(Deze bijdrage verscheen maandag 6 mei in de reeks ‘De
Bankzitter’ in
De Standaard.)

Club won wel maar imponeerde niet in Gent: 0-1. Het
contrast met Genk is groot. De Limburgers hadden vrijdagavond al een
uitroepteken geplaatst achter de term ‘titelkandidaat’. Anderlecht won voor het
eerst in Play-off 1, met 10 tegen 11 van een zwak Standard, en met de hulp van
de hand van Yari.

Niet elke tactische ingreep is geslaagd. Na de
verloren bekerfinale had Gent-trainer Jess Thorup Sigurd Rosted rechts
achteraan geposteerd. De Noor werd veertig minuten lang voorbijgelopen door de
aalvlugge Diatta en kon de Senegalees alleen met overtredingen afstoppen.
Thorup haalde hem nog voor de pauze naar de kant, uit vrees voor een tweede
gele kaart en een mannetje minder, maar gaf daarmee ook zijn foute keuze toe.

Ivan Leko had dan weer Siebe Schrijvers
opgeofferd voor een verdedigende middenvelder, Sofyan Amrabat, die al heel snel
tegen geel aanliep en een hele eerste helft flirtte met de uitsluiting. Vroeg
rood had gekund. Ook dat was niet de meest geniale ingeving.

Portie pech

‘Fight for us like we
fight for you’, hadden de thuissupporters op een spandoek geschreven. De ontevredenheid
spatte ervan af. Ternauwernood in Play-off 1 geraakt, daarin tot gisteren 1 op
18 behaald, de bekerfinale verloren van een tweedeklasser: er wordt tegenwoordig
weinig gelachen in de Ghelamco Arena. Er zijn twijfels rond Jess Thorup, een
man die charmeert door zijn kalmte en ongedwongenheid, maar die de voorbije
weken geen blijk gaf van tactisch vernuft. De Deen moet het doen met het
spelersmateriaal dat voorhanden is: resultaat van een eenzijdig transferbeleid.
Goed voor de clubkas, want er kwam veel transfergeld binnen. Minder goed voor
de uitbouw van een competitieve spelerskern, want het kwaliteitsverlies werd
niet opgevangen.

Vechten deden de
Buffalo’s wel, in de goede zin van dat woord. Aan inzet ontbrak het niet, aan
inspiratie des te meer. Ook Club Brugge moest het hebben van werkkracht. Het
doelpunt van Mats Rits kort voorbij het halfuur was een zeldzaam hoogtepunt in
een matige eerste helft.

En dan had AA Gent nog
een portie pech. Een doelpunt van Odjidja werd afgekeurd vanwege hinderlijk
buitenspel van Dejaegere, die het zicht van een grabbelende Horvath zou hebben belemmerd.
Verstraete knalde op de lat, op de tegenaanval scoorde Vanaken, maar ook dat
doelpunt werd geannuleerd omdat Wesley een dikke teen offside stond voor de
neus van Kaminski. Clear errors? Wie durft het nog te zeggen? Dat videorefs zo
vaak en zo hard opvallen kan ook niet de bedoeling zijn.

Titelkandidaat!

KRC Genk had vrijdagavond al vlotjes de maat
genomen van de revelatie van Play-off 1, Antwerp. Vier-nul zijn duidelijke
cijfers, al had het helemaal anders kunnen lopen mocht Dieumerci Mbokani vroeg
in de match een wenkende kopkans niet de nek hebben omgewrongen. In de eerste
helft was Mbokani een voortdurende gesel voor de Genkse defensie, maar hij liep
ook domweg tegen een gele kaart aan, waardoor hij het prestigieuze treffen
tegen Anderlecht mist.

Genk scoorde twee keer op strafschop (Malinovski,
Heynen), één keer na een flater van Simao (Samatta profiteerde) en één keer via
Ito, assist van Trossard. Vooral na de rust speelde de thuisploeg als een
titelkandidaat, mét uitroepteken. Tegelijk maakten we kennis met de keerzijde
van de krijgersmedaille bij Antwerp. Op het eind van de eerste helft probeerden
ze door intimidatie de match kapot te knijpen. Ergerlijk. En na de 3-0 net voor
het uur werden er nog vier gele kaarten geïncasseerd voor overtredingen uit
pure frustratie. Niet zo slim, met nog drie belangrijke wedstrijden voor de
boeg. Deze wedstrijd was toch al verloren. Dat Dino Arslanagic de 90 minuten
mocht volmaken, heeft hij louter te danken aan de laksheid van scheidsrechter
Boucaut, die hem wel terecht met geel bestrafte voor een stevige overtreding
aan de middenlijn, maar verzuimde hem een kartonnetje onder de neus te schuiven
voor twee strafschopovertredingen: de eerste was zelfs een volleerde
volleybalsmash.

Het contrast tussen Club Brugge en KRC Genk is
heel groot momenteel. Genk voetbalt fris en geïnspireerd, Club heeft wel heel
veel ‘sweat’ nodig om nog te mogen hopen op ‘glory’. Als Genk zondag in Brugge wint
is, het voor de vierde keer in de korte clubgeschiedenis landskampioen. Voor
Club is het de wedstrijd van de laatste kans.

Dure
vogels met kapsones

Anderlecht moest het tegen Standard meer dan
80 minuten met een mannetje minder stellen. Sebastiaan Bornauw werd in de elfde
minuut uitgesloten na een foute inspeelbal van Adrien Trebel. De symboliek van
dat moment was groot voor wat er dit seizoen allemaal fout loopt bij paars-wit:
de bestbetaalde voetballer van het land — met dank aan zijn stevig
onderhandelende zaakwaarnemer Mogi Bayat — bracht een jonge ploeggenoot met een
nonchalante pas in de problemen.

Ook videoscheidsrechter Tim Pots demonstreerde
zijn belabberde vorm in Play-off 1. Hij zag handsspel van Yari Verschaeren over
het hoofd, waardoor de jongeling een doelpunt kon vieren. Niet de eerste keer de
voorbije weken dat Pots een situatie verkeerd inschatte. Een weekend niet in
een claustrofobisch busje vertoeven, zou de brave man wellicht goed doen.

Zelfs de verguisde Santini scoorde zowaar nog
eens, zijn vijftiende van het seizoen, wel pas zijn eerste in de play-offs.
2-1: het was geleden van 17 maart dat Anderlecht nog eens had gewonnen. De
thuiszege werd gevierd alsof de landstitel nabij is, luid toegejuichte ereronde
erbovenop. De spelers hadden tijd, ze mochten toch geen interviews geven aan
rechtenhouder Play Sports vanwege een kritische studio-opmerking een paar weken
geleden. Dan viel er al eens iets positiefs te zeggen, mocht het niet.

Het tegendoelpunt van Carcela was een schaarse
opflakkering van een lusteloos Standard. Weer eens gaven de halftijdse
voetballers niet thuis. De lichaamstaal van Michel Preud’homme sprak boekdelen.
Hij ergerde zich openlijk aan Mehdi Carcela — nog zo’n naar Belgische normen
dure vogel met kapsones — toen die een vrije trap slapjes in de handen van
Didillon deponeerde. Hoe meer de wedstrijd vorderde, hoe opvallender de
gelatenheid van de Luikse hoofdcoach-ondervoorzitter-technisch directeur. Hij
probeerde al alles dit seizoen. Maakte zich boos, legde een vaderlijke hand op
een schouder, stuurde bij, gesticuleerde, vloekte luidop, stuurde nog eens bij,
smeet flesjes water op de grond, zette zogeheten sterkhouders op de bank, maar
niets hielp: voor een controlefreak als Preud’homme moeten dit barre tijden
zijn.

Make-over

Zoals deze krant vrijdag al schreef is
Anderlecht koploper in het betalen van makelaarsfees. 12,8 miljoen euro spendeerde
de club alleen al in het Marc Coucke-tijdperk, vorige lente begonnen, aan
interventies bij transfers. Het resultaat is niet te merken op het veld. In
totaal hebben onze clubs de voorbije vier jaar 152,4 miljoen betaald aan
spelersmakelaars, dat is gemiddeld 38 miljoen per seizoen. Onze professionele voetbalwereld
is een bijzonder cynische omgeving: terwijl de rechterhand in dank sociale en
fiscale cadeaus van Vadertje Staat aanvaardt, geeft de linkerhand de centen uit
aan makelaars die met middelmatige spelers komen aandraven.

Om ons tot Anderlecht te beperken: is Wout
Faes, vorige zomer voor 300.000 euro verkocht aan KV Oostende, minder goed dan
Antonio Milic, James Lawrence, Ognjen Vranjes of ‘de man van 8 miljoen’,
Boubacar Sanneh? Is Aaron Leya Iseka, vertrokken naar Toulouse, de mindere van
Knowledge Musona? Had men niet meer geduld moeten hebben met de wispelturige en
weinig gedisciplineerde Dodi Lukebakio, als je ziet dat de 21-jarige aanvaller het
dit seizoen goed doet bij Fortuna Düsseldorf in de Bundesliga, toch een iets
hoger aangeslagen competitie dan de Jupiler Pro League? Past Zakaria Bakkali
dan beter in deze kern? Waarom kreeg de Zweed Isaac Kiese Thelin, vorig seizoen
als huurling goed voor 19 goals bij Waasland-Beveren, geen volwaardige kans en
werd de hoekige Ivan Santini gehaald? Is Thomas Didillon zoveel beter dan Davy
Roef? Loopt er in de jeugd niemand rond die evenwaardig is aan Peter Zulj of
Yevhen Makarenko?

Technisch directeur Frank Arnesen sprak in een
krant dit weekend over misschien wel 25 nieuwe namen komende zomer. Dat zou
betekenen dat de toekomstige nieuwe trainer weer van nul mag beginnen. Hoeveel
make-overs kan een club verdragen?