Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Wandelen

Communicatie Posted on za, augustus 18, 2018 18:37:17

Vooruit, nog eentje. Morgen mag ik mijn tiende
en laatste praatsessie als ‘Tijdgeest’ op MoMeNT in Tongeren houden, met als
gasten burgemeester Patrick Dewael, sp.a-Kamerfractieleidster Meryame Kitir en
politieke journaliste Liliana Casagrande (Het
Belang van Limburg
). Negen middagen van twaalf tot twee met telkens drie
gasten: dat kruipt in je kleren, maar dan in de meest positieve zin. Je kleren
gaan er kleurrijker van uitzien: ze mogen voorlopig nog niet in de was. Het was
razend interessant, geweldig boeiend, bijzonder leerrijk, waanzinnig
verrijkend, filosofisch hoogstaand – en ik zou zo nog wel even kunnen doorgaan.
En ik zeg dat niet omdat ik mezelf zo razend interessant, geweldig boeiend,
enzovoort, vind, maar ik breng hulde aan mijn gasten, die heel open waren, bij
momenten zelfs bijzonder intiem spraken over zichzelf en hun verhouding tot
tijd, deadlines en Het Leven. Het was een eer en een genoegen.

“Historici hebben alle tijd,” zei
historicus Jan Vaes gisteren. Het is een van de vele uitspraken die bleef
hangen. Je kunt over tijd een eind weg filosoferen, maar je kunt er je leven
ook door laten dicteren. Tijd is absoluut en relatief. Als ik naar Tongeren
reed, keek ik bijzonder uit naar nieuwe ontmoetingen. Als ik vijf uur later van
Tongeren wegreed, richting file op de Brusselse Ring, keek ik daarnaar uit als
een terdoodveroordeelde naar de in de verte bengelende strop. Op de heenweg
vloog de tijd voorbij, op de terugweg leek ie stil te staan. Michiel Vandeweert,
twintig en al zes jaar ouder dan de gemiddelde progeria-patiënt, leeft heel
sterk in het nu. Anderen zweven over de tijd heen. En dat heeft allebei zijn
waarde. Niet iedereen doet van ‘Carpe diem’.

Nog één keer de tijd stilzetten om erover te
praten en dan even tijd voor niets. Een beetje luiheid moet kunnen, zoals
filosoof Johan Braeckman aanvoert. In zijn essay Luiheid als achtste deugd citeert hij de Amerikaanse essayist
Edward Abbey: “Wandelen duurt langer dan eender welke vorm van bewegen. Daardoor
rekt het de tijd uit.”

Volgende week ga ik wandelen. Dan heb ik even
alle tijd. Nu nog even een moment voor Tijd.

U bent morgen
van 12 tot 14 uur uitermate welkom in de Maastrichterstraat 11, en nog wel
gratis. Maar ook daarna valt er heel wat te beleven op dit evenement:
moment.tongeren.be. En zelfs zonder MoMeNT is de stad Tongeren een bezoek
waard.



Schuddebol

Communicatie Posted on za, augustus 11, 2018 18:10:09

De tijd vliegt wanneer je je amuseert. Dat is
natuurlijk niet echt zo: een dag duurt dan net zo goed 24 uur, een uur 60
minuten en een minuut 60 seconden. En toch lijken de minder prettige dingen een
eeuwigheid te duren en de prettige veel korter te zijn. Dat gevoel had ik
gisteren en vandaag ook op de eerste twee middagen van MoMeNT in Tongeren. Het
vloog voorbij. Interessante praatgasten, boeiende thema’s (Tijd, Deadlines),
een publiek dat aandachtig was voor wat geen longread maar een longlisten was. Een format die – komt-ie! – niet van deze tijd is en daardoor net weer wel.
Laten we er vooral voor zorgen dat fijne gesprekken even mogen duren en niet
vervellen tot momentopnamen, oneliners, slogans, tweets.

Vrijdag waren drie auteurs aan het woord:
twee bekroonde vijftigers, Jeroen Olyslaegers en Yves Petry, en één nog niet
bekroonde dertiger, Katrijn Van Bouwel. Er is heel veel gezegd in die twee uur
en toch heb ik niet heel mijn voorbereiding kunnen gebruiken. Ik had het met ‘vrolijke
pessimist’ Yves nog willen hebben over zijn uitspraak: ‘Romans zijn voor mij een
manier om betrokken te zijn op mensen.’ Jeroen had ik graag een zinnetje uit Wil voorgelegd: ‘Moeilijke tijden, zult
ge mensen vandaag de dag nog steeds horen zeggen en vooral: dat ge alles in
zijn context moet zien.’ En met Katrijn wilde ik een boompje opzetten over een
zinnetje uit De muze en het meisje:
‘Alle tijd is tijd genoeg.’ Maar, euh, alle beschikbare tijd was nog niet
genoeg.

Beide heren werden bekroond met de
Tzum-prijs voor Mooiste Zin van het Jaar. Yves in 2016 voor een zin uit Liefde bij wijze van spreken: ‘Ze ging naar bed met jongens op de manier waarop ze vroeger boeken las:
omdat ze het gevoel had dat het van haar werd verwacht, niet omdat ze er zelf
veel bijzonders van verwachtte.’ Jeroen een jaar later voor deze zin uit Wil: ‘Mijn ouders zijn nooit
pilaarbijters geweest, vooral mijn vader had enkel minachting voor al die
lijkbidders in een kerk die devoot met hun handen boven de lakens sliepen en
die de soutanedrager achter het altaar beschouwden als hun genadeloze gids in
de zoölogie van de lusten.’ Die prijs is overigens niet louter symbolisch, er
hangt een bedrag aan vast: één euro per woord. Dus ontving Yves Petry netjes 34 euro,
en Jeroen 48, die men hem persoonlijk uit Nederland is komen brengen.

Toen dacht ik: ik kan Katrijn
niet met lege handen laten vertrekken en ik koos een van de vele prachtige
zinnen uit haar debuut. Met name: ‘De dooi van de tijd zal ook deze
herinneringen wegsmelten, tenzij ik ze kristalliseer, bewaar in een schuddebol,
om steeds weer opnieuw tot leven te laten komen.’ Ik moet haar 27 euro. En ik
heb het beeld van die schuddebol nu in mijn hoofd zitten en denk diep na welke
gebeurtenissen ik daarin zou willen vastleggen, om ze heel af en toe kort tot
leven te wekken, zoals in het sneeuwlandschap uit de allerbekendste schuddebol.
In de eerste plaats: een herinnering aan mijn vader. Hoe meer ik erover nadenk,
hoe meer ik die schuddebol een fantastisch idee vind voor een nostalgicus als
ik. Maar ik zou er wel zeer spaarzaam mee schudden.

Vandaag ging het over de
media, de sector die we onmiddellijk associëren met deadlines. Ivo Vandekerckhove
vertelde over de tijd, dertig jaar geleden, toen hij nog lang geen hoofdredacteur
van Het Belang van Limburg was, maar
regionaal correspondent, en hij veel te laat was met een belangrijke bijdrage
over de Kempense Steenkoolmijnen, waarvoor twee pagina’s waren vrijgemaakt. De
dag nadien verscheen de eerste editie van de krant niet buiten Limburg. De hoofdredacteur van toen produceerde meer decibels dan gebruikelijk.

Eddy Eerdekens, hoofdredacteur van
TV Limburg, is lang geleden ook bij die zender als reporter begonnen. Op zekere
dag merkte hij onderweg naar de redactie in Houthalen dat er een tankwagen ontploft
was en die had op zijn beurt een aantal auto’s in de fik gestoken. En hij reed
met gierende banden over het brandende asfalt om op de redactie een cameraploeg
te zoeken. Het was de tijd vóór de smartphone, de gsm, de videojournalistiek,
gevoelsmatig was het maar net ná het stenen tijdperk. De vliegende reporter
deed zijn ding en de beelden gingen de wereld rond, tot op CNN toe.

En Christophe Vandegoor deed
haarfijn uit de doeken hoe een dag in zijn commentaarcabine tijdens de Tour verloopt. Op de radio hoor je een rustige, vastberaden en vaste stem.
Iemand die alles onder controle lijkt te hebben. In werkelijkheid moet hij voor de vuist
weg een live verslag geven in twee nieuwsbulletins, wordt hij geacht
onmiddellijk daarna het koersverloop opnieuw te becommentariëren, moet hij zijn
co-commentator briefen, de sociale en andere media volgen, en de mededelingen
op het officiële kanaal van de Tour meepikken. Nou.

De tijd vliegt, jazeker. (Morgen is het al Dag Drie.)

Tot en met zondag 19 augustus ben ik Tijdgeest op MoMeNT in Tongeren en ontvang ik iedere dag drie praatgasten in een leegstaand winkelpand aan de Maastrichterstraat 11. Telkens van 12 tot 14 uur, gratis. Een deel van het gesprek wordt via Facebook Live aangeboden. En er gebeurt dezer dagen nog veel meer moois in de (chronologisch) eerste stad van het land. Alle
info: moment.tongeren.be



Tijdgeest

Communicatie Posted on za, augustus 04, 2018 12:56:01

Wat u één seconde geleden bent beginnen te
lezen, is niet meer of niet minder dan een promotionele boodschap. U kunt nog
terug.

***

Nu niet meer. Ik wil van deze ruimte — die ik
gratis ter beschikking krijg van mezelf — schaamteloos ge- en misbruik maken om
een evenement aan te kondigen en aan te prijzen, waar ik zelf nauw mee
verbonden ben. Ik ben namelijk van 10 tot en met 19 augustus tien dagen lang
‘Tijdgeest’ op MoMeNT in Tongeren. Ja, u lacht, maar ik ben het wél en u níet!
MoMeNT vindt voor het tweede jaar op rij plaats in een van de oudste steden van
het land. Tongeren prijst zichzelf aan als ‘eerste stad van België’ en wie ben
ik om hen tegen te spreken.

Oorspronkelijk heette Tongeren in het Latijn
Atuatuca Tungrorum, een Gallo-Romeinse nederzetting die rond vijftien vóór
Christus ontstaan is. Vandaag is het een relatief kleine stad (bijna 31.000
inwoners) met een zeer rijke geschiedenis (eerste bisdom van de Lage Landen,
bijvoorbeeld), maar die vooral geassocieerd wordt met Ambiorix, koning der
Eburonen, die de troepen van Gaius Julius Caesar op zeer listige wijze in een
hinderlaag lokte. En dat is ten onrechte, zult u tijdens de tiendaagse vernemen
van een historicus. Want Ambiorix verbleef een eind verderop, op de huidige
grens van Vlaanderen en Nederland, een kilometer of veertien verwijderd van wat
Atuatuca Tungrorum zou worden. Dat standbeeld staat daar dus voor niets te
pronken. Fake old news! En hij draagt
dan ook nog eens een tuniek die helemaal niet werd gedragen kort voor het begin
van onze jaartelling. Dubbele fout!

MoMeNT draait, zoals de naam het al een beetje
aangeeft, rond Tijd. Bijna een half jaar lang zijn er zeer uiteenlopende
evenementen: tentoonstellingen, theatervoorstellingen, concerten, filmavonden,
alles onder de kundige en enthousiaste leiding van intendant Barbara Wyckmans,
een naam als een klok (Tijd!) in de Vlaamse culturele wereld. Maar het
zwaartepunt ­— en dat heeft niets met mijn embonpoint te maken! — situeert zich
dus in die tien dagen in augustus, vanaf komende vrijdag.

Naast het hoofdthema, Tijd, is er ook een
subthema: Deadlines. En dat is natuurlijk gefundenes Fressen voor een
deadlinevreter als uw dienaar. Deadlines bezorgen mij afwisselend vreugde,
adrenaline en stress. Ik kan niet zonder. En ik kan niet met. Ik hou ervan en
ik verfoei ze. Deadlines worden bijna uitsluitend geassocieerd met het
journalistenbestaan, maar dat is ten onrechte. Iedereen krijgt ermee te maken.
Als u om halfzes merkt dat de melk op is en de winkel
sluit om zes uur, is dat úw deadline. En dus kan iedereen er een mondje over
meepraten.

***

Ik mag — het is écht een privilege! — elke
middag in een leegstaand pand in het centrum van Tongeren drie gasten ontvangen, uit zeer uiteenlopende branches. Meer uitleg over
wie ze zijn en wat ze doen, vindt u op de website van MoMeNT of op hun
Facebook-pagina. De eerste dag komt Jeroen Olyslaegers, de Tijdgeest van vorige
zomer, symbolisch de fakkel overdragen. De andere auteurs die dag zijn Yves
Petry en Katrijn Van Bouwel. Hoe gaan zij om met hun kostbare tijd, kennen ze
deadlines en worstelen ze soms met writer’s block? Op dag 2 mag ik
mediacollega’s verwelkomen: de hoofdredacteuren Ivo Vandekerckhove (Het Belang van Limburg) en Eddy
Eerdekens (TV Limburg), en
wielercommentator Christophe Vandegoor (Sporza).
Zondag 12 augustus ontvang ik diversiteitsdeskundige en ex-profvoetballer Paul
Beloy, marketeer/columniste Yasmien Naciri en deken Rik Palmans. Het zal u niet
verwonderen dat de multiculturele samenleving, integratie en religie die dag
gespreksthema’s zullen zijn.

De dertiende is voorbestemd voor mensen met
tegenslag in het leven. Michiel Vandeweert (progeria-patiënt die al acht jaar
ouder is geworden dan iemand met deze verouderingsziekte meestal wordt), Jan
Swerts (muzikant, lijdt aan het syndroom van Asperger, schreef recent over zijn
zoontje dat Gilles de la Tourette heeft) en Stijn Coninx (cineast, drie van
zijn vier kinderen zijn doof geboren). Maar we gaan het uiteraard ook over
prettige en positieve dingen hebben: de optimistische levensfilosofie van
Michiel, de ‘melanchologische’ muziek van Jan, de warme films van Stijn. Op
dinsdag 14 augustus gaat het over cultuur in de brede zin van dat woord met Guy
Cassiers, artistiek leider van het Toneelhuis, Jo Grootaers,
chef-met-één-Michelinster van restaurant Altermezzo, en Zohra,
dj-actrice-zangeres. De feestdag die daarop volgt, wordt ingevuld door Robert
Cailliau, de Tongenaar die begin jaren 90 mee het World Wide Web heeft uitgevonden, Wilfried
Gyselaers, professor-gynaecoloog, en Marina Riemslagh, die u in vijf minuten
kan helpen ontstressen (omdat u te veel op dat internet van de heer Cailliau heeft gezeten, bijvoorbeeld).

We zijn voorbij halfweg… Zestien augustus
draait alles rond ecologie en klimaat, met Francesca Vanthielen (Klimaatzaak),
Ludo Kelchtermans (Nuhma, Limburgs klimaatbedrijf) en verkeersdeskundige Willy
Miermans. No Time To Waste! De zeventiende komen drie Limburgse historici
elkaar aanvullen: van de Kelten en de Romeinen over de middeleeuwen tot de dag
van vandaag: Herman Clerinx, Jan Vaes en Rombout Nijssen. Ze komen u onder meer
vertellen dat Ambiorix niet in Tongeren actief was, dat de provincie Limburg
eigenlijk Loon had moeten heten en hoe belangrijk Phil Bosmans is geweest.

Voorlaatste dag, zaterdag 18 augustus, kreeg
als etiket ‘De zoekende mens’. Daar past filosoof Johan Braeckman natuurlijk
perfect in, met zijn pleidooi om wat luier te zijn. Luiheid is dan weer niet
besteed aan activiste Samira Atillah, heel actief bij het opvangen van
vluchtelingen. En Guido Degraen mag als ervaringsdeskundige vertellen hoe je
mensen in armoede een beter leven kunt bezorgen. Afronden doen we zondag 19 met
politiek: burgemeester Patrick Dewael (Open VLD) en Meryame Kitir (sp.a) hebben
al toegezegd. Twee fractieleiders in het federale parlement, de ene behorend
tot een partij die mee de coalitie vormt, de andere de flamboyante woordvoerster
van de oppositie. Tijd en deadlines in de politiek, ze bestaan zeer zeker.
(Riep daar iemand ‘Zomerakkoord’?)

Telkens zal de centrale vraag zijn: wat
betekent Tijd voor u en hoe gaat u om met deadlines? Maar ik zal uiteraard ook
in de ziel van al deze eminente praatgasten proberen te kijken. Hopelijk kunt
ook u, beste lezer, er een MoMeNT voor vrijmaken.

MoMeNT –
Tijdgeest, van 10 tot en met 19 augustus, 12 tot 14 uur, Maastrichterstraat 11,
Tongeren, gratis. De gesprekken zijn ook te volgen via Facebook Live, maar ik
zie er beter uit in het echt (smiley!).

moment.tongeren.be
(moment.tongeren.be/tijdgeest)

www.facebook.com/MoMeNTcultuurfestival/



Roept u maar!

Communicatie Posted on za, april 08, 2017 12:58:25

“Geen
commentaar”. Gevleugelder werden zijn woorden zelden. Daarmee moesten naar
beklijvende uitspraken of tersluikse onthullingen peuterende journalisten het,
na uren in de druilerige regen gewacht te hebben, meestal stellen. Een beetje
bars geformuleerd, zo van: wat staat gij hier nog te doen, manneke? Ga toch
naar huis of naar de kroeg! Jean-Luc Dehaene was geen man van het protocol en
nog veel meer minder van de spraakmakende oneliner. “Een politicus van de
vorige eeuw”, noemde hij zich een paar jaar ver in deze eeuw. In die
vorige eeuw, de twintigste, mocht u onderweg de tel zijn kwijtgeraakt, hing in
vele huishoudens een bordje aan de wand met daarop de tekst “Spreken is
zilver, zwijgen is goud”. Ouders snauwden hun kroost nog weleens “Ge
moet zwijgen aan tafel als de volwassenen spreken!” toe. Op snerpende
toon. Zo van: zo is het en niet anders. En zo is het altijd geweest en zal het
altijd zijn. Dachten ze.

Zo was het
en niet anders. “Geen commentaar” is vandaag “Altijd
commentaar” geworden. Wachtende journalisten kunnen besloten vergaderingen
nu rechtstreeks volgen. Altijd is er wel iemand die wat er in het diepste
geheim gezegd wordt onmiddellijk sms’t of whatsapp’t naar een bevriende
reporter. Als politieke leiders uit de vergadering komen, kunnen de
journalisten hen meteen voor de voeten werpen wat ze zelf juist gezegd of
gehoord hebben. Er wordt niet meer gehengeld naar hapklare brokjes nieuws. Dat
staat al lang op de site (“Later meer…”). Of op Twitter. “Uit
betrouwbare bron vernemen we”. “BREAKING!” Soms tweet een
aanwezige zelf al wat net voordien in alle discretie besproken werd. Altijd
commentaar.

De
president van Amerika heeft altijd commentaar. Vooraf, op het moment zelf,
achteraf. Altijd. En wat zo mooi is: het is traceerbaar. Want het staat op
Twitter. Zo konden we de voorbije dagen de uitspraken van Donald Trump, de
president, vergelijken met die van Donald Trump, de kandidaat, of Donald Trump,
de grofgebekte zakenman. Wat bleek: hij spreekt zichzelf voortdurend tegen.
“Niet bombarderen, Obama, dat is niet in ons belang” van een paar
jaar geleden werd nu “Obama had al veel vroeger moeten beginnen bombarderen”.
Alles is verifieerbaar, tegenwoordig, en niemand lijkt daar wakker van te
liggen. Meningen zijn tijdelijk geworden, als dagjestoeristen op een zonnige zondag. Ze zijn met veel te veel en op het eind van de dag keren ze naar huis
terug, vloekend dat ze met zo veel zijn. De hel, dat zijn de anderen: zij
veroorzaken die file op zondagavond.

Een Vlaamse
minister citeerde uit een rapport van de Staatsveiligheid, dat ze blijkbaar
niet gelezen had. Of niet goed genoeg. Of niet helemaal begrepen. Of die mannen
die onze veiligheid moeten garanderen hadden weer eens te veel woordjes uit
cryptogrammen opgevist om hun boodschap over te brengen. Lekker geheimzinnig.
“Wij hebben dat zo niet bedoeld” werd in haar interpretatie “Ik
heb dat zo gelezen”. Achteraf volgt dan geen mea culpa en al zeker geen
“Ik heb het verkeerd begrepen”, o nee. Dat deed ze ook al niet toen
ze fout citeerde uit een rapport met armoedecijfers dat nog niet eens bij de
drukker lag. Daarin verschillen de machtigste leider van de wereld en een
minister in een regionale regering niet van elkaar. Niet toegeven, vooral: níet
toegeven! Ook al staat het zwart op wit gedrukt: mensen vergeten dat heus wel. En
de achterban pikt het. Vroeger zei men: een krant sterft elke dag. ’s Avonds
schil je er je patatten op. Vandaag sterft een mening elke dag. Het
belangrijkste is: je moet je mening in de groep gooien. Altijd commentaar! Hoe
meer meningen, hoe meer vreugd.

Spreken is
zilver, zwijgen is goud, ach, vergeet het. Roepen is brons en daarmee mag je
toch ook mee op het podium? Het doet deze oudere jongere terugdenken aan een
cabaretlied van Frans Halsema uit 1969, Roept
u maar!
Dat ging zo: Halsema zong een strofe, waarna hij “Roept u
maar!”, euh, riep naar de zaal. “Ja, roept u maar.”
“Biafra”. “Wat zegt u, Biafra? In Biafra, daar heerst honger,
dat is een grote ramp / De vrouwen en de kindertjes, die barsten van de kramp /
Ze sterven daar bij bosjes, iedereen heeft diarree / Maar, we zitten hier
gezellig en we zitten hier oké”. Roept u maar! “Negerprobleem!”
“Negerprobleem. De negers in Amerika, dat valt daar ook niet mee / Die
zitten d’r niet gezellig en die zitten d’r niet oké / Ik ben tegen
discriminatie, dat heeft geen enkele zin / Ik slaap net zo lief met een blanke
vrouw als met een negerin.”

Roept u
maar! Charlie Hebdo! Bataclan! Zaventem! Maalbeek! Nice! Chemische wapens! IS! Stockholm!
Unia! Moskee dicht! U roept, wij volgen. De Homo Politicus van 2017 is als een
cabaretier die iets oppikt uit het publiek en er vervolgens een rijmpje rond
verzint. Klinkt het niet, dan botst het. Botst het, dan is dat maar zo.

***

“Ik ga
u weer verlaten, het is weer mooi geweest / Ik moet nog even verder, ik moet
nog naar een ander feest / Ondanks alle ellende, viel het allemaal wel mee /
Want, we zitten hier gezellig en we zitten hier oké!”

***

Mijn grootmoeder
is gestorven. De bomma. 103-5-31. Op
het eind worden we allemaal gereduceerd tot een getal, of een reeks getallen.
103 jaar, 5 maanden, 31 dagen. Maar verder: geen commentaar. Zwijgen is goud.
En stilte is vaak het mooiste geluid.



Meningitis

Communicatie Posted on di, november 24, 2015 11:56:06

Ik heb de tel niet bijgehouden. Het moet een
veelvoud zijn van het aantal slachtoffers op vrijdag de dertiende in Parijs. Er
zit geen lijn in, behalve deze: het is de schuld van de anderen. Altijd.
Overal. Iedereen heeft er één, zelfs wie er geen heeft. Meningen. Ik zet het
bewust in het meervoud, want wie vandaag a zegt, zegt morgen misschien b, of
a’, een kleine variante op de oorspronkelijke mening. Het is met meningen in
crisissituaties een beetje als met muggen op een regenachtige zomeravond: je
zit er niet op te wachten, ze zijn plots met veel, beginnen rond je hoofd te
zoemen op zoek naar vers bloed en voor je ’t goed en wel beseft begin je zelf
wild om je heen te slaan.

Vandaag niet, dus, wat mij betreft. (Ja, dit
is een mening.)



Ja, ik blijf nog even

Communicatie Posted on vr, maart 27, 2015 11:10:43

Ik hou van Twitter. Ik haat Twitter.

Ik hou van Facebook. Ik haat Facebook.

Ik hou van Instagram. Ik haat Instagram.

Drie jaar geleden lachte ik de sociale media
nog weg, noemde hen ‘asociaal’, vond dat ik daar op mijn leeftijd niet meer mee
moest beginnen. Ook al omdat ik van mezelf weet dat ik niet tegen minder dan
honderd per uur kan leven. In de sociale media duiken zou dus betekenen: er met
mijn volle gewicht in duiken. Acht verdwenen kilo’s later doe ik dat nog
altijd, maar die ietwat schizofrene aanvangshouding is niet echt verdwenen.

Foto’s op Instagram zetten, ach, hoe
narcistisch wordt het hier eigenlijk? Heel narcistisch, zo blijkt, en ik doe vrolijk
mee. Schoorvoetend, nog altijd letterlijk naar het juiste kader zoekend, maar
mezelf toch af en toe een heel klein beetje blootgevend. (Figuurlijk, dames,
figuurlijk!) Tussen alle rotzooi en ‘Zie mij eens geweldig wezen’-poses door
zie je er wel eens hele mooie, verfijnde, doordachte, kunstzinnige foto’s
verschijnen. Kleine pareltjes die een kortstondige glimlach op mijn gegroefde
gelaat toveren. Daar doe ik het voor. Ja, ik blijf nog even.

Tussen de schier eindeloze revue van katten,
honden, perfecte kinderen, onveranderlijk uitstekende rapporten en ‘Zie mij
eens geweldig wezen’-tekstjes ontwaar ik op Facebook – het sociale medium waar
de meeste platitudes passeren – af en toe een mooi motto van iemand die mij
dierbaar is, ik blijf in contact met verre vrienden of kennissen uit lang
vervlogen tijden, en ik zie lekker sarcastische opmerkingen verschijnen. Die
maken de rotzooi een beetje goed. Ja, ik blijf nog even.

Ik tel inmiddels ruim drieduizend driehonderd
volgers meer dan die ene van Nazareth bijna tweeduizend jaar geleden, wat mij
soms het valse gevoel geeft dat ik over water kan lopen, maar Twitter bezorgt
mij bijwijlen ook een opstoot van energie, een soort Red Bull van de sociale
media. Het is prettig dat er mensen die mix van diepe ernst, pogingen tot
diepzinnigheid en baarlijke nonsens voldoende te pruimen vinden om er hun kostbare
tijd aan te spenderen. Welkom, ga zitten, neem plaats, excuus voor de harde
stoelen.

In het beste geval is Twitter een interessant
medium om op de hoogte te blijven, zowel van de strikte actualiteit als van
waar mensen die ik volg mee bezig zijn. Dank zij Twitter heb ik al heel wat
boeiende, interessante mensen mogen ontmoeten, iets wat in het Echte Leven
nooit zou gebeurd zijn, omdat ik die mensen voordien van haar noch pluim kende
en waarom zou ik ook? Dat is het mooie ervan: je doet ontdekkingen, je komt in
contact met soulmates, je raakt
bevriend, niet de kunstmatige ‘vriendschap’ van Facebook, maar échte
vriendschap. (Enfin, dat hoop ik toch, slag om de arm houden!) Op zulke
momenten overstijgt Twitter zijn eigen doel. Ja, het wordt zowaar een sociaal
medium, stelt u zich dat maar even voor.

Maar in het slechtste geval is Twitter een
praatbarak waar de decibels ongegeneerd tegen de muren spatten, een cafétoog
waar dronken lawaaimakers elkaar verdringen voor een rij verschaalde halfvolle
pilsglazen, een speelplaats waar volop gepest, gevochten en nagetrapt wordt,
een half ingestorte tempel van het Grote Gelijk waar tegengestelde meningen
geofferd worden op het altaar van ieders eigen afgod, een bevreemdend
schouwspel dat het midden houdt tussen een Griekse tragedie en een drama van
Shakespeare maar dan met minder bevlogen teksten en amateuristische en slecht
voorbereide acteurs die ‘Zie mij eens geweldig wezen’ uitstralen. Op zulke
momenten is Twitter een oord om zo snel mogelijk te verlaten. En het ergste is
dat zelfs iemand die zich beroept op genuanceerd en met een open geest denken
zich soms laat verleiden om mee te beginnen schelden en tieren. Niet slim, Van
Laeken, niet slim.

Twitter brengt het mooiste en het lelijkste
van de mens samen en dan nog liefst vlak na elkaar, zonder tussenpauze, zonder
tijd om op adem te komen. Het lijkt het Echte Leven wel, maar dan verpakt in
korte boodschappen van maximaal 140 tekens, alsof je in een gewoon gesprek van
abrupt standpunt naar abrupt standpunt zou hakkelen, ondertussen de
medeklinkers inslikkend. Gelukkig is er de negeer-knop. En voor de ergste gevallen:
de blokkeerknop. Zoals ik precies een jaar geleden al schreef: ‘Waarom zou ik dat
soort figuren welkom blijven heten? Ik wil nog zelf kunnen kiezen met wie ik op
virtueel café ga en in welk etablissement ik dat doe, dankjewel. Ik ben geen
skinhead die een robbertje wil gaan vechten aan een punkcafé. Helaas zijn vele
anderen dat wel. Als een moderne versie van de middeleeuwse struikrovers liggen
ze op de loer, wachtend op hun prooi, om dan genadeloos toe te slaan.’

Er valt veel negatiefs te zeggen op Twitter,
maar voorlopig weegt het positieve toch nog behoorlijk door. Ja, ik blijf nog
even.



Graag gedaan!

Communicatie Posted on zo, oktober 19, 2014 12:54:15

“Graag gedaan!”. De kans is groot dat het de meest
gebruikte frase op radio en televisie is. Op het einde van elk interview, van
het meest bitse tot het meest onderdanige, zegt de interviewer (m/v)
vriendelijk “Dankuwel voor dit gesprek” tegen zijn interviewee en die
repliceert in 99,9% van de gevallen even welgemeend: “Graag gedaan!”

Taalarmoede, beste programmamakers en
praatgasten! Doe daar iets aan. Wissel al eens af. Berg die “Graag
gedaan!” op en gebruik eens een andere formulering. “Tot uw
dienst”, bijvoorbeeld, wat is daar mis mee? “Tot genoegen”, tja,
dan belanden we al snel in oud-Vlaams en wie wil daar nu mee geassocieerd
worden, dus liever niet. “Met plezier”, ja, dat kan dan weer wel. “Geen
dank”, ook niets mis mee.

Maar waarom niet nog origineler uit de hoek
komen op het einde van een vraaggesprek? Hier volgen een aantal concrete tips.

***

“Is ’t al gedaan?”

“Goh, ik dacht dat gij een kritische
interviewer waart, maar dat viel nogal tegen.”

“Haal die grijns nu maar van uw gezicht,
meneer Pauwels!”

“Ge moogt gerust weten dat het dik tegen
mijn goesting was!”

“En uw naam was Cornelis? Ha, Ornelis,
salut en de kost hé!”

“Hoeveel moet ik u?”

“En u was geslaagd voor het
journalistenexamen, meneer Schols?”

“Allee, dan ga ik nu iets interessants
doen.”

“Eindelijk, nu kan ik mijn kleren
aantrekken, want dat begon hier fris te worden.”

“Komaan, Wauters, één vraagje nog!”

“Op tv lijkt die studio veel groter.”

“Wanneer gaat ge met pensioen, meneer
Verstraeten, want gij zijt al lang bezig hé. Ik bedoel daar niks mee, hoor.”

“Goed gedaan, jongen!”

“En u gaat dit tot uw 67ste volhouden,
ja?”

“Hoe laat is het, want mijn horloge is
stilgevallen van al dat geleuter?”

“Jullie hebben mijn bankrekeningnummer
toch hé?”

“Amai, nu snap ik waarom z’u De Cobra
noemen, madame Cools!”

“Is dat alles dat er is?”

“‘Van harte bedankt’? Eerst mij aan de
tafel spijkeren en dan ‘Van harte bedankt’ zeggen? Je meent het niet, Verstraete!”

“Wat zei u?”

“Wat denk je, gaan we samen nog iets
drinken, mevrouw Beck?”

***

Tot daar, beste studio- en praatgasten, enkele bruikbare tips om het leven van de kijkers en luisteraars taalkundig te verrijken. Ik
reken op u. (Graag gedaan!)



“Geen service”

Communicatie Posted on za, oktober 18, 2014 12:46:50

Als ik ooit een persoonlijke Wikipediapagina
krijg en als daar ooit een overzicht van de hoogte- en dieptepunten van mijn
privé- en professionele leven op zou verschijnen, dan zal de datum 17 oktober
2014 een aparte vermelding krijgen. De dag dat het zonlicht volop scheen. De
dag dat Theo Francken verder ging met het scherpstellen van het Belgisch record
‘Hoe blijf ik ongewild in het oog van de storm staan?’. De dag dat mijn iPhone
plots ‘Geen service’ aangaf en dit ook consequent volhield.

Ik zat in een godvergeten gat in
West-Vlaanderen, in the middle of nowhere,
het bordje Beschaving voorbij en dan nog een kilometer of vijf, ‘Teutereweutere’
of zoiets, had net een interview achter de rug en zat in
de auto te wachten op een BV die me stipt om twaalf uur ging bellen. ‘Geen
service’. Waarom heet zo’n ding smartphone? Als hij niet meer werkt is hij geen
‘phone’ meer en dus allesbehalve ‘smart’. Gewoon een rechthoekig spul waar je
niets meer mee kunt aanvangen. Brol.

Ik weet niet wat u op zulke momenten doet,
maar ik word dan opstandig. Boos. Radeloze consument. Ik vloek en ik tier en ik
aanroep veelvuldig een denkbeeldig opperwezen, waar ik verder niets mee heb,
maar altijd handig als je iemand de volle laag wil geven en je weet niet direct
wie. Een ramp was mij overkomen. Ik was onbereikbaar voor de wereld.
On-be-reik-baar. Proef die woorden. Ik bevond me niet in een eindeloze
woestijn, noch zat ik in een gevangenenkamp van IS, evenmin liep ik rond op een
verre planeet. Egem, als u het echt wil weten, daar zat ik in mijn isolatiecel
genaamd auto.

Ik dacht: vlug hiervandaan, weg van deze
negorij waar geen connectie is met de moderne beschaving. De iPhone werd af- en
opgezet. Af en op. Af en op. Een keer of tien, met telkens een langere
tussenpauze. ‘Zoeken…’. Een halve minuut later: ‘Geen service’. De helse rit
naar huis – waar de gewone telefoon wachtte en de pc en wifi en dat soort hypermoderne
snufjes – duurde gevoelsmatig forever
en nog een paar tellen.

On-be-reik-baar. Ik waande me terug in 1996,
het jaar dat ik mijn eerste gsm kocht en vanaf dan on the road mensen kon lastig vallen (en zij mij). Een ongewenste
verjongingskuur van achttien jaar. Neen, ik wilde niet per se terug 37 zijn,
maar dat tot daaraan toe: ik wilde vooral niet terug naar een tijdperk waarin je
mensen niet kon bereiken als je niet toevallig in de buurt van een ouderwetse telefoon
stond. Ik wilde dat die bevallige BV mij wel degelijk had kunnen bereiken op
dat afgesproken tijdstip. Ik wilde mij geen oude zak voelen.

Enfin, ‘Geen service’ ging thuis na het uitproberen
van de sim-kaart in de iPhone van een vriendin over in ‘Geen simkaart’. Niet
echt een geruststelling, maar wel een duidelijke diagnose. De hele avond lag
dat hebbeding binnen handbereik: je weet maar nooit dat dat plots, out of the blue, weer begint te werken
en ik mijn zelfbedachte slimmigheidjes op Twitter kon formuleren of mijn
Facebook-status checken of iets posten op Instagram (helaas geen selfies
gemaakt van de Boze Ik in Teutereweutere!). Niets van dat alles. Braafjes tv
kijken, op zijn 1996’s. Passief en al.

Ik ben opgegroeid zonder gsm, zonder internet,
zonder mail, een tijdje zonder kleurentelevisie zelfs: je zou denken dat ik dan
bestand ben tegen zo’n tegenslagje en dat ik onbereikbaarheid zou kunnen
relativeren. Neen, dus. Ik ben een éénentwintigste-eeuwse krijger geworden en
ik was in “I’m mad as hell and I’m not going to take this
anymore
“-modus. Een verwend jochie dat heel even afgesloten was van de
virtuele wereld, lost in Cyberspace,
met dat enge gevoel dat je belangrijke gebeurtenissen aan het missen bent.
Vroeger had ik dat wel eens als ik op café zat en altijd tot de laatste man op
een krukje bleef zitten om toch maar niets te hoeven missen. Er gebeurde zelden
iets interessants, maar hé, ik had toch maar lekker niets gemist van dat Niets.
Een iPhone die dienst weigert, dat kwam voor mij overeen met buitengesloten
worden uit dat café van weleer. Een regelrechte ramp. On-be-reik-baar. Niet op de hoogte.

Zo, en nu even terug naar 1996. Tot ik een
nieuwe simkaart heb. Als ik dan nog altijd ‘Geen service’ op mijn schermpje te
lezen krijg, sta ik niet in voor de gevolgen. Misschien rij ik dan wel naar
Teutereweutere, om af te koelen. Of om deel te nemen aan het WK
Smartphonewerpen.



« VorigeVolgende »