Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Tindersticks (Openluchttheater, Deurne)

Muziek Posted on zo, juli 28, 2013 14:15:34

Vijf jaar geleden liet een concertorganisator enkele
honderden muziekliefhebbers nodeloos lang in de Brugse winterkou vertoeven.
Verkleumd stonden die te wachten voor het Concertgebouw, een architectonisch
meesterwerk volgens de ene, een spuuglelijke betonnen bunker voor de andere. De
ergernis over ijzige wind, kou en onvriendelijke behandeling verdween echter
als sneeuw voor de zon – excuus voor de makkelijke woordspeling – toen de
eerste noten van het podium een weg richting zaal zochten.

Tindersticks. Een magisch concert, vijf sterren meer dan
waard, mede geholpen door de sublieme akoestiek en het respectvolle publiek. Je
kon een speld horen vallen tijdens het concert, zo gedisciplineerd waren de
toehoorders. De muziek was prachtig: verstild, bloedmooi, af en toe een gitaar
die als een vulkaan uitbarstte, en daarbovenop de diepe stem van Stuart A.
Staples. Zo’n avond die je zou willen inkaderen en op een centrale plaats in je
woonkamer hangen.

Het concert van zaterdagavond in het Openluchttheater
Rivierenhof in Deurne kon hooguit de perfectie van 14 december 2008 benaderen,
zo wist je vooraf. Ook al inspireert de idyllische en akoestisch uitstekende
omgeving artiesten om telkens weer het beste van zichzelf te geven. Maar wat je
in openlucht en voor een gevarieerder publiek niet kunt bereiken is de heilige
stilte, die Tindersticks nodig heeft en die er in Brugge anderhalf uur lang wel
was. Niet alleen diehard­-fans
in Deurne, maar ook passanten die wel eens wilden kennismaken met deze groep
of die gewoon naar zowat elk concert gaan in het Rivierenhof omdat het vlakbij
huis is.
Het concert werd dus tijdens de stille momenten geregeld verstoord
door converserende toeschouwers, genre
wij-zijn-hartsvriendinnen-en-wij-hebben-mekaar-al-maanden-niet-gezien-of-gehoord-en-wij-willen-hier-en-nu-bijpraten
(en-kan-er-iemand-die-muziek-wat-stiller-zetten-alstublieft-want-we-kunnen-mekaar-nauwelijks-verstaan!).
Dat soort mensen. Wie zijn ze? Wat doen ze? Waarom betalen ze 29 euro voor een
ticket, terwijl ze net zo goed ergens op een terrasje kunnen leuteren over hun
zoveelste pijnlijk afgelopen relatie of de slechte schoolresultaten van de kinderen?

***
Bijna twintig jaar na hun debuutalbum, met de eenvoudige
titel Tindersticks, heeft de
driekoppige groep die live wordt aangevuld met twee gastmuzikanten een œuvre
bijeengeschreven om U tegen te zeggen. Vele songs lijken op het eerste gehoor
op elkaar en zijn toch altijd weer helemaal anders. Tindersticks heeft een
herkenbare stijl, maar durft zijstraten in te fietsen. Zeker de twee jongste
cd’s, Falling Down a Mountain uit
2010 en het van vorig jaar daterende The Something
Rain
, hebben een vollere sound, zijn ritmischer, tonen een groep die
voorzichtig experimenteert zonder haar eigenheid te verliezen. Maar de stem van
Staples blijft dominant: er zijn nog zekerheden in het leven.

In het Openluchttheater opende Tindersticks met het trage If You’re Looking For A Way Out, dat
verrassend werd gevolgd door A Man Needs
a Maid
, een Neil Young-cover. Daarna werd het tempo wat opgeschroefd. In Show Me Everything had gitarist Neil
Fraser een Hot Chocolate-achtige gitaarlick binnengesmokkeld. Ook Slippin’ Shoes, Medicine, Frozen en
afsluiter Come Inside bewezen dat hun
recentste cd gerust kan tippen aan het nog altijd onovertroffen vroege werk.

Staples beperkte de bindteksten tot een occasioneel en verlegen
gepreveld ‘Thank you!’ en als hij dan toch eens enkele volzinnen kwijt wilde,
ging de boodschap domweg verloren door te veel echo op de microfoon. Er is geen
volksmenner verloren gegaan aan Staples. Ook de andere muzikanten hielden het
bij een statisch optreden. De occasionele gitaarsolo werd niet begeleid door
een wijdbeens poserende gitarist, de saxofonist stond niet op en neer te deinen
wanneer hij eens uitzonderlijk hard uithaalde, de pianist stond niet te dansen
achter zijn instrument.
Tindersticks kiest voor subtiliteit, complete harmonie,
de Muziek boven alles. En dat is goed zo. De verstilling van de ene song werd
soms abrupt onderbroken door een schellende trompet, de drummer gaf al eens een
afwijkend tempo aan: hoe bloedmooi de songs doorgaans ook zijn, er hangen soms
weerhaken aan. Ook dat maakt Tindersticks zo bijzonder: net wanneer er enige
voorspelbaarheid in de lucht hangt, wordt die deskundig verbroken. Je kan hun muziek nog het treffendst omschrijven als ‘hypnotiserend’. Als je ervoor open staat, word je ontvoerd naar een ander universum, waar Schoonheid nog met hoofdletter geschreven wordt.

Het volgelopen theater genoot er met volle teugen van (op
die taterende hartsvriendinnen na dan) en riep de groep twee keer terug voor
bissen. Tijdens de eerste bisronde werd een typische Tindersticks-ballad
gevolgd door het bezwerende, hypnotiserende Black
Smoke
, een rocknummer dat voortdurend dreigde los te barsten, maar het net
niet deed, waardoor de song alleen maar aan spankracht won.

Heel wat toeschouwers hadden hun plaats al verlaten toen
Staples & co nog een tweede keer terugkeerden voor Tiny Tears en de instrumental Piano
Music
, waarin de strijkers werden vervangen door een melodica. Wie zich
geen volledig orkest kan veroorloven als begeleiding, moet creatief zijn.

Een wondermooi concert, net niet even magisch als destijds
in Brugge, maar sta me voor één keer toe geen kniesoor te zijn. Tindersticks
mag voor mij altijd een ‘kleine’ groep blijven, met een beperkte maar fanatieke
aanhang. Dan kunnen wij, fans, ervan blijven genieten op unieke, intimistische
concertlocaties, waar dit soort muziek het best tot zijn recht komt. Na het concert
brak een onwaarschijnlijk onweer los boven het Rivierenhof. Alsof de
hemelwachters uit eerbied hadden gewacht tot de laatste noot was uitgestorven
om de sluizen open te zetten. Na Tindersticks volgde Thundersticks.

***

Dat JJ Cale dood is. Of toch niet. Ja, weer wel. Dat de
zogeheten ‘kwaliteitsmedia’ (De Morgen,
De Standaard, deredactie.be) zich lieten belazeren door een Amerikaanse
satirische website die zich specialiseert in nepnieuws, zegt iets over hoe
snelheid het steeds weer haalt van juistheid van de berichtgeving. Uiteindelijk
bleek het oorspronkelijke bericht, op de officiële website van Cale nota bene,
helaas te kloppen. Met Cale stierf ook de betrouwbaarheid van onze nieuwsgaring
weer een beetje en die was al op sterven na dood.

JJ Cale is één van die artiesten die ik nooit live heb
gezien. Ik beschouw dat als een gat in mijn cultuur. Wat zou hij schitterend
hebben gepast in het decorum van het Rivierenhof, als hij tenminste al bereid
zou zijn geweest om er zijn hangmat voor te verlaten. Want Cale stond niet
alleen bekend als de grootmeester van de luie gitaarsound, hij leefde ook een teruggetrokken bestaan. De man wilde gerust gelaten worden en alleen af en naar toe
naar buiten treden met alweer een mooie plaat. Gelukkig zijn er al die LP’s en
CD’s die ik nu terug uit de hoezen zal halen en opleggen. Dat zal mijn
persoonlijke, bescheiden tribute voor
een gerespecteerd en consequent artiest zijn.
Moge hij voorgoed met zijn Magnolia verenigd worden, zoals hij zelf
in dat wonderlijke nummer zong: ‘Got to get back to you, babe. You’re the best
I ever had. (…) You whisper “good morning”. So gently in my ear.
I’m coming home to you, babe. I’ll soon be there.’



Yesterdayland

Muziek Posted on do, juli 25, 2013 12:39:47

180.000 dansgekke bezoekers worden er van vrijdag tot en met
zondag in het provinciaal recreatiedomein De Schorre in Boom verwacht op
Tomorrowland, het meest aparte en sinds een paar jaar ook één van de
succesvolste zomerfestivals in dit land, zó succesvol dat er in september een
internationaal vervolg aan wordt gebreid met TomorrowWorld in Chattahoochee
Hils in de staat Georgia, USA.

De jongste edities moest je niet alleen voor dance-muziek op
Tomorrowland zijn, maar kon je er ook terecht voor het spotten van zeer extravagant
uitgedoste festivalgangers en -gangsters. Maar net met die kleding is er nu
iets aan de hand, althans volgens de lokale machthebbers.

***

De burgemeesters van Boom en Rumst, respectievelijk een
N-VA’er en een CD&V-ster, hebben namelijk een verbod afgekondigd van alle
uiterlijke kenmerken met een politieke of ideologische boodschap. Nieuw is dat overigens niet, want blijkbaar werd het drie jaar geleden al uitgevaardigd
na een massale vechtpartij tussen voetbalhooligans van Anderlecht en Club
Brugge op Tomorrowland 2010. (Zoals bekend zijn voetbalclubs in dit land
politieke en ideologische groeperingen, maar laten we deze zijsprong even in
een zijstraat parkeren.)

Wat mij intrigeert is dat deze maatregel al bestond –
uitgevaardigd door vorige schepencolleges in Boom en Rumst – en dat de
organisatie van Tomorrowland stelt dat het daarvan niet op de hoogte was. Dan
zijn er drie mogelijkheden. Ofwel liegt de woordvoerster van het festival,
ofwel hebben de schepencolleges dat verbod nooit gecommuniceerd, ofwel zit de
waarheid ergens tussen beide in (iets met een onduidelijke communicator en een slechte verstaander). In elk geval: erg professioneel is het
allemaal niet.

Tomorrowland hanteert trouwens een eigen dresscode: racistische en seksistische
slogans worden geweerd. Maar nationale vlaggen worden dan weer fel toegejuicht,
omdat die het internationale karakter van het festival onderstrepen. Versta:
foto’s van tientallen verschillende nationaliteiten zijn handig als
marketinginstrument. Allicht hebben ze er toe bijgedragen dat de organisatoren
hun concept nu wereldwijd kunnen commercialiseren. De kassa rinkelt.

***

Even voor de volledigheid: Boom wordt geleid door een
college van N-VA, CD&V en OpenVLD, Rumst door een ploeg bestaande uit
CD&V en N-VA. Partijen die – op OpenVLD na – wel eens vaker pleiten voor
meer controle op wat de burger doet. Maar hun maatregelen zijn kort door de
bocht en zinloos, wat dan eigenlijk weer netjes past in een land waar niets mag
en alles kan. Een verbod wil in België zoveel zeggen als: doe maar, zo lang je maar
niet betrapt wordt!

Hoe ga je 60.000 aanwezigen per dag controleren op het
dragen van gepaste/ongepaste kledingstukken? Hoe vermijd je dat bezoekers met
slechte bedoelingen voorbij de toegangscontrole verzamelen blazen, handig in
een rugzak weggestoken spandoeken ontvouwen of opeens provocerende t-shirts
aantrekken? (Krijgt elke bezoeker een persoonlijke stijlcontroleur mee, misschien?) Hoe ga
je herriezoekende voetbalhooligans vooraf identificeren? Identiteitscontrole
aan de ingang, checken op stadionverboden? Alsof hooligans die in zijn voor een
robbertje vechten zich onderweg naar hun slagveld opvallend zullen gedragen:
die houden zich gedeisd tot ze ter plekke gearriveerd zijn. Hebben de lokale
overheden in Boom en Rumst nog nooit een boekje gelezen over hooliganisme
(meestal zijn die vrij dun, je bent er zó doorheen, dames en heren van de plaatselijke politiek!)?

Stel dat moslimvrouwen met een hoofddoek het festival willen
bezoeken (wat ik niet veronderstel, omdat de toeschouwers op Tomorrowland in de
ogen van fanatieke moslims een verzameling goddelozen zijn), kan je hen dan de
toegang verbieden? Hallo? Zijn we nog altijd een democratie? Een rechtsstaat? Heeft
het leger stiekem de macht overgenomen nu de koning en de regering met vakantie
in het buitenland zijn?

***

Dom. Naïef. Contraproductief. Enkele adjectieven om deze
maatregelen aan te duiden. Naast dat boekje over hooliganisme, zouden de
burgemeesters en schepenen van Boom en Rumst eens een boek over
drugsbestrijding of de drooglegging in de Verenigde Staten van de jaren twintig
moeten lezen (die boeken zijn doorgaans iets dikker dan die over hooliganisme,
waarvoor mijn oprechte excuses, beste lokale politici!). Dan zouden ze kunnen
concluderen dat verbieden gelijk staat aan het gelijktijdig creëren van een illegaal circuit.
De verboden vrucht oogt het lekkerst. Zeker op een festival als Tomorrowland,
waar het motto ‘Vrijheid, blijheid!’ in alle opzichten wordt belichaamd. Of
willen de lokale notabelen er Yesterdayland van maken, met onwrikbare regeltjes
zoals in Orwells 1984 en verklikkers
om de zoveel vierkante meter, die optreden wanneer een bezoeker iets ongepast doet?

En dan heb ik het nog niet over het trekken van de grenzen.
Wat kan? Wat kan niet? Wat is een twijfelgeval? Een regenboog-t-shirt, mag dat?
Een shirt met de afbeelding van Che Guevara? ‘No time to waste’, is dat
toegestaan? ‘Make love not war’?

Mocht ik zelf naar Tomorrowland gaan, quod non!, dan maakte ik
me een t-shirt met het opschrift ‘Lik me Reet!’. Benieuwd hoe ze dat in de
buurgemeenten Boom en Rumst zouden interpreteren.



Rufus Wainwright (Openluchttheater, Deurne)

Muziek Posted on zo, juli 07, 2013 13:36:48

Er bestaan veel goede manieren om een live concert voor te
bereiden, zodat je met volle goesting en honger klaar zit wanneer de artiest in
kwestie het podium betreedt. Warming-up, zo weten atleten over de hele wereld,
is nodig om te presteren. Ook voor een concertganger is het nuttig, om achteraf volop te
kunnen genieten. Ooit moet er iemand eens een lijstje opstellen – lijstjes zijn
in! – met een Top 20 van ‘ideale omstandigheden’ om toe te leven naar een
optreden.

Wat ik na gisteravond heel zeker weet: je automobiel op een waanzinnig slecht
aangeduide gehandicaptenplek parkeren en ‘m een paar uur later aan de andere
kant van de metropool moeten ophalen bij een depannagebedrijf, is géén ideale
manier. Ook al omdat we daardoor het eerste kwartier van Rufus Wainwright
misten. De bard stond alleen op het podium van het Openluchttheater Rivierenhof
in Deurne, enkel begeleid door drie instrumenten: gitaar, piano en stem.

Wainwright op de allermooiste en meest romantische locatie om van muziek te genieten, op een zomerse
juli-avond: dat klinkt als een droomscenario. Maar dus niet wanneer je eerst
tot honderd keer toe kl***zakken hebt geroepen tegen de overijverige
politieagenten die niet wakker liggen van waanzinnig slecht aangeduide
gehandicaptenplekken, je het begin van het concert hebt gemist en dan ook nog
eens op minder goeie plaatsen moet gaan zitten, helemaal aan de zijkant.
Gelukkig maakte de fantastische akoestiek de minder geweldige zichtbaarheid meer
dan goed.

Rufus is de zoon van Loudon Wainwright III en Kate
McGarrigle, en de broer van Martha. Een muzikale familie dus. Het handelsmerk
van vader Loudon zijn sarcastische teksten, die hij afwisselt met intens
droevige ballads. Live begeleidt hij die, doorgaans gekleed in een eenvoudig t-shirt of in
een houthakkershemd met opgerolde mouwen, met hilarische bindteksten. Loudon
III is een combinatie van singer-songwriter en stand-up comedian. Als u met
zijn werk wil kennismaken, is de verzamel-cd Career Moves zeer geschikt. Moeder Kate, die drie jaar geleden de
strijd verloor tegen een ziekte die wel eens met hoofdletter K wordt
geschreven, net geen vierenzestig jaar oud, vormde decennialang een Canadees folkduo met
haar zus Anna. In 1975 scoorden de McGarrigle-zussen hier een bescheiden hitje
met Complainte pour Ste-Catherine. En
zus Martha is intussen ook al aan vier, overwegend introverte, cd’s toe.

Übergay, zo zou je Rufus Wainwright nog het best kunnen omschrijven.
De bijna veertigjarige zanger koketteert voortdurend met zijn homoseksualiteit.
In zijn teksten (vaak pijnlijk autobiografisch en zeer open over zijn strijd tegen
allerlei verslavingen), in zijn theatrale verschijningen en in zijn keuze voor
een veelzijdig repertoire, met elementen van klassiek, jazz, opera, cabaret en
pop.

Wainwright dweept met Judy Garland (de live-cd Rufus does Judy at Carnegie Hall is een griezelig perfecte kopie
van Garlands concert uit 1961) en zoals bekend zijn Judy Garland en haar
dochter Liza Minnelli iconen van de homo-beweging. Maar als u zijn werk wil
leren kennen, kan ik u in eerste instantie het tweeluik Want One en Want Two
aanbevelen, respectievelijk uit 2003 en 2004. ‘This record is dedicated to me,’
pende hij in het cd-boekje bij Want One,
want het gebrek aan erkenning stoort hem mateloos.

Alléén op een podium, en voor een keer niet exuberant gekleed, nam hij volop de tijd om verhaaltjes
te vertellen: over zijn poging om een ster te worden in Frankrijk (hij is
afkomstig van Quebec en schrijft geregeld een Franstalige song, weliswaar in
een charmant franglais vertolkt),
over zijn voorliefde voor opera en drama, en over een hele fijne avond in mei
1997 met Jeff Buckley, drie weken vóór diens dood (‘A wonderful night. But… I
didn’t sleep with him!’). Waarna een nogal slordige interpretatie van Hallelujah volgde. Het is een kleine
wereld, want die Hallelujah is
uiteraard een compositie van Leonard Cohen en Rufus heeft samen met zijn
echtgenoot Jorn een dochter, van wie Lorca Cohen (dochter van Leonard) de
biologische moeder is. Hallelujah!

De songs van Rufus Wainwright hebben de neiging om allerlei
richtingen uit te dwarrelen. Als je denkt dat je een melodie kunt volgen en
meeneuriën, houdt die brutaal halt of slaat een onverwacht zijpad in. Muzikale genres
vloeien in elkaar over alsof het zomaar kan (wat ook zo is!). En zijn wat
zeurderige stem maakt ook al de gekste sprongen, van hoog naar laag en terug.
Dit is dan ook een artiest die je best in beperkte doses tot je neemt. Een
concert van één uur en driekwartier is dan ook vrij lang, zeker omdat je de
onontbeerlijke pump and circumstance
(strijkers, blazers, orkestrale hoogstandjes) moet missen bij zo’n
solo-optreden en Wainwright ook nog eens een modale gitarist is. Gelukkig maakte hij dat ruimschoots goed met zijn frivole pianospel.

Out of the Game en
Jericho, de twee bekendste nummers
van zijn van vorig jaar daterende recentste cd, Out of the Game, geproduceerd door topproducer Mark Ronson,
oogstten voorzichtig herkenningsapplaus. Het meeste bijval genoten de al wat
oudere nummers als Sanssouci, Vibrate en het weergaloze The Art Teacher, over zijn onbeantwoorde
puberale verliefdheid op zijn kunstleraar van weleer. Bij de bissen zat ook het
onuitgegeven nummer Friendship, dat
hij vorige week voor het eerst had opgevoerd op het festival van Glastonbury en
dat zijn meest fanatieke aanhangers toch als verzoeknummer eisten.

Een mooi concert, af en toe bijzonder intens, soms zelfs onwezenlijk mooi, maar iets te
lang om er je aandacht bij te houden en de staande ovatie leek me dan ook fel
overdreven (al kan dat ook aan mij liggen en, vooral, aan die overijverige
politieagenten die me vier uur eerder uit mijn vel hadden doen springen).



‘See that guy. He is The Doors!’

Muziek Posted on di, mei 21, 2013 13:24:22

Het zou ontzettend stoer staan als ik zou schrijven dat ik
The Doors van in het begin gevolgd heb, maar dat is niet zo. Toen hun titelloze
debuutelpee in 1967 verscheen, was ik amper acht en kon ik hooguit wat zielloze
hits uit de BRT Top 30 meezingen. En toen Jim Morrison stierf, op 3 juli 1971,
had ik nog maar net mijn eerste single gekocht en ik zal u, omwille van mijn street en tweet credibility, zelfs niet tijdens een sessie waterboarding verklappen welke dat was.

Ik heb The Doors pas in de jaren tachtig écht leren kennen.
Natuurlijk kende ik hun bekendste nummers dan al een tijdje (de radio zond heus
niet alleen waardeloos spul uit, af en toe werden er parels naar de zwijnen
geworpen), maar meer dan een interessant popbandje waren ze dan nog niet voor mij. Tot
iemand een verzamelcassette had gemaakt met een boel stevige rocknummers,
waarop ook Roadhouse Blues en Peace Frog stonden. Het werd grijsgedraaid in het jeugdcentrum waar ik toen actief was.

Niet veel later stond ik in de platenwinkel en schafte ik mij 2 Originals of The Doors aan, hun eerste
twee LP’s die in één pakket werden verkocht, met de originele hoezen op de
binnenflap. Ik geef toe: ik lag nog niet wakker van authenticiteit en ’twee-voor-de-prijs-van-één’ paste perfect in mijn budget van toen. Je kan het een beetje zien als een instapmodel in de automobielindustrie
of de stepping stone-theorie in de
drugswereld, zo u wil. En toegegeven, ik was meteen zwaar verslaafd. Niet lang
daarna ging het restant van het spaargeld op aan de andere platen van The
Doors.

Luister naar die begintonen van Break On Through (To The Other Side) op The Doors en je moet al een volstrekt toondove heikneuter zijn om
je niet te laten meeslepen in dat wonderlijke universum van die als een bas
klinkende leadgitaar, dat ondersteunende orgeltje, de drums die je mee naar een
climax leiden en die overheersende, diepe stem van de zanger. Op het einde van
die eerste plaatkant staat het majestueuze Light
My Fire
. Eén drumslag en dan een quasi vrolijk riedelend orgel. Muziekgeschiedenis
in spe die quasi achteloos als laatste track op plaatkant één werd gezet. ‘Zo’n lang nummer, da’s typisch voor een LP, want wie zal dat ooit op de radio draaien?,’ leek wel de redenering erachter.

De man achter dat orgel, beste lezer, is niet meer. Hij
heette Ray Manzarek, is 74 jaar oud geworden en stierf in zijn tweede Heimat Duitsland
aan de gevolgen van kanker. Al diegenen die dwepen met de charismatische
frontman Jim Morrison lopen nu best even een blokje om. Want niet Morrison,
maar Manzarek wàs The Doors. Ik zeg dat niet alleen, trouwens. Morrison zei dat
zelf: ‘See that guy. He is The
Doors!’ En hij wees daarbij nadrukkelijk naar de toetsenist met het lange
sluikhaar en het ziekenfondsbrilletje, die eruit zag als de slimme van de groep.

Morrison en Manzarek richtten een bandje op in 1965. Ze
hadden elkaar ontmoet op Venice Beach, California; twee studenten aan de UCLA,
intellectuelen en liefhebbers van hermetische poëzie en moeilijke films.
Manzarek was dan al 26, Morrison 21. Geen tieners die vaagweg droomden van het
aanlokkelijke wilde leven in een rockband, naar het voorbeeld van The Beatles
of The Rolling Stones, maar jonge mannen die hun passies naast elkaar legden en
dan maar besloten om ‘iets’ met muziek te gaan doen. Waar dat toe zou leiden,
zouden ze wel ontdekken.

De zoektocht naar zielsverwanten duurde even. Ze kwamen uit
bij twee jonkies: de 20-jarige drummer John Densmore en de 19-jarige gitarist
Robby Krieger. Voeg daar Ray Manzarek op keyboards en Jim Morrison ‘on vocals’ (en af en toe tamboerijn) aan toe en je hebt The Doors. Een groepsnaam die ze ontleenden aan het boek The Doors of Perception, waarin Aldous
Huxley (ja, die van Brave New World) in
1954 zijn ervaringen met de drug mescaline beschreef. Huxley had de titel van
zijn boek zelf gehaald uit The Marriage
of Heaven and Hell
, een lang gedicht van William Blake uit 1793. ‘If the
doors of perception were cleansed everything would appear to man as it is,
infinite’ klinkt het in het veertiende hoofdstuk, A Memorable Fancy.

Een bassist hadden The Doors niet nodig. Voor de onmisbare
basklanken zorgde Manzarek op zijn orgel. Lage tonen kwamen ook uit de strot
van Morrison, die niet alleen met zijn stem maar met zijn hele lijf en leden
meer dan de andere groepsleden lief was laag bij de grond zweefde. Het leverde
The Doors een reputatie op: goed voor hun populariteit bij het jonge volkje,
slecht voor het strafblad van Jim Morrison, die steeds verder wegzonk in een
roes van alcohol, drugs en een eindeloze reeks van provocaties. Oliver Stone
maakte er een film over, die weliswaar The
Doors
heette, maar die voor driekwart over het liederlijke leven van Jim Morrison
ging. Dat moest fataal eindigen en dat eindigde ook fataal: in een Parijs’ bad,
waar de letterlijk en figuurlijk compleet verzopen Morrison stierf aan een
hartaanval. Op zijn zevenentwintigste, de leeftijd waarop rock ‘n’ roll-helden
plegen te sterven. Sindsdien is zijn graf op Père Lachaise een bedevaartsoord
voor would be-artiesten, historici, hysterici en ramptoeristen.

Morrison was onmisbaar in het concept van The Doors, dat
hoort u mij niet zeggen. Maar Manzarek bepaalde de sound. En hij hield de groep bij elkaar, toen eerst Densmore het
gedrag van Morrison beu was en daarna Morrison zelf wilde opstappen. Zonder die
inspanning van Manzarek waren Roadhouse
Blues
en Peace Frog er nooit geweest en zou ik er dus ook geen kennis mee gemaakt hebben
op dat ene verzamelcassetje. Ook Love Her
Madly
, L.A. Woman en Riders on the Storm zouden niet in
allerlei ‘eeuwige hitparades’ gestaan hebben, wegens nooit geschreven en nooit
opgenomen. Alleen al daarvoor: dankuwel, Ray. Honderden bands, jammer genoeg niet
altijd even getalenteerd, zijn eveneens schatplichtig aan die unieke verzameling fenomenale klanken die The Doors produceerden. Copycat-gedrag is typisch voor de muziekindustrie, maar een kopie zal het nooit halen van het origineel.

Dat The Doors niet zonder Jim Morrison konden, valt
eenvoudig te bewijzen: luister naar Other
Voices
(1971) en Full Circle (1972).
Middelmatige LP’s, die uitkwamen na zijn dood en die vloekten met de zes studio-LP’s en één liveplaat uit de
periode 1965-1971. The Mosquito werd
zelfs nog een bescheiden hit, maar ik herinner het me vooral in de versie van
De Strangers (‘Blèft van m’n laaif onnoezel mugge…’). Dat zegt genoeg. Ook
het vele toeren achteraf, met onder anderen Ian Astbury van The Cult als
zanger, heeft de reputatie van de groep geen goed gedaan.

Waar ik ook niet
vrolijker van word: het uitmelken van zes gloriejaren van een supergroep door
het postuum uitbrengen van een tiental verzamelplaten en ongeveer even veel live-LP’s,
de ene nog middelmatiger dan de andere. Platenfirma’s behoren tot de categorie
‘onverbeterlijke aasgieren’, het soort dat u niet op een gezinsdag van de
CD&V in Planckendael zult kunnen bewonderen, wegens onbetrouwbaar en
gevaarlijk.

Beperk u dus tot de Morrison-jaren, schenk u een goed glas
bourbon uit en geniet een hele avond lang van die wonderbaarlijke klanken; een
mengeling van blues, rock en psychedelica, aangedreven door de unieke manier
van orgelspelen van Ray Manzarek, een man die in zijn eentje tot een quatre-mains in staat was.

Rest In Peace, Mr. Manzarek. We’ll keep lighting your fire!



De Tandeloze Tijdloze

Muziek Posted on wo, januari 02, 2013 19:54:52

(In de kerstperiode
werden er op verschillende radiostations ‘eeuwige hitlijsten’ uitgezonden,
waarin de luisteraars een Top 100, 200 of zelfs 2000 mochten samenstellen met
hun favoriete songs. Honderden hits werden op de luisteraar afgevuurd en toch kwam ik nauwelijks aan mijn
trekken, vooral omdat de jaren zestig schromelijk onderbelicht werden en de
jaren vijftig al bijna helemaal niet aan bod kwamen. Vandaar deze, volstrekt
onbescheiden, maar even volstrekt nutteloze, poging om een eigen Top 100 samen
te stellen. Liefhebbers van jazz en klassiek: ik heb me toch maar beperkt tot
pop/rock/soul en aanverwanten, sorry. Als je me zou vragen om de lijst volgende week of
volgende maand of volgend jaar opnieuw te maken, zou er van 100 tot 11 een
andere volgorde kunnen staan, zelfs andere nummers. Maar 1 tot 10 zijn toch
flinke evergreens ten huize VL. En, ach ja, ’t is maar een lijstje, vandaar de relativerende titel boven dit stuk.)

100. (I can’t get no) Satisfaction – The Rolling Stones

99. Sign o’ the times – Prince

98. Cross Road Blues – Robert Johnson

97. God save the queen – The Sex Pistols

96. Daughter – Pearl Jam

95. Your cheatin’ heart – Hank Williams

94. Papa’s got a brand new bag – James Brown

93. The weight – The Band

92. Born to run – Bruce Springsteen

91. All along the watchtower – Jimi Hendrix

90. I fought the law – The Bobby Fuller Four

89. Time is tight – Booker T. and the MG’s

88. Desolation row – Bob Dylan

87. I walk the line – Johnny Cash

86. Magnolia – JJ Cale

85. The fool on the hill – The Beatles

84. A horse with no name – America

83. Who’ll stop the rain – Creedence Clearwater Revival

82. One day like this – Elbow

81. The Ocean – Richard Hawley

80. Fools in love – Joe Jackson

79. Kashmir – Led Zeppelin

78. Eleanor Rigby – The Beatles

77. Into my arms – Nick Cave

76. Love will tear us apart – Joy Division

75. The passenger – Iggy Pop

74. Three little birds – Bob Marley & the Wailers

73. Losing my religion – R.E.M.

72. Where is my mind – Pixies

71. Johnny B. Goode – Chuck Berry

70. Comfortably numb – Pink Floyd

69. Hotel California – The Eagles

68. A day in the life – The Beatles

67. Rollin’ stone – Muddy Waters

66. Break on through (to the other side) – The Doors

65. Hotel California – The Eagles

64. Blue suede shoes – Carl Perkins

63. Child in time – Deep Purple

62. The boxer – Simon & Garfunkel

61. In the midnight hour – Wilson Pickett

60. You really got me – The Kinks

59. What’d I Say (pts 1 & 2) – Ray Charles

58. Purple haze – Jimi Hendrix

57. A change is gonna come – Sam Cooke

56. House of the rising sun – The Animals

55. Let’s stay together – Al Green

54. Travelin’ band – Creedence Clearwater Revival

53. Stairway to heaven – Led Zeppelin

52. Respect – Aretha Franklin

51. Alison – Elvis Costello

50. Tutti frutti – Little Richard

49. Martha – Tom Waits

48. Sweet Home Alabama – Lynyrd Skynyrd

47. Book of Love – The Monotones

46. In my life – The Beatles

45. Roll over Beethoven – Chuck Berry

44. For what it’s worth – Buffalo Springfield

43. The Jean Genie – David Bowie

42. Ring of fire – Johnny Cash

41. Bo Diddley – Bo Diddley

40. It’s not unusual – Tom Jones

39. Ne me quitte pas – Jacques Brel

38. In dreams – Roy Orbison

37. Riders on the storm – The Doors

36. Something else – Eddie Cochran

35. Dirty water – The Standells

34. Hallelujah – Jeff Buckley

33. My generation – The Who

32. Brown eyed girl – Van Morrison

31. God only knows – The Beach Boys

30. She loves you – The Beatles

29. Sympathy for the devil – The Rolling Stones

28. Heartbreak hotel – Elvis Presley

27. Whiskey in the jar – Thin Lizzy

26. It’s all over now, baby blue – Bob Dylan

25. Billie Jean – Michael Jackson

24. Echo beach – Martha and the Muffins

23. Sh-Boom – The Chords

22. Roadhouse Blues – The Doors

21. Once in a lifetime – Talking Heads

20. Stand by me – Ben E. King

19. Baba O’Riley – The Who

18. Whole lotta Rosie – AC/DC

17. Smells like teen spirit – Nirvana

16. Like a hurricane – Neil Young

15. Song for the siren – Tim Buckley

14. Gypsy woman – Curtis Mayfield & the Impressions

13. My girl – The Temptations

12. What’s going on – Marvin Gaye

11. Down on the corner – Creedence Clearwater Revival

10. What I like about you – The Romantics

9. London calling – The Clash

8. Red Hot – Robert Gordon ft. Link Wray

7. Good vibrations – The Beach Boys

6. Like a rolling stone – Bob Dylan

5. Be my baby – The Ronettes

4. Superstition – Stevie Wonder

3. Friday on my mind – The Easy Beats

2. Imagine – John Lennon

1. Gloria – Them



Glad Rag Doll (Diana Krall)

Muziek Posted on ma, december 03, 2012 18:10:13

Diana Krall is meer bekend als mevrouw Elvis Costello dan
als jazzzangeres, maar met Glad Rag Doll
is ze toch al aan haar dertiende soloplaat toe. Krall ziet er op haar
achtenveertigste nog altijd bijzonder patent uit. Op de hoes van Glad Rag Doll poseert de blondine uitdagend,
compleet met jarretellen en netjes over de wangen gedrapeerde lange haarlok,
terwijl ze dromerig wegkijkt van de lens.

Ook op de binnenhoes pronkt ze in lingerie. Het is
verleidelijk om dan te schrijven dat de muziek eveneens weinig om het lijf
heeft. Nochtans heeft la Krall zich weten omringen met een uitgelezen groep
muzikanten, gitarist Marc Ribot (bekend van zijn bijdragen op cd’s van onder
vele anderen Tom Waits, Marianne Faithfull, Elton John, T-Bone Burnett en…
Elvis Costello) voorop.

Muzikaal valt er weinig aan te merken op Glad Rag Doll, maar je blijft hopen dat
er in die dertien tracks iets spectaculairs staat te gebeuren. Helaas, driewerf
helaas… Vooral wanneer ze standards
brengt als het titelnummer, I Used To
Love You But It’s All Over Now
(Albert von Tilzer) en Lonely Avenue (Doc Pomus) valt het gebrek aan dynamiek en
originaliteit op. Alles kabbelt voort, braafjes, zonder je te storen, zonder je
bij het nekvel te grijpen.

Diana Krall heeft een vlakke stem, die nauwelijks
uitschieters toelaat. Weinig reliëf: het lijkt wel de topografie van
Vlaanderen.



Coexist (The XX)

Muziek Posted on wo, november 28, 2012 17:31:26

Toen het Londense kwartet The XX in de zomer van 2009 zijn
eerste cd uitbracht, met de eenvoudige titel xx, zorgde dat voor kreetjes van opwinding bij muziekvolgers. Hier
stond een groep die in tijden van eenheidsgeluid met een aparte sound kwam:
zacht elektronisch, wenende gitaar, fragiel, weemoedig, droevig. Te klasseren
onder ‘indie pop’ of ‘dream pop’. Nummers als Crystalised, Heart Skipped A
Beat
en VCR gedroegen zich als
sympathieke oorwurmen. Op het podium bleek The XX toen nog iets te bedeesd voor
het grote werk.

Drie jaar later en één groepslid minder heeft The XX nu een
tweede cd uit: Coexist. De
ingrediënten zijn dezelfde als op xx.
Meer nog: alle elf nummers zijn perfect inwisselbaar. Zelfs de hoezen hebben
dezelfde layout meegekregen. Op de eerste cd was dat een wit kruis in een zwart
oppervlak, nu is het net omgekeerd. Opnieuw staat er op de achterflap van het
kunstzinnige begeleidende boekje met songteksten simpelweg ‘Thank you’. Het
grote verschil zit ‘m tegenwoordig blijkbaar op het podium, waar Romy Madley
Croft, Jamie Smith en Oliver Sim afgaand op recente recensies veel meer
présence en zelfzekerheid hebben gekweekt, al mag je ze dan liefst niet dumpen in een
betonnen bunker als de Lotto Arena.

Op Coexist vormen
weemoed en tristesse weer de rode draad in de teksten, opnieuw haken gitaar en elektronica
voortdurend mooi in elkaar. De sound blijft redelijk uniek, al hoor je echo’s
van The Walkabouts (ook daar een mannen- en vrouwenstem die afwisselend of
samen de songs domineerden, zij het dat de muziek van The Walkabouts
gevarieerder was en meestal in allerlei richtingen uitwaaierde).

Stuk voor stuk zijn het topsongs op Coexist, met Missing als
absolute uitschieter, en toch is deze luisteraar niet helemaal tevreden. Dat komt omdat de elf tracks zó sterk op elkaar gelijken dat
er op de duur sprake is van enige verveling. Bloedmooi, maar een beetje
steriel. Een driesterrengerecht waarop de chef vergeten is peper en zout te
strooien. Als je drie jaar moet wachten om meer van hetzelfde te krijgen, dan
is dat toch nogal teleurstellend.

Track per track te beluisteren, dus, en hopen dat The XX
voor de derde cd het lef heeft om af en toe af te wijken van het eigen
muziekidioom.



Gold Dust (Jonathan Jeremiah)

Muziek Posted on do, november 01, 2012 12:12:46

De Jonathan Jeremiah die je aankijkt vanaf de hoes van zijn
nieuwste cd Gold Dust zou zo de
hoofdrol kunnen spelen in The Temptation
of Christ
. Baard, lang krullend haar, ernstig, een tikkeltje provocerend,
fotogeniek. Helemaal anders dan de Jeremiah op de hoes van zijn debuutcd A Solitary Man van nauwelijks anderhalf
jaar geleden. Toen keek hij nog verlegen opzij, weg van de camera.

Het felbejubelde debuut werd gedragen door enkele singles
die opvallend veel airplay kregen: Lost,
Happiness en Heart of Stone. Wat opviel: vlot klinkende melodieën die geworteld
waren in de soul en folk uit de jaren zestig. Niet verwonderlijk, want Jeremiah
noemt Cat Stevens, James Taylor en Scott Walker als muzikale inspiratiebronnen.
Aan A Solitary Man ging een lange
zoektocht vooraf. De Londenaar trok al jong naar de USA, waar hij jarenlang
aanmodderde, tot hij op zijn 29ste met voldoende songmateriaal kon terugkeren
naar Engeland. Daar werd hij snel omarmd door collega’s en recensenten, maar
nog niet door het grote publiek. In België en Nederland vierde hij wel
bescheiden commerciële succesjes.

Op Gold Dust trekt
Jonathan Jeremiah de lijn door. Verwacht je opnieuw aan een elegante kruising
van soul, folk en pop, dit keer echter in een muzikaal kleedje dat ruimer zit
dank zij de begeleiding van het Metropole Orkest. Het geeft Jeremiahs songs
meer diepgang, al loert voorspelbaarheid om de hoek. Het begint hemels mooi met
de titeltrack. Tracks als Fighting Since
the Day We Are Born
, Shout en Everyday Life klinken daarna helaas te
veel als tussendoortjes.

De single die dit keer de harten van de luisteraars moet
veroveren heet Lazin’ in the Sunshine.
Een vlag die de lading helemaal dekt, want dit is een vrolijk, zomers nummer.
Als iemand je zou proberen wijs te maken dat dit een onbekend en pas ontdekt
nummer uit de sixties was, je zou het prompt geloven. De warme, rasperige stem
van de man onderstreept dit nostalgisch gevoel alleen maar. Hij wordt wel eens
vergeleken met Roger Whittaker en niet ten onrechte. (Gelukkig schrijft Jeremiah
minder zeemzoeterige nummers en begint hij niet te fluiten!)

De orkestratie is absoluut een pluspunt bij het lekker
uitwaaierende The Time of Our Lives
en het intimistische You Save Me. Bij
de drie tracks die Gold Dust afronden
valt echter weer het gezapige tempo op. Jonathan Jeremiah is meer gediend met
uptempo nummers: we horen hem liever in zijn hoedanigheid van soulzanger dan in
die van folkie. Gold Dust is een
lekkere plaat, maar er zat zoveel meer in.



« VorigeVolgende »