(Deze bijdrage verscheen
maandag 12 november in de reeks ‘De Bankzitter’ in
De Standaard.)

Royal Antwerp Football Club is
138 jaar oud, maar springlevend. De club met stamnummer 1 staat na de helft van
de reguliere competitie op een gedeelde tweede plaats met Club Brugge. Dat is
zonder meer knap. Dankzij een gulle geldschieter, een stevig netwerk en een
realistische sportieve aanpak.

Met ‘alsen’ en ‘indiens’
mag je een voetbalwedstrijd niet analyseren. Toch zat Antwerp-KV Oostende van
vrijdagavond vol met voorwaardelijke matchfasen (zie DS 10 november). Als scheidsrechter Bram Van Driessche en
videoref Christophe Delacour in de vijfde minuut bewust handspel van Rodrigues juist
hadden beoordeeld, kreeg Oostende een vroege strafschop en werd het misschien
wel 0-1. En als er geen cascade van vreemde beslissingen was geweest tussen
minuut 37 en 40, zou de tweede helft er anders hebben uitgezien. Dan had
Mbokani op het eind niet de 2-0 kunnen scoren, omdat hij rood zou hebben
gekregen wegens natrappen. Scheids noch VAR zagen er graten in. Nkaka werd
uitgesloten voor een overtreding die zeer vergelijkbaar was met die van Bolingi
twee minuten eerder. Meer nog: als Bolingi rood had gekregen, zou Nkaka
wellicht zijn overtreding niet hebben gemaakt.

Nu werd de tweede
helft met elf tegen tien gespeeld, maar het had negen tegen elf kunnen zijn. De
woede van KVO-trainer Gert Verheyen was begrijpelijk. Zeker als hij gisteren
naar Anderlecht-AA Gent heeft gekeken: Birger Verstraete kreeg voor krek
dezelfde overtreding als Bolingi wel rood na tussenkomst van de VAR. De ene
‘clear error’ is de andere niet.

Beste verdediging

Die ene fortuinlijke
avond met volle medewerking van de wedstrijdleiding mag de goede prestaties van
Antwerp niet ondersneeuwen. Vorig seizoen liep de Great Old maar net Play-off 1
mis, al zat er toen heel wat negativisme in de ploeg: consequente mandekking
over het hele veld, veel geniepige fouten, een karrevracht gele kaarten, puur reactievoetbal.
Met de inbreng van aanwinst Lior Refaelov is er nu ook frivoliteit in het spel
geslopen en speelt Antwerp vooral op eigen veld heel dominant. Alleen KRC Genk
kwam winnen op de Bosuil.

Discipline blijft
nochtans het ordewoord van de Roemeen Laszlo Bölöni, 65, oudste trainer in de
eerste klasse. Wie niet hard werkt, komt er bij hem niet in. Realisme boven
romantiek. Dat Antwerp de beste verdediging heeft (amper 13 tegendoelpunten),
is dan ook geen toeval.

Het is eenendertig
jaar geleden dat Antwerp nog zo hoog geklasseerd stond. In het seizoen
1987-1988 stond het na de heenronde (17 speeldagen) op de eerste plaats. In een
tweepuntensysteem telde het toen drie punten meer dan Club Brugge, dat
uiteindelijk wel kampioen zou worden. Antwerp eindigde derde. Halfweg de jaren
70 was het ook twee keer na elkaar tweede geworden, met Guy Thys als trainer.
De huidige hausse is dus behoorlijk uitzonderlijk voor een club die in 1957
voor het laatst landskampioen werd en die nog wel een paar opmerkelijke
Europese campagnes beleefde (Vitosja! Wembley!).

Bekend volk

Dertien seizoenen
vertoefde Antwerp in tweede klasse, tussen 2004 en 2017. Twaalf plus één,
zeggen de roodwitte supporters zelf, want 13 is het oude stamnummer van
stadsrivaal Beerschot en dat nemen ze niet in de mond. Een periode waarin de
club geregeld ten dode leek opgeschreven. Wanbeleid, schuldenlast, sportieve
wanprestaties, wegblijvende fans. De hashtag #thisisouryear verdween elk jaar
even snel als dat ie was opgedoken. De club kwam in handen van
ex-Germinalvoorzitter Jos Verhaegen, die was weggepest op het Kiel en die op
zijn beurt Eddy Wauters, 42 jaar voorzitter, buiten werkte. Daarna kwam Saïf
Rubie, een spelersmakelaar. Officieel mogen makelaars geen club bezitten, maar
soms wordt er de andere kant op gekeken in dit land. Begin 2015 verwierf
Patrick Decuyper, voormalig ceo bij Zulte Waregem, de meerderheid van de
aandelen, met centen van bouwpromotor Paul Gheysens (Ghelamco) weten we
intussen. De eerste twee jaar knoeide Decuyper even erg als zijn voorgangers:
denk aan de kortstondige aanstelling van de gecontesteerde ex-makelaar John
Bico als sportief manager. Toch slaagde Antwerp er ondanks dat bestuurlijk
geknoei in om te promoveren.

In de zomer van 2017 werd
Luciano D’Onofrio aangesteld tot sportief directeur. Een man met een hele dikke
Rolodex, maar ook drie keer veroordeeld voor frauduleuze praktijken als…
spelersmakelaar. In het Belgisch voetbal kan dat zomaar, met zulk verleden
sportieve baas bij een club worden. D’Onofrio stelde oude bekende Bölöni aan
als nieuwe trainer, hij had eerder succesvol met hem samengewerkt. En hij
haalde ook spelers met een verleden uit zijn Standardtijd: Sinan Bolat, Jelle
Van Damme, Daniel Opare, Dieumerci Mbokani. D’Onofrio gaat niet vreemd, hij
kiest voor bekend volk. Le nouveau
Standard est arrivé.

Successupporters

Dat Antwerp nog leeft,
heeft het in niet geringe mate te danken aan zijn aanhang. Gemiddeld komen er 12.651
toeschouwers naar de Bosuil, dat zijn er ruim vierhonderd meer dan vorig
seizoen. Een ticket voor de haast mythische Tribune 2, een 95 jaar oude archeologische
site met lange houten banken, is een begeerd kleinood, al vertekent het ook de
realiteit. In de duistere jaren in tweede klasse speelde Antwerp voor minder
dan vijfduizend fans. Pas in het kampioenenjaar 2016/2017 zaten er weer meer
dan 11.000 fanatieke aanhangers. Zelfs in dat net-nietseizoen van dertig jaar
geleden bleef het toeschouwersaantal hangen op 14.088 en toen had de Bosuil nog
een capaciteit van 60.000.

De verklaring? De
Antwerpenaar is een successupporter. Dat ondervonden Antwerp én Beerschot in de
loop van de jaren. Bij een reeks goede resultaten komt er veel volk kijken,
valt het een tijdje tegen dan blijft de helft thuis. Al zal er in het Olympisch
Stadion aan de andere kant van de stad wel tandengeknars te horen zijn, want
noch het oorspronkelijke Beerschot, noch Germinal Beerschot, noch Beerschot AC,
noch Beerschot Wilrijk kwamen ooit in de buurt van die 12.651 gemiddeld. Eén
keer in de laatste veertig jaar werd daar de kaap van de tienduizend nipt
gerond, in het seizoen 2008/2009. Antwerp neemt momenteel commercieel een
flinke voorsprong op de aartsrivaal. Als het ook sportief blijft scoren, zou
die afstand weleens onoverbrugbaar kunnen worden.