Het is weer de tijd van de witte konijnen.
Minder dan een half jaar voor verkiezingen komen die vrolijk uit Vlaamse velden
gehuppeld om op een net wel/net niet-verkiesbare plaats van een politieke lijst
te gaan staan. Tom Dice en zijn gitaar komen op voor Groen in Eeklo, kwamen we
deze week te weten. Aron Berger komt niet op voor de CD&V in Antwerpen, al
was dat wel de bedoeling.

O ironie, in de stad die haar naam dankt aan
een handwerpende held kwam een man die weigert vrouwen een hand te geven enkele
etmalen lang in het oog van een stormpje in een glas Scheldewater te staan, zij
het dat stormpjes in de politiek tegenwoordig dankzij de media altijd de indruk
geven dat ze een tsunami veroorzaken. Uit respect, doet de heer Berger dat
niet, vrouwen een hand geven. Respect voor de vrouw, begrijp hem niet verkeerd.
Dezelfde man bleek een tijdje geleden losse handjes te hebben gehad, want hij
zou een oude, zieke man een kleine dertigduizend euro te hebben afgetroggeld.
Hij werd schuldig bevonden door de rechtbank van eerste aanleg. Nu zou je
kunnen veronderstellen dat een politieke afdeling nieuwe kandidaten uitvoerig
screent (tik op Google de naam van de potentiële politicus in en je komt vrij
snel dingen te weten), maar neen, hoor. Wisten ze niet.

Nu vind ik de reden om te weigeren handjes te
schudden met leden van het andere geslacht heel flauw: het doet sterk denken
aan religieus fundamentalisme, is dat waarschijnlijk ook. Maar als ik met mijn
beste vrienden afspreek, schudden we ook zelden handjes. We begroeten elkaar
met een zwaai en een kwinkslag en doen alsof we het vorige gesprek gewoon
voortzetten, ook al zijn er ondertussen een paar maanden overheen gegaan. Veel
erger is Bergers standpunt over gemengde scholen: de man noemde dat
kindermishandeling. Ook dat standpunt kun je redelijk snel googelen. Zo’n man
moest dus een verruimingskandidaat worden op de lijst van de Antwerpse
CD&V. Enerzijds is het een fanatieke malloot, anderzijds kon de partij zo
de joodse stem proberen binnen te halen. Enerzijds, anderzijds: tsjeverij van
de kwalijkste soort. Vóór de luidruchtige intrede van de sociale media en de
nieuwssites kwam je daar nog behoorlijk vlotjes mee weg, nu niet meer. Had de
CD&V kunnen inschatten.

***

Chassidische joden zijn niet geïnteresseerd in
‘de’ Antwerpenaar, moet u weten. Zij leven in een eigen coconnetje, een zeer
gesloten leefgemeenschap waar je niet in- of uitgeraakt. Ik kan het (een
beetje) weten, want ik heb een aantal jaren gewoond vlak naast wat de lokale
gemeenschap weinig minzaam ‘de Jodenbuurt’ noemde. Ik ging weleens naar hun favoriete
bakkerij, Kleinblatt, in de Provinciestraat. Je kon er donder op zeggen dat de
joodse klanten die ná jou de winkel binnenliepen, eerst werden bediend. Loop je
in ‘hun’ buurt op het trottoir, dan zal jij moeten uitwijken naar de straat als
ze druk keuvelend met drie naast elkaar lopen. In andere contexten wordt daar
weleens de term ‘racisme’ voor gebezigd. Maar er is nu eenmaal dat bezwaard
verleden, die schandvlek van de Tweede Wereldoorlog, de collaboratie en het
wegvoeren naar de kampen, waar al bij al weinig verzet tegen was. Dat
collectieve schuldgevoel maakt dat de joodse gemeenschap zich veel meer mag
permitteren dan de moslimgemeenschap en dat de burgemeester zich graag
aanschurkt tegen hen: noem het een poging tot Wiedergutmachung van iets wat
niet goed te maken valt.

Zolang ze worden gerust gelaten, zijn de
Antwerpse joden niet in politiek geïnteresseerd, maar ‘ons kent ons’ kennen ze
evengoed als wij. Zullen we de zaken even benoemen? Mocht het zijn doorgegaan,
Aron Berger op de CD&V-lijst, dan zou de man dat alleen maar gedaan hebben
om zijn eigen achterban te plezieren. Op zich is dat niet uitzonderlijk, vele honderden
kandidaten zullen dat na 14 oktober 2018 proberen te doen. Dienstbetoon is des
mensen. Maar zég dat dan ook. Bruggen slaan naar de andere gemeenschappen – wat
sommige analisten gaarne hadden zien gebeuren – zou nóóit de bedoeling geweest
zijn van Berger.

***

Witte konijnen, worden ze genoemd: onverwachte
kandidaten op verkiezingslijsten, plots uit het sociale leven geplukt om
zieltjes te winnen in het stemhokje. Op zich een verdienstelijk idee, in een
wereld die voordien werd beheerst door semi-nepotisme. Politiek in België, dat
was heel lang een zaak van vader op zoon, af en toe vader op dochter, bijna
nooit moeder op zoon of dochter. Nieuwe impulsen en inzichten welkom, anders
blijf je toch maar hangen in het eigen Grote Gelijk. Alleen is de vaststelling
dat politiek een stiel is, misschien zelfs een roeping, iets waar je vol moet
voor gaan, een leven lang. Opportunisme is de politiek niet vreemd, maar
opportunisten houden het er zelden lang vol.

Vernieuwingsoperaties lukken zelden in de
politiek. Witte konijnen voegen weinig toe, of ze vluchten weg nog voor ze hun
stempel kunnen drukken. Omdat de politieke mallemolen te traag rondjes draait.
Omdat er te veel in achterkamertjes beslist wordt en niet in het halfrond.
Omdat er zelden rechtdoor gehandeld wordt. Het is een wereld van gekronkel en gekonkel,
en dat bedoel ik niet eens negatief. Democratie vereist onderhandelen, oneindig
veel geduld, compromissen sluiten die liefst niet té compromitterend zijn, het
grotere plaatje proberen te zien. Het algemeen belang, net wat u zegt.

***

In 1981 introduceerde de kortstondige premier
Mark Eyskens Robert Vandeputte in zijn regering, de gepensioneerde gouverneur
van de Nationale Bank. Op zijn 73ste kon de man als minister van Financiën
weinig toevoegen. Op dat moment ontspoorde onze begroting, maar laten we dat
vooral niet in de schoenen van Vandeputte schuiven. En toch: hij stond erbij,
keek ernaar en verdween al snel weer in de coulissen. Maart 1993 werd Mieke
Offeciers weggeplukt op de studiedienst van de werkgeversorganisatie VEV
(vandaag: Voka) om minister van Begroting te worden in de eerste
regering-Dehaene. Ze hield het een jaar vol, keerde dan terug naar het VEV,
promotie erbovenop.

Roland Duchâtelet, gewiekst ondernemer,
probeerde het een tijdje met een eigen partij, Vivant, en weldoordachte ideeën,
onder meer over het basisinkomen. Hij sloot later aan bij Open VLD, werd zelfs
schepen in Sint-Truiden, maar raakte gedegouteerd door de nationale en lokale
politiek, en stortte zich dan maar op het voetbal. Met even weinig succes.
Fernand Huts zat eind vorige eeuw vier jaar lang in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers namens de VLD. De flamboyante baas van Katoen Natie
verveelde er zich steendood en gaf er de brui aan.

Zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. Er
zijn weinig uitzonderingen. Philippe Muyters is er een van. Minister van, onder
meer, Werk en Sport in de Vlaamse regering, nu toch al negen jaar lang, voordien
gedelegeerd bestuurder van Voka. Patrick Janssens deed het ook niet onaardig,
als partijvoorzitter, her(uitvinder) van de sp.a en burgemeester. En, ach ja,
er is ook Jean-Marie Dedecker. Brulboei van ‘t
zeetje
.

Maar het beste voorbeeld dat het in theorie
wel kán, de overgang van de bedrijfswereld naar de politiek, is… Kris
Peeters, die in 2004 door de CD&V als gedelegeerd bestuurder van Unizo werd
gevraagd om minister te worden in de Vlaamse regering. U kent dat spreekwoord:
uitzonderingen bevestigen de regel. Peeters kent blijkbaar noch de uitzondering,
noch de regel goed genoeg, want wat bezielde hem om Aron Berger in te lijven?
Naïviteit? De hoop dat er massaal stemmen van de al bij al kleine en nauwelijks
in politiek geïnteresseerde Joodse gemeenschap naar de CD&V zouden stromen?
Of wilde hij gewoon Bart De Wever vliegen afvangen, de man die zich al sinds
hij op het Schoon Verdiep zit als grote vriend van de Antwerpse joden profileert
en er, bijvoorbeeld, voor zorgt dat er geen vervelende affiches met schaars geklede
dames in hun buurt te zien zijn. (Soumission, jawel.)

***

Een politieke carrière begint stilaan op de
fameuze ‘fifteen minutes of fame’ te gelijken. Ze is voorbij nog voor ze goed
en wel begonnen is. Dat is buitengewoon jammer en dat heeft de politiek aan
zichzelf te danken (te veel gekronkel en gekonkel). En aan ú. U, kiezer, bent
zo wispelturig als een veertje in de wind. De man of vrouw die ooit het halve
scheldwoord polletieker heeft
bedacht, zou (wellicht postuum) gesanctioneerd moeten worden, vanwege de
negatieve connotatie die eraan vastkleeft. Ooit was politicus een beroep met
aanzien. Nu ben je als politicus per definitie verdacht. Resultaat is dat
politieke partijen moeite hebben om hun lijsten kwalitatief te vullen. Kneusjes
genoeg, aan opportunisten geen gebrek, maar zeer zelden een witte raaf. Dan
maar op zoek naar witte konijnen, maar die vluchten pijlsnel terug naar hun veilige
holen.

Politicus zou terug een eerbaar beroep moeten
worden, vertrekkend vanuit een ideologie en een volwaardig programma, weg van
de kretologie en de scheldtirades in 280 tekens. Of we dat nu willen of niet,
we hebben de politiek nodig. En zij ons.