Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Meningen

Journalistiek, Samenleving Posted on za, maart 02, 2024 12:18:58

Ze zijn met veel te veel, raken het zelden eens met elkaar, botsen voortdurend, buitelen over elkaar heen, nodigen anderen uit om hen te komen helpen in de boksring, houden van scherpte, houden niet overdreven veel van nuance, focussen vaak op ‘wij’ tegen ‘zij’, lijken zeer hardnekkig, vormen stilaan een groter leger dan dat van Rusland.

Meningen.

Ze zijn vaak ongerijmd. Niet voor niets rijmt er niets op ‘opinie’ en weinig op ‘mening’. (Ja, ‘lening’, maar dat is niet geruststellend, want ofwel heb je iets uitgeleend en is het angstig afwachten of je ooit zult worden terugbetaald, ofwel heb je geleend en is het al even angstig afwachten of je zult kunnen terugbetalen.)

Ik weet van mezelf dat ik een meningenfabriekje ben. Veertien maanden lang heb ik me bewust gedeisd gehouden, op een uitzonderlijke opmerking op Facebook na. Dat was soms slikken, moet ik toegeven. Maar ik heb volgehouden. Dus hebt u niet in een blogpost van mij vernomen dat Bart De Wever niet altijd consequent is (17x), dat diezelfde BDW heel sterk lijkt op een pester op de speelplaats die zelf begint te huilen omdat er niemand nog met hem wil spelen (5x), dat er door mensen & media de hele tijd aan victim blaming wordt gedaan richting zwakkere weggebruikers in het verkeer (3x), dat we moeten afleren om van een ongeval te spreken als de dader roekeloos of onder invloed (of een combinatie van beide) reed (tig x), en dat politieke partijen niet de kiezer moeten nahollen maar vanuit hun, gemoderniseerde, ideologische principes moeten praten en handelen (elk uur van de dag).

Enfin, u hebt dat niet gemist, want er waren ontelbare anderen die dat wel schreven, of het tegenovergestelde ervan, of nog iets anders, of iets compleet ridicuul (Mia Doornaert, Rik Torfs).

Wat ik maar wil zeggen in deze voor één keer korte bijdrage: het meningenfabriekje is terug vanaf volgende zaterdag (als ik het zolang uithoud). Er komt weer stoom uit mijn oren en straks veelkleurige rook uit de schoorsteen. Het zal kiezen worden tussen de onderwerpen die zich struikelend aandienen.

The bitch is back, pardon: I’m back, bitches!



Kerstgedachten

Samenleving Posted on za, december 24, 2022 11:20:43

“Kerstmis is dien dag dat ze niet schieten. Dat er geen bommen uit de lucht worden gestrooid. Dat mitrailleurs van hun verdiende rust genieten. En de kanonnen met een kerstboom zijn getooid.”

U moet er zijn Antwerpse tongval maar zelf bij denken, de tekst van de onvergetelijke Wannes Van de Velde blijft hoe dan ook, euh, onvergetelijk. Ik associeerde het lied met de jaren 60, maar het staat op de lp Ne zanger is een groep uit 1976, zo leerde ik na een korte maar intense zoektocht. Ik kan u de hommage-website wannesvandevelde.be hierbij warm aanbevelen. Die goede Wannes (1937-2008) heeft ongetwijfeld niet zelf zijn site ontworpen, zo wereldvreemd was hij wat het alledaagse betreft. Als het op het diepere begrijpen van wat de mens drijft aankomt, was Wannes echter allesbehalve wereldvreemd. Dat wrange kerstlied toont dat eens te meer aan.

In het verdere en dichtbije verleden werden oorlogen vierentwintig uur stopgezet om de troepen Kerstmis in (tijdelijke) vrede te laten beleven, desnoods samen met de vijand rond een kerstboom en een warm vuur. Zo cynisch is het allemaal wel: op de dag van de vrede zal er vredevol met elkaar worden omgegaan, de dag nadien wordt het schieten gewoon hervat en moet die vriend van gisteravond zo snel mogelijk uit de weg worden geruimd. Oorlogsbusiness as usual. Vreugdevuur der kerstijdelheden.

Ik dwaal af.

Ik vraag me af of een psychopaat als Poetin rekening zal houden met Kerstmis. Zullen de moderne kanonnen zwijgen vanavond, vannacht en morgen overdag? Of is dit juist het geschikte momentum om een minder alerte vijand aan te vallen, zoals de verenigde Arabische krachten in 1973 deden op de Joodse feestdag Jom Kipoer, wat nota bene staat voor ‘Grote Verzoendag’. Die oorlogsdaad heeft Israël toen veel sympathie opgeleverd. Timing is alles in het leven. Zou Poetin een verrassingsaanval in gedachten hebben? Of Zelensky? Best niet, want de Russische beer zou opeens mededogen kunnen oogsten.

Er woedt vandaag precies tien maanden oorlog op dit continent, iets wat we tot voor kort ondenkbaar achtten. Zelfs begin dit jaar dachten we dat het wel zou overwaaien, dat oorlogszuchtige stoken vanuit het Kremlin. Hadden we niet met succes al bijna zevenenzeventig jaar een stabiele vredessituatie gecreëerd? Ja, er was die burgeroorlog in Joegoslavië van dertig jaar geleden, maar dat was een implosie. Dit is een explosie, een land dat binnenvalt in een ander land, terwijl de wereld er verbaasd op toekijkt. Kiev ligt op iets meer dan tweeduizend kilometer afstand van Brussel, dat is ongeveer even ver als van hier tot aan de Costa del Sol.

En toch lijkt die oorlog veel verder weg. We lezen de berichten, we zien de vernielingen in de journaals, we horen de stoere taal in Moskou en Kiev, we weten dat we slechts één escalatie verwijderd zijn van een veel groter conflict, en toch hebben we hier, in het vooralsnog veilige westen van het continent, niet het gevoel dat er een Derde Wereldoorlog zit aan te komen. We doen vrolijk verder op sociale media. We liggen meer wakker van wat derderangs-BV’s zeggen, dan van de conflictretoriek. Is het inderdaad een lokaal of regionaal conflict, onderschatten we de potentiële dreiging, of willen we het gewoon niet weten? Vreemde vaststelling: Oekraïne is in onze gedachten, maar met mate.

Heel even waren Oekraïense vrouwen en kinderen hier welkom. Heel even leek het dat we solidair kunnen zijn met mensen in nood. Heel even was er die illusie van mededogen en menselijkheid. Tot we alleen nog maar de overlast konden zien. Is de oorlog nog niet voorbij? Kunnen we ze nog niet terugsturen? Hoe lang moeten wij, sukkelaars die vloeken over onze energiefactuur, dit nog volhouden?

Terwijl de Oekraïners nog enigszins mochten en mogen rekenen op onze goedheid, slapen er in Brussel mensen op straat. Vluchtelingen met een andere huidskleur, afkomstig van een ander continent, die een ander geloof belijden. Voor hen is er nauwelijks mededogen en menselijkheid, we kijken de andere kant op, zoals we dat al jaren doen als er een stroom niet-Europese vluchtelingen op ons afkomt, aangevuurd door een onmenselijk discours uit rechtse hoek. Populisme doodt solidariteit. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie zei vorige week nog in De zevende dag dat ze er niet aan denkt om burgemeesters te verplichten opvang te voorzien in hun gemeente. Maar wat dan wel? En hoe dan wel? Het is nu even iets minder koud, maar vanaf maandag flirten de nachtelijke temperaturen weer met het vriespunt. Moeten er doden vallen vóór de ogen opengaan? Wie als beleidsmaker blind blijft voor deze onmenselijke toestand, is zelf een onmens. Mensen in nood negeren, is van het laagste wat de mens kan doen.

Ondertussen bakkeleien onze elfendertig regeringen, het is heus niet alleen binnen de federale Vivaldi-coalitie dat het putje winter is. In nagenoeg alle overheden van dit land zit de sterkste oppositie binnen de meerderheid. Dat is onhoudbaar. Partijvoorzitters, ministers en staatssecretarissen laten zich leiden door peilingen, niet door gezond verstand, vaderlandsliefde en ideologie. Goed bestuur is een mythe. Goed-bestuur-met-ons-mee-aan-de-macht is het uitgangspunt. Daar mag alles voor sneuvelen, het principe van ‘goed bestuur’ in de eerste plaats.

Twee jaar had de zogeheten Congocommissie nodig om het koloniale verleden te bestuderen en te helpen verwerken, met als enige slotakkoord dat er geen slotakkoord komt. Geen eindtekst, geen excuses, zelfs geen spijtbetuigingen, wat juridisch minder zwaar weegt. Het eigen imago, het volgende verkiezingsresultaat en de apathie van de publieke opinie gaven de doorslag. De doorsnee Belg ligt niet wakker van dat koloniale verleden. Hooguit willen we horen dat Leopold II een schrikbewind had geïnstalleerd in zijn Afrikaanse speeltuin, maar dat is wel héél lang geleden, in 1908 moest de vorst Kongo Vrijstaat afstaan aan België. Dat er in de periode 1908-1960, tot aan de onafhankelijkheid, nog altijd misdaden plaatsvonden, dat we — ja, wij allemaal, ook al waren de meesten er nog niet — ‘onze’ kolonie systematisch hebben leeggeplunderd, dat we vanuit een paternalistisch en kolonialistisch racisme de Congolezen als tweederangsburgers beschouwden, willen we niet meer geweten hebben. En, wat nog veel erger is, dat we ook na de onafhankelijkheid onze invloed, zoals het dan omfloerst heet, zijn blijven uitoefenen, wordt al snel vergeten. De moord op de democratisch verkozen premier Lumumba, de steun aan het dictatoriale regime van Mobutu, de blijvende plunderingen van de rijkdommen ter plekke: wir haben es nicht gewußt. (Natuurlijk weten we dat wél, maar we wíllen het niet weten!)

Congo krijgt geen excuses uit vrees dat Congo dan geld zal eisen. Herstelbetalingen, in het jargon. Nog los van die uitkomst: zijn de leden van de Congocommissie — en bij uitbreiding de partijhoofdkwartieren — die de finale tekst torpedeerden dan niet intelligent genoeg om te beseffen dat het Congolezen ginder en hier om veel meer gaat dan om centen? Het gaat om erkenning van wandaden. Het gaat om erkend worden als volwaardige en evenwaardige handelspartner. Het gaat om het stopzetten van eenzijdige plunderingen. Het gaat, kortom, om het beëindigen van dat postkoloniale, racistische, paternalistische bedisselen van de toekomst van Congo en de Congolezen.

Terwijl ik dit schrijf, staat een voormalige president van de Verenigde Staten weer volop in de belangstelling. Een man die verkozen werd door meer dan vijftig miljoen Amerikanen. Vijftig miljoen mensen die in het stemhokje stilzwijgend riepen: jij bent ónze man, jij mag óns land besturen, meer nog, jíj mag de koers van de wereld bepalen. Als onmensen democratisch verkozen raken, is het einde in zicht.

“De mens, ge kunt gij daar niet aan uit”, wist Gerard Walschap. “De mens, ge zult gij daar nooit aan uit kunnen”, weet ik, bescheiden blogpostschrijvertje. Neen, ik word niet vrolijker van mijn eigen kerstgedachten. Toch maar weer eens iets van Wannes opleggen.

“Maar hou die herderkes er buiten / Want die zijn niet bij d’n troep / Die kennen zeker nog geen mijn uit een granaat / En de moeder van het kinneke / Zucht in ’t midden van die hoop / Mijne zoon wordt binnen twintig jaar soldaat.”



Kutbelgjes

Samenleving, Sport Posted on za, december 03, 2022 11:00:46

Disclaimer: ja, al wie na België-Marokko actief deelnam aan vernielingen, het aanbrengen van verwondingen of intimidatiepraktijken verdient correct berecht en, waar nodig, passend gestraft te worden. Daar mag geen discussie over bestaan.

***

Het is een ‘Marokkanenprobleem’, riepen Vlaams Belang-kopstukken vorige zondag zo snel ze dat konden, en wees gerust: dat was héél snel. Alsof de tweets en Facebook-posts al klaarstonden ‘voor het geval dat’. Van een partij die alle ‘vreemdelingen’ nog altijd liefst in één chartervliegtuig terug naar de thuislanden zou laten transporteren, mag je dat soort racistische oprispingen verwachten. Politieke business as usual. Je mag (neen, je moét) dat blijven veroordelen, maar in de Blokhut worden nu eenmaal lelijke dingen geroepen. Het tegendeel zou pas verbazen.

Veel erger is dat de Blokretoriek overgenomen wordt door zogeheten deftige, ‘democratische’ partijen. Zelfs partijen die zich naar eigen zeggen ‘moedig in het midden’ situeren, of centrumlinks. Ook daar spraken ze van ‘Marokkanen’ en ‘allochtonen’. Terwijl de realiteit is dat de meeste van die jongeren gewoon de Belgische nationaliteit hebben, of de dubbele.

Zoals het (extreem)rechtse discours het maatschappelijke debat over vluchtelingen en asielzoekers bezoedeld heeft (‘vreemdelingen’, ‘gelukzoekers’, ‘geïmporteerde terroristen’, ‘vol is vol’), zo worden ook standpunten over migratie uit die hoek populistisch en opportunistisch overgenomen. Denk aan Conner Rousseau die zich niet thuisvoelt in Molenbeek of die nu zelf roept dat we bepaalde wijken ‘moeten opkuisen’. Tom Van Grieken had het niet beter kunnen zeggen. Alleen Filip Dewinter, Sam Van Rooy en Dries Van Langenhove zouden het nog iets krachtiger (en dus misplaatster) hebben uitgedrukt.

Twintig jaar geleden had toenmalig De Morgen-hoofdredacteur Yves Desmet het in een essay in zijn krant over ‘kutmarokkaantjes’. Hij was daarmee de eerste progressieveling die een reëel maatschappelijk probleem durfde aan te kaarten: er lopen criminele jongeren met een migratieachtergrond rond die de boel voor de anderen verpesten. Toen vonden we dat goed dat het eindelijk eens benoemd werd, nu zeg ik: dit kan niet. Het zijn immers geen ‘Marokkaantjes’, het zijn Belgen. Ze hebben óók de Belgische nationaliteit. Noem ze dan best gewoon ‘kutbelgjes’. Ze zijn óns probleem.

***

In ons boek We have a dream! Racisme vroeger en nu (Houtekiet, 2022) diepen Paul Beloy en ikzelf een pijnlijk voorval op, dat perfect illustreert hoe de (extreem)rechtse gedachtegang de algemene, zogeheten parler vrai is geworden, van centrumlinks tot extreemrechts. Een citaat.

“In de nacht van 31 december 2018 op 1 januari 2019 was het zeer onrustig rond de metrostations Zwarte Vijvers en Ribaucourt in Molenbeek. Jongeren met een migratieachtergrond maakten zich schuldig aan brandstichting en plunderingen. Op nieuwjaarsdag belde de redactie van Radio 1 met Theo Francken om te peilen naar zijn inschatting van de rellen. We vermoeden dat er op de eerste dag van een nieuw jaar, een feestdag, geen uitgebreide redactievergadering was aan voorafgegaan om de geschikte nieuwscommentator te zoeken, maar zelfs een individuele journalist had hier een andere inschatting moeten maken. Om te beginnen was Francken niet langer staatssecretaris voor Asiel en Migratie, nadat de N-VA drie weken eerder uit de federale regering-Michel was gestapt. Hij kon dus alleen als extern, niet-betrokken waarnemer commentaar geven, zoals heel veel mensen — ook échte experten — hadden kunnen doen. Maar het verbijsterende zit er in dat een redacteur belde met een politicus die tot voor kort verantwoordelijk was voor de domeinen ‘asiel’ en ‘migratie’, terwijl de meeste van die relschoppende jongeren hier geboren zijn. Zij hadden, kortom, niets te maken met ‘migratie’ en al zeker niet met ‘asiel’. Het waren Belgische ettertjes, het probleem zat dus niet bij migratie — die zich in een vorig stadium had afgespeeld, bij de ouders of grootouders van de jongeren —, maar maakte integraal deel uit van onze samenleving. Door net Theo Francken over dit onderwerp aan het woord te laten, benadrukte die journalist, en bij uitbreiding Radio 1, allicht onbewust, dat die jongeren er nooit zullen bij horen, want het zijn en blijven migranten, nietwaar?”

“Een bijzonder contraproductieve reflex en koren op de molen van (extreem)rechtse tegenstanders van de multiculturele samenleving. Ook in latere interviews mocht Francken trouwens zijn licht laten schijnen over ‘migranten’, terwijl het in realiteit geregeld om Belgen ging, mensen van hier, maar met een andere achtergrond en een andere huidskleur.”

***

Ik herhaal: het is óns probleem, niet dat van hún. Het zijn ónze baldadige jongeren — noem ze desnoods hooligans of criminelen —, niet die van hún. Wíj moeten er iets aan doen, niet zíj alleen. En wie een Marokkaanse achtergrond heeft, hoeft zich heus niet te distantiëren of verontschuldigen, zoals ook niet elke voetbalsupporter zich moet excuseren voor het gedrag van de hooligans die zich namens ‘zijn’ club manifesteren.

De disclaimer van hierboven indachtig — het blijven hoe dan ook criminele acties die plaatsvonden op 27 november 2022 — wil ik er toch nog aan toevoegen dat deze vorm van hooliganisme, die eerder te maken heeft met maatschappelijk verzet dan met een reactie op een voetbalwedstrijd, ook een diepere oorzaak heeft dan alleen maar het bewust willen plegen van geweld-om-het-geweld.

Als we blijven benadrukken dat die jongeren er niet bijhoren en dat ook in de dagelijkse praktijk blijkt, creëren we getto’s en achtergestelde groeperingen, en bieden we een voedingsbodem aan opstandigheid. (Ik zet die ‘we’ eventjes in italic, omdat uiteraard niet iedereen dit op dezelfde manier kadert of begrijpt. Zelf distantieer ik me helemaal van die ‘we’.) Als we structureel en systemisch racisme blijven tolereren, zullen er tegenreacties volgen, via rechtmatige betogingen of deelname aan het maatschappelijk debat, of door geweld en vernielzucht. Als we doen alsof dit protest — want dat is het! — alléén maar te catalogeren valt onder hooliganisme en zinloos geweld, zullen we nog vaker met dit fenomeen geconfronteerd worden.

Straf die geweldplegers, maar zie wat ze gedaan hebben niet als iets wat losstaat van de maatschappelijke realiteit. Begrijp het foute signaal dat die jongeren uitsturen beter dan zij dat zelf doen, want zij laten zich natuurlijk opjutten en meesleuren in een negatieve spiraal. Zorg dat zij er al van bij de geboorte bijhoren, met alle rechten en plichten die dat met zich meebrengt.

Als we ons blijven vastpinnen op de anekdotiek van omgedraaide en uitgebrande auto’s of ingeslagen winkelramen, zien we alleen de bomen, niet het bos. Ontbossing is op alle vlakken nefast voor de toekomst van deze planeet.



Boerentoren

Geschiedenis, Samenleving Posted on za, november 26, 2022 11:19:41

We zijn een conservatief volkje. Conservatief hoeft niet pejoratief te klinken of slecht te zijn. Wie conservatief is inzake natuurbehoud, is eigenlijk progressief — hij, zij of hen wil letterlijk de wereld verbeteren —, maar dus ook behoudsgezind. Tene quod bene, behoud wat goed is, was de slogan van mijn favoriete voetbalclub. Tene quod bene klonk deze week uit vele monden toen werd aangekondigd dat de Boerentoren een uitbouw zou krijgen. Opeens wilden de meesten — die in onbewaakte ogenblikken doorgaans pleiten voor drastische verandering — behouden wat er is.

Ik ben een atypische Antwerpenaar: mooie stad, ik kom er graag, maar dat misplaatste chauvinisme is er te veel aan. Nergens goed voor. Nergens voor nodig ook.

Als ik als uitwijkeling nog eens te voet door ’t stad wandel, kan ik niet om de Boerentoren heen. Ik sta er niet meer bewust bij stil, om dat art-decogebouw uit 1931 elke keer opnieuw te bewonderen. Terwijl ik dit tik, kijk ik naar een foto. Het gebouw heeft wel iets, vind ik. Eigenlijk is het een beetje onhandig dat er zoveel omheen gebouwd is, waardoor je minder onder de indruk komt van die 95,75 meter in de hoogte. Dat zal wel aan mij liggen, ik had dat gevoel ook bij de Empire State Building in New York, met zijn 381 meter net iets hoger en imposanter, maar ook omringd door (te) hoge gebouwen. Zonde, omdat zowel de Empire State Building als de Boerentoren nu alleen op foto’s van de skyline helemaal tot hun recht komen. De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal heeft tenminste nog een plein voor zich, dat was de Boerentoren niet gegund.

De eigenaar van de Boerentoren, de eigengereide Fernand Huts, baas van de Katoen Natie en notoir kunstliefhebber/verzamelaar, wil zijn eigendom nu laten pimpen. Daarvoor contacteerde hij gerenommeerde architecten van over de hele wereld. De Pools-Amerikaanse architect Daniel Libeskind kreeg de voorkeur. Deze 76-jarige joodse man, wiens ouders de Holocaust overleefden, heeft onder meer een nieuwe vleugel van het Jüdisches Museum in Berlijn ontworpen, het Holocaust Namenmonument in Amsterdam en Złota 44, een wolkenkrabber in Warschau. Hij ontwikkelde ook een masterplan voor een nieuw World Trade Center in New York. Libeskind houdt duidelijk van meetkundige figuren, puntige uitstulpingen en heel veel glas.

U weet hoe dat gaat met smaken en kleuren, er valt nauwelijks over te discussiëren, maar ik hou wel van die gedurfde stijl. Architectuur mag, net als andere kunstvormen, best provoceren en zelfs een beetje choqueren. Of je nu voor of tegen de ontwerpen van Libeskind bent, ze doen wel iets met je. Dat net deze man wordt aangezocht voor een koterij-op-niveau in een op wereldschaal bekeken provinciestadje-met-grootstedelijke-allure vind ik prima. Antwerpen verdient, naast een flinke portie bescheidenheid, ook wel een dosis lef.

Waar ik het moeilijker mee heb, is dat een beschermd monument op deze manier zou worden aangepakt. Ziet u dit al gebeuren met wereldberoemde buitenlandse landmarks? Een koepel bovenop de Eiffeltoren, bijvoorbeeld? Een extra verdieping bovenop de Arc de Triomphe? Een modernistische uitbouw van de Big Ben? Een luxueuze hotelverdieping binnenin de Sagrada Família, ze zijn daar nu toch al een tijdje aan bezig? Een bungeejumpplatform bovenaan de toren van Pisa? (Ja, zult u opwerpen, en die glazen piramide bij het Louvre dan? U heeft een punt, maar bedenk wel dat die constructie (1989) toch net wat afstand houdt van het hoofdgebouw (1793), alsof die moderne architecten ook wel beseften dat je niet mag raken aan zo’n klassiek museum.)

(Terloops gezegd, ik ben geen fan van het hernieuwde Museum van Schone Kunsten in Antwerpen, maar ik durf me nu pas voorzichtig te outen op dat vlak, na alle grenzeloze lofbetuigingen in de dagen en weken voor en na de heropening. Die gecontesteerde witte vloer in het moderne gedeelte tot daaraan toe, maar ik wil in een museum geleid en begeleid te worden, en dan wil ik a) meer informatiepanelen, b) informatie die niet alleen lijkt te mikken op twaalfjarigen, en c) dat een modern accent in een klassieke zaal (of omgekeerd) toch ook functioneel is, en niet louter wil opvallen om op te vallen. En nog iets: heeft men daar werkelijk twaalf jaar voor nodig gehad?)

Benieuwd of de verbale revolte van de andere architecten en bouwmeesters het stadsbestuur zal nopen tot meer voorzichtigheid, of dat ze op het Schoon Verdiep zelf vinden dat de uitbouw van Libeskind te veel afwijkt van de oorspronkelijke art deco van de Boerentoren. Cultuurpatrimonium, nietwaar. Als u het mij vraagt — wat u zelden doet en wat uw volste recht is — zou men de Boerentoren beter met rust laten en Daniel Libeskind elders in de stad aan het werk zetten. Antwerpen verdient moderne, gedurfde architectuur, maar, wat mij betreft, liefst niet daar. Al zal ik er zeker mijn slaap niet voor laten, mocht het toch gebeuren. Tenzij er moderne slaven zullen worden ingezet om de bouw te voltooien, natuurlijk, dan weer wel.



Zwarte P.

Geschiedenis, Samenleving Posted on za, november 05, 2022 11:18:47

We moeten het weer eens over Zwarte Piet hebben. ’t Is er de tijd van het jaar voor. Over een maand regent het zoals elk jaar cadeautjes, ouders maken hun jongste kinderen wijs dat het de sint is die de waardevolle dingetjes via de schoorsteen tot in de klaarstaande schoentjes heeft gedropt. Leugentje om bestwil, ach, voor kinderen is dit gewoon een spannende en prettige periode. Dat Sinterklaas niet bestaat, komen ze later wel te weten. Houden zo, er is al genoeg miserie in de wereld.

De man met de baard zorgt voor weinig controverse, tenzij hij, Toon Hermans indachtig, een tafelkleed draagt als mantel en uit zijn bek stinkt, een mengeling van alcohol en sigaretten. Dat hij niet echt uit Spanje komt, maar uit Turkije, och ja, laat maar zitten. Wel controverse is er al een poos rond de zwarte knecht van Sinterklaas. Nog net iets heviger bij onze noorderburen, maar ook hier zorgt de donkere helft van het duo in het najaar voor enig heen-en-weer gediscussieer. In Kortrijk benadrukten ze begin deze week nog dat ze vasthouden aan de traditie: Zwarte Piet moet zwart blijven. Want dat is nu eenmaal onze manier van sinterklaas vieren en die is ‘eeuwenoud’, zoals schepen van Cultuur Axel Ronse (N-VA) opwierp. In Aalst knikten ze goedkeurend, ook daar speelt N-VA een prominente rol. En er is niets racistisch aan Zwarte Piet, zo wordt in die kringen, waar ze racisme doorgaans relatief noemen, gretig geroepen.

Laten we toch even de juiste context schetsen.

In de alleroudste sinterklaasliederen is nog geen sprake van een zwarte knecht. Het oorspronkelijke sinterklaasfeest gebeurde zonder poespas. Hoezo, Zwarte Piet is traditie? Van Zwarte Piet was geen sprake. Dus, als je het op de traditie werpt, is het eenvoudig. Het sinterklaasfeest verloopt zonder Piet. Punt.

Pas in 1828 dook voor het eerst een ‘kroesharige n****’ op die de naam ‘Pieter me knecht’ kreeg toebedeeld. Acht jaar later maakte de Nederlandse rijksarchivaris Laurens Philippe Charles van den Bergh gewag van ‘den zwarten knecht van St. Nikolaas’, maar in de alleroudste sinterklaasliederen is er van een zwarte knecht nog lang geen sprake. Nogmaals, hij behoort niet tot de aloude traditie.

Onze hedendaagse versie van het sinterklaasfeest hebben we te danken aan de Nederlandse onderwijzer Jan Schenkman. De man was in zijn vrije tijd dichter, prominent lid van het genootschap Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen — die sinds haar oprichting in 1784 streefde naar individuele en maatschappelijke ontplooiing op het vlak van onderwijs en cultuur —, schrijver van kinderboeken en bedenker van het poppenspelpersonage Jan Klaassen. Zijn prentenboek Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850 introduceerde de sint zoals we die nu nog kennen: in een rood priestergewaad, met een lange, witte baard, een staf en een mijter op zijn hoofd. ‘Zie, ginds komt de stoomboot, uit Spanje weer aan’, schreef Schenkman bij een van de eerste plaatjes. Aan de zijde van Sint Nikolaas stond een zwarte page, een knecht zoals de meeste rijke kooplieden die in die tijd hadden. Dat personage had dan nog geen naam.

Mogelijk liet Schenkman zich inspireren door het vijf jaar eerder verschenen jeugdboek Struwwelpeter van de Duitse schrijver Heinrich Hoffmann, waarin een zwarte jongen tegen pesterijen van blanke kinderen wordt beschermd door ‘grosze Nikolas’, een grote man met een lange baard. Maar de oorsprong kan nog veel vroeger liggen, bij de literaire onderwereldfiguur Schwarze Peter uit de middeleeuwen. Zwarte knechten pasten in een lange traditie die samenviel met de transatlantische slavenhandel. Met andere woorden: in een tijd van opkomend kolonialisme kan Zwarte Piet onmiddellijk gelinkt worden aan slavernij en absolute onderdanigheid van mensen met een andere huidskleur, die dan ook nog eens een gebrekkige intelligentie blijken te bezitten, tenminste… volgens witte westerlingen.

In de jaren 1870 dook de knecht in prenten voor het eerst op als schoorsteenveger. Hij kreeg de naam Zwartjan. In de volksmond werd dat algauw ‘zwartejan’. Pas tegen het einde van de 19de eeuw werd er opnieuw, net als in 1828, gesproken over Pieter-me-knecht, de bestraffer van stoute kinderen, die rammelde met kettingen en soms sloeg met een roe, en die op een ezel reed naast Sinterklaas op zijn schimmel. De naam Zwarte Piet werd vanaf 1895 gemeengoed. Een angstaanjagende man moest hij voorstellen, niet al te slim, een krom taaltje brabbelend, ideaal om de kleintjes bij de les te houden: wie braaf is, krijgt lekkers, wie stout is, de roe.

In de loop van de decennia evolueerde Zwarte Piet zachtjes aan van boosaardige knecht naar kindervriend. Hij stopte geen kinderen meer in zijn zak, maar stak die vol met snoepgoed, die hij vervolgens tot groot jolijt van de kleintjes uitdeelde. Wie jong was in de jaren 1960 herinnert zich nog de goedheiligman die, in het gezelschap van een of meerdere pieten, op een geïmproviseerde troon zat in de supermarkt. Handig voor de ouders, konden ze daar meteen hun cadeautjes kopen. Nog veel handiger voor de winkel: kassa, kassa. Op menige, intussen vergeelde, foto’s zie je piepjonge jongens en meisjes verschrikt kijken of zelfs huilen. Zo prettig was het blijkbaar allemaal niet.

Het was wachten tot 1992 alvorens Vlaanderen zijn eigen Sinterklaas op tv kreeg, met dank aan Bart Peeters en Hugo Matthysen, en ook aan Jan Decleir (Sinterklaas), Frans Van der Aa (Zwarte Piet) en de schimmel Slecht-weer-vandaag. Dag Sinterklaas was een prettig gestoorde kinderserie waarin Zwarte Piet geen dommige boeman meer was, maar een welbespraakte gezel. Een emancipatorisch figuur.

De roetpiet, die recenter geïntroduceerd werd, is een stap weg van de door kolonialisme geïnspireerde zwarte knecht van weleer. Als politici als Axel Ronse en pro-Zwarte Piet-activisten blijven pleiten voor het handhaven van de traditie — die dus geen echte traditie is, zie hierboven —, weigeren ze in het beste geval te beseffen dat de figuur van Zwarte Piet wordt ingegeven door een raciale kijk op de wereld: witte mensen zijn de baas, mensen van kleur zijn de onderdanen. Dat werd ooit als normaal bevonden, maar iedereen met een klein beetje gezond verstand, historisch inzicht en empathisch vermogen zou moeten inzien dat die Zwarte Piet een diepe belediging is ten opzichte van mensen van kleur, die in deze discussie nooit aan bod komen. In het slechtste geval zijn de Zwarte Piet-voorstanders gewoon racistisch. Dat kan het ook best zijn in Vlaanderen en Nederland, uiteraard. Zwarte Piet past maar in één traditie: de traditie om mensen met een andere huidskleur of afkomst als minderwaardig te beschouwen.

Heeft er al eens iemand van die voorstanders de mening gevraagd van kinderen met een donkere huidskleur? Neen, dus, want het is ónze traditie (wat niet klopt!) en daar moeten anderen afblijven (wat vloekt met een multiculturele omgeving). Zwarte Piet is ongetwijfeld een stereotype van de zwarte medemens, zoals kolonialisten die destijds zagen en zoals hun nakomelingen dat zonder pruttelen overnamen.

Een volwassen samenleving gaat hierover in dialoog, op basis van historische informatie en actuele samenlevingsgegevens. Die dialoog wordt nu geweigerd. Weigeren te praten over Zwarte Piet komt neer op het oude ‘Waarom?’ ‘Daarom!’ dat ongeduldige ouders hun kroost toebeten, om vooral niet te moeten nadenken over hun eigen gedrag en hun eigen beslissingen. Een open samenleving laat zich niet dicteren door de angst voor verandering.

Tiens, was er nu geen partij die opkwam onder de slogan ‘Kracht van verandering’?

Meer over dit en andere stereotypes in het boek We have a dream! Racisme vroeger en nu, Paul Beloy en Frank Van Laeken, Houtekiet, 24,99 euro.



Liever een Purnelleke dan een Zuhalleke

Samenleving Posted on zo, oktober 30, 2022 12:15:55

Macht corrumpeert. Niet bij iedereen in een machtspositie, misschien zelfs alleen bij een kleine minderheid, maar alleen al het bezit van macht maakt het verleidelijk om die macht te gebruiken, op onnatuurlijke wijze uit te breiden en jezelf onaantastbaar te wanen.

Absolute macht corrumpeert absoluut. Gewoon enkele namen vermelden volstaat hiervoor: Mussolini, Hitler, Poetin. Niet toevallig drie voorbeelden van politici die op democratische wijze een opstapje kregen om de democratie vervolgens brutaal uit te schakelen.

Deze week ging het uiteraard over die verkrachtingszaak in Barcelona uit 2016, met professor F.D. als dader en een onbekende jonge studente als slachtoffer. Terloops gezegd, opmerkelijk dat iemand alleen met zijn initialen genoemd wordt in een artikel, ook al is hij intussen juridisch formeel schuldig verklaard. Wie een beetje googelt, diept al snel de ware identiteit van de man op, maar de terughoudendheid van de media is opmerkelijk (en, voeg ik er snel aan toe, aanbevelenswaardig in het geval van beschuldigden die nog niet veroordeeld werden en die dus geacht worden om onschuldig te zijn tot het tegendeel bewezen wordt).

Over machtsstructuren las ik vrijdag een prachtig opiniestuk van Bieke Purnelle in De Standaard, over #metoo enerzijds en de manier waarop de samenleving daarmee omging en omgaat anderzijds. Omdat ik daar weinig aan toe te voegen heb, verwijs ik u gaarne door naar die bijdrage (Waarom was #metoo ook weer nodig?). Ik ben geneigd om te zeggen dat de directeur van Rosa, kenniscentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen, opnieuw een Purnelleke heeft gedaan. Dat wil zeggen: een bijzonder lezenswaardig, ogen openend, weinig aan de verbeelding overlatend stuk schrijven.

Een Purnelleke valt niet te verwarren met een Zuhalleke. Vlaams minister Demir liet vorige zondag stoer weten dat ze een projectsubsidie voor de KU Leuven tijdelijk bevroor, tot er duidelijkheid was over de verkrachtingszaak. Versta: ze vond dat de universiteit had meegewerkt aan een doofpotoperatie. In De zevende dag van vandaag verklaarde de minister van Omgeving, Justitie, Toerisme en Energie dat ze zich voor die tweet en die demarche had gebaseerd op artikels in kranten. Ironisch toch, iemand uit een partij waar zowat elk persartikel met argusogen en vaak meewarig bekeken wordt, die zich voor een beleidsdaad laat inspireren door, jawel, een persartikel. Als ze in die tweet had gewezen op de vele slachtoffers van seksueel misbruik en de angst die velen voelen om naar de politie te stappen, dan had ze een reëel probleem aangekaart in de marge van die verkrachtingsaffaire. Nu liet ze zich verleiden door profileringsdrang, niet gehinderd door enige dossierkennis.

Een Zuhalleke betekent: impulsief en zeer luidruchtig reageren op een maatschappelijk probleem met als ultieme doel zelf in het centrum van de belangstelling te komen staan. Een Purnelleke wil zeggen: vanuit wetenschappelijke bevindingen en betrouwbare studies het maatschappelijke probleem dieper duiden. Ze produceren daarbij allebei voldoende decibels om gehoord te worden, maar in het geval van een Zuhalleke is de bedoeling vooral om zelf in the picture te komen staan, een Purnelleke heeft als belangrijkste doel de problematiek zelf onder de aandacht te brengen of houden. Dat tweede is nodig, dat eerste meestal overbodig of voorbarig.

Terug naar de essentie. Omdat het juist heel verleidelijk is om in een machtspositie de ware omvang van die macht groter te achten dan ze in werkelijkheid is, heb je meer controle nodig. Organismen die waken over zij die macht hebben. Mensen die veel alerter toezien op mogelijke vormen van machtsmisbruik dan vandaag gebeurt. Structuren die toelaten om preventief te werken en — als dat niet gelukt is — kordater in te grijpen achteraf. Dat het slachtoffer van die ene verkrachtingszaak absolute discretie had gevraagd, moeten we uiteraard honoreren, maar zelfs dan nog moet het mogelijk geweest zijn om discreet te achterhalen wat die professor F.D. nog allemaal aangericht had. Een patroon van machtsmisbruik, seksueel grensoverschrijdend gedrag en een gevoel van onaantastbaarheid kan je snel detecteren, als je dat tenminste wil. F.D. kon jarenlang zijn gang gaan, hier en in Nederland. Je moet het wel wíllen zien, natuurlijk.

Universiteiten zouden na de herfstvakantie, die hen gegund is, alles moeten doen om dringend en dwingend een structuur op te zetten met meer vertrouwenspersonen, die daadwerkelijk gehoord worden, en met meer momenten waarop het functioneren van het academisch personeel wordt afgetoetst aan wat maatschappelijk en universitair wenselijk is. Het moet mogelijk zijn om wie beschuldigd wordt, tijdelijk op een zijspoor te zetten. Niet om het aantal verdachtmakingen de hoogte in te jagen of om een heksenjacht te organiseren, maar om in het geval van betrouwbare informatie of veelvuldige aantijgingen over één persoon, die man (en hoogst uitzonderlijk die vrouw) even op een zijspoor te zetten, tot de zaak (of zaken) is (zijn) uitgeklaard.

Dat is het minste wat we voor de slachtoffers kunnen doen, zonder hen daarom zelf in beeld te brengen. Wat het gerecht er daarna eventueel mee doet, is weer een andere zaak. Het is niet omdat een slachtoffer anoniem wil blijven — wat absoluut gerespecteerd moet worden —, dat de dader mag verder gaan alsof er niets aan de hand is.



Onmensen

Communicatie, Samenleving Posted on za, oktober 22, 2022 11:09:51

De blokkeerknop op Twitter heeft deze week weer zijn dienst bewezen. Ik deed iets wat ik de jongste tijd uit lijfsbehoud steeds minder vaak doe, ik las de reacties onder nieuwsberichten dat Meryame Kitir tijdelijk moet afhaken als minister voor Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedelijk Beleid. Voor haar ‘mentale welzijn’, schreef ze zelf op Facebook. Ze geeft terecht alle aandacht aan haar geestelijke gezondheid, bevestigde haar partijvoorzitter Conner Rousseau. De premier en collega-ministers wensten haar een voorspoedig herstel toe. Onder al die tweets werd gif gespuid, alsof dat momenteel in flinke afslag staat in de gifwinkels. Soms werd dat gif zelfs begeleid door een gifje.

Diezelfde dag publiceerde Knack een artikel waarin stond dat het momenteel een zootje is op het kabinet van Kitir. Medewerkers die afhaken, een burn-out krijgen, gedegouteerd zijn door de chaos die er heerst. Wie ben ik om aan een bijdrage in een gerespecteerd weekblad te twijfelen? Maar het sluit niet uit dat Kitir én een slecht georganiseerde minister is én het zelf mentaal moeilijk heeft. Dat kan perfect samenvallen. In dat geval zou ze best niet terugkeren op haar ministerpost, maar verdient ze nog altijd mededogen en een adequate behandeling. (Net zoals Sihame El Kaouakibi het verdient om beoordeeld te worden op haar vermeende misdrijven — een zaak voor de rechtbank, niet voor het volksgericht — en niet op haar uiterlijk of afkomst. In een Vlaams Belang-filmpje op Facebook werd ze met racistische en seksistische ondertoon ‘sjoemelpoedel’ genoemd, degoutant gewoon!)

Dat gegeven was niet besteed aan tientallen verzuurde, walgelijke onmensen. Anders kan ik ze niet omschrijven. Bijna zonder uitzondering te situeren in de (extreem)rechtse hoek. De hoek waar ze Knack als een extreemlinks blaadje bestempelen, maar nu het hen uitkwam werd er volop uit geciteerd.

De reden waarom ik er zovelen heb geblokkeerd, had niet zozeer te maken met wat er in Knack stond, maar in de steeds terugkerende opmerking — trollen zijn niet bijster origineel en bovendien bedient één trol vaak meerdere accounts — dat Kitir ‘ons’ geld had verbrast aan ontwikkelingssamenwerking, in het kader waarvan ze talloze ‘snoepreisjes’ had gemaakt. Zo stond het er dikwijls letterlijk: ‘snoepreisjes’. Diezelfde trollen die de traditionele media niet lusten omdat ze in hun (extreem)rechtse ogen te links zijn, maar die bezwarende artikels voor (centrum)linkse politici in diezelfde media naar eigen goeddunken helpen verspreiden, zeggen doorgaans dat we de vluchtelingencrisis ter plaatse moeten aanpakken, zodat mensen in nood niet naar hier moeten vluchten, maar als er dan geld aan uitgegeven wordt, is dat opeens weer ‘ons’ geld dat toekomt aan ‘onze’ mensen. Ontwikkelingssamenwerking wordt in hun ogen maar best afgeschaft.

Alleen wie het zelf goed heeft, kiest voor dit ieder voor zich-principe.

Help uzelf.

Ieder voor zich.

Consequent zijn ze dus niet, die trollen. Luidruchtig wel, en dat is net het probleem. Zo krijg je de indruk dat ze met heel veel zijn, ja, dat ze zelfs ‘de’ stem van ‘de’ Vlaming vertolken. Omdat er bij de meerderheid hoofdzakelijk zwijgers zitten, lijkt het alsof die luidruchtige minderheid de meerderheid vertegenwoordigt. Het is een les voor wie de samenleving niet zo cynisch bekijkt als die trollen: we mogen niet langer zwijgen over onrecht en ongelijkheid. We moeten opstaan tegen elke vorm van discriminatie. En we moeten duidelijk maken dat de trollen níet ‘de’ stem van ‘de’ Vlaming vertolken. Terwijl de rest van het café de tirades van de decibels producerende dronkenlappen ondergaat, in de hoop dat die snel een ander etablissement zullen opzoeken, gaan die lawaaimakers ervan uit dat ze zich onder gelijkgestemden bevinden, omdat niemand hen tegenspreekt. Ze krijgen gelijk, omdat niemand nog openlijk durft te zeggen dat ze ongelijk hebben. Zo komt het dat tafelspringers meer gedaan krijgen dan bedachtzame lieden.

Daar moeten we iets aan doen.

Daar moeten onze politici dringend iets aan doen. Ze moeten ophouden zich te laten leiden door de meest recente peiling of stennis op sociale media. Ze mogen zich niet alles laten dicteren door hun partijhoofdkwartieren. Ze moeten terug naar de basis, hun ideologische principes, dat wat hen in den beginne dreef, in plaats van zich te laten leiden door opportunisme. Laat dat aan de populisten over. Om even populair te proberen worden als Theo Francken moet je vooral niet zelf Theo Francken te proberen worden. Zoek je eigen stem, je eigen identiteit, je eigen authenticiteit, en wees consequent. Buikgevoel is soms beter dan het achternalopen van ingebeelde ratio.

***

Trollen liggen niet wakker van kinderen die in Brussel op straat moeten slapen, bij gebrek aan tijdelijke opvang. Creperen mogen ze. Het is niet voor niets dat de populairste politici in deze contreien jarenlang Maggie De Block en Theo Francken zijn geweest, beleidsmakers die asielzoekers alleen maar als een last beschouwden en hun strengheid graag voor de camera’s uitten.

De huidige asielcrisis is klein bier in vergelijking met die van 2015. “We worden niet ‘overspoeld’, tenzij door dodelijk cynisme”, schreef de immer lezenswaardige Bieke Purnelle gisteren in haar column in De Standaard. Zo is het maar net. Als cynici de toon gaan bepalen, verhardt een maatschappij. Liefst hadden de trollen gezien dat de vluchtelingen in eigen land crepeerden, maar als het dan toch hier moet, dan niet in hun achtertuin maar in een Brusselse straat, waar ze hen toch niet zien liggen.

Wat niet weet, wat niet deert.

Wat wel weet, maar niet ziet, evenmin deert.

Onmenselijkheid is een kanker die lelijk huishoudt in onze steden en gemeenten.

***

Daar staat dan weer tegenover dat er ook activisten bestaan voor de Goede Zaak, die niet altijd de slimste acties bedenken. Neem nu die twee die een blik tomatensoep over de — door glas afgeschermde — Zonnebloemen van Vincent van Gogh kieperden in de National Gallery in Londen. “Wat is meer waard? Kunst of leven?”, schreeuwden ze na hun daad. “Is het meer waard dan voedsel? Meer waard dan gerechtigheid? Maakt u zich meer zorgen over de bescherming van een schilderij of de bescherming van onze planeet en mensen?”

Wat een kortzichtige domheid! Viseerden de leden van Just Stop Oil Van Gogh omdat hij een Nederlander was, het land van Shell? Of omdat er zoiets bestaat als zonnebloemolie? Blijkbaar niet. Zelfs op dat niveau was het niet doordacht.

Als er iets is wat het verdient om de eeuwigheid te doorstaan, is het (grote) kunst. Dat staat los van de klimaatdiscussie. Door deze ondoordachte actie heeft dit duo de o zo noodzakelijke en dringende aanpak van het klimaatprobleem niet in goede zin onder de aandacht gebracht, wel integendeel. Voor ecorealisten en klimaatontkenners vormt dit gebeuren een excuus om voor de zoveelste keer de actievoerders te viseren en hun boodschap te negeren, om de man te spelen en niet de bal. Contraproductiever wordt het niet. Het jarenlange, volhardende werk van Greta Thunberg & co is niet gediend van dit soort lompigheid. Dat zouden ze morgen op de klimaatmars in Brussel weleens mogen benadrukken. Gooi die soep dan tegen de voorgevels of in de inkomhallen van ministeries waar onwillige of onbekwame ministers en hun kabinetsmedewerkers huizen. Of doe dat bij bewust vervuilende bedrijven die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid weigeren op te nemen. Niet in een museum. Van Gogh heeft geen oren naar hun boodschap.

Kunst vernietigen of (proberen te) beschadigen zit op dezelfde lijn als boekverbrandingen, een activiteit die we associëren met dictatoriale regimes, waarvan de leiders bang zijn voor hun eigen schaduw en waar paranoia troef is. Wil je je daarmee werkelijk associëren als actievoerder? Of vind je het best wel oké dat je tot op het niveau van de pesterige trollen afdaalt?



De Larry David in ieder van ons

Radio en Televisie, Samenleving Posted on za, oktober 08, 2022 11:36:26

Ik ben rond, beste lezer. Neen, dit wordt geen klaagzang over overgewicht, ik ben rond met het kijken naar de geweldige tv-serie Curb your enthusiasm, wat zoveel betekent als ‘Verwacht er maar niet te veel van’ (iets wat, terloops gezegd, in het algemeen ook voor mijn blogposts geldt). Ik heb de serie pas in 2011 ontdekt, in de tweede aflevering van het achtste seizoen. Intussen werden, met een beetje vertraging, ook seizoenen negen tot en met elf ingeblikt, telkens goed voor tien afleveringen, honderd en tien in totaal. Maar er bleef dat gat van die eerste zeven seizoenen plus die ene aflevering van seizoen acht.

Dankzij een gewijzigde abonnementsformule kon ik een paar maanden geleden in de wonderbaarlijke tv-theek eindelijk die oude reeksen beginnen op te vragen. Opeens was hoofdrolspeler en bedenker Larry David geen man van vijfenzeventig meer, wat hij nu is, maar werd hij tweeëntwintig jaar terug in de tijd gekatapulteerd, een prille vijftiger. Die David is overigens de medebedenker van de succesvolle sitcom Seinfeld, die tussen 1989 en 1998 te zien was op de Amerikaanse televisie. Hij heeft daar naar verluidt een slordige tweehonderd miljoen dollar aan verdiend. Pretty, pretty, pretty, pretty good!

Excuus, misschien kunt u niet volgen. Die laatste uitspraak doet Larry David namelijk de hele tijd in Curb your enthusiasm. Mocht u de serie niet kennen: 1) shame on you!, 2) haal uw schade alsnog in, het loont de moeite. In Curb… speelt Larry David zichzelf, zoals het personage van George Costanza in Seinfeld ook gebaseerd was op de sociaal gehandicapte David. Hij heeft dus de gewoonte om zichzelf als personage te portretteren. Ik hoop dat het een uitvergrote versie van zijn eigen leven is, vol overdrijvingen, anders geeft het te denken. Het hoofdpersonage, Larry David dus, is een rijke, joodse scenarioschrijver-producer die hoofdzakelijk rentenierend, golfend, uitgebreid lunchend en commentaar op alles en iedereen gevend door het leven stapt. De dialogen zijn summier uitgeschreven, er wordt duchtig geïmproviseerd voor de camera, wat de montage naar het schijnt tot een helse job maakt. Elke aflevering duurt ongeveer een halfuur en omvat een tweetal verhaallijnen die naar het einde samenkomen. Elk seizoen bevat bovendien een overkoepelende verhaallijn die tien afleveringen meegaat en eindigt in een apotheose, meestal een anticlimax voor de hoofdfiguur.

Wat Larry David (het personage) zo interessant maakt, is dat hij in ieder van ons zit. In het beste geval een beetje, in het slechtste geval een grote hap. Hij zeurt constant, heeft altijd gelijk, vindt dat hij in alle omstandigheden mag zeggen wat hij wil zeggen, gaat overal en met iedereen in discussie. Larry David is Twitter, beste lezer, maar dan om te lachen, en je hebt er niet eens een lachband voor nodig.

Sommigen vinden dat Curb your enthusiasm de witte cisgender levensstijl propageert, maar het tegendeel is waar: dit is kritiek op de gelijkhebberige boomer, en niet zo subtiel ook. Larry David is seksistisch, racistisch en homofoob, maar hij is dat niet op een Filip Dewinterachtige wijze, neen, hij is de verzinnebeelding van de tolerante progressieve witte man die niet beseft hoe onverdraagzaam hij in werkelijkheid is. U moet de boeken van Robin DiAngelo maar eens lezen, White fragility en Nice racism, over hoe mensen die zichzelf progressief, tolerant en intelligent noemen toch voortdurend in de fout gaan, en daardoor in hetzelfde schuitje belanden als de ‘Ik ben geen racist maar…’-toeteraars. Die eerste aflevering van De tafel van vier waarin geprovoceerd werd met het n-woord? Daar had Larry David kunnen zitten, hij zou vrolijk meegedaan hebben (het personage, hopelijk niet de persoon zelf).

Soms zit je goedkeurend te kijken naar wat er op het scherm gebeurt. Een voorbeeld: Larry David loopt binnen in een ijssalon en raakt geïrriteerd omdat de vrouwelijke klant voor hem álle smaken eventjes wil proeven, alvorens ze toch maar vanille bestelt. Ik zou óók verontwaardigd zijn over haar egoïsme en het verlies van mijn kostbare tijd, we hebben dat allemaal al weleens meegemaakt. Alleen gaat David zó lang door met klagen, dat je op den duur wel de kant van die vrouw moét kiezen. Gelijk hebben is nog iets anders dan gelijk halen.

Ander voorbeeld, uit de allereerste aflevering die ik ooit zag en die ik eergisteren opnieuw heb gezien: twee vrouwen staan voor het roomijsdepartement in een supermarkt, de ene weent, de andere probeert haar te troosten. En Larry David probeert hen — eerst vriendelijk, daarna pusherig — naar links of naar rechts te maneuvreren, waardoor hij aan zijn portie Ben & Jerry’s kan. Typisch is dan dat de troostende vrouw, die een safe house in Davids buurt blijkt te runnen, hem nadien uitnodigt om zich te verontschuldigen, waar hij na enig aandringen op ingaat, maar waardoor hij, zoals steeds, de zaak nog erger maakt. Want na zijn ‘I’m sorry’ volgt dan zonder uitzondering een opsomming van waarom hij toch vindt dat hij gelijk had. Natuurlijk begrijpt hij niet waarom mensen dan nóg bozer worden.

De Larry Davids van deze wereld lopen stuntelig en struikelend door het leven, maar ze denken dat ze kaarsrecht lopen en trots mogen zijn op wie ze zijn, wat ze doen en, vooral, wat ze zeggen. Dat is een beetje zielig. Wat de serie zo geniaal maakt, is dat Curb your enthusiasm je tegelijkertijd laat lachen om die stunteligheid van het hoofdpersonage, verontwaardigd worden over diens hardleersheid en meewarig laat doen over de levensstijl van rijke, witte mensen in Rijkewittemensenland. Het is de ideale afsluiter van een lange dag, mijn echtgenote en ik proeven dit a rato van één aflevering per avond (‘Nog een Curbke?’).

Er zit een Larry David in u. Er zit een Larry David in mij. In het verkeer wórd ik Larry David. Ik erger mij over alle andere weggebruikers tot op het niveau dat die andere weggebruikers zich alleen maar kunnen ergeren over mij. Ik vond bijvoorbeeld al lang voor het invoeren van het verplichte ritsprincipe dat het logisch is om zo ver mogelijk door te rijden op een rijstrook die gaat verdwijnen en pas op het einde in te voegen. Dan moeten de chauffeurs in die invoegstrook slechts één wagen laten voorsteken. Heel logisch, ik heb daar gelijk in. Alleen helpt het niet om daarover te blijven zeuren en heb ik mij ongetwijfeld in andere verkeerssituaties te gelijkhebberig gedragen. Larry David! U heeft dat waarschijnlijk ook, zij het in andere domeinen. Of misschien bent u wel die chauffeur die mij niet wil laten invoegen, omdat u mij een opportunist vindt. (U heeft ongelijk.)

Benieuwd wat Larry David zou vinden van het afknippen van haarlokken uit solidariteit met de vrouwen in Iran. Hij zou dat allicht niet ‘Pretty, pretty, pretty, pretty good!’ vinden. En wij zouden eerst goedkeurend zitten knikken vanwege zijn logisch klinkende reactie en na de nodige drammerigheid toch een andere mening beginnen te vormen. Misschien komen we het wel te weten in seizoen twaalf van Curb your enthusiasm, dat in de maak is.

‘Ik doe dit niet voor mezelf maar voor de samenleving,’ roept David tegen een vrouw met een hond, vlak nadat hij zijn eigen terechte opmerking (hondenpoep op zijn gazon, de eigenaar van het dier moet dat uiteraard opruimen) heeft omgezet in een eindeloze klaagzang, waardoor je als kijker finaal meer gaat sympathiseren met de persoon die in de fout is gegaan (de vrouw met de hond) dan met de klager. Typisch Larry David!



« VorigeVolgende »