Politiek op topniveau, daar vind je meer intriges dan in het
verzamelde werk van William Shakespeare, meer kontdraaierij dan in de Moulin Rouge,
meer ego’s dan in het Antwerpse voetbal en meer gedesillusioneerden dan bij de
supporters van Antwerpse voetbalclubs. Tot een jaar of dertig geleden
wisten we dat niet. Kranten werden nog gemaakt door de bonzen van de drie ‘traditionele’
partijen en dus werd ons de achterkamertjesretoriek onthouden.

Hugo De Ridder heeft daar verandering in gebracht. Met zijn
boeken De keien van de Wetstraat
(1982), Geen winnaars in de Wetstraat
(1986), Sire, geef mij 100 dagen
(1989) en Omtrent Wilfried Martens (1991)
opende hij de ogen van de in politiek geïnteresseerde Vlaming. Plots stonden
alle netjes verborgen gehouden politieke geheimen op papier. De Vlaming lustte
er wel pap van. Maar vooral: de hoofdrolspelers wisten eindelijk hoe de vork
werkelijk aan de steel zat, met als gevolg: geknakte ego’s, gekrakeel,
politieke vriendschappen die politieke vetes werden en omgekeerd. Het Leven
Zoals Het Is, quoi. In de Wetstraat
dan toch.

***

Ivan De Vadder is al bijna twintig jaar een bevoorrechte
getuige in die Wetstraat en de omringende politieke avenues. Sinds het
verdwijnen van Siegfried Bracke – de socialistische Valère Descherp van weleer
die zich opeens geroepen voelde om achter een Vlaamse vlag te gaan aanlopen
(iedereen heeft het recht van mening te veranderen of zich te vergissen, al
moet de geschiedenis nog uitwijzen wat dan wel zijn grootste vergissing zal geweest
zijn) – is De Vadder de onbetwiste Nummer 1 als politieke commentator van de
VRT. Als zondagse hobby presenteert hij ook nog De Zevende Dag. En nu heeft hij dus drie beklijvende hoofdstukken
uit onze vaderlandse politiek van de jongste tien jaar uitgespit in De coulissen van de Wetstraat.

De komende woensdagen gaat het over de dreigende breuk van
het kartel CD&V/N-VA omwille van de aangekondigde intrede van Jean-Marie
Dedecker bij de N-VA in 2006 en de voorzitterswissel bij sp.a na de verloren
federale verkiezingen van 2007. Maar eerst nam De Vadder ons mee naar het jaar
2004. De regering-Verhofstadt II leek toen stevig in het zadel te zitten. Na
het eerste paarse experiment (aangevuld met de groenen), voelden liberalen en
sociaal-democraten zich oppermachtig genoeg om voortaan met twee politieke families te
regeren. Eén van de moeilijkste dossiers op de regeringstafel was het
migrantenstemrecht. sp.a en PS waren voor, VLD en MR waren verdeeld.

Het was ontroerend om de bevlogen tussenkomst van wijlen
Willy De Clercq, toen al 76, op het VLD-partijcongres van begin februari 2004 opnieuw
te zien. De helemaal rood aangelopen éminence
blanche
stelde een dreigend schisma vast binnen zijn partij en riep op tot
eenheid, ‘want anders kunnen we bij de regionale verkiezingen niet anders dan
verliezen!’. Vanuit het publiek waren er voordien al vlammende tussenkomsten
van Jean-Marie Dedecker en Hugo Coveliers geweest, die de partij maar wat graag
een ruk naar rechts wilden geven.

Vooraan op het podium zaten, een beetje verweesd, premier Guy Verhofstadt,
die – zonder dat zijn partijgenoten dat beseften – beloften had gedaan aan de
sociaal-democraten om het migrantenstemrecht te laten stemmen, en voorzitter
Karel De Gucht, die zoals altijd vanuit een strikte logica redeneerde,
pragmatisme en opportunisme negerend. ‘Een voorbeeldoefening in democratie,’
noemde politiek commentator Yves Desmet van De
Morgen
dat congres. Maar meer dan dat was het ook de start van het
betere koningsdrama. Met als Hollywoodiaans toemaatje de geëmotioneerde reactie
van de anders zo koele Verhofstadt op de wijze woorden van De Clercq, zijn
‘politieke vader’ uit Gent.

De Gucht wilde het door het congres met een kleine meerderheid
goedgekeurde migrantenstemrecht niet zomaar laten passeren en diende zelf een
amendement in, tegen de wil van de rest van de partijtop in. Daardoor stonden Verhofstadt
en De Gucht opeens lijnrecht tegenover mekaar. Twee macho’s in de politiek,
hanen die niet verdroegen dat de ander op hetzelfde erf rondliep. Of zoals Dirk
Sterckx het treffend uitdrukt: twee politieke talenten die je in een partij liever na elkaar zou zien
opduiken dan in hetzelfde tijdsgewricht.

Het was een gevecht dat De Gucht niet kon winnen. En dus
verloor hij en werd hij afgezet als voorzitter. Dat zijn eerste tijdelijke
vervanger… Guy Verhofstadt heette was zelfs in een land waar het surrealisme in
vele geledingen van de samenleving vrij spel heeft, verbazingwekkend. Een
eerste-minister die als een soort bijjob ook nog even zijn partij ging runnen.
Ongezien. Lang duurde die onverkwikkelijke episode niet. Dirk Sterckx werd vervolgens,
tegen zijn zin, aangesteld als interim-voorzitter, daarna kwam de partij uit
bij Vlaams minister-president Bart Somers, die eind dat jaar met een nipte
meerderheid werd verkozen tot nieuwe VLD-voorzitter.

De coulissen… diept
de meest pregnante momenten op uit het VRT-archief, aangevuld met analyse van
De Vadder en interviews met de protagonisten. Op één na, jammer genoeg, want Guy Verhofstadt wenste niet meer over deze pijnlijke kwestie te praten. Het is mooi
om zien dat in dat machistische milieu een beheerste politica als Annemie
Neyts, ooit zelf nog het lijdend voorwerp van een voorzitterssaga bij de
liberalen, rustig en met de nodige kwinkslagen het hanengevecht in de juiste context
probeert te plaatsen.

En zo ontspon zich destijds een geweldig politiek drama. Tegen zulke
harde realiteit kan geen enkele fictie opboksen. Dit is Borgen zonder seks, maar ook zonder de soms vergezochte
plotwendingen. ‘Geloofwaardigheid komt te voet en ze verdwijnt in galop,’ zegt
oude krokodil Herman De Croo hierover. Het geruzie kostte de VLD credibiliteit, kiezers
en politiek personeel (niet veel later stapten eerst Coveliers en daarna ook
Dedecker met het nodige gedruis op). ‘Het kan me niet van het lijf geschrobd
worden’ (om een ander decrooïsme te
parafraseren) dat de liberalen toen afscheid hebben genomen van hun rechtervleugel. De verkiezingsresultaten van de afgelopen jaren tonen aan
dat koppigheid (De Gucht) en gekonkelfoes (Verhofstadt) geen goede ingrediënten
zijn om het lang uit te houden in de Melsens- en Wetstraten van dit land.

Kortom: De
coulissen…
is een onmisbare brok politieke geschiedschrijving, die me al
doet uitkijken naar de volgende twee afleveringen. En ach, niet alle
onthullingen zijn even relevant (wat kan mij het schelen dat De Gucht na een
moeilijke dag op kantoor snel een paar whisky’s achterover slaat!), maar je
komt wel haarfijn te weten hoe zo’n diepgaande interne crisis een partij
overhoop haalt en wat de menselijke gevolgen ervan zijn. En je begrijpt des te beter
waarom commentatoren het vaak hebben over ‘het politieke milieu’. Om helemaal mee te zijn wordt het programma afgerond met een analyse van de hele zaak. We wisten al Wie, Wat, Waar en Wanneer, maar in die epiloog komen we ook te weten Waarom. En Hoe.

***

U zocht een minpuntje? U krijgt een minpuntje! Ik vind het
geen goed idee om Ivan De Vadder, die uiteraard een eminente Wetstraatkenner
is, presentaties op de meest diverse locaties te laten doen. Het hoeft natuurlijk
niet zo statisch en streng als Maurice De Wilde destijds; met de ellebogen
leunend op dikke dossiers die voor hem op tafel lagen, ondertussen in
stadhuistaal bindteksten ratelend. Maar dit is het andere uiterste. In een
taxi, op een trap, aan de voordeur van het OpenVLD-hoofdkwartier, recht
tegenover het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vooral het druk gesticuleren
leidt daarbij te veel af. Niet doen, Ivan!

Tenzij de programmamakers er een gimmick van willen maken.
Laat de slinger dan vrolijk de andere kant op slaan. Ik wil zelfs enkele
suggesties doen voor toekomstige opnamen.

* IDV als scheidsrechter van een voetbalwedstrijd, die het
spel stillegt en dan in de camera kijkt en een thema inleidt.

* IDV die het verkeer regelt op de hoek van de Wetstraat en
de Kunstlaan en die met één snerpende fluittoon aangeeft dat iedereen nu even
moet stilstaan omdat hij iets wil zeggen voor de camera.

* IDV die doodgemoedereerd binnenwandelt in een belangrijke
vergadering van een politieke partij (liefst nog met een boze receptioniste die
driftig zwaaiend achter hem aanloopt), alle verbouwereerde aanwezigen tot
stilte maant en dan beheerst zijn introductie doet.

* IDV die bungee-gewijs (met een op zijn valhelm
vastgeschroefde mini-camera voor de neus) van de VRT-toren springt terwijl hij
een – uiteraard vlekkeloos voorgedragen – tekst debiteert.

* IDV die tijdens de Antwerp Ten Miles – BDW zichtbaar
puffend op de achtergrond – een moeilijk onderwerp haarfijn uitlegt, versnelt
en bij het passeren de Vlaamse minister-president even plagerig op de
rechterschouder tikt.

Als ik er goed over nadenk zit er zelfs een nieuwe format
in.