetje in elkaar worden geflanst om een fiscaal achterpoortje te sluiten, terwijl alle andere deuren gewoon blijven openstaan. Er zal wel ergens een kleine garnaal aan de schandpaal worden gebonden, ter genoegdoening van de op een lynchpartij beluste massa. Er zullen, zeker in het voetbal, zondebokken worden aangeduid, die allang niet meer in functie zijn.

Gisteren werden twee journalisten bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede, omdat ze respectievelijk op de Filipijnen en in Rusland blijven opkomen voor de moeizaam verworven vrijheid van meningsuiting en de fragiele persvrijheid. Bravo en zo, maar fundamenteel verandert er weinig in dat soort landen. Toch moeten die journalisten en hun collega’s daar en elders dat vooral blijven doen. En zal een toeschouwer aan de zijlijn, zoals ik, blijven opmerken dat de gevolgen net iets meer mogen zijn. Véél meer, zelfs.

NIET CYNISCH WORDEN, VAN LAEKEN!



Waar zit Juul Kabas wanneer je hem nodig hebt?

Sport Posted on za, oktober 02, 2021 11:02:13

‘Woaroem speilt den Beerschot miejstal ’s zoaterdags?’

‘Dan kunne de mengse ’s zondags nor de voetbal goan.’

‘Waddist ’t verschil tussen den Beerschot en nen boek koarte?’

‘Awel, in nen boek koarte zitte mor vier boere.’

‘Seg, wette da ze den Beerschot vol beton gon giete?’

‘Joa, dan kunnen ze nie dieper zakke!’

Juul Kabas had het zich begin 1972 gemakkelijk gemaakt. Hij bracht kort na elkaar twee singles uit, Wij zijn de Mannekes van het Kiel en Vooruit náá Beerschot, volgens hetzelfde procedé: een gezongen refrein afgewisseld met flauwe moppen over voetbalclub Beerschot, dat toen in de onderste regionen van de eerste klasse vertoefde. Op het Kiel konden ze er niet om lachen, Juul Kabas werd op 16 februari 1972 ontvoerd door paars-witte fans. Ze eisten dat hij zich openlijk zou verontschuldigen en een pro-Beerschotsingle opnemen.

Investeerder investeert niet

Voorlopig is er nog geen sprake van uitlachmuziek, maar begin oktober 2021 verkeert Beerschot opnieuw in hoge nood. Een 1 op 21 kostte trainer Peter Maes en twee assistenten hun job. Een paar maanden geleden werd Maes nog de juiste man op de juiste plaats genoemd. Zonder Maes ging Beerschot onderuit in Oostende en tegen Eupen. Dit Beerschot heeft geen smoel. Wat het ook niet heeft: creativiteit, weerbaarheid en voetbalverstand.

In de dug-out zat op KV Oostende Marc Noé, een oudgediende die op 9 mei 1999 op de bank zat toen het échte Beerschot, de club van de zeven landstitels tussen de twee wereldoorlogen, zijn allerlaatste wedstrijd speelde tegen RITA Berlaar. 1-2 werd het, Beerschot eindigde voorlaatste in derde klasse, moest eigenlijk degraderen naar bevordering, maar ging op in een fusie met Germinal uit Ekeren. Beerschot zocht centen (want was virtueel failliet), Germinal een stadion (want moest weg uit het Veltwijckpark). Germinal Beerschot deed het behoorlijk, met onder meer bekerwinst tegen Club Brugge in 2005, en verpopte vervolgens tot Beerschot AC onder de eigengereide — zeg maar: knettergekke — voorzitter Patrick Vanoppen, die de club in twee jaar tijd naar een nieuw faillissement begeleidde. Redding kwam in juni 2013 van KFCO Wilrijk, dat de naam Beerschot deed overleven van eerste provinciale tot 1B. Twee zomers geleden werd de laatste Wilrijkse bestuurder uit de club gewerkt en veranderde de naam opnieuw in Beerschot, mét het originele stamnummer 13. Wat volgde leek een voetbalsprookje: kampioen in 1B — ondanks een vijfde plaats in de reguliere competitie — en vier maanden spectaculair voetbal in 1A.

Sindsdien werd het minder, véél minder. Beerschot haalde nauwelijks nog punten, speelde onaantrekkelijk voetbal, zag dribbelkont Tarik Tissoudali naar KAA Gent vertrekken, de tegenstanders konden zich intussen prima instellen op de sterke punten van de Oostenrijkse smaakmaker Rapha Holzhauser. Zorg dat hij de bal niet krijgt hoog op het veld en Beerschot wordt onschadelijk gemaakt, poepsimpel recept. Tijdens de zomermaanden werden bijna uitsluitend jonge, goedkope voetballers zonder noemenswaardige ervaring gehaald. De nieuwe trainer had tonnen ervaring, maar Peter Maes bleek een miscast: een man van het verleden, met methodes die passé overkwamen na de moderne coaches Hernán Losada en Will Still. Elke wedstrijd een nieuwe tactiek, daar verhoog je je geloofwaardigheid in de spelersgroep niet mee. Die verouderde methodes waren natuurlijk niet nieuw, anders zou je ze niet ‘verouderd’ kunnen noemen: de luidruchtige Maes, type ‘brulboei-trainer’ deed het bij al zijn vorige werkgevers op dezelfde manier, dat had men bij Beerschot kunnen en móeten weten.

Als het sportief niet loopt, wordt de trainer geofferd, zo gaat dat in het topvoetbal. Het bestuur, dat verantwoordelijk is voor het aanstellen van die trainer en het samenstellen van de spelerskern, gaat altijd vrijuit. Na de thuisnederlaag tegen STVV, drie weken geleden, kwam het al tot een kleine opstand onder de fans, de sfeer zal er sindsdien niet op verbeterd zijn, ook al bleven de supporters ondanks de sportieve afgang wel hun team aanmoedigen tegen Eupen. De dreigende revolte is begrijpelijk. Voor de Saoedische hoofdeigenaar prins Abdullah bin Mosaad Abdulaziz al Saud en sportief verantwoordelijke Jan Van Winckel heeft Beerschot een lagere prioriteit dan de Engelse tweedeklasser Sheffield United, die andere club uit de portfolio van de prins: de Championship is economisch veel belangrijker dan de Jupiler Pro League. Buitenlandse geldschieters overspoelen het Belgische profvoetbal — binnenkort ook in Gent? —, maar het zijn zelden mecenassen. Wat ben je dan met een investeerder die nauwelijks investeert en weinig voeling heeft met de Belgische competitie? De voorbije boekjaren leed Beerschot 7,9 miljoen euro verlies, ook dat is weinig geruststellend.

Tot januari zal het voor Beerschot met deze onevenwichtig samengestelde kern moeten gebeuren. Geen prettig vooruitzicht. De nieuwe trainer — in feite een kwartet, want de Argentijn Javier Torrente bracht zijn broer Diego mee als videoanalist, en er werden ook elders nog twee trainers weggeplukt die nu assistent zijn geworden — kent de Belgische competitie niet en zijn statistieken zijn niet echt hoopgevend als je een paars-wit hart hebt: Beerschot is zijn dertiende club in veertien jaar tijd. Máár: de nieuwe trainer is een goede kennis van de, inderdaad lichtelijk geniale, coach Marcelo Bielsa. ‘Ons-kent-ons’ als maatstaf, dat blijkt zelden de oplossing.

Vanavond speelt Beerschot bij OH Leuven. De laatste tegen de voorlaatste in de stand, met die nuance dat er een kloof van zeven punten gaapt tussen die twee clubs, vorig jaar nog bejubelde promovendi. Een nederlaag zou een drama zijn voor Beerschot, het zoveelste. Zelfs een gelijkspel is in deze fase van de competitie onvoldoende. Anders moet Beerschot na de interlandbreak al minstens tien op twaalf halen tegen KV Mechelen (thuis), Anderlecht (uit), Seraing (thuis) en Kortrijk (uit) om weer aansluiting te vinden bij de andere laagvliegers.

Juul Kabas revisited?

Om terug te komen op de ontvoering van Juul Kabas: dat bleek een stunt te zijn, die was opgezet door zijn eigen platenbaas, Louis Van Rijmenant. Zoals beloofd kwam er kort nadien een positieve single uit, Beerschot is de ploeg van ’t jaar, en bovendien wist Beerschot zich nog redelijk makkelijk te handhaven dat seizoen. Een jaar later behaalde de club zelfs een Europees ticket. Misschien moeten de Beerschotsupporters bijna vijftig jaar later Juul Kabas, 76 inmiddels, nog eens opzoeken.

(Dit is een geüpdatete versie van een tekst die op maandag 20 september in de rubriek De Bankzitter verscheen in De Standaard.)



Is de koers wel van ons?

Sport Posted on za, september 25, 2021 11:16:15

‘De koers is van ons’, zeggen we in Vlaanderen. We zeggen dat vaak, want we zijn de grootste wielernatie van de wereld. ’t Is te zeggen, we zijn wellicht het meest wielergekke land ter wereld, met de meeste supporters, de meeste supportersverenigingen en de meeste supporterscafés. Schol. Maar we zijn al lang niet meer het land met de beste renners van de wereld. Een eenvoudige blik op de erelijsten bewijst dat.

De laatste Belgische winnaar van de Tour was Lucien Van Impe, in 1976. 45 jaar geleden. Een jaar later won Freddy Maertens als allerlaatste landgenoot de Vuelta, ondertussen ook alweer 44 jaar geleden. Weer een jaar later, 1978, won Johan De Muynck de Giro, dat is dus 43 jaar geleden. Geen Belg deed het hem na. Kleinere rondes, ja, die winnen we soms nog wel. Vooral Remco Evenepoel doet dat, onze grote rondehoop voor de toekomst.

In de klassiekers doen we het beter. Met dank aan de stilaan afscheidnemende generatie Gilbert-Van Avermaet, en aan de toppers van nu, Wout Van Aert op kop. Jasper Stuyven won dit jaar Milaan-San Remo, Wout Van Aert slaagde daar vorig jaar ook in. Philippe Gilbert won twee jaar geleden nog Parijs-Roubaix, en vier jaar geleden de Ronde van Vlaanderen. Hij is ook de laatste Belgische winnaar van Luik-Bastenaken-Luik, in 2011. En van de Ronde van Lombardije, in 2010. Als je het zo bekijkt, is (of eigenlijk: was) die Gilbert echt wel een topper. De harde realiteit is dat als het iets te veel bergop gaat, de Belgen afhaken. Ook hier rust onze hoop op de frêle schouders van Evenepoel, een jongen van nog altijd maar 21.

‘De koers is van ons’ slaat dus net iets minder op de prestaties op de fiets dan op de gekte errond. Geen enkel land ter wereld zendt meer wielerwedstrijden live uit op tv. Geen enkel ter land ter wereld brengt de koers beter in beeld dan onze regisseurs. Geen enkel land ter wereld maakt zoveel radio- en tv-programma’s over wielrennen, en besteedt er zoveel ruimte aan in de schrijvende pers. Geen enkel land ter wereld is beter in het organiseren van koersen dan wij, Belgen. Geen enkel land ter wereld heeft zo’n rijke geschiedenis en de beste aller tijden is er een van hier, want Merckx is van ons. Maar er mag best een tandje of twee, drie bijgestoken worden.

De laatste Belgische wereldkampioen op de weg bij de mannen was alweer die dekselse Philippe Gilbert, negen jaar geleden. Bij de vrouwen moeten we helemaal terug tot in 1973, voor de triomf van Nicole Van Den Broeck. Het WK tijdrijden werd nog nooit gewonnen door een Belg, al was Van Aert twee keer in de buurt. Wout Van Aert, Remco Evenepoel en Lotte Kopecky zijn onze troeven dit weekend. Als het lukt, kunnen we eindelijk nog eens terecht claimen dat de koers van ons is. Tot dan is het een slogan die niets, of toch veel te weinig, te maken heeft met de uitslagen van de koersen, en dat is zonde.

(Lichtjes geüpdatete versie van de gesproken column van dinsdag op sportzender Sport 10.)



Woke (bis)

Geschiedenis, Samenleving Posted on za, september 18, 2021 11:14:04

We moeten het nogmaals over woke hebben. Twee weken geleden riep ik op deze plek begrip op voor de mensen die zich woke noemen — ‘wokies’ volgens de tegenstanders —, omdat ze voor mij de kanaries zijn in de koolmijn die Samenleving heet. Zoals we in het verleden dankbaar gebruik hebben gemaakt van zeer uiteenlopende emancipatiebewegingen (vakbonden, feministen, 68’ers, vredesactivisten, etcetera), moeten we gewoon blij zijn dat er zoiets bestaat als de #MeToo-beweging en #BlackLivesMatter. De uitwassen moeten we er, helaas bij nemen, zonder ze daarom honderd procent te accepteren of ze onder de mat van de geschiedenis te vegen omdat ze voor de goede zaak waren of zijn. Vernielingen blijven vernielingen, slachtoffers blijven slachtoffers, hoe nobel het doel ook is. Dat doel heiligt niet alle middelen.

De voorbije weken waren er enkele van die spijtige uitwassen. In de provincie Ontario, Canada, werden als racistisch beoordeelde boeken verwijderd uit bibliotheken en ritueel verbrand. Onder meer strips van Asterix en Kuifje gingen in vlammen op. Het verleidde Bart De Wever en Sam Van Rooy om gelijktijdig een citaat van Heinrich Heine uit 1823 op te diepen: ‘Dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen.’ Bien étonnés de se trouver ensemble? Ach neen, die Chinese Muur tussen N-VA en Vlaams Belang is in de praktijk niet meer dan een lage haag, waarlangs vrolijk ideeën worden uitgewisseld. Of, met een ander beeld: een draaideur, langs waar heel wat heen-en-weerbewegingen te noteren vallen.

Dichter bij huis, in Antwerpen, werd De man die de wolken meet, een bronzen beeld van Jan Fabre een half jaar geleden stiekem verwijderd van het dak van De Singel. Het lekte pas deze week uit (kan je nagaan hoezeer het beeld gemist werd, maar ook: hoeveel impact het in werkelijkheid had op ons!). En in Charleroi werd een dansvoorstelling van diezelfde Fabre geschrapt, vanwege negatieve reacties en anonieme bedreigingen. Cancelcultuur, wordt dan meteen geroepen, vooral uit rechtse hoek. Men wil die kunstwerken cancelen omdat ze niet (meer) beantwoorden aan wat maatschappelijk verantwoord wordt geacht. Eerder zagen we dat bij de films van of met onder anderen Roman Polanski, Woody Allen, Kevin Spacey en producer Harvey Weinstein. U kent hun vermeende of aangetoonde wandaden, daarover hoeven we het niet te hebben.

Het is goed dat er ondubbelzinnig wordt gewezen op manifest foute uitlatingen, gedragingen of werken. Het is niet goed dat wie die dingen zegt, doet of gemaakt heeft, zonder meer uit het publieke leven moet worden gebannen. Polanski en Allen hebben meesterwerken gemaakt, daar heeft hun gedrag niet rechtstreeks iets mee te maken. Spacey is een magnifieke acteur, ondanks zijn misdragingen. De films die Weinstein producete blijven geweldig: het feit dat de man een seksueel roofdier is, verandert daar niets aan. Fabre zal, allicht, op een of andere manier juridisch veroordeeld worden voor het systematisch belagen en chanteren van zijn danseressen, maar die stukken blijven even goed (of slecht, dat hangt van uw persoonlijke appreciatie af). Jazeker, vooral de vroege Asterixen en Kuifjes blinken niet uit in subtiliteit, staan bol van de clichés en — laten we de dingen benoemen — geven geen blijk van een breeddenkende kijk op de mensheid. In Kuifje vind je racistische karikaturen terug, net als in vroegere Suskes en Wiskes of Nero’s. Je moet dat niet goedpraten. Dat racisme, dat seksisme en die homofobie zijn er. Dat je het in de geest van de tijd moet bekijken, gaat slechts gedeeltelijk op. De makers hadden toen al kunnen weten dat het eenzijdige beeld dat ze toonden onjuist was. Moeten die strips daarom alsnog verbrand worden?

***

Racistisch. Seksistisch. Homofoob. Eurocentrisch. Die predicaten zijn doorgaans terecht. Laten we die er dan ook op kleven. Of beter: ernaast kleven, of als voorwoord meegeven. Want veel beter dan boeken verbranden — een praktijk die onder meer de nazi’s al gretig toepasten —, is het om die boeken te duiden voor een publiek van nu. Ik vind het terecht dat Jan Fabre nu even langs de zijlijn moet staan, maar opvoeringen van zijn vorige theaterwerken moet je laten passeren. Geef er dan wel een woordje uitleg bij, over wat de artiest waarschijnlijk heeft uitgericht. Anders doe je wat fanatieke katholieken in het verleden deden bij filmvoorstellingen van The temptation of Christ: belemmeren dat de vertoningen konden plaatsvinden. Of wat joodse demonstranten in 1985 tegen het toneelstuk Het vuil, de stad en de dood van Rainer Werner Fassbinder deden in Rotterdam: de opvoering verhinderen omdat die antisemitisch zou geweest zijn. Zo ongeveer niemand had de tekst gelezen, ze namen de commotie uit het buitenland gewoon over.

Als iemand in opspraak is gekomen en er zijn voldoende elementen om aan te nemen dat het niet om roddels, geruchten of vermoedens gaat, zijn er redenen om die persoon tijdelijk geen podium meer te bieden. Dat is rechtmatig, tot de zaak is opgehelderd. Het is natuurlijk buitengewoon wrang dat die voorstelling in Charleroi wordt afgelast — waardoor al die dansers technisch werkloos worden en, wellicht, geen vergoeding zullen ontvangen —, terwijl men die opdracht nooit had mogen toekennen aan een artiest die door tientallen ex-medewerkers wordt beschuldigd van seksuele intimidatie. Akkoord, dan hadden die dansers nu misschien óók geen werk, maar dan hadden ze tenminste naar alternatieven kunnen zoeken. Nu zijn die er niet.

Je kan het verleden niet zomaar wissen, dat is veel te simpel. Daar zijn een paar redenen voor te bedenken. Eén, je maakt van de betrokken kunstenaar een dader voor de enen en een martelaar voor de anderen, en die polarisatie helpt niemand vooruit. Twéé, verboden vruchten trekken aan. Mein Kampf bleef een gegeerd object in de decennia dat het boek verboden was. (Ooit eens begonnen aan dat onding. Na een vijftigtal pagina’s gaf ik het op, de gezwollen taal stootte mij vanaf de eerste regels af.) Drie, je raakt niet alleen de persoon die geviseerd wordt, maar een veel ruimere entourage die dan collateral damage wordt. Een uitgeverij, een theater, een bioscoop, de onschuldige medewerkers van de dader.

***

Het slechtste wat woke mensen kunnen doen, is de geschiedenis proberen te deleten, want dan verwijder je de bron van wat het begin moet zijn van een maatschappelijk leerproces. Verbrand dus Kuifje in Afrika niet, maar gebruik de strip om uit te leggen hoe dat nu weer zat met Belgisch Congo, waar Hergé over de schreef gaat en hoe fout racisme is. Veel efficiënter dan een bonfire of the vanities, gevolgd door een rondje applaus, een Kumbaya-stonde en een collectief goed gevoel dat na een week weer is weggeëbd. Boeken kan je verbranden, ideeën niet. Laten we het openlijk over die ideeën hebben. Woke is, in mijn ogen, dat je Kuifje in Afrika en consoorten net wél laat verspreiden, maar dat je er duiding bij geeft. Of dat je een spandoek met ‘Sorry’ erop aan dat beeld van Fabre hangt, zoals enkele studenten deden. Humor is dodelijk voor onbeschaafde luitjes. Vooral dóen.

Dat we Cyriel Verschaeve niet langer eren via straatnamen, moeten we vooral consequent blijven toepassen. Die man heeft vele naïeve Vlamingen de dood ingestuurd om een verderfelijk regime te helpen, die hommages waren totaal misplaatst en een naambordje is uiteindelijk máár een naambordje. Massamoordenaars als Leopold II verdienen geen standbeeld, zelfs als je heel genuanceerd naar zijn regime kijkt (‘Hij heeft ook veel goede dingen gedaan’ moet je gewoon onmiddellijk counteren met ‘Ja, maar Congo…’). Moet je dat standbeeld dan vernietigen, wetende dat dit ook ontworpen is door een kunstenaar die daar zijn ziel in gelegd heeft? Of geef je daar een objectief en duidelijk leesbaar woordje uitleg bij, zodat voorbijgangers weten dat deze man schaamteloos de rijkdommen van een ver land tot de zijne heeft gemaakt en miljoenen Congolezen liet vermoorden of verminken zonder in te grijpen, en doe je dat ook consequent op school? Ik prefereer het tweede. We mogen Leopold II, Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot en andere onverlaten niet gunnen dat ze vergeten worden. Onthouden moeten we ze, verdomme, in een educatieve estafette die pas vele eeuwen later mag worden opgegeven, wanneer er ongetwijfeld een handvol nieuwe potentaten zijn gepasseerd die de geschiedenis hebben bezwadderd, en dan nog moeten de genoemde heren in een aangepast rijtje blijven staan met nieuwe massamoordenaars. Als wie woke is dezelfde technieken toepast (boekverbrandingen) als de wreedaardigste dictaturen, dan zijn er twee mogelijke en even perverse gevolgen: één, de mensen die dat onder de noemer ‘woke’ doen, zijn dan toch niet zo woke als dat ze beweren, of twéé, nog veel erger, ook de nazi’s waren op hun manier en binnen hun context woke. Wil je daarmee geassocieerd worden?

***

Toen ik zestien was, ergens halfweg de jaren zeventig, ging ik voor het eerst naar het wassenbeeldenmuseum Madame Tussauds in Londen. Tussen de beelden van de wereldleiders van de twintigste eeuw stond er ook een van Hitler. Achter glas, om te vermijden dat het beschadigd zou worden. Wat ik miste, was een woordje uitleg. Ik had uiteraard al van Hitler gehoord, ook al werd daar thuis nooit over gepraat, door ouders en grootouders die de oorlog hadden meegemaakt.

Laat jongeren van vandaag vooral kennismaken met de erfenis van deze vreselijke figuur. Als je doet alsof hij er nooit geweest is, zal hij er op een bepaald moment ook niet meer zijn, voor de volgende generaties. En dat zou jammer zijn, want net omdát er dat vreselijke verleden is, kan je daaruit leren om het heden en de toekomst beter te maken. Dat zou pas woke zijn, en dan heb je meteen een bondgenoot in mij, want de strijd is hard. Tegenstanders zullen je ervan beschuldigen dat je overdrijft, ze zullen zeuren dat het recht op vrije meningsuiting wordt geschaad, ze zullen zichzelf tot het kamp van de slachtoffers rekenen, iets wat in een handomdraai lukt, want ze zijn met velen. Word dus niet zoals je tegenstanders, want dan ben je in feite een tegenstander van je eigen oprechte overtuigingen.



Racisme, een boek

Samenleving Posted on za, september 11, 2021 11:27:44

We moeten het over racisme hebben. We, dat zijn Paul Beloy en ik. Vijf herfsten geleden schreven we samen Vuile zwarte, over racisme in het Belgische voetbal. Volgend voorjaar publiceren we een nog ambitieuzer boek over dit thema, over racisme in de hele samenleving, een hopelijk wervende en toch zeer accurate titel is in de maak.

De timing is perfect, al zeggen we het zelf. Niet alleen is racisme alomtegenwoordig in dit tijdsgewricht, hier en elders, bovendien is het in maart 2022 precies honderd jaar geleden dat de Belgische filoloog Théophile Simar een studie publiceerde onder de titel Etude critique sur la formation de la doctrine des races au XVIIIe siècle et son expansion au XIXe siècle, waarin hij het voor het eerst over ‘racisme’ heeft. Honderd jaar later valt die term elke dag tientallen keren op duizenden plaatsen. Soms ten onrechte of voorbarig, doorgaans terecht, in bijzonder schrijnende en mensonwaardige omstandigheden.

Het boek zal een beknopt overzicht van de geschiedenis van het racisme brengen, waarbij we na een korte terugblik op de Oudheid via de katholieke middeleeuwen passeren langs de slavernij, de Ku Klux Klan en #BlackLivesMatter in de States, de uitwassen van kolonialisme (handjes hakken in de Congo!), de Holocaust en apartheid, om uit te komen bij racistische incidenten in hedendaags België. Incidenten die, zo vinden we, niet los van elkaar kunnen gezien worden. Er zit wel degelijk een patroon in.

Aan de hand van een strikte definitie van racisme en discriminatie zullen we nagaan hoe die zich manifesteren op het domein van de directe leefomgeving, het onderwijs, het werk, de huurmarkt, de politiek, de culturele sector, de sport en de (sociale) media, en we belichten hardnekkige stereotypes (Zwarte Piet!).

Máár — en daarom pleeg ik deze voor de gelegenheid vrij korte semi-blogpost — we zullen ook slachtoffers uitgebreid aan het woord laten, want voor hen is racisme nooit relatief. Ook de occasionele dader zal zijn zegje mogen doen, over het waarom van zijn handelen, als hij dat tenminste wil en durft. Anekdotiek mag een ernstige, afstandelijke studie niet in de weg staan, maar het zal de maatschappelijke uitwas die racisme is, concreter maken. Want die ‘we’ uit de eerste zin, slaat ook op u en u en u, op ons allemaal.

We zoeken dus mensen die zelf met racisme te maken hebben gekregen. Dat kan uitzonderlijk geweest zijn, maar ook systematisch en structureel. Dat kan een licht incident geweest zijn, maar ook een majeur. Dat kan zware gevolgen hebben gehad voor het slachtoffer, maar ook niet-blijvende.

Bent u of kent u zo iemand, neem dan als de wiedeweerga (= snel!) contact op met ons. Dat kan via frankvanlaeken@icloud.com. Of via een privé-berichtje op de sociale media. Discretie gegarandeerd. En het eindproduct, de geschreven tekst, zal alleen met volledige instemming in het boek gepubliceerd worden.

We moeten het dus over racisme hebben. We, dat zijn Paul Beloy en ik, de auteurs van het boek, de mensen die we binnenkort gaan interviewen en liefst ook u, als aandachtige en betrokken lezer.En wel nú.

Dit boek komt tot stand dankzij de steun van het Fonds Pascal Decroos.



Woke

Samenleving Posted on za, september 04, 2021 11:21:05

Mijn oorspronkelijke bedoeling was het definitieve essay te schrijven over woke. Verschoning, beste lezer, het is slechts een vingeroefening geworden, een snelle schets, een probeersel. Alhoewel, is ‘essay’ niet de vertaling van ‘probeersel’? Essayisten, ach, ze proberen ook maar wat.

Woke, zo leerde ik van Britt Anciaux, de dochter van senator Bert, is een verbastering van ‘awakening’ en werd gelanceerd door de Afro-Amerikaanse samenleving. Ik deed die kennis op tijdens interviewsessies die hebben geleid tot het zeer lezenswaardige boek Over generaties: memoires, visie en manifest in één, door Vic, Bert en Britt Anciaux, waarbij uw dienaar de eer genoot als spookschrijver te mogen fungeren. Op Wikipedia gaat het over een ‘actieterm (…) die verwijst naar een groter bewustzijn van de samenleving’. ‘Woken up’ blijkt dan aan de oorsprong te liggen.

Actie. Bewust zijn en bewustzijn. Wakker worden. Wie kan daar nu tegen zijn? (Velen, zo blijkt.)

Als ik even in de achteruitkijkspiegel kijk, ben ik mijn hele leven al behoorlijk woke geweest. Op wat aangebrande flauwe moppen en het niet terechtwijzen van ultrarechtse typetjes na heb ik me altijd vrij consequent gedragen. Als mens, als man, als sociaal wezen. Als linkse, al is dat geen noodzakelijke premisse. In theorie kan je ook woke zijn door als rechts gecatalogeerde waarden te beschermen. In de praktijk niet, omdat rechtse mensen woke als scheldwoord zijn beginnen te gebruiken, als uiting van politieke correctheid, en zoals bekend krijgen ze daarvan jeuk over hun hele lichaam.

De term viel deze week opnieuw in de marge van een gesprek dat gisteren in Luik plaatsvond over de gevolgen van de coronacrisis, die de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen heeft vergroot. Staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit Sarah Schlitz (Ecolo) had zich ingeschreven voor dit evenement waarop alleen vrouwen en genderminderheden welkom waren. Schlitz omschreef het als een safe space, een veilige omgeving waarin vrouwen hun verhaal kwijt konden. Zelf ben ik aanhanger van Groucho Marx’ observatie ‘I don’t want to belong to any club that would accept me as one of its members’, maar ik wil wel de kans kunnen krijgen om een uitnodiging te weigeren. Ik wil wel dat segregatie en apartheid geen kans meer krijgen in de samenleving. Ik wil wel dat vooroordelen geen oordelen worden. En toch begrijp ik ook de nood aan een safe space, zeker voor vrouwen en genderminderheden, omdat zij in een stelselmatig verrechtsende maatschappij kwetsbaarder zijn geworden, zoals ze dat meer dan een halve eeuw geleden ook waren. Wat ik niet begrijp is dat er wel logebroeders zijn en geen logezusters, terwijl die tweedeling daar compleet onzinnig is. Er is een verschil tussen een safe space en een geheim genootschap dat vanalles bekokstooft. Daar hoor je dan weer weinig tegenkanting over. Heeft het dan toch met vrouwonvriendelijkheid te maken?

Ik moet ook weleens grimlachen om de eisen die mensen die zich woke noemen, stellen. Soms zijn die ronduit naïef, vaak nodeloos agressief. Maar dan lees ik een opiniestuk van Mia Doornaert, een tweet van Rik Torfs of een zure oprisping van Theo Francken, of ik verneem dat Vlaams Belang een jacht op linkse leerkrachten heeft ingezet, inclusief kliklijn, en denk: dan toch maar liever wat die woke persoon zegt. Want aan de basis ligt altijd wel maatschappelijke betrokkenheid en de vaststelling dat er heel wat zaken fout lopen, iets wat je van reactionair rechts niet kunt zeggen, die laten maar betijen. Als je even niet oplet, of niet reageert, leven we hier binnenkort ook in een Vlaams Texas, een Orbánstaat of een lightversie van Nazi-Duitsland. Waakzaamheid is geboden, met de W van, jawel, Woke. Laat de Doornaerts en Torfsen van deze wereld dan maar klagen over de cancelcultuur in een drukbekeken praatprogramma op de Vlaamse televisie of in een veelgelezen krantenrubriek, want zo ironisch is het wel: luidop en zonder tegenspraak ‘Wat mogen we dan nog wél?’ vragen in een ruim verspreid medium. ‘Help, wij worden gecanceld!’ komt meestal neer op: wil er iemand alstublieft mensen met een andere mening cancelen, dan kan ik ongestoord verkondigen waar ik zin in heb.

Denk aan de jaarlijks terugkerende Zwarte Piet-discussie: als ik moet kiezen tussen ‘Het is een verouderde voorstelling die gebaseerd is op raciale vooroordelen’ en ‘Blijf van onze tradities af!’, ga ik resoluut voor het eerste. Samenlevingen evolueren, mensen evolueren, dus moeten ook onze handelingen, gedachten en tradities evolueren. Noem het gerust voortschrijdend inzicht. Ik verdiep me momenteel in de geschiedenis van het racisme — later meer daarover — en ik kan u verzekeren dat het niet meer dan normaal is dat we een zwarte niet meer neger noemen, zoals dat veertig jaar geleden nog normaal werd bevonden. Het is heus geen schande om even na te denken over de gevolgen van wat je doet, zegt of schrijft. Ook gevoeligheden evolueren, laten we daar dan ook rekening mee houden. Een voorbeeld: er wordt door rechtse luitjes om gelachen dat zij die woke zijn termen als ‘zwartrijden’ zouden willen verbieden, omdat die stigmatiserend zouden kunnen zijn voor mensen met een donkere huidskleur. Mijn eerste gedacht was: waarom is dit nodig, dit heeft toch niets met zwarte mensen te maken? Puur semantiek. Maar dan las ik over een studentenconferentie in 1965 in Kopenhagen, waar studenten uit verschillende landen komaf wilden maken met termen als ‘blackmail’ en ‘black sheep’, omdat die als stigmatiserend werden beschouwd. Als die vaststelling zesenvijftig jaar geleden al werd gemaakt, is het misschien niet eens zo’n slecht idee om de taal — die ook evolueert — aan te passen?

Mensen die we denigrerend woke noemen, zijn de kanariepietjes in de koolmijn die Samenleving heet. Zij signaleren het gevaar, of dat wat afwijkt van het normale. Net als alle anderen zijn ze niet perfect, dat waren hun voorgangers — die nog niet zo werden genoemd — evenmin. Af en toe roepen ze ten onrechte dat er gevaar is, kan gebeuren. Maar het is goed dat ze er zijn. Hebben de vakbonden een eeuw geleden terecht sociale en politieke correcties laten doorvoeren? Absoluut, we profiteren daar nog elke dag van, alleen waren er acties bij die té gewelddadig waren. Wilde de studentenbeweging eind jaren 60 terecht sociale en politieke correcties laten doorvoeren? Zeer zeker, alleen hadden die stenen door die winkelruiten niet gehoeven. Was de opstand tegen de communistische regimes eind jaren 80 noodzakelijk om sociale en politieke correcties te kunnen doorvoeren in het Oostblok? Wees gerust, maar de snelle executie van een Roemeens staatshoofd kan je onmogelijk juridisch koosjer noemen. Zijn de ‘Black Lives Matter’- en #metoo-bewegingen nuttig om sociale en politieke correcties te laten doorvoeren? You bet, al zal er daar ook wel wat collateral damage zijn. ’t Zou niet mogen zijn, maar nog erger zou in al die genoemde en ontelbare andere gevallen zijn dat er géén tegenreacties waren geweest.

Liever een beetje te veel woke dan te weinig. Het zal mij niet beletten af en toe de draak te steken met een overdreven actieve ‘wokie’, waarbij ik tegelijkertijd de bedenking zal maken: hij (m/v/x) overdrijft dan wel, maar gelukkig is hij wakker. Iemand moet het doen. Volgende keer dat iemand die zich woke noemt mij aanvankelijk tegen de haren in strijkt, zal ik hem/haar/hen liefdevol een arm rond de schouders leggen, een geste die hij/zij/hen ongetwijfeld als paternalistisch zal beschouwen, maar wat deert het: ik bedoel het heus wel goed. En zij ook, in the long run.



Het moet verkeren

Politiek, Samenleving Posted on za, augustus 28, 2021 11:22:18

Twee jonge kinderen begonnen aan deze week, zoals u, beste lezer, dat hebt gedaan. Misschien huppelend, zoals dat ene onverwacht vrolijke meisje uit Afghanistan op een Belgisch tarmac. Misschien boos, omdat ze hun zin niet hadden gekregen vorig weekend. Ongetwijfeld vol verwachtingen, omdat ze op weg waren naar wat in hun jonge ogen grote avonturen waren. Maar zeker niet met het idee dat ze er op dinsdagnamiddag niet meer zouden zijn.

Het is zinloos om uitgebreid terug te komen op reconstructies en verklaringen achteraf: u heeft die ongetwijfeld zelf gelezen en als dat niet het geval was, heeft u ze niet wíllen lezen. Een kruispunt dat een paar maanden, bij wijze van experiment, conflictvrij was, bleek nefast voor de doorstroming en dus kregen voetgangers en chauffeurs toch weer op hetzelfde moment het signaal dat ze mochten oversteken of doorrijden. Ook die twee kindjes en die ene vrachtwagenbestuurder. De schepen van Mobiliteit van de stad A riep eerst in dat de situatie was teruggedraaid op vraag van een nabijgelegen ziekenhuis, waarvan de woordvoerder onmiddellijk liet weten dat zij géén vragende partij waren geweest, waarop er een nietszeggende persconferentie volgde van de schepen. Er zal niets aan de verkeerssituatie veranderd worden, luidde het eindverdict. En neen, de schepen zal niet zijn verantwoordelijkheid nemen, mocht u ooit die illusie gekoesterd hebben.

Als er straks weer een dodelijk ongeval gebeurt op diezelfde plek, zal er dus gedanst worden op het graf van de twee kindjes die het nooit woensdag hebben zien worden. U zult mij dat cynisme wel even vergeven. Want het uitgangspunt dat de situatie niet kan veranderd worden vanwege de o zo noodzakelijke vlotte doorstroming van het verkeer, is nog veel cynischer. Het is een principe dat vertrekt van een letterlijk en figuurlijke dodelijke logica: het recht van de sterkste. In verkeerstermen is dat onveranderlijk diegene die zich verplaatst met het zwaarste vervoermiddel. De lobby van de luchtvaartmaatschappijen is bijzonder machtig, dat bleek al snel in volle coronacrisis. Gevlogen zou er worden. De lobby van de (internationale) transportsector is zeer machtig, alles voor u, consument, nietwaar. Gereden zal er worden, desnoods op het tweede rijvak als het hevig regent, de klant (ú!) kan niet wachten. Just in time! De lobby van de automobielsector is machtig, u weet toch ook dat time = money, er mag geen tijd verloren worden in de file, toch zeker niet aan een onnozel rood licht in de stad? Doorgereden zal er worden. De lobby van de fietsers is minder machtig, maar af en toe hoort u een vertegenwoordiger iets piepen, wanneer er dan toch eens een microfoon in de buurt is. Somtijds met ware doodsverachting zal er gereden worden. De lobby van de voetgangers is… Euh, bestaat die eigenlijk wel? En de lobby van de overstekende kindjes, die moet toch ook nog bedacht worden.

Zo moet u doorstroming zien. Er is altijd wel een machtigere partij, die meer in de pap te brokken heeft, tot je finaal uitkomt bij de vliegende sector. U zult dat ook wel opgemerkt hebben. Verkeersagressie kom je in alle geledingen tegen, maar de gevolgen ervan gaan wel degelijk top-down: een vliegtuig nemen is nog altijd veiliger dan op een doordeweekse zonnige dag rechtmatig een zebrapad oversteken. Verkeersgebruikers wordt een zelfverzekerdheid aangepraat die recht onevenredig is met verkeersveiligheid. Hoe steviger u omringd bent met metaal en glas, hoe veiliger u zichzelf voelt. Maar ook: hoe arroganter velen zich gaan gedragen en hoe onveiliger het wordt voor wie onbeschermd rondrijdt of -loopt.

U kunt er donder op zeggen dat áls er al een onafhankelijk rapport komt, de conclusie zal zijn dat het aan die meisjes zelf ligt, of aan hun moeder, die een eindje achter hen aan liep met nog een ander kindje. Hoe dúrfde ze? Zelfs al staat dat niet letterlijk zo in het rapport, het zal u wel zo worden ingelepeld door handige ‘vertalers’. En er zal ook worden benadrukt dat het een spijtig ongeval is, die sukkel van een chauffeur, zelf in shock, kon er ook niets aan doen (wat overigens zeer nauw bij de waarheid zou kunnen aanleunen, maar dit terzijde).

Wat ze u niet zullen vertellen, is dat verkeersveiligheid in dit land in de eerste plaats economisch wordt bekeken: er moet vlotte doorstroming zijn. De mens is ondergeschikt aan de economie. Nochtans zou veilig op openbare plekken kunnen rondlopen een mensenrecht moeten zijn. Een conditio sine qua non van het menselijke bestaan. Een zekerheidje, toch eentje in ons leven. Verkeer zou, in volgorde, zo veilig, zo comfortabel en zo snel mogelijk moeten kunnen verlopen. Met de nadruk op die ‘mogelijk’, maar ook op die volgorde. Veiligheid boven comfort boven snelheid. Vandaag wordt de perverse omgekeerde logica gehanteerd. Elke week wordt er wel ergens een slachtoffer van die logica begraven. Of twee.

”t Kan verkeren’, zei de Nederlandse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaenszoon Bredero meer dan vijf eeuwen geleden. Zijn lijfspreuk mag wat onze verkeerssituatie betreft veranderd worden in: ‘Het móet verkeren!’ Om te voorkomen dat we nog kinder- en andere levens moeten betreuren. Dan zou de dood van de twee meisjes niet helemaal zinloos geweest zijn. Helaas lezen de lobbyisten van de automobielsector deze slogan ook, alleen interpreteren ze die anders: autoverkeer móet er zijn en het móet vooruitgaan. De Heilige Doorstroming, begrijpt u.



Kijk eens in de medaillespiegel (het moet beter)

Journalistiek, Sport Posted on zo, augustus 08, 2021 12:24:42

Ja, het was weer adembenemend, hartverwarmend, ontroerend, bewonderenswaardig en in een aantal gevallen uitmuntend hoe Belgische atleten de voorbije zestien dagen aanwezig waren op de Olympische Spelen van 2020, die om de bekende redenen met een jaar werden uitgesteld en nu — sfeerloos naast het sportveld, sfeervol erop — zonder publiek moesten plaatsvinden. Zeven medailles, dat is er één meer dan vijf jaar geleden in Rio de Janeiro. Drie gouden medailles, dat was dan weer geleden van de Spelen van 1924, zevenennegentig jaar geleden. Toen in Parijs en laat dat nu net de volgende bestemming van Circus Olympia zijn. Dat belooft (denkt de optimist). Alleen in de oerjaren 1900 en 1920 deed ons land beter, met respectievelijk vijf gouden medailles (vijftien in totaal), ook al in Parijs, en maar liefst veertien (zesendertig in totaal!) in Antwerpen. Knap, maar we mogen niet vergeten dat de Olympische Spelen toen nog veel meer een elitegebeuren waren: Afrikanen waren niet aanwezig, Aziaten nauwelijks, voor minder rijke sportbonden of atleten was de oversteek naar een ander continent onbetaalbaar.

Neen, we moeten streng zijn: naast de pech die er ongetwijfeld soms mee gemoeid was, kan je over het geheel van de prestaties niet tevreden zijn. België stagneert. Behaalden we in voorhistorische tijden nog 15 (Parijs 1900), 36 (Antwerpen 1920) of 13 medailles (opnieuw Parijs, 1924), na de Tweede Wereldoorlog raakten we nooit boven de zeven van Londen (1948) uit. Het werden er zes in Montreal (1976, geen enkele gouden), Atlanta (1996, twee keer goud) en Rio (2016, twee keer goud), en nu dus nog eens zeven in Tokio (2020-2021, drie keer goud). Dat klinkt als een vooruitgang, maar laten we wel wezen: het heeft ook iets van de processie van Echternach.

***

Toch niet slecht voor een klein landje, hoor ik sommigen denken. Het is die ‘cultuur van tevredenheid’ — een term die ik even leen van de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith, die het had over ‘culture of contentment’, zelfgenoegzaamheid, in de economische wereld — die ik zal blijven hekelen. We mogen luid juichen voor de successen van Nina, Nafi en de Red Lions, ook voor de medailles van Wout, Matthias, de jumpingmannen en die o zo ontwapenend sympathieke Bashir. We mogen blij zijn met de atleten die een olympisch diploma behaalden, een top 8-plaats in hun discipline. We mogen jammeren om de vierde plaatsen, de ‘net-nieters’. Maar we mogen, neen: we móeten, ook kritisch en afstandelijk blijven. Landen met minder inwoners als Nieuw-Zeeland, Hongarije, Tsjechië, Noorwegen, Jamaica, Zweden, Zwitserland, Denemarken en Kroatië eindigden boven België (29ste) in de medaillespiegel. Nederland behaalde bijna zes keer zoveel medailles als België (36 versus 7), terwijl onze noorderburen niet met zes keer meer zijn, hoogstens anderhalve keer.

Vóór de Spelen mikte delegatieleider Olav Spahl op eenentwintig olympische diploma’s. Als je ’t zo berekent, kan je stellen: doel gehaald met, als ik goed kan tellen, vierentwintig top 8-plaatsen. Enkele maanden vooraf berekende statistiekenbureau Gracenote dat België in staat moest zijn om, op basis van wereldranglijsten en recente prestaties, elf medailles mee naar huis te nemen. Na Rio, vijf jaar geleden, werd openlijk op tien gemikt. Het is net iets meer dan de helft geworden. We doen slechts een fractie beter dan vijf of vijfentwintig jaar geleden, op die ene extra gouden plak na, en dat met onze grootste delegatie ooit, 122 atleten. Mag ik dat tegenvallend noemen in de breedte?

***

Dat doet niets af aan de prestaties van onze medaillisten. Ondanks hun uiteenlopende sporttakken is er een opvallende rode draad tussen hen: ze zijn stuk voor stuk de besten in hun discipline. Nina Derwael is al jaren wereldtop op de brug met ongelijke leggers, ze werd al Europees-, wereld- en nu ook olympisch kampioen. Nafi Thiam legde een vergelijkbaar parcours af in de zevenkamp, het verlengen van haar olympische titel is een volstrekt unicum voor de Belgische sportwereld. Ook de Red Lions wonnen sinds donderdag alles wat er te winnen valt in het hockey. Wout Van Aert is misschien wel de beste eendagscoureur van het moment. Matthias Casse werd wereldkampioen in zijn judo-gewichtsklasse. De jumpingequipe was al eens de beste van Europa. Bashir Abdi is de uitzondering, maar hij wordt steeds beter op de marathon. Toppers die top waren. Het zou flauw zijn om te zeggen dat ze gewoon gedaan hebben wat van hen verwacht werden, hun prestatie mag vooral niet gerelativeerd worden. Hulde!

Opvallend is dat we op deze Spelen niet konden kennismaken met een totaal onbekende of onverwachte medaillewinnaar. Geen Nafi Thiam, zoals die in 2016 de wereld verbaasde, of Greg Van Avermaet, die op een voor hem ongeschikt lijkend parcours de wegrit won. Geen Pieter Timmers die op het koninginnennummer in het zwembad zilver pakte. Geen Lionel Cox of Frans Peeters in de schietsport. Hooguit mogen we Bashir Abdi een aangename verrassing noemen, die het beter deed dan verwacht.

Het zou flauw zijn om als tegenargument te gebruiken dat we er zo vaak net naast grepen. Zeven vierde plaatsen worden als excuus gebruikt dat het zoveel meer had kunnen zijn voor ons land. Ik heb het even nageteld: Nederland zat op zaterdagmiddag al aan tien uitermate frustrerende vierde plekken. Zouden onze noorderburen ook hun zakdoeken bovenhalen om die ‘net niet’-medailles te bewenen? Team USA zat op de voorlaatste dag aan 26, Groot-Brittannië aan 14. België stond op de ranglijst van vierde plaatsen zestiende, niet eens top 10, kortom. Het is dus niet zo dat de Belgische atleten extra onfortuinlijk waren, alleen zijn we blijkbaar geneigd om snel naar pech te verwijzen, terwijl andere landen daar minstens evenveel of zelfs veel meer mee te maken krijgen. Is het onze volksaard? Wij, kleine Belgen, gedomineerd door god en klein pierke in onze geschiedenis, te nederig, te onderdanig, maar ook te berustend en te vlug klagend over onze onkans en al wat tegenzit?

***

Ondanks Nina, Nafi en de Lions doen we het niet goed genoeg en daar zijn een aantal redenen voor te bedenken. Om te beginnen hebben we in België geen sportcultuur. Voetbal en wielrennen, en af en toe een uitschieter die in beeld mag komen (Derwael, Thiam, de hockeymannen, in het verleden Clijsters en Henin), meer is het niet. Sjotten en koers, en zelfs daarin winnen we te weinig. Kijk naar de Rode Duivels, kijk naar het baanwielrennen of de grote wielerrondes. We bevinden ons in een vicieuze cirkel: veldrijden is een geweldige kijksport — alles zit vervat in dat ene uur —, maar dit korfbal-op-twee-wielen is tegelijk ook de doodsteek voor een discipline als baanwielrennen. Er valt veel meer te verdienen in de modder dan op een houten piste, dus kiezen de renners voor hun boterham, niet voor een eventuele olympische droom. Waardoor er niet gepresteerd wordt en de media blijven focussen op de populaire sporttakken. We maken weleens een meewarige opmerking over de Elfstedentocht — Giet et oan? —, maar vergeten dan dat alleen al die winterse schaatscultuur van Nederland een ruimdenkender sportland maakt. We fokken olympische toppaarden, we kweken te weinig olympische topatleten.

Er is ook geen beleid. Er zijn drie ministers van Sport in dit land, maar niemand neemt de federale honneurs waard, terwijl internationale prestaties onder de Belgische vlag worden geleverd. De Vlaamse minister juicht als een Vlaming het goed doet en zwijgt als een ‘andere Belg’ een medaille haalt (of noemt de namen van de atleten niet), de Waalse minister heeft nauwelijks een reden om te juichen (sportbeleid is daar helemaal een zootje). Nederland heeft voor topsport een dubbel zo groot budget veil als België: 70 miljoen euro versus 37 (26 voor Vlaanderen, 11 voor Wallonië). Australië geeft jaarlijks 140 miljoen uit en dat rendeert al enkele decennia. Het is een beleidskeuze: wil je prestaties, dan zal je daarvoor ruim moeten investeren. Wil je een beleid, dan zal er op federaal niveau gestuurd moeten worden. Wil je als minister écht een reden hebben om trots te zijn op Twitter, dan zal je er eerst een flinke inspanning voor moeten leveren. Tot dan is zwijgen eerzamer dan mee een stukje roem claimen.

Visie — beleid — middelen — hard werken — prestaties, dat is de volgorde. In België gaat het meestal om individuele uitschieters, professionals die buiten de structuren om succes behalen. De topsportscholen leveren prima werk (kijk naar Derwael en de andere gymnasten), maar het mag en het moet veel meer zijn. Waar zit de talentdetectie? Meer centen, meer investeren in jonge talenten, meer geld voor deskundige trainers, meer werken in de luwte, meer geduld gekoppeld aan hoge eisen (maar dan zonder mentale terreur). Alleen dan kan je oogsten op middellange- en lange termijn. Als België nú principiële keuzes zou maken — gecentraliseerd beleid, groter budget, meer vakkennis aanstellen binnen de sportbonden —, zouden we eventueel in 2036 aan twintig medailles kunnen denken. Niet eerder. Tot dan zouden we ’t moeten stellen met de toppers die buiten de structuren om hun ding doen en een uitzondering zoals de hockeyers, want de hockeybond is wel uitstekend bezig. Alleen: die principiële keuzes zullen niet gemaakt worden, zodat we ons over drie jaar in Parijs opnieuw zullen afvragen of het wel genoeg is en hoe we het anders zouden kunnen aanpakken. Onze sportbonden worden nog altijd in grote mate bevolkt door recepties afschuimende, zelfgenoegzame bobo’s. Op hun plek zou een (ervarings)deskundige kunnen zitten. Móeten zitten.

***

Die ‘cultuur van tevredenheid’ moet eruit. We moeten strenger zijn, veeleisender, kritischer, een tikkeltje afstandelijker. We moeten afstand nemen van dat hardnekkig underdoggevoel, dat ‘Och, ja, ze hebben toch hun best gedaan’-gedoe. We moeten vooral geen leedvermaak hebben met landen die het een paar dagen moeilijk hebben, maar die op het eind hoog boven België uitsteken. We moeten naar onszelf kijken. De spiegel zegt: het kan beter. De medaillespiegel zegt: het moet beter.



« VorigeVolgende »