Ik ga iets doen wat ik normaal nooit doe.

Ik ga iets doen wat ik bij anderen veracht.

Ik ga iets doen wat u mij misschien kwalijk zult nemen.

En toch ga ik het doen: ik ga hieronder een top 10 publiceren van columnisten/opiniemakers van wie ik vind dat die niet meer thuishoren in de media, niet omdat hun mening mij niet aanstaat, maar omdat hun mening reactionair of achterhaald of vals of een combinatie van de drie is. Zeker in media die zichzelf, wel of niet terecht, een kwaliteitslabel geven, horen de meningen van deze lieden niet langer thuis. Controverse mag, moét soms. Een mening die haaks staat op die van mij, laat maar komen. De randjes van het toelaatbare opzoeken, ach ja, moet af en toe kunnen. Maar voor deze dames en heren past maar één conclusie: weg ermee! Of ook: ander en beter! De volgorde is zoals in een echte top 10: van erg (10) tot héél erg (1).

Waarschuwing: in dit stuk speel ik man én bal (maar toch vooral in de eerste plaats de man – of: die ene, uitzonderlijke, vrouw). Ad hominem, als het ware. Gelieve me hiervoor te verontschuldigen. Of niet. Uw keuze.

***

Buiten categorie. De zotte Morgen

Nog niet zo lang geleden was het een plezier om deze dagelijkse pagina in De Morgen te consulteren: spitsvondig, alert, grappig. Niet in het minst dankzij de columns van Mark Coenen en Frederik De Backer, of de satirische nieuwsberichten van The Vremde Mirror. Met hun columns verdween ook de zin van deze pagina, die dezer dagen gevuld wordt met flauwe woordspelingen, lauwe cartoons, de lege bijdragen van Aurelie Zeebroek en, als toetje, de inspiratieloze poëzie van Yannick Dangre. De heimwee naar Stijn De Paepe wordt er alleen maar groter om.

***

10. Christophe Vekeman

Heeft al vele jaren een column in De Standaard Weekblad. De ene keer knikte je instemmend, de andere keer draaide je na twee nietszeggende alinea’s de pagina om. Vekeman kán schrijven, maar hij doet het niet altijd. Spitsvondig ruimt bij hem al te vaak plaats voor geneuzel en geleuter. Daar is sinds een jaar of zo nog een bezwarend element bij gekomen: de auteur heeft het Licht gezien. Hij is helemaal in den Here en dat zullen we geweten hebben. Als er ergens iemand iets doet dat de katholieke wereld schoffeert – denk aan het recente vernielen van heiligenbeeldjes –, klimt hij als eerste in de pen om dit te veroordelen, niet zozeer vanwege de banale onnozelheid van die daad, maar vanuit een verontwaardiging die gevoed wordt door Hogere Krachten. Een man met een missie. Ergerlijk.

***

9. Joris Van Cauter

Iedereen heeft recht op verdediging, zelfs de ergste misdadigers. Horion, Dutroux, Vangheluwe. Een advocaat die deze taak op zich neemt, dient gerespecteerd te worden. Máár: hij moet ook fatsoenlijk genoeg blijven om in te zien dat publieke standpunten over de wandaden van zijn cliënt ofwel terughoudend moeten zijn, ofwel beter uitblijven. Dat deed Van Cauter niet in zijn verdediging van het ontmenselijkende sujet Roger Vangheluwe. In zijn maandelijkse column in De Standaard blijkt telkens dat hij een zeer eenzijdige, conservatief-reactionaire mening heeft over onze rechtsstaat. Dat is zijn volste recht, maar moet ik dat lezen in een kwaliteitskrant? (En dan mogen we ons nog gelukkig prijzen dat zijn copain en collega Fernand Keuleneer geen columns schrijft. Diens kwalijke rol in het laten uitdoven van het onderzoek in Operatie Kelk kan niet genoeg onderstreept worden. Terwijl hij op Twitter/X weleens korte meninkjes poneerde waarmee je het goedkeurend knikkend eens kon zijn, is zijn maatschappelijke rol – óók in het euthanasieproces rond de dood van Tine Nys – op zijn minst ergerlijk, vaak zelfs onvergeeflijk. Gevaarlijke man, die Keuleneer.)

***

8. Mark Elchardus

Het vroegere sociologische geweten van de sociaaldemocratische partij schrijft lezenswaardige stukken die soms volstrekt nergens op slaan. Hij is tegenwoordig de favoriete antimigratie-auteur van het Vlaams-nationalisme. Bijna al zijn bijdragen gaan over (versta: tégen) migratie en zelfs als het onderwerp niet rechtstreeks met dat thema te maken heeft, geeft hij er een kniezwengel aan – niet zo elegant als Kate Ryan destijds – om toch bij zijn stokpaardje te belanden. Er zijn te veel migranten, aldus Elchardus. Er zijn te veel opiniemakers die zich voor de kar van de (extreem)rechtse retoriek laten spannen om zelf (extreem)rechtse deugpunten te scoren, aldus Van Laeken.

***

7. Joren Vermeersch

Ach ja, jurist-historicus en op een geel-zwarte maandag partijideoloog van de N-VA. Vandaag mag deze man de toespraken schrijven voor de minister van Defensie/Oorlog, de genaamde Theo Francken, bloembakkenzeikerd, Trumpliefhebber, brulboei die streeft naar ‘samen een meerderheid’. Er zijn voorwaar deugdelijker beroepen te vinden. Herstel: er zijn bijna uitsluitend deugdelijker beroepen te vinden. In zijn column in De Standaard bewijst Vermeersch tweewekelijks dat er een dunne scheidslijn is tussen historicus en hystericus. Hij behoort eerder tot die laatste beroepscategorie.

***

6. Wouter Duyck

Onderwijsspecialist, nou ja. Noem het een vooroordeel, maar ik vind iemand die op radio en televisie met een zwaar West-Vlaams accent toetert over een sector waar beschaafdheid op zijn plaats is, niet geloofwaardig. Vreemd genoeg sluiten zijn opinies daarbij aan. Hij inspireert vooral de N-VA. Helaas levert die partij de Vlaamse minister van Onderwijs. Zowat alle échte experten spreken hem tegen. (Terloops: in een tweet – ja, dit soort figuren blijven hangen op het rechtse medium van Musk – schreef hij dat Hitler een socialist was, want ja, nationaalsocialistisch. Moet déze man ons onderwijs kwalitatief verbeteren? Is hij zelf wel naar school geweest?)

***

5. Koen Meulenaere

Officieel met pensioen, maar af en toe wordt hij door De Tijd gevraagd om, bijvoorbeeld rond verkiezingen, zijn pen opnieuw in vitriool te doppen. Grappige vent, geschikte kerel, goeie voetbalcommentator: zijn satirische bijdragen, vroeger in Knack, later in De Tijd, lazen vlot weg en je kon erom lachen. Topsatire. Helaas, Meulenaere heeft ook jarenlang aan afrekeningsjournalistiek gedaan onder het mom van satire en zo reputaties kapot gemaakt (en blijven maken, want hij hield niet op wanneer iemand uitgeteld tegen het canvas lag, als een bokser die zijn tegenstander niet gewoon knock-out wil slaan, maar ook wil dat die nooit meer opstaat). Er zijn grenzen, Meulenaere verkende die niet alleen, hij overschreed ze meer dan eens. Onvergeeflijk.

***

4. Marnix Peeters

Ooit een gerespecteerd muziekrecensent en -interviewer voor Humo, daarna nog altijd gewaardeerd als reporter van Het Laatste Nieuws. Dan begon hij boeken te schrijven en columns voor Zeno, de zaterdagbijlage van De Morgen. In die hoedanigheid van columnist zag je hem, als vaste lezer, elke week een beetje meer verglijden naar de verzuurde, revanchistische, misogyne praatjesmaker die hij na zijn overstap naar Het Laatste Nieuws helemaal is geworden. Zuurder dan de columns van Peeters wordt het niet. Jammer, vergooid talent. En ook nog eens gevaarlijk, want hij heeft nu een groter bereik dan ooit tevoren.

***

2/3 (ex aequo). Rik Torfs & Mia Doornaert

Ze zitten zelden samen in hetzelfde panelgesprek – en gelukkig maar! – en toch lijken ze onafscheidelijk in hun reactionaire visie op de samenleving. Ik verdenk de openbare omroep ervan dat ze ergens in de catacomben aan de Reyerslaan 52 een luxueuze loge delen, van waaruit ze geregeld opgediept worden om hun mening te geven over respectievelijk de Kerk en Frankrijk (of internationale diplomatie). Het is wachten op het moment dat de verkeerde praatgast wordt opgediept, maar ach, ze achten zich deskundig in alle maatschappelijke domeinen, dus dat doen ze er wel even bij. Tot een paar jaar geleden gaf ik een gastcollege Interviewtechnieken aan de master-na-master opleiding Journalistiek aan de KU Leuven. Een van de eerste dingen die ik daar zei was: ‘Wees eens origineel in je gastenkeuze, het hoeft niet altijd Rik Torfs of Mia Doornaert te zijn’. Het eerste jaar dat ik dat poneerde, keken de studenten vreemd op. Het jaar daarop merkte ik dat opnieuw op en vroeg ik hen waarom dat zo was: bleek dat ze de twee niet eens kénden. Houden zo! (Het zegt ook veel over de voorspelbare conservatieve reflex van redacties, die altijd weer bij de ‘usual suspects’ uitkomen.) In de toekomst verdwijnen ze sowieso uit beeld, maar waarom worden ze nog steeds te pas en te onpas opgevoerd over onderwerpen die een beetje in hun vakgebied passen? In haar column in De Standaard bedient la Doornaert zich dan ook nog eens af en toe van fake news om haar standpunt kracht bij te zetten (quod non). Achterhaald, in het beste geval. Aanstootgevend, heel vaak. De bon mots van Torfs worden steeds rechtser, deze man schuift almaar verder op, intussen ver weg van het centrum waar hij ooit vertoefde. Mocht de aarde plat zijn – wat een aantal van zijn fanatieke volgers weleens zou kunnen geloven –, zou hij er allang afgedonderd zijn. Dit duo likt naar boven en trapt naar beneden. Van opiniemakers mag je het omgekeerde verwachten.

***

1. Maarten Boudry

Schande toch dat deze would-befilosoof vier jaar lang de Leerstoel Etienne Vermeersch mocht bezetten aan de Universiteit Gent. Vermeersch, een consequente vrijdenker. Boudry, een mannetje dat zich laat inkapselen in een bepaalde ideologische denkrichting om van daaruit te fulmineren tegen pakweg de ecologische beweging of al wie kritiek heeft op Israël. Heel eenzijdig allemaal. Van een filosoof verwacht je een helikoptervisie op de samenleving, geen tunnelvisie. Boudry zit in een tunnel waar geen licht schijnt op het einde: zijn tunnel heeft alleen maar een ingang, geen uitgang. Van alle niet-Israëliërs zal hij straks wellicht de laatste zijn die het woord genocide in de mond durft te nemen over wat de regering-Netanyahu nu al twee en een half jaar aanricht in Gaza, op de Westbank en sinds kort ook in Libanon. Wat zeg ik: hij zal dat zwaarbeladen woorden nóóit gebruiken, want liever dan zijn ongelijk toe te geven, blijft hij zich in bochten manoeuvreren. Een zionistische leerstoel past beter bij hem. Boudry slaagt erin om het onverdedigbare te blijven verdedigen door zich van een pseudo-intellectueel discours te bedienen, waardoor zijn meningen coherent lijken (voor wie niet beter weet). Natuurlijk verdedigde deze man recent nog de nakende aanstelling van een Amerikaanse wetenschapsfilosoof die zich beroept op de stelling dat er intelligentieverschillen zijn tussen de rassen (lees: het witte ras is superieur aan alle anderen), het was alsof hij het opnam voor een vriend, pseudowetenschappers onder elkaar. Ooit noemde hij zich links, maar ondertussen wordt hij geknuffeld en omarmd door extreemrechts. Boudry is het beste bewijs dat wie intellectueel begint af te glijden, zelden nog gered kan worden. Het neerstorten kan niet gestuit worden. Geef hem zijn eigen Speaker’s Corner, ergens in een doodlopende steeg zonder straatverlichting in Gent, waar hij urenlang kan fulmineren tegen de muren rondom hem. Veel onschuldiger dan hem geregeld een forum te geven in respectabele en gerespecteerde media.

***

Hé hé, dat lucht op!