(Mijn vierde ‘De Bankzitter’-bijdrage ging over
zomervoetbal, economisch onverantwoord volgens mij. Verscheen in
De Standaard van maandag 20 augustus.)

Speeldag vier in de Jupiler Pro League is achter de
rug. Nog veel te vroeg om conclusies te trekken, behalve deze: door al eind
juli te starten, lopen de clubs heel wat toeschouwers en dus ook inkomsten mis.
Op de eerste speeldag lag dat aantal zelfs 2.000, of 17%, onder het gemiddelde
van vorig seizoen.

Terwijl de grotere (ik schreef bijna:
beschaafde) voetballanden pas half of eind augustus aan hun competitie
beginnen, start de Jupiler Pro League sinds de invoering van het
play-offsysteem al eind juli. Dat is nodig om tegen het derde weekend van mei
veertig speeldagen plus een bekertoernooi af te kunnen werken. Het gevolg is
wel dat er die eerste wedstrijden van het seizoen gemiddeld een pak minder volk
komt kijken. Eind juli en begin augustus zijn er heel wat fans met vakantie.
Niet verwonderlijk: het bouwverlof, om maar iets te noemen, is dan nog volop
bezig. Niet dat er alleen bouwvakkers naar het voetbal komen kijken, ook andere
supporters onderbreken hun – vaak door hun bedrijf opgelegde – vakantieperiode
niet.

Vorig seizoen kwamen er gemiddeld 11.502
toeschouwers kijken naar een match in onze hoogste klasse. In het weekend van
27 tot en met 29 juli 2018 waren dat er amper 9.554, bijna tweeduizend minder. Ofwel:
min zeventien procent, een op zes supporters.

Hoger?
Lager!

Een jaar geleden lokte de eerste speeldag nog
minder volk dan drie weken geleden: 67.087 toeschouwers, gemiddeld 8.386. Vier
van de vijf topclubs speelden toen echter buitenshuis. Dit jaar begonnen Club
en Standard met een thuiswedstrijd, in totaal passeerden er de openingsdagen
76.435 mensen langs de draaihekkens. Op speeldag 2 waren dat er 84.107
(gemiddeld: 10.513), op de derde speeldag 89.423 (11.178). Dat was vorig
weekend, toen ze er ook in Engeland, Frankrijk en Nederland aan begonnen.

We baseren ons op de cijfers die via www.sport.be worden beschikbaar gesteld,
een site waarnaar je automatisch doorgelinkt wordt als je naar proleague.be surft. Met andere woorden,
de officiële gegevens zoals de clubs die doorgeven aan de Pro League. Voor speeldag
4 waren die nog niet beschikbaar.

Eerste opmerkelijke gegeven: Club Brugge lokte
vorig seizoen gemiddeld 26.183 toeschouwers naar het Jan Breydelstadion. Nu
waren dat er respectievelijk 19.408 en 21.732 tegen Eupen en Kortrijk –
toegegeven: zwakke tegenstanders. Wellicht zullen er nog heel wat abonnees niet
present geweest zijn: zeker van hun zitje, maar nog geen zin om de verplaatsing
naar Brugge te maken. Anderlecht kwam aan 19.207 tegen Oostende en (officieus)
20.000 tegen Moeskroen, tegenover 19.275 in 2017/2018. AA Gent zat met 17.067
(Zulte Waregem) en 16.047 (Waasland-Beveren) een eind onder het gemiddelde van
vorig seizoen (18.571). Idem voor Standard (21.985 toen, nu 21.169 tegen Gent
en 18.018 versus Cercle). Alleen bij RC Genk is er mogelijk een nieuw elan
merkbaar: vorig seizoen gezakt naar 15.623 gemiddeld, de eerste thuismatch van
deze jaargang goed voor 17.445, al was dat de zwaarbeladen derby tegen STVV.

Clubs
zonder fans

Ronduit armoedig is de toestand bij Eupen (amper
3.315 gemiddeld vorig seizoen, nu 2.444 tegen Charleroi – veruit het laagste
toeschouwersaantal tot nog toe!), Waasland-Beveren (3.833 tegen, nochtans,
Standard, nog minder dan het al lage gemiddelde van vorig jaar, 4.592) en Excel
Moeskroen (5.497 toen, nu 4.814 tegen Club en 2.954 tegen Antwerp, dat zelf
meer dan duizend supporters meebracht). Hebben clubs zonder fans wel een
toekomst op het hoogste niveau van ons voetbal? Een vraag die je zowel sportief
als qua financiële slagkracht mag stellen.

Toppers over de vloer krijgen brengt overigens
niet altijd soelaas. KV Kortrijk zat op de openingsspeeldag tegen Anderlecht
nauwelijks boven het gemiddelde van vorig seizoen, en dan brachten de bezoekers
nog een kleine negenhonderd fans mee. Lokeren speelde al tegen Genk én
Standard, maar bleef telkens ruim duizend eenheden onder het vorige gemiddelde.
Verder zat Zulte Waregem ruim beneden het gemiddelde van vorige jaargang
(-3.000 zelfs), zag STVV ook telkens duizend mensen minder langs de kassa
passeren en zit Cercle voorlopig onder het gemiddelde dat het in 1B bereikte.
Lichte stijgingen waren er voor Antwerp, Charleroi en KV Oostende, maar die
mochten al een topclub ontvangen.

Vicieuze
cercle

Sinds het seizoen 2012/2013 was het gemiddelde
toeschouwersaantal jaar na jaar lichtjes toegenomen, tot er een dipje volgde in
de jaargang 2016/2017, toen OH Leuven in de Jupiler Pro League vervangen werd
door Eupen. Vorig seizoen was er weer een stijging op te merken. Eén simpele
verklaring daarvoor: de terugkeer van Antwerp, ten koste van Westerlo. Door de
degradatie van KV Mechelen (gemiddeld 12.998 fans in 2017/2018) en de promotie
van Cercle Brugge (wellicht ‘goed’ voor zo’n 6.000 trouwe aanhangers) mogen we
dit seizoen weer een terugval verwachten. Laten we ’t een vicieuze cercle
noemen. Als Anderlecht, Club of Antwerp op bezoek komen, rinkelt de lokale
kassa en loopt de penningmeester met een brede glimlach rond. Dat heb je niet in
het geval van de éénenzestig Eupenaren die de verplaatsing naar Waregem
maakten: goed voor een volle bus en twee personenwagens. Profvoetbal in
amateuristische vorm. Een soort deurenkomedie, zij het dat er nauwelijks iemand
door het deurgat stapt.

Kleinere publieke belangstelling in de eerste
competitieweken vertaalt zich in minder inkomsten. Dit zijn dure speeldagen
voor de meeste clubs. En dat kan alleen maar verholpen worden door het seizoen
later aan te vatten, maar dan moet het aantal speeldagen worden
teruggeschroefd, wat dan weer neerkomt op… minder inkomsten. Ook dat is een vicieuze
cirkel. Alhoewel: als er niet gespeeld wordt, zijn er ook geen aan de wedstrijd
verbonden kosten. Winstpremies, bijvoorbeeld.

Hoe dan ook, voetbal zal nooit een zomersport
worden in onze contreien. De supporters zitten daar echt niet op te wachten.