Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Mondmaskerade

Samenleving Posted on za, april 11, 2020 13:03:25

De prijs van de meest ongelukkige overheidscommunicatie van de week gaat naar de FOD Volksgezondheid. Donderdag tweette die: “De autoriteiten bereiden zich voor op een versoepeling van de maatregelen, maar dat is nu nog niet aan de orde. Blijf de maatregelen opvolgen. Je inspanningen zorgen voor een snellere terugkeer naar een normaal leven. Hou vol! #samentegencorona”

Ik beeld me in dat de meeste van de 17.829 volgers van de account @be_gezondheid — gemeten vandaag om 12u04 — dat als volgt hebben gelezen: o, er komt een versoepeling aan, kom jongens, we mogen naar buiten. Het was ongetwijfeld goed bedoeld, maar een slechte lezer — en zo zijn er heel veel — is waarschijnlijk niet verder geraakt dan “De autoriteiten bereiden zich voor op een versoepeling van de maatregelen”. Het essentiële van de boodschap — maar nu nog niet! — zal verloren gegaan zijn in de kortstondig euforie die het eerste deel van de openingszin zal hebben veroorzaakt. Zo zijn wij nu eenmaal, we gaan soepel om met verordeningen. Met z’n allen naar het containerpark, gezellig. We waren al wereldrecordhouder kijkfiles — “O zie daar, een ongeval, laten we heel even onze boterhammetjes soppen in de miserie van een ander” —, nu hebben we ook in een door omstandigheden niet-olympisch jaar het olympisch record van de langste containerparkfile gevestigd. De Belg verstaat maar twee soorten boodschappen: mag wel en mag niet. Mag een beetje of mag binnenkort wellicht wel, wordt in een handomdraai mag wel. Dat had de FOD Volksgezondheid kunnen weten. Doe dat dus niet.

***

In deze coronatijden komt het beste en het slechtste in de mens naar boven, en dan liefst tegelijkertijd, soms zelfs bij dezelfde mensen. Ik lees dat er her en der weer mensen elkaar opzoeken op straat of in de tuin. Een ‘onschuldig’ barbecuetje links, een ‘goed bedoelde’ flashmobparty rechts: er zit negen kansen op tien geen kwade bedoeling achter, maar het is het equivalent van achter het stuur kruipen met 1,5 promille achter de kiezen. Van dan af wordt het een loterij. De kans dat je brokken maakt is statistisch gezien kleiner dan dat je zigzaggend veilig thuis raakt en achteraf niet kunt navertellen hoe dat is gelukt, maar het is een kans die je niet zou mogen grijpen. Niet voor jezelf, niet voor de anderen. Doe dat dus niet.

***

Na de amateurvirologen voeren nu de amateurmondmaskerdeskundigen het hoge woord. Ik word daar, eerlijk gezegd, een beetje moe van. Mensen improviseren hun eigen mondmasker. In een iets te volle supermarkt, met opdringerige klanten die een Herman van Veen-stemmetje in hun achterhoofd horen piepen (“Opzij opzij opzij, maak plaats maak plaats maak plaats, wij hebben ongelofelijke haast”) en zich dan maar even tussen jou en de sperziebonen in blik wurmen, kan ik me er nog iets bij voorstellen. Maar op straat? Liever een beetje veiligheid dan geen, akkoord, maar een vals gevoel van veiligheid is veel erger dan een onveiligheidsgevoel, denk ik dan maar. Marc Van Ranst heeft het echt niet kwaad met ons voor. Doe dat dus niet.

***

Hoe zit dat trouwens met die bestellingen van mondmaskers? Als deze opgedrongen semi-quarantaine voorbij is, zou dat toch eens deftig onderzocht mogen worden. Een Chinese tussenpersoon die op Facebook vraagt of er iemand hem op weg kan helpen naar een mondmaskerfabrikant voor een dringende levering aan het verre België, echt? Dit klinkt toch als een totaal ongeloofwaardig scenario van een Guust Flater-album? De testkits om na te gaan of je covid-19 onder de leden hebt, bleken dan weer een onduidelijke handleiding te hebben meegekregen: hebben we het hier over het ineen vijzen van een Ikea-kast of over een cruciale handeling in de gezondheidssector?

De federale minister van Volksgezondheid mag zich, als deze golf van miserie voorbij is, politiek verantwoorden, dat lijkt me wel het minste, net zoals de Vlaamse minister van Welzijn mag verklaren waarom het in de woon-zorgcentra zo traag ging met de voorzorgsmaatregelen. Misschien rollen er wel koppen, we zullen zien. Maar wat ik me dan afvraag: waarom hebben hun voorgangers het principe “Gouverner, c’est prévoir” nooit ter harte genomen? En waarom hebben de administraties, die uiteindelijk voor de continuïteit moeten zorgen terwijl de bevoegde ministers komen en gaan, dit niet zien aankomen? Is dat niet hun verdomde taak? Blijkbaar is het makkelijker om te wijzen op verouderde gevechtsvliegtuigen dan op noodscenario’s in de zorg. Of word ik nu te cynisch?

***

Over cynisme gesproken: ik lees ze nog maar half, de commentaarstukken van opiniemakers die vinden dat we maar zo snel mogelijk terug naar de orde van de dag moeten overgaan. Aan de slag! De economie moet blijven draaien. Ten koste van alles? Iemand zocht uit dat het totale aantal doden in maart amper hoger lag dan twee jaar geleden, ook een piekjaar. Iemand anders concludeerde: we zitten maar twaalf procent boven het gemiddelde. Ondertoon: ach, zo erg is het nu toch ook weer niet. Benieuwd wat de cijfers van april zullen aantonen.

Voor sommigen is het aantal coronadoden even abstract als het aantal gestrande of verdronken vluchtelingen: het is niet meer dan een getal. Op een eilandje in de Bronx werden arme coronadoden gedumpt in een massagraf. Ach, wie kent hen? Onze eigen doden kunnen niet eens herdacht worden. De vergelijkingen met het ‘normale’ dodental deze tijd van het jaar, of het aantal slachtoffers dat de griep jaarlijks maakt, mogen wat mij betreft even opgespaard worden, net als het vergelijken van de relatieve slachtofferaantallen, omdat alle landen een andere meetmethode hanteren. Het is appelen met peren vergelijken. Volstrekt zinloos, maar je scoort er wel bonuspunten mee in de krochten van het internet. Zullen we ons misschien richten op de allereerste prioriteit, besmettingen en dus ook doden voorkomen, in plaats van een hitparade op te stellen van zwaarst getroffen landen?

Om nu al een snelle terugkeer naar ‘business as usual’ te bepleiten, moet je wel heel weinig empathisch vermogen bezitten. Of geen vrienden of familie meer hebben. Je zou er net zo goed voor kunnen pleiten om alle rode lichten tijdens de werkuren af te schaffen, dan zijn de mensen sneller op hun werk. Geen rem op de economie! Misschien moeten die lieden de dood eens in de ogen kijken. Dat kán, vandaag op de voorpagina van Het Laatste Nieuws, waar een fotocollage staat van coronaslachtoffers. Het maakt het drama tastbaarder. Dit zijn geen getallen maar mensen. Mensen die ons respect verdienen.

Het kan gelukkig ook anders: ik las vandaag in De Standaard een sereen interview met arts Louis Ide, nationaal secretaris van de N-VA, die op Twitter doorgaans stevig uithaalt naar iedereen die niet in zijn kraam past. Het nederige kleed dat hij zichzelf had aangepast, zat hem als gegoten. Ook voor hem wil ik straks applaudisseren.



Poppers paradox

Samenleving, Uncategorised Posted on za, april 04, 2020 12:53:18

Neem uw cursus op pagina 153. Lees daar luidop de definitie. “Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van burgers om hun overtuigingen kenbaar te maken, zonder voorafgaande controle door de staat. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut, net als de meeste andere grondrechten. Zo zijn belediging en smaad onder bepaalde omstandigheden strafbaar.”

Waarop een opsomming volgt van wat niet mag: je mag de nationale veiligheid niet in het gedrang brengen, de goede zeden niet overtreden, de gezondheid van anderen niet in het gedrang brengen, de openbare veiligheid niet verstoren, die buur met die andere huidskleur niet beledigen, enzovoort, enzoverder. Het zijn die uitzonderingen die de regel ingewikkelder doen lijken dan hij is. Laten we ’t hierop houden: wie denkt dat hij dit warme weekend mag aangrijpen om een barbecue te organiseren of om honderd kilometer naar de kust te rijden, kan zich niet beroepen op de vrijheid van meningsuiting, gesteld dat dagjestoerisme al een mening was, natuurlijk. Blijf in uw kot!

Het probleem met de vrije meningsuiting is dat een groeiend aantal lieden denken dat die grenzeloos is. Dat jouw mening bekend móet worden gemaakt bij zoveel mogelijk medeburgers. Als je de sociale media een beetje volgt, lijkt het er sterk op dat velen de vrijheid van meningsuiting verwarren met de plicht om die meningen ook via de media te vermenigvuldigen. En wat erger is: zo lijken de media dat ook steeds vaker te verstaan. Hoe is Dries Van Langenhove ooit buiten zijn obscuur fascistisch groepje een cultheld voor extreemrechtse rakkers kunnen worden? Dankzij een forum dat hem werd aangereikt na enkele onverdraagzame tweets over transgenders. Zo werkt dat tegenwoordig: je kan ongestoord fulmineren op lezersfora, je wordt uitgenodigd in een tv-studio als je een actueel debat bezoedelt met een ongenuanceerd standpunt, je kleine roeptoeter mag worden ingeruild voor een blitse megafoon als je het maar grof genoeg verwoord hebt. Iemand met oogkleppen op mag ongestoord iets roepen over mondmaskers, terwijl een muilkorf eerder gepast zou zijn.

Neen, ik ga er niet opnieuw uitvoerig dat onoordeelkundig gesprek met een Siciliaans wijnboertje bij halen, maar het is wel symptomatisch voor de huidige gang van zaken. Iemand roept een mening en iemand anders vindt dat wel een prikkelende gedachtegang. Die iemand anders is dan toevallig een respectabel journalist en steekt de man met de mening een microfoon onder de neus. Mocht hij dat niet doen, dan zou die eerste misschien wel “En wat met mijn vrijheid van meningsuiting?” roepen, terwijl het versturen van een tweet uiteraard net de essentie is van vrije meningsuiting. Het kan, het mag, op die paar beperkingen na. Daarom moet je zo iemand nog niet laten aanschuiven bij het rijtje van experts: de zaal zit al vol, dank u wel, de veilige afstand van anderhalve meter kan niet meer gerespecteerd worden. Echte en vermeende deskundigen lopen elkaar voor de voeten: dat is een probleem, in tijden dat je betrouwbare expertise meer dan ooit kunt gebruiken. Laat schijndeskundigen buiten het debat, zij vinden hun weg toch wel in de krochten van het internet.

Wij, de media, laten ons te vaak ringeloren. Hoe harder extremisten brullen dat ook zij aan bod moeten komen, hoe groter de kans dat ze dat uiteindelijk ook mogen. Ooit was er een cordon médiatique tegen vertegenwoordigers van het Vlaams Blok in de Vlaamse pers: ze kwamen nauwelijks aan bod. Een kwarteeuw later is de slinger helemaal de andere kant op gegaan. Geen van beide keuzes is verdedigbaar: de eerste omdat je zo ook een cordon sanitaire rond de kiezers van die partij legt, wat in een democratisch bestel ongezond is, de tweede omdat je extremisme salonfähig maakt. Gezond verstand is een kwestie van afwegen. En niet zomaar toegeven aan externe druk: noem het gerust pretentieus, maar die pretentie moeten hoofd- en eindredacteuren en journalisten durven te hebben. Al te extreme uitlatingen moeten we blijven beperken tot het kringetje waar ze ontstaan zijn.

De Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper (1902-1994), die zichzelf een kritische rationalist noemde, ging daar in zijn beroemde boek The Open Society and its Enemies (1945) uitgebreid op in via zijn ‘paradox van tolerantie’. Een van de onverwachte vijanden van de open samenleving is een verdraagzame attitude tegenover onverdraagzaamheid. In Poppers definitie: “Onbeperkte tolerantie moet leiden tot het verdwijnen van tolerantie. Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs jegens hen die zelf intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intolerante medemens, dan zal de tolerante mens te gronde gaan, en met hem de tolerantie.”

Zullen we daar met z’n allen — ja, ook ik — bij stilstaan de volgende keer dat we geneigd zijn een onverdraagzaam standpunt van een onbeduidend heerschap extra aandacht te gunnen door het te delen of retweeten? En als we het dan toch in een grotere kring verspreiden, zullen we er dan in niet mis te verstane bewoordingen tegen ingaan?



De man die kon multitasken

Sport Posted on di, maart 31, 2020 13:04:07

Mannen kunnen niet multitasken, zo wordt al jaren beweerd en drie jaar geleden werd het ook gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Ik ken welgeteld één uitzondering op die regel en die is sinds gisteren niet meer. André Meganck kon multitasken als geen ander. Als onhoorbare pion in de commentaarcabine van de VRT-televisie combineerde hij tot aan zijn pensioen in 2015 — hij was dan al zevenenzestig — een aantal taken die op het eerste, het tweede en het derde gezicht onmogelijk te combineren vallen. Hij noteerde tussentijden met zijn chronometer, zorgde voor technische assistentie van de commentatoren, contacteerde de sportbestuurder van de winnaar nog voor die de streep had overschreden en regelde een exclusief interview achteraf, moduleerde ondertussen de klank van een live gesprek tijdens de wedstrijd, en bakte, mocht dat gewenst zijn, desnoods ook nog een omelet voor Michel en José. Hij had hen dan al veilig naar de aankomstplaats gebracht en zou hen achteraf ook weer veilig naar hun hotel een eind verderop brengen, terwijl hij telefonisch driftig onderhandelde om een renner in Vive le vélo te krijgen. André zag er niet alleen uit als een krachtpatser, hij was dat op zijn manier ook.

De naam André Meganck had ik al horen vallen in tal van rechtstreekse wieleruitzendingen in de jaren 80 en 90, maar ik zag hem voor het eerst in levenden lijve toen ik halfweg de jaren 90 begon te freelancen voor de sportredactie van wat toen nog de BRTN heette. Het weekend van 7 en 8 september 1996 mocht ik met hem naar Valencia, waar de Vuelta op gang werd geschoten. Die werd dat jaar nog niet rechtstreeks en integraal uitgezonden op de Vlaamse televisie. Dus mocht deze jongen, een relatieve bleu van zevenendertig, met de-man-die-alles-kon-regelen — op dat moment achtenveertig — op stap. Mijn opdracht: interview de vier Belgen aan de start. Tom Steels en Axel Merckx zou ik moeiteloos herkennen, Hendrik Redant mogelijk ook, maar wie is die verdomde Bart Leysen? André loodste mij in het startdorp door de meute. Keek de zoon van de allergrootste mij aanvankelijk nog wat meewarig aan toen ik, ongetwijfeld hakkelend, vroeg of ik hem een paar vragen mocht stellen, dan verdween die hautaine blik toen André vanachter mijn rug tevoorschijn kwam. Op minder dan een halfuur tijd had ik vier Belgen, favoriet en uiteindelijke winnaar Alex Zülle, vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain en de Zwitser Tony Rominger, die de dag voordien zijn werelduurrecord was kwijtgespeeld, geïnterviewd, in een gelukkig niet in de montage gebruikte krakkemikkige versie van Duits en Spaans. Zeker dat laatste kwam neer op: je stelt een goed voorbereide vraag en weet vervolgens niet wat er precies wordt geantwoord.

André sprak Spaans, Italiaans en Duits met heel veel haar op, maar dat deerde hem niet. De boodschap kwam over. Hij kende iedereen en iedereen kende hem. Weigeren konden ze niet. Geen denken aan. Wie André in volle vaart zag aankomen, knikte al voor die had kunnen vragen of ze wilden meekomen voor een interview. Het was een pavloviaanse reflex in rennersmiddens: zijn wil was wet.

Prettige gezel, André. Al durfde ik hem niet aan te kijken in de auto. De eerste etappe van die Vuelta van ’96 ging van Valencia naar Valencia, met onderweg een paar hellingen van niemendal, maar voor een nieuwkomer in het milieu leek het wel of het om cols van buiten categorie ging. Bij elke bocht bergaf herhaalde zich hetzelfde patroon: André gaf plankgas, ging vlak voor de bocht op de rem staan en draaide keurig de vereiste richting uit. Mijn hart bonsde op plekken die ik me vooraf niet had kunnen indenken. Maar dat maakte al snel plaats voor vertrouwen: deze man wist wat hij deed. ’s Avonds eten en babbelen, het klikte. Bleek dat hij, net als mijn echtgenote en ik, een paar weken later op vakantie ging naar Toscane, waar we prompt afspraken in een etablissement in Firenze. Amici.

Een paar jaar later werd ik hoofdredacteur van de tv-sportredactie van de VRT en technisch gesproken dus ook zijn baas, al hoorde André, volgens een van die vele absurde administratieve regels die de openbare omroep eigen is, niet officieel tot de sportredactie. En dan nog: André was zijn eigen baas. Eigengereid, koppig, niet altijd even makkelijk om mee te werken, maar onwaarschijnlijk loyaal en betrouwbaar.

Ik permitteerde me een uitje naar het eens mondaine maar in 2001 nogal vervallen stadje San Remo, waar Karl Vannieuwkerke en Mark Uytterhoeven ’s anderendaags commentaar zouden geven bij de Primavera. Wat we gegeten hebben, weet ik niet meer, maar ik herinner me nog wel vaag dat de limoncello rijkelijk stroomde. André, de Bourgondiër, dronk vrolijk mee. Ik liet me verleiden om de volgende ochtend met hem te gaan joggen. “We gaan het rustig houden, hé?” zei hij bij het vertrek. Vijftig meter verder vroeg ik puffend en hijgend of het tempo iets naar beneden mocht. Limoncello is niet de ideale brandstof voor een loopje. En de definitie van ‘rustig’ klonk in het woordenboek van André lichtelijk anders dan in het mijne.

‘Meesterfixer’ werd hij genoemd, een term die hij overnam als titel van zijn met anekdotes doorspekte memoires. Als in oktober het parcours van de Tour van het jaar daarop werd voorgesteld, legde André de dagen nadien alle hotels vast voor de hele VRT-equipe. Klinkt eenvoudiger dan het is, want hij lette niet alleen op de centen — we konden erop rekenen dat de medewerkers niet in vijfsterrenhotels werden ondergebracht en dat de redactie dus geen budget meer zou hebben voor sportuitzendingen in het najaar —, maar zorgde er ook voor dat er logies werden gezocht die ver uit elkaar lagen. De ochtend- en middagequipe werd te logeren gelegd in de buurt van de vertrekplaats, de commentatoren en interviewers reden na de live uitzending door naar de omgeving van de volgende aankomstplaats, vaak tweehonderd kilometer verder, waar ze dan tegen middernacht aan hun avondeten konden beginnen. Ik herinner me niet dat het ooit is fout gegaan. De gps in het hoofd van André was veel performanter dan eender welk toestelletje dat te koop is.

Anekdote: tijdens de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta had de productie een zo goedkoop mogelijk hotel uitgezocht, waar bij aankomst de kakkerlakken over de muren bleken te lopen. Grote paniek en ergernis, behalve bij één man. In minder dan vierentwintig uur had André een oplossing gevonden in die olympische stad waar geen hotelkamer meer vrij was. Proper en betaalbaar. Intussen vervoerde hij de commentatoren van de ene naar de andere afgelegen plek, waarbij hij niet altijd de verkeersregels volgde. De feiten zijn verjaard, het mag weleens gezegd worden.

Om de parallel met de koers te trekken: André was een meesterknecht. Op drie kilometer van de streep zette hij zich op kop van het peloton, met de spurtbom van de ploeg in zijn wiel. Stoempend, wroetend, vloekend omdat die luilak zijn wiel niet kon houden. “Tandje bijsteken, verdomme,” je hoort het hem zo tieren. Niemand liet hij passeren, desnoods werd er een elleboogje uitgedeeld. En als de spurter het keurig had afgemaakt, stond hij goedkeurend te knikken bij de bus, ver weg van de camera’s. Hij had zijn job gedaan, maar het spotlicht van de roem was voor de ander. Hij kende zijn rol in het leven. Een goede knecht is beter dan een middelmatige meester. Het fenomeen Meganck.

Na zijn pensioen bleef André op Twitter actief. Zijn meer dan drieëndertigduizend volgers waren vaak eerder langs die weg op de hoogte wie er waar welke koers had gewonnen, dan via de officiële kanalen. Ooit zouden we samen nog eens gaan lunchen. Ooit is helaas nooit geworden. Het hart van de man die kon multitasken heeft het plots begeven. Bloedde het omdat er niet gekoerst wordt op wat normaal de hoogdagen van de Vlaamse wielrennerij hadden moeten zijn?

Rust zacht, André. Dank voor je trouw, je beschikbaarheid, je onverzettelijkheid, je koppigheid, ja, ook die.



Dien avond en die Roose

Journalistiek Posted on ma, maart 30, 2020 12:57:03

Sicilië. Bekend om zijn lokale maffia. En voor De Morgen-lezers nu ook om zijn maffe inwijkeling. Roose is de naam, Philip Roose. ‘Zakenman en opiniemaker’ lees ik. Wijnbouwer in de schaduw van de Etna. En ondanks zijn motto — ‘Tutto andrà bene’, alles komt goed —stevig verontruste belgo-Italiaan. Wordt in de krant opgevoerd als de man die begin februari al aan de corona-alarmbel trok, in tempore non contaminato, terwijl een eenvoudige zoektocht doorheen zijn rijk gevulde Twittergeschiedenis leert dat de man op dat schier zorgeloze ogenblik openlijk lachte met mensen die een mondmasker droegen. “Ik was deze week in Oslo. Zes vluchten genomen, drie luchthavens en ik was verkouden en zware hoest. Elke keer ik hoestte, kregen die met het maskertje een hartaanval. Een beetje hilarisch, vond ik.” Iemand wees hem op de harteloosheid van zijn tweet en vroeg of hij al eens had gedacht aan mensen met een gecompromitteerd immuunsysteem. Prompte reactie: “Nee, zeker niet als het silly Italianen zijn met een mondmaskertje dat men in de Brico koopt tegen het stof bij doe-het-zelf-werken. Hilarisch.” Toen diezelfde persoon hem eind februari— Noord-Italië was al volop in de ban van de corona-crisis — vroeg of hij nog altijd hoestte in de richting van mensen met een mondmasker, hield hij het kort: “Ja.”

Deze Philip Roose, waarde lezer, is nu de heldhaftige waarnemer die ons begin februari waarschuwde voor wat komen ging. Hoestend en proestend, ongetwijfeld. Ik heb de man al een poos geleden geblockt, vanwege zijn ranzige opmerkingen over mensen in nood. Na de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 wilden mensen die ik wel persoonlijk kan appreciëren graag op de foto met hem, tijdens het drinken van een espresso in een Belgisch café. Ik dacht: ik geef hem een nieuwe kans, misschien ben ik te abrupt geweest. Zwak momentje. Nou, dat duurde niet lang: bij een volgende vileine tweet koos ik opnieuw voor de Twittervariant van opsluiten in een diepe kerker en de sleutel wegsmijten. Ik hoef echt niet te weten wat elke aap met een hoed op denkt over van alles en nog wat.

Signore Roose noemt zichzelf opiniemaker. Coauteur van een naar het schijnt leesbaar boek over ‘zijn’ Italië, Bella figura. Schrijft “essay’s” op doorbraak.be, beweert hij zelf, maar heeft klaarblijkelijk moeite met het meervoud van ‘essay’. Iemand repliceerde: “Op Doorbraak schrijven ze het meestal als SS.” De koffie spoot uit mijn neusgaten. In zijn studententijd bezocht signore Roose al eens een bruin etablissement in het gezelschap van Theo F en Sander L. Kan je niemand kwalijk nemen, maar wat is de meerwaarde van iemand die op het licht getroffen Sicilië de coronacrisis overschouwt, terwijl er landgenoten wonen in het zwaar geteisterde noorden? Benjamin Royaards, die in Bergamo resideert, schreef vandaag nog een beklijvend opiniestuk in De Standaard. Een Siciliaanse wijnboer commentaar laten geven op de dramatische toestand in Lombardije én België, is alsof je een Limburgse varkenshouder zou vragen om commentaar te geven op een uitbraak van varkenspest in West-Vlaanderen. “Ja, het is wreed en wat het ergste is: ik heb daarvoor al gewaarschuwd, hé!”

Goed, ik maakte me een beetje boos op Twitter — soms is het sterker dan mezelf —, waarop Joël De Ceulaer, interviewer met dienst, schreef dat ik het artikel dan wel mocht overslaan. Toen hij het ding postte, tagde hij mij, het sociale media-equivalent van brandmerken. “Leestip voor iedereen, behalve @FrankVanLaeken”, met een ietwat dubbelzinnige knipoog erachter. Dat leverde bij benadering een triljoen reacties op: ik kan er 999 biljoen naast zitten, maar het waren er verdorie veel. Ach, die goede Joël: een van onze betere pennen, doorgaans goed voorbereide interviewer, best wel aimabel in de reële omgang, maar ook iemand voor wie het woord ‘collega’ klinkt als een luide vloek tijdens een sacraal moment in de zondagsmis. Einzelgänger tot in de kist, wat overigens geen verwijt is. Ik herken dat. Maar hij is ook een zalm die met de stroom mee begint te zwemmen, omdat de anderen nu eenmaal de andere richting uitgaan. Wie contrair wil doen om contrair te zijn, is eigenlijk meegaand.

En ja, ik heb het stuk dus wél gelezen. Mijn ogen! Roose mag zonder veel weerwoord brandhout maken van het Belgische beleid. Blijkt ie niet alleen vinoloog, italoloog en viroloog te zijn, maar ook politicoloog. Van alle mercati thuis! Getuige daarvan vragen als “Zou Bart De Wever een goede premier zijn geweest?”, “Zou N-VA vandaag de prijs niet betalen voor de val van de regering-Michel na de Marrakech-crisis?” en, godbetert, “Hebt u nog advies voor Vlaanderen?” Hij is dus ook nog eens psycholoog en socioloog. Te veel -ologen onder één hersenpan, dat is nooit gezond.

Iedereen deskundoloog.

In de bubbel die Twitter is, is dat een vaststelling die je dagelijks kan maken. Maar ook daarbuiten is het een pest. Wie ietwat renommée heeft opgebouwd, zeg maar: een halfbekende Vlaming, en iets lelijks uitkraamt, schuift ’s avonds aan op televisie. In pre-coronatijden gold: hoe meer virtuele decibels je produceerde, hoe groter de kans dat je dat in primetime mocht herhalen voor heel Vlaanderen. Ik maak me weinig illusies: dat zal in post-coronatijden terugkeren. Iedereen heeft recht op een mening, maar moeten media megafoons aanreiken? Is het niet de taak van een redactie om luidruchtig kaf van interessant koren te scheiden? Waar komt die hardnekkige obsessie voor tafelspringers vandaan?

Net wanneer het positiefste aspect van de hele coronacrisis, het feit dat er tegenwoordig vooral échte experten worden uitgenodigd in radio- en tv-studio’s, mij tot enige wulpse vrolijkheid noopte, krijg je dit. Zalm voor Don Corleone!



Vreemde tijden

Samenleving Posted on za, maart 28, 2020 13:21:16

“Ken jij al iemand die besmet is geweest?”

“Neen, jij?”

“Ook niet. Vreemd, hé?”

Een vluchtige conversatie aan het koffieapparaat een week of twee geleden. Vandaag zou dat gesprek anders verlopen. Minder vrijblijvend, liever met twee dan met anderhalve meter tussen ons in, bezorgder en met een in alle opzichten positief antwoord: “Ja, ik ken iemand. Meerdere zelfs.” Een Twitter-vriendin. Een Facebook-connectie. Een collega die je nog nooit hebt ontmoet, maar die plots heel dichtbij lijkt. Iemand post dat hij een vriendin die net haar moeder heeft verloren niet eens kan troosten of naar de begrafenis gaan. Knuffelen is des duivels, een gezelschap de hel.

Corona zet de samenleving op zijn kop, want samen-leven wordt opeens gedwongen apart-leven. We moeten niet meer out-of-the-box denken, maar in-the-box blijven. ‘Wees sociaal’ wordt ‘Blijf in uw kot!’. De wereld is heel eventjes aan de introverten. Voor een keer zijn het niet de haantjes-de-voorste die onze samenleving nodig heeft, maar de volgzame burgers die braaf en gedwee de richtlijnen volgen. Schapen zijn we geworden, zij het met minstens anderhalve meter afstand tussen ons in.

Normaal beslaat de ‘In memoriam’-rubriek in De Standaard één, hooguit anderhalve pagina. Vandaag waren het er vijf. Ik heb het voor u nagekeken: een man van 65, voor de rest uitsluitend zeventigers, tachtigers en negentigers. Meer mannen dan vrouwen. “De uitvaartplechtigheid zal plaatsvinden in intieme kring” en varianten daarop. We kunnen niet naast de realiteit kijken.

Vreemd, hé?

***

De coronacrisis brengt het beste en het slechtste in de mens naar boven, liefst dan nog tegelijkertijd. Er zijn minder coronakenners dan klimaatontkenners, maar ze maken evenveel lawaai. Economisten waarschuwen voor wat er post-corona zal volgen en vergeten even dat we er middenin zitten. Andere bezorgdheden, andere zorgen. Goed voor elkaar zorgen, om te beginnen, dichtbij en vanop afstand.

Jarenlang werd er blind en uitermate kortzichtig gesaneerd in de zorgsector, waar veel te weinig mensen voor veel te lage lonen veel te zware prestaties moeten leveren. Voordien ook al, alleen valt het nu pas op. En dus staan we om acht uur ’s avonds te applaudisseren en te zingen. Tenminste, als u in de stad woont. Hier op de buiten zie je geen witte lakens uit ramen hangen of hoor je geen applaus. De echo van desnoods ‘one hand clapping’ is hier niet te horen. De koeien in de wei aan de overkant zouden het niet begrijpen. Waar blijven die koeien trouwens? De lente is begonnen en ik heb niemand naar wie ik ’s ochtends goeiedag kan knikken. Ik knik dan maar in gedachten naar u, zorgverlener, en naar de bedenkers van onze sociale zekerheid, ondertussen al lang overleden, maar als we met z’n allen heel luid klappen horen ze het misschien nog in een andere wereld, als die al bestaat. Onze sociale zekerheid is een zegen.

De Belg is van nature een je-m’en-foutist, een foefelaar, iemand die de kantjes ervan afloopt als het op burgerzin aankomt. Ook dat is veranderd, we zullen over een paar maanden wel zien of het tijdelijk dan wel definitief is. Ongezien in dit land: ons chauvinisme wordt aangezwengeld. Steeds meer mensen vinden dat onze overheid, die aan het handje loopt van experten, het verduiveld goed doet. Dat die Sophie Wilmès er als een grande dame bijzit, eenzaam aan zo’n veel te grote tafel in een veel te grote ruimte (hooguit merkt iemand van wie beweerd wordt dat hij een beperkt empathisch vermogen heeft op dat ze weinig empathie uitstraalt, maar soit). Dat we die noodregering misschien niet echt nodig hadden en dat deze vreemde constructie-met-volmachten het ook aankan, al is het echt wel een democratisch onding. Als de respectabele Financial Times opmerkt dat België deze crisis goed aanpakt, heeft dat voor de meesten onder ons het effect van een virtueel schouderklopje. Het Rode Duivels-gevoel in voetballoze tijden.

Dat wij het — laten we voorzichtig blijven — behoorlijk goed doen, qua aanpak en qua communicatie, is een gevoel dat versterkt wordt door het geknoei elders. Italië en Spanje: veel te laat wakker geschoten. Frankrijk: zeer drastische maatregelen, waardoor het leven is stilgevallen. Nederland en het Verenigd Koninkrijk: een zootje. Eerst gingen ze voor ‘herd immunity’, oftewel groepsimmuniteit. Zeg maar: collectieve waanzin. Daarna kwam er een lockdown. In dit soort crisissen moet je kleur bekennen, je kunt niet eerst wit en dan zwart uitproberen, dat is nefast.

En dan is er nog het oranje gevaar in het Witte Huis. “Het is een hoax uit China.” “Het is een hoax van de democraten.” “We sluiten het luchtruim voor vluchten uit Europa, behalve uit Groot-Brittannië.” (Tegen een kritische journalist) “U bent fake news, volgende vraag!” Uiteindelijk is Donald Trump intuïtief uitgekomen bij de bedenking dat hij over een half jaar een verkiezing te winnen heeft en dat dit hem alleen maar zal lukken als hij kan uitpakken met economische successen. Tegen een virus kun je niet winnen, ook al koop je een buitenlandse fabriek over om een vaccin te ontwikkelen. Die tijd heeft hij niet. Dus kiest hij voor de economie: blijven werken, fellow Americans, wat ook het gezondheidsrisico is. Als hij de gezondheid van de gemiddelde Amerikaan voorop plaatst, stuikt de economie gedeeltelijk in elkaar en die vele doden zullen er hoe dan ook zijn de komende weken. Een narcistische idioot weet dan: fuck the virus! Wanneer de economie overeind blijft, de kunstmatig opgefokte succescijfers er ook in het najaar nog staan en er minder dan honderdduizend coronadoden zijn gevallen, wordt hij herkozen. Zo eenvoudig is dat. Voor Trump zijn die doden niet meer dan collateral damage. Bovendien vallen ze bijna uitsluitend in stedelijke gebieden, daar haalt hij zijn stemmen niet. Onmenselijk gedrag hoeft geen stigma te zijn in de Verenigde Staten.

Vreemd, hé?

***

Een burgemeester uit Izegem deed vrolijk mee aan een straatfeestje. Alvorens u opmerkt: het zal wel geen toeval zijn dat hij er weer een N-VA-politicus uitpikt. Van welke gezindte hij is, kan me even niet schelen. (Al viel de calimeroreactie wel op: het was de krant die dat schreef, die in de fout was gegaan, ja, natuurlijk.) Maar je doet dit niet, zelfs niet onder het mom om even het sociale leven terug te laten heropleven. In uw kot is in uw kot.

De burgemeester verwees ter zijner verdediging naar een reportage op de regionale zender Focus-WTV, waarop duidelijk te zien was dat de aanwezigen voldoende afstand hielden. Hij vergat twee dingen: niet alles wordt geregistreerd en, vooral, het feit alleen al dat er een reporter aanwezig was, duidt erop dat dit feestje niet zo spontaan was. Iemand moet die zender verwittigd hebben dat er iets speciaals stond te gebeuren. Waar is da feestje? Hier in Izegem is da feestje!

Zelfs als het sociaal bedoeld was, was het nog asociaal. Mensen die zich graag beroepen op de warme term ‘burgervader’ moeten zich als dusdanig gedragen, in goede en in slechte tijden. Dit zijn slechte tijden. Solidariteit speelt zich binnenshuis af, hoogstens op de dorpel of door het open venster. Een plaatje opleggen van André Hazes mag, maar ‘Leef alsof het je laatste dag is’ uit de luidsprekers doen joelen is geen reden om samen op straat te dansen onder een veel te kleine paraplu.

Wereldvreemd, hé?

***

Over wereldvreemd gesproken. De organisatie van Rock Werchter stuurde deze week een tweet de wereld in met een countdown naar het festival. Nog honderd dagen! Wellicht voorgeprogrammeerd en de verantwoordelijke was vergeten om het ding te deleten. Kan gebeuren. Natuurlijk gaat het festival niet door. Toch begrijp ik waarom de organisatie dat nu nog niet mededeelt. Heeft te maken met mogelijke schadeclaims van de haviken die huizen in chique managementkantoren en die klaar zitten om de volle som te eisen van een cancelende organisator. En er zijn de riante voorschotten, die Live Nation liefst wil terugzien. Bij Rock Werchter zitten ze nu te wachten tot de overheid het festival verbiedt, dat is een geldig excuus om de enige juiste communicatie te doen: het gaat niet door. Geef hen een zetje, mevrouw Wilmès.

Ook in de sportwereld blijven ze hardleers. De Tourdirectie wil een editie huis clos laten plaatsvinden, zonder toeschouwers. De gezondheid van renners en hun entourage? Ach… Wat is het Franse woord voor collateral damage? Een Vlaamse wielerjournalist opperde een paar dagen geleden de suggestie dat men dan maar moest fietsen met renners uit landen die niet helemaal door Covid-19 ingepalmd zijn. Euh, een Tour zonder Franse renners dan? Zonder coureurs uit België, Italië en Spanje, en neem daar bij uitbreiding ook maar Amerikaanse, Britse, Deense, Duitse, Luxemburgse, Noorse, Oostenrijkse, Portugese, Zweedse en Zwitserse wielrenners bij? Oké dan, Egon Bernal wint zijn tweede opeenvolgende Tour, bij gebrek aan andere deelnemers die de eindstreep in Parijs halen.

De overtreffende trap van collectieve verdwazing wordt alweer geleverd door onze eigen Pro League. De G5 hoopt nog altijd op een mini-Play-off 1, de rest van de clubs is al tot bezinning gekomen. Maak Marc Van Ranst in deze drukke dagen ook maar voorzitter van de Pro League én de voetbalbond, dan zal het snel gedaan zijn. De competitie wordt bevroren, Club Brugge is kampioen, AA Gent speelt de voorronde van de Champions League, Charleroi mag naar de laatste voorronde van de Europa League, Antwerp speelt half juli al Europees, tenzij het de bekerfinale achter gesloten deuren wint. In dat geval mag het rechtstreeks naar de Europa League. 1A wordt uitgebreid naar achttien of twintig clubs, 1B wordt afgeschaft, de clubs die professioneel voetbal niet aankunnen (Oostende, Lokeren, Roeselare, …) worden naar het amateurvoetbal verwezen, waar ze thuishoren.

Onze voetballeiders blijven verbazen. Ze denken echt nog dat een gedeeltelijke hervatting van de competitie erin zit. Het wordt pas ergerlijk als je ziet dat sommige clubs hun spelers tijdelijk werkloos willen maken. Standard en Zulte Waregem beroepen zich op de samenleving, anderen zullen volgen, Anderlecht mag rekenen op de solidariteit van de spelers die een maandsalaris inleveren, KV Mechelen — dat wil ik toch wel even onderstrepen — lost dit intern op en stort ook nog eens een som voor de zorgsector. Hulde. En awoert voor de anderen. Het voetbal krijgt al meer dan 130 miljoen euro aan sociale en fiscale voordelen. Nu nog eens de spelers tijdelijk laten betalen door diezelfde samenleving is een regelrechte schande die aan criminaliteit (diefstal) grenst. Maatschappelijke betrokkenheid zou gerust een voorwaarde mogen zijn om een licentie te kunnen behalen.

Wereldvreemd, hé?



De onbekende zorgverlener

Samenleving Posted on vr, maart 20, 2020 12:39:31

Het begrip ‘held’ (Van Dale: ‘iem. die uitblinkt door moed’) wordt al te vaak gebruikt om verdienstelijke acties van verdienstelijke mensen te onderstrepen, zonder dat het om echte heldendaden gaat. Een zanger die iets controversieels roept: held! Een atleet die een record loopt: held! Een schatrijke voetballer die zijn hotel ter beschikking stelt van een ziekenhuis: held! Held, held, held. Hyperbolen zorgen voor devaluatie van waardevolle begrippen. Superlatieven moeten spaarzaam gebruikt worden. Zoals nu.

Je zou kunnen zeggen dat Marc Van Ranst gewoon zijn job doet, maar je mag hem gerust een held noemen. Net als al die andere nieuwe BV’s-tegen-wil-en-dank die dezer dagen van tv-studio naar radioprogramma huppelen om de toestand te duiden en ons ertoe aan te zetten om alstublieft-s’il vous plait-bitte-please in ons kot te blijven en afstand te bewaren. Huidhongerigen moeten maar even op hun tanden bijten.

***

Toch schrijf ik episteltje niet voor de dames en heren Van Ranst, Vlieghe, Van Gucht, Goossens, Van Braeckel, etcetera, ook al verdienen ze eindeloos respect. Ik schrijf dit voor u, onbekende zorgverlener, die al weken meer doet dan van hem (m/v/x) verwacht wordt. Het zou van verregaand simplisme getuigen om te stellen dat u ook maar gewoon uw job doet, dat dit erbij hoort. U neemt persoonlijke risico’s. U kan nauwelijks nog op uw benen staan van de vermoeidheid en toch gaat u door, omdat het moet, omdat het niet anders kan, omdat u plichtbewust bent en omdat u het verschil kunt maken. Dit is waarom u bent beginnen doen wat u nu doet. Maar ik weiger, beste onbekende zorgverlener, om dit als normaal te beschouwen. Wat u doet, is buitengewoon. U werkt met bescheiden middelen aan een veel te karig loon in een sector die meestal als eerste te horen krijgt dat er besparingen zullen komen. U laat zich niet ontmoedigen door de beschamende kortzichtigheid van onze overheid. U doet dit niet voor een schouderklopje of handgeklap vanop het balkon van talloze huizen in talloze anonieme straten. Uw kracht wordt een beetje de onze. U bent een held, in alle betekenissen van dat woord. Een échte. We zijn u veel dank verschuldigd (en straks ook een hoger loon en meer respect in niet-crisistijden). Dank u, onbekende zorgverlener.

***

Ik pleit ervoor om naast het monument voor ‘De onbekende soldaat’ — die held die ons in ver vervlogen tijden probeerde te behoeden voor een overrompeling door vijandige krachten en daarvoor zijn (m/v/x) leven op het spel zette — een monument voor ‘De onbekende zorgverlener’ te zetten. Dat zou wel passen, als de meest ontwrichtende crisis sinds de Tweede Wereldoorlog achter de rug ligt. En elk jaar op 11 maart — de dag dat de eerste dode als gevolg van het nieuwe coronavirus viel te betreuren — herdenken we u en uw heldendaden.

Dank u, merci, vielen Dank, thank you.



Nooitregering

Samenleving Posted on zo, maart 15, 2020 12:53:16

Desperate times call for desperate measures.

Om het hypochondrische ‘wanhopig’ niet te moeten gebruiken, de letterlijke vertaling van ‘desperate’, zou je dit kunnen benoemen als: in extreme tijden heb je nood aan extreme maatregelen. De uitspraak wordt toegeschreven aan Hippocrates van Kos, de oervader van de geneeskunde, en is in de loop van de geschiedenis een Engelstalige quote geworden. Zo gaat dat met history.

Winston Churchill, die was in staat om — ondanks een milde vorm van alcoholisme — extreme maatregelen te nemen. Wie zijn de Churchills van deze eeuw? Het zijn zeker niet de populisten, die in corona-tijden eender wat brabbelen. Trump riep eerst dat sars-covid-19 een hoax was van de Chinezen, daarna van de democraten. Volgende stap was het sluiten van het luchtruim voor vluchten uit zesentwintig Europese landen, maar niet uit Groot-Brittannië. Alsof het virus nog niet aanwezig is in de Verenigde Staten. Alsof de Amerikaanse staatsburgers, die wel nog mogen terugkeren, het virus niet op zich dragen. Alsof het virus niet woekert in Groot-Brittannië. Kortzichtige leiders nemen kortzichtige maatregelen.

Boris Johnson keek ook eerst de andere kant op. Tot hij deze week op een persconferentie de slinger helemaal de andere kant op liet gaan: er zouden veel families geconfronteerd worden met de vroegtijdige dood van dierbaren. Van ‘Niets aan de hand’ tot ‘Begin maar te panikeren’ in een paar dagen. Het doet ietwat nostalgisch terugdenken aan het personage Private James Frazer uit de serie Dad’s Army — bij ons werd dat Daar komen de schutters —, die tien seizoenen liep tussen 1968 en 1977. Frazer, een begrafenisondernemer die samen met andere kranige oudjes wordt opgevorderd in een legerdivisie die het vanop het thuisfront moest opnemen tegen nazi-Duitsland (in de generiekmuziek klonk de frase ‘Who do you think you are kidding, Mister Hitler?’), gespeeld door de uitmuntende John Laurie, zegt bij elke crisissituatie ‘We’re doomed. Doomed!!!’ Het knappe was dat hij dat niet deed op een paniekerig toontje, maar gewoon, als terloopse vaststelling. Boris Johnson zei dat deze week met andere woorden: ‘We’re doomed. Doomed!!!’

Bij ons weifelde de federale restregering veel te lang, zeer zeker. En ze stuurde warrige, onduidelijke berichten de wereld in. Zoals dinsdag nog: er werd geadviseerd om evenementen waarop meer dan duizend mensen aanwezig zouden zijn, af te gelasten. Adviseren is iets wat je in dit land van plantrekkers niet doet, want dan krijg je slimmeriken die zeggen dat ze hun concert zullen beperken tot 999 toeschouwers. Belachelijk, natuurlijk. Het nieuwe coronavirus maakt geen onderscheid tussen negenhonderd negenennegentig en duizend. Het maakt zelfs geen onderscheid tussen vijfhonderd en duizend. De overheid had op dat moment niet moeten adviseren, maar verbieden. Extreme tijden, extreme maatregelen.

De belangrijkste politicus van het land toonde zich de afgelopen dagen een volleerd populist in de trant van Trump en Johnson. Acht dagen geleden poseerde hij nog vrolijk op een voorstelling van de Abba-musical Mamma Mia!, in kleurrijke jaren 70-outfit, inclusief een veel te lange broek met ‘olifantenpijpen’. Zo ging dat toen. Niets aan de hand! Wie kan er ons wat maken? Hahaha, virusje-van-den-Aldi! Het signaal van de burgemeester-partijvoorzitter-afwezig parlementslid was: het leven gaat door, ondanks corona. Toen de federale regering dinsdag haar advies gaf, veegde De Wever daar zijn voeten aan: hij wilde niets verbieden op Antwerps grondgebied. Twee dagen later bedelde hij om een federaal rampenplan. Jawel, de man die pleit voor confederalisme, toonde zich opeens een aanhanger van het federale niveau. Begrijpe wie kan! En tegen het weekend aan profileerde hij zich als mogelijke premier van een noodregering die de coronacrisis op gezondheidsvlak én financieel-economisch moest aanpakken. ‘Dik tegen zijn goesting’, dat wel, het klonk niet echt motivationeel.

Bart De Wever gedraagt zich als een pyromaan die eerst de boel in de fik steekt, dan paniekerig ‘Brand! Brand!’ roept en zich vervolgens aanbiedt om de blusactiviteiten, zij het enigszins tegen zijn zin, te leiden. Wie gelooft die man nog?

Dat PS en MR niet onmiddellijk bereid zijn in dat noodscenario te stappen, kan je onverantwoordelijk, particratisch of communautair beladen noemen, klopt allemaal, maar het is niet erger als politiek spelletje dan het aanbod van De Wever voor een regering met hem aan de top. De zo bekritiseerde Sophie Wilmès toonde zich de voorbije drie dagen krachtdadiger dan het imago dat ze torst. Waarom haar nu vervangen door iemand die op een week tijd ging van ontkenning naar paniek? Is dat de leider die dit land nodig heeft?

In plaats van tijd te verliezen met het halsoverkop formeren van een regering, iets wat al bijna driehonderd dagen niet schijnt te lukken (schande!), kan je veel beter de bestaande restregering meer beslissingsmacht geven. Extreme tijden, extreme maatregelen. Schakel de particratie uit, neem beslissingen in de schoot van de regering en laat die goedkeuren in het parlement. Een noodregering wordt een nooitregering. Tijdverlies dat we ons niet kunnen permitteren. Blijf achter de schermen pogen een volwaardige regering te vormen en regeer intussen voort met gezond verstand.

Wat het nieuwe coronavirus nogmaals duidelijk maakt: voor taal- of landsgrensoverschrijdende materies (zoals volksgezondheid, klimaat of economie) heb je één eindverantwoordelijke nodig: een federale minister. Negen ministers die op een of andere manier met de gezondheid van de burger bezig zijn, dat is knotsgek. Een virus biedt zich niet aan voor grenscontrole.

Tot slot een woordje over de lafhartige egoïsten die opdaagden op de zogeheten ‘Lockdown parties’ en de onverbeterlijke hamsteraars: get a life! Dicht opeengeplakt doen ze het tegenovergestelde van wat er moet gebeuren: rustig blijven, afstand houden, zoveel mogelijk thuis zitten. Straks verspreiden zij het virus. Hoe breed is de definitie van ‘Poging tot doodslag’ eigenlijk, want dit valt er volgens mij onder op dit moment?



That 70’s Show

Politiek Posted on za, maart 07, 2020 12:59:17

Sinds deze week is het duidelijk: de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 3 november vormen voor het eerst in de geschiedenis een strijdtoneel van zeventigers. Aan de ene kant de zittende president, Donald Trump (tegen dan 74), aan de andere kant ofwel Joe Biden (net geen 78 op dat ogenblik), ofwel Bernie Sanders (79). That 70’s show zou je kunnen zeggen, ware het niet dat die tv-reeks rond een groep tieners aan het eind van de jaren 70 draait.

Van de Republikeinen zijn we het gewend dat ze binnen het partijestablishment gerijpte kandidaten afvaardigen. George W. Bush was een jonkie toen hij de eed aflegde (54), maar zijn vader was al 64, Ronald Reagan bijna 70, invaller Gerald Ford 60, Richard Nixon 56 (bij zijn eerste eedaflegging) en Dwight Eisenhower 62. Buitenbeentje Donald Trump mocht op zijn zeventigste aan zijn eerste ambtstermijn beginnen. In de naoorlogse geschiedenis was Harry Truman eerder de uitzondering bij de democraten: hij was 61 op zijn moment de gloire. Daarna kwamen John F. Kennedy (43), diens vervanger Lyndon B. Johnson (55), Jimmy Carter (52), Bill Clinton (46) en Barack Obama (47). Stuk voor stuk politici op het toppunt van hun kunnen.

Dat er op de democratische conventie straks zal gekozen worden tussen twee late zeventigers — nadat prille zeventiger Elizabeth Warren en gevorderde zeventiger Michael Bloomberg (78) er na Super Tuesday de brui aan gaven — is dus eerder uitzonderlijk, al zou je het ook symptomatisch kunnen noemen, na de nominatie van Hillary Rodham Clinton, op dat ogenblik 69, vier jaar geleden. Waar zijn de hemelbestormers gebleven, de veertigers en vijftigers die de democratische partij competitief en combattief maakten? Waar blijven de nieuwe Kennedy’s, Clintons of Obama’s? Wie durft zijn nek nog uit te steken? Wie mág zijn nek nog uitsteken?

Biden en Sanders — en reken daar ook Nancy Pelosi maar bij, de voorzitster van het Huis van Afgevaardigden die over drie weken 80 wordt — kunnen niet verhelen dat de democraten geen verhaal meer hebben. Ze zijn compleet uitverteld. Dat was bij de vorige verkiezingen al het geval, toen Hillary bij gebrek aan beter (en omdat die idioot van een Trump toch nooit zou winnen, weet u nog!), naar voor werd geschoven als verre van ideale kandidate, ‘maar we hebben niemand beter’. De relatieve jongeren Amy Klobuchar (bijna 60) en Pete Buttigieg (38) konden het nooit halen in de primaries. De eerste omdat ze een vrouw is, de tweede omdat hij homo is. De verkiezing van een zwarte president leek twaalf jaar geleden een half mirakel, maar dat had veel te maken met de minderheden die eindelijk naar de stembus trokken. Zwarten en hispanics zullen echter niet stemmen voor een vrouw, noch voor een man die openlijk homoseksueel is. Obama was nog een van hen, Klobuchar en Buttigieg blijven voor reactionaire, machistische, patriarchaal gestuurde kiezers een ‘no go’. Amerika stemt conservatief. Een zwarte die economisch blauw was (Obama zou bij ons een Open VLD’er zijn), dat kon nog net. Veel verder mag het niet gaan.

Dus moet er binnenkort een knoop worden doorgehakt: de blauwe Biden — een vazal van Obama — of de paarse Sanders. Ginder noemen ze Bernie Sanders een socialist, hier zou hij tot de linkervleugel van Open VLD behoren, of tot het ‘moedige midden’ van de sp.a. Sanders is ongeveer even links als de vroegere huisideoloog van de sociaaldemocraten, Mark Elchardus: niet zó links dus, eerder behoudsgezind met nog enkele resterende rode stipjes.

Niet zo gewaagde voorspelling: Donald Trump gaat voor ‘four more years’. Een ramp voor de Amerikanen en de wereld, niet eens een zegen voor de republikeinen (maar nu wint er tenminste niemand van de anderen en bovendien hebben ze zelf geen volwaardig alternatief voor de narcistische idioot). Trump dus, bij gebrek aan beter, zoals vier jaar geleden, al hadden de meeste waarnemers dat toen niet door, of keken ze verveeld de andere kant op om het niet te hoeven zien.

De Amerikaanse Democratische Partij is dood. Als Sanders het over een paar maanden verliest van Biden, rest hem nog één zinnige daad bij wijze van politieke erfenis: een nieuwe politieke beweging oprichten, links van democratisch centrumrechts, met Alexandria Ocasio-Cortez als boegbeeld. Een vrouw met een kleurtje, dat is een risico, maar misschien kan zij op haar 30ste de boel opschudden en al wie nog niet ingedut is in het politieke spectrum links van de republikeinen — in Vlaamse termen: al wie niet tot Vlaams Belang of de radicale vleugel van de N-VA behoort — een nieuw perspectief bieden. Anders zijn we vertrokken voor een langdurige republikeinse dominantie, die zelfs zal blijven voortduren wanneer er toevallig toch eens een establishment-vriendelijke democraat wordt verkozen, want die zet dan toch de bestaande politiek gewoon verder, met een iets centraler sausje eroverheen.

Het contrast tussen de liberals in de steden en de reactionaire rest van de Verenigde Staten wordt almaar groter. De spreidstand tussen gezond verstand (een beleid voor iedereen) en opportunistisch populisme (de conservatieven opvrijen met leugentjes en tegelijk de rijken stilletjes rijker maken) valt niet vol te houden. Toch gebeurt het. Het zegt veel over de intelligentie van het kiespubliek.

Trump is een vloek, maar het is niet sinds november 2016 dat Amerika een lachertje is geworden. Dat is al veel langer het geval. Go for it, Alexandria!



« VorigeVolgende »