Voetbal was deze week een belangrijk gespreksonderwerp en
dit keer niet alleen bij de voetballiefhebbers. Eerst was er de gewelddadige
dood van een Nederlandse grensrechter, daarna de Panorama-reportage over
zwartgeld in het Belgische voetbal. Allerlei stemmen gingen op, niet altijd
gaven ze blijk van veel zin voor nuance of kennis van zaken.

De voetbalbond en de Pro League waren er als de kippen bij
om maatregelen aan te kondigen. Een zevenpuntenplan om de fraude aan te pakken,
met onder meer een licentiesysteem voor derde en vierde klasse, en strengere
fiscale controles in de hogere afdelingen. Een plan is maar iets waard wanneer
het in daden wordt omgezet, maar positief is alleszins dat de voetbalbonzen
zich niet verschuilen achter dooddoeners als ”t Is allemaal overdreven’, ‘Men
laat alleen de negatieve kanten zien’ of ‘Met anonieme getuigen kunnen we niets
aan.’ Of de favoriete uitspraak van ex-bondsvoorzitter D’Hooghe: ‘Wij zijn de
grootste sociale beweging van het land.’

Met Steven Martens heeft de voetbalbond een manager aan de
top die van aanpakken weet. Geen ontkenningen, geen doofpotoperatie, eerlijk
toegeven dat je gechoqueerd bent en iets aan de wanpraktijken wil doen.
Hopelijk krijgt hij voldoende steun. Ook Ronny Verhelst, die ik zelf heb leren
kennen en appreciëren als een daadkrachtige en consequente man in onze
gezamenlijke periode bij Telenet, zal als nieuwe topman van de Pro League niet
nalaten om te proberen het zwarte circuit kort te sluiten.

Hoewel de getuigen nagenoeg onherkenbaar waren gemaakt, zijn
de meeste clubs die wilden meespelen in het zwartgeld-spel vrijwel onmiddellijk
na de uitzending geïdentificeerd. Vierdeklasser Excelsior Veldwezelt legt de
boeken neer. ‘De club, die ook genoemd werd in de Panorama-reportage,’ schrijft
de Sporza-website ten onrechte, want de club werd helemaal niet genoemd. Geen
enkele van de betrokken clubs trouwens. Maar ze hebben zichzelf wel herkend. Bij RC Mechelen nam een financiële
verantwoordelijke ontslag en in het geruchtencircuit wordt gemeld dat Beerschot
de eersteklasser zou zijn die het niet zo nauw nam met wit en zwart, en dat
Antwerp één van de tweedeklassers zou zijn, waar facturatie tot 80% in het
zwart zou kunnen.

Maar terug naar de dood van die grensrechter in Almere. Ook
daarover veel reacties, gissingen, “galspuwerij”. Eén van de
prominentste spuwers was Hans Vandeweghe, sportjournalist, columnist van De Standaard,
maar ook voorzitter van de Vlaamse wielerbond. (Een mens vraagt zich af waarom
Vlaanderen een aparte wielerbond vandoen heeft, maar dit geheel terzijde.)

Van Vandeweghe is bekend dat hij geen blad voor de mond
neemt. Daarvoor apprecieer ik hem ook als collega die dieper durft graven dan
wat er op het terrein gebeurt, het soort “slecht karakter” dat je
veel te weinig vindt in de idolate sportjournalistiek. ‘Voetbal is in de eerste plaats
een foute uitlaatklep voor foute lui,’ schrijft hij. Daar is een hele
argumentatie aan voorafgegaan, maar het is die oneliner die blijft hangen.

Het zinnetje dat erop volgt is echter complete nonsens.
‘Vergeet de community-werking, vergeet de mediatieke bezoeken aan klinieken en
drugshuizen.’ De columnist schuine streep wielervoorzitter gaat hier tegen hoge
snelheid uit de bocht. Want voetbalclubs kunnen wél het verschil maken met hun
community-werking. Op voorwaarde dat de verantwoordelijken vanuit de
voetbalbond en de Pro League voldoende steun (blijven) krijgen en ze binnen hun
clubs genoeg maneuvreerruimte genieten, ook financieel (en liefst niet in ‘t
zwart).

Community-werking in de ons omringende voetballanden –
Engeland op kop, maar ook in Duitsland, Nederland, Frankrijk en de
Scandinavische landen – bewijst net dat je veel kunt bereiken door hoog in te
zetten op de wisselwerking tussen de voetbalclub en de omringende
leefgemeenschap. Indien goed uitgevoerd, zorgt de community manager ervoor dat
er een betere buurtwerking komt, dat het clubbeleid wordt afgestemd op de noden
(en angsten) van de buurtbewoners, dat de lokale jongeren actief kunnen zijn in
en rond de club, en dat bestuur, spelers en supporters worden gesensibiliseerd
om zich achter belangrijke maatschappelijke acties te scharen.

Als invloedrijke stemmen als die van Vandeweghe met één
pennentrek het community-gebeuren met de grond gelijkmaken, dreigen ook
aarzelende clubbestuurders straks een excuus te hebben gevonden om de
community-werking af te bouwen. Voorzitters zijn meestal uit op het snelle
gewin en zien de community manager eerder als een zeurpiet dan als een
gewaardeerde medewerker, iemand die bovendien niet voor extra inkomsten zorgt
(wit of zwart). Slechts een handvol Belgische clubs vindt “community”
vandaag belangrijk, de rest hinkt maar wat achterna omdat er nu eenmaal
subsidies aan vasthangen en omdat de lokale politieke wereld dit van hen eist.

Een goed uitgebouwde community-werking kan en zal ervoor
zorgen dat breedmaatschappelijke problemen als racisme, kansarmoede, armoede tout court en zelfs
seksisme worden aangepakt op clubniveau. Het zal jonge voetballertjes een
geweten schoppen en volwassen spelers voor hun verantwoordelijkheid stellen. Het zal
uitgeslotenen opnieuw opnemen in de lokale samenleving. En het zal iedereen de
beginselen van fair play, op alle vlakken, meegeven. Om voormalig
sp.a-voorzitter Steve Stevaert te parafraseren: het voetbal van de toekomst zal
sociaal zijn of het zal niet zijn.