De optelsom
van kleine, egoïstische individuën

(Dit artikel
verscheen eerder in De Financieel-Economische Tijd op zaterdag 23 januari 1999.
Bepaalde stukken zijn achterhaald – bedenk dat Bill Clinton toen nog in het
Witte Huis resideerde en ondertussen zal wellicht meer dan 1 procent van de
wereldbevolking internet gebruiken! – maar de kritische bedenkingen van deze
republikeinse hardliner staan nog altijd overeind. Ik ben het overigens niet
altijd eens met de man – zeker niet wanneer hij pleit voor nog meer Amerikaans egoïsme
– maar zijn eruditie staat buiten kijf. Robert D. Kaplan is zondag 18 november
één van de prominente gasten op het literatuur- en muziekfestival Crossing
Border in de Arenbergschouwburg in Antwerpen.)

Praten over
zijn werk doet hij niet graag; typisch voor een journalist. Robert Kaplan laat
zijn boeken de boodschap overbrengen. Precies twee jaar na zijn
Afrikaans-Aziatische wederwaardigheden in ‘Reis naar de einden der aarde’,
brengt Kaplan in ‘Het einde van Amerika’ een pregnant beeld van de Verenigde
Staten op de rand van een nieuwe eeuw. Verbijsterend, hallucinant, briljant.
‘Ik probeer te doen wat Machiavelli deed: tonen hoe de wereld ís, niet hoe hij
zou moeten zijn.’

In
zijn vorige boek, ‘The Ends of the Earth, a Journey at the Dawn of the 21st
Century’ (vertaald als ‘Reis naar de einden der aarde’) trok journalist Robert
D. Kaplan kriskras door Afrika en Azië. Zijn trip begon in Sierra Leone en
eindigde in Cambodja. Het leverde een puntgaaf verslag op van het leven in en
om de grote, overbevolkte leefcentra. Het was kritisch, zonder ooit te
moraliseren, en duidend, zonder zijn eigen standpunten op te dringen. Kaplan
toonde zich meer observator dan maatschappijcriticus; hij liet het concluderen
over aan zijn ruime lezersschare, maar alleen al het onmiskenbare feit dat hij
ter plekke zag hoe de mensen leefden (of: níet leefden) maakte zijn relaas een
pak geloofwaardiger dan eender welke wetenschappelijk-afstandelijke
bronnenstudie van een of andere aan zijn bureau gekluisterde studax. Kaplans
boek was beklijvend, verhelderend en vooral verbijsterend.

Voor
zijn jongste boek, ‘An Empire Wilderness. Travels into America’s Future’,
gebruikte deze medewerker van The Atlantic Monthly een vergelijkbaar
reisprocédé in de Verenigde Staten van Amerika. Hij begint vrij centraal in de
militaire basis van Fort Leavenworth, trekt vervolgens naar het zuiden (tot in
Mexico) en weer terug naar het noorden (tot in Canada). Hij maakt kennis met
geografen, demografen, politie-agenten en gewone mensen. Dit boek is zo
mogelijk nog verbijsterender dan zijn vorige. Vind je het als lezer nog
enigszins ‘normaal’ dat er extreme armoede is in India en dat mensen zich
letterlijk vastrijden in Bangkok, dan acht je die tweedeling nauwelijks
mogelijk in een land dat zich het centrum van de hedendaagse westerse
beschaving acht. En ook al weet je beter – en is het Mattheus-effect (de armen
worden armer, de rijken rijker) een bekend gegeven in de USA – toch slaagt
Kaplan erin je te treffen met zijn haarscherpe analyse van het hedendaagse
Amerika.

‘An
Empire Wilderness’ werd recent vertaald. De wat ongelukkige Nederlandstalige
titel is ‘Het einde van Amerika’ (in de catalogus van de uitgeverij werd
overigens nog de ontwerptitel ‘Amerika in uitersten’ aangekondigd, een vlag die
al iets meer de lading zou gedekt hebben). De titel is ongelukkig omdat er een
pessimisme van uitstraalt dat Kaplan niet bewust heeft willen weergeven. Net
als in ‘Reis naar de einden der aarde’ neemt de auteur nauwelijks standpunten
in en toch legt zijn boek vele tere punten van de Amerikaanse samenleving
bloot.

De
(Nederlandse) kaft maakt al veel duidelijk (en die is wel goed gekozen). Op de
bovenste helft zie je een foto van een Amerikaanse grootstad met zijn
wolkenkrabbers als priemende symbolen van kapitalistisch succes. Onder de titel
zie je een stel jonge, zwarte druggebruikers in het oog van de camera staren.
Ze lachen verdwaasd, maar je weet dat hun toestand zoniet hopeloos, dan toch
quasi uitzichtloos is.

Robert
Kaplan was deze week in ons land om zijn boek te promoten. Kaplan is een fitte
veertiger: ondanks de jetlag oogt hij scherp en alert. Het is geweten dat
journalisten zelf niet graag geïnterviewd worden en Kaplan is daar een perfect
voorbeeld van. Hij is op het randje van arrogant, antwoordt voortdurend kortaf
en zakelijk, en als je een onderwerp wil aanraken dat hij niet expliciet
behandeld heeft, volgt een abrupt ‘That’s not in the book!’, als om aan te
geven dat hij daar niet over wenst te praten. Maar laat er geen misverstand
over bestaan: ‘Het einde van Amerika’ is minstens even briljant als zijn
voorganger en daar gaat het hier tenslotte om. We kijken nu al uit naar zijn
volgende boek: wéér een lange rondreis die begint in de Balkan en als alles
goed gaat uitmondt in de Kaukasus, Centraal-Azië. ‘Alles vanaf de nieuwe
NAVO-landen tot China,’ omschrijft hij het zelf.

Kaplan
klaagt over het gebrek aan historisch inzicht van zijn landgenoten.
‘Geschiedenis is volgens de meeste Amerikanen iets wat anderen is overkomen. Ze
negeren wat er vóór hen is geweest en zien het leven als één lange periode van
adolescentie. Het woord ‘tragedie’ kennen ze niet.’

Hij
noemt zichzelf een constructief pessimist. ‘De founding fathers van de
Verenigde Staten waren pessimisten van nature, maar ze hebben wel een groots
land opgebouwd. De verantwoordelijken voor de Franse Revolutie waren
daarentegen optimisten en kijk wat zij ervan gebakken hebben. Optimisme is geen
garantie voor succes.’

Pod

Iemand die zo nauwgezet observeert als
uzelf, kan alleen maar ongelukkig zijn met de nogal sensationeel klinkende
Nederlandse titel van het boek.

‘Het is in ieder geval niet mijn keuze, ik laat de verantwoordelijkheid
volledig bij mijn Nederlandse uitgever. De originele titel, ‘An Empire
Wilderness’, is gebaseerd op een gedicht van Hart Crane uit de jaren ’20 van
deze eeuw. ‘Empire’ slaat hierbij niet op iets sterks, maar op iets zwaks. En
‘Wilderness’ is niet noodzakelijk positief of negatief bedoeld. Ik wil gewoon
aangeven dat Noord-Amerika op weg is een uitgedroogde versie te worden van de
grote stadstaten, met hun suburbane oasen in een stedelijke woestijn, die
allemaal op elkaar lijken zoals ook alle woestijnen er altijd en overal
hetzelfde uitzien. Die suburbane oasen zullen centra worden van
hoogtechnologische handel. Dat zal de volgende transformatie van de Verenigde
Staten zijn; het land is immers technologisch té dynamisch om hetzelfde te
blijven.’

Zal die transformatie positieve of negatieve
gevolgen hebben voor het land?

‘Beide. Hoe die commerciële centra er zullen uitzien, zal afhangen van
beslissingen die nu nog niet genomen zijn én van de inwoners ervan. Het kunnen
heel beschaafde plaatsen zijn, maar ook het omgekeerde is mogelijk. Dat is mijn
zorg niet. Ik wilde ter plekke nagaan wat de mogelijkheden zullen zijn, omdat
ik er zeker van ben dat niets voor eeuwig en altijd hetzelfde blijft.’

Ik heb uw boek als zeer pessimistisch
ervaren, waarbij de toekomst er niet al te rooskleurig uitziet.

‘Klopt niet, de toekomst zal juist goed zijn. Die suburbane oasen zullen
economisch efficiënt en dynamisch zijn, gedreven door de meest getalenteerde
mensen die van overal ter wereld zullen komen en die voortdurend dingen zullen
produceren en uitvinden. Ik zie geen reden tot pessimisme, tenzij je vertrekt
van een typische laat-twintigste-eeuwse progressief-intellectuele visie. Zo
kijk ík niet naar de toekomst: ik ben een historisch-realist.’

Centraal in uw rondreis staat de verwachting
dat de rijken en de hogere middenklasse naar de randsteden zullen trekken, die
u ‘pods’ noemt. Wat is een ‘pod’?

‘Een ‘pod’ kan een plant zijn die in de woestijn groeit, maar ook een satelliet
of een booreiland in het midden van de oceaan. Het begrip slaat op een
artificiële leefgemeenschap. Het woord ‘pod’ zelf bestaat niet, het is gewoon
iets dat me te binnen viel.’

‘Randsteden
bestaan al sinds de jaren vijftig, we hebben het fenomeen Suburbia genoemd.
Omdat ze er al zo lang zijn, zijn ze almaar blijven groeien. Restaurants,
kantoren en winkelcomplexen zijn vertrokken uit de steden en hebben zich
gevestigd in die randsteden, waardoor het geen randsteden meer zijn. Het zijn
vandaag de enige plekken waar nog werk te vinden is. Deze nieuwe gemeenschappen
zijn dus stedelijker dan de vroegere randsteden, maar nog altijd minder
stedelijk dan het goeie ouwe Downtown.’

Machiavelli

U begint uw trip (en uw boek) in Fort
Leavenworth. Wat opvalt is dat de militairen daar heel wereldvreemd zijn.

‘Ja, maar dat geldt evenzeer voor dokters, advocaten en eigenlijk voor zowat
iedereen tegenwoordig. Ik heb gewoon willen aangeven dat die militairen net als
alle andere mensen zijn: ze bouwen heel wat technologische kennis op in hun
domein en spenderen vervolgens al hun tijd aan het bijblijven. Die toename van
specifieke kennis zorgt ervoor dat ze in hun eigen subcultuur blijven
rondhangen. Ze worden psychologisch gescheiden van de rest van de samenleving.’

Houdt dat geen gevaren in?

‘Of het al dan niet gevaarlijk is, is niet mijn zaak. Ik beschrijf gewoon wat
ik gezien heb. Ik probeer te doen wat Machiavelli deed: tonen hoe de wereld ís,
niet hoe hij zou moeten zijn.’

Oké, maar wat gebeurt er intussen met het
begrip ‘verenigde’ in Verenigde Staten?

‘De Verenigde Staten raken gefragmenteerd, maar niet in de zin zoals de meeste
mensen denken. Het is een fragmentering die je ook merkt in België, Nederland,
Afrika en het Midden-Oosten. De middenklasse splitst zich op in een hogere en
lagere middenklasse, terwijl natiestaten voorheen steeds gebaseerd waren op dé
middenklasse, die één en ondeelbaar was. De hogere middenklasse zal een
mondiale gemeenschap stichten; de lagere middenklasse heeft de natiestaat
nodig, maar draagt er nauwelijks nog iets toe bij.’

Maakte u die vaststelling al voor u aan dit
boek begon?

‘Neen, dit was allemaal nieuw voor mij. Ik zag en hoorde steeds hetzelfde op
zeer uiteenlopende plaatsen.’

U schrijft: ‘Ik kom uit het oosten van
Amerika en mijn waarnemingen zijn gekleurd door de vooroordelen die bij dat
deel van Amerika horen.’ Hoe moeten we dat verstaan?

‘Ik heb het westen van de Verenigde Staten altijd bekeken door de ogen van een
vreemdeling; voor mij was dat een vreemd, exotisch land. De Amerikaanse media
concentreren zich op wat er in New York en Washington D.C. gebeurt, maar je
verneemt bijna niets over wat er aan de hand is in de straten van de steden die
niet aan de oostkust liggen.’

U constateert dat Europa teveel geschiedenis
en te weinig geografie heeft; het tegenovergestelde geldt voor de Verenigde
Staten. Precies die geografische mogelijkheid om uit de steden te vertrekken en
randsteden op te richten, zorgt ervoor dat de hogere middenklasse letterlijk
afstand neemt van de lagere. Mogen we dat financieel-economische segregatie
noemen?

‘Dat mag, maar het is zeker geen nieuw gegeven. Alleen wordt het nu meer
verfijnd, de fragmentering gaat verder. Vroeger hadden we twee tot drie
maatschappelijke klassen, nu hebben we er een stuk of zes.’

Tot voor kort leefden de armen in ghetto’s,
nu worden de grote steden zelf ghetto’s.

‘Zo staat het niet in mijn boek. Kijk, de afmeting van de binnenstad zal almaar
kleiner worden. Ik verwacht echter niet dat de arme bevolking in de steden de
volgende vijftig jaar significant zal toenemen. Wat ik wel zie gebeuren is dat
het aantal zwarten relatief zal afnemen, maar dat is geen belangrijk thema voor
de toekomst, omdat het ons niet vertelt welke richting Amerika zal uitgaan. Wat
wel belangrijk is, is de migratie van Latino’s (inwoners van Midden- en Zuid-Amerika, red.) en Aziaten, en de
interraciale huwelijken die eruit zullen voortspruiten.’

‘Het
aantal Latijns-Amerikanen zal meer dan verdubbelen: van 10 naar 22 procent.
Tegen de helft van de volgende eeuw zal de helft van de Amerikanen Spaans
spreken. De WASPs (White Anglo-Saxon
Protestants, red.)
zullen verdwijnen. We gaan, zoals ik het schrijf, naar
een ‘mestiso-gepolyneseerd’ Amerika, dat steeds minder Europees zal zijn en dat
ook steeds minder interesse zal betonen voor Europa; een werkelijk
internationale gemeenschap met een beige huidskleur.’

Geen
supermacht

U verwacht dat de federale overheid aan
belang zal inboeten.

‘Het heeft geen belang meer wie er president van de Verenigde Staten is. De
thema’s die politici en journalisten belangrijk vinden, zijn van geen tel voor
het gros van de bevolking. Wat de mensen willen is bewegingsruimte binnen hun
bedrijf, hun afgeschermde leefgemeenschap en hun door tot de tanden toe
gewapende veiligheidsagenten bewaakte winkelcomplex. Al die dingen die ver afstaan
van het rijk van de nationale politiek. Journalisten verspelen teveel tijd door
te schrijven over politiek, in plaats van bezig te zijn met al de rest die snel
verandert. Maar ja, dat past niet binnen hun referentiekader.’

Is dat de reden waarom u nauwelijks sprak
met lokale politici?

‘In het algemeen heb ik hen genegeerd, ja, omdat ze weinig interessants te
vertellen hebben. Burgemeesters, gouverneurs en senatoren waren werkelijk de
laatste personen die ik wilde ontmoeten. Ik heb tijdens mijn rondreis nooit
naar CNN gekeken of nationale kranten gelezen; ik hield me niet bezig met wat
er in het Witte Huis gebeurde.’

In de meeste lokale boekhandels waren die
nationale kranten niet eens te vinden.

‘Inderdaad. Zodra je de elite van de oost- en westkust verlaat, merk je niets
meer van The New York Times, The Wall Street Journal, The Washington Post, The
New Yorker of The Atlantic Monthly. Ze verdwijnen gewoon. De invloedrijkste
bladen van de States zijn USA Today en Reader’s Digest.’

Terug naar de ‘pods’. Vindt u het een
aanvaardbare idee dat de rijken en de hogere middenklasse zich terugtrekken in
hun versterkte forten, met een eigen privé-militie om ongewenste bezoekers op
afstand te houden?

‘Als je even
goed oplet wanneer je hier straks buiten wandelt, zal je zien dat zich aan de
buitenkant van het gebouw een elektronische bel bevindt, waar je je moet
aanmelden. Dat bestond dertig jaar geleden nog niet. Dag na dag is ons leven
sindsdien veranderd, maar precies omdat die verandering permanent gebeurt,
letten we er niet meer op. We leven dus nu al in een beschermde omgeving.’

Hoe komt het dat de armen in de ghetto’s
nooit naar de rijkere stadsgedeelten trekken om hun deel van de koek op te
eisen?

‘Omdat ze meestal aan de andere kant van de stroom wonen en ze geen auto hebben
om er te geraken. Bovendien is het openbaar vervoer niet te best georganiseerd
en vinden ze het te ver om er naartoe te stappen. Maar de grootste belemmering
is dat die mensen mentaal en geografisch gebonden zijn. Ze staan alleen, er
bestaat geen beweging van de armen. Dat is al vele decennia zo.’

Kapitalisme vinden we nu ook in het Verre
Oosten, tot in China toe, maar hoe zit het met het Amerikaanse kapitalisme?
Leeft dat nog?

‘Wat we hier hebben, is nog altijd kapitalisme, alleen is het nu een
hoogtechnologische variant van het oorspronkelijke kapitalisme. Weet je,
kapitalisme regeert de wereld, maar het is zoals met het christendom: het wordt
anders geïnterpreteerd in Nebraska dan in Libanon.’

De Amerikaanse bevolking vergrijst. Om dat
op te vangen is er een nieuwe migratiegolf nodig, die u vooral uit het Verre
Oosten en uit Latijns-Amerika verwacht. Is dat wel goed voor de wereldeconomie,
want die migranten behoren in hun eigen land meestal tot de hogere
middenklasse?

‘Amerika berooft de wereld van zijn menselijke talenten en dat is de reden
waarom Amerika sterker en dynamischer zal worden in de toekomst. Wat er met de
rest van de wereld zal gebeuren? Daar heb ik het niet over in het boek.’

Welke rol zullen de Verenigde Staten spelen
op wereldvlak?

‘Buitenlandse politiek is altijd de veruiterlijking van binnenlandse obsessies.
Amerika zal nog meer dan vandaag geïnteresseerd zijn in de vrijwaring van haar
eigen economische belangen en zal steeds minder Eurocentrisch reageren. Over
tien jaar zullen we nog minder belang hechten aan de Balkan dan vandaag.
Amerika zal het democratisch beginsel blijven verdedigen, maar het aan niemand
willen opleggen. Amerika is niet langer een supermacht; dat is een term uit de
Koude Oorlog. Wat het wel is? De sterkste individuele natie ter wereld, die
rond elk belangrijk mondiaal thema een andere coalitie zal moeten
samenstellen.’

‘De
president zal daarentegen steeds minder belangrijk worden. Sinds de jaren ’20
kregen presidenten als Roosevelt, Truman en Eisenhower te maken met enorme
problemen: de economische crisis, de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog. Dat
gaf hen de kans om zich te profileren, maar die mogelijkheid viel weg na de val
van de Berlijnse muur.’

Geschiedenis

Hoe kijken de mensen waarmee u gesproken
hebt aan tegen de snelle veranderingen die ook hun levens zullen treffen?

‘De meesten die ik heb ontmoet, denken dat Amerika over vijfhonderd jaar nog
altijd een vlag met vijftig sterren en dertien strepen zal tellen en dat ze nog
altijd de ‘Star Spangled Banner’ zullen zingen. Verandering zorgt overal ter
wereld voor angst en ongemak. Of verandering altijd goed is? Het is
verandering: dat is noch goed, noch slecht. Het is irrelevant om daar nu over
te oordelen, dat zal de toekomst moeten uitwijzen.’

Moraliseren is niet aan u besteed?

‘Moralisten zijn schijnheilig. Dat geldt zeker wanneer ze in de politiek
zitten, want dan komt het alleen maar neer op zelfverwezenlijking.’

Moralisme is wel de sleutel van de
afzettingsprocedure tegen president Clinton.

‘Daar gaat mijn boek niet over. Weet je, ik was vorige week in Wisconsin en
Michigan: niemand praat daar over de zaak-Clinton.’

Het beeld dat wij wel eens ophangen van de
Verenigde Staten – vijftig werkelijk verénigde staten – klopt dus niet? Zo te
horen is er niet eens sprake van eenheid in verscheidenheid.

‘Neen, net zoals de zogeheten ‘global village’ niet bestaat. Minder dan één
procent van de wereldbevolking gebruikt Internet.’

‘In
Amerika wordt geschiedenis niet geschreven door grote figuren, maar door kleine
individuën die elke dag heel egoïstisch hun kleine droom waarmaken. De optelsom
van wat die individuën gerealiseerd hebben, vormt de geschiedenis van de
Verenigde Staten.’

Robert
D. Kaplan – Het einde van Amerika – 1999,
Utrecht, Het Spectrum, 430 blz., ISBN 90-274-6569-X.