We tellen af, u weet hoe dat gaat. Laten we daarom geen onnodige tijd verliezen.

20. Ron Sexsmith

19. Tim Buckley

18. Nick Cave

17. Richard Hawley

16. Curtis Mayfield

15. Elvis Presley

14. Ray Charles

13. Neil Young

12. Tom Waits

11. Bruce Springsteen

10. Stevie Wonder

9. Marvin Gaye

8. Johnny Cash

7. Frank Sinatra

6. Scott Walker

5. Roy Orbison

4. Wannes Van de Velde

3. JACQUES BREL (1929-1978). Een jongen uit Schaarbeek die het schopte tot grote ster in het Frankrijk van de jaren 60, maar die zich de hele tijd een Franstalige Vlaming bleef voelen. Zijn vader was fabrieksdirecteur, hij groeide op in een burgerlijk milieu, waartegen hij zich later fors ging afzetten (Les Bourgeois!). In 1952 waagde hij zich aan zijn eerste chansons, twee jaar later vertrok hij naar Parijs. Daar zaten ze aanvankelijk niet te wachten op een binnengewaaide Brusselaar, keuze zat aan eigen artiesten. In 1955 mocht hij zowaar optreden in de Brusselse AB in het voorprogramma van… Bobbejaan Schoepen. Daarna kwam Quand on n’a que l’amour en de doorbraak. Zijn teksten werden steeds kritischer, hij rekende af met zijn burgerlijke jeugd en het katholicisme van het brave België. Uit de jaren 60 dateren de zwart-witopnamen van zijn concerten: met die schreeuwerige mond, dat zweet dat van zijn gezichte drupte, die weidse armbewegingen. Vanaf mei 1967 liet hij het podium links liggen en concentreerde hij zich op een carrière als acteur. In 1974 werd er longkanker bij hem vastgesteld. Hij ontvluchtte de hectiek en vestigde zich definitief op Hiva Oa, een van de Markiezeneilanden in de Stille Oceaan. Het belette hem niet nog één keer muzikaal toe te slaan, met het geprezen studioalbum Les marquises. Hij overleed op 9 oktober 1978 in Parijs aan de gevolgen van een longembolie. Zijn graf bevindt zich op Hiva Oa.

2. BOB DYLAN (°1941). De meest gecontesteerde Nobelprijs Literatuur uit de geschiedenis werd hem — ik blijf het herhalen — zeer terecht toegekend in 2016, voor een oeuvre dat zeker in de jaren 60 grensverleggend was: folk met een boodschap. Hij weigerde om een boegbeeld te zijn, of, nog erger, een profeet, maar was dat uiteraard voor de volle honderd procent. Vóór Mei ’68 was er Dylan om de jeugd van toen een geweten te schoppen: hij schotelde ons veranderende tijden voor. Eindelijk! Toen hij een elektrische gitaar omgordde werd hij ‘Judas’ genoemd. Het kon hem niet deren. Akoestisch of elektrisch, het maakt niet uit: Robert Allen Zimmerman is de beste singer-songwriter uit de muziekgeschiedenis. En zoals het gezegde luidt: ‘Nobody sings Dylan like Dylan’. Het mag dan als vals geneuzel klinken, het is wel écht. Live is de bard zowel tot superieure concerten als tot het belabberd afrafelen van onherkenbaar gemaakte hoogtepunten uit zijn oeuvre in staat, soms zelfs tijdens hetzelfde concert. Het zijn zíjn songs, wie zijn wij om Bawb kwalijk te nemen dat hij ze weleens durft te vertimmeren tot iets wat we liever niet zouden horen omdat we per se Blowin’ in the wind vanop de plaat willen herkennen?

1. VAN MORRISON (°1945). Het was 3 juli 1983. Ik ging met een aantal vrienden naar Rock Werchter, toen nog met een klassieke affiche: acht bands, niet meer, niet minder. The Scabs, John Cale, Warren Zevon, Eurythmics, Simple Minds, U2, Peter Gabriel en dan… top of the bill… Van Morrison. Ik kende de man uiteraard van Gloria (samen met Them) en Brown eyed girl, en van hier en daar een flard op de radio. Een volledig concert was nieuw. De helft van de wei was al aan het inpakken, terwijl ‘Van the Man’ míj inpakte. Zalig concert, hij communiceerde zelfs (een beetje) met het publiek en zijn band, eerste bis Gloria (“This is a song from when I was a rockstar”), tweede bis Buona sera, zwevend op een wolk van genot ging ik de nacht in. Met het vaste voornemen mij grondig te verdiepen in de catalogus van ‘the Belfast Cowboy’. Zevenendertig jaar later heb ik, op een aantal bootlegs na, álles in huis van de man. Daar zit, toegegeven, behoorlijk wat middelmaat tussen, zeker wat de jongste dertig jaar betreft. Nooit echt slecht, soms gewoon overbodig. Maar altijd is er wel een pareltje. Parels die in die eerste periode van zijn carrière volop aanwezig waren. Van Morrison maakt Van Morrisonmuziek: een streep jazz, een stevige greep blues, snuifje soul, een beetje rock. Daarbovenop ligt die zalige stem: een warme deken als het koud is, een zacht briesje als het warm is, zalf voor de ziel in de vier seizoenen. Mijn favoriete cd’s lijstte ik op deze plek al op in 2015, het jaar dat hij zeventig werd (1. Veedon fleece, 2. Common one, 3. Astral weeks). Mijn favoriete individuele songs krijgt u via de sociale media op 31 augustus, de dag dat hij 75 wordt. U moet de man nog ontdekken? Een verzamel-cd is een goed begin, zeer toegankelijke platen als Moondance, Into the music en Poetic champions compose zijn dat ook. Ofwel gaat u dan overstag, ofwel laat hij u koud. Fair enough, voor mij is hij de beste zanger en daar zal zijn legendarische nukkigheid, een resem goeie concerten die nog zoveel beter hadden kunnen zijn, en een de jongste kwarteeuw niet zo onmisbare platenproductie niets aan veranderen.