Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Israhel

Geschiedenis, Politiek, Samenleving Posted on za, april 06, 2024 12:30:18

Morgen is het precies zes maanden — honderd drieëntachtig dagen — geleden dat Hamas een bloedbad aanrichtte op Israëlische bodem. Die dag werden dertienhonderd burgers gedood, tweehonderdvijftig gijzelaars naar Gaza meegenomen, vrouwen en meisjes verkracht, duizenden anderen getraumatiseerd voor het leven. Een dag nadien sloeg Israël terug, maar wat eerst op wettige zelfverdediging leek, was dat na een paar dagen allang niet meer. Een half jaar nu al. En het einde is nog lang niet in zicht. De teller staat op, naar schatting, drieëndertigduizend doden aan Palestijnse kant. Vrouwen, kinderen en hulpverleners eerst. Een veelvoud van wat Hamas had aangericht. And counting…

Het zou al te makkelijk zijn om de oorspronkelijke, afschuwelijke wandaden van Hamas uitsluitend toe te schrijven aan een gerechtvaardigde strijd tegen onderdrukking en een verklaarbare reactie tegen het gedwongen leven in een openluchtconcentratiekamp. Het zou nog veel makkelijker zijn om de oorzaken van die moorddadige raids van 7 oktober, vijftig jaar en één dag na de start van de Jom Kipoer-oorlog van 1973, níet te linken aan de onmenselijke situatie in Gaza — waar tot voor kort meer dan een miljoen mensen moesten overleven binnen de omheinde contouren van een veel te klein gebied —, aan de kolonisatiepolitiek elders in Israël en aan de extreemrechtse koers die de Israëlische regering tegenwoordig vaart.

Onderdrukking kweekt verzet.

Verzet kweekt terroristisch geweld.

De kans is groot dat een Gazaanse tiener die deze horror overleeft, binnenkort zelf de wapens zal opnemen tegen de vijand. Zo werkt oorlogslogica nu eenmaal. Dat moet Israël ook weten. Erger nog: dat wéét Israël maar al te best. Die gruwelijke zevende oktober 2023 kwam dit Israëlische regime van haviken cynisch genoeg goed uit. Hadden ze meteen een excuus om genadeloos terug te slaan onder het mom van zelfverdediging. Hamas en de Israëlische regering waren in deze objectieve bondgenoten.

Deze week nog werden zeven hulpverleners van de organisatie World Central Kitchen gedood bij een Israëlische luchtaanval. Foutje, gaf Benjamin Netanyahu aan. (Geen vergissing, maar een bewuste aanval op deze en andere hulporganisaties, om volgende konvooien af te schrikken en de vluchtelingen in Gaza nog wat meer te laten lijden, voeg ik er snel aan toe.) Triest en woedend, noemde de Amerikaanse president Biden zich, terwijl hij net nog wapens had geleverd aan de bondgenoot in het Midden-Oosten. Wat de rechterhand neemt, geeft de linkerhand terug, en vice versa.

Ook nog deze week bombardeerde Israël de Iraanse ambassade in de Syrische hoofdstad Damascus. Omdat het kan. Omdat Israël de best bewapende natie uit de regio is. Omdat het land dat in 1948 begon als een kunstmatige constructie zich ondanks alles gesteund weet vanuit het Westen. Dat er een uitgebreid regionaal conflict geriskeerd wordt, ach, we zien wel…

Dat hebben we allemaal te danken aan een historische vergissing. Eeuwenlang werden Joden gehaat, gepest, vervolgd, gedood. Een verschrikkelijke geschiedenis. Op 2 november 1917, in volle Groote Oorlog, schreef de Britse minister van Buitenlandse Zaken Balfour een brief waarin hij de vestiging van een joodse staat propageerde. Na de verschrikking van de Holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog was een groot deel van de wereld bereid om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van Joden over de hele wereld om een thuishaven te krijgen. Helaas kun je de wereldbol niet uitbreiden. De aarde bestaat niet uit landbouwgrond waarvan je met één pennentrek bouwgrond kunt maken, zo gaat dat niet. Overal was grondgebied toegewezen aan of veroverd door een bepaalde natie. Er werd dan maar beslist om Palestijns grondgebied in 1948 uit te roepen tot de nieuwe staat Israël, mits wat toegevingen aan de Palestijnen die er woonden. Als er ooit sprake was van omvolking in de recente wereldgeschiedenis, dan was het wel daar en dan.

Sindsdien rommelt het in de regio. Israël genoot daarbij de westerse sympathie, nog altijd een gevolg van een collectief schuldgevoel na de Holocaust én het feit dat Israël aanvankelijk alleen stond tegen de omringende landen. De underdogpositie wekt sympathie op. Dat de machtige Verenigde Staten de hele tijd achter Israël stonden en ook nu nog staan, heeft daarbij het verschil gemaakt. Zodanig dat opeenvolgende Israëlische regeringen zich heel veel konden permitteren. De regering-Netanyahu VI, die eind 2022 aantrad, wordt gedomineerd door extreemrechtse en religieus-zionistische hardliners, aangevoerd door een opportunistische premier die zonder scrupules alles doet om aan de macht te blijven.

Vrijdag vernamen we dat Israël gebruik maakt van Artificiële Intelligentie om gerichte aanvallen op doelwitten uit te voeren. Dat daarbij ook duizenden burgerslachtoffers vallen, zegt iets over de onvolmaaktheid van AI. Of over de Artificiële Menselijkheid die zich genesteld heeft in het Israëlische regime.

Wat in Gaza gebeurt, werd al heel snel door enkelingen ‘genocidair’ genoemd. Dat werd aanvankelijk nog tegengesproken door internationale juristen, die liever voorzichtig bleven. Zo zijn juristen nu eenmaal, zeker als het over mensenrechten gaat. Zo veel maanden later is genocide nog de enige term die van toepassing lijkt in Gaza. Alleen gewetenloze malloten zullen vandaag nog beweren dat Israël het gelijk aan zijn kant heeft. Pseudofilosoof Maarten Boudry schreef verschillende keren dat Israël moreel hoogstaander is dan Hamas, alsof je een land kan vergelijken met een organisatie. Hoe ver kan je afdwalen? Hoe kan je jezelf zo intellectueel buitenspel zetten?

Laten we een kat een kat noemen. Netanyahu is een oorlogsmisdadiger. Zijn regering bestaat uit niets en niemand ontziende, oorlogszuchtige criminelen. Het Israëlisch regime is genocidair. Laten we niet langer aarzelen om dat zo te benoemen en onze, door historische gebeurtenissen ingegeven, schroom opzijzetten voor het echt te laat is. We denken er nog niet aan om Netanyahu te vergelijken met, noem hem nog maar eens, ja, Hitler, 1) omdat reductio ad Hitlerum soms te simpel is om iemand tot de familie van historische monsters te kunnen rekenen, en 2) omdat er nu eenmaal die beladen historiek is van het volk waartoe Netanyahu en de zijnen behoren, maar het valt nog moeilijk te ontkennen dat de Israëlische premier en zijn medestanders in uitroeiingsmodus verkeren. Niet de Hamasstrijder is het doelwit, wel de Palestijn. Dat hebben voortvarende Israëlische kabinetsleden ook openlijk gezegd: de Palestijnen moeten weg. Definitief. Dat klinkt, nou ja, ik ga het na enige aarzeling toch schrijven, een beetje als een (soort van) Endlösung, niet?

Voor de Palestijnen is het land dat ooit van hen was een hel geworden. Israhel. Met dank aan de weifelachtige, laffe houding van westerse politici, de blijvende militaire en politieke steun vanuit de Verenigde Staten, en het wegkijken van een groot deel van de wereld. Wanneer confronteren wij, westerlingen, Israël eindelijk vanwege hun misdaden tegen de menselijkheid, zoals tot nog toe alleen de Zuid-Afrikanen en enkele uitzonderlijk dappere westerse politici, zoals onze Caroline Gennez, dat tot nog toe hebben aangedurfd? En, ja, die gijzelaars moeten worden vrijgelaten en de Hamasmoordenaars berecht, maar wat nu aan de gang is, heeft helemaal niets meer te maken met gerechtvaardigde strijd. Israël moet gestopt worden.



Gewetensbezwaren

Geschiedenis, Politiek, Samenleving Posted on za, maart 23, 2024 12:34:24

Zes jaar geleden was het nog lachen geblazen, toen academicus Jonathan Holslag en toenmalig N-VA-woordvoerder Joachim Pohlmann een maand als reservist dienden in het Belgische leger. Zij wilden daarmee het signaal uitsturen dat een of andere vorm van dienstplicht goed is voor ons en voor het land. En voor brede media-aandacht, zo bleek ook. Ik vond hun actie eerder aandoenlijk dan relevant. Vandaar dat lachen.

Vandaag lachen we niet meer met wie het leger plots geweldig sexy en noodzakelijk vindt. Niet omdat het in se niet meer grappig zou zijn, maar omdat er steeds meer virtuele wapenbroeders opdoemen én omdat militaire specialisten tegenwoordig bijna even vlot de media halen als de virologen vier jaar geleden. Die laatsten vertelden toen nog een maatschappelijk nuttig verhaal. De legerlovers willen ons vooral overladen met doemberichten, zodat er weer meer wordt geïnvesteerd in het Belgische leger. Er komt oorlog, zeggen ze. Ze kunnen gelijk hebben — die Poetin is een machtswellusteling buiten categorie die zich niet zal laten afschrikken door westers spierballengerol om zijn ultieme natte droom, de herinstallatie van het Sovjetrijk van weleer, waar te kunnen maken —, maar hun agenda verraadt vooral een groteske wil om sowieso te investeren in militaire domeinen. Poetin is daarbij een ‘handige bondgenoot’, die hen de nodige munitie verschaft. Bien étonnés de se trouver ensemble. Zoekt u zelf maar de Russische vertaling op van die zin.

Ik ben gewetensbezwaarde. Ik ben tegen militarisering. Ik ben tegen gedwee gehoorzamen aan bevelen. Ik ben tegen de idee dat hoe meer je bewapent, hoe veiliger de wereld zal zijn. Ik ben wel voor gerechtigde zelfverdediging: als ikzelf of een van mijn dierbaren of — bij uitbreiding — de vrijheid van iedereen in mijn land bedreigd wordt, zal ik daartegen reageren, desnoods met geweld, als het echt niet anders kan.

Ik heb destijds twintig maanden burgerdienst gedaan, de dubbele lengte van de militaire dienstplicht in die tijd, om mijn overtuiging uit te dragen. Ik heb geen spijt van die overtuiging, wel van de verloren tijd, want op de twee plekken waar ik mijn socio-culturele burgerdienst deed, voelde ik me net zo goed uitgebuit. Opportunistischer ware het geweest om gewoon tien maanden mee te draaien in de audiovisuele dienst van het leger, wat mij was voorgesteld, dan was ik er sneller van af geweest en had ik ook sneller centen verdient. Maar ik had dus dat geweten, en ik ben blij dat ik dat nog altijd heb.

Hoewel ik — op die zelfverdediging na — principieel tegen elke vorm van geweld ben, en dus ook tegen oorlog, ben ik niet naïef. Ik vind niet dat we Poetin en andere despoten zomaar hun gang moeten laten gaan op een paar duizend kilometer van bij ons. Een verkozen dictator met territoriumdrift, dat hebben we negentig jaar geleden al eens beleefd en we weten hoe dát afgelopen is. Wat toen niet gebeurde — Hitler op tijd een halt toeroepen —, moet nu wel gebeuren. Wie pleit voor onderhandelingen met Poetin of zelfs om hem de tien jaar geleden geannexeerde Krim dan maar cadeau te doen, is ofwel onbetrouwbaar, ofwel naïef, ofwel dwalend. Niet alleen zal dit niet volstaan voor Poetin — zoals de Anschluss van Oostenrijk in 1938 niet volstond voor Hitler —, we geven daarmee eigenlijk aan dat we hem geen strobreed in de weg zullen liggen. En dat hij, bijgevolg, gelijk had met zijn militaire demarche. Neen, Poetin moet gestopt worden, ook al loop je dan het risico dat de oorlog tot hier zal doordringen. De Russische leider zal niet ‘Spassiba!’ zeggen als hij de Krim als speelterrein mag blijven gebruiken, hij wil meer. Steeds meer. En hoe meer hij krijgt, hoe minder levensruimte wíj zullen overhouden. Van die logica van nationalistische machtswellustelingen moeten we ons doordrongen zijn, of je nu wel of niet gewetensbezwaarde bent.

Wat ik echter compleet idioot vind, is de eis tot een plotse (over)investering in de militaire wereld en de Kamp Waes-isering van jonge Belgen. Too little, too late. Tegen dat we de nieuwe manschappen hebben ingewerkt — vernederende dooprituelen inbegrepen, zoals onlangs nog in Amay te beleven viel —, is Poetin allang over ons heen gewalst. Je moet jongeren niet warm maken voor een militair avontuur in een leger dat vermolmd en uitgeleefd is. Het materiaal hangt al jaren met spuug en plaktouw aan elkaar. De manschappen doen intussen wat ze al acht decennia doen, sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog: hun tijd verschmieren in de kantine, pils halve prijs! En als we dan toch willen militariseren, hebben we Europa nog, en de NAVO. Tot Trump er de stekker uittrekt, uiteraard. Laten we op dat niveau samenwerken en investeren. Laten we dat nu echt eens doen, want het Belgisch leger/l’armée belge wordt mogelijk nog door het nietige Luxemburg overrompeld, maar een Europees leger moet wel in staat zijn om dammen op te werpen tegen overijverige dictatortjes, kleine mannetjes met grote ambities. Het moet dan wel gebeuren, en wel nú. En liefst eendrachtig, wat moeilijk wordt met de huidige Orbánisatie van de EU.

Al die pleidooien voor meer burgerzin en voor een vrijwillige bijdrage tot de samenleving — apropos, hoe gaan we die vrijwilligheid, euh, opleggen of organiseren? — zijn afleidingsmanoeuvres. Tijdverlies. Want áls er dan burgerzin aan de dag wordt gelegd, zoals toen jongeren op straat kwamen voor het klimaat, wordt dat bekritiseerd door diezelfde lieden die nu een of andere vorm van dienstplicht zouden willen. Wat deze heren (!) werkelijk willen, heeft niets met burgerzin of engagement te maken. Ze willen hun conservatieve maatschappelijke agenda doordrukken met behulp van holle slogans, pessimistische kreten en regelrecht doemdenken. En dan speelt mijn geweten weer op.

De overtreffende trap van leger is leegst.



Collaboratie

Journalistiek, Politiek, Samenleving Posted on za, maart 16, 2024 12:46:45

Twee meningen doken onmiddellijk na de uitspraak in de zaak-Schild & Vrienden op. De eerste, massaal, kwam erop neer dat die ene partij — die ik in dit stukje niet zal vernoemen, maar u weet over wie ik het heb — garen zal spinnen bij de veroordeling in eerste aanleg van onder anderen Dries Van Langenhove. Versta: bij de verkiezingen zou die partij weleens boven de dertig procent kunnen uitkomen. De tweede, beperkter in omvang, kwam erop neer dat dit vonnis heel wat potentiële kiezers van die ene partij zou afschrikken.

Over die tweede mening, onder meer geuit door de coördinator van de antiracistische organisatie KifKif, kan ik kort zijn: hoe aandoenlijk naïef! Alsof gemotiveerde kiezers of gedegouteerde foertstemmers zich door zo’n vonnis zullen laten leiden. Je hoeft maar twintig jaar terug in de tijd te gaan om dit soort kortzichtige uitspraken te counteren: toen die ene partij, onder een andere naam nog, veroordeeld werd vanwege inbreuken tegen de racismewet, schoot ze in Vlaanderen omhoog naar vijfentwintig procent: één op de vier kiezers vonden het niet erg dat functionarissen van die partij zich niet alleen racistisch uitdrukten, maar daarvoor ook nog eens veroordeeld werden. Meer nog: wellicht vormde het zelfs een aantrekkingspool. ‘Zij zeggen wat wij denken!’

Over die eerste mening, uit vele monden en pennen tegelijk opgestegen, kunnen we ook vrij kort zijn: de kans is groot dat die lieden gelijk hebben en dat die ene partij inderdaad zal profiteren van dit opmerkelijke vonnis. En dan?! (Bovendien: mocht de rechter Van Langenhove & co hebben vrijgesproken, zouden dezelfde lieden hebben geroepen dat die uitspraak… die ene partij een duw in de rug zou gegeven hebben. Handig zat: je kan dezelfde opinie in verschillende richtingen hanteren.)

Als je gelooft in de rechtsstaat, moet je de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht blijven respecteren.

Als je gelooft in de democratie, moet je de democratische geplogenheden — onder meer die onafhankelijke rechterlijke macht — blijven verdedigen, eventueel met bijsturingen. Nieuwe of aangepaste wetten, bijvoorbeeld.

Als je gelooft dat de vrije meningsuiting in de praktijk mag beperkt worden door, bijvoorbeeld, een racisme- en negationismewet, moet je consequent zijn en dit soort uitspraken toejuichen. Ben je het daar niet mee eens, dan moet je maar stemmen op partijen die die wetten ongedaan willen maken. Zo werkt democratie nu eenmaal.

De schrik zit er dik in, bij alle partijen die zich democratisch noemen en die vooralsnog min of meer afstand bewaren tot de zogeheten extremen: die ene partij aan de extreme rechterzijde en die andere partij aan de linkerzijde (die, voeg ik er snel aan toe, weliswaar populistische standpunten inneemt, maar niet op ranzigheid kan betrapt worden). Ze vrezen een zoveelste afgang, een quasi onmogelijke regeringsvorming en een verdere verrechtsing/verlinksing (schrappen wat niet past) van de samenleving. Die vrees zal allicht terecht zijn. En als de verkiezingsuitslag wordt wat de opeenvolgende peilingen met steeds groter aplomb aankondigen, dan is dat a) vervelend en b) een gevolg van selffulfilling prophecy.

Hoe groter de angst voor die ene (en in mindere mate die andere) partij, hoe minder je zelf nog voorstelt in de ogen van de kiezer. Als je als partij of politicus niet verder komt dan een deel van het discours van die ene partij over te nemen, word je nóg minder aantrekkelijk voor de kiezer, want waarom zou die voor de kopie kiezen als het origineel beschikbaar is. Een kiezer die ook wel zal beseffen dat het platte opportunisme van politici die hun ‘visie’ aanpassen aan wat ze denken dat het volk op dat moment wil, geen soelaas biedt.

Niet alleen politici schuifelen ietwat verschrikt over de dansvloer van het vijfjaarlijkse bal van de moeder aller verkiezingen. Ook opiniemakers in de enge en brede zin van die term doen dat. Ze waarschuwen voor gevolgen die er sowieso staan aan te komen en maken de waarschijnlijkheid van een extreemrechtse tsunami zo alleen maar groter. Het lijkt wel alsof ze dat zo wíllen. Zou het?

Als politici en opiniemakers alles wat ze doen en zeggen afmeten aan welk profijt die ene partij eraan zou kunnen overhouden, heb je in de dagelijkse praktijk al gecapituleerd voor die partij en ben je een objectieve bondgenoot van extreemrechts geworden. Ik ga er een straffe term op kleven: dan collaboreer je. Noem het een ‘brave’ vorm van collaboratie, zoals die door vele Vlamingen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd toegepast. Niet de met hun laarzen klakkende VNV’ers en Verdinaso-fascisten, maar de man in de straat, die in het beste geval de andere kant opkeek (‘Doe wel en zie niet om’) en in een minder goed geval al eens een medeburger verried om er zelf beter van te worden (of te worden gerust gelaten).

Als je oprecht bekommerd bent om de democratie en je niet wil dat extreemrechts hier mee het beleid mag bepalen, moet je niet die kiezers proberen in te lijven met een vergelijkbaar discours (= collaboratie), maar moet je een alternatief poneren. Is dat alternatief niet sexy genoeg voor de kiezer, dan is dat maar zo. Dan is Vlaanderen inderdaad een zeer rechts nest geworden. QED. Maar dan heb je het tenminste geprobeerd.

Bied je helemaal geen alternatief aan, dan is dat tegenvallende resultaat alleen maar erger, omdat de kiezer niet eens een keuze heeft gehad. Dan kan je beter in plaats van een laffe politicus een laffe opiniemaker worden. Die mogen tegenwoordig heelder pagina’s vullen met hun zielloos gekwek. Ze zouden beter het Vlaams belang dienen in plaats van die ene partij alleen maar groter te maken.



WK

Politiek, Sport Posted on za, november 19, 2022 11:16:28

Natuurlijk had dat WK nooit in Qatar mogen plaatsvinden.

De redenen zijn bekend en evident, een beknopte opsomming volstaat. (Ik schreef er zeven jaar geleden al over in mijn boek £X€£$$ United.)

1. Er is heel wat corruptie aan te pas gekomen in de aanloop naar de toekenning van het wereldkampioenschap voetbal aan Rusland en Qatar in 2010. Even terug in de tijd: in 1998 werd de Zwitser Sepp Blatter verkozen tot voorzitter van de wereldvoetbalbond Fifa. De toenmalige secretaris-generaal van de Fifa versloeg de Zweed Lennart Johansson — op dat ogenblik Uefa-voorzitter en zijn concurrent voor de opvolging van de afscheidnemende Fifa-voorzitter Joao Havelange — dankzij de steekpenningen die werden overhandigd door zijn kompaan Mohammed bin Hammam, een Qatarese voetbalbestuurder die deel uitmaakte van het Exco, het 24-koppige ‘Executive Committee’ (uitvoerend comité) van de Fifa. Hammam stak duizenden dollars in envelopjes die hij dan in de hotelkamers van vooral Afrikaanse vertegenwoordigers van voetbalbonden ging afgeven. In ruil stemden die op Blatter, die had beloofd het WK naar Afrika te brengen (wat hij in 2010 met enige vertraging ook zou doen). Blatter en Hammam hadden onderling afgesproken dat de Zwitser twee ambtstermijnen zou aanblijven en dat de Qatarees het dan zou overnemen.

Wat niet gebeurde, omdat Blatter per se wilde aanblijven. Macht en prestige, nietwaar. Hij verloor een bondgenoot en bij wijze van wiedergutmachung kondigde hij dan maar zelf aan dat Qatar kandidaat-organisator van het WK was, nog voor de Qatarezen die intenties naar buiten brachten. Blatter wist immers dat Qatar eind vorige eeuw de wens had uitgesproken dé internationale sportnatie van de 21ste eeuw te kunnen worden. Daarna kon Qatar niet anders dan zijn kandidatuur te stellen. De gewiekste Blatter — een soort peetvader die Don Corleone indachtig nooit zelf in de kamer aanwezig was wanneer daar een misdrijf werd gepleegd — kon zo nog even aanblijven. Ook al omdat Mohammed bin Hammam, die in 2011 Fifa-voorzitter wilde worden, net voor de voorzittersverkiezingen uit het Exco werd gezet wegens corruptie. Haha, handig.

2. Er is ook het geopolitieke wheelen & dealen dat tegen de borst stuit. In 2010 nodigde de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy de toenmalige Qatarese kroonprins (en huidige emir) Tamim bin Hamad al-Thani uit op het Elysée om hem aan te porren te investeren in zijn favoriete voetbalclub, Paris Saint-Germain, op dat ogenblik virtueel failliet. Al-Thani wilde dat wel doen, maar dan moest Frankrijk de Qatarese kandidatuur voor het WK steunen. Waarop Sarkozy er zijn vriend Michel Platini bij riep, toen voorzitter van de Europese voetbalbond Uefa, met de dringende vraag hem (en zijn club) te helpen. Platini zette daarop drie andere Uefa-vertegenwoordigers ertoe aan om voor Qatar te stemmen, wat zij ook deden. Twaalf jaar later pompte Qatar al meer dan een miljard euro in PSG, een artificiële topclub waarvan de vertegenwoordigers — bestuur en spelers — zich gedragen als Parvenus Sans Gêne. Niet zo toevallig kocht een Qatarese sportzender kort daarna de rechten op de Franse voetbalcompetitie, voor een bedrag dat veel hoger lag dan de werkelijke sportieve waarde. En de zoon van Michel Platini kreeg een lucratieve job aangeboden in Qatar. Toeval, uiteraard…

3. Nog in dat geopolitieke plaatje passend: Rusland, kandidaat-organisator 2018, en Qatar, kandidaat-organisator 2022, spraken daarop af om de economische gaskoek netjes te verdelen. Gazprom zou zich niet op de Arabische markt smijten, Qatargas zou niet proberen om Europa te veroveren. Zo geschiedde. Rusland lobbyde vervolgens om een stem uit te brengen op Qatar, en vice versa.

4. Qatar kent nauwelijks mensenrechten. De 300.000 stinkend rijke Qatarezen laten zich bedienen door 2,7 miljoen gastarbeiders, die voor een laag loon het vuile werk opknappen. Migranten worden gelokt uit landen waar ze geen werk hebben of nog veel minder kunnen verdienen, krijgen vervolgens slechts een fractie van het beloofde salaris uitbetaald (wat nog altijd meer is dan in de thuislanden van die migranten te verdienen valt), en moeten bovendien maanden wachten op hun eerste centen. Intussen kunnen ze niet terug naar huis, wegens geen of onderbetaald werk, prestigeverlies in de familie en… geen centen om de terugreis te betalen. Het kafala-systeem, een soort lijfeigenschap waarbij het paspoort van een gastarbeider werd in beslag genomen zodat die Qatar niet meer uit kon, werd onder internationale druk dan wel afgeschaft, in de praktijk kunnen de arme gastarbeiders geen kant op. Moderne slavernij.

Om de stadions, de hotels, de wegen en de rest van de infrastructuur op tijd af te krijgen, werden veiligheidsmaatregelen opzijgeschoven. Er zijn geen 6500 doden gevallen bij die werken, zoals The Guardian ooit concludeerde op basis van sterftecijfers van migranten waarin ook mensen die een natuurlijke dood waren gestorven werden opgenomen, maar ook geen drie, zoals het Qatarese organisatiecomité en de Fifa blijven beweren. Het zullen er zeker honderden geweest zijn, allicht meer dan duizend. Elke dode is een bloedvlek op het shirt van de deelnemende teams.

5. Vorige week nog zei de Qatarese WK-ambassadeur dat homoseksualiteit een mentale afwijking is. Vrouwen spelen in Qatar een ondergeschikte rol. Misschien minder erg dan in buurland Saudi-Arabië, maar toch: ze zijn hoofdzakelijk quantité négligeable. Weer die mensenrechten die alleen voor rijke, autochtone mannen gelden.

6. Er zijn ook twee sportieve redenen waarom dit WK niet in Qatar thuishoort. Een eerste is dat een toernooi in de traditionele WK-maanden juni en juli onmogelijk werd geacht vanwege de hoge temperaturen (tot 50 graden) in die maanden. De medische commissie van de Fifa adviseerde daarom om dat WK níet toe te wijzen aan Qatar, maar dat rapport werd terzijde gelegd. Na lang aarzelen werd het WK dan maar verplaatst naar november en december, wat als gevolg heeft dat alle competities moeten worden stilgelegd. Een anomalie die niet voor herhaling vatbaar is.

7. Een tweede sportieve reden is dat een WK nooit zou mogen worden georganiseerd door een land dat nog nooit op eigen kracht een kwalificatie heeft afgedwongen in het verleden. Qatar zou daar in geen honderd jaar in geslaagd zijn. Wat is de volgende stap, een WK in Luxemburg, Liechtenstein of Andorra?

***

Ik herhaal: we zouden ons de komende weken nooit hebben mogen vergapen aan een wereldkampioenschap voetbal in Qatar. Ik hoop dat voetbaljournalisten ginds ook voorbij het spelletje kijken en dingen aankaarten. Al mag je niet verwachten dat er iemand à la Jan Wauters in 1978 op zoek zal gaan naar protesterende of zieltogende mensen. Toen kon dat nog buiten het beeld van de lokale ordediensten gebeuren en stuurde hij mondjesmaat radioverslagjes uit, dapper en noodzakelijk, maar de Argentijnse junta beschikte nog niet over de moderne technieken om iedereen in het oog te houden. Dankzij Jan Wauters kwamen we hier meer te weten over de Dwaze Moeders, die op de Plaza de Mayo in Buenos Aires bijeenkwamen om de verdwijning van hun zonen aan te klagen. De Jan Wautersen van vandaag zullen niet in de buurt van de onderbetaalde gastarbeiders geraken in hun ‘concentratiekampen’. Ze zullen netjes gegidst worden van en naar de stadions, en zich alleen in de winkelcentra van Doha vrij mogen bewegen.

We mogen ook niet te veel verwachten van bondscoaches en voetballers. Een regenboogarmband kan een voorzichtig signaal zijn, vooral doen! Hier en daar een boodschap op een T-shirt — ook al wil de Fifa dat verbieden —, vooral niet laten! Maar het zijn niet de elf hele of halve miljonairs op het veld die de situatie in Qatar zullen verbeteren. Het protest had dertien jaar geleden moeten opstijgen (toen Qatar zich kandidaat stelde) of twaalf jaar geleden (onmiddellijk na de bekendmaking dat Qatar het WK van 2022 kreeg toegewezen). Daar en dan hadden de voetbalbonzen een vuist moeten maken en niet lafhartig wegkijken. Nu is het te laat, zal het bij kleinschalige actietjes ter plekke en iets luidruchtiger protest uit het buitenland blijven. De bondsbonzen (kortweg: bobo’s) die destijds niet protesteerden, hebben schuldig verzuim gepleegd. Hadden ze zich toen succesvol verzet, dan zouden er in de loop van de jaren nadien geen slachtoffers zijn gevallen bij de bouw van stadions, hotels en andere infrastructuur.

(Ik vind het overigens even hypocriet om te stellen dat dit WK nuttig is omdat het tenminste de aandacht zal vestigen op de mensenrechtenkwestie in Qatar. Een week na het uitreiken van de beker kunnen de Qatarezen gewoon weer hun gang gaan en ligt er behalve Amnesty International of Human Rights Watch zo ongeveer niemand nog wakker van de situatie ginder. Vergeet niet dat we Qatargas hard nodig zullen hebben, zaken zijn zaken!)

***

Terwijl ik dit intik, heb ik net een interessant boek achter de kiezen. 90 minuten oorlog. De explosieve mix van politiek en het WK Voetbal, van de Nederlandse auteur Koen Janssen, WK-fanaat én redacteur aan de universiteit van Wageningen. Daaruit leer je dat de bewering van de Fifa dat je voetbal en politiek niet mag mengen, complete stierendrek is. Voetbal is altijd politiek geweest, vanaf het eerste WK in 1930 in Uruguay. Hetzelfde geldt trouwens voor Olympische Spelen.

In 1934 werd het WK gespeeld in fascistisch Italië, het scheidsrechterlijke trio bracht voor de aftrap van de finale de romeinse groet, minder dan twee uur later triomfeerde het gastland en zijn leider, Benito Mussolini. Twee jaar later gingen de Spelen door in nazi-Berlijn, met de Führer op de eretribune. In 1968 werden vlak voor de Olympische Spelen in Mexico-Stad heelder wijken ‘opgekuist’ door de militairen, zodat er vooral geen wanklanken zouden zijn tijdens de zestien dagen sportfeest. Twee jaar later mocht Mexico vrolijk het WK Voetbal organiseren. In 1978 was er dan Argentinië, het land van de niets en niemand ontziende junta, die dissidenten oppakte, in een vliegtuig duwde en boven de oceaan dropte. Het Rusland van Poetin was ook in 2014 (Olympische Winterspelen in Sotsji) en 2018 (WK) al een schurkenstaat. Mensenrechten in China, waar ze in 2008 de Zomerspelen mochten organiseren en vorig jaar de Winterspelen? Bwah… En ook in andere organiserende landen waren de mensenrechten in het gedrang of mochten er landen deelnemen die het niet zo nauw namen met rechten en vrijheden. Alleen Zuid-Afrika werd (volkomen terecht) jarenlang uitgesloten van grote sportevenementen vanwege de apartheid.

Qatar had dit WK nooit mogen organiseren en zou op vele vlakken terechtgewezen moeten (blijven) worden, maar het zou hypocriet zijn alleen dít WK te hekelen. De uitspraak ‘Voetbal is oorlog’ van de legendarische Nederlandse trainer Rinus Michels had al veel langer gecorrigeerd moeten worden tot ‘Voetbal is politiek’. Politiek met vuile manieren, ongebreidelde corruptie en de jacht op wereldwijd prestige, ten koste van de man in de straat (die wel mocht/mag juichen, maar voor de rest weinig of geen rechten heeft) en tot meerdere eer en glorie van het heilige manna. Ook dat is iets wat Sepp Blatter als vroegere marketingmanager van Adidas heeft geperfectioneerd, nadat zijn voorganger Havelange de commerciële belangen al had geïntroduceerd: voetbal is een uitermate geschikt vehikel om heel veel geld te verdienen, geld dat helaas niet als compensatie zal gaan naar die arme gastarbeiders en hun gezinnen die ver weg wonen.

Ik ga kijken, de komende vier weken: omdat het mijn job is, ik word geacht er stukjes over te schrijven, maar ook omdat bewust niet-kijken — noem het gerust: wegkijken — evenmin soelaas brengt voor die drommels in Doha en omgeving. Ik stel voor dat we niet meer wegkijken en tijdig protesteren wanneer Qatar, de ambitie om de grootste sportnatie ter wereld te worden deze eeuw indachtig, zich kandidaat stelt om de Olympische Spelen te mogen organiseren.

Frank Van Laeken, £X€£$$ United. Het geld van het voetbal, Houtekiet, 2015.

Heidi Blake, Jonathan Calvert, The ugly game: the Qatari plot to buy the World Cup, Simon & Schuster, 2015.

Koen Janssen, 90 minuten oorlog. De explosieve mix van politiek en het WK Voetbal, Prometheus, 2022.



Blijf extreemrechts vooral extreem noemen

Journalistiek, Politiek Posted on za, oktober 01, 2022 11:01:49

In rechtse kringen wordt weleens gezegd dat je de dingen moet durven te benoemen zoals ze zijn en die raad ga ik, die me niet in hetzelfde universum bevindt als die lieden, ter harte nemen in deze blogpost. Er is namelijk iets met ons taalgebruik dat mij niet zint. We zijn te soft geworden en dat geldt a fortiori in een journalistieke omgeving. Niet omdat we allemaal msm’ers zijn, nuttige idioten in dienst van machtige mensen zoals critici beweren, maar net het omgekeerde. We moeten, jawel, de dingen vaker durven te benoemen.

Toen bekend raakte dat Fratelli d’Italia de parlementsverkiezingen in Italië had gewonnen en Giorgia Meloni de eerstvolgende premier van dat land zal worden, kon je her en der lezen dat radicaalrechts aan de macht komt in de laars. Ook in eerdere berichtgeving werden partijen als Vlaams Belang of politici als Filip Dewinter, Dries Van Langenhove of Viktor Orbán radicaalrechts genoemd. Ik vind dat geen goed idee. Zelf ben ik ook soms radicaal. Ik ben radicaal tegen racisme en discriminatie. Ik ben radicaal tegen elke vorm van ongelijkheid in de samenleving. Ik ben radicaal tegen onrecht. Mocht u mij radicaallinks willen noemen, dan ga ik daar niet per se (radicaal) tegen in opstand komen. Ik hoef geen etiket, maar u doet maar.

Door figuren als Meloni, die schatplichtig zijn aan het fascisme van Mussolini, radicaalrechts te noemen, maak je hen aaibaarder, menselijker en empathischer dan ze in werkelijkheid zijn. Idem dito met Orbán, Trump, Poetin of Bolsonaro. Als we de dingen dan toch moeten durven te benoemen, moet je hen extreemrechts blijven noemen, zoals we dat jarenlang gedaan hebben. Want dat zijn ze: hun radicalisme is extreem. Extreem onverdraagzaam. Extreem onrechtvaardig. Extreem anti-emancipatorisch. Extreem rechts, dus. Radicaalrechts kunnen we dan behouden voor een tussencategorie. En dus mogen we zeker ook niet spreken over de ‘centrumrechtse regering’ van Meloni, zoals Theo Francken op Twitter deed. Maar zo gaat dat: hoe rechtser je zelf bent, hoe linkser al de anderen zijn.

Ik wil hier zelfs een suggestie doen om politici van bij ons voortaan als volgt te catalogeren.

Extreemrechts: Filip Dewinter, Dries Van Langenhove, Tom Van Grieken (ooit radicaal, nu extreem), Sam Van Rooy.

Radicaalrechts: Gerolf Annemans, Jean-Marie Dedecker, Theo Francken.

Rechts: Bart De Wever, Peter De Roover, Ben Weyts, Hendrik Bogaert, Pieter De Crem.

Centrumrechts: zowat de hele CD&V en Open VLD, Geert Bourgeois, Zuhal Demir, Valerie Van Peel.

Als we fascisten, neonazi’s, vreemdelingenhaters en al wie sympathiseert met dat soort ideeën radicaal blijven noemen, dan verzachten en vergoelijken we hun gedachten en toekomstige daden. We kunnen als empathische wezens niet genoeg benadrukken hoe fout sommige ideologieën waren, zijn en blijven. Blijf dit vooral extreem noemen, dat is tenminste duidelijk. Op dat vlak moeten wij, tolerante mensen, ook wat meer ‘prepper’ worden.



Het zijn net mensen…

Politiek, Samenleving Posted on za, september 10, 2022 11:19:01

Het ging de voorbije dagen in het nieuws vooral over de dood van de Queen en de nakende rondezege van koning Remco, die zelfs de strapatsen van Gert Verhulst van tafel veegden. Het vertrek van de directeur-generaal van Fedasil, Michael Kegels, verdween daarbij in het niets, het bericht stond sowieso enkel op de binnenpagina’s van de kranten. Kegels, die directeur maatschappelijke veiligheid bij de stad Antwerpen wordt, werkte al sinds 2001 voor Fedasil.

Als iemand eenentwintig jaar voor dezelfde organisatie werkt, wat tegenwoordig hoogst uitzonderlijk is, wil dat meestal twee dingen betekenen: die persoon voelt zich thuis in dat soort werk en functies én die waardering werkt ook in omgekeerde richting. Dat Michael Kegels nu vertrekt, kan alleen maar gezien worden als illustratief voor de intussen permanente crisis in de vluchtelingenproblematiek. Mensen slapen al weken op straat. Mensen moeten in de hitte aanschuiven voor de poorten van het Klein Kasteeltje in de hoop dat hun dossier zal geopend worden. Mensen worden uitgespuwd door de lokale bevolking, die hen niet welkom wil heten, en die hatelijke houding komt dan nog eens bovenop wat die mensen in eigen land hebben meegemaakt, de reden waarom ze hier aankloppen.

Asielrecht is, zoals het woord het al aangeeft, een recht, dat weten die mensen die we vluchtelingen noemen (een op zich voldoende neutrale benaming, ze zijn nu eenmaal op de vlucht). Ook wie de vluchtelingen niet graag ziet komen (en vooral niet graag ziet blijven) weet dat doorgaans, dat er zoiets bestaat als een asielrecht dat neergelegd werd in artikel 14 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: “Eenieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.” De tekst is duidelijk, werd opgesteld in tijden dat politieke leiders nog wel verder durven te kijken dan de volgende verkiezingen. (Er is overigens geen asielplicht, het land waar de vluchteling/asielzoeker komt aankloppen moet onderzoeken of die wel degelijk recht heeft op asiel.)

Dat de directeur-generaal van Fedasil nú opstapt, is geen toeval. “Alle medewerkers van Fedasil werken zich de ziel uit het lijf om mensen een opvangplek te geven,” zei Kegels in een reactie. “De laatste jaren is dat een steeds moeilijkere opdracht geworden. Ik hoop dat de samenleving daar oog voor blijft hebben.”

De moeilijkheid van die opdracht heeft te maken met het aantal vluchtelingen, wat samenhangt met regionale en lokale conflicten elders in de wereld, maar nog veel meer met de attitude van leidinggevende politici, opiniemakers en de lokale bevolking. Als de staatssecretaris van Asiel en Migratie iemand van rechtse signatuur is die zelf zo veel mogelijk vluchtelingen preventief wil weren (ik bedoel uiteraard Francken, maar eigenlijk ook De Block voor en Mahdi na hem) en als uit recente polls naar voor komt dat zowat vier op de tien Vlamingen migratie in de brede zin van het woord problematisch vinden, dan worden internationale afspraken en rechtsbepalingen al snel ondergeschikt gemaakt aan populistische en electorale overwegingen. Als de mensen in nood dan ook nog eens worden gereduceerd tot getallen en statistieken, verdwijnt empathie algauw naar de achtergrond. Eigen volk eerst is een slogan van één partij, maar het is intussen ook een onuitgesproken mantra van andere politici geworden. Om preciezer te zijn: eigen kiezer eerst! Als de vluchteling geen gezicht krijgt, geen persoon van vlees en bloed wordt, kan je hem ook negeren. Ontmenselijken is o zo makkelijk, dat leren ons geschiedenis, heden en (ongetwijfeld ook) toekomst.

’t Is niet omdat je vluchtelingen er via rechtse daadkracht van probeert te overtuigen dat ze beter wegblijven uit België dat ze dat ook zullen doen. Over enkele jaren zullen daar steeds meer klimaatvluchtelingen bij komen. Terwijl wij zitten te puffen bij onnatuurlijk hoge temperaturen in onze contreien, zullen op andere continenten mensen op de vlucht slaan voor nog veel hogere temperaturen, die het leven ondraaglijk maken. Jezelf en je naasten uit een levensbedreigende situatie helpen is een kerntaak voor gezinshoofden, hier en elders. Het zal dan niet eens meer een optie zijn om voor die mensen een oplossing in hun eigen regio te zoeken, de bekende hypocriete dooddoener van rechtse politici die vervolgens wel als eerste zullen protesteren mocht het budget van ontwikkelingssamenwerking verhoogd worden. De vluchtelingencrisis van nu zal in de toekomst als een crisette worden gezien. Minicrisis. Misschien kunnen we alvast beginnen te oefenen op onze collectieve empathie. Het zal nodig zijn.

In een land dat zich beschaafd en verlicht durft te noemen, zou niemand op straat mogen slapen, geen dakloze, geen vluchteling, niemand. Morgen of overmorgen kunnen we zelf vluchteling zijn. Solidariteit is een mooi woord, we zouden dat met z’n allen wat vaker in de praktijk mogen omzetten.



Domdommertijd

Journalistiek, Politiek, Samenleving Posted on za, september 03, 2022 11:18:45

“’t Is weer voorbij die mooie zomer” zong de Nederlandse bard Gerard Cox negenenveertig zomers geleden, in 1973. Kent u die tekst nog, oudere jongere? Hij gaat zo verder. “Die zomer die begon zowat in mei / Ha, je dacht dat er geen einde aan kon komen / Maar voor je ’t weet is heel die zomer alweer lang voorbij.”

Mocht Cox, intussen 82, tijd en zin hebben, moet hij misschien een update van dat zomerse nummer van weleer inzingen. “’t Is nooit voorbij die hete zomer / Die zomer die begon zowat in maart / Ha, je dacht dat er geen einde aan kon komen / En weet je wat, je hebt helaas overschot van gelijk”. Of zoiets, want mijn versie rijmt niet echt.

Het went, zo’n hete zomer, en dat is het laatste wat het zou mogen doen, wennen. We zouden ertegen in opstand moeten komen, door zelf te doen wat nodig is en door onze regeringen te dwingen om dat op te leggen — ik weet het: dat is twee keer dwang. Maar het moet! We hebben meer dan één Greta Thunberg nodig, liefst in alle generaties een geloofwaardig boegbeeld van het verzet. De klimaatontkenners en de ecorealisten zullen ons immers niet behoeden voor de ecologische rampen die ons te wachten staan. Het is niet Jean-Marie Dedecker, die schreef dat hij in zwembroek heeft genoten van het warme weer, die onze gids mag zijn. Vreemd toch dat mensen met kinderen en kleinkinderen die après nous le déluge-attitude uitdragen. Alsof ze niet wakker liggen van de toekomst van hun nageslacht. Of menen ze wat ze zeggen, dat er weinig of niets aan de hand is, gewoon wat hogere temperaturen, so what? Dan komt de titel boven dit stuk voor het eerst van pas.

Domdommertijd.

Komkommertijd heeft definitief afgedaan. Het nieuws wordt in juli en augustus niet langer gedomineerd door faits divers, die het tijdens de zomermaanden tijdelijk overnemen van het Echte Nieuws. Sire, er zijn geen komkommers meer. Toch niet in de dagelijkse nieuwsbulletins. Listige politici profiteren van de nieuwsarmere maanden om zelf nieuws te maken en bij gebrek aan ernstigere berichtgeving wordt het minste geringste opgepikt, niet alleen in de nieuwe en de sociale media, maar ook in de media die traditioneel worden genoemd en die zichzelf als ernstig beschouwen. Plaats ’s morgens als Bekende Persoon een controversiële tweet en je haalt geheid ’s avonds het nieuws of een van de praatprogramma’s. Wat je zegt is ondergeschikt aan hoe luid je roept en hoe snel je aanhangers de boodschap vermenigvuldigen, en dat heus niet alleen tijdens de zomermaanden.

Domdommertijd.

De regering-De Croo kwam net voor het zomerreces met een pensioenhervorming die zo ongeveer niemand kon smaken. Dat kan twee dingen betekenen: ofwel trekken die plannen werkelijk helemaal op niets, ofwel is het een poging tot modus vivendi die tussen alle standpunten door laveert richting compromis. Aan anderen om hierover te oordelen. Idem met de maatregelen om de energiecrisis behapbaar te maken voor de bevolking en de bedrijven: te veel, te weinig, te laat, te vroeg, te alles, te niets. ’t Is altijd iets, en dat zou zelfs zomaar eens kunnen. Van politici mogen we verwachten dat ze beslissingen nemen, maar we mogen niet verhopen dat ze alles kunnen oplossen. En toch mag het iets meer zijn (of minder). U kiest maar.

Domdommertijd.

Voor de federale oppositie is het simpel: het is allemaal de schuld van Vivaldi. In de tijd van de genaamde Antonio Vivaldi (1678-1741) waren er tenminste nog vier seizoenen. Inmiddels zijn die gereduceerd tot twee: zomer (van maart tot oktober) en herfstige lente (van november tot februari). Die quattro stagioni slaan meer op de pizza’s die de regeringsleden in crisistijden bestellen om de hongerigen aan de onderhandelingstafel te spijzen dan op de werkelijke seizoenen in een jaar. En nu we toch bij de zeven werken van barmhartigheid zijn aanbeland: het vierde werk, de vreemdelingen herbergen, werd inmiddels genadeloos geschrapt. Geofferd op het altaar van het populisme. Asielzoekers slapen al vele weken op straat in een land dat zich geciviliseerd durft te noemen. Een schande. Vier op de tien Vlaamse kiezers vinden dat overigens niet zo erg. Duimpje omhoog, ze moesten dan maar in hun eigen land blijven.

Domdommertijd.

Voor de leidende politieke formatie van Vlaanderen — op basis van de verkiezingsuitslagen van 2019, niet op basis van de recentste polls — is het altijd de schuld van de anderen. Calimero-gedrag is eigen aan de N-VA. Schuld van de sossen (maar die vinden ze nu redelijk sympathiek omdat Vooruit-voorzitter Conner Rousseau hen zit op te vrijen). Schuld van het vluchtelingenbeleid (dat ze maar elders een oplossing zoeken, die gelukzoekers!). Schuld van Vivaldi (want ze mogen niet meespelen op het hoogste niveau). Schuld van de ‘wokers’ (wat mogen we nog zeggen of doen vandaag de dag?). Schuld van de groenen (een favoriete schietschijf voor zowat alle andere partijen tegenwoordig). Schuld van de cokesnuivende elite (nu die niet te winnen ‘War on drugs’ niet tot een, euh, overwinning leidt). Schuld van de vakbonden (zullen we binnenkort horen wanneer het overleg rond de loonindexering niet tot een eendrachtig besluit zal leiden). Samengevat: schuld van alle anderen. Zo is het makkelijk. Nooit Verantwoordelijkheid Aanvaarden.

Domdommertijd.

De schuld van de werkgevers zal het nooit zijn, voor de N-VA. Zowel VBO als Unizo pleiten voor een indexsprong, of zelfs de afschaffing van de loonindexering. Dat dit als gevolg heeft dat ‘de mensen’ hier minder koopkracht zullen hebben, valt voor hen in het niets bij het ineenstuiken van de exportmarkt omdat onze producten duurder zullen worden in het buitenland en dus minder afzet zullen vinden. Ik begrijp dat eerlijk gezegd niet meer: tussen de harde patronale en de even harde syndicale lijn bestaat blijkbaar geen middenweg meer. Ieder met zijn hymne, ieder met zijn vlag, ieder met zijn hardnekkige dogma’s. Economen blijven de oude recepten benadrukken in de nouvelle cuisine van het moderne economische leven, terwijl de ingrediënten echt wel verschillen van die uit de tijd van de onzichtbare hand van Adam Smith. (Centrum)rechtse opiniemakers — de meesten behoren tot die categorie, zo stel ik vast, ook voormalige linkse tiepen hebben zich intussen tot het deweverisme bekend — ondersteunen die boodschap met de megafoons die hen worden aangereikt. En dan maar klagen over de cancelcultuur die hen/ons overvalt… Als Bart De Wever een gezellige familiefoto laat maken met het opschrift ‘Arbeit macht frei’ van het uitroeiingskamp van Auschwitz prominent op de achtergrond, kraait er nauwelijks een haan naar de smakeloze boodschap die dit uitstraalt. Een geschiedenisles voor mijn kinderen, noemde hij het zelf. Doe dat dan zonder die publiciteitsstunt, denk ik dan. Als Bart De Wever hoort dat er in zijn stad elke dag wel ergens een granaat ontploft of op iemand geschoten wordt, blijft hij rustig met vakantie in het buitenland. Weinigen die daar kritische bedenkingen bij maken. Als Bart De Wever terugkeert naar ‘zijn’ Antwerpen en pleit voor het samenroepen van de nationale veiligheidsraad in de strijd tegen de drugshandel, is er haast niemand van de journalisten en opiniemakers die daar kritische vragen bij stelt. Schuif maar aan, meneer de voorzitter/burgemeester, hier is een microfoon en een camera, wij gaan wel even een koffietje drinken, succes!

Domdommertijd.

Er was een paar weken geleden ook het ziekelijke een-tweetje tussen voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (vooralsnog N-VA) en het schandschrift tScheldt (onmiskenbaar Vlaams Belang), waarbij een vrouwelijke ambtenaar van Fedasil werd aangevallen. Doxing van de ergste soort. Schaamteloze intimidatie. Niet de eerste keer dat Francken op de man (m/v/x) speelt. Het gedrag van Theo Francken begint verdacht veel te lijken op dat van figuren zoals afgebeeld in die ene spotprent van hem in nazi-uniform, waar hij en zijn aanhangers zo boos over waren: kleineren, intimideren, proberen ‘kalt zu stellen’ door groepsdruk. Fraai is het niet. In een ander tijdsgewricht zouden deze praktijken fascistoïde zijn genoemd. Nu niet. Het passeert. We ondergaan. Tot ‘Samen een meerderheid’ realiteit is. Dan hebben we het ongetwijfeld niet geweten.

Domdommertijd.

Vlaamse provinciegouverneurs protesteerden luid tegen de aankondiging van de openbare omroep dat hij de regionale ochtendblokken op Radio 2 wilde afschaffen, terwijl de partijen die zij (tweemaal N-VA, tweemaal CD&V, éénmaal Open VLD) vertegenwoordigen een poos geleden in de Vlaamse regering hebben bedisseld dat de VRT het voortaan met minder moet doen. Het passeert allemaal maar, zonder dat de bedenking die ik in het tweede deel van de vorige zin heb gemaakt, voorgelegd wordt aan hen. En natuurlijk heeft de VRT ook boter op het hoofd, met die rijkelijke verloningen voor een handvol schermvedetten. Stuk voor stuk mannen, dat ook nog. Die grootverdieners staan eveneens in de weg van toekomstige regionale berichtgeving en zullen er binnenkort de oorzaak van zijn dat enkele honderden andere medewerkers richting uitgang worden begeleid. En alsof dat nog niet volstond, geeft de VRT in het programma FIRE: vroeg op pensioen een vrijgeleide aan zelfgenoegzame snoevers om te pleiten voor het nemen van financiële risico’s. Financial independence, retire early, weet u wel. “Ook controversiële thema’s verdienen een plaats in het programmaschema,” wierp de woordvoerster van de VRT als tegenargument op. Het is wachten tot Jeff Hoeyberghs en andere hersenloze patjepeeërs in een showprogramma op Eén zonder wederwoord mogen pleiten tegen de coronamaatregelen. Ik kan alvast een programmatitel uit de oude doos aanbevelen: De Steek-er-wat-van-op Show (met name: een coronabesmetting). Zonder Emiel Goelen weliswaar.

Domdommertijd.

Voor ik het vergeet: bijna ging er vorig weekend een festival met extreemrechtse groepen door op de vooravond van de (extreemrechtse) IJzerwake in Ieper. Frontnacht werd uiteindelijk verboden, in tweede zit zeg maar, omdat politici die niet wakker waren toen het festival in mei werd aangekondigd, nu opeens wel het geluid van een democratische wekker hadden gehoord. Ik heb het over u, Conner Rousseau. En nog een pak anderen die toch wel rijkelijk laat waren met hun protest. Konden ze dat niet even laten uitzoeken vier maanden geleden? Op het internet vind je in een paar kliks terug waar die bands echt voor staan.

Domdommertijd.

Tijd om stilaan af te ronden en nieuwe verontwaardigingen voor een volgende blogpost te beginnen verzamelen: de stad Antwerpen heeft een gedicht van Ruth Lasters, een van de vijf stadsdichters die begin dit jaar werden aangesteld, gecensureerd. “Het was niet besteld,” riep een of andere woordvoerder op het Schoon Verdiep, er is dus geen sprake van censuur. De schepen van Cultuur wierp op dat het gedicht te weinig verbindt en dat het te veel een politiek manifest is. Boodschappen beter op elkaar afstemmen, stel ik voor, dat vermijdt een ongeloofwaardige kakofonie van nepargumenten. Wie het gedicht leest, weet trouwens wel beter. Losgeld is onverbloemde kritiek op het onderwijsbeleid, dat — o toeval der toevalligheden — in handen is van een partijgenoot van de Antwerpse burgemeester. Cancelcultuur in de praktijk. En die komt, zoals het onverkwikkelijke verleden ons leert, in onze contreien vooral van rechts en niet van de ‘linkiewinkies’ en de ‘wokers’.

Domdommertijd.

Over cancelcultuur gesproken. Even onbegrijpelijk is dat de Duitse uitgeverij Ravensburger Verlag beslist heeft om geen Winnetou-boeken van Karl May meer uit te geven, na online protest over de ‘racistische stereotypen’ in die uitgaven. Prompt volgde Meulenhoff in Nederland, dat de verkoop van Mays boeken stopzet. Bij bol.com zijn de boeken ‘tijdelijk niet beschikbaar’. Het is heel lang geleden dat ik die boeken gelezen heb en uiteraard zullen er personages en taferelen in voorkomen die we nu als eerder karikaturaal zullen ervaren, maar wat ik mij van die goede oude Winnetous herinner, is dat ze het traditionele clichébeeld van de indiaan als onbetrouwbare en gevaarlijke wilde hebben bijgestuurd bij mij en heel wat leeftijdgenoten. Opgevoed met oude Amerikaanse westerns waarin de cowboy de goede was en de indiaan de slechte, de eerste op een wit paard, de tweede op een zwart, waren de boeken van Karl May een eyeopener, of noem het desnoods een ‘Mayopener’. Dat vind ik zoveel jaren later oneindig veel belangrijker en relevanter dan sommige stereotypen. Zet dan vooraan in het boek een korte inleidende tekst om de uitgave te verantwoorden. Ook hier past de noemer…

Domdommertijd.

Enfin, ’t is weer voorbij die mooie zomer. Waarin komkommertijd definitief heeft plaats geruimd voor domdommertijd.



Waarom ik mezelf links noem

Memories & mijmeringen, Politiek, Samenleving Posted on za, mei 28, 2022 11:12:53

Ik heb even moeten opzoeken waar de politiek-ideologische opdeling links-rechts vandaan komt. Alweer blijkt dit, zoals heel veel dingen, zijn oorsprong te hebben in die verdomde Franse Revolutie en moet je het heel letterlijk opvatten. In de Franse Staten-Generaal zaten de voorstanders van het behoud van de bestaande machtsverhoudingen — conservatieven, reactionairen, klerikalen, edellieden — rechts van de voorzitter, seculiere liberalen die de traditionele orde wilden doorbreken links. Zo eenvoudig is het soms. Links-rechts. Het had net zo goed omgekeerd kunnen zijn en dan stonden we daar met onze terminologie.

Ik had toen dus links gezeten, en nu nog altijd. Maar ‘links’ gaat voor mij veel verder dan de simpele progressief-conservatief breuklijn. Niet alles is even eenduidig. Ik wil dat de natuur zo integraal mogelijk beschermd wordt, op dat vlak ben ik dus conservatief. Ik wil dat de mens zoveel mogelijk zelfbeschikkingsrecht heeft, op dat vlak ben ik dan weer progressief.

De termen links en rechts zijn in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw een tijdje in onbruik geraakt. Ze werden onmiddellijk als verdacht beschouwd. Waarom dat precies gebeurd is, weet ik niet, het gebeurde gewoon. Opeens kreeg je te horen dat links-rechts een onzinnige splitsing van de geesten was. Iedereen is een beetje links en een beetje rechts, dat was de teneur. Met Reagan in het Witte Huis en Thatcher in Downing Street 10 was het trouwens niet zo moeilijk: iedereen met een beetje redelijkheid in zijn botten stond links van die twee hardvochtige regimes, ja toch?

Sinds een jaar of tien noem ik mezelf weer veel nadrukkelijker links. Niet extreemlinks, voor alle duidelijkheid en om te vermijden dat er goed menende mensen meteen medische hulp voor mij inroepen. Ook in de jaren 80 — mijn twenties — heb ik nooit gedweept met communisme en aanverwanten. Er was nochtans keuze zat in het kleine Vlaanderen: de KP (de stalinisten), de PVDA (ex-Amada, de maoïsten) en de SAP (later RAL, de trotskisten). En maar ruziemaken met elkaar, want natuurlijk vonden de militanten de onderlinge verschillen veel relevanter dan de kloof die er was met rechts(er)e partijen. Het leek wel een confrontatie tussen The People’s Front of Judea en de Judean People’s Front in Monty Python’s Life of Brian, maar dan in het echt en niet om te lachen.

***

Links-zijn heeft voor mij vooral te maken met maatschappelijke keuzes die je maakt. Dat brengt me in de eerste plaats toch weer bij die verduivelde Franse Revolutie.

Vrijheid. Iedere mens geniet een zo groot mogelijke mate van vrijheid, die eindigt waar de vrijheid van een ander begint (en die uiteraard ook ingeperkt wordt door de Grondwet en wetten en decreten van een land). Ga je voorbij die grens, dan ben je egoïstisch. Steken heel veel mensen die onzichtbare maar toch zeer aanwezige grens over, dan gaat het om collectief egoïsme, wat altijd ten koste van anderen gaat, meestal minderheden waarvan de meerderheid vindt dat die ondergeschikt zijn aan de macht van het getal. Zelfbeschikkingsrecht zou normaal moeten zijn. Dat wij, die zo vaak (en zo terecht) klagen en zeuren over onze politici, liberale wetten als de abortuswet, de euthanasiewet en het homohuwelijk kennen, is een zegen die we mogen koesteren. In andere landen bestaan die logische vrijheden niet, of worden ze acuut bedreigd. Dat kan ook hier gebeuren, met de foute lieden aan de macht. Niets is voor altijd verworven.

Gelijkheid. Iedere mens zou gelijke rechten moeten hebben. Klinkt logisch, gebeurt niet. Laten we het vooral blijven herhalen.

Broederlijkheid. Iedere mens moet zo goed mogelijk proberen overeen te komen met zijn medemensen en wordt geacht anderen te steunen en te helpen wanneer dat nodig is. In ruil hebben wij recht op andermans steun.

Gelijkwaardigheid. We zijn allemaal evenwaardig. Huidskleur, afkomst, religieuze voor- of afkeur, ideologische keuzes van de voorouders zouden daarbij geen rol mogen spelen. Onderscheid is goed, maar niet wanneer we dit als maatstaf voor achteruitstelling hanteren. Genderdiversiteit is een realiteit en verder geen argument om mensen kwalitatief te beoordelen. Deal with it!

Solidariteit. Wie het moeilijk heeft, verdient aandacht, mededogen en bijstand (waar dat nodig blijkt en zonder paternalistisch te worden). Als ex-kolonisator moet België niet alleen ontwikkelingshulp blijven bieden, het moet ook herstelbetalingen doen, gestolen kunst teruggeven en de ex-kolonies als volwaardige partners zien (niet als ondergeschikte naties).

Mededogen. Een vergeten deugd, zowaar. Iedereen moet mee, in óns tempo, volgens ónze waarden en normen (wat die verder ook mogen zijn), met als hoogst bereikbare doel ónze levensstandaard. Er wordt niet achterom gekeken. Wie niet volgt, valt af. De harde wet van een wereld waar economie boven ecologie en humanisme staat. Niet míjn wereld.

Sociale herverdeling. Op papier was in de communistische landen iedereen gelijk, in de praktijk was er een elite die zichzelf ruim bediende ten koste van de man (m/v/x) in de straat. Net als het kapitalisme is het communisme een verderfelijke ideologie gebleken, die heeft geleid tot uitwassen zoals onderdrukking, onverdraagzaamheid en maatschappelijke uitsluiting. Ik ben er heus geen voorstander van dat we allemaal evenveel moeten verdienen, er mag gerust een onderscheid zijn, liefst op basis van reële meritocratie. Maar dat mag niet betekenen dat een ceo 20 tot 100 keer meer verdient dan de laagste in rang in zijn bedrijf. Het is niet meer dan logisch dat mensen die hun centen vooral verdienen op een niet-productieve manier (aandeelhouders, bijvoorbeeld, of mensen die een flinke erfenis in de schoot geworpen kregen) meer afdragen aan de samenleving. Ook dat is solidariteit. Elke vorm van kapitaalvlucht is verschrikkelijk asociaal en daarom laakbaar, ook al past het zogezegd binnen de toegelaten achterpoortjesregels. Er is een verschil tussen belastingoptimalisering en belastingontduiking.

Eerlijk werk voor een eerlijk loon. Ik erger me bij elke autorit aan die bumperklevende bestelwagens die zich haastig naar een volgende klant begeven, maar ik bedenk meteen na mijn onderdrukte vloek dat die chauffeurs zich ook maar aanpassen aan hun onmenselijke werkritme. Niet alleen moeten we consuminderen — een hatelijk modewoord dat ik hier toch maar even hanteer —, we moeten bij ons consumeergedrag ook rekening houden met de manier waarop iets tot bij ons geraakt. We zijn zodanig gewend en verwend geraakt door het verderfelijke just in time-principe, dat we niet eens beseffen dat er in de keten tussen grondstof en afgewerkt en afgeleverd product mensen worden uitgebuit, bij ons en in ver afgelegen landen. Bewust consumeren is een must.

Migratie is de natuurlijke gang van zaken. De mens is van nature migrant. Anders zouden we nu allemaal Marokkanen zijn, want de eerste moderne mens, die driehonderdduizend jaar geleden leefde, werd daar in een grot teruggevonden. Eind negentiende, begin twintigste eeuw verhuisden talloze verpauperde Vlamingen naar Wallonië — waar toen, in tegenstelling tot het achtergestelde Vlaanderen, wel nog werk was — of naar andere continenten. Dat was hun plicht tegenover hun gezinsleden en latere nakomelingen. Wat die Vlamingen destijds deden, doen oorlogs- en economische vluchtelingen vandaag: hun vaderland verlaten en veiliger (of leefbaarder) oorden opzoeken. Migratie is normaal. Misschien best wel met goede afspraken, want het moet beheersbaar blijven. Maar een gebrek aan goede afspraken mag geen excuus zijn om mensen in nood niet meer op te vangen. Dat is onze plicht, als medemensen. Wie dan roept dat hij zich in een gemeente waar veel ‘nieuwe Belgen’ wonen, niet thuis voelt, sluit zich de facto aan bij de ‘Eigen volk eerst’-club.

De aarde moet nog een tijdje mee. Heel vreemd dat natuurbescherming in rechtse kringen onbelangrijk wordt geacht. Klimaatverandering wordt ofwel ontkend, ofwel zwaar gerelativeerd, ofwel straal genegeerd. ‘No time to waste’ gaat als slogan al bijna veertig jaar mee. Vergeefs, wat de grote massa betreft. Laat ons een bloem van Louis Neefs en het eerste verslag van de Club van Rome zijn zelfs al vijftig jaar oud. Ecorealisten zijn in werkelijkheid geen haar beter dan lieden die de opwarming van de aarde ontkennen, want het eindresultaat met hen aan de macht zal hetzelfde zijn: milieurampen, milieuvluchtelingen, milieuoorlogen. En een wereld die steeds onleefbaarder wordt. Ecologie is belangrijker dan economie. Dat laatste is enkel een hulpmiddel om de kapitaalstromen te regelen (economen staan op hun achterste poten bij het lezen van de vorige zin, dus herhaal ik hem nog even voor de duidelijkheid en met uitroepteken: ‘Ecologie is belangrijker dan economie!’).

Internationalisme staat boven nationalisme. Het gaat om de macrokosmos, niet de microkosmos. ‘Eigen volk eerst’ is een (extreem)rechtse anomalie, het is een vorm van extreem egoïsme. Vlaanderen is een kunstmatige constructie — net zoals Wallonië dat is — en is bovendien, in mijn ogen, ondergeschikt aan het grotere Europa, hoe moeilijk die samenwerking in de praktijk ook verloopt. De Europese Unie zou ook een politieke en militaire unie moeten worden, niet alleen een economisch gedrocht. Maar dan moeten de onwillige landen er wel uit, anders raak je geen stap vooruit.

***

Dus ja, ik ben uitgesproken links en ik spreek dat met plezier ook uit. Door dat consequent toe te passen (of dat alleszins toch te pogen), maak ik het mezelf niet makkelijk, want waar kan een linkse jongen nog terecht binnen de huidige politieke constellatie wanneer je je noch met een van de extremen, noch met het centrum wil vereenzelvigen?

Dat werkpuntje zal mij niet beletten mijn linkse idealen consequent uit te dragen.



« VorigeVolgende »