(Deze bijdrage verscheen eergisteren als ‘De Bankzitter’ in De Standaard.)
Antwerp en Club
Brugge maakten er op de Bosuil allesbehalve een spektakel van. 0-0 was een
logisch resultaat. Vrijdagavond al had Genk de moeilijke klip naar Sclessin
omzeild. Genk telt zo weer 6 punten voorsprong op Club. Op Paaszondag bleef de
verrijzenis van Anderlecht of AA Gent uit.

De Bosuil kolkt als nooit tevoren. Dat mag u
letterlijk nemen. Tegen Club Brugge was het stadion van Antwerp – vier
losstaande tribunes die architecturaal niets met elkaar te maken hebben – nagenoeg
volgepakt. Gemiddeld volgen er bijna 13.000 mensen de thuiswedstrijden in
Deurne-Noord. Dat zijn er maar net iets minder dan in de jaren waarin de club vicekampioen
werd (1974 en 1975) of in het seizoen 1987/1988, waarin Antwerp heel lang leek
af te stevenen op een vijfde landstitel. Toen had de Bosuil wel nog een
capaciteit van zestigduizend.

Tribune 2, die unieke combinatie van een
archeologische site en een onbewoonbare ruïne, met die oncomfortabele lange
houten banken, zit voller dan ooit. Antwerp profiteerde volop van de terugkeer
naar de Jupiler Pro League, nu bijna twee jaar geleden, in combinatie met het
voorlopig (?) uitblijven van een comeback van de stadsrivaal, Beerschot
Wilrijk. Tel daarbovenop de meer dan degelijke prestaties en je weet: de Great
Old is na 139 jaar hot en springlevend.

Ploeg
van ‘t stad

Al die willen te kaap’ren varen, moeten mannen
met baarden zijn. Jelle Van Damme heeft een imposante baard. De 35-jarige
centrale verdediger heeft aan snelheid ingeboet, maar maakt dat goed met métier
en présence. En met de occasionele fysieke intimidatie. Altijd voorop in de
strijd. Dat ondervond Openda – in de basis ten koste van Siebe Schrijvers – al
heel snel aan den lijve. Hij kreeg een onnodige beuk van Van Damme. Met een
strenge videoscheidsrechter had dat een strafschop kunnen opleveren. Openda
versus Van Damme, dat was een hele eerste helft een strijd tussen een jongetje
en een man. De jonge Luikenaar werd dan ook bij de rust vervangen.

Antwerp koos voor de bekende aanpak: veel
duelkracht, meestal op het randje, soms erover. Mbokani nam een bal in
dropkick, Horvath plukte hem uit de bovenhoek. Fotografenbal, in vakjargon. Aan
de overzijde schoot Openda voorlangs. Yatabaré werd in het straatje gestuurd,
maar hij besloot knullig. Vanaken knalde naast. Meer bood die eerste helft
niet.

De eerste twintig minuten na de pauze brachten
meer voetbal en betere kansen. Bolat hield de vrijgespeelde Vormer van een
goal, Horvath deed hetzelfde op een harde kopbal van dichtbij van Mbokani.
Invaller Amrabat schoot hard naast. Maar toen viel het weer stil. Helemaal op
het eind probeerde Leko het opnieuw met twee spitsen, zoals bij de aftrap.
Jelle Vossen botste echter al snel op tegen die andere Jelle, Van Damme. Waar
is het swingende Club Brugge van de eerste drie speeldagen?

‘Rechtstaan en zingen’ beval een spandoek op
de tribune. Minutenlang bleven de Antwerpsupporters, blij met het punt, ‘Wij
zijn de ploeg van ’t stad’ scanderen. Historisch gezien kan je over die status
redetwisten, maar tot spijt van wie ’t benijdt is het anno 2019 een correcte
observatie. De derde plaats blijft haalbaar.

Club heeft nog vijf wedstrijden om een kloof
van zes punten te overbruggen.

Tiki-taka

Vrijdagavond al had KRC Genk puntjes op de i’s
van het onuitgesproken woord ‘titelambitie’ gezet. Welgeteld drie, dus.
Standard leverde verdienstelijk weerwerk, maar wekte nooit de indruk de
Limburgers te kunnen verslaan. Het had ook nog eens de pech dat het tijdens
zijn sterkste periodes in de wedstrijd tegendoelpunten om de oren kreeg. In de
41ste minuut rondde Bryan Heynen een aanval over zeven stationnetjes van
dichtbij af. Wat zelden wordt vermeld, is dat spits Samatta weer heel slim het
gat had gelaten. Goed uitgevoerd zijn die snelle combinaties van Genk dodelijk.

Acht minuten na de rust zette Malinovski met
een haast achteloze pass tussen vier Standardspelers Aly Samatta op weg naar
zijn tweeëntwintigste doelpunt van het seizoen en de 0-2. Uit een Genks
supportersvak werd provocerend één vuurpijl geworpen. Dom en misplaatst. Aan de
overzijde stond Danny Vukovic een paar keer pal op Luikse pogingen. De
Australische international straalt veel meer autoriteit uit dan vorig seizoen.

Ito miste enkele wenkende kansen (in geval van
een doelpunt zou de videoscheidsrechter ongetwijfeld de buitenspelposities van
de Japanner hebben opgemerkt), Trossard knalde nog op de lat, nooit leek de
Genkse zege in gevaar. Het was wachten op het orgelpunt. In de 79ste minuut
rondde Trossard een lang uitgesponnen aanval van de bezoekers af. Die was
begonnen met een onderschepping met het hoofd door Lucumi. Op de klok stond
toen 77:55. Vijftig seconden en 23 baltoetsen door tien spelers later lag de
bal in het net. Alleen Samatta had het leer niet beroerd in dat imposante tiki-takamoment.

Dat Razvan Marin, de beste speler van de
Rouches, nog milderde tot 1-3 had alleen een statistische waarde. Standard kon
geen spannend slot forceren. Daarvoor waren de mooiweervoetballers te veel met
zichzelf en te weinig met het elftal bezig. Carcela, Djenepo en Mpoku staken
schril af bij het trio Malinovski-Ito-Trossard. Getalenteerde voetballers die
ook kunnen bikkelen. Alleen de Roemeen Marin staat er elke match: hij vertoont
zijn kunstjes volgend seizoen in de Johan Cruijff ArenA. Het gemis zal groot
zijn.

Koele
kikker

De beste bezoeker in Luik was Bryan Heynen.
Mét Pozuelo zou de 22-jarige middenvelder misschien wel op de bank zitten, als
back-up. Zónder de Spanjaard is Heynen een volwaardig lid van het would-be
kampioenenelftal. Oorspronkelijk louter controlerend ingezet wordt het Genkse
jeugdproduct nu als infiltrerende middenvelder uitgespeeld.

Naast de lijn gaf Philippe Clement voortdurend
instructies. Na elk doelpunt riep hij Dewaest bij zich om tactisch bij te
sturen. Een coach die zijn hoofd niet op hol laat brengen en voor wie elk
detail telt. Belangrijk in de titelstrijd, zo’n koele kikker. ‘Het is toch niet
aan mij om hier als een gorilla op de borst beginnen te kloppen, terwijl ik
roep dat we de beste ploeg van het land zijn en niemand ons iets kan maken?’,
haalde hij achteraf uit naar Clubtrainer Leko, die zijn opponent verbale
lafheid had verweten.

Ivan Leko had natuurlijk een beetje gelijk:
het zou gek zijn mocht Genk halfweg Play-off 1 niet openlijk het allerhoogste
ambiëren.

Duel
der kneusjes

Het voortijdige vertrek van Fred Rutten — ontslag
heet tegenwoordig ‘in onderling overleg’ — was goed nieuws voor de jonkies van
Anderlecht. Interimtrainer Belhocine liet Amuzu, Bornauw en Saelemaekers meteen
weer in de basis beginnen, waar Verschaeren al een tijdje incontournable is. ‘Jeunesse
Anderlechtoise, l’avenir est à vous’, stond er op een spandoek achter de
spionkop te lezen. Toch iets om tevreden over te zijn als thuisfan. Bij AA Gent
mocht Giorgi Tsjakvetadze nog eens starten: de jonge Georgiër bedankte met een
bleke prestatie en werd nog voor het uur naar de kant gehaald.

Voormalige paars-witte coryfeeën Alex
Czerniatynski en Michel De Wolf mochten de aftrap geven. Symbolisch was dat,
twee ex-spelers die meer knokker dan rasvoetballer waren, maar die toch mooie
jaren beleefden in het Astridpark. Was het een signaaltje naar de huidige
spelerskern: ook als je niet helemaal het Anderlecht-DNA bezit, kan je hier uitblinken?
Als het zo was, hadden de spelers het in elk geval niet echt begrepen. Veel
goede wil, dat wel, maar weinig voetbaltechnische vrolijkheid. Op de eerste
doelpoging tussen de palen was het 56 minuten wachten. Een
eindeseizoenswedstrijd halfweg de play-offs, veel dichter bij Play-off 2 kom je
niet in deze fase van de competitie. Op de eretribune zaten de notabelen meer
op hun smartphone te tokkelen dan dat ze opkeken naar het duel der kneusjes.

De tweede helft had net iets meer om het lijf
— of was net iets minder slecht —, maar een verrijzenis bleef uit. David knalde
net naast, Verschaeren schoot van dichtbij op de lat, Bezus trof de paal,
Kaminski zweefde op het eind een draaibal van Verschaeren uit de hoek. Meer
viel er niet te noteren. Behalve dan dat er voor het eerst werd gelijkgespeeld
in Play-off 1. En dat er voor het eerst ook niet gescoord werd. Zo hebben
Anderlecht en AA Gent toch iets speciaals gedaan op deze gezapige Paaszondag.
En ze hebben nu tenminste toch een puntje behaald.