Solidariteit. Ik vind dat een schoon en warm woord. Het is
minder formeel dan dat beladen ‘sociale zekerheid’. Het zegt zoveel meer dan
dat paternalistische ‘medelijden’. Mijn Van
Dale
, een wat verfomfaaid driedelig exemplaar dat al van 1992 dateert,
definieert het onder meer als ‘bewustzijn van saamhorigheid en bereidheid om de
consequenties daarvan te dragen’. Wikipedia heeft het over het onderschrijven
van een gemeenschappelijk belang door de leden van een groep, ‘ten gunste van
de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf’.

Meer dan dertig jaar geleden vonden we het in het westen
fantastisch dat er in Polen, een land dat grensde aan West-Europa maar hevig
onder de invloed bleef staan van het Oostblok, een vakbond opstond die zich
Solidariteit noemde en het aandurfde het starre communistische regime te
tarten. Ook (en vooral) lieden die in eigen land de vakbonden verfoeiden,
vonden dat toen geweldig. Dat de leider van Solidariteit, de met een walrussnor
versierde Lech Walesa, achteraf een reactionaire rechtse zak met zeer
ouderwetse ethische standpunten bleek te zijn, wist je op dat moment nog niet.
In 1980 was hij Held Snorremans die achter een banier liep met dat mooie woord erop,
solidariteit, maar dan in ’t Pools.

Iemand tweette vandaag een Bond Zonder Naam-achtig
slogannetje: ‘When ‘i’ is replaced by ‘we’, even ‘illness’ becomes ‘wellness”.
Grotendeels flauwekul, natuurlijk, zoals al die BZN-toestanden, maar ook met
een grond van waarheid. En iets om over na te denken, in een tijdsgewricht
waarin solidariteit en menselijkheid zwaar onder druk staan. Waarin steeds meer
zogezegd weldenkende mensen bij het Amerikaanse model beginnen te zweren en
het West-Europese solidariteitsmodel afkraken. Kost te veel. Er
zijn andere prioriteiten. Die mensen zijn het niet waard. Ze moeten maar niet
ziek worden of werkloos of een andere huidskleur hebben of andere politieke en
religieuze ideeën koesteren. Geef ze een leefloon en we zwijgen erover, die
mentaliteit.

Ik huiver van zulke samenleving, omdat het begrip ‘samen-leven’
zodanig wordt ingevuld dat we allemaal apart zullen gaan leven. Op ons eentje
of in onze kleine, familiale kring. Terug naar de stammen van weleer, die we
met zijn allen primitief noemden, maar die steeds meer de norm worden in onze
hedendaagse maatschappij. Het hoeft voor mij niet alle dagen ‘één voor allen,
allen voor één’ te zijn, maar zeker ook geen ‘één tegen allen, allen tegen één’,
neen, dankuwel.

Solidariteit was het woord dat door mijn hoofd flitste toen
ik gisteren een tweet las van Kom op tegen Kanker. Ik citeer woordelijk: ’26
personen gaven @KOTKanker een bijdrage dankzij #TTK14. Goed voor 190,01 euro.
Dank voor het hart onder de riem voor kankerpatiënten’.

Mooi dat KOTK dankbaar is, maar ik dacht vooral:
zes-en-twin-tig personen??? Hon-derd-ne-gen-tig kom-ma nul-één euro??? Los nog
van wie de onverlaat is die één eurocent doneerde aan het goede doel,
vond ik het een belachelijk laag bedrag. En dus bleef solidariteit een deel van
de nacht door mijn hoofd spoken en dan weet ik: Van Laeken wil iets schrijven. Et voilà!

Ik neem u terug mee naar maandag 10 februari om 8u49. Toen
tweette @Sarcist: ‘Goedemorgen Twitter. Laat ons 1x per jaar iets betekenen
voor anderen. Wat vinden jullie van dit voorstel? #TTK14’. Als bijlage een brief
die begon met ‘All jokes aside, we kunnen anderen helpen met de kracht van
Twitter’ en eindigde met de oproep om op vrijdag 28 februari 5 euro te storten op
de rekening van Kom op tegen Kanker. Vijf euro, geen kapitaal bedrag. Voor wie
het niet al te breed heeft: twee pinten minder tijdens een avondje stappen.
Voor wie het breed genoeg heeft: een habbekrats. Wie zelfs die vijf euro niet
kan ophoesten zit allicht niet op Twitter en hoefde zich niet aangesproken te voelen.

Het bericht werd 141 keer geretweet en 70 keer als favoriet
aangestipt. @Sarcist heeft op het moment dat ik dit schrijf 5.996 volgers op
Twitter. Mensen die hem grappig, aanstekelijk, ad rem, interessant vinden.
Leest u die getallen rustig opnieuw: 141, 70, 5.996. En bedenk dan dat 26
stortingen voor een totaalbedrag van niet eens 200 euro bijzonder weinig is. We
– dat wil zeggen: de meesten onder jullie, want ik heb zelf tien euro gestort,
ook al heb ik maar één Twitter-account – vinden dingen leuk, lachen ons te pletter, zijn het ermee
eens, willen dat anderen het ook te weten komen, maar als het er écht op
aankomt geven we niet thuis.

Ik zou er iets cynisch over kunnen opmerken, maar ik besef
dat ik niet cynischer kan zijn dan dit harde, statistische gegeven: we roepen
massaal dat we solidair zullen zijn en doen net het tegenovergestelde. Ik weet
dat je die 141 retweets en 70 favorites niet klakkeloos mag optellen, omdat
mensen vaak de twee doen, maar laten we zeggen dat er een kleine honderd mensen
die tiende februari buitengewoon hypocriet zijn geweest, om het nog niet te
hebben over de bijna zesduizend die helemaal niets hebben gedaan (wat eigenlijk
veel eerlijker is dan de idee van valse solidariteit opwekken, maar soit…). (Iemand zocht het intussen even uit: blijkbaar gebruikte een aantal donateurs niet de afgesproken ‘mededeling’ of code. Uiteindelijk zouden er toch 75 mensen in totaal 570 euro gestort hebben. Nog altijd een bijzonder tegenvallend bedrag, als je ’t mij vraagt.)

Normaal ben ik niet diegene die onmiddellijk op de kar
springt bij dit soort acties: ik draag met veel plezier af via mijn sociale
zekerheidsbijdragen, waarvan ik weet dat ik er soms zelf van zal profiteren
(gelukkig niet al te vaak!), maar dat het ook anderen ondersteunt. Ik wil dat
ook in de toekomst blijven doen. Ik klaag niet dat ik te véél belastingen betaal, wel dat mijn centen naar domeinen ga die ik niet ondersteun. Het leger, bijvoorbeeld. Maar in dit geval vond ik het initiatief van
@Sarcist te fijn om te laten passeren.
Solidariteit, weet u wel. Misschien moet
u het woord eens opzoeken in Van Dale.
Dat hoeft niet de editie van 1992 te zijn, het staat er nog altijd in, vermoed
ik. Al zou het best kunnen dat het woord de editie van 2020 niet meer haalt.
Kijk, nu word ik alsnog cynisch.