Welkom
in deze zomerrubriek, waarin ik elke week in mijn collectie elpees duik
(“I love the smell of vinyl in the morning!”) en er een exemplaar
opduik dat in mijn ogen ten onrechte onderschat of negatief gerecenseerd werd.
In deel 5:
Hotter Than July
van Stevie Wonder uit 1980.

Er is een tijd geweest
waarin ik Stevie Wonder helemaal bovenaan mijn lijstje van favoriete artiesten
had staan. Om heel precies te zijn: van 1972 tot 1984. In dat eerste jaar kwam de elpee Talking Book uit, met daarop dat
wonderbaarlijke You Are The Sunshine Of
My Life
. Ik was twaalf en verkocht/verknocht aan die sound van een
jongeman, zelf amper de twintig gepasseerd, die in de jaren zestig als prille
tiener al de ene na de andere hit had geproduceerd in de Motown-soulfabriek.

1984 was het jaar
waarin de soundtrack van de film The
Woman In Red
werd gereleased, op één na vol composities van Wonder. Daarop
ook de draak der draken, het volstrekt belachelijke I Just Called To Say I Love You. De liefde was over, ik voelde me
verraden, Stevie Wonder was een commerciële uitslover geworden. Toen ontdekte
ik Van Morrison en was mijn muzikale leudeuveudeu
snel weer over.

In de jaren zeventig had
de man die als Stevland Hardaway Morris in 1950 blind geboren werd op vier jaar tijd
even veel memorabele albums gemaakt. Het reeds genoemde Talking Book, met naast You
Are The Sunshine Of My Life
ook de meest dansbare track aller tijden: Superstition. (Ik heb een paar uur
muziek gedraaid op mijn eigen trouwfeest en die song móest gewoon de opener
zijn. Wie blijft stilzitten op Superstition
is ofwel doof, ofwel dood.)

Een jaar later was er
al Innervisions, mijn persoonlijke
favoriete elpee van Wonder, met alleen maar nummers die kwalitatief variëren
van schitterend tot briljant. De mooiste ballad aller tijden staat erop: All In Love Is Fair. De beklijvendste
grootstadsblues ook: Living For The City.
De aanstekelijkste heupwieger: Don’t You
Worry ‘bout a Thing
. En de meest kritische aanklacht tegen betweterigheid: He’s Misstra Know-It-All.

Op Fullfillingness’ First Finale vallen
vooral de funky danstracks You Haven’t
Done Nothin’
en Boogie on Reggae
Woman
op. En om het kwartet netjes af te ronden was er in 1976 de
fantastische dubbelaar Songs in the Key of
Life
, die ik toentertijd van a tot z kon meezingen, tot grote ontsteltenis
van mijn ouders en wellicht ook van Stevie Wonder, mocht hij me ooit gehoord
hebben. Meesterwerk.

En toen… viel de
productie een paar jaar stil. De zanger-schrijver was even leeggeschreven en
ging reizen. In 1979 was er nog wel het onverwachte Journey Through the Secret Life of Plants (de soundtrack bij de
geflopte natuurdocumentaire The Secret
Life of Plants
); minder slecht dan de critici ervan maakten, maar veel te
pretentieus om een dubbelelpee te verantwoorden.

In 1980 bracht Wonder,
net dertig geworden, zijn negentiende (!) studioalbum uit: Hotter Than July. Vrij vertaald: heter dan juli, een uitdrukking
die ik vergeefs heb opgezocht, maar die achteraf wel door de homo- en
lesbiennegemeenschap van Detroit werd opgepikt voor hun jaarlijks feest.

Hotter Than July werd niet al te enthousiast onthaald door de
muziekrecensenten. Des te meer apprecieerde het grote publiek de elpee. Het
leverde hem de hoogste noteringen van zijn carrière tot dan toe op. Het begint allemaal
uitermate funky met Did I Hear You Say You
Love Me
en gaat swingend verder met All
I Do
, twee vintage Stevie
Wonder-tracks. Ook de ballad Rocket Love
verdient de omschrijving ‘typisch’. Een beetje voorspelbaar, misschien, maar wie
maalt daarom wanneer je algauw in the Wonder mood geraakt?

I Ain’t Gonna
Stand For It
is vervolgens een
dertien-in-een-dozijnnummer naar Wonder-maatstaven. Misschien is dit wel één van de
honderdvijftig beschikbare composities die Songs
in the Key of Life
uiteindelijk niet hebben gehaald (en volkomen terecht). Ook de afsluiter van de eerste
kant, As If You Read My Mind, doet
een beetje onrecht aan al die topplaten van dat decennium. Opvallend:
net als op zijn vorige elpees vloeien alle tracks in elkaar over (de schrik van
de DJ Jossen overal ter wereld, maar wel lekker voor de luisteraar!).

Omdraaien die handel,
waar het geweldige Master Blaster (Jammin’),
een mengeling van funk, soul, reggae en rap, hulde brengt aan onder anderen Bob Marley. De blaasinstrumenten
klinken me iets te supermarktachtig in de ouder wordende oren, maar
desalniettemin: stilzitten is geen optie!

Dat kan evenmin op Do Like You, weer zo’n swingende
soulfunk waar de blinde meester het patent op had. Ook Cash In Your Face wordt opgebouwd volgens de formule-Wonder:
gezapig binnenkomen om dan op Superstition-achtige
wijze genadeloos je benen te bespelen. Geen onvergetelijk nummer, wel zéér dansbaar.

En dan is er Lately, een ballad die je in een
verschillende gemoedsgesteldheid zowel kunt ophemelen als afkraken. Toen ik ‘m
voor deze bespreking opnieuw beluisterde was ik alweer tot tranen toe bewogen. Voor de zoveelste keer al. Zó mooi gezongen, met zoveel inlevingsvermogen in vier minuten het verhaal verteld
van een man (hijzelf?) die er maar niet in slaagt om een relatie in stand te
houden, alleen zichzelf begeleidend op piano en synthesizer. Lately is gewoon één van zijn
betere liefdesnummers en hoe dan ook de laatste aanvaardbare uitstap in die
richting, want van dan af werd de slappe koord tussen eerlijk en zeikerig en
tussen kunst en kitsch enkel nog langs de verkeerde kant bewandeld. Of moet ik
u nogmaals attent maken op een onding als I
Just Called…
?

Rest nog: Happy Birthday. Zijn persoonlijke ode
aan die andere zwarte held, Martin Luther King. De synthesizer klinkt hier iets
te opdringerig, maar dat belette niet dat dit over de hele wereld een geschikt
nummer werd bevonden om jarigen te vieren in café’s, restaurants en baandancings. ’t Is beter dan Gelukkige
verjaardag
van Will Tura, dat wel, en uit respect voor zowel Wonder als
King wil ik dit nog best aanhoren, maar echt wild ben ik er nooit van geweest, wegens iets te voor de hand liggend en dweperig.

U moet Hotter Than July vooral beluisteren als de laatste
échte Stevie Wonder-plaat, eentje waarop hij bewijst nog altijd zijn vak als
geen ander te beheersen. Enfin, u moet niets natuurlijk. Het is uw leven.