Gisteren gaf ik een overzicht van de zangers A tot en met M die de lijst niet hebben gehaald, hier zijn diegenen met namen beginnend met N tot en met Z, die naast de boot vielen (en de lijst is dan nog zéér onvolledig). Even ademhalen…: Youssou N’Dour, Randy Newman, Harry Nilsson, Graham Parker, Gram Parsons, Wilson Pickett, Prince (oké, kill me!), Otis Redding (qué?), Lou Reed, Damien Rice, Smokey Robinson, Josh Rouse, Boz Scaggs, Paul Simon (pardon, meneer Van Laeken?), Elliott Smith, Cat Stevens, Sufjan Stevens, Richard Thompson, Pete Townshend, Chris Whitley, Hank Williams (dé Hank Williams?), Steve Winwood, Frank Zappa en, het spijt me werkelijk, Warren Zevon.

De gelukkigen daarentegen zijn…

20. Ron Sexsmith

19. Tim Buckley

18. Nick Cave

17. Richard Hawley

16. Curtis Mayfield

15. Elvis Presley

14. Ray Charles

13. Neil Young

12. Tom Waits

11. Bruce Springsteen

10. STEVIE WONDER (°1950). Steveland Morris gaat al zolang mee dat je zou denken dat ie al een tijdje de tachtig voorbij is, maar in werkelijkheid is hij pas dit jaar zeventig geworden. Op z’n twaalfde had hij een eerste hitje beet, met Fingertips, part 1. In de jaren 60 kwamen daar ontelbare Motown-composities bij, eerst nog aangeleverd door andere liedjesschrijvers, vanaf 1965 — hij was toen… vijftien — schreef hij die zelf mee. Zijn handicap — hij werd blind door een teveel aan zuurstof dat hem werd toegediend in de couveuse — belette hem niet multi-instrumentalist te worden. Zijn beste werk leverde hij af in de jaren 70, met Wonderbaarlijke (sorry!) lp’s als Talking book, Innervisions en Songs in the key of life. Toen was Stevie Wonder mijn absolute lievelingszanger. Dat eindigde in 1984 bij het uitbrengen van het hypermelige I just called to say I love you. Maar de Stevie van die eerste twintig jaar blijf ik koesteren. Die had misschien wel op nummer 1 gestaan.

9. MARVIN GAYE (1939-1984). Bijnaam ‘The King of R&B’. Terwijl hij groot werd in soul en pop, vreemde keuze. Schitterende exponent van het Motowntijdperk, zij het dat hij op een bepaald moment besliste om zelf songs te schrijven die met hun twee benen in de harde realiteit stonden: maatschappijkritisch, ecologisch bewust, empathisch kijkend naar de verstoten zwarte bevolkingsgroep. De cd What’s going on uit 1971 is daar een perfect voorbeeld van, met naast het titelnummer songs als Mercy, mercy me: The ecology en Inner city blues (Make me wanna holler). Drank en drugs zorgden ervoor dat zijn carrière in het slop en hijzelf in, godbetert, Oostende belandde. Vader Gay kon het liederlijke leven van zijn zoon niet meer aanzien en schoot hem de dag voor zijn vijfenveertigste verjaardag dood. Naar het schijnt na een discussie over het verjaardagsfeestje.

8. JOHNNY CASH (1932-2003). ‘The Man in Black’. De man met de hele diepe stem. De man met de bijzonder intense voordracht. De man die godvrezend was en tegelijk alles heeft gedaan dat zijn Heer en Meester hem verbood. De man die, als outcast, optrad in gevangenissen waar het clientèle niet echt behoorde tot de categorie witteboordcriminelen, en er staande ovaties kreeg, voor zover dat mocht. De man die zichzelf met de hulp van hiphopproducer Rick Rubin heruitvond met zes prachtige cd’s onder de noemer American Recordings. De man wiens oeuvre kwantitatief een heel eind boven de honderd uitkomt. De man die u, mocht dat nog niet het geval zijn, dringend beter moet leren kennen.

7. FRANK SINATRA (1915-1998). Met één bijnaam komen we niet toe voor deze chanteur uit Hoboken, New Jersey: ‘The Voice’, ‘Ol’ Blue Eyes’, ‘The Golden Voice’. Laten we even zijn geflirt met maffiose figuren opzij zetten en ons op de muziek concentreren. Sinatra had niet alleen een gouden stem, hij wist die ook op een unieke manier te gebruiken. Zijn frasering is haast uniek in de muziekgeschiedenis: eigenlijk zong hij voortdurend net naast de maat, maar door dat consequent te doen, creëerde hij een eigen universum. Sinatraland. Hij klonk teder en krachtig terzelfdertijd, voelde zich zowel in ballads als in swingende nummers thuis, Sinatra was uniek. U wilt zijn oeuvre ontdekken? Begin niet bij de platgetreden, vreemden-in-de-nacht-paden, maar koop In the wee small hours uit 1955. Nighthawks van Edward Hopper op muziek gezet.

6. SCOTT WALKER (1943-2019). Wellicht ziet u hem als ‘the odd one out’ in deze lijst, maar ik word elke keer opnieuw omvergeblazen door die overweldigende basstem, die al zo geweldig opviel bij The Walker Brothers (geen echte broers, zoals Scott Walker in werkelijkheid Noel Scott Engel heette). The sun ain’t gonna shine anymore, het zou op de soundtrack van deze coronatijden kunnen staan. Solo toverde hij Brelsongs om in het Engels: niemand interpreteert Brel beter dan deze Amerikaan. Halfweg de jaren 70 verdween hij in de vergetelheid, niet de prettigste plek om te verblijven. In 1984 was hij terug, met het onwaarschijnlijk eigenzinnige Climate of hunter, een plaat die elf jaar moest wachten op een opvolger, het zowaar nóg ontoegankelijkere Tilt. Je vindt het een meesterwerk of je vindt het helemaal niets, er bestaat geen tussenweg. Er volgden nog vijf bizarre, moeilijk beluisterbare cd’s. Maar altijd opnieuw was er Die Stem.

5. ROY ORBISON (1936-1988). Als je country en rock vermengt en je voegt er een unieke hoge stem aan toe, krijg je ‘The Big O’, die een hoogstaande collectie songs naliet. Je hoefde geen moeite te doen om het hoge dramagehalte in zijn teksten te geloven: zijn vrouw kwam om het leven bij een motorongeluk, twee van zijn drie zoons stierven in een brand, hits bleven opeens uit, hij kreeg last van zijn hart. Het soort scenario waarmee je in Hollywood niet moet afkomen, vanwege: totáál ongeloofwaardig. In de jaren 80 werd zijn carrière weer aangezwengeld, onder meer dankzij het in zwart-wit opgenomen concert Roy Orbison and friends: a black and white night (starring Springsteen, Costello, Waits, and many others), de supergroep Traveling Wilburys (met Bob Dylan, George Harrison, Jeff Lynne en Tom Petty), en uiteindelijk de comeback-cd Mystery girl. Tenminste… dat was de bedoeling, want de lp werd postuum uitgebracht, nadat een fatale hartaanval Orbison dan toch geveld had. Het contract voor Rock Torhout/Werchter was net ondertekend… Wat een leven! Wat een zanger!

4. WANNES VAN DE VELDE (1937-2008). U mag het gerust Antwerps chauvinisme noemen dat ik Willy Cecile Johannes Van de Velde zo hoog noteer. Een betere vertolker van volksliederen vind je niet, en het zijn dan nog herkenbare levenssituaties, want: van bij ons. Gezongen in authentiek Antwerps, met een muzikale begeleiding die met twee voeten in de folktraditie staat en vlijmscherpe teksten die alles wat er maatschappelijk fout liep over de hekel namen. Met zijn flamenco-repertoire werd Wannes zelfs geapprecieerd in Andalusië. Als u deze nacht in de straten wil verdwalen — mét mondmasker, alstublieft! —, heeft u dat aan dat ene nummer te danken. Wereldklasse van bij ons. (En toch is hij niet de hoogst genoteerde landgenoot, geef ik al even prijs.)

Morgen: 3-2-1.