(Deze
bijdrage verscheen eerder op deredactie.be)

Net in
de week dat de FIFA een nieuwe voorzitter kiest, werden zeven officials van de
wereldvoetbalbond opgepakt op beschuldiging van corruptie. De aantijgingen zijn
niet nieuw, het snelle handelen van de onderzoekers was dat wel. Te midden van
dat gerechtelijke tumult gaat de 79-jarige Sepp Blatter morgen resoluut voor
een herverkiezing en een vijfde ambtstermijn.

Er zijn nog zekerheden in het leven: de zon
komt op en gaat weer onder, als het regent word je nat, de week loopt van
maandag tot en met zondag, en de top van de FIFA is corrupt. Ja, dat laatste is
intussen een wetmatigheid geworden. Onvermijdelijk, zo lijkt het wel, net als
natte regen. Nog even en de uitdrukking ‘corrupte FIFA’ wordt bij de pleonasmen
geklasseerd, wegens dat overbodige adjectief.

Niet dat dit nieuws is. De Britse
onderzoeksjournalist David Yallop schreef er eind vorige eeuw al het dikke boek
‘How They Stole The Game’ over, in het Nederlands vertaald als ‘De
voetbalmaffia’. Zelden was een titel veelzeggender.

Het nieuws van de dag was gisteren dat de
Zwitserse autoriteiten zeven FIFA-officials van hun bed gelicht hebben in een
hotel in Zürich. De heren – aan de voetbaltop worden dames niet getolereerd,
tenzij als secretaresse – worden ervan beschuldigd in de loop van de voorbije
twintig jaar voor meer dan honderd miljoen dollar aan steekpenningen te hebben
aanvaard. Vier anderen werden preventief geschorst. De FIFA-top deed een
Comical Ali’tje: beweren dat ze onschuldig is en – dat was helemaal lachen! –
onderstrepen dat het onderzoek er net kwam op vraag van voorzitter Blatter en
consoorten.

Uiteraard komt ook de toekenning van de WK’s
aan Rusland (2018) en Qatar (2022) opnieuw ter sprake, hoe kan het anders? Twee
verkiezingen waaraan al sinds 2011 een geurtje hangt. Zeg maar: flinke geur.
Denk: beerput. Lees ‘The Ugly Game’ van The Sunday Times-journalisten Heidi
Blake en Jonathan Calvert en u kijkt nooit nog onbevooroordeeld naar een
wereldbekerwedstrijd.

‘The
beautiful game’

Ook vandaag wordt het duistere FIFA-dossier
uitgespit door journalisten, dit keer werken die voor The New York Times. Want
ook dat is een wetmatigheid: de wereldvoetbalbond zal nooit zelf de interne corruptie
bestrijden en al wie professioneel actief is in de voetbalwereld is daar
evenmin toe bereid, gegijzeld als ze worden door een machtige overkoepelende
organisatie die de omertà predikt.

De grote ommekeer kwam er toen de Braziliaan
Joāo Havelange in 1974 FIFA-voorzitter werd. Voordien waren de bobo’s van de
hoogste voetbalbond oudere heren van stand die op het einde van hun carrière
nog wat wereldreizen mochten maken op kosten van alle nationale bonden. Het
werd hen gegund. Voetbal was in hoofdzaak een amateursport, de vierjaarlijkse
wereldbeker een prestigetoernooi. Met de invoering van het profvoetbal, de
mondialisering van de sport, de plots veel hogere sponsorgelden en, vooral, de
komst van peperdure tv-rechten werd voetbal van populaire volkssport opeens
‘big business’.

Dat had Havelange goed gezien: hij
introduceerde topmerken als Adidas en Coca-Cola in ‘the beautiful game’,
omringde zich met jaknikkers en installeerde gedurende 24 lange jaren een
dictatoriaal regime in het op één na hoogste sportorgaan ter wereld (het IOC is
nog iets groter). Het doorgedreven professionalisme ging gepaard met een
cultuur van zelfverrijking, narcisme en nepotisme. Ons kent ons, en al wie
daarbuiten viel mocht beschikken.

Handjeklapdiensten

In die sfeer is het niet verwonderlijk dat
bestuurders beïnvloedbaar zijn, bereid tot handjeklapdiensten voor ‘a few
dollars more’. Rond zowat alle toekenningen van WK’s van de voorbije twintig
jaar – met uitzondering misschien van dat van 2006 in Duitsland – hing een
zweem van corruptie.

Het heette dat de Zwitser Joseph ‘Sepp’
Blatter, jarenlang als secretaris-generaal de rechterhand van Havelange en de
facto de tweede man binnen de FIFA, nadat hij zijn leermeester in 1998 was
opgevolgd zijn oog richtte op de grotere continenten met de kleinere
voetballanden: Afrika en Azië. Daar vielen immers nog stemmen te rapen. Zijn
eerste herverkiezing, in 2002, zou hij te danken hebben aan de belofte om het
toernooi voor het eerst op Afrikaanse bodem te organiseren, al zou het nog acht
jaar duren tot Zuid-Afrika in 2010 31 andere voetbalnaties mocht verwelkomen.

Blatter ging door op de door Havelange ingeslagen
weg en zorgde ervoor dat de omkadering van het voetbalspel – sponsoring,
advertentiemarkt, tv-rechten – nóg belangrijker werd. Een WK in het Rusland van
Poetin? Waarom niet? WK in Qatar, een land zonder voetbalcultuur, 99ste op de
wereldranglijst? Moet kunnen, al hebben de ondraaglijke zomerse temperaturen na
lang palaveren toch geresulteerd in het verschuiven van het toernooi naar de
late herfst en winter van 2022. Dat er ondertussen al honderden goedkope
arbeidskrachten sneuvelden tijdens het bouwen van de stadions wordt als
‘collateral damage’ beschouwd.

Al heeft Blatter best ook wel een aantal
dingen ten goede veranderd: het vrouwenvoetbal werd flink gepromoot, clubs die
jonge spelers zien vertrekken krijgen nu opleidingsvergoedingen, hij doorbraak
de almacht van de Europese landen, Afrika en Azië zijn met meer landen aanwezig
op de wereldbeker, de FIFA is een financieel goed gerunde multinational. Die
helaas wel vergeet om corrupte bestuurders buitenspel te zetten of een rode
kaart te geven.

FIFA =
Fair-play Is For Amateurs

Vraag is: hoe corrupt is de hoogbejaarde FIFA-voorzitter
zelf? Tot nog toe gleden de corruptiegolven van hem af zoals water van een
eend. Er is vooralsnog geen enkele
aanwijzing dat de man die vlot acht talen beheerst zelf met de handen in de
snoeppotten van het Grote Geld gezeten heeft. Ofwel is hij daarvoor te
gewiekst, ofwel heeft hij zich goed laten afschermen, ofwel is hij helemaal
niet betrokken bij welk schandaal dan ook.

Maar zelfs in dat laatste geval blijft hij wel
voorzitter van een organisatie die de corruptie aan de top op zijn minst
onvoldoende hard heeft bestreden en het bestaan van baronieën en op macht en
geld beluste kliekjes heeft getolereerd. In dat geval blijft hij, als grote
baas, eindverantwoordelijke voor het reilen en zeilen binnen de FIFA. Blatter
belichaamt op zijn bijna tachtigste de corruptie, of hij dat nu wil of niet.
Het is niet voor niets dat het Zwitserse parlement hem eind vorig jaar aanduidde
als persoon met een belangrijke maatschappelijk functie, wat hem gevoelig maakt
voor omkoping. Daardoor staan zijn persoonlijke financiële gegevens nu
permanent ter beschikking van de Zwitserse autoriteiten.

Is het voor dat gevoel van almacht over de
voetbalwereld, dat hij het vrijdag in de verkiezingsstrijd opneemt tegen de
enige overblijvende tegenkandidaat, de 39-jarige Ali Bin Al-Hoessein, zoon van
wijlen koning Hoessein van Jordanië, sinds vier jaar ondervoorzitter van de
FIFA? Wil hij, zoals sommigen suggereren, van zijn laatste ambtstermijn gebruik
maken om zijn imago op te blinken en een propere erfenis achter te laten? Of is
hij intussen zo vereenzelvigd met zijn functie dat hij er geen afstand meer van
kan nemen?

Risicoloze voorspelling: morgen wordt Sepp
Blatter gewoon opnieuw verkozen, krijgt hij felicitaties van zijn inmiddels
99-jarige voorganger Havelange en blijft alles bij het oude, zij het na een
openlijke defenestratie van de in opspraak gekomen, gecorrumpeerde elementen. Daarna
volgt business as usual.

FIFA is hoe langer hoe meer een acroniem voor
‘Fair-play Is For Amateurs’ geworden.