Als Anderlecht vanavond wint van Lokeren, dat zelf niets
meer te winnen of te verliezen heeft, en Zulte Waregem-Club Brugge eindigt op
een gelijkspel, dan mogen de paarswitten uit Brussel op één speeldag van het
einde van de play-offs voor de tweeëndertigste keer een landstitel vieren. Dat
is bepaald indrukwekkend, vooral omdat les
mauves-et-blancs
pas in 1947 voor het eerst kampioen werden.

Als Anderlecht niet wint of er is wel een winnaar in Zulte
Waregem-Club Brugge dan zal het kampioenschap 2012/2013 pas op de allerlaatste
speeldag beslist worden, wanneer Anderlecht Zulte Waregem ontvangt en Club
Brugge op eigen veld RC Genk bekampt. Wat ook het scenario wordt: spanning
troef in de Jupiler Pro League.

Dat is goed voor de Pro League, de tv-rechtenhouders, de
andere media, de supporters van de club die op dat ogenblik niet op de eerste
plaats staat, de neutrale voetballiefhebber en de kassa van de thuisspelende
clubs. Even leken we zelfs op weg naar een competitieslot met nog vijf
titelkandidaten, het zijn er na de vorige speeldag uiteindelijk drie geworden.

Het hele play-offgedoe krijgt nu zelfs uit ‘onverdachte’
hoek steun, net omdat het momenteel zo spannend is. Bij dit alles zijn de
meeste waarnemers zomaar geneigd om één belangrijk aspect met de mantel der
liefde te bedekken: het systeem deugt van geen kanten!

Het play-offsysteem

Filip Joos, die ik als voetbalcommentator en -kenner hoog
heb zitten en wiens media-carrière ik van nabij volg omdat ik nu eenmaal in
mijn hoedanigheid van hoofdredacteur sport op de VRT het genoegen heb gesmaakt
om hem een tiental jaar geleden als commentator te hebben mogen lanceren,
schreef vorige week woensdag in één van zijn doorgaans zeer lezenswaardige
columns in De Morgen een lofzang op
het play-offsysteem.

Eerst geeft ie toe dat hij het aanvankelijk maar niets vond,
omdat ‘een kat er haar jongen niet in terugvond’, maar ‘het was even wennen,
meer niet’. Amper twee paragrafen verder is hij al fan. Niet omdat het ‘over de
hele lijn zaligmakend’ zou zijn, maar omdat deze formule ‘oprecht beter en
boeiender dan de oude’ is. ‘En echt niet oneerlijker,’ voegt Joos er nog aan
toe. Het is een mening, maar wel
eentje die zwaarder weegt dan een andere omdat ze wordt geuit door een eminent
voetballiefhebber, waardoor ze bijna de status van de mening krijgt. Dus permitteer ik me even om er tegenin te gaan.

De play-offs zijn relatief nieuw: ze werden in ons land ingevoerd vanaf
het seizoen 2009/2010. We zijn momenteel dus toe aan de vierde editie. De
bedoeling is duidelijk: ervoor zorgen dat de competitie een boeiend slot
krijgt, dat de zes hoogst geplaatste teams een onderlinge mini-competitie
spelen waardoor ze – door de opeenvolging van ‘top’wedstrijden en de hogere
toeschouwersaantallen – ook gegarandeerd meer inkomsten genereren en dat de
tv-rechtenhouders en andere media tot op het laatst zeker zijn van spanning en
publieke belangstelling. Het opzet is, kortom, in de eerste plaats commercieel.

In de voorbije drie seizoenen eindigde Anderlecht telkens
als eerste na de ‘reguliere’ competitie over dertig speeldagen. In 2010 en 2012
werden ze ook daadwerkelijk kampioen, in 2011 kon RC Genk de Brusselaars nog
voorbij steken.

Play-off 1

Het enige onderdeel van het play-offsysteem dat er werkelijk
toe doet, laten we wel wezen. De nummers één tot en met zes mogen na dertig speeldagen deelnemen
aan een mini-competitie met tien speeldagen. Bij de start daarvan wordt hun
puntenaantal uit de reguliere competitie gehalveerd. Als ze daarbij uitkomen op
een halfje dan wordt er naar boven afgerond, halfjes staan nu eenmaal niet zo
mooi in een puntentabel op tv of in de krant.

Mijn grootste bezwaar is dat die halvering van de punten
fundamenteel oneerlijk is. Een club die het goed heeft gedaan in de reguliere
competitie en met ruime voorsprong op de volgende in de stand is geëindigd, kan
zo alsnog gepasseerd worden. In het seizoen 2009/2010 telde Club Brugge, dat
tweede stond, na dertig speeldagen 8 punten meer dan de derde, AA Gent. Toch
kon Gent, dank zij de halvering van de punten, Club nog passeren en de
Bruggelingen zo een plaats in de voorronde van de Champions League ontnemen.

2010/2011 was nog pijnlijker. Anderlecht stond na dertig
speeldagen eerste, met één puntje meer dan RC Genk. Standard begon aan de
play-offs als zesde, want het had 16 (zestien!) punten minder vergaard dan
Anderlecht. Na de play-offs stond Standard op een gedeelde eerste plaats met
Genk, elk met 51 punten. Genk werd kampioen omdat Standard bij de halvering van
de punten een half puntje had gewonnen, een voordeel dat ze bij die gelijke
stand kwijtspeelden. Gekker kan je ’t haast niet bedenken!

Het seizoen 2011/2012 kende minder uitschieters, zij het dat
RC Genk, vijfde na de gewone competitie met 10 punten minder dan de derde, AA
Gent, in die play-offs Gent nog inhaalde en zo barragewedstrijden om een
Europees ticket op de valreep kon vermijden.

Velen, ook Filip Joos, maken om hun standpunt te
onderstrepen meteen de sprong over de grote plas en vergelijken met de NBA.
Daar speelt men eerst een competitie over 82 wedstrijden, verdeeld over twee
divisies (West en Oost). Daarna beginnen de play-offs per divisie, waarbij de
eerste in de stand speelt tegen de achtste, de tweede tegen de zevende,
enzovoort. Wie beter is geëindigd na de reguliere competitie, geniet in een
best-of-5 systeem drie keer thuisvoordeel. En ja, het kan gebeuren dat een
lager geklasseerd team de volgende ronde haalt. Maar het grote verschil is wel
dat men vertrekt met nul punten (geen stompzinnige halvering!) en met een extra
thuiswedstrijd voor het best geklasseerde team.

Bovendien: de NBA hanteert een strikte salary cap, een maximumverloning waar de clubs niet mogen boven
komen, én tijdens de zomer hebben de teams die het laagst geklasseerd stonden
na het vorige seizoen het eerste-keuzerecht om talentvolle jongeren te
recruteren tijdens de zogeheten draft.
Gaan Anderlecht, Club Brugge en Standard toestaan dat Cercle Brugge – gesteld
dat die club zich redt -, Lierse en Waasland-Beveren komende zomer als eerste
de betere jongeren een contract mogen aanbieden? Ik dacht het niet.

Tenslotte: de NBA is een gesloten competitie. Er zijn geen
dalers. De dertig deelnemende teams weten dus dat ze commercieel en financieel
beschermd worden door het systeem. Een systeem dat ook in andere Amerikaanse
sporten wordt toegepast. Vreemd toch, de bakermat van het kapitalisme en de
vrije markt tolereert dat er in haar populairste sporten verregaande protectionistische
maatregelen worden genomen…

Play-off 2

In Play-off 2 worden de punten, raar maar waar, niet
gehalveerd. Neen, daar deelt men de acht ploegen die op plaatsen zeven tot en
met veertien eindigden netjes op in twee groepen die aan hun mini-competitie
beginnen met nul punten. De twee groepswinnaars spelen aan het eind tegen elkaar en de
winnaar daarvan mag dan weer in een dubbel duel de vierde in de eindstand van
Play-off 1 bestrijden om een ultiem Europees ticket te bemachtigen. Het is een
soort tweede zit voor voetbalclubs.

Na het seizoen 2009/2010 mocht RC Genk – dat na dertig
speeldagen slechts elfde stond – na het winnen van Play-off 2 in een
streekderby met Sint-Truiden uitmaken wie er naar de voorronde van de Europa
League mocht. Genk won dan nog ook. Dit seizoen kan die geschiedenis zich
herhalen. AA Gent, twaalfde na de reguliere competitie, zal behoudens een
voetbalmirakel Play-off 2 winnen (de heenwedstrijd op OH Leuven werd immers
met 1-4 gewonnen) en mag het over een week opnemen tegen, allicht, RC Genk of
Standard.

Stel je voor dat Gent dat duel zegevierend afsluit, wat
gezien het huidige vormpeil niet eens denkbeeldig is, dan zal het nummer twaalf
uit de stand, dat eind maart respectievelijk 21 en 16 punten minder telde dan
Genk en Standard, alsnog een Europees ticket veroveren. Eerlijk systeem? Sta me
toe dat te betwijfelen.

Play-off 3

En dan is er ook nog een competitieformule voor de kneusjes.
De vijftiende en de zestiende na de reguliere competitie spelen onderling maximaal
vijf wedstrijden om te bepalen wie er rechtstreeks degradeert en wie er de
eindronde met de periodekampioenen uit de tweede klasse moet betwisten. Geen
halvering of afschaffing van de punten hier, dat leek de bedenkers ietwat saai
en voorspelbaar. En dus vertrekt de vijftiende met drie punten voorsprong én
met een extra thuiswedstrijd in het verschiet.

Je moet als vijftiende in de stand al onwaarschijnlijk
slecht presteren om het niet te halen. Maar het kan: het overkwam Beerschot een
paar weken geleden. En zo kan de vereniging Cercle Brugge, dat 14 op 90 had
gehaald (15,5% van de punten), via de eindronde alsnog haar hachje redden. In
het land van Magritte is ook de voetbalcompetitie surrealistisch.

Pleidooi voor een kleinere
en betere voetbalcompetitie

Ik citeer Filip Joos nog even: ‘Is onze tweede klasse
oneerlijk? Want daar kan de dertiende in de stand al sinds mensenheugenis een
periodetitel pakken en via de eindronde naar de hemel van eerste klasse varen.’
Mijn antwoord: ja, dat is inderdaad niet correct. Ik ben dan ook, in de ogen
van Joos, een ‘conservatieve voetbalfanaat’ die vindt dat een reguliere
competitie volstaat. Dertig of vierendertig speeldagen en de kampioen is gekend. Simpel kan
ook. Iedereen zal het systeem begrijpen, geen gedoe met halve en hele punten,
regelmaat wordt beloond, tijdelijke positieve of negatieve vormcurves of brute
pech zullen minder invloed hebben op het eindresultaat.

Maar ik ben anderzijds dan weer ‘progressief’ genoeg om een
deel van de Amerikaanse attitude naar hier over te hevelen, door het aantal
profploegen te reduceren tot tien of twaalf en die in een gesloten competitie
drie of vier keer tegen elkaar te laten spelen. Daarvoor verwijs ik graag naar
mijn blogpost van 24 februari: ‘Pleidooi voor een kleinere en
betere voetbalcompetitie’.

Willen we een sympathieke, kleine, Europees niets
voorstellende competitie dan kan je in de eerste klasse 16 ploegen behouden of
desnoods zelfs uitbreiden tot 18. Willen we toch nog enigszins kunnen
wedijveren met de subtop van Europa, dan moeten we het sentiment laten varen,
voetbal bekijken als een economische sector en drastisch durven hervormen.

***

Ach, amateurisme heeft ook iets sympathiek, natuurlijk. En
zo blijft de Belgische eerste klasse een Mickey Mouse-competitie en verblijden
we ons met de hoopvolle prestaties van de Rode Duivels, waarvan er straks geen
enkele meer bij onze eerste klasse-clubs speelt. In het beste geval debuteren
die talenten vandaag nog in België (Courtois, Mignolet, Kompany, Fellaini, Dembele,
Witsel, Defour, De Bruyne, Benteke, Lukaku), sommigen draaien bij wijze van grote uitzondering zelfs nog enkele
seizoenen mee hier, maar in het slechtste geval verkassen ze al op zeer
jeugdige leeftijd naar het buitenland waar ze vervolgens doorbreken
(Alderweireld, Vermaelen, Vertonghen, Dembele, Hazard, Mirallas, Mertens). Dat laatste
zal ons in de toekomst nog veel vaker overkomen, als we niet ophouden met
navelstaren.

Wereldkampioen worden in Rio en geen enkele van die spelers die
actief is op de Belgische velden, het zou zomaar kunnen.