Er werd de voorbije dagen meer over ‘s lands voetbalfans dan over ’s lands voetballers gesproken en geschreven. Als supporter moet je consequent je ploeg (onder)steunen, riep de ene, het woord is nu eenmaal afgeleid van het Engelse ‘to support’. In goede en in slechte dagen. Als je ploeg zo lamentabel (niet) voetbalt, heb je het recht om kritiek te uiten, riep de andere.

De CD&V’er in mij, enerzijds diep verdoken, anderzijds soms te hulp snellend in een discussie die niet zwart-wit is, zegt: ze hebben allebei ongelijk. En gelijk.

Natuurlijk mag een fan zijn ontevredenheid ventileren. Stel dat je heel veel kostbare euro’s hebt neergeteld voor een concert van je favoriete band in een verre buitenlandse stad en die band verschijnt a) veel te laat op de afspraak, speelt b) ongeïnspireerd en ongeïnteresseerd, en stapt c) al na een halfuurtje van het podium, dan heb je het verdomde recht om je boos te maken, omdat je als consument niet de waren krijgt die je dacht te hebben aangekocht. Niet tevreden, geld terug, kent u die slogan nog?

Is die band wel op tijd, druipt het spelplezier eraf en duurt het optreden drie uur, maar spelen ze jouw favoriete song niet, dan moet je slikken en zwijgen. In Rode Duivels-taal: ze hebben zich gekwalificeerd voor de achtste finales, mission accomplished, in zo’n toernooi kan alles nog, de bal is rond en meer van dat soort clichés. Niet tevreden? Da’s dan pech!

Máár: als diezelfde Rode Duivels, in wat vooraf als de zwakste poule van het toernooi werd bestempeld, slechts met de hakken over de sloot de eerste ronde overleven, na één goede en één behoorlijke speelhelft (telkens tegen Roemenië), dan valt er niet echt te juichen (van bonds-, coach- en spelerszijde) en nog minder als je enkele vakantiedagen en meer dan duizend euro hebt opgeofferd om af te reizen naar Frankfurt of Stuttgart (Keulen was dus wel oké) om een laf elftal aan het werk te zien, waarbij er, daarbovenop, achteraf ook nog door de coach en de spelers werd getoeterd dat het best wel goed was: ach, kom nou! Wees dan tenminste eerlijk, zeker als trainer-des-vaderlands. En kom niet af met zo’n wankel excuus als ‘de bus was te laat, de voorbereiding was om zeep, ik heb maar een speech van anderhalve minuut kunnen geven, maar al bij al speelden we goed’. Daarmee ondergraaf je je eigen geloofwaardigheid en beledig je de aanwezige fans nog eens extra. Die zullen echt wel braafjes in de handen klappen als het resultaat tegenvalt, maar de mouwen werden opgestroopt, de elf BVBA’s op het veld zich in het zweet hebben gewerkt – écht zweet, niet de zweterige indruk die de shirts geven – en er werd gevoetbald vanuit eigen sterkte.

De Rode Duivels waren in de groepsfase als een populaire band die vier en een half uur stevige rock-‘n-roll beloofde, maar het na hooguit driekwartier al voor bekeken hield, waarna er de rest van de tijd hoempapa uit de luidsprekers galmde. ‘Teleurstellend’ is een eufemisme in deze.

Dus, ja, die teleurstelling mag ook getoond worden naast het veld en in het hele vaderland. Het was niet eens ‘niet goed genoeg’, het was gewoon ‘niet goed’. Punt. Die kwalificatie is normaal en hoeft dus vooral niet gevierd te worden als een succes, en ja, het was beter dan in Qatar, maar dat is geen vergelijkingspunt: zo ongeveer alles zou beter geweest zijn dan Qatar, die complete afgang van de nep-gouden generatie.

Toch hou ik een slag om de arm – Sammy Mahdi, contacteer mij! –, want de vraag is of die foeterende en middelvingers opstekende boze fans wel échte fans zijn. Of waren het van die voetbaltoeristen die om de twee jaar vanonder een steen komen gekropen, hun ongewassen gebleven en intussen steeds nauwer zittende tricolore outfit aantrekken en doen alsof ze er in goede én in slechte tijden staan? Best mogelijk.

Successupporters ergeren mij mateloos. Je ziet ze een heel seizoen niet en als je team op de laatste speeldag kampioen kan worden, vullen ze opeens het stadion. Successupporters dagen, zoals de term het al aangeeft, op als de ploeg/het land succes heeft en ze verdwijnen even snel wanneer dat succes er niet meer is. De veel te jong gestorven sportjournalist Piet Theys zei ooit in Dood van een sandwichman, een documentaire van Robbe de Hert uit 1971 over de begrafenis van wielrenner Jean-Pierre Monseré: ‘Verenig u met het succes van de succesvollen op het ogenblik dat ze succes hebben en een deel van dat succes zal op u afstralen.’ Als je dit omkeert, betekent het: loop weg als de voorheen succesvollen geen succes meer hebben, want een deel van hun falen zal op u afstralen. Achterbaksheid is des mensen.

Zo gaat dat met successupporters: vandaag het hoogste woord, morgen in geen voetbalvelden of wegen ernaartoe te bekennen. Je hebt er heel even iets aan, als het goed gaat. Je hebt er niets aan in mindere tijden. ‘Supporters weten waarom’, klinkt de slogan van Jupiler. Leugentje om bestwil: supporters weten niet altijd waarom. En successupporters weten al helemaal niets.

Successupporters zijn even ergerlijk als lieden die naar Werchter of Pukkelpop gaan ‘voor de sfeer’. Dat loopt wat rond, dat komt wat oude bekenden tegen, dat drinkt veel meer dan het aankan en dat gaat dan liefst zo dicht mogelijk bij het podium staan om daar selfies te maken, af en toe op ‘record’ te duwen en vooral heel veel en heel luid te praten over avonturen die ze lang geleden samen beleefd hebben, hahahaha, daarbij de boze blikken van de omringende fans die wél voor de muziek zijn gekomen ontwijkend.

***

De lichtblauw-lichtbruine Kuifjes hadden hun fans áltijd moeten groeten na Oekraïne-België. Het boegeroep kwam niet uit alle monden tegelijk. Van de elfduizend aanwezige Belgen waren er zeker tienduizend die hen níet stonden uit te jouwen, die óók vakantiedagen hadden moeten opnemen en veel geld neertellen voor een – voorzichtig uitgedrukt – matige match, en die óók respect verdienen, meer respect dan de awoertroepers trouwens. Kevin De Bruyne houdt de lippen stijf op elkaar wanneer de Brabançonne weerklinkt, maar hij had ook na de wedstrijd beter gezwegen en zijn maats met een handbeweging verplicht om de fans te groeten. Een echte leider zou het zo gedaan hebben. De Bruyne is een leider met de voeten, niet met het hart en de hersenen. Kompany zou dat anders aangepakt hebben.

***

Deze afstandelijke journalist-supporter zegt: er moeten meerdere tandjes worden bijgestoken door de Rode Duivels. Meer lef. Meer druk naar voren. Meer wil om te winnen. Meer, meer, meer. Maar u weet hoe dat zal gaan na de voorspelbare uitschakeling maandagavond door Frankrijk: de voetbalbond zal argumenteren dat het geen schande is om te verliezen van een topfavoriet, de coach zal concluderen dat het al bij al een goed toernooi is geweest, de spelers gaan met vakantie naar exclusieve zonnige oorden die te duur zijn om er lastig te worden gevallen door ontevreden fans. En als België zich onverhoopt kwalificeert zal de euforie over ons land neerdalen en komen er nog meer successupporters onder stenen uitgekropen.

Enerzijds blijven we een land van underdogs en underachievers (als Denemarken, Griekenland en Portugal Europees kampioen kunnen worden, kunnen wij dat ook, als Kroatië – een landje met ocharme 4,2 miljoen inwoners – een wereldbekerfinale kan spelen, waarom wij dan niet?), anderzijds kunnen we op 14 juli nog altijd Europees kampioen worden. De eersten die dan de échte fans van de voorste rijen op de Brusselse Grote Markt zullen wegdrummen, zullen diezelfde successupporters zijn die twee en een halve week eerder nog luidkeels boe riepen. Want ja, ‘Verenig u met het succes van de succesvollen op het ogenblik dat ze succes hebben en een deel van dat succes zal op u afstralen’…