Leicester,
zo leert mij Wikipedia, is met zijn 330.000 inwoners de grootste stad van de
East Midlands, de tiende stad van Engeland en de dertiende van het Verenigd
Koninkrijk. De East Midlands hebben hun naam overigens niet gestolen, want deze
regio ligt centraal in Engeland, maar tegelijk ook aan de oostkust. Nottingham en Derby
zijn de andere steden uit de streek die ik vooral ken van hun roemrucht
voetbalverleden. Voor de rest niet echt een toeristische trekpleister, noch de
East Midlands, noch Leicester.

Hometown van een handvol muzikanten: de drummer en de
bassist van Dire Straits, de bassist van Queen, de zanger van Family en,
bovenal, Jon Lord, de keyboardvirtuoos van Deep Purple. Kort na de oorlog zagen
de gevierde schrijvers Julian Barnes en Sue Townsend er het levenslicht. Ook snookerspeler Mark Selby werd er geboren, net als voetballer Emile Heskey. En:
Gary Lineker, u weet wel, de gewezen prijsschutter van Leicester, Everton,
Barcelona en Tottenham Hotspur, presentator van Match of the Day en verantwoordelijk voor de staande
voetbaluitdrukking ‘Football is a simple
game. Twenty-two men chase a bal for 90 minutes and at the end, the Germans
always win’
. Hou u vast: die Gary Lineker zal Match of the Day binnenkort in onderbroek presenteren.

Daar is wel
één simpele voorwaarde aan verbonden: ‘zijn’ Leicester City Football Club moet
kampioen worden. Niet van de Sky Bet League 1 of 2, de Engelse derde en vierde
klasse, al had dat gekund met de bescheiden historiek van de club. Zelfs niet
van de Sky Bet Championship, de tweede klasse over de plas, goed voor de
zevende voetbaleconomie van Europa. Nee, Leicester staat op het punt de Premier
League te winnen. U bent voetballiefhebber, maar komt net van een andere planeet
en vindt mijn verhaaltje een beetje ongeloofwaardig? Ik zou het ook niet
onmiddellijk geloven mocht ik u zijn. Exact een jaar geleden begon Leicester
City nog als rode lantaarn aan de paasvakantie. Achterstand: zeven punten op de
zeventiende, de eerste veilige plek in het klassement. Alleen een
voetbalmirakel in de laatste negen wedstrijden maakte het mogelijk dat de club
alsnog kon overleven in de hoogste divisie. Een jaar later staat Leicester op
zes speeldagen van het einde zeven punten voor op de… tweede in de stand,
Tottenham.

Goed gedaan
van de spelers én de manager, zou u denken. Ware het niet dat de manager die
mee de redding bewerkstelligde, Nigel Pearson, vorige zomer ontslagen werd
omdat zijn zoon samen met drie andere beloften van de club betrokken was bij
het maken van een racistische seksvideo. Pearson werd daarop vervangen door de
Italiaan Claudio Ranieri, een man die een aantal maanden voordien ontslagen was
als bondscoach van Griekenland, onder meer na een pijnlijke thuisnederlaag
tegen het nietige Far Oer. In de elf jaar voorafgaand aan de ondertekening van
zijn contract bij Leicester had Ranieri zes clubs en één land geleid. Meestal
werd hij voortijdig weggestuurd vanwege de tegenvallende resultaten. Tussen
2000 en 2004 was Ranieri manager van Chelsea. Zijn bijnaam was er Tinkerman, omdat hij voortdurend zijn
elftal wijzigde en bijzonder onzeker overkwam, naast het veld en in interviews. Een jaar
nadat de Russische miljardair Roman Abramovitsj de Londense club had
overgenomen moest de ‘twijfelaar’ zijn zitje in de dugout afstaan aan José
Mourinho, op dat ogenblik kersvers winnaar van de Champions League, met FC
Porto, en zelfverklaarde Special One.
Nee, special was de grijze figuur Ranieri
zeker niet.

Vorig
seizoen werd Chelsea kampioen, opnieuw onder Mourinho, en zat Ranieri werkloos
thuis na zijn mislukt Grieks avontuur. Dit seizoen werd Mourinho weggestuurd na
tegenvallende resultaten — de Portugees slaagt er nooit in zijn teams drie
seizoenen op niveau te laten presteren — en is de Tinkerman — waarmee Mourinho altijd vrolijk de draak stak in zijn
gekende überarrogante stijl — op weg naar het behalen van de titel.

U mag dat
gerust een mirakel noemen. Of een voetbalsprookje. In de door buitenlandse poen
geregeerde Premier League werd het onmogelijk geacht dat de kampioen niet uit
het traditionele kransje van usual
suspects
zou komen: Chelsea, Manchester City, Manchester United of, wie
weet ooit nog eens…, Arsenal. Liverpool was er twee jaar geleden ook
dichtbij, maar dat was uitzonderlijk. Tottenham Hotspur probeert al sinds 1961
vruchteloos opnieuw landskampioen te worden. Tussen die vier plus twee zou het ook in het
seizoen 2015-2016 gaan, zo luidde de algemene verwachting. Leicester was
degradatiekandidaat nummer één, samen met de pas gepromoveerde clubs AFC
Bournemouth, Watford en Norwich. In werkelijkheid staan traditieclubs
Sunderland, Newcastle en Aston Villa nu op de degradatieplaatsen. Kijk dan naar boven: Leicester staat op kop. Met nog achttien punten te behalen telt het
zeven punten voorsprong op de onverwachte tweede, Tottenham, en respectievelijk
elf en vijftien punten meer dan Arsenal en Manchester City, al hebben die nog
een inhaalwedstrijd tegoed. Leicester speelt morgen uit bij het laag
geklasseerde Sunderland. Volgen nog: thuiswedstrijden tegen West Ham, Swansea
en Everton, uit naar Manchester United en Chelsea. Stel je voor, op de laatste
speeldag, Ranieri die de titel viert voor de ogen van Abramovitsj en met de
geest van Mourinho die nog altijd rondwaart op Stamford Bridge!
Voetbalsprookje, ik schreef het al.

Leicester
City FC heeft een erelijst van niets. Drie League Cups, de minst interessante
van de twee nationale bekers, vier keer verliezend finalist in de FA Cup. That’s it. Wat het in tijden waarin het
internationale voetbal bijna uitsluitend door geld (véél geld!) geregeerd wordt,
extra onwaarschijnlijk maakt, is dat de blauwen uit Leicester weliswaar een
buitenlandse voorzitter hebben — de Thai Vichai Raksriaksom, die dat mag doen
namens de King Power International Group, vandaar dat het stadion King
Power Stadium gedoopt werd — maar slechts over een fractie van de financiële
middelen beschikken van de grote clubs. De volledige waarde van de spelerskern
van Leicester City bedroeg voor aanvang van dit seizoen amper de helft van de
transfersom van Kevin De Bruyne en u weet dat die meer dan zeventig miljoen euro gekost heeft. Het elftal bestaat uit aflatertjes. Spits
Jamie Vardy (29) speelde vier jaar geleden nog voor een vijfdeklasser. Nu is
hij topschutter én international. De Algerijnse dribbelkont Riyad Mahrez (25) werd
twee jaar geleden voor een half miljoen euro, een habbekrats, weggekocht bij de
Franse tweedeklasser Le Havre. Vandaag is hij twintig miljoen waard. De
Frans-Malinese middenvelder N’Golo Kante (25) kostte iets meer: hij kwam voor negen
miljoen over van Caen en is dit seizoen veruit de beste middenvelder in de
Premier League, de nieuwe Makelele zeg maar. En zo kunnen we doorgaan. Marcin
Wasilewski, ex-Anderlecht, zit er op de bank en valt niet uit de toon als hij
mag invallen. Ritchie De Laet, ex-Antwerp, kreeg er ook zijn speelminuten alvorens
hij in de wintertransferperiode werd verhuurd aan Middlesbrough.

The Foxes, zo luidt de bijnaam van Leicester City, dat
zijn thuiswedstrijden speelt in een stadion waar 32.262 toeschouwers plaats
kunnen nemen, niet echt een voetbaltempel dus. Jammer voor mijn ploegje, Tottenham, dat er na 55 jaar
eindelijk nog eens dichtbij is, maar ik gun het Leicester wel. Ze spelen
countervoetbal, maar niet het soort afbraakvoetbal dat — daar is ie weer! —
Mourinho doorgaans predikt. Heel direct, doelgericht, zonder franjes: Britse
inzet en no-nonsensestijl met daarbovenop de onvoorspelbare creativiteit van Mahrez.
Onderschat door de tegenstanders, dat zal wel, maar als die titel er komt, is
dat toch vooral de verdienste van Leicester zelf.

Ziet u het
al voor u: Leicester City FC in de Champions League? En, nóg interessanter, zij
het eenmalig: Gary Lineker in onderbroek in de Match of the Day-studio?