In De Morgen stond
vandaag een top tien van oorzaken van de recordfile die dinsdagochtend op onze
wegen stond. Zestienhonderd kilometer verkeersellende voor tien centimeter
sneeuw, het is buitenproportioneel. Volgens de krant liepen de redenen van de
monsterfile uiteen van hevige sneeuw op het verkeerde moment over het moeilijke
functioneren van de strooidiensten en het in de wind slaan van
weerswaarschuwingen door de chauffeurs tot het statistische feit dat dinsdag sowieso al de
dag is met de hoogste verkeersdichtheid.

Allemaal interessant, maar de vraag blijft waarom de
strooidiensten – die al een week wisten dat er een sneeuwoffensief op til was –
zo inefficiënt op de situatie reageerden. Een andere, wellicht nog
interessantere vraag, is of we ons verkeer niet anders moeten organiseren. Er
werd al direct gesuggereerd om het vrachtwagenverkeer bij extreme
weersomstandigheden te verbieden tijdens de spitsuren. In mijn ogen een zeer
waardevolle suggestie – vrachtwagens geraken immers in deze gladde omstandigheden
niet meer over viaducten en op hellingen – maar ze werd onmiddellijk van tafel
geveegd door de transportsector en door de bevoegde ministers. Lobbyisten wegen hier altijd iets meer door dan het gezond verstand.

Wat ook wel eens onderzocht mag worden: onaangepast rijgedrag.
Eén van de eerste waarschuwingen bij slecht weer is: ‘Pas je rijstijl aan’. Voor
veel chauffeurs betekent dit: ‘Wees overdreven voorzichtig’. Met als gevolg dat
je bange wezels ziet rondrijden die bij normale omstandigheden 50 rijden waar
70 mag en 90 waar 120 mag en die bij hevige regen of sneeuw hun snelheid
matigen tot 5 of 10 kilometer per uur. Onverantwoord traag. Ook dat is
onaangepast rijgedrag. Of noem het: overdreven aangepast rijgedrag (wat ook
uitermate ongepast is).

***

Maar goed, als het weer even tegenzit, hebben we nog altijd
ons openbaar vervoer om werknemers die niet van de geneugten van het thuiswerk
kunnen profiteren, tijdig en veilig op hun werk te brengen. NOT! Bussen en trams hadden ernstige
vertragingen, maar de Nationale Maatschappij voor Buurtspoorwegen overtrof weer
alle negatieve verwachtingen. Als we met zijn allen de NMBS nodig hebben, geeft
die niet thuis. Dan staat het acroniem NMBS voor ‘Nauwelijks Mobiel, Belabberde
Service’. Of ‘Niet Mobiel Bij Sneeuwval’, zo u wil. De chaos was in het hele
land niet te overzien en Brussel spande de kroon. De NMBS sloot op een bepaald
ogenblik ten einde raad het treinverkeer in en om Brussel gewoon af. Jawel,
Brussel, de hoofdstad van Europa, was urenlang niet of nauwelijks met de trein bereikbaar. Il faut le faire!

Daarom een voorstel: laten we in dit land ophouden met
praten over de ‘trein’. Een vervoermiddel dat een anagram is van ‘inert’ kan
nooit goed functioneren, dat zit in de naam ingebakken. Laten we daarom, in navolging van het begrip
‘allochtoon’ in de krant De Morgen en
in de stad Gent, ‘trein’ afschaffen (dat zijn ze bij de NMBS toch al gewoon!). Trein
heet voortaan… godot, vrij naar Samuel Beckett.

Wachten op Godot, dat is wachten op iemand die niet komt. Voor de
treinreizigers wordt wachten op godot dan vergeefs rekenen op een correcte
service van de rijkelijk met ons aller belastinggeld gedoteerde en in zijn logge en complexe structuur abominabel
functionerende overheidsdienst NMBS. Het zal het wachten draaglijker maken,
want je weet als reiziger gevoelsmatig – alleen al bij het horen van het woord ‘godot’ – dat
de kans gering is dat je stipt op je bestemming zult geraken, àls je er al
geraakt.

***

Ik had dinsdagmiddag een lunchbespreking in Antwerpen en had
het in mijn hoofd gehaald om met de godot ter plekke te geraken. Tollembeek-Antwerpen,
da’s ongeveer een halve dagreis, maar ik ben dan één van die potentiële
weggebruikers die een alternatief zoekt voor ondergesneeuwde wegen en voorspeld
fileleed. En dus stapte ik fluks de godot op, die weliswaar twaalf minuten
vertraging had wegens een probleem aan de motor, maar die mij nog wel tijdig
afzette in Edingen, zeven godotminuten verderop.

Daar had ik een stipte aansluiting op een godot die mij
rechtstreeks naar Antwerpen zou voeren. Hoeveel perrongeluk kan je hebben?
Hoeveel pech kan je hebben dat net dan de persoon waarmee je afgesproken hebt, laat weten dat hij zich helemaal heeft vastgereden in Nederland, toch nog
altijd het gidsland als het op files aankomt. Afspraak geannuleerd. Dan maar
vliegensvlug mijn spullen bijeen gegrist en afgestapt in het provinciestadje Halle.
So far so good.

Maar dan… De L-godot van 10u38 naar Geraardsbergen had 23
minuten vertraging, las ik. Dat werd al snel 38. En 53. Oeps: 55. O nee, toch
niet: +01H15 (zoals dat wordt aangegeven op de schermen in het station). Ik kan
vrij goed hoofdrekenen. Als de godot van 10u38 75 minuten vertraging heeft, dan
is het verwachte aankomstuur 11u53. Dus installeerde ik mij om 11u48 op het
perron, waar ik wachtte en wachtte (en ondanks een stuk of vijf kledingslagen kou leed) en wachtte en tenslotte
verkleumd en boos naar boven liep, waar die godot opeens niet meer op het bord
stond. Had ik hem gemist? Was er misschien omgeroepen dat godot op een ander
perron toekwam en had ik dat niet gehoord?

Uitgekeken naar andere manieren om veilig thuis te geraken
tot… mijn godot out of the blue weer
op het bord verscheen, dit keer met een vertraging van 1u35. Wat doet iemand die kan hoofdrekenen dan? Hij gaat iets voor
12u13 naar het perron om daar krek hetzelfde mee te maken als een halfuurtje
voordien. Neen, erger. Er kwam zowaar zonder boe of ba of aankondiging een
trein uit de tegenovergestelde richting aan. Was dat godot, en zou die zo
dadelijk terugkeren richting Geraardsbergen, of was ie het niet? Geen
aanduidingen op het perron, geen conducteur om het aan te vragen, zelfs de
andere reizigers waren op goed geluk opgestapt, maar die moesten wel richting
Brussel. Ik bij voorkeur niet.

Korte versie van het lange verhaal: ik ben net op tijd van
de godot gesprongen (die wel degelijk naar onze hoofdstad tufte), terug naar de
stationshal geschoven, om daar vast te stellen dat mijn godot opnieuw van het
aankondigingenbord verdwenen was. Dan maar met flinke tred naar het loket
gestapt, waar de bediende mij doodgemoedereerd toesnauwde: ‘Ja, meneer, maar u moet
niet naar die borden kijken, u moet luisteren naar wat wij omroepen. En er is
net een trein uit Brussel Zuid vertrokken die naar Geraardsbergen rijdt.’
Tussen het uitbundige gekakel van de scholieren kon je intussen zo goed als
niets meer verstaan van de vrouwenstem die de ene na de andere wijziging
omriep. Maar ik wist, in al mijn ergernis: nog een dikke tien minuten en er is
een godot die mij hier vandaan haalt.

Dat ik bijna twee uur na het normale tijdstip thuis
arriveerde vond ik vervelend, maar dat kan gebeuren. Wat ik ergerlijk en
amateurisch vond, was het gebrek aan communicatie, en als die er al was, was ze
ontoereikend en foutief. Wat ik ronduit hemeltergend vind, is dat de NMBS op momenten dat het godotverkeer flinke promotie voor
zichzelf kan maken, de ene na de andere flater slaat. De excuses achteraf zijn
wat mij betreft too little too late.
Steek uw godot waar de zon niet schijnt!