Als ik ooit een persoonlijke Wikipediapagina
krijg en als daar ooit een overzicht van de hoogte- en dieptepunten van mijn
privé- en professionele leven op zou verschijnen, dan zal de datum 17 oktober
2014 een aparte vermelding krijgen. De dag dat het zonlicht volop scheen. De
dag dat Theo Francken verder ging met het scherpstellen van het Belgisch record
‘Hoe blijf ik ongewild in het oog van de storm staan?’. De dag dat mijn iPhone
plots ‘Geen service’ aangaf en dit ook consequent volhield.

Ik zat in een godvergeten gat in
West-Vlaanderen, in the middle of nowhere,
het bordje Beschaving voorbij en dan nog een kilometer of vijf, ‘Teutereweutere’
of zoiets, had net een interview achter de rug en zat in
de auto te wachten op een BV die me stipt om twaalf uur ging bellen. ‘Geen
service’. Waarom heet zo’n ding smartphone? Als hij niet meer werkt is hij geen
‘phone’ meer en dus allesbehalve ‘smart’. Gewoon een rechthoekig spul waar je
niets meer mee kunt aanvangen. Brol.

Ik weet niet wat u op zulke momenten doet,
maar ik word dan opstandig. Boos. Radeloze consument. Ik vloek en ik tier en ik
aanroep veelvuldig een denkbeeldig opperwezen, waar ik verder niets mee heb,
maar altijd handig als je iemand de volle laag wil geven en je weet niet direct
wie. Een ramp was mij overkomen. Ik was onbereikbaar voor de wereld.
On-be-reik-baar. Proef die woorden. Ik bevond me niet in een eindeloze
woestijn, noch zat ik in een gevangenenkamp van IS, evenmin liep ik rond op een
verre planeet. Egem, als u het echt wil weten, daar zat ik in mijn isolatiecel
genaamd auto.

Ik dacht: vlug hiervandaan, weg van deze
negorij waar geen connectie is met de moderne beschaving. De iPhone werd af- en
opgezet. Af en op. Af en op. Een keer of tien, met telkens een langere
tussenpauze. ‘Zoeken…’. Een halve minuut later: ‘Geen service’. De helse rit
naar huis – waar de gewone telefoon wachtte en de pc en wifi en dat soort hypermoderne
snufjes – duurde gevoelsmatig forever
en nog een paar tellen.

On-be-reik-baar. Ik waande me terug in 1996,
het jaar dat ik mijn eerste gsm kocht en vanaf dan on the road mensen kon lastig vallen (en zij mij). Een ongewenste
verjongingskuur van achttien jaar. Neen, ik wilde niet per se terug 37 zijn,
maar dat tot daaraan toe: ik wilde vooral niet terug naar een tijdperk waarin je
mensen niet kon bereiken als je niet toevallig in de buurt van een ouderwetse telefoon
stond. Ik wilde dat die bevallige BV mij wel degelijk had kunnen bereiken op
dat afgesproken tijdstip. Ik wilde mij geen oude zak voelen.

Enfin, ‘Geen service’ ging thuis na het uitproberen
van de sim-kaart in de iPhone van een vriendin over in ‘Geen simkaart’. Niet
echt een geruststelling, maar wel een duidelijke diagnose. De hele avond lag
dat hebbeding binnen handbereik: je weet maar nooit dat dat plots, out of the blue, weer begint te werken
en ik mijn zelfbedachte slimmigheidjes op Twitter kon formuleren of mijn
Facebook-status checken of iets posten op Instagram (helaas geen selfies
gemaakt van de Boze Ik in Teutereweutere!). Niets van dat alles. Braafjes tv
kijken, op zijn 1996’s. Passief en al.

Ik ben opgegroeid zonder gsm, zonder internet,
zonder mail, een tijdje zonder kleurentelevisie zelfs: je zou denken dat ik dan
bestand ben tegen zo’n tegenslagje en dat ik onbereikbaarheid zou kunnen
relativeren. Neen, dus. Ik ben een éénentwintigste-eeuwse krijger geworden en
ik was in “I’m mad as hell and I’m not going to take this
anymore
“-modus. Een verwend jochie dat heel even afgesloten was van de
virtuele wereld, lost in Cyberspace,
met dat enge gevoel dat je belangrijke gebeurtenissen aan het missen bent.
Vroeger had ik dat wel eens als ik op café zat en altijd tot de laatste man op
een krukje bleef zitten om toch maar niets te hoeven missen. Er gebeurde zelden
iets interessants, maar hé, ik had toch maar lekker niets gemist van dat Niets.
Een iPhone die dienst weigert, dat kwam voor mij overeen met buitengesloten
worden uit dat café van weleer. Een regelrechte ramp. On-be-reik-baar. Niet op de hoogte.

Zo, en nu even terug naar 1996. Tot ik een
nieuwe simkaart heb. Als ik dan nog altijd ‘Geen service’ op mijn schermpje te
lezen krijg, sta ik niet in voor de gevolgen. Misschien rij ik dan wel naar
Teutereweutere, om af te koelen. Of om deel te nemen aan het WK
Smartphonewerpen.