Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Interstellar (Christopher Nolan)

Film Posted on wo, november 12, 2014 12:11:40

De must
see
van het filmnajaar en far beyond,
zo werd Interstellar, de jongste worp
van regisseur Christopher Nolan, één van de weinigen die cultstatus aan
populariteit in de box office weet te
koppelen, ons in de strot geramd. In tegenstelling tot ganzen ben ik verdomd
slecht in het protestloos slikken van wat mij gevoederd wordt, maar anderzijds
vond ik de vorige films die ik zag van die Nolan (het geweldig intrigerende Memento, het niet minder fascinerende Insomnia, de donkere Batman-trilogie Batman Begins, The Dark Knight en The Dark
Knight Rises
, en de briljante science fiction-thriller Inception) zelden minder dan fantastisch. Nolan, amper 44, is een
ouderwetse filmmaker, die nog échte ouderwetse cinemaproducten aflevert:
groots, af en toe wat pompeus, altijd prachtige kijkervaringen, enkel te
genieten op een groot scherm.

Interstellar, dus. Ik ga u niet vervelen met het tot op het bot uitrafelen van het
scenario, a) omdat ik u de pret van een bioscoopbezoek niet wil ontzeggen, en b)
omdat dat scenario al bij al heel dunnetjes is. De plot: in een niet nader
gespecifieerde toekomst wordt het leven op aarde door onze verwoestende
levensstijl uit het verleden met de ondergang bedreigd. Het Amerikaanse
ruimteagentschap NASA bestaat niet meer, maar een stel onderzoekers is in het
diepste geheim wel blijven zoeken naar een oplossing voor onze gigantische
aardse problemen. Ze ontdekken een mysterieus wormgat in ons zonnestelsel en
zien dat als de enige kans om onze planeet te redden. Als bij toeval (of heb ik
even niet goed opgelet?) vindt een gewezen astronaut hun schuilplaats. Hij zal
zijn twee kinderen en zijn schoonvader achterlaten om met drie andere
astronauten op expeditie te gaan, op zoek naar tien andere wetenschappers die
ooit de ruimte in werden gestuurd.

Critici over de hele wereld juichen om zoveel
filmbravoure, Nolan is dan ook de chou
chou
van de recensenten. Slechts hier en daar valt een kritische noot te
noteren. Eentje is naast uitermate negatief ook bijzonder grappig. Op dailydot.com
worden zeven redenen gegeven om Interstellar
diep te haten. De eerste is nog lachwekkend (“Hans Zimmer is a monster who
needs to be stopped”): je houdt van de filmmuziek van Zimmer of je doet
dat niet, maar dat is even bijzaak. De zes andere redenen zijn wel een
onderzoekje waard. Ik som ze even voor u op: de dialogen zijn belachelijk,
Nolan weet niet hoe hij volwassen vrouwenrollen moet neerzetten, elk personage
is hol, dat hele gedoe met de NASA-restanten is ongeloofwaardig, de namen van
de personages zijn ridicuul en – als slotakkoord – “It might be the first
movie in history whose plot hole is an actual hole”.

Knap geschreven, flink overdreven. Zowel deze
negatieve kritiek, als de grenzeloos positieve recensies die daaraan
voorafgingen trouwens. Ik heb me ook geërgerd aan de afwisselend flauwe, kleffe
en dan plots weer overdreven pseudodiepzinnige gesprekken, het vrouwelijke
hoofdpersonage lijkt inderdaad niet veel meer dan een karikatuur (“Snel,
er moet ook een vrouw in en een liefdeshistorie!”) en de hele
NASA-achtergrond is compleet van de pot gerukt. Interstellar is ongeloofwaardig, punt.

Máár: ondanks het zwakke scenario en de
summier uitgetekende personages is het ook een intense kijkervaring.
Overweldigend, met zijn ongelofelijk stille passages die tegenover zeer
luidruchtige confrontaties met zwarte- en wormgaten staan. Prachtige beelden
volgen elkaar in razend tempo op, maar de regisseur durft ook stil te staan bij
wat je nog het best kunt omschrijven als bewegende foto’s. Hij dwingt je te
kijken en, ja, toch wel, te genieten.

Ga dus vooral naar een bioscoop met een
reuzenscherm: zet uw blik op oneindig en uw verstand op nul, en geniet. Vergeet
de hype die gecreëerd werd. Interstellar staat
op zich, je moet niet nodeloos gaan vergelijken met de Star Wars-saga, Close
Encounters of the Third Kind
of, godbetert, het onovertroffen 2001: A Space Odyssey. Het humanisme uit
die laatste film vind je niet terug in Interstellar,
hooguit geeft Nolan de mensheid een tik op de vingers omdat ze de planeet in
een recordtempo naar de kloten heeft geholpen. Beetje belerend, zoals wel vaker
gebeurt in Amerikaanse cinema.

2001: A
Space Odyssey
blijft voor mij dé ultieme fictieve kijk op ons
verleden en onze toekomst. Niet vergeten dat Stanley Kubrick zijn meesterwerk
draaide in 1968. Zesenveertig jaar geleden kon hij niet de hedendaagse moderne
filmtechnieken gebruiken en toch komt die film geen seconde gedateerd en
ouderwets over. (Wie zich wil verdiepen in Kubricks œuvre moet maar eens een
beduimeld exemplaar van Ivo Nelissens De
hoop van een pessimist
proberen op te diepen, een briljante hommage aan
Kubrick uit 1981, geschreven door de wellicht beste filmcriticus die Vlaanderen
ooit heeft gekend.)

Interstellar
verhoudt zich tot 2001:
A Space Odyssey
zoals de Jupiler Pro League zich verhoudt tot de Champions
League. Ja: ’t is ook voetbal, de tribunes zitten soms vol, er wordt gejuicht
om een goal, gefoeterd om een gemiste kans, geschreeuwd om een rode kaart na
een vervaarlijke tackle van een tegenstander, en af en toe ook heel aardig
gevoetbald. Spannend, meeslepend en entertainend, bij momenten. Maar het niveau
blijft wezenlijk zeer verschillend. Het is een andere wereld.

Doe dus geen vergelijkend onderzoek, de kans
dat Interstellar overeind blijft is
heel klein. Geniet van de filmische pracht, een alweer uitmuntende Matthew
McConaughey, de variatie tussen stille en lawaaierige fragmenten, en laat je
twee uur en negenveertig minuten onderdompelen in veel science en nog veel meer fiction.



De cirkel is rond

Film Posted on wo, februari 12, 2014 11:42:40

Eén minuut, aka 60 seconden, da’s echt niet lang, hoor. Ik
mocht het vanochtend vaststellen toen ik in Hautekiet
op Radio 1 mijn mening ventileerde over de, in mijn ogen, overdreven hype rond
de Belgische film The Broken Circle
Breakdown
. Voor wie de voorbije weken op Mars vertoefde: die is genomineerd
voor een Oscar als Beste Buitenlandse Film.

Soms is een mens impulsief, dus reageerde ik maandag op een
tweet van de immer gevatte @peet_vader die vond dat dat hele Broken Circle-gedoe hem de strot
uitkwam. Ik antwoordde: ‘Het wordt inderdaad tijd dat de cirkel rond is.’ En
kijk, zo beland je dan in een fijn radioprogramma. Gelukkig contacteerde de
redactrice mij een dag vooraf, zodat ik – o schaamte – toch nog snel de film
kon bekijken. Iets wat me niet gelukt was bij de eerste en tweede release in de zalen.

Natuurlijk is dat anders thuis op de bank dan in de
bioscoop, al was het maar omdat er te veel afleiding is in de huiskamer en
zelfs een behoorlijk groot tv-scherm niet opgewassen is tegen de impact van zo’n
bioscoopscherm, of omdat je in een cinemazaal in perfect duistere
omstandigheden zit, maar ik was hoegenaamd niet zwaar onder de indruk. Aardige film, met
hele mooie, diep ontroerende momenten, dat wel, maar als Johan Heldenbergh voor
de duusdste keer met een zwaar Gents
accent ‘Mah, meiske’ tegen Elise/Alabama/Veerle Baetens zegt, werkte dat bij mij
eerder op de lachspieren, dan dat het emotie veroorzaakte.

Naar het schijnt heb je tegenwoordig zo’n hype nodig om een
kans te maken in de Oscarrace. Amerikanen houden van hypes. Ginds is dat
normaal. Wij zijn veel nuchterder. Als iemand te hoog en te lang boven het
maaiveld uitkomt, gaan we hakken. Dan gebruiken we lieve woordjes als
‘aandachtshoer’. Dan worden we misschien wel een beetje jaloers. Dan verwijzen
we gretig naar de gevleugelde woorden van een Brusselse politicus/saucissenmaker van weleer: ‘Trop is te
veel!’.

Een paar jaar geleden was er al veel aandacht voor de
Oscarnominatie van Rundskop, maar
toch niet in dezelfde mate als nu. Toen eenentwintig jaar geleden Daens een nominatie in de wacht sleepte,
liepen er hooguit een drietal verloren gelopen reporters in het zog van de
filmploeg, maar Stijn Coninx en Jan Decleir werden niet tot in het oneindige
opgevoerd. Kon ook niet, er waren nog geen nieuwssites of sociale media,
columns waren een zeldzaamheid, net als talkshows op televisie. De aandacht
bleef beperkt tot een verslagje in het tv-journaal, een interview op de radio
en een portret in die ene krant die voldoende budget had om een verslaggever
mee naar Hollywood te sturen.

Vandaag heeft elk blokje van de tandbeugel van Veerle
Baetens een eigen column in een krant of weekblad. Elk haar van de imposante
baard van Johan Heldenbergh is al uitgenodigd in één of andere talkshow. En we
zijn nog altijd ruim tweeëneenhalve week vóór de Oscarnacht. Het ‘hoogtepunt’
moet dus nog komen, de hype zal alleen maar versterkt worden.

Dat neemt niet weg dat ik vierkant achter de cirkel sta om
straks dat gouden beeldje mee naar België te nemen. Zo chauvinistisch ben ik
dan ook weer wel. Maar alleen op 2 maart, nu nog even niet. Anders riskeer ik
een breakdown.



The Great Gatsby (Baz Luhrmann)

Film Posted on vr, juni 07, 2013 13:37:21

Laat me van wal steken met een bekentenis: ik hou niet van The Great Gatsby, het boek. Ik weet het,
als intellectueel word je geacht met F. Scott Fitzgerald te dwepen, maar ik
vind dat hele boek stinkvervelend: er gebeurt lange tijd niets (ja, in boekvorm
zijn die decadente feesten het equivalent van ‘niets’ voor mij!), behalve op
het einde, en dan kan je weer niet volgen van de plotse opeenvolging van
dramatische gebeurtenissen. Deze Great
American Novel
uit 1926, over het Amerika van de roaring twenties en de drooglegging, werd overigens pas een succes
na de dood van zijn schrijver in 1941.

Vier bioscoopfilms en één tv-film lieten zich inspireren
door de roman. Reeds in 1926, het jaar van de publicatie van het boek, was er
een film van Herbert Brenon, gevolgd door die van 1949 (regisseur: Elliott
Nugent) met Alan Ladd en Betty Field in de hoofdrollen. Veel bekender werd de
verfilming uit 1974 van Jack Clayton, naar een scenario van Francis Ford
Coppola, waarin Robert Redford en Mia Farrow de rollen van Jay Gatsby en Daisy
Buchanan vertolken. In 2000 was er ook nog een tv-film. Alle vier bleven ze
nauwgezet en trouw het boek volgen.

Maar nu is er dus The
Great Gatsby
anno 2013, geregisseerd door Baz Luhrmann, en je kon er vooraf
al donder op zeggen dat de eigenzinnige Australiër niet braafjes het
platgetreden pad zou bewandelen. En om er zeker van te zijn dat niemand hem zou
tegenhouden was hij meteen ook maar co-producer en co-scenarioschrijver. Luhrmann heeft een verleden in het theater en als regisseur van
videoclips en dat merk je aan al zijn langspeelfilms: die zijn onveranderlijk
theatraal, vaak over the top, visueel
indrukwekkend, maar het verhaal is ondergeschikt aan de beeldenpracht.

Luhrmann neemt zijn tijd. In iets meer dan twintig jaar tijd
is dit nog maar zijn vijfde film, na Strictly
Ballroom
(1992), Romeo + Juliet
(1996), Moulin Rouge! (2001) en Australia (2008). Zijn fetisjacteurs
zijn Nicole Kidman (te zien in Moulin
Rouge!
en Australia) en Leonardo
DiCaprio (Romeo + Juliet en The Great Gatsby), en de bedoeling is
dat die ooit – als het er van komt! – samen te zien zijn in een
biografische film over Alexander de Grote, één van die Hollywood-projecten die
blijven hangen in de ontwerpfase en daardoor mythische proporties aannemen lang
voor ze (eventueel) worden gerealiseerd. Bij wijze van vingeroefeningen
regisseerde Luhrmann tussendoor ook nog de videoclip van Love is in the Air van John Paul Young, de veelbesproken (en duur
betaalde) Chanel No. 5-reclamespot met Nicole Kidman en de in zijn geboortestad
Sydney opgevoerde opera La Bohème. In
1999 scoorde hij zelfs een wereldhit met de single Everybody’s Free (To Wear Sunscreen). Een veelzijdig man, zoveel is
duidelijk.

Luhrmann houdt van in een bepaald tijdperk gewortelde
verhalen, maar vertikt het vervolgens om er epoquefilms van te maken.
Integendeel, hij propt ze vol met anachronistische onderdelen, die de kijker de
hele tijd op het verkeerde been zetten. Shakespeare zou de setting van Romeo + Juliet
niet begrepen hebben, net zomin als dat Toulouse-Lautrec zich zou hebben thuis gevoeld
in de moderne interpretatie van Moulin
Rouge!
. Ook Scott Fitzgerald zou zijn eigen pennevrucht niet meer
herkennen, want de spectaculaire dansfragmenten worden auditief ondersteund
door moderne jazz, hiphop en hedendaagse evergreens. Veel van Jay-Z op de
soundtrack en dat zal wel geen toeval zijn want diens alter ego Shawn Carter
produceerde de film mee. Het kleurenpalet gaat van exuberant en veelkleurig tot
grijs en grauw. Ja, die Luhrmann weet altijd weer de toon te zetten.

Het basisverhaal blijft ongewijzigd ten opzichte van het
boek: de would be-schrijver Nick
Carraway (vertolkt door Tobey Maguire), ten prooi aan alcoholisme en
depressieve buien, vertelt met veel warmte en toewijding over de korte periode
dat hij mocht kennismaken met zijn rijke buurman, Jay Gatsby (Leonardo
DiCaprio). De charismatische Gatsby lijkt een joviale wilde weldoener, maar hij
heeft een donker kantje. Zijn ouders waren niet rijk, zoals hij steeds beweert,
want hij heeft zijn identiteit opgebouwd met leugens en halve waarheden, en
zijn rijkdom is een gevolg van zijn samenwerking met de grootste gangster van
New York. De massaal bijgewoonde parties in zijn gigantische kasteel moeten
Gatsby’s gemis camoufleren. Hij wil zijn grote liefde Daisy Buchanan (Carey
Mulligan) heroveren, maar die is inmiddels getrouwd met de rijke bullebak en
vrouwenloper Tom Buchanan (Joel Edgerton) en woont aan de overkant van de baai. Nick is de neef van Daisy en moet haar naar Gatsby lokken. De rest moet
u zelf maar ontdekken.

DiCaprio zet een onderkoelde Gatsby neer: een personage dat
zowel warmbloedig als hardvochtig is, charmant en meedogenloos. Een rol die hem
op het lijf geschreven is, DiCaprio houdt nu eenmaal van personages waar een
hoek af is. Op zijn 38ste begint hij ook steeds meer fysieke gelijkenissen te
vertonen met Marlon Brando in diens gloriejaren van On the Waterfront, A
Streetcar Named Desire
en The Wild
One
. Achter de façade, de eeuwige babyface
waar jonge vrouwen zo dol op blijken te zijn, schuilt een briljant en
veelzijdig acteur, één van de besten van zijn generatie.

Is The Great Gatsby
ook een goeie film? Helaas, neen. En dat heeft niets met de cinematografische
capaciteiten van Baz Luhrmann te maken of met de acteerprestaties, maar alles
met het oorspronkelijke verhaal, dat in mijn ogen voor altijd oppervlakkig en
overdreven sentimenteel zal blijven. Je kan er dan wel een modernistische saus
overheen gieten, dit blijft een drama met leeghoofdige personages, die in geen
enkel opzicht sympathie opwekken. Eén langgerekte videoclip, waarin Baz
Luhrmann zich weer flink heeft laten gaan, en waar je met afwisselend be- en
verwondering naar zit te kijken, maar waarvan je tijdens de sobere eindgeneriek
beseft dat de visuele pracht en praal de inhoudelijke anorexia moet
compenseren.



Zero Dark Thirty (Kathryn Bigelow)

Film Posted on di, februari 19, 2013 09:03:01

Zero Dark Thirty
begint met een fel gecontesteerd openingskwartier, waarin de folterpraktijken
van Al Qaeda-verdachten door de CIA wel bijzonder realistisch in beeld worden
gebracht. U wou altijd al weten hoe dat waterboarding nu precies in zijn werk
gaat? Het wordt hier met akelige precisie en in ijzingwekkende close-ups in
beeld gebracht. De gevangene wordt verder ook nog, kruipend als een hond,
rondgeleid aan een halsketting of gedurende een etmaal in een kleine houten
kist opgesloten.

De tegenstanders van zoveel realisme waren niet van de
minsten. Amnesty International, Naomi Wolf, Martin Sheen en verschillende
Amerikaanse senatoren reageerden heftig tegen de scènes. Hun weerzin varieerde
van ‘ongepast’ over ‘nodeloos gewelddadig’ en ‘geweld verheerlijkend’ tot ‘fascistoïde’.
Eén van de bezwaren was dat deze weerzinwekkende passages folteren toejuichen
als één van de onmisbare middelen om terroristen op te sporen.

Het begin van Zero
Dark Thirty
schokkend noemen is inderdaad een understatement van jewelste. Je wordt
als toeschouwer direct met je neus op de feiten gedrukt. Da’s allesbehalve
prettig, maar moet je – om de kijker zoveel ellende te besparen – dan het
martelen verbloemen of achterwege laten? Dat zou pas geschiedenisvervalsing geweest
zijn!

Centraal in deze openingssequentie staan CIA-medewerkers Dan
(gespeeld door Jason Clarke) en Maya (een uitstekende Jessica Chastain). Hij:
een geharde ondervrager die de onmenselijke methodes niet schuwt. Zij: een
jonge vrouw die voordien alleen maar bureauwerk had gedaan en die nu wordt
geconfronteerd met het stuitende leven achter de frontlinie. Daarna volgen we
Maya’s fanatieke zoektocht naar de spin in het terroristenweb: Al Qaeda-leider
Osama Bin Laden. Ze klampt zich vast aan strohalmen, houdt bureaucratische
gevechten met haar oversten, neemt persoonlijke risico’s en offert haar
privé-leven op in functie van die ene queeste.

Het einde van de film mogen we u gerust verklappen, het is
immers waargebeurd: op 1 mei 2011, om 12u30 ’s nachts (vandaar de titel: ‘zero
dark thirty’ slaat op de militaire term voor dit tijdstip) wordt Bin Laden na
een klopjacht die uiteindelijk meer dan een decennium in beslag heeft genomen
genadeloos neergeknald.

Meer dan tweeëneenhalf uur lang word je aan je bioscoopstoel
gekluisterd door Zero Dark Thirty,
een film die als een ‘rollercoaster’ op je af dendert. Als ik al een bezwaar
heb tegen dit soort cinema, dan is het dat je een eenzijdige kijk krijgt vanuit
Amerikaans oogpunt. Omdat dit een zeer methodische reconstructie is van de
zoektocht naar Bin Laden, mag je dit ongetwijfeld embedded filmmaking noemen. Maar – en dan komt die openingsscène
mooi van pas – door te tonen dat de Amerikanen het zelf niet al te nauw namen tijdens
ondervragingen van verdachten, weet je dat dit geen eenzijdige propagandafilm
is, waarin de ‘goeden’ domweg tegenover de ‘slechten’ staan. Aan het eind zie
je geen triomfantelijke Maya die begint te juichen wanneer ze de man met de
baard in de body bag herkent. Haar
reactie is integendeel ingetogen en sereen.

Bovendien: als Bigelow de intentie had om een pro-CIA-film te maken, dan had ze wel gekozen voor een fictief onderwerp, waarbij ze niet had moeten tonen hoe lang en onhandig de speurtocht was, hoeveel red tape er aan te pas kwam (“red tape” is de Amerikaanse term voor overdreven bureaucratie) en hoe correct de Amerikaanse inlichtingendienst de internationale conventies toepaste. Dat doet ze nadrukkelijk niet. Ze toont haarfijn dat de CIA (en de Amerikaanse regering) zeer onhandig zijn omgesprongen met de hun beschikbare middelen om Bin Laden op te sporen en dat ze zelf het geweld niet schuwden. Mijn persoonlijke aversie voor de CIA is er in elk geval niet kleiner op geworden.

Regisseuse Kathryn Bigelow maakt haar reputatie als excellente
actiefilmster weer meer dan waar. De 61-jarige ex van James Cameron won er in
2009 al een Oscar voor Beste Film mee voor The
Hurt Locker
. Ze zal ook nu niet ver af zijn wanneer volgende zondag de Oscars voor 2012
worden uitgereikt in Hollywood.

Minder prettig vergaat het tegenwoordig de man die Osama Bin
Laden doodschoot, zo vernamen we een dag of tien geleden. Hij verliet het
leger en omdat hij dat deed voor hij aan twintig jaar dienst zat, heeft hij
geen recht op een pensioen. Zo zou het wel eens kunnen dat de held van 1 mei
2011 straks een bestaan als dakloze moet lijden. Dat is dan de keerzijde van de
American Dream en misschien wel een volgend onderwerp voor een Hollywoodfilm.



Django Unchained (Quentin Tarantino)

Film Posted on ma, februari 04, 2013 11:41:30

Django Unchained,
de nieuwste filmworp van Quentin Tarantino, is losjes gebaseerd op de
spaghettiwestern Django van Sergio
Corbucci (uit 1966), die op zijn beurt de wasabimosterd haalde bij Akira
Kurosawa’s Yojimbo (uit 1961). Zijn
de hoofdpersonages bij Kurosawa en Corbucci respectievelijk een Japanner en een
Mexicaan, dan is dat in Django Unchained
een zwarte slaaf en verplaatst Tarantino de actie naar de Verenigde Staten van
net voor de Burgeroorlog. 1858 om precies te zijn.

De verhaallijn is flinterdun, zoals gebruikelijk bij
Tarantino, een man die zich ondanks talloze commerciële successen nog altijd
cultregisseur mag noemen. Een Duitse tandarts/premiejager, Dr. King Schultz
(gespeeld door Christoph Waltz), plukt met het nodige tongue-in-cheek gebrachte geweld de slaaf Django (Jamie Foxx) weg uit
een rij lotgenoten. Hij noemt hem Django Freeman en maakt een afspraak met hem:
als Django hem helpt om een aantal boeven op te sporen en te doden, dan zal de
goede dokter hem helpen om zijn vrouw terug te vinden en te ontvoeren. En dan
is Django ook meteen een vrij man.

Overtreffende trap
van overdrijving

Dat de verhaallijn flinterdun is, is overigens geen verwijt.
Tarantino, die het scenario zelf heeft geschreven, “misbruikt” het
magere gegeven om er weer een magistrale film van te maken, zoals hij dat
alleen kan. Niemand durft zo ver over the
top
te gaan als Quentin Tarantino, dat maakt hem zo uniek. Van
ongeloofwaardigheid maakt hij zijn handelsmerk. Als je naar een film van
Tarantino gaat, dan weet je dat je voor een paar uur je realiteitszin mag
opbergen. Zit neer, dompel je onder in een macabere wereld en geniet.

Het expliciete en schokkende geweld uit de originele Django wordt bij Tarantino een heuse komische
opera. Het bloed spat weer lekker omhoog tot tegen het plafond, in
gevechtsscènes die grotesk en exuberant zijn. Maar net zo goed neemt hij je bij
je nekvel met lange en uitermate spitsvondige dialogen. De eloquentie en
elegantie van gangsters is nergens zo groot als in films als Reservoir Dogs, Pulp Fiction, Jackie Brown,
Kill Bill vol. 1 en 2 of Inglourious Basterds.

Tegelijkertijd is hun drang naar ultraviolence (*) veel en véél groter dan bij criminelen die
we kennen uit andere boeken, tv-series en films. Overdrijving is de
belangrijkste stijlfiguur bij hem. Als je dat tot in de overtreffende trap
doortrekt, maal je niet meer om futiele dingen als geloofwaardigheid.

(*) Om maar even Alex te citeren, het hoofdpersonage uit A Clockwork Orange, de Kubrickfilm die van Tarantino had kunnen zijn.

Briljante acteurs

De Oostenrijkse acteur Christoph Waltz, ook al schitterend
als SS-Standartenführer (zeg maar: jodenjager) Hans Landa in Inglourious Basterds, steelt opnieuw de
show. Opnieuw zet hij een pervers personage neer als een man met cultuur, die
tussen het doden voor de kost door intelligente conversaties voert en zich ook
nog eens uit als een overtuigde anti-racist.

Ook Jamie Foxx is schitterend. Zijn Django is eerst
schuchter, maar ontpopt zich gaandeweg als een welbespraakte, zelfbewuste en
zelfs arrogante afro-Amerikaan avant-la-lettre. Dit is een man met een missie:
zijn vrouw bevrijden van de slavernij en de seksuele mishandeling. Niets zal
hem daarbij stuiten.

Leonardo DiCaprio is eveneens uitmuntend, in zijn rol als
plantage-eigenaar Candie (zijn eigendom heet Candyland…). Een slechterik om
van te houden. Een slavendrijver om te knuffelen. Een racist om te koesteren.
Hij weet perfect het middelpunt te vinden tussen onderkoeld en passioneel. En
natuurlijk is dit overacting – net
zoals Waltz en Foxx en vele anderen doen – maar dan wel één van het soort waar
je wel moet van houden.

En dan is er nog Samuel L. Jackson, als de stokoude zwarte
bediende Stephen, die zich uit opportunisme en lijfbehoud zodanig heeft
vereenzelvigd met zijn blanke meester, dat hij zelf zwarten is beginnen opjutten.
Stephen is het schoolvoorbeeld van iemand met een goede inborst die zich heeft
laten ver- en misleiden door het Kwade.

Kleinere rollen zijn er voor grote namen van weleer als Don
Johnson, Bruce Dern en Franco Nero (de originele hoofdrolspeler van de
Italiaanse Django). Ook de regisseur
zelf speelt een cameorolletje.

Anachronistische
muziek

Ten tijde van zijn allereerste langspeelfilm, Reservoir Dogs uit 1992, wilde Quentin
Tarantino een soundtrack creëren met bekende nummers. Dat was toen echter
onhaalbaar, wegens de dure rechten. Hij was verplicht om goedkopere, minder
gekende songs te gebruiken, waardoor vergeten artiesten als George Baker
Selection (Little Green Bag), Blue
Swede (Hooked on a Feeling) en Joe
Tex (I Gotcha) plots de royalties
zagen binnenstromen.

Sindsdien gebruikt de cineast altijd minder bekende muziek –
al was het maar om de muziekindustrie een neus te zetten -, muziek die hij als
kleine jongen leerde ontdekken via de radio of de soundtracks van B-films.
Niet zelden blaxploitation movies
(films met een, doorgaans geweldddadige, zwarte in de hoofdrol).

In Django Unchained
wijkt hij niet af van die gewoonte, ook al speelt de film zich dus halfweg de
negentiende eeuw af en is het gebruik van songs van Rocky Roberts, Jim Croce,
Johnny Cash en John Legend ronduit anachronistisch. En hij komt er wéér mee
weg, omdat je nu eenmaal niet verwacht dat alles zal kloppen. Historische
juistheid is het punt niet, integendeel, dat zit in de weg van de artistieke
vrijheid om de kijker constant op het verkeerde been te zetten.

Straks viert Tarantino zijn vijftigste verjaardag. Laten we
hopen dat het kind in hem nooit verdwijnt en dat hij, Bob Dylan-gewijs, forever young mag blijven en pure cinema
maken. Een kleine drie uur Quentin Tarantino is weer goed om een paar dagen
goedgeluimd van rond te lopen.

‘Who’s that nigga’?’ zeggen drie zwarte slaven in een kooi
op het eind van de film. Django! Maar eigenlijk ook: Quentin! Gaat dat zien,
gaat dat zien!!!



Lincoln (Steven Spielberg)

Film Posted on za, januari 26, 2013 13:33:35

And the Oscar for best
actor goes to… Daniel Day-Lewis
.

Laat daar geen twijfel over bestaan. Lincoln is de eerste voor een Oscar genomineerde film die ik zie dit jaar,
maar wat Day-Lewis hier klaarmaakt is méér dan acteren. Daniel Day-Lewis ís
Abraham Lincoln.

Excuus dat ik meteen met de deur in huis viel, maar het kan
niet anders. Lincoln is een
acteursfilm, een prent die valt of staat met de prestatie van de acteur die de
hoofdrol speelt. En in dit geval mag je gerust stellen dat de film ‘staat’. Als
een (wit) huis, met opnieuw verontschuldigingen, dit keer voor de flauwe
woordspeling.

Strijd tegen
slavernij

Abraham Lincoln (1809-1865) was een boerenzoon die niet
voorbestemd leek voor een groots leven. Hij deed een aantal onbeduidende
klussen (postbode, winkelbediende), terwijl hij rechten studeerde. Daardoor kon
hij naam maken als advocaat en zo in de politieke wereld rollen. De man uit
Hodgenville, Kentucky, die al vrij jong met zijn ouders verhuisde naar de staat Indiana en zich
daarna zelfstandig vestigde in New Salem, Illinois, werd in 1846 als republikein verkozen
in het Huis van Afgevaardigden (de Amerikaanse Kamer van
Volksvertegenwoordigers) en in 1860 werd hij de zestiende president van de
Verenigde Staten.

De rijzige Lincoln ontpopte zich als een verwoed
tegenstander van de slavernij. In het racistische zuiden werd hij als een
gevaarlijk heerschap gezien. Vreemd genoeg waren het de democraten die toen de
slavernij wilden behouden en de republikeinen die ertegen gekant waren. Vandaag
zijn de verhoudingen net omgekeerd: republikeinen zijn conservatief en vaak
zelfs reactionair, bij de democraten vinden we de ‘liberals’, die op sociaal en
ethisch vlak progressiever denken. De onverzoenlijke tegenstellingen tussen
beide kampen leidden in 1861 tot het afscheiden van de zuidelijke staten van de
rest van de USA en tot een bloederige Amerikaanse Burgeroorlog die vier jaar zou
duren.

Eind 1864 werd Abraham Lincoln verkozen voor een tweede
ambtstermijn. Begin 1865 realiseerde hij één van zijn voornaamste politieke
agendapunten: het afschaffen van de slavernij. Drie maanden later, op 9 april
1865, gaven de zuidelijke staten zich over en werd Amerika terug verenigd. Maar
de president kon niet lang genieten van deze persoonlijke triomf: vijf dagen
later werd hij in het Ford’s Theatre in Washington vermoord door ene John
Wilkes Booth.

Voorbeeld voor Obama

Privé verliep het leven van Lincoln eveneens allesbehalve
rimpelloos. Twee van zijn vier kinderen, allemaal jongens, overleden op zeer
jonge leeftijd aan de gevolgen van tuberculose en buiktyfus. Een derde zou
enkele jaren na Lincolns dood op zijn achttiende sterven, ook al ten gevolge
van TBC. Zijn vrouw Mary balanceerde de hele tijd op de rand van de
krankzinnigheid.

Als staatsman wordt Lincoln gezien als één van de
allergrootsten uit de Amerikaanse geschiedenis. Barack Obama beschouwt hem als
een lichtend voorbeeld. Niet verwonderlijk, want Lincoln was eveneens een
bevlogen spreker. Op het Mount Rushmore National Memorial in Keystone, South
Dakota, is Lincoln één van de vier presidenten wiens hoofd in een berg werd
uitgehouwen. De anderen zijn George Washington (eerste president, in 1776 winnaar
van de Onafhankelijkheidsoorlog), Thomas Jefferson (derde president, één van de
founding fathers en grondlegger van
de Onafhankelijksheidsverklaring) en Theodore Roosevelt (zesentwintigste
president, in 1906 de eerste Amerikaan die de Nobelprijs voor de Vrede ontving
en – terloops opgemerkt – de man naar wie de ‘teddy beer’ vernoemd werd).

Om maar te zeggen dat Lincoln een belangrijk man was. Een
man zonder wie de Verenigde Staten vandaag misschien niet meer zouden bestaan
hebben. Een man wiens strijd tegen de slavernij, een eerste stap in de
erkenning van zwarten als volwaardige medeburgers, mee heeft mogelijk gemaakt
dat er nu een zwarte president in het Witte Huis resideert.

Dit is ook de man die lange historische toespraken afwisselde
met verpletterende oneliners. De bekendste daarvan is: ‘You can fool some of
the people all the time, and all of the people some of the time, but you cannot
fool all the people all the time.’ Nog altijd een belangrijke les voor wie aan
de macht is, waar ook ter wereld.

Verstilde film

Deze historische inleiding is nodig omdat de film Lincoln, op een indrukwekkend openings-
en slotfragment op het slagveld na, uitsluitend focust op het laten goedkeuren
van het 13th Amendment (een
toevoeging aan de Grondwet die bepaalde dat slavernij en het onvrijwillig in
dienst nemen van mensen voortaan strafbaar was) en het einde van de
Burgeroorlog.

Regisseur Steven Spielberg toont in mooie sepia kleuren hoe
de republikeinen te werk gingen om twintig ontbrekende yay-stemmen te verzamelen bij de democratische tegenstanders en
intussen probeerden te vermijden dat er overlopers waren bij hun eigen
verkozenen. Een delicate evenwichtsoefening, waarbij er volop gemarchandeerd
werd en alle truken uit de politieke doos goed waren. Dit is The West Wing anno 1865.

Het verhaal dat zich ontrolt zit vol intriges, inspelen op
eergevoel en persoonlijke sentimenten, en regelrechte chantage, verpakt in
prachtige dialogen in een archaïsch Engels, een taal die vandaag ietwat
kunstmatig overkomt in onze genadeloze oneliner-cultuur. Naar het schijnt was
eloquentie ook in ons parlement ooit dagelijkse kost. Schelden
op niveau, het is helaas verleden tijd. Alleen het schelden is gebleven.

Lincoln is een
trage, verstilde film, waarin elk woord telt, elke geste zijn belang heeft, elk
personage wel iets te verbergen heeft, en dat alles ondersteund door de weinig
opdringerige muziek van John Williams. Verwacht je dus niet aan spektakel en Indiana Jones-achtige actiescènes. Dit
is de Spielberg van Schindler’s List
en Amistad, niet die van Jaws, Indiana Jones of Jurassic
Park
. Tweeëneenhalf uur is dan ook een lange zit, maar meer dan de moeite
waard. Omdat het zo’n indringende en niet-belerende historische evocatie is,
over Politiek en Passie, beide geschreven met hoofdletter P.

En ja, die Daniel Day-Lewis is ronduit indrukwekkend. Vanaf
het eerste fragment, waarin je hem alleen maar hoort praten, tot het moment
waarop hij dood in bed ligt, omringd door radeloze politieke medestanders. Ik
heb geschiedenislessen geweten die een pak saaier waren!



Skyfall (Sam Mendes)

Film Posted on do, december 13, 2012 12:40:20

De nieuwe James Bond begint zoals alle recente James Bonds
beginnen: met een spectaculaire achtervolgingsscène in een grootstad (in dit
geval: Istanbul), zonder dat de toeschouwers weten welke plot er zich zal
ontvouwen. Het enige wat je weet is: James Bond is de goeie en hij zal ook deze
helse rit overleven. Maar het zal bijwijlen weer nipt zijn. Een beetje
voorspelbaarheid moet kunnen.

Ian Fleming (1908-1964) schreef tussen 1954 en 1964 twaalf
romans en twee verhalenbundels rond het personage van de hyperintelligente, aantrekkelijke, sexy spion 007. De twee laatste boeken werden postuum uitgebracht.
Ze werden allemaal verfilmd. Van de 23 Bondfilms zijn er 15 gebaseerd op het
werk van Fleming, de andere acht zijn ervan afgeleid. Ook Skyfall steunt op een scenario dat zijn inspiratie haalt uit het
werk van Fleming.

In tegenstelling tot zijn voorganger, het chaotische en
luidruchtige Quantum of Solace, is Skyfall een rustige film, naar
Bondnormen dan toch. Er is natuurlijk die razende openingsfrequentie op moto’s over de
daken van Istanbul en er zijn behoorlijk wat ontploffingen en vuurgevechten,
maar als geheel is deze Bond ernstiger van toon, donkerder, dramatischer: de
Engelsen zouden het gloomy noemen.
Het is een terugkeer naar de 007 zoals Sean Connery die neerzette: een
gentleman-spion, vrouwengek, tongue-in-cheek,
maar ook een man met tekortkomingen, die af en toe faalt, en zich bewust is van
zijn onvolmaaktheid. Geen superman.

Na Connery kwam Roger Moore: zijn Bond was een grapjurk. De
zeven Bondfilms die Sir Moore maakte, waren stuk voor stuk komedies. Los van de
Bondcontext: leuke films. Binnen de Bondcontext: ongeloofwaardig en ver van het
door Fleming bedachte personage. Dan kwam Timothy Dalton. Ziezo, de naam is
genoemd, meer hoeft daar echt niet over gezegd te worden. Ook Pierce Brosnan
kreeg niet echt vat op Bond. Gelukkig doet Daniel Craig dat wel. Fysiek lijkt
hij ook het meest op de oer-Bond, zoals Sean Connery die neerzette. Rijzig,
slank, blauwe ogen, priemende blik. En net als Connery is Craig geen superheld,
waardoor Bond weer een beetje meer geloofwaardig wordt.

Om de pret niet te bederven gaan we het hele verhaal niet
uit de doeken doen. Kort toch: MI6 wordt nu zelf geterroriseerd door een
gewezen spion, die uit is op wraak en die zijn woede richt op M. Toeristische
plaatjes worden dit keer geschoten in Istanbul, zoals reeds vermeld, Shanghai,
Macau, Londen (uiteraard!) en Schotland. In die slotsequentie in het prachtige
noorden van Groot-Brittannië wordt ook duidelijk waar de titel Skyfall vandaan komt. Het einde is veel
dramatischer dan je doorgaans mag verwachten in dit soort happy end-cinema. En, o ja, er is een nieuwe Q en ook een ander
personage keert na vele jaren terug, zij het in een andere gedaante.

Geen grootse film, deze Skyfall,
maar toch een dikke twee uur lekker vooruitrollende cinema. Het is de zevende
film van de felgeprezen regisseur Sam Mendes (Oscar voor Beste Regie voor zijn
debuutfilm American Beauty, daarna uitblinkend
met films als Road to Perdition, Jarhead en Revolutionary Road, en, voor de volledigheid: de ex van Kate
Winslet), zijn eerste actiefilm met een gigantisch budget. Dat Skyfall ook een film op mensenmaat is
geworden, met feilbare karakters, hebben we ongetwijfeld ook aan deze Mendes te
danken. Daniel Craig is een imponerende Bond, terwijl Javier Bardém Silva mag spelen, de schurk van dienst, een verwijfde psychopaat. Overacting is een understatement voor wat Bardém doet, maar hij gaat zó ver in de overdrijving dat het terug leuk wordt. Het titelnummer wordt gezongen door Adèle, die qua toon helemaal terugkeert naar de Bondnummers die Shirley Bassey & co zongen in de sixties.

De vierentwintigste James Bond-film wordt al aangekondigd
voor 2014. Never change a winning team,
zeker?