(Op
26 mei jl. overleed Léon Favyts. Ik vernam zijn heengaan pas vandaag via
De Standaard, waarin ethicus Freddy Mortier een hommage bracht aan de man die 29 jaar lang voorzitter was
geweest van de vzw Recht op Waardig Sterven, de vereniging die – vooral dank
zij de onverdroten inzet van Favyts en zijn echtgenote – van euthanasie een
belangrijk gespreksthema maakte. Ik ben zelf al lid van RWS sinds 1994. Ik was toen amper 35, ik was gezond van lijf en leden (nu nog altijd, trouwens), maar ik wilde
mezelf behoeden om ooit in een situatie te verzeilen waarin de kwaliteit van
mijn leven niets meer voorstelt en ik, doordat ik verzuimd had om
voorzorgsmaatregelen te treffen, mensonwaardig en in miserabele omstandigheden
naar het einde zou moeten kruipen. Begin 1998 interviewde ik de overigens zeer
aimabele, maar desondanks ook bijzonder strijdvaardige Favyts. Beter nog: ik
interviewde hem twéé keer op twee dagen, want na het eerste gesprek bleek de bandopnemer niet gefunctioneerd te hebben. Hieronder leest u de ingekorte en
lichtjes geactualiseerde versie van dat interview, dat zaterdag 28 februari
1998 onder de kop
‘Taboe of niet taboe, dat is de kwestie’ verscheen in De
Financieel-Economische Tijd. Vier jaar later, op 28 mei 2002 om heel precies
te zijn, zagen Favyts en zijn medestanders hun inspanningen grotendeels beloond, toen onder
impuls van de paars-groene regering Verhofstadt I de euthanasiewet werd
gestemd. Léon Favyts werd 71.)

De vereniging
Recht op Waardig Sterven ijvert inmiddels al dertig jaar – sedert december 1983
– voor het depenaliseren van euthanasie. Euthanasie, letterlijk: de goede dood,
mag enkel wanneer de patiënt daar in een eigenhandig ondertekende
wilsbeschikking, ook wel levenstestament genoemd, om heeft gevraagd. In het
boek Euthanasie. Van taboe tot recht bundelde Léon Favyts, van 1983 tot 2012 voorzitter-coördinator-oprichter van Recht op Waardig Sterven, een reeks
teksten over euthanasie. Die variëren van ethisch (van de professoren Hugo Van
Den Enden en Etienne Vermeersch), medisch (Aycke Smook, Jan Bernheim),
juridisch (Yvon Kenis, Josephus Jitta) en sociologisch (Luc Deliëns) tot
proefondervindelijk (verhalen van euthanasie in de eigen omgeving door bekende
en minder bekende Vlamingen). ‘Ieder van ons moet afscheid van het leven kunnen
nemen zonder nodeloze vernederingen,’ schrijft Anne Morelli, ‘en in voorkomend
geval – als hij of zij voelt dat het ogenblik is aangebroken.’ In het laatste
deel van het boek is er nog een overzicht van wetgevende initiatieven terzake.

Favyts was in
het dagelijks leven medisch afgevaardigde. De rest van zijn tijd kroop in de
vzw Recht op Waardig Sterven. In het beschermcomité van de vzw vinden we de
namen terug van bekende hoogleraren, filosofen, advocaten, dokters,
kunstenaars, journalisten én politici (o.a. Norbert De Batselier, Leona
Detiège, Fred Erdman, Mieke Vogels, Freddy Willockx).

Milde en
esthetische dood

Hoe bent u
in het euthanasiedebat verzeild geraakt?

Léon Favyts: ‘Vijftien jaar geleden (in 1983,
fvl)
zagen mijn
echtgenote en ik op de Franse televisie een reportage over de organisatie
Association pour le Droit de Mourir dans la Dignité, ADMD, in Parijs. We waren
daar zeer van onder de indruk en hebben die mensen onmiddellijk aangeschreven.
Ze meldden ons dat er een soortgelijke vereniging met dezelfde naam bestond in
België, maar die bleek helemaal niet actief in Vlaanderen. En ADMD-België heeft
mij dan gevraagd iets gelijkaardigs op te starten in het Vlaamse
landsgedeelte.’

‘Het is
helemaal niet zo dat wij iets vreselijks hadden meegemaakt in de familie,
waardoor onze interesse voor euthanasie zou zijn gewekt. Neen, we deden dat
gewoon uit intellectuele overwegingen. We zijn allemaal sterfelijk. We willen
allemaal dat de dood zo mild en zo esthetisch mogelijk komt.’

Hoe is Recht
op Waardig Sterven gegroeid?

Favyts: ‘We zijn gestart met drie mensen: mijn
vrouw en ik, en een bevriende arts. Dat moet nu eenmaal om met een vzw te
beginnen. Na vijf jaar waren we met 331 leden, na tien jaar met 1.375. Op dit
ogenblik tellen we 2.200 leden (in 2013 zijn dat er 7.000, fvl). Het is een constante, maar trage
groei. Typisch voor België, want onze Franstalige zustervereniging kent
dezelfde problemen. In het buitenland gaat het allemaal veel sneller. De
Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie heeft bijvoorbeeld meer dan
90.000 leden.’

‘De reden hiervoor?
In het buitenland zijn er verscheidene belangrijke levensbeschouwingen, bij ons
is er een monopolie van één bepaalde ideologie waarvan de hiërarchie duidelijk
geen voorstander is van onze benadering.’

Om als
drukkingsgroep mee te tellen, is het ledental belangrijk. Hoe pakt u dat in de
praktijk aan, want ik neem aan dat u met zulk delicaat onderwerp niet zomaar de
publicitaire hort op gaat?

Favyts: ‘Reclame maken voor onszelf doen we
nooit. We proberen wel informatie te verspreiden, bijvoorbeeld via ons
ledenblad of via info-brochures voor Vlaamse artsen. Er is ook dat
beschermcomité met meer dan 100 namen dat goed werk levert. We hebben
petitielijsten verstuurd naar de ministers van justitie en volksgezondheid. We
hebben brieven geschreven naar de partijvoorzitters. We hebben inlassingen
geplaatst in kranten en tijdschriften. Teveel om op te noemen. Sensibilisering
gebeurt ook via lezingen en informatie-avonden.’

Maatschappelijke
controle

U noemt
euthanasie ‘de ultieme uiting van menselijke solidariteit’. Gaat het hier dan
niet om een strikt persoonlijke beslissing door één mens?

Favyts: ‘Ja, maar hij kan die beslissing niet
zelf mild uitvoeren. Elke mens beschikt inderdaad over een wilsautonomie. Hij
kan overgaan tot zelfdoding, maar dat is een gewelddadig iets. Overigens mag
dat volgens de wet. Zelfdoding is niet strafbaar, hulp bij zelfdoding dus
evenmin. Maar het is meestal een bloederige affaire en het belast de
nabestaanden.’

‘Wij vinden
medische hulp verantwoord, als het tenminste gebeurt door een geïnformeerde
arts en bij een geïnformeerde patiënt, die zijn wens kenbaar heeft gemaakt en
desnoods nog eens bevestigt. Euthanasie op verantwoorde wijze plegen, geschiedt
in twee stappen. Eerste stap: het induceren van een comateuze toestand. Tweede
stap: ná intreden van de coma het toedienen van een curare derivaat dat voor
een onmiddellijke hartstilstand en spierverslapping zorgt. Dat is de milde dood
die wij voor ogen hebben.’

Euthanasie
is geen eenduidig begrip, er bestaan uiteenlopende interpretaties. Zoals u het
definieert is het dus uitsluitend de patiënt zelf die in zijn levenstestament
de mogelijkheid van euthanasie laat opnemen.

Favyts: ‘Het is nooit de familie, de arts of
een priester die mag beslissen. Dat zijn allemaal valse inhouden van de term
‘euthanasie’. Onze tegenstanders gebruiken die begripsverwarring maar al te
graag om de discussie in verkeerde banen te leiden. Euthanasie is voor ons een
opzettelijk levensbeëindigend handelen door een andere dan de betrokkene, maar
wel op diens verzoek. Opzettelijk: het is dus geen zelfdoding. Handelen: het is
actief. Op diens verzoek: het gebeurt geïnformeerd en vrijwillig. Het hoeft
helemaal niet in een terminale fase van een ziekte te gebeuren, al komt het
daar meestal wel op neer.’

‘Aansluitend
bij de vorige bepaling is er de ‘medische hulp bij zelfdoding’. In dat geval
hoeft men niet terminaal te zijn. Ik denk aan gevallen van tetraplegie en
quadriplegie, mensen die totaal verlamd zijn, zichzelf niet meer kunnen
behelpen en gevraagd hebben om medische hulp bij de zelfdoding.’

‘En dan zijn er
nog de medische beslissingen rond het leven. Hierbij gaat het om opzettelijk
levensbeëindigend handelen zonder dat de patiënt hierom verzocht heeft. Dat is
noch euthanasie, noch hulp bij zelfdoding, maar een beslissing van de dokter of
van derden. Bijvoorbeeld bij pasgeborenen met een handicap, dementerende
ouderen of patiënten met een persisterende vegetatieve status. Soms is een arts
bereid tot die soort van hulpverlening, maar dat is dus duidelijk niet óns
werkterrein.’

Tegenstanders
van euthanasie werpen op dat legalisering zal leiden tot misbruiken op het
terrein.

Favyts: ‘Dat is wat er nú (in 1998, fvl) gebeurt. Omdat er geen
maatschappelijke controle is. Alles gebeurt in het geniep. Vandaag zijn het de
artsen die beslissen, het wordt zelfs niet aan de familie medegedeeld. Ik vind
dat ongezond. Ten eerste, omdat de samenleving hier geen vat op heeft. Ten
tweede, omdat de arts geen bescherming heeft. Als het uitlekt, hangt hij.
Daarom precies moet de wet gewijzigd worden en moet euthanasie gedepenaliseerd
worden.’

‘Wij willen
enkele voorzorgsmaatregelen laten inbouwen via een zorgvuldigheidscontrole. Zo
moet het gaan om een weloverwogen en duurzaam doodsverlangen, goed geïnformeerd
en niet herroepen. Het lijden moet ondraaglijk zijn, fysiek of psychisch. Dus:
niet noodzakelijk in een terminale fase. Ter bescherming van de patiënt en de
arts moet deze laatste een collega raadplegen, de zogenaamde ‘tweede consult’.
Een goede verslaggeving van de besluitvorming en de uitvoering is belangrijk
voor de maatschappelijke controle. Desgewenst informeert de arts de familie. En
tenslotte gebruikt hij een effectief euthanaticum in de juiste dosering.’

Historisch
unicum

Hoe
belangrijk is het voor uw vereniging dat de Senaat vorig jaar (1997) het
euthanasiedebat heeft aangevat?

Favyts: ‘Kijk, in de vijftien jaar dat we nu
actief zijn, zijn er zeven wetsvoorstellen inzake euthanasie opgesteld. Geen
enkele van die voorstellen is ooit besproken geweest, noch in de Kamer, noch in
de Senaat. Dat de problematiek nu wel besproken werd, is dus een historisch
unicum. Belangrijk is ook dat de discussie sereen is verlopen. Dat euthanasie
ter sprake zal komen in een commissie is eveneens positief. Aan ons om zoveel
mogelijk mandatarissen ervan te overtuigen dat ons voorstel voor depenalisering
het beste is. Dat moet kunnen, gezien de partij-standpunten van SP, PS, VLD,
Agalev en Ecolo.’

Uit een
enquête blijkt dat 83% van de Belgen euthanasie wil depenaliseren. U heeft dus
de bevolking mee.

Favyts: ‘Dat is een belangrijk gegeven. Ook een
meerderheid van de artsen is voor: 54 procent. Het verschil tussen die 83 en
die 54 procent is makkelijk te verklaren. De 83 zijn er theoretisch voor, maar
de 54 moeten het doen. Voor een arts is en blijft het enorm belastend, het
druist in tegen zijn medische opleiding. Toch is het een duidelijke indicatie
dat een meerderheid al voor euthanasie gewonnen is. Bovendien is bij het
abortusdebat al gebleken, dat de artsen eerst tamelijk negatief stonden
tegenover het fenomeen, maar dat ze na de legalisering ervan opgelucht waren
dat ze het eindelijk konden erkennen. Ik vermoed dat dat ook het geval zal zijn
bij euthanasie, wat de woordvoerders van het medisch korps intussen ook mogen
beweren.’

Wachten op
een wet

In het
regeerakkoord van de federale regering-Dehaene II (1995-1999) staat dat er niet over ethische kwesties
zal worden gepraat. De CVP zit nog altijd in de maag met de wisselmeerderheid
die ontstond ten tijde van de abortuskwestie. U zult dus nog wat geduld moeten
uitoefenen.

Favyts: ‘Ach, we zijn nu al bijna vijftien jaar
bezig met deze strijd over de wilsautonomie van de patiënt. Misschien is het
beter dat we nog een paar jaar wachten om een degelijke wet te krijgen, dan dat
we nu in ijltempo achter de CVP aanhollen om een slechte wet te bekomen.’

Dan moet u
hopen op een regering zonder de CVP, tenzij die partij een bocht zou maken.

Favyts: ‘De CVP heeft al een paar bochten
gemaakt! Totnogtoe mocht er over ethische kwesties niet gesproken worden, maar
ze hebben in feite heel fijn, heel tactisch, heel strategisch, heel verstandig,
toch beslist om er over te praten. Alleen houden ze het bij een reactionair
standpunt, wat in de praktijk neer zou komen op een betonnering van de situatie
voor de komende vijftig jaar. Dat willen wij vermijden.’

Anderzijds:
u kunt toch niet eeuwig blijven wachten?

Favyts: ‘Nee, want mensen die momenteel met een
acute noodsituatie geconfronteerd worden en hulp vragen, blijven in de kou staan.
Toch staan we hen nu al bij. Door hen een wilsbeschikking te laten opstellen,
bijvoorbeeld. In die wilsbeschikking geven mensen aan dat ze overdreven
therapeutische hardnekkigheid weigeren en vragen ze om passieve euthanasie, dit
wil zeggen dat de natuur zijn werk zou mogen doen, maar dat de pijnbestrijding
optimaal blijft. Als je dat tweede extensief benadert, kom je bij actieve
euthanasie. Mensen kunnen ook apart laten vermelden dat ze geen reanimatie
willen in het geval van een mislukte poging tot zelfdoding.’

‘Die
wilsbeschikking bestaat in vier exemplaren: één voor de persoon zelf, één voor
de behandelende arts, één om bij het ziekenboekje te bewaren en één voor onze
administratie, om hen eventueel in laatste instantie te kunnen bijstaan. De
tekst is opgemaakt in vijf talen: Nederlands, Frans, Engels, Duits en Spaans.
Jaarlijks wordt die wilsbeschikking bevestigd, zodat de arts zich niet kan
verschuilen achter het argument dat de patiënt vroeger wel voor euthanasie was,
maar nu niet meer.’

‘Daarnaast is
er nog de Handleiding voor de Vrijwillige Milde Dood. Daar maken we principieel geen
publiciteit rond. Alleen leden kunnen, na een wachttijd van zes maanden, een
exemplaar ontvangen. In die handleiding staat een lijst van geneesmiddelen die
als euthanaticum kunnen gebruikt worden, met hun commerciële benaming, de
samenstelling, de verpakking en de lethale dosis. Eén zinnetje in die
handleiding is voor ons cruciaal. ‘Een weloverwogen beoordeling ligt aan de
basis van onze overtuiging dat we deze brochure toch moesten publiceren: de
grote waarschijnlijkheid dat deze informatie meer leed kan voorkomen dan ze
misbruiken zou kunnen veroorzaken’. Wie over deze informatie beschikt, voelt
zich sereen. Heel dikwijls stelt zo iemand de dood uit. Men weet dat men zichzelf
kan behelpen, dus gaat men minder overhaast te werk. Heel wat mensen sterven
met de lethale middelen onaangeroerd op het nachtkastje.’

Struisvogelpolitiek

Zo’n
wilsbeschikking houdt wel in dat mensen lang vooraf met hun levenseinde moeten
bezig zijn.

Favyts: ‘Wij zeggen altijd: je kan er beter
tien jaar te vroeg mee bezig zijn, dan één dag te laat. Want dan is het te
laat. Mensen schuiven het voor zich uit, ze doen aan struisvogelpolitiek. Ze
moeten leren rekening houden met hun eigen sterfelijkheid.’

Gebeurt het
dat iemand die een wilsbeschikking heeft opgesteld, in het aanzicht van de dood
van mening verandert?

Favyts: ‘O ja, en da’s ook normaal. Ik vind dat
heel geruststellend voor de mensen. Sommige mensen vrezen dat de dokter hen
niet meer zal behandelen, wanneer ze zo’n levenstestament hebben opgesteld,
maar dat is niet juist. De dokter zal altíjd blijven behandelen. Bovendien is
de verbale wil relevant. Zolang men het kan zeggen of op een andere manier
duidelijk maken, kan men de wilsbeschikking herroepen.’

Waarom laat
u in het boek maar één klok luiden? Ware het niet beter geweest om het debat
open te trekken en de keuze aan de lezer te laten?

Favyts: ‘In het senaatsdebat heeft men de
verschillende standpunten gehoord. Onze tegenstanders hebben reeds véle boeken
gepleegd om euthanasie aan te klagen. Waarom zouden wij nu, met onze karige
middelen, een boek publiceren waarin onze tegenstanders nogmaals aan bod zouden
komen? Dit boek is intentioneel opgezet door voorstanders van depenalisering van
euthanasie. In onze bibliografie vermelden we trouwens ook boeken van onze
tegenstanders. Ik denk niet dat zij zo fair zullen zijn.’

Léon Favyts
(red.) – Euthanasie. Van taboe tot recht – 1998, EPO, Berchem-Antwerpen, 263 blz., ISBN
90-6445-051-X.

Voor
informatie over de vzw Recht op Waardig Sterven kunt u terecht op het nummer
03/272.51.63, op het secretariaat in de Lange Gasthuisstraat 45 in 2000 Antwerpen of op de website
www.rws.be/web.