(Deze bijdrage verscheen eerder op de website Extrasport.be.)

Bayern München won afgelopen zaterdag zijn derde grote trofee van het
seizoen 2012/2013. In de finale van de DfB Pokal werd VfB Stuttgart verslagen
met 3-2. Voordien waren er al de titel in de Bundesliga en winst in de
Champions League voor Bayern. En dus mag de club die ooit smalend FC Hollywood
werd genoemd nu als eerste Duitse team ooit de ‘treble’ vieren: winst in het
eigen landskampioenschap, het nationale bekertoernooi en de Champions League
(vóór 1992 de Europabeker voor Landskampioenen geheten). Daarmee is Bayern nog
maar de zevende club uit de voetbalgeschiedenis die daarin slaagt.

Opmerkelijk is dat de drie succesrijkste teams in de
Europacup I-historiek – Real Madrid, AC Milan en Liverpool – er nooit in
geslaagd zijn zulke drievoudige triomf te vieren in één seizoen. Andere
combinaties met drie trofeeën in één seizoen komen bij die clubs wel voor, maar
dat heeft ongeveer dezelfde waarde als een speler die drie keer scoort in één
wedstrijd, maar niet in dezelfde speelhelft en niet ononderbroken: dat is een
hattrick van den Aldi, de kenners
lachen dat weg. Al tellen die goals net zo goed, natuurlijk, net zoals een
trofee een trofee is, zeker voor de op succes beluste supporters.

Real Madrid slaagde er overigens wel in om tussen mei 2002
en mei 2003 vier trofeeën te winnen: de Champions League, de UEFA Super Cup,
het WK voor clubs en de Spaanse titel, allemaal in één jaar. Knap, maar minder
straf dan wat aartsrivaal FC Barcelona presteerde tussen mei 2009 en mei 2010.
Zeven trofeeën: Spaanse titel, Copa del Rey, Champions League, de Spaanse
Supercopa, UEFA Super Cup, WK voor clubs en opnieuw Spaanse titel. In het kalenderjaar
2009 wonnen Pep Guardiola en zijn mannen alles wat er te winnen viel, zes
bekers, een ongenaakbare prestatie.

Jimmy & Johan
(& Eric)

Dat Celtic Glasgow een patent heeft op de Schotse titel en
beker hoeft niet te verwonderen. In Schotland heeft het altijd gedraaid om de twee
clubs uit Glasgow: de katholieken van Celtic en de protestanten van Rangers.
Heel af en toe was er een lachende derde die Aberdeen, Kilmarnock of FC Dundee
heette, Voor de vier titels van Hibernian en Heart of Midlothian moeten we al
meer dan vijftig jaar terug in de tijd. De titel en de beker die Celtic dit
seizoen behaalde, voor het eerst zonder concurrentie van de eeuwige aartsrivaal,
waren respectievelijk de 44ste en de 36ste uit de clubgeschiedenis.

In 1967 werd Celtic het eerste Britse team dat de beker met
de grote oren won. De underdog haalde het in Lissabon van Internazionale, het
vervloekte Inter Milaan van het door haar Argentijnse succestrainer Helenio
Herrera geïntroduceerde, verderfelijke catenaccio. De Celtic-vedette van toen was de
22-jarige Jimmy Johnstone, bijgenaamd de ‘vlo’ (jawel, één van de bijnamen die
Lionel Messi vandaag ook heeft). Een 1m57 kleine, vinnige, aalvlugge, rosse
rechtsbuiten die zijn rechtstreekse tegenstander in de vernieling dribbelde,
gemeten voorzetten trapte en ook zelf geregeld een bal tegen de touwen joeg.

De legendarische Inter-verdediger Giacinto Facchetti had een
verkoudheid na die finale, van de ontelbare keren dat Johnstone hem voorbij
zoefde. Het elftal van Celtic, dat volledig was samengesteld uit voetballers
uit eigen streek, won met 2-1, nadat het al vroeg in de wedstrijd op achterstand was gekomen.
Maar het team in dat prachtige shirt met die horizontale groene en witte
strepen trok massaal ten aanval, duwde Inter terug in het eigen
strafschopgebied en scoorde twee keer met afstandsschoten. De pers bedacht hen bij
hun triomfantelijke terugkeer met de heroïsche bijnaam ‘Lisbon Lions’.

Het bleef bij die ene Schotse eindzege in Europacup I. Drie
jaar later verloor Celtic de finale van Feyenoord. In de periode 1965-1974 won
het wel negen keer op rij de Schotse titel. Toch speelde dribbelkont Johnstone
slechts 23 interlands. De vlo kon het niet hebben dat hij door de supporters
van andere Schotse teams werd uitgejouwd en hield het al snel voor bekeken als
international. Naast het veld was Johnstone een levensgenieter, al verliep zijn
leven lang niet zo liederlijk als dat van zijn Noord-Ierse tegenhanger George
Best. Toch werd hij maar 61: hij overleed in 2006 aan de gevolgen van de ongeneeslijke
spierziekte ALS.

Spelers die een haat/liefde-verhouding hebben met hun
nationale team, het brengt ons naadloos bij Johan Cruijff, de sterspeler van
het Ajax Amsterdam dat in 1972 de treble won. In de finale van Europacup I
was… Internazionale alweer slachtoffer met dienst. Cruijff scoorde beide
doelpunten in de Rotterdamse Kuip. Inter speelde nog altijd ultradefensief, maar
werd door het totaalvoetbal van de Amsterdammers overrompeld.

Heeft Celtic 80 Schotse trofeeën in de etalagekast staan,
dan blijft dit bij Ajax ‘beperkt’ tot vijftig, maar dat zijn er nog altijd
twintig meer dan PSV Eindhoven. En zo maken we een sprong van 1972 naar 1988. Toen
behaalde de Philips’ Sportvereeniging de gegeerde treble. De finale van de
Europabeker voor Landskampioenen in Stuttgart, tegen Benfica Lissabon, was een
draak van een wedstrijd. Nul-nul, zes-vijf met strafschoppen. En zo mocht Eric
Gerets als allereerste Belg de trofee in de hoogte steken, als aanvoerder van
het elftal nog wel.

Ferguson &
Guardiola & Mourinho

Eén Schots en twee Nederlandse teams waren er in de eerste
drieëenveertig seizoenen Europacup I in geslaagd om de treble binnen te rijven.
Met alle respect: knappe prestatie, maar kleine voetballanden. Het was wachten
tot 1999 en Manchester United voor er een treble te vieren viel in een grote
voetbalnatie. Al scheelde het maar een haar. In de competitie telde United één
luttel punt meer dan Arsenal, dat drie speeldagen van het einde nog op kop
stond. In de FA Cup ging het makkelijker: 2-0 winst op Wembley tegen Newcastle.
En hoe het de Mancunians in de finale van de Champions League verging is alle
voetballiefhebbers bijgebleven. Tegen Bayern München stond het na negentig
minuten in Camp Nou 0-1. Maar in de toegevoegde tijd zorgden Sheringham en
Solskjaer voor de op één na meest opzienbarende ontknoping uit de moderne
voetbaltijden (op nummer één staat uiteraard voor eeuwig en een dag Antwerp-Vitosja
Sofia!). De ultieme bekroning voor Sir Alex Ferguson, op dat moment een vlotte
vijftiger.

Weer was het tien jaar wachten op een nieuwe treble. FC
Barcelona was de gelukkige in dat wonderjaar 2009. Trainer Pep Guardiola vuurde zijn
team aan in de eindstrijd tegen… Manchester United. In Rome werd het 2-0,
onder meer via een zeldzame kopbalgoal van Lionel Messi. Het andere
Barça-doelpunt werd al vroeg in de match gemaakt door Samuel Eto’o.

Diezelfde Eto’o brengt ons naar de volgende treble, een jaar
nadien. De Kameroener had het rood-blauwe gestreepte shirt van FC Barcelona
inmiddels ingeruild voor de vertikale blauwe en zwarte strepen van Inter, dat
werd geleid door José Mourinho. In het systeem van Mourinho, een moderne
variant op het catenaccio van Herrera, werd spits Eto’o gedwongen om zo vaak
mee te verdedigen dat hij meer op een tweede rechtsachter dan op een
vleugelaanvaller leek. In de halve finale had Inter topfavoriet Barcelona al
uitgeschakeld op die destructieve manier en in de finale tegen Bayern speelde
het ook zeer afwachtend. Twee flitsen van Diego Milito volstonden voor de zege.

Cero cero cero cero
cero cero coma cinco

Van Jimmy ‘de vlo’ Johnstone en Johan ‘de verlosser’
Cruijff, voetbalkunstenaars die onnavolgbare bewegingen boetseerden met het leer
aan hun voeten gekleefd en die hun team hielpen winnen van Inter, gingen we
via de tussenstap PSV (Eric Gerets!) naar het fijne gezelschap
Ferguson-Guardiola-Mourinho. Man. United won de treble in 1999 en was vervolgens
de speelbal van Barcelona in 2009. Samuel Eto’o was een belangrijke schakel
voor zowel Barcelona (2009) als Inter (2010). En nu is er het Bayern van afscheidnemend coach
Jupp Heynckes, dat drie jaar geleden nog de treble misliep tegen… Inter. De internationale voetbaltop, het is een kleine wereld!

De kans dat een Schotse of Nederlandse club ooit nog de
treble wint, is bijna onbestaande. De kans dat een Belgisch team daar ooit in
slaagt hoeft niet eens berekend te worden, wegens nog veel geringer dan de ‘cero
cero cero cero cero cero coma cinco’ van Alberto Contador. Neen, als u een gokje
wil wagen op wie volgend seizoen mogelijk de treble wint, houdt u het best bij
de usual suspects: Manchester United,
Manchester City of Chelsea, Barcelona of Real Madrid, en Bayern München.

Vooral in Madrid moet het toch steken dat de witte armada nooit
de drie belangrijkste trofeeën in één seizoen heeft gewonnen, terwijl veel
mindere Europese goden daar wel in slaagden. De pas voor vier jaar herverkozen
voorzitter Florentino Pérez weet wat hem te doen staat. Gelukkig blijft voetbal
onvoorspelbaar en zijn het niet altijd de big
spenders
die aan het eind de beker in de lucht mogen steken.