Blog Image

Maandans

It's a marvelous night for a moondance!

Meningen over actuele gebeurtenissen. Of oude teksten "revisited". Startend vanuit een persoonlijke nood om gehoord/gelezen te worden. Een beetje pretentieus, misschien, in de hoop zo een discussie aan te zwengelen. Of toch op zijn minst tot nadenken te stemmen. Leuk tijdverdrijf mag ook, natuurlijk. O ja, de naam "Maandans" is de letterlijke vertaling van "Moondance", een management-boekingkantoor voor jonge Belgische rockbands dat ik eind jaren tachtig had, maar vooral: een heerlijk swingend nummer van een toen nog piepjonge Van Morrison, één van mijn favoriete artiesten. Kom ook eens langs op Twitter: @FrankVanLaeken of op mijn website: www.frankvanlaeken.eu

Vanthology, deel 1 (40 -> 31)

Muziek Posted on di, augustus 25, 2015 07:10:22

Hij is niet de beste zanger. Hij is niet de
beste songschrijver. Hij is niet de beste componist. Hij is niet de beste
saxofonist, gitarist, pianist of mondharmonicaspeler. Hij is niet de beste
mens. Maar hij is wel mijn favoriete artiest. Vandaar deze reeks van zeven afleveringen,
vertrekkend vanuit bewondering en dank voor zoveel moois. Noem het gerust een
Fanthologie. Of een Vanthology, zo u wil. Een anthologie van Van Morrison is
het alleszins.

Ik heb — in de eerste plaats voor mezelf, maar
u mag er getuige van zijn — een lijst van zijn platen opgesteld. Ik weet het,
er hangt een odeur van zelfliefde in de lucht. Er zal schaamteloos gedweept
worden. Lijstjes zijn gratuit, u zegt het al, en terecht. Maar toch…

Ik hou van die stem, die mij zowel melancholiek
kan stemmen als ontzettend blij maken. Die een warme gloed over me legt, me
kippenvel bezorgt, me doet wegdromen op moeilijke momenten. Ik hou van die
muziek die in geen hokje te vatten valt. Is het rock? Ja, maar, het is ook pop,
soul, jazz, blues, rhythm & blues, rock-‘n-roll en nog zoveel meer. En
tegelijk is het vooral: Van The Man. File
under Van Morrison
, een aparte platenbak.

Al ben ik zelf niet gelovig, toch ga ik graag
samen met hem op in het hogere. Al hou ik me in het dagelijkse leven ver van mystiek,
toch zuig ik de lyrische verhalen over Avalon en andere alleen in de literatuur
bestaande geheimzinnige plekken op. Al ben ik op mijn hoede voor namedropping,
toch laat ik me zonder morren onderdompelen in streams of consciousness waarbij zowel namen van bekende en
onbekende schrijvers als die van bekende en onbekende blueszangers
voorbijflitsen, occasioneel ook een George Best, nog zo’n jongen uit Belfast.

O ja, waarom nú precies deze reeks van zeven
bijdragen? Van Morrison wordt op 31 augustus zeventig. Dat leek me een fijne
gelegenheid. En een handig excuus om elpees en cd’s nog eens op te leggen. Zo
kom ik aan een Top 40: dat zijn al zijn soloplaten (dus niets van Them in dit
overzicht, of bijdragen op prachtige platen als The Last Waltz, het afscheidsfeestje van The Band), geen bootlegs
(ik kan er u nochtans een paar aanbevelen), geen verzamelaars (tenzij die meer
toevoegen aan het œuvre dan één of twee ‘nooit eerder uitgebrachte nummers’, er
staat er eentje vrij hoog geklasseerd tussen) en omdat ik per se op veertig —
en niet op eenenveertig — wilde afronden, heb ik Tell Me Something: The Songs of Mose Allison van het lijstje
geschrapt. Dat is een hommage aan de inmiddels 87-jarige Amerikaanse
bluesmuzikant, die in 1996 werd uitgebracht op het label van Van Morrison en
die door hem werd geproducet, maar waarop de zang in veel gevallen door anderen
gebeurt. Dus: niet echt een Van Morrisonplaat. En als u het wil weten: ★★. Niet onmisbaar, dus.

Conclusie: er zit geen enkele echte instinker
bij (aka totaal waardeloze plaat), vijftien platen die vier sterren verdienen
en zeven — in mijn onbescheiden ogen en oren — absolute meesterwerken. Maar dat
is voor later. Eerst tel ik af van 40 naar 31, de mindere goden in het
universum van Van Morrison.

***

40. Pay
The Devil (2006)
★★

Van gaat de country-toer op. Wat blijft is die
unieke stem. Muzikaal voegt het niets toe.

Download:
met wat goede wil There
Stands The Glass
en Pay The Devil.

***

39 The
Skiffle Sessions – Live In Belfast 1998 (2000)
★★

Skiffle. Slordige muziek die slordig gebracht
wordt, alsof een stel uitgelezen muzikanten alleen maar tijd had om een
rommelige eerste repetitie op te nemen.

Download: opnieuw veel goede wil nodig, maar doe maar Alabamy Bound, Dead Or Alive
en Goodnight Irene.

***

38 How
Long Has This Been Going On (1995)
★★

Van goes
jazz
. Opnieuw een snelle live-opname, dit keer in
Ronnie Scott’s Jazz Club in Londen. Jazz-classics afgewisseld met jazzy
interpretaties van eigen songs.

Download:
pff, goed dan, I
Will Be There
, Who Can I Turn To
(When Nobody Needs Me)
en All Saint’s
Day
.

***

37 You
Win Again (2000)
★★

Rock-‘n-roll! Een duetalbum met Linda Gail
Lewis, de zus van Jerry Lee. Naar het schijnt waren vooral de ruzies backstage
tijdens de aansluitende tournee memorabel. De plaat zelf niet, nee.

Download:
Let’s Talk About
Us, You Win Again
en Think Twice Before You Go.

***

36
What’s Wrong With This Picture? (2003)
★★

Ondanks de Grammy Award-nominatie voor ‘Best
Contemporary Blues Album’ een middelmatige plaat.

Download:
What’s Wrong
With This Picture?
, Too Many Myths en Saint James
Infirmary
.

***

35 Down
The Road (2002)
★★

Commercieel succes, wat helaas ook veel zegt
over de smaak van het grote publiek. Een flauw doorslagje van vorige platen en
die cover van Georgia On My Mind van
Morrisons lievelingsartiest Ray Charles klinkt eerder als een persiflage dan
als een hommage.

Download:
Meet Me In The
Indian Summer
, Whatever
Happened To P.J. Proby
en Evening
Shadows
.

***

34
Avalon Sunset (1989)
★★

Deze plaat leverde hem een gigantische hit op,
Have I Told You Lately, die achteraf
ook nog eens met succes gecoverd werd door gerenommeerde collega’s, maar als
geheel blijft dit hinken op twee gedachten: wil hij toegankelijker worden of
wil hij zijn Ierse roots exploreren?

Download:
Whenever God
Shines His Light
, Orangefield
en These Are The Days. (En als u het
echt niet kunt laten ook die wereldhit, Have
I Told You Lately
).

***

33 Keep
It Simple (2008)
★★

Weer een van die dertien-in-een-dozijn platen
die hij uitbracht tussen halfweg de jaren negentig en het einde van het eerste
decennium van deze eeuw. Nooit slecht, maar ook nooit briljant en dus eigenlijk
niet goed genoeg voor zijn doen.

Download:
That’s
Entrainment
, Keep
It Simple
en Behind The Ritual.

***

32 A
Period Of Transition (1977)
★★

Na tweeënhalf jaar stilte halfweg de jaren
zeventig keerde Van Morrison terug met deze overgangsplaat. Na zijn briljante
eerste solo-jaren zouden vanaf 1979 nieuwe hoogdagen volgen. Maar nog niet op
deze plaat. Opvallende gastrol voor Mac Rebennack, die u en ik beter kennen als
Dr. John.

Download:
You Gotta Make
It Through The World
, Joyous Sound en Flamingos Fly.

***

31
Irish Heartbeat (1988)
★★★

Een half geslaagde samenwerking met de
traditionele Ierse folkhelden The Chieftains. De stem van Morrison hinkt een
beetje achterop in de snelle nummers, maar het speelplezier dat van de elpee
druipt maakt veel goed.

Download:
Star Of The
County Down
, She
Moved Through The Fair
en My Lagan’s
Love
.

***

Morgen: tellen we verder af van 30 naar 21.



…a marvelous night…

Muziek Posted on za, juli 18, 2015 10:59:16

De wereld is slecht. Het leven is lelijk. De
actualiteit van deze week zat weer op Armageddoniveau. Hardvochtige Duitsers,
bedelende Grieken (u mag zelf het accent leggen: ‘bédelen’ of ‘bedélen’), moorden,
ongevallen, waanzinnige transfersommen in het voetbal, en, ja, toch ook wat
ontspanning met die nucleaire overeenkomst tussen de Verenigde Staten en Iran.
Ik weet niet wat u daarmee aanvangt – misschien wel helemaal niets, wat uw
volste recht is, al zal ik het nooit begrijpen – maar ik heb dan nood aan balsem
voor de ziel. Dan komt het goed uit dat je een ticket hebt voor een concert van
Van Morrison op Gent Jazz.

***

Een krasse knar van bijna 76 betoverde bij
wijze van opwarming de nog maar halfvolle tent. Nee, ik heb het niet over Van
Morrison (die moet nog zeventig worden, op 31 augustus), maar over drummer
Ginger Baker, ooit het kloppende hart van supergroepen als Cream en Blind
Faith, later zijn jazz-, blues- en rockinvloeden verruimend met Afrikaanse
ritmes. Dat resulteerde in Ginger Baker’s Jazz Confusion, een vierkoppig
gezelschap dat het avontuur niet schuwt op het podium. Beeld u daarbij geen
wervelend spektakel in, ik heb het over muzikaal avontuur. Mooi.

***

Ik heb het even opnieuw nagerekend: dit was
niet het twaalfde optreden van Van Morrison dat ik zag – zoals ik eerder
schreef – maar het dertiende. Ik was vergeten dat ie heel lang geleden, in
1992, ook op Graspop had gestaan, toen dat nog geen heavy metalfestijn was.
Dertien, voor een Beerschotsupporter móet dat wel een geluksgetal zijn.

Het openingstrio was identiek aan dat van het
concert in Brescia, anderhalve maand geleden. Celtic Swing, Close Enough
For Jazz
en By His Grace
beloofden een beleefd optreden, smaakvol op temperatuur gebracht door een
geoliede vijfkoppige band en aangevuurd door Die Unieke Stem. Op zijn bijna
zeventigste tovert Morrison nog altijd warme klanken uit zijn strot.

Ook Carrying
A Torch
, met de mooi tegen elkaar schurkende stemmen van Van en achtergrondzangeres
Dana Masters, liet nog niet vermoeden dat het een onvergetelijke avond zou
worden. Swingend, knap gebracht, smooth,
fijne klasse, al wat u maar wil, maar onvergetelijk? Dat was al geleden van april 1992, toen ik hem in het pluche van de Koningin Elisabethzaal met open mond en
tranen van opwinding zat te bewonderen.

En toen… barstte Baby Please Don’t Go los. Een nummer uit zijn Them-periode, toen
hij nog ‘angry young Van’ was: amper twintig, muzikale rebel, thuis opgevoed
met een stapel jazz- en bluesplaten van intussen allang vergeten artiesten,
invloeden die de kleine Van opzoog en later zou uitwerken tot een volledig
eigen muziekstijl. Dit was geen routineus gebrachte, een volle tent tevreden
stellende song meer, eindelijk ging de Noord-Ier weer voluit. Parchman Farm, My Baby, Stop Drinking en
Don’t Start Crying Now vloeiden in
elkaar over. Aangezweept door een enthousiaste menigte – wat een contrast met
het brave Italiaanse publiek in Brescia! – volgde een doorleefde versie van Ray
Charles’ I Believe To My Soul, dat
ook al terug te vinden was op zijn allerbeste live-plaat, It’s Too Late To Stop Now uit 1974.

In het onvermijdelijke Moondance, de song die hij het vaakst live heeft opgevoerd, hier in
een jazzy versie, slopen enkele tonen My
Funny Valentine
: dat deed hij als vanouds voortdurend, stukjes citeren uit
nummers van zijn lievelingsmuzikanten. Toen wist ik al: het is inderdaad ‘a
marvelous night’. Prima maar voor de rest allesbehalve onmisbare songs als Tore Down A La Rimbaud en Enlightenment klonken plots als, euh,
onmisbare songs, met heel veel bezieling gebracht. Zag ik de meester zelfs even
onhandig mee swingen tijdens een instrumentaal intermezzo of was het toch een
stofje in mijn oog? Nee, hoor, het gebeurde echt.

***

‘Magisch moment in tent te Gent’ – het had in
een vlaag van slechte inspiratie ook de titel boven dit stuk kunnen geweest
zijn -, daar zorgden de in elkaar gevlochten mini-meesterwerkjes In The Afternoon, Ancient Highway en Raincheck
uit de cd Days Like This (die met
vier songs het best vertegenwoordigd was gisteravond) wel degelijk voor: magie
in het kwadraat. Koude rillingen, kippenvel, ontroering. En op het podium: veel
zweet. De strak in het pak zittende bard breide er nog enkele flarden Big Joe
Turner aan en Burn Baby Burn, terwijl
hij tussendoor het parelende zweet vanonder zijn hoed wegveegde.

Morrison omgordde dan voor het eerst (en ook
het laatst) zijn gitaar om in een hemelse versie van It’s All Over Now Baby Blue generatiegenoot Bob Dylan waardig te
eren. (Anekdote: Van en Bawb hebben veel bewondering voor elkaar en zijn ook
halve vrienden. Ooit zaten ze samen iets te drinken, een ontmoeting waarbij
nauwelijks een woord gewisseld werd. Na het afscheid zei Van tegen een
compagnon: ‘It’s always nice to meet Bob’. Dat soort mensen!) Om maar te
zeggen: hij zegt niet veel, ook niet tegen zijn publiek. De gitaar zei wel heel
veel in And The Healing Has Begun.
Wat is de overtreffende trap van ultieme schoonheid? Ach, zoek niet naar een
modaal woord om het onbeschrijfelijke te beschrijven, het lukt toch niet.

Help me mocht de reguliere set afronden en eventjes koesterde ik zelfs de hoop
dat hij voor één keer niet na het contractueel afgesproken anderhalf uur
het podium zou verlaten, want elke aandachtige afwezige kon zien dat de artiest
die zelden emoties toont zich zeer goed amuseerde. Al bleef de verbale communicatie
met het publiek beperkt tot een bijna onverstaanbaar gepreveld ‘How about this
band?’ helemaal op het eind.

Vanuit de coulissen kwam een roadie aangespurt
om de keyboardspeler in het oor te fluisteren dat The Man als eerste bis Ballerina wilde brengen, een van de acht
songs op het meesterwerk Astral Weeks
uit 1968, een hermetische, bloedmooie collectie impressies van een op dat
ogenblik amper 22-jarige zoekende artiest die het idioom van rockster (Gloria!) zo snel mogelijk van zich af
wilde schudden. Ballerina is een
waanzinnig schoon liefdesliedekijn. O zo schoon. Waarna hij dan toch loos ging
in Gloria, de song die hij bijna vijftig
jaar geleden nog zo vervloekte. Twee keer het refrein uit volle borst laten
meezingen door het uitgelaten publiek en weg was ie. De band mocht dan nog
minutenlang soleren en excelleren, maar ik wist: hij is weg. Limousine in,
recht naar het hotel. Zo staat dat in hetzelfde contract waarin ook die 90 minuten vermeld worden.

***

De hemel huilde na afloop dikke tranen van
ontroering, misschien wel omdat er net iemand vier sterren weggeplukt had. Die
iemand was ik, u moet het mij vergeven. Ik ben al vergeten wat er deze week in
de actualiteit zat. De wereld is goed. Het leven is mooi. ★★★★

***

Setlist

Celtic Swing

Close Enough For Jazz

By His Grace

Carrying A Torch

Baby Please Don’t Go/Parchman Farm/My
Baby/Stop Drinking/Don’t Start Crying Now

I Believe To My Soul (Ray Charles cover)

Moondance

Days Like This

Precious Time

Tore Down A La Rimbaud

Enlightenment

In The Afternoon/Ancient
Highway/Raincheck/Burn Baby Burn

Whenever God Shines His Light

Think Twice Before You Go

It’s All Over Now Baby Blue (Bob Dylan cover)

And The Healing Has Begun

Help Me (Sonny Boy Williamson cover)

Ballerina

Gloria



Iedereen is van de wereld die doordraait

Muziek Posted on do, juni 25, 2015 11:35:23

‘Ik heb gewoon gezegd dat ik met die clausule
vrijheid wou, want Wilmots is iemand
die graag vrij wil zijn.’ Dat zegt Marc Wilmots over Marc Wilmots in Sport/Voetbal Magazine. Praten over
jezelf in de derde persoon enkelvoud, daar moet een psychologische uitleg voor
bestaan die volgens mij nooit flatteus kan zijn voor de persoon in kwestie.
Althans, dat denk ik, Frank Van Laeken. (Waar ik als liefhebber van pietluttige
details extra hartelijk om moest lachen, is dat de naam ‘Wilmots’ in vetjes
staat, omdat S/VM elke naam die voor het eerst in een artikel wordt vermeld
systematisch vetjes zet.)

***
Zou Thé Lau ooit over zichzelf hebben gepraat in de derde persoon enkelvoud? Ik
vermoed van niet. Daarvoor was de zanger-schrijver te nuchter, te weinig
gehecht aan uiterlijke pracht, praal en statussymbolen, onvoldoende
zelfingenomen. Zijn verhaal van een aangekondigde en toch nog even uitgestelde
dood werd dinsdagavond abrupt beëindigd, op zijn verzoek. De dodelijke
keelkanker had hem het laatste restje waardigheid ontnomen. Het is goed dat we
dan in een beschaafde wereld voor euthanasie kunnen kiezen. (Of niet, daarom
heet het ook ‘keuze’.)

Op radio en televisie en in de sociale media
struikelden bekende en vooral minder bekende Vlamingen en Nederlanders over elkaar
heen om hun medeleven te betuigen, om te treuren om de dood van een geliefde
volkszanger, om verdriet collectief te delen en – helaas ook – om te
benadrukken dat die Thé zo niet hun beste, dan toch een hele héle goede vriend van
hen was geweest.

Ik was geen echte fan van The Scene, maar ik
kon hun bijdrage tot de Nederpop wel appreciëren. Ik heb Thé Lau niet
persoonlijk gekend, maar ik hoorde en las hem bij momenten graag. Voor zover ik
hem vanop een afstand kon beoordelen: een rauwe, hese en tedere man. Een zanger die heerlijk net niet kon
zingen, waardoor hij dan weer een interessante zanger werd. Een stem die meer
van schuurpapier dan van honing was. Uitermate geschikt voor Rauw, hees, teder, Blauw, Rigoreus en Iedereen is van de wereld. Met een
geoefende, vloeiende stem zouden die nummers veel minder tot hun recht zijn
gekomen.

Zijn doodsstrijd – gepronostikeerd op zes
maanden, in realiteit vijftien – werd een flinke brok voor de media, omdat hij
dit per se zelf wilde delen. Je kan dat ijdel noemen, een kreet om aandacht,
maar ik vond het – en nu zoek ik een gepast adjectief – mooi. Sereen. Waardig. En
ook nog eens maatschappelijk relevant om de aandacht op de verschrikkelijke
ziekte K te trekken. Rust zacht, Thé.

***

Als niemand meer luistert / als niemand iets
zegt / dan heerst doodse stilte / dan kraken karakters / dan zegt men geen
woord / dan sluit zich de poort / dan zijn we weg (uit Nighthawks, cd: Tempel der
liefde
, Thé Lau)

***

Vijfenhalf jaar na de dood van zijn zoon heeft
vader Jacob vandaag eindelijk een beetje gerechtigheid gekregen, met de
voorwaardelijke veroordelingen van de ‘bottinekes’ en de verantwoordelijken van
een psychiatrisch opvangcentrum die zijn zoon destijds weigerden op te nemen. (‘Het
zien duurt een seconde, de gedachte blijft voor altijd’)

Onze staatssecretaris voor Asiel, Migratie en
het Blocken van Geïnteresseerde Medeburgers wil de verdragen van Schengen
veranderen, zodat het vrije verkeer van personen binnen Europa moeilijker
verloopt. Hij wil ook zo weinig mogelijk bootvluchtelingen opvangen en
Syriëstrijders voor eeuwig uit ons land verbannen. (‘Iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen’)

Meisjes van dertien en veertien moeten de
nacht doorbrengen in een politiecel, omdat er geen opvangmogelijkheden zijn in
de bestaande gesloten centra en omdat ze anders blijven ten prooi vallen van
een loverboy die hen in de prostitutie gedwongen heeft. (‘En ik word dover /
want ik hoor de woorden vallen / maar niemand wordt geraakt / en ik zoek naar
het woord dat alles open maakt’).

Een rechter in Den Haag beveelt de Nederlandse
overheid om tegen 2020 de uitstoot van broeikasgassen met een kwart te
verminderen tegenover het peil van 1990. Onze overheid blijft voorlopig
Oost-Indisch doof. (‘En de klok zegt tik, tik / op de witgestucte muur / voor
wie wacht komt alles steeds te laat’)

Een van onze belangrijkste warenhuisketens fuseert
met – zeg gerust: wordt overgenomen door – een grote Nederlandse keten.
Ahold-up, als het ware. De aandelen van Albert Heijn stijgen, die van Delhaize
dalen. (‘In de lange lange nacht, rij met mij / ik zal alles voor je doen / en
ik zal alles voor je zijn’)

***

Hier is het eind, het eind van het feest /
kom, we gaan naar beneden / de bloemen zijn dood, de flessen zijn leeg / het
was mooi, maar nu is het verleden / jij was zo mooi, jij was prachtig / maar
jij, jij hebt je strijd nu gestreden (uit Feest,
cd: Avenue de la Scene, The Scene)

***

Iedereen is van de wereld, maar die draait
hopeloos door.



Van Il Uomo

Muziek Posted on zo, juni 07, 2015 15:33:43

De vooroordelen kloppen, dames en heren. Hij is nors (toen hij na de soundcheck van het podium kwam, bromde hij eerst met zware Ierse tongval ‘Later’ naar de handtekeningenhongerige en op de vingers van twee handen te tellen fans, waarna hij met zichtbare tegenzin gauwgauw een paar krabbels plaatste op concerttickets, boeken en T-shirts). Hij treedt exact anderhalf uur op (stipt begonnen om 21 uur racete hij door finale bis ‘Gloria’ zodat hij klokslag 22u30 het podium kon verlaten, waarna de band nog enkele minuten mocht verder spelen). Hij wordt vlak voor het concert door een limousine afgeleverd en net nadat zijn persoonlijke laatste noten zijn uitgestorven weer opgepikt (hij riep nog één keer ‘Gloria’ en werd naar zijn hotel, om de hoek!, gebracht, terwijl de vijf bandleden het publiek nog wat vermaakten).
Er valt dus iets voor te zeggen om niet van Van The Man te houden. Er valt, wat mij betreft, niets voor te zeggen om niet van Van The Musician te houden. De man heeft meesterwerken op zijn erelijst staan, weinig platen die minder dan ‘goed’ zijn, op een occasionele uitschuiver na. Live kan hij zowel schitteren als tegen zijn zin een act afwerken.
Zaterdagavond op de romantische Piazza della Loggia in de mooie stad Brescia was het niet briljant, maar ook niet ondermaats. Mooi concert met een paar kippenvelmomenten en zeer veel muzikale klasse, maar iets te beschaafd naar mijn zin.
Ik hou meer van de contemplatieve, afwisselend ingetogen en weidse Van Morrison; zelf kiest hij de jongste jaren voor een jazzy aanpak. Keurig, met een groep die netjes binnen de lijntjes kleurt en zijn op z’n bijna zeventigste nog altijd fabelachtige stem mooi tot zijn recht laat komen, maar het mag wat meer gedurfd en bevlogen zijn.
Er is ook een verschil tussen concerten van Van Morrison in het VK en op het continent. Bij ’thuiswedstrijden’ gaat ‘The Belfast Cowboy’ er, wellicht terecht, van uit dat hij voor een publiek van kenners speelt. In de rest van Europa kiest hij voor een toegankelijker repertoire, met meer ‘hits’ (voor zover je in zijn geval van hits kan spreken).
Dus kregen we behoorlijk wat Them (‘Baby please don’t go’, ‘Here comes the night’, ‘Gloria’), makkelijk in het continentale gehoor klinkende songs (genre ‘Brown eyed girl’, ‘Precious time’ en ‘Bright side of the road’) en zijn al te zeer aan het origineel herinnerende versie van Ray Charles’ ‘Can’t stop loving you’).
‘Moondance’ kreeg een fris arrangement mee, ook ‘Real real gone’ klonk anders dan op plaat (en minstens even goed), maar echte magie was er tijdens ‘Carrying a torch’, ‘Sometimes we cry’, het minder bekende ‘Little village’, ‘Magic time’ en het wonderbaarlijke ‘In the garden’.
Dit was mijn elfde Van Morrison-concert en zeker niet het beste, maar op een wolkenloze zwoele avond in een kunsthistorisch belangrijk oord was dit toch een fijn tijdverdrijf. Wat zeg ik: mooi concert!
***
Celtic Swing
Close Enough For Jazz
By His Grace
Days Like This
Precious Time
Baby Please Don’t Go/Parchman Farm
Moondance
Brown Eyed Girl
Carrying A Torch
Bright Side Of The Road
Sometimes We Cry/Cry (Johnny Ray)
Early In The Mornin’/Rock Me (BB King Tribute)
Real Real Gone
Little Village
Magic Time
Here Comes The Night
Can’t Stop Loving You (Don Gibson, bekend van Ray Charles)
Whenever God Shines His Light
In The Garden

Help Me (Sonny Boy Williamson)

Gloria



IJzeren gordijn

Muziek Posted on wo, mei 20, 2015 11:13:23

Kreetjes van vreugde, ook bij mensen die ik
ervan verdenk dat ze wel eens een moeilijk boek in de hand durven nemen of naar
een Iraanse film zonder ondertitels gaan in een klein achterafzaaltje. Reden
van die mini-euforie: ‘onze’ Loïc Nottet was er gisteravond iets voor elven in
geslaagd de finale van het Eurovisiesongfestival te bereiken, a small step for
mankind, maar een giant leap voor de meeste Belgische deelnemers. Een Waal die
in het Engels zong dan nog, kaakslag/caqueslag!

Ik heb gekeken, ja. Een vreemde mengeling van
acute Twitterverslaving, kitschdrang en een ziekelijke neiging om een portie
uitlachtelevisie te nuttigen overvalt me elk jaar rond deze periode. Even
schakel ik dan de intellectuele modus helemaal uit (grapje!) en ga ik totaal
los, al begint mijn maag doorgaans van bij de eerste noot oprispingen te maken
en eindig ik onveranderlijk total loss, met een schuldgevoel over het
tijdverlies.

Het Songfestival was heel lang geleden een
etalage voor zangers en zangeressen die zichzelf al bewezen hadden. Artiesten
die – stel u voor! – echt konden zingen, drie minuten bewegingsloos centraal op
het podium door een microfoon op staander stonden te kwelen en vervolgens werden
beoordeeld door een deskundige jury. Ik hield niet van die melige liedjes, die
pathetische voordracht en die statische show, maar er werd wel gezongen, door
lieden die al wel eens een zangles of twee, drie hadden gevolgd en hadden
geleerd om te articuleren in hun eigen taal.

Ik vind Après
toi
van Vicky Leandros een draak van een nummer, maar het mens kon wel
zingen. Ik zal Eres tu van Mocedades
nooit een favoriete song noemen, maar het verhoudt zich tot de inzendingen van
vandaag zoals Stafke Fabri zich verhoudt tot Bob Dylan. Ik moest niets hebben
van die Séverine, maar Un banc, un arbre,
une rue
zou vandaag kunst worden genoemd in vergelijking met wat we de
jongste jaren geserveerd krijgen. En die blonde van Abba mocht Waterloo altijd wel eens persoonlijk
komen zingen op mijn puberkamer, dat weet ze (en toch kwam ze nooit langs en nu
is het te laat).

Le
dernier qui a parlé
van Amina, 1991, moet zowat de
laatste inzending zijn geweest die me kon bekoren. Meer nog: ik vind dat een
geweldig nummer. Uiteraard won ze niet (ze werd tweede). Toen kwam de omslag:
de implosie van de Sovjet-Unie en de burgeroorlog in Joegoslavië. Politiek en
oorlog, zult u zeggen, maar nee: een vermenigvuldiging van het aantal
deelnemers aan het Europese voetbal, de voorrondes van WK’s en EK’s, én het
Songfestival. Met dan nog buurlanden die elkaar steunen, ook al stonden ze
mekaar nauwelijks twee decennia geleden nog voor het leven. Ons kent ons, maar
dan in het Russisch of Servo-Kroatisch. De Australiërs – ja, onoplettende
lezers, de Aussies nemen dit jaar
deel aan het Eurovisiesongfestival,
omdat dat zestig jaar bestaat – zullen het nog ondervinden: zonder vriendelijke
buren die op je stemmen, wordt het niks.

Kunnen zingen is bijzaak geworden. Alles
draait om het toneeltje dat wordt opgevoerd: schaars geklede meisjes en
jongens, een overuren draaiende windmachine, confetti die uit de denkbeeldige
hemel fladdert, tot in den treure ingeoefende danspasjes, acrobatie,
travestieacts (meestal afkomstig uit landen waar holebi’s opgejaagd wild zijn).
Het ooit zo dominante orkest met een aparte dirigent per deelnemend land is
ergens weggemoffeld in de coulissen. Wordt er eigenlijk nog wel live gezongen?

Ik pleit voor een nieuw IJzeren Gordijn tussen
Oost-Europa en de rest van dit continent (het kleed van de Servische
deelneemster kan daarvoor dienen). Ik wil een Reviewcommissie die kwalitatief
ondermaatse inzendingen uit competitie haalt. Ik eis dat de deelnemers niet
worden gekozen omwille van hun smoeltje, maar omdat ze welluidende klanken uit
hun strot kunnen toveren. Zo lang dat niet gebeurt zal ik dit ‘gebeuren’ vanaf
de zijlijn bespugen en scheef becommentariëren.

Voor wie het gisteren gemist heeft: u heeft
niets gemist. En er komt nog een halve finale. En een finale, waarvoor ik nu al
een geldig excuus heb om ‘m te missen.

***

Mijn inzendingen:

‘”Hé, gij daar, gij trekt een beetje op
ne jonge Sting, doe maar mee!”‘ (Moldavië)

‘Dit is liftmuziek. En ik neem de trap. Naar
het 37ste.’ (Armenië)

‘Alweer een compleet foute keuze: WILMOTS
BUITEN!!!’ (België)

(iemand schreef: ‘De Fyra-landen achter
mekaar’, en ik repliceerde) ‘En dan nog Treintje Oosterhuis ook.’ (Nederland)

‘De Finnen stuurden mensen met een mentale
beperking. Alle andere landen stuurden deelnemers met een volledige beperking.’
(Finland)

‘O jeetje. Snel, drachme hier vandaan!’
(Griekenland)

‘Est nog nie gedaan?’ (Estland)

‘#Eurovision2015, waar een spraakgebrek eerder
een troef dan een nadeel is.’ (Macedonië)

‘Er zijn voor minder burgeroorlo…
*gecensureerd*’ (Servië)

‘Fan van Hongarije! (Hoe is het met klank?)’
(Hongarije)

‘Waarom zitten wij eigenlijk in de reeks met
alle Oostbloklanden? Al die verre verplaatsingen.’

‘”He’s after my violin”‘
(Wit-Rusland)

‘”Dit jaar sturen we een vamp”.
*Russische inzending* “Een VAMP, heb ik gezegd, geen RAMP!”‘
(Rusland)

‘”Laten we onze band Anti Social Media
noemen!” “Geweldig idee! Kondig jij het aan op Facebook en
Twitter?”‘ (Denemarken)

‘Dit zou Enver Hoxha nooit getolereerd hebben.
#ouwezakkentweet’ (Albanië)

‘Altijd gedacht dat Dimitri Leue een Roemeen
was.’ (Roemenië)

‘Morticia Addams, verdorie. Maar waar blijven
Uncle Fester, Lurch en Thing?’ (Georgië)



Duets / Van Morrison

Muziek Posted on do, april 02, 2015 08:56:24

Het is die stem. Als die uit de luidsprekers weergalmt
word ik altijd warm vanbinnen, een tikkeltje weemoedig ook en vertoon ik
uiterlijke tekenen van opwinding, zij het dat die doorgaans netjes verborgen
blijven voor de glurende buitenwereld. Kippenvel. Stijve tepels. Een plots
intens gevoel van genot dat opweegt tegen dagelijkse sleur, ochtend- en
avondfiles, landerigheid of andere dagelijkse besognes van dat gedrocht dat
Leven heet.

Dat is wat Van Morrison met mij doet. Telkens
opnieuw. Oh The Warm Feeling. Op 31
augustus wordt ‘The Belfast Cowboy’ zeventig en in dit feestelijke jaar
grasduinde hij in zijn immense œuvre om er zestien niet voor de hand liggende
en op geen enkele verzamel-cd van hem prijkende songs uit te pikken voor
duetten met collega-artiesten.

Ach, duetten, het D-woord, de
Laat-Me-Nog-Snel-Wat-Munt-Uit-Mijn-Carrière-Slaan voor gevestigde waarden op de
terugweg. Vluggertjes zijn het meestal, op cd en vinyl geperste afdankertjes,
waarbij de gastzanger of -zangeres doorgaans niet eens de moeite doet om naar
de studio te komen. Even een bandje inzingen en dat wordt dan wel gemixt met de
originele artiest. Makkelijk zat. Ik hield dan ook mijn hart met beide handen
vast toen ik vernam dat mijn favoriete artiest – die nota bene al bijna dertig
jaar geen meesterwerk heeft gemaakt en wiens jongste cd’s verdienstelijke
doorslagjes van mekaar waren, keurig opgebouwde copy-paste-composities zonder
de magie van weleer – zich ook aan zo’n duet-retteketet-project zou wagen.

Duets:
Re-working The Catalogue
heet die cd en ook die titel
duidt niet onmiddellijk op een overdosis originaliteit of lef. De opnamen
werden gespreid over meer dan een jaar, wat maakt dat de vorig jaar bij het
begin van de zomer overleden Bobby Womack toch nog postuum de openingstrack
voor zijn rekening mag nemen. Grote namen uit de soul (naast Womack ook Mavis
Staples, Joss Stone en Mick Hucknall), de jazz (George Benson, Gregory Porter
en Michael Bublé) en de rock (Mark Knopfler en Steve Winwood) mogen meedoen.

Het resultaat is bij momenten verbluffend
sterk, zelden ongeïnspireerd en voorspelbaar, en voegt daadwerkelijk iets toe
aan die bestaande nummers, waarbij het feit dat het om minder voor de hand
liggende songkeuzes gaat (geen Gloria,
Brown Eyed Girl, Bright Side Of The Road of Have
I Told You Lately?
) een extra pluspunt vormt. Zo doet de betreurde Bobby
Womack wonderen bij de opsmuk van Some
Peace Of Mind
en is George Benson de geknipte figuur om middels de van hem
bekende, vlot in het gehoor klinkende snaarplukmethode van Higher Than The World een onverwachte hymne van de Goede Smaak te
maken. PJ Proby mag bij wijze van knipoog meezingen op Whatever Happened to PJ Proby. Mick Hucknall blinkt het pareltje Streets of Arklow (uit het onovertroffen
Veedon Fleece) op en drijft ook Van
the Man tot het uiterste van zijn vocale capaciteiten. Bijna zeventig, maar still going strong.

Zelfs Michael Bublé, een soort Sinatra van den
Aldi, weet in de uptempo versie van Real
Real Gone
zijn mannetje te staan. Minder geslaagd zijn de jazzy passages The Eternal Kansas City (van de vergeten
elpee A Period Of Transition uit
1977, met Gregory Porter) en Get On With
The Show
(van de al even verwaarloosbare cd What’s Wrong With This Picture? uit 2003, met Georgie Fame).
Dertien-in-een-dozijn-songs die op een dertien-in-een-dozijnmanier vertolkt
worden. Niet slecht, maar in se overbodig.

Neen, dan Chris Farlowe, met die unieke
bluesstem van ‘m, die van een weinig opzienbarend nummer als Born To Sing iets moois maakt, of de in
blueskringen legendarische en in alle andere kringen nagenoeg onbekende of compleet
vergeten Taj Mahal, die het slotnummer How
Can A Poor Boy?
netjes inkleurt met streepjes harmonica en heel veel grain op de stem. Ook dochter Shana
Morrison valt niet uit de toon in Rough
God Goes Riding
. Maar het pièce de
résistance
is het zeseneenhalve minuut durende Wild Honey, sowieso al een parel van de verbluffende cd Common One, maar hier ook nog eens zo
subtiel en toch intens gebracht, dat mijn weinige haren er uren over hebben
gedaan om weer netjes te gaan liggen. Van Morrison meets Joss Stone, de souldiva van de jaren Nu. Koestermoment.

Verbazen zal Van Morrison wellicht niemand
meer in de tijd die hem nog rest in het hiernumaals, mooie muziek maken
hopelijk nog wel af en toe, maar mij heeft hij in positieve zin verrast op deze
Duets. Een kleinood waarvan de meeste
van de zestien tracks er zich uitstekend toe lenen om aperitiefgewijs op
smaakvolle gasten te worden losgelaten. Meer moet dat soms niet zijn.



Carrie & Lowell / Sufjan Stevens

Muziek Posted on wo, april 01, 2015 12:46:34

Ik ga zelfs geen poging wagen om u ervan te
overtuigen dat het alleen maar een stofje was. Neen, het was een moddervette
traan die zich vanuit mijn linkerooghoek een weg over mijn wang baande. Ik was
pas drie nummers ver in Carrie &
Lowell
, de nieuwe cd van Sufjan Stevens, file under indiefolk, en de emotie nam de bovenhand. De bijna
veertigjarige Stevens bezingt hierop zijn relatie tot zijn moeder, Carrie, die
het gezin in de steek liet toen de jonge Sufjan een uk van een jaar oud was, die een
leven leefde dat gevuld was met seks, drugs, rock ’n roll, alcohol en een
knoert van een depressie, en die dik twee jaar geleden overleed.

Als dit rouwverwerking is, dan wil ik elke dag
iemand horen rouwen. Zo verstild, zo intens mooi, zo diep in de ziel kervend.
Spaarzaam begeleid en met een stem die meer fluistert dan zingt treft Sufjan
Stevens de luisteraar recht in het hart. De man die twaalf jaar geleden nog aan
het begin van een gigantisch project leek te staan – een aparte concept-cd maken
over elke Amerikaanse staat, wat uiteindelijk beperkt bleef tot het illustere
duo (Greetings from) Michigan en (Come on feel the) Illinoise – en die
twee keer verraste met Songs for
Christmas
, twee boxen van vijf cd’s met zowaar kerstliederen, weet
letterlijk hoe je een gevoelige snaar moet bespelen, of dat nu op akoestische
gitaar dan wel op banjo is.

In Fourth
of July
zit hij aan het sterfbed van de vrouw die hem genadeloos achterliet.
Zij zegt ‘Shall we look at the moon, my
little loon / Why do you cry? / Make the most of your life, while it is rife /
While it is light
‘. Je moet al heel hardvochtig zijn wil je daar geen krop
van in de keel krijgen. ‘How do I live
with your ghost?
‘ vraagt hij zich af in The
Only Thing
, een song waarin hij zijn geworstel met zelfmoordplannen blootlegt.
Do I care if I survive this? / Bury the
dead where they’re found / In a veil of great surprises / I wonder did you love
me at all?
‘. Pijnlijke zinnen die, gelukkig maar, heel omfloerst en zacht
worden gezongen. Balsem voor de ziel.

Hoe erg de scheiding ook was en hoe zeer
Sufjan Stevens zich in de steek gelaten voelde door de vrouw die hem gebaard
had, hij vergeeft het haar: ‘I forgive
you, mother, I can hear you / And I long to be near you
‘ (Death With Dignity). Icarus komt even
langs, alsook Perseus, Medusa en Pegasus, maar bovenal zijn er de demonen die
in het hoofd van de muzikant rondspoken en die ons poëtische pareltjes als ‘There’s only a shadow of me, / In a manner
of speaking I’m dead
‘ (John My
Beloved
) of ‘There’s no shade in the
shadow of the cross
‘ (No Shade In The
Shadow Of The Cross
) opleveren.

Some
tracks were also recorded on an iPhone in a hotel room in Klamath Falls, Oregon

staat er een beetje achteloos in de begeleidende informatie, alsof Stevens
wilde aangeven dat dat hebbeding ook een nuttig gebruiksvoorwerp om kunst te
creëren kan zijn.

What’s
the point of singing songs / If they’ll never even hear you?
‘ vraagt hij
zich vertwijfeld af in Eugene. Ik heb
je gehoord, Sufjan, je hebt een waanzinnig mooie plaat gemaakt, waarbij die
‘waanzin’ in alle betekenissen van dat woord mag geïnterpreteerd worden. Hier
moet ik even van bekomen. Die moddervette traan heeft inmiddels het gezelschap
gekregen van enkele collega’s. Ze houden een feestje op mijn wangen. Een triest
feestje, jazeker, maar toch een feestje. Welkom op het galabal van de Opperste
Schoonheid.

I’m
light as a feather / I’m bright as the Oregon breeze / My black shroud /
Frightened by my feelings / I only want to be a relief
‘ (Should Have Known Better).



Up where he belongs

Muziek Posted on di, december 23, 2014 13:13:37

O, wat vervloekte ik de man.

Het was juni 1985. Mijn ticket voor Rock
Werchter lag anticiperend in de bovenste la van mijn bureau te wachten op die
zonnige zomerdag. Wat keek ik uit naar die zevende juli van de zevende maand,
want dan zou Neil Young naar de weide van het dubbelfestival komen. Zaterdag in
Torhout, zondag in Werchter. De Canadese valszinger zou met een resem
prachtsongs onder de arm en Crazy Horse als begeleidingsband mijn liefloze
zomer inkleuren, daar was ik van overtuigd. Oké, ook de jonge band R.E.M., de
punklegendes van The Ramones, de aardige Lloyd Cole en zijn Commotions, de
stijliconen van The Style Council, het te mijden Depeche Mode (een kritische
rockjournalist omschreef hen consequent als ‘Pêche Démodé’), de in het
popuniversum verloren gelopen soulzanger Paul Young en de in die dagen al
onvermijdelijke publiekslievelingen van U2 stonden op de affiche: er moest nu
eenmaal opgewarmd worden tot koning Neil om een uur of tien het podium zou
betreden om dan Like A Hurricane de toeschouwers omver te blazen.

Tot dat droge bericht in Humo (of was het toch De Morgen?
In die tijd werkten de media nog niet zo snel als nu. Jongeren waren helemaal niet
sociaal bezig en zo): ‘Neil Young zegt af voor Torhout-Werchter’. Hij
was van zijn paard gevallen, luidde de officiële uitleg. Daar ging mijn topdag,
zeker toen halsoverkop een vervanger werd gezocht en gevonden: Joe Cocker. Joe fucking Cocker, verdorie, een
coverartiest, iemand die liedjes van anderen nazong. Niet dat ik nooit
onhandige heupbewegingen had gemaakt op het swingende Feelin’ Alright of de schuurpapieren versie van With A Little Help From My Friends niet
kon appreciëren of de elpee Mad
Dogs And Englishmen
kon beluisteren zonder goedkeurend te knikken of niet wist dat hij op het legendarische Woodstock had gestaan, maar Joe
fucking Cocker om Neil Young te
vervangen: het idee alleen al!

Zelfs Herman Schueremans moet die Cocker maar
een rare kwiet en zeker geen top of the
bill
gevonden hebben, want op de affiche stond hij op de zesde plaats, net
boven Paul Young en U2. Alsof de Schuer
wilde duidelijk maken dat die Engelsman uit de staalstad Sheffield niet meer
dan een noodoplossing was, een artiest die hij bij wijze van spreken uit het
dichtstbijzijnde café had geplukt omdat hij nu eenmaal acht namen nodig had op
zijn in die tijd nog zeer overzichtelijke affiche.

Het werd een magere editie van Rock Werchter.
R.E.M. begon prima, al zal niemand van de aanwezigen bevroed hebben dat het een
superformatie in wording was die om elf uur ’s ochtends de weide mocht
opwarmen. Driekwartier lang de one-two-three-four van The Ramones was ook best
te harden, zeker omdat de nummers maximaal twee minuten duurden. Het ging
ontzettend goed vooruit, geen moment van verveling. Uitstekende soundtrack bij
de lunch: hamburger en frieten. Lloyd Cole was me wat te braaf en The Style
Council speelde wat te stil: de juiste artiesten op de verkeerde plek. Depeche Mode
introduceerde elektronische muziek op T/W. De bandleden stonden op het einde van hun set vooraan op het
podium het publiek op te jutten, terwijl de muziek vrolijk verder speelde.
Live, mijn gat, de muziek stond verdorie op een bandje! Paul Young, ach ja, Paul
Young: keurig entertainment voor yuppies. Bono zat in ’85 volop in zijn
vendelzwaaiperiode, U2 viel dus muzikaal ook dik tegen. En toen moest het
ergste nog komen, dacht ik.

Een mens kan zich vergissen. De eerste tonen
van Talking Back To The Night, een
nummer dat Cocker geleend had bij Steve Winwood, waren voldoende om me, op een
ondertussen half leeggelopen weide, bij de strot te grijpen en dat bleef zo tot
anderhalf uur later de laatste noot van het alleen op piano begeleide en van
alle franjes ontdane You Are So Beautiful
dertigduizend mensen tevreden de nacht instuurde.

Joe fucking
Cocker, dames en heren, was niet meer of niet minder dan een openbaring. Hoe
je met zo’n rasperige, rauwe stem toch zoetgevooisd kon overkomen, het was me
een raadsel. Ik dacht de hele tijd: straks haalt ie het niet, komt er alleen
maar lucht uit dat keelgat. Beeld zonder klank. Ik duwde als het ware de woorden mee
naar buiten. Maar hij haalde alle tonen wonderwel, ook in With A Little Help From My Friends, een nummer dat hij zo naar zich
had toegetrokken dat je je op de duur afvroeg of de versie op Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band nu
het origineel of een goedbedoelde cover was.

Hij deed me Neil Young vergeten. Hij speelde
de middelmatige, miscaste of overdreven naar publieksaandacht hengelende groepen
naar huis. Hij was de echte headliner
van Rock Werchter 1985, en hij alleen. Die affiche waarop hij niet onderaan
stond? Foutje van de drukker, ongetwijfeld.

Halfweg de jaren tachtig en halfweg het jaar 1985 deed Joe Cocker me
beseffen dat een goede vakman evenveel waard is als een zogeheten originele
artiest. Ik geloofde er toen nog heilig in dat een goede politicus een
staatsman moest zijn, verheven boven het volk, iemand die er keurig uitzag en
afgemeten praatte. Geen woord te veel, af en toe een paar woorden te weinig.
Dat iemand met de onbehouwenheid van een fabrieksarbeider en met ‘loodgieter’
als bijnaam het land kon gaan leiden ging er nog niet in bij mij.

Joe Cocker was de loodgieter van de
muziekwereld. Geen echte rasartiest, geen uitzonderlijke componist, geen briljante
zanger, geen Lennon of McCartney, maar een vakman die zijn métier uitzonderlijk
goed beheerste en die zich andermans songs toe-eigende alsof ze van hemzelf waren. Achteraf zou ik hem nog een paar keer live aan het werk zien,
maar het was nooit meer als die eerste keer in Werchter, vooral ook omdat de
platen die hij van dan af zou gaan maken steeds meliger gingen klinken, op een
enkele single als Unchain My Heart of
You Can Leave Your Hat On na. De
passie waarmee hij zijn job deed bleef wel dezelfde. Misschien dat er in de
jaren zeventig wel eens ontevreden concertgangers naar huis waren gegaan na een door drank en
drugs bezoedeld optreden van de man, maar de Joe Cocker die vanaf de jaren
tachtig zijn ergste demonen had afgezworen, had maar één doel voor ogen: zijn
publiek behagen. Hen waar voor hun geld bieden. Hen doen vergeten dat er ook
Neil Youngs op deze aardkloot rondlopen. Daar slaagde hij in. Ondanks die schreeuwlelijke hemden en die spastische bewegingen met hoofd en handen, die me mijn eigen onbeholpen pasjes op de dansvloer in herinnering brachten, op voorwaarde dat ik me eerst genoeg moed had ingedronken. Diep in mij zit ook een Joe verscholen.

O ja, dat afschuwelijke Up
Where We Belong
is je vergeven, Joe. Rust in vrede. En als er dan toch een rock ’n rollhemel zou bestaan, dan zit je nu up where you belong.



« VorigeVolgende »