Een slanke, opgeschoten zwarte man met grijzend haar stapt
kaarsrecht, met zijn echtgenote aan zijn zijde, hand in hand, op de massa
zwarte toeschouwers af. Zij lacht, hij kijkt ernstig. Trots, sereen, statig, ja,
als een staatsman wandelt hij. En hij steekt zijn rechtervuist op. Af en toe
wijst hij naar iemand in het publiek en zwaait. Het is 11 februari 1990. De
beelden worden over de hele wereld rechtstreeks uitgezonden op televisie. De
man is Nelson Mandela en hij is na zevenentwintig jaar gevangenschap eindelijk
vrij. De tranen biggelen over mijn wangen.

Het is een historisch moment in een era dat bol staat van de
historische momenten. Drie maanden eerder is in Berlijn de muur gevallen. De
Sovjet-Unie begint te verbrokkelen. De hereniging tussen de Bondsrepubliek
Duitsland (West-Duitsland) en de Duitse Democratische Republiek
(Oost-Duitsland) is een kwestie van maanden. De Koude Oorlog is bijna ten
einde. Een spreekwoord met ‘sky’ en ‘limit’ brandt op vele lippen. Zoals
meestal bedriegt schijn, maar het is in dit geval wel schone schijn, iets waar
je je na de duistere jaren tachtig met zijn economische verval, werkloosheid,
verrechtsing van de samenleving en aids aan kunt optrekken.

Dat Mandela wordt vrijgelaten heeft hij te danken aan de
internationale druk, die het verderfelijke Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime in
de jaren tachtig waar mogelijk boycotte (zij het niet altijd even consequent en
van harte), en het aan de macht komen van de hervormingsgezinde president F.W.
de Klerk in september 1989. Maar allicht ook aan de vele veranderingen in dit
specifieke tijdsgewricht. De Klerk heeft dat goed gezien: deze geste is niet
alleen noodzakelijk om de explosieve toestand in Zuid-Afrika niet te laten
ontaarden in een bloederige burgeroorlog, het past ook bij de andere Grote
Gebaren die op datzelfde ogenblik worden gemaakt.

Rolihlahla

Rolihlahla is zijn eigenlijke voornaam, wanneer hij op 18
juli 1918 in Mvezo aan de Oost-Kaap, dan nog in de Unie van Zuid-Afrika,
geboren wordt. In de taal van zijn volk, de Xhosu, betekent Rolihlahla zoveel
als ‘aan de tak van een boom trekken’, maar ook: ‘lastpost’. Nomen est omen?

‘Hendry Mandela was een strenge vader, behept met een
koppigheid die zijn zoon van hem heeft geërfd, zo vermoedt hij zelf,’ schrijft
Anthony Sampson in de uit 1999 daterende en zeer lezenswaardige geautoriseerde
biografie Mandela. ‘Hendry was een
heiden, een analfabeet en had meerdere vrouwen – maar hij had een rijzige
gestalte, een waardig voorkomen en een donkerder huid dan zijn zoon en voelde
zich niet in het minst de mindere van de blanke.’

Dat hij voorbestemd lijkt voor grootsheid blijkt ook uit
zijn bijnaam: Madiba. Een naam die in die dagen wordt gegeven aan de leden van
de koninklijke familie Thembu, die aan de macht is in de regio Transkei. Al
behoren de Mandela’s dan wel maar tot een zijtak van de Thembu’s. Als hij op
zijn zevende voor het eerst naar school gaat, geeft zijn lerares hem een Engelse
roepnaam, Nelson, omdat dat volgens haar beter klinkt dan Rolihlahla. Zeven
jaar na Rolihlahla wordt Nelson Mandela geboren.

ANC

In 1944 engageert advocaat Nelson Rolihlahla Mandela zich
bij het African National Congress, ANC, dat de segregatiepolitiek van de blanke
minderheid in Zuid-Afrika bestrijdt. Mandela doet dat aanvankelijk geweldloos,
want hij gelooft heel sterk in de principes van Mohandas ‘Mahatma’ Gandhi, de
Indiase politicus die tussen 1894 en 1948 opkwam voor de onafhankelijkheid van
zijn land en die tussen zijn 24ste en zijn 44ste in Zuid-Afrika had verbleven
om er de Indiase minderheid te ondersteunen. Het is trouwens in Zuid-Afrika dat
Gandhi zijn doctrine satyagraha
(‘trouw aan de waarheid’) ontwikkelde. Omwille van zijn huidskleur werd hij er
als uitschot behandeld.

Wat ons terug bij Mandela brengt. Omdat de geweldloze acties
van het ANC niet de verhoopte resultaten opleveren, kiest de organisatie begin
jaren zestig voor openlijk verzet en sabotagedaden tegen het Apartheidsregime
en zijn vertegenwoordigers. Het ANC wordt vervolgens buiten de wet gesteld en
Mandela zelf wordt in 1961 beschuldigd van hoogverraad. De rechter spreekt hem
vrij. Op clandestiene bijeenkomsten blijft Mandela pleiten voor nationale
eenheid. ‘Wij Afrikanen moeten als één man voelen, handelen en spreken,’ zegt
hij in maart 1961. ‘Wij moeten deze conferentie verlaten met een volledig
uitgewerkte voorbereiding voor een multiraciale nationale vergadering waarin
alle rassen volledig vertegenwoordigd zijn.’

Enkele maanden later zegt hij in een opgemerkt tv-interview
met de BBC dat het brute geweld van de overheid het ANC noodzaakt om over te
stappen op een andere tactiek die niet meer geweldloos zal zijn. Mandela is nu
helemaal verplicht om ondergedoken te leven, maar op 5 augustus 1962 wordt hij toch
gearresteerd en een jaar later op een marionettenproces veroordeeld wegens het
voorbereiden van een guerrilla-oorlog. De rechter is mild: het wordt
levenslang, niet de doodstraf.

Gevangene 46664

Tussen 1964 en 1982 verblijft Nelson Mandela in een cel van
2,4 bij 2,1 meter op Robbeneiland. Hij is de 466ste die er in het jaar 1964
wordt geregistreerd als gevangene: het nummer 46664 wordt op zijn arm
getatoëerd. Later zal hij worden overgebracht naar andere gevangenissen, in Tokai
en Paarl, waar de behandeling menswaardiger wordt en de cipiers hem respecteren.
Het regime voelt dan al aan dat Apartheid zijn beste tijd heeft gehad en knoopt
geheime besprekingen aan met Mandela, die na een kwarteeuw in de cel nog altijd
gezien wordt als de voornaamste leider van het ANC.

In het westen voert ook de artistieke wereld de druk op. De
gewelddadige dood van burgerrechtenactivist Stephen Bantu Biko in 1977
inspireert Peter Gabriel tot de song Biko,
die in 1980 vrij anoniem terecht komt op zijn derde elpee, maar die in de jaren
daarna uitgroeit tot een massaal meegezongen hymne op talloze muziekfestivals,
waarbij het publiek samen met de zanger de vuist balt tegen het onrecht dat de
zwarten in Zuid-Afrika te beurt valt.

Special AKA, een spin-off
van het Britse ska-gezelschap The Specials, verovert drie jaar later de
internationale hitparades met het aanstekelijke Free Nelson Mandela. En in 1988 zorgt de dan zeer populaire Eddy
Grant er met Gimme Hope Jo’anna voor
dat de aandacht van het westen niet verslapt. ‘Jo’anna’ slaat zowel op de stad
Johannesburg, als op de blanke minderheidsregering die er resideert. Het is
vrolijk huppelen op de dansbare muziek, maar de boodschap gaat ondanks alle
vrolijkheid niet verloren. Vooral omdat Zuid-Afrika totaal geïsoleerd staat en
er, op een enkeling als de blootsvoetse atlete Zola Budd na, geen
Zuid-Afrikanen te zien zijn op grote sporttoernooien en andere internationale
evenementen.

Wijze staatsman

De vrijlating van Nelson Mandela in 1990 is een kentering
ten goede, omdat de man, die zevenentwintig jaar was afgesneden van de wereld,
geen wrok koestert en drommels goed beseft dat één verkeerd begrepen woord van
hem onmiddellijk tot onlusten zou hebben geleid. Mandela dwingt De Klerk en
zijn blanke regering achter de schermen tot verregaande toegevingen, maar in
het openbaar spreekt hij verzoenende taal. In 1993 ontvangen Mandela en De
Klerk samen de Nobelprijs voor de Vrede.

In april 1994, meer dan vier jaar na zijn vrijlating, wint
Mandela de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika. Hij is dan al 74. Reeds
tijdens het ultieme verkiezingsdebat verrast Mandela blank Zuid-Afrika door
zijn concurrent, De Klerk, live op tv te omhelzen. ‘Het leek een spontaan
gebaar, maar in feite was het zorgvuldig geoefend,’ schrijft Sampson in Mandela. Na de overwinning benoemt hij
De Klerk tot vice-president, met als plaatsvervanger Thabo Mbeki, de man die
hem vijf jaar later moet opvolgen, want Mandela geeft aan dat het voor hem bij
één ambtstermijn zal blijven.

Het einde van de twintigste eeuw kijken we op naar die wijze
staatsman, daar helemaal in het zuiden van het Afrikaanse continent; een man
die spaarzaam spreekt, maar als hij het doet, krijgen zijn woorden veel gewicht
en wordt er naar hem geluisterd. Maar westerse politici maken ook misbruik van
dit zwarte icoon, schrijft biograaf Sampson. ‘Westerse regeringen maakten
dankbaar gebruik van Mandela’s aanwezigheid ter meerdere glorie van zichzelf of
om de rassenrelaties te verbeteren. Maar krenterige onderhandelaars voelden
zich weinig geroepen in ruil daarvoor tegemoetkomend te zijn jegens een
fragiele, prille democratie. Op de wereldmarkt was er geen ruimte voor
humanitaire kwesties. Zo bleef de kloof tussen de verheerlijking van Mandela
als icoon en de hulp aan het land dat hij vertegenwoordigde bestaan.’

En zo blijft Zuid-Afrika ook in 2013 balanceren op een
slappe koord. Na Mandela komt Mbeki en na Mbeki Zuma. Maar het raciale thema
speelt nog altijd op de achtergrond, en dit keer zijn het ook de blanken die
zich door hun huidskleur benadeeld voelen. Er hangt een troebele waas over de
erfenis van Mandela. De vrees bestaat dat het heengaan van Nelson Mandela – ook
al speelde die al meer dan tien jaar geen rol meer op het voorplan – de onrust weer
kan doen groeien. Het zegt veel over het belang van de leider/de politicus/de
staatsman/de verzoener Mandela, de Mahatma Gandhi van de Generatie X.

Het slotwoord is voor Anthony Sampson: ‘Het is (…) niet
realistisch om Mandela af te schilderen als een heilige. Zelf heeft hij nooit
de pretentie gehad er een te zijn. (…) Geen enkele heilige zou in de jungle
van de Zuid-Afrikaanse politiek een halve eeuw lang hebben kunnen overleven en
vervolgens zo’n opmerkelijke gedaanteverwisseling ondergaan. Mandela is niet
vrij van menselijke zwakheden als koppigheid, trots, naïviteit en
onstuimigheid. En onder al zijn morele autoriteit en leiderschap is hij altijd
op de eerste plaats politicus gebleven.’