Donderdagavond was ik op weg naar het centrum van Brussel, voor een etentje en een film. Via de Arteveldestraat – ik heb die naam moeten opzoeken, ik heb jaren door een straat gereden waarvan ik de naam niet eens kende – wilde ik een parking dichtbij de Beurs bereiken. Overal stonden borden dat deze straat zaterdag, vandaag dus, niet toegankelijk zou zijn voor auto’s vanwege de Brussels Pride. Ik kon mij het gefoeter van de automobilisten al indenken die vandaag nietsvermoedend richting Dansaert willen rijden. Met een beetje wilde fantasie beeldde ik me zelfs in dat er een aantal ‘En dat allemaal voor die stoet van jeannetten!’ zouden roepen.
Het is de dertigste Brussels Pride las ik vanochtend in mijn kranten. Dertig keer een bonte stoet van mannen, vrouwen en mensen die zichzelf niet willen laten opsluiten in een van die standaardcategorieën en die vreedzaam maar wel wild dansend en gesticulerend van noord naar zuid marcheren door de hoofdstad. Dertig keer dat fotografen en cameramannen de opdracht hebben gekregen om in te zoemen op de meest exuberante der deelnemers, liefst een stel mannen geschminkt als travestie en met pluimen in hun kont. Dat zien de mensen graag, denken eindredacteuren en reporters. Dertig keer dat de bevooroordeelde kijkers hun vooroordelen nog wat meer kunnen botvieren onder het roepen van ‘Daar heb je ze weer, die perverten, hou ze weg van onze kinderen!’
Zonde, vind ik, want het beeld dat de niet mee opstappende massa krijgt, is er één van zonderlingen. Terwijl de meeste deelnemers daar gewoon in hun alledaagse kleren rondlopen om hun eigen seksuele beleving te vieren en daarvoor uit te komen, zonder daarom meteen te willen choqueren. Niet dat ik iets tegen die lieden met de pluimen in hun kont heb, overigens, wel tegen de gemakzuchtige media die blijkbaar nog altijd niet voorbij het stadium van opvallend gedrag zijn gekomen. Een andere dan hetero-seksbeleving wordt nog altijd als afwijkend beschouwd, abnormaal, anders dan wat het zou moeten zijn. Wat telt is niet de outfit, maar het deelnemen zelf. (Ik ben er overigens zelf wéér niet bij, niet omdat ik als hetero vind dat dit niet míjn stoet is, maar omdat ik sowieso geen massamens ben en zelden deelneem aan grote manifestaties. Noem het lafheid voor mijn part.)
Ik hoop dat de deelnemers aan de Brussels Pride zich amuseren.
Ik hoop dat ze erin slagen toch een beetje de gedachten van sommige mensen te veranderen.
Ik hoop dat de samenleving erin slaagt voorbij de opvallende outfits te kijken, naar al die mensen die willen tonen dat zij normaal zijn, erbij horen, evenveel kansen en respect verdienen als de anderen.
Deze week werd een biseksuele jongen van veertien in elkaar geslagen door een troepje jongeren. Dadelijk kwam er op sociale media de massaal gedeelde kreet dat die onverdraagzaamheid alwéér te vinden was bij moslimjongeren, omdat zij opgroeien in een cultuur die alles en iedereen die/dat afwijkt van de religieuze en culturele norm uitsluit. Dat signaal kwam er ongeveer gelijktijdig met de bedenking van Vlaams Belang-Europarlementslid Tom Vandendriessche, de man die de ethische lijnen uitzet bij de racistische partij, dat er geen regenboogsymbolen zouden mogen worden uitgehangen aan Europese gebouwen, omdat dat activistisch is. U leest het goed: op hetzelfde moment dat een stel homo’s hatende hooligans een biseksuele jongen in elkaar rammen, wat wordt gehekeld door extreemrechtse luitjes, zegt een politicus van fascistoïde strekking dat homo’s er niet bij horen, wat wordt toegejuicht door diezelfde extreemrechtse luitjes. Een mooiere illustratie van het spreekwoord ‘Les extrêmes se touchent’ valt niet te bedenken. Een mooiere illustratie van kortzichtigheid evenmin.
Slachtoffers, altijd weer, zijn mensen die niet tot de dominante culturele, religieuze en politieke strekking behoren. Je kan nog tien extra letters toevoegen aan LGBTQIA+, er zullen altijd heel veel haters blijven, die vinden dat hetero de enige norm is en dat er maar twee genders zijn. Als er morgen weer iemand wordt afgeranseld die zich out als homo, zullen de media zich voor de zoveelste keer afvragen of hij het slachtoffer is geworden van homofobie, terwijl dat toch bloody obvious is. Nog niet zo lang geleden werden jongeren berecht voor de roofmoord op een gay persoon, maar toch trokken zowel de rechtbank, de advocaten als de media in twijfel of we dit mochten klasseren onder homofobie. Terwijl het ging om een man die naar een donkere plek gelokt was om er anonieme seks te bedrijven. Wat valt er dan nog wel onder de term homofobie?!
Verdraagzaamheid is altijd al een probleem geweest, maar je zou denken dat we er na de frivole en redelijk vrijdenkende jaren 60, 70 en 80 op vooruitgegaan zouden zijn. Het tegendeel lijkt waar: op die jaarlijkse Pride in verschillende steden na, wordt wie niet tot de culturele en religieuze norm behoort, nog altijd als een buitenbeentje gezien. Zulke mensen worden hooguit getolereerd, zelden echt geaccepteerd, laat staan dat ze volwaardig tot de dominante groep mogen behoren. Blijf vooral binnen, bij voorkeur in de kast waar je nu al jaren zit.
Misschien moet ik volgende keer toch maar eens mee opstappen. Uit principe. Als ik mijn ogen sluit, zie ik de massa niet. En als vele anderen hun ogen zouden openen, zouden ze het onrecht zien.
