Dag, waarde ondernemer,

u kent mij wellicht niet, en dat geldt net zo
goed andersom, maar ik bewonder u. Echt. Ik bewonder u. Als u ooit per abuis op
mijn blog gesukkeld bent of met mijn Twitterpoëzie in 140 tekens geconfronteerd
werd, zult u daar misschien anders over denken. Sinds die keer dat ik dat
vijgenblad veel te hoog vasthield, neem ik namelijk zelden nog een blad voor de
mond. Dus schrijf ik af en toe iets vrolijks of venijnigs of stouts of
doodgewoon doms over ondernemers die in mijn bescheiden ogen iets vrolijks,
venijnigs, stouts of doodgewoon doms hebben gedaan. Niet wakker van liggen,
tenzij het over u persoonlijk gaat, natuurlijk. Het spijt me (niet echt).

Ik bewonder u, omdat u iets doet wat ik niet
durf. Ondernemen. Ik heb nog niet zo vaak iets ondernomen in mijn leven, weet
u, en als dat al eens gebeurde, liep het nogal faliekant af. Ik ben niet zo
geweldig in ‘to boldly go where no man has gone before’. Als je mij in een zaal
met potentiële ondernemers zet, sta ik ergens op de zesde, zevende rij, één oog
gericht op de nooduitgang, het andere op het dichtstbijzijnde toilet. Ik durf
het al eens zeggen, maar doen is een ander paar mouwen. Ach, ik zal ook wel enig
nut hebben in deze samenleving, zeker?

Ik bewonder u, omdat u – als u het echt goed
meent, tenminste – een gat in de markt zoekt en daarvoor mannen en vrouwen aan
werk helpt. Dat is nobel, dat is goed, dan kunnen die mensen ook hun dagelijkse
boterham beleggen en er mag zelfs een beetje minder kaas op liggen dan op die
van u. U creëert, om dat overroepen woord maar eens te hanteren, meerwaarde,
beste ondernemer, en dat siert u. Zonder u zou deze samenleving vierkant
draaien. (Zonder u zou deze samenleving helemaal níet draaien, eigenlijk.)

Ik bewonder u, omdat u ook in slechte
economische tijden het hoofd boven water probeert te houden. U doet dat naar
best vermogen, een winst die we u niet mogen afpakken. U bent moedig (ik heb
inmiddels de nooduitgang al gevonden), u bent vooruitziend (er zijn nu ook
toiletten aan de andere kant van de zaal, zie ik), u bent – laten we nog eens grasduinen
in het Boek der Pompeuze Bewoordingen – een hoeksteen van de samenleving.

Ik bewonder u minder wanneer u begint te zeuren,
lieve ondernemer. Ja, die loonlast, da’s lastig. Ja, die administratie, dat is
niet alleen op papier een gedoe. Ja, die hele mallemolen draait traag en de flosj hangt buiten bereik. Ja, die
politici, ach, ja, die politici… We hebben het allemaal een beetje moeilijk,
begrijpt u? U, uw eigen werknemers, uw directe omgeving, maar verder ook alle
Vlamingen, Walen, Brusselaars, Belgen, Europeanen en tutti quanti. Behalve
misschien die Brito van AB InBev, die sambadansend zijn bankrekening checkt.
(En, wie weet, ook uzelf, wanneer uw naam op die lijst van LuxLeaks staat: in
dat geval slaat mijn bewondering tijdelijk om in boosheid, want: wat heeft u ondernomen?)

Ik hoop u in de nabije toekomst te kunnen
blijven bewonderen, omdat u – samen met andere geledingen van deze al bij al
toch rijke tricolore maatschappij – bereid bent mee aan hetzelfde zeel te trekken,
om die paar decennia in dit aardse tranendal voor iedereen aangenamer te maken.
U, als persoon die onderneemt. Anderen, om beter te worden van dat
ondernemerschap.

Het ga u goed en niet alleen op deze eerste
Dag van de Ondernemer.

Met ondernemende groet,

F, one man band.