In de uitgelekte besparingsplannen van de
nieuwe Vlaamse regering zit onder meer een luikje openbare omroep. De VRT moet
het de komende vijf jaar, de legislatuur van Bourgeois I, met 27 miljoen euro
minder doen. Ach, roepen de tegenstanders van een sterke openbare omroep, dat
mag wel eens: 300 miljoen euro is ontzettend veel als dotatie. Meestal wordt
daar dan tussen haakjes ’12 miljard oude Belgische franken’ aan toegevoegd om
het nog indrukwekkender te doen klinken. En uiteraard mogen de reclame-inkomsten niet ontbreken in de optelsom.
De posten ‘radioreclame’ en ‘boodschappen van algemeen nut’ zijn samen nog eens
goed voor 70 miljoen.

Driehonderd zeventig miljoen euro, daar kan je wel een zender mee runnen, me dunkt. Vooral op de opiniepagina’s van De Standaard werd de jongste dagen geopinieerd dat het een lieve
lust was, daar dienen die pagina’s tenslotte voor. “Waarom pompen we elk jaar honderden miljoenen euro in publieke
radio en televisie, terwijl we dat niet doen voor andere media of
cultuurdragers?”, bond mijn ex-collega Luc van Doorslaer (omdat hij zo’n
fijne kerel is schrijf ik die ‘van’ op zijn verzoek zonder hoofdletter) de kat
maandag de bel aan.

Professor Marc Hooghe reageerde dinsdag:
“In landen waar de openbare omroep zwak staat, is de politieke kennis van
de bevolking beperkter, is er meer politiek wantrouwen en krijgen populistische
en racistische partijen meer kansen.” Het kwam hem op hoongelach en hevige
kritiek te staan, die je kan samenvatten in één vraag: brengt VTM dan geen
volwaardig nieuws misschien, meneer de professor?

Vandaag is er de onvermijdelijke Cas Goossens
om zijn al even onvermijdelijke adagium “To make good programmes popular
and popular programmes good” nog eens vanonder het stof te halen, wat voor hem de hoofdopdracht van een openbare omroep is. Goossens was
twintig jaar lang redactiesecretaris en rechterhand van toenmalig
administrateur-generaal Paul Vandenbussche, in de tijd dat de VRT nog BRT
heette, de grote baas van dat machtige instituut nog niet CEO werd genoemd en
de man aan de top een partijkaart had, zeer gezagsgetrouw was en danste naar het pijpen van het CVP-partijbureau.
Tussen 1986 en 1996 was Goossens zelf administrateur-generaal, al kennen de
meesten hem vooral als personage in Het
Leugenpaleis
. Hij kent de VRT dus, heeft bij wijze van spreken dat spuuglelijke gebouw aan de Reyerslaan steen per steen gebouwd. Hij mag er een mening over hebben.

Vanuit de top van de VRT zelf werd er vooralsnog niet
gecommuniceerd, alleen voorzitter van de raad van bestuur Luc Van den Brande reageerde op zijn Vandenbrandes: enerzijds, anderzijds, ja, neen, en verwacht vooral geen helder antwoord. Alleen de vakbonden roerden zich: er werd nog net niet gedreigd
met acties. En de ACOD-VRT voerde terecht aan dat de huidige vijfjarige
beheersovereenkomst (2011-2016) nog tweeëneenhalf jaar doorloopt. Nu financieel
ingrijpen zou neerkomen op contractbreuk. Heeft u dat genoteerd, meneer de minister-president en meneer de minister van cultuur en media?

***

Is er op de VRT te veel entertainment te zien?
Werkt de VRT marktverstorend? Zou het Vlaamse audio-visuele medialandschap met
een zwakke of zelfs afwezige VRT de onwetendheid van de bevolking vergroten? Is
de VRT nodig? Moet de VRT inleveren wanneer andere geledingen van de Vlaamse
samenleving dat ook moeten doen?

Zoek niet naar de antwoorden: ’t is vijf keer
volmondig ‘Ja!’.

Decennialang wilde de monopolistische
Belgische Radio en Televisie het Vlaamsche volk slimmer maken. Geen geweten
schoppen, dat mocht dan weer niet van de CVP. Maar wel aan volksverheffing
doen. Met als gevolg dat die Vlaming op de duur massaal overliep naar den Ollander, waar hij wel kon kijken naar vluchtig entertainment als Eén van de Acht of De Berend
Boudewijn Quiz
. (Of de Barend Servet
Show
, maar dat was dan voor de geniepigaards). In 1996 kwam er een nieuwe
wind: weg met de BRTN die veel te weinig Vlamingen beroerde, er moesten
toegankelijkere programma’s gemaakt worden en er werden streefcijfers opgelegd.
Onder nieuwe CEO Bert De Graeve en adviseur Aimé Van Hecke ging de BRTN
verbreden en verbreden en verbreden en… De naam werd VRT, VTM werd
cijfermatig geklopt en het accent werd verlegd naar verbreding (of heb ik dat
al gezegd?). Ja, er is vandaag te weinig evenwicht tussen informatie, educatie
en recreatie, de drie pijlers uit de initiële opdracht van de openbare omroep.

Natuurlijk haalt de VRT geld uit de markt, dat
misschien anders naar de anderen zou gaan, de commerciëlen. Al is dat nooit
echt bewezen: een adverteerder die al actief is op VTM en VIER zal daarom niet
meer gaan uitgeven bij die zenders, als de reclame op de VRT helemaal verboden
zou worden. Anderzijds biedt het de VRT wel meer mogelijkheden. Zeventig miljoen euro meer, om precies te zijn. Ja, de VRT
werkt gedeeltelijk marktverstorend.

Ik ben ervan overtuigd dat zonder sterke,
relevante VRT, met een nieuwsdienst die ze ons in het buitenland benijden, de
concurrentie minder inspanningen zou doen om zelf ook kwalitatieve
nieuwsuitzendingen te blijven maken. Zonder VRT zou die concurrentie zich zelfs
tot het uiterste minimum beperken. Nieuws en duiding brengen geen centen in het
laatje: de uitzendingen mogen niet onderbroken worden voor reclame, er is veel
personeel voor nodig om de programma’s te maken, op de uren dat er nu nieuws en
duiding zit kunnen er geen goedkopere en wellicht zelfs populairdere formats
worden geprogrammeerd. Waarom zouden VTM en, in veel mindere mate, VIER nog
investeren in duur nieuws, als de VRT er niet meer zou zijn of een nichezender
zou zijn geworden? Ja, een zwakke VRT zou ook betekenen dat de burger minder
geïnformeerd is en wantrouwiger zou staan tegenover politiek, om maar iets te
noemen.

Als het aan Open VLD’er Bart Tommelein ligt, mag de VRT
flink inkrimpen, en dan mogen we nog blij zijn dat eeuwige VRT-criticus Carl Decaluwé zich een paar jaar geleden heeft teruggetrokken in het West-Vlaamse gouverneurshuis of we zouden ook uit die hoek krimpscenario’s te horen krijgen. Anderen zullen in stilte hopen op een uitdoofscenario. Het
doet me denken aan de jaren vóór de commerciële televisie, toen ik nog bevlogen
(maar absoluut niet meer te lezen!) teksten pleegde tégen de komst van de
commercie op radio en tv, al was het maar om Dirk Verhofstadts Het einde van het BRT monopolie te
counteren. Nu lach ik daar, in het beste geval, even mee, want die verloedering
is er zeer zeker niet gekomen. Een beetje verkleutering, ja, dat wel. Maar
zonder VRT zou het allemaal nog veel banaler en platter worden. Ja, de VRT
blijft nodig.

De dotatie van de Vlaamse openbare omroep is
zeer hoog, zegt men. ‘Men’ zou eens moeten vergelijken met andere openbare
omroepen: niet de absolute getallen, maar de relatieve. Hoeveel krijgt de VRT
per Vlaming om radio, televisie en andere media te maken? Blijkt dat de VRT niet eens in
de Europese Top 10 staat. Zelf pleit ik al sinds begin jaren tachtig voor een
hógere dotatie, geen lagere. En schrap dan gerust die reclame-inkomsten, zodat
de concurrentie niet meer kan zeuren over verstoring van de markt. Alleen: ‘t
is crisis. Bourgeois en kornuiten moeten op vijf jaar tijd 8 miljard euro
beknibbelen op de begroting. Ja, dan zal ook de VRT maar moeten inleveren zeker?

***

De openbare en commerciële omroepen hebben
elkaar nodig. Om elkaar beter, scherper, alerter te maken. Om de Vlaamse
beeldindustrie te stimuleren. Om een gevecht te leveren voor de kijker, waar
die kijker zelf beter van wordt. (Niet altijd, jammer genoeg, maar ik ben er zeker
van dat er zonder die concurrentie veel minder goede programma’s zouden worden
gemaakt.)

Zonder de VRT zou met name VTM minder actief
zijn in de actualiteitsbranche. Programma’s zouden goedkoper worden, in beide
opzichten van dat woord. De VTM-nieuwsdienst zou uit een handvol reporters
bestaan, die zich zouden toeleggen op faits
divers
en andere familiedrama’s. Het buitenland zou het verre buitenland
zijn, alleen goed om in oorlogstijden mee bezig te zijn. Goedkope buitenlandse
formats zouden het altijd halen op duurdere voorstellen uit eigen streek.

Zonder de VTM zou de VRT nog altijd hermetisch
bezig zijn, met het verkeerde idee dat volksverheffing gelijk staat aan
moeilijk doen en de kijker/luisteraar zoveel mogelijk negeren. In Het Journaal zouden nog altijd
ellenlange brokken interviews met zelfgenoegzame politici zitten die hun
verhaal klakkeloos mogen afdreunen, alleen af en toe onderbroken door een
zeldzaam kritische journalist (die dan prompt de banbliksems van de
partijbureaus over zich heen zou krijgen, wegens té scherp of net niet scherp
genoeg). De kijkcijfers zouden één keer per maand bekeken worden en dan met
veel dédain in de prullenmand gesmeten.

De VRT en de VTM hebben elkaar nodig, al geven
ze dat liefst niet in het openbaar toe. Er is vaak stevige kritiek op de
uitzendingen op onze radio- en televisiezenders, niet zelden is die ook
volkomen terecht (het kan allemaal nog zoveel beter!), maar zonder de huidige
concurrentie zouden we er veel erger aan toe zijn. We zouden ofwel overstelpt
worden met het allerplatste entertainment, ofwel met zijn allen naar den Ollander kijken.

Laten we die zegeningen koesteren en hopen dat
het straks nog meevalt met die besparingsrage.