In
verschillende media werd de staat van genade waarin Bart De Wever al een hele
poos verkeert, ten grave gedragen. Genre: 2006-2016, RIP. Tien jaar de politiek
van binnenuit domineren én ondertussen een schare fans achter je verzamelen, het
is uniek in dit land. Het lukte Gaston Eyskens niet, Wilfried Martens misschien
(maar was die ooit wel zó populair bij de bevolking?), Jean-Luc Dehaene
evenmin. En in deze nog jonge eeuw kenden Guy Verhofstadt, Steve Stevaert en
Yves Leterme tijdelijk grote bijval, maar ook die duurde slechts enkele jaren.
Laten we zeggen: twee verkiezingsperiodes. Het zou dus niet onlogisch zijn mocht
de N-VA-voorzitter-burgemeester-volksvertegenwoordiger nu ook over zijn
hoogtepunt heen zijn, maar laten we dat pas over een jaar of tien beoordelen en
in een historisch perspectief kaderen.

Als De
Wever een deel van zijn aura kwijt is — áls! — dan mag hij dat niet in de
laatste plaats aan zijn eigen partijgenoten én aan zichzelf verwijten. Het is
niet de oppositie die De Wever doet wankelen, want die staat zelf op wankele
benen. Het zijn niet de wrevelige coalitiegenoten die hem in een hoekje
drummen, want hij slaat altijd harder terug dan diegenen die hem een tik
proberen uit te delen. Nee, het gevaar loert niet om de hoek, het zit gewoon
mee in de kamer. Het zijn de partijgenoten die een hele zomer lang
onafgesproken ballonnetjes oplieten, ondoordachte uitspraken deden of hem een gebrek
aan beginselvastheid verweten.

Die laatste
categorie stond deze week uitgebreid in de belangstelling. Hendrik Vuye en
Veerle Wouters (de Siamese tweeling van het Vlaams-nationalisme), en de Vlaamse
Volksbeweging (die met z’n 5.000 leden vergeefs probeert te wegen op het
beleid). Al begon het bij een zeldzame communicatieflater van de voorzitter
zelf. Die had in L’Echo gezegd dat er
in 2019 twee scenario’s mogelijk waren: ofwel wordt het N-VA versus PS en komt
het communautaire aspect terug bovenaan de agenda te staan, ofwel wordt het
huidige beleid voortgezet, zónder communautair gedoe. Daar kwam het, kort door
de bocht, op neer.

Wél praten
over Vlaanderen, níet praten over Vlaanderen. Dat kwam Vuye & Wouters,
opperhoofden van het Objectief V-clubje niet al te best uit. Eén: het zou extra
duidelijk maken dat ze daar toch maar zaten om hun tijd te vullen. Twéé: het
zou de ultieme droom van een onafhankelijk Vlaanderen via het opstapje van het
confederalisme teniet doen (of toch op z’n minst voor nog wat langer in de
koelkast steken, wetende dat producten zelfs in de allerbeste koelkast uiteindelijk
beginnen te rotten). Hallucinant was een non-debat tussen Peter De Roover,
N-VA-fractieleider in de Kamer, en Bart De Valck, voorzitter van de Vlaamse
Volksbeweging, in De Zevende Dag. De
Valck hamerde op dezelfde nagel waarop zijn voorganger een paar jaar voordien
op diezelfde plek hard maar zonder resultaat had getimmerd: méér Vlaanderen in
België, liefst zelfs zónder België. O ja, die voorganger heette… Peter De
Roover en die zat nu zijn vorige clubje vierkant uit te lachen. Politieke macht
doet iets met mensen. Het doet partijvoorzitters bijvoorbeeld openlijk praten
over democratie en in het geniep afvallige politici afsnauwen dat ze niet meer
naar een vergadering moeten komen waar — democratisch! – over hun lot zal
worden beslist. Brutaler wordt machtspolitiek niet.

Wat de
Vlaamse Volksbeweging — en bij uitbreiding heel Vlaanderen — maar niet wil
beseffen, is dat Vlaanderen niet belangrijk is in verkiezingscampagnes en dus
ook niet in het beleid. Partijen die zichzelf Vlaams noemen, soms zelfs
‘radicaal Vlaams’, zetten Vlaanderen niet op de eerste plaats. Tenminste: wel
in woorden, niet in daden. Het concept ‘Vlaanderen’ levert nauwelijks extra
stemmen op. De core business van
Volksunie en — sinds 1978 — Vlaams Blok was het communautaire, met als einddoel
een onafhankelijk Vlaanderen. De core
business
van N-VA en — sinds 2004 — Vlaams Belang is dat niet meer. Er is
in Vlaanderen geen meerderheid onder de bevolking te vinden voor een splitsing
van het land. Dus wordt de V van Vlaanderen opgeofferd voor andere V’s.
Vreemdelingen. Veiligheid. Verandering (wat dat verder ook moge betekenen).

Toen Vlaams
Blok zich in 1978 afsplitste van de Volksunie, was dat puur vanuit een
radicale, extreemrechtse Vlaamse reflex. Maar het succes van het Blok kwam er
pas met Dewinter, de bokshandschoen en het 70-puntenplan. Met andere woorden:
toen Vlaanderen als hoofdthema naar achteren werd geschoven en de nadruk kwam
te liggen op ‘de’ vreemdeling, en later ‘de’ moslim in het bijzonder. Toen N-VA
in 2003 ternauwernood overeind bleef na desastreuze verkiezingen, zwakte het haar
communautaire eisen af om in kartel te kunnen gaan met CD&V. Nadat het
kartel was geïmplodeerd werd artikel 1 van de statuten weer eventjes benadrukt,
tot het eclatante verkiezingssucces van 2014 — één op drie Vlaamse stemmen — de
partij noopte om weer ‘realistisch’ te worden. De nieuwe N-VA-stemmers wilden
ofwel een hardere sociaal-economische lijn zien (overgelopen rechtse Open
VLD’ers die hun gading niet meer vonden bij de liberale partij), ofwel een
stevigere aanpak van het zogeheten moslimgevaar (Vlaams Belang-overlopers die het beu
waren dat hun stem sowieso verloren ging als gevolg van het ‘cordon
sanitaire’). Het begin van een zeer moeizame spagaat voor De Wever en de zijnen.
Maar door zijn voortdurende staat van genade kon De Wever zich alles
permitteren tegenover zijn brede achterban.

Wat Bart De
Wever in dat ene interview met een Franstalige krant zei, mag dan wel hard
klinken bij Vlaamse onafhankelijkheidsstrevers en -strijders, maar het is de
realiteit: Vlaanderen leeft te weinig als idee. Dat weet de uitmuntende
politieke strateeg die De Wever is, als geen ander. En hij is opportunistisch
genoeg om te beseffen dat je met een zuivere (Vlaamse) ziel geen verkiezingen
wint, dat doe je door een veel grotere gemene deler te vinden én te behouden. De
Vlaamse Volksbeweging is hooguit een klein luisje in een stevige pels geworden.
Vlaamse hardliners als Vuye en
Wouters leven in een cocon, zij denken nog dat het succes van N-VA er is
gekomen dankzij Vlaanderen, terwijl
het bijna ondanks is. Dat V’tje, waar
zowel politici van N-VA als hun achterban graag mee poseren, mag je nu
definitief koppelen aan Veiligheid en (een strenger) Vreemdelingenbeleid, niet
meer aan Vlaanderen. Misschien moet dat artikel 1 van de statuten nu maar eens
aangepast of definitief geschrapt worden.