Flashback naar april vorig jaar: verontwaardiging alom wanneer een gynaecologiestudent schuldig wordt bevonden aan verkrachting van een collega-studente maar opschorting van straf krijgt. In de media sijpelen de woorden ‘voorbeeldige student’, ‘geëngageerd’ en ‘gunstige persoonlijkheid’ door, die olie op het vuur gooien. A zo, als je een ‘gunstige persoonlijkheid’ hebt – wat dat verder ook moge betekenen –, moet je niet de cel in voor verkrachting? Dagenlang wordt er geprotesteerd, vooral door jonge vrouwen die zich in de plaats van hun verkrachte generatiegenote stellen en de wereldvreemdheid van de rechter hekelen.

Wie deed dat overigens niet de voorbije jaren, klagen over rechters die niet met hun twee voeten in de samenleving staan?

Eerlijk, ik heb daar toen niets over gezegd of geschreven, omdat ik nog in volle rouw zat na het overlijden van mijn echtgenote. Anders zou de kans groot geweest zijn dat ook ik een blogpost had gewijd aan deze zaak. Of enkele rake opmerkingen op sociale media had geplaatst. En hoewel ik het nieuws van buiten mijn vier muren toen slechts mondjesmaat tot mij nam, had ik bijna zeker dat vonnis aangeklaagd. Voor mij hoorde die student thuis in de cel, zoals alle veroordeelde verkrachters.

Deze week kwam de zaak in beroep voor, omdat het openbaar ministerie zich had verzet tegen de oorspronkelijke uitspraak. De strafmaat werd bevestigd: schuldig met opschorting van straf. De student, die inmiddels andere studies heeft aangevat, blijft op vrije voeten. Maar nu kwamen er wel meer details vrij over wat er precies gebeurd is die nacht in november 2023. U kunt die wel teruglezen in uw krant of op het internet. Kort gezegd: de studente was stomdronken, de student bood aan haar naar het kot van haar vriendin te begeleiden en daar kwam het tot seks, terwijl de studente zich daar ’s anderendaags niets meer van herinnerde. Ze had dus geen expliciete of impliciete toestemming gegeven, kon dat ook niet meer geven gezien haar laveloze toestand. En dus heeft hij haar juridisch gezien verkracht.

Ik begrijp nu veel beter waarom de student, met zijn blanco strafblad en zijn onbesproken gedrag, wél schuldig werd bevonden, maar níet naar de gevangenis moest. Zijn handelen was zonder meer fout – vandaar de veroordeling –, alleen moet je de samenleving niet voor hem behoeden. Hij is geen serieverkrachter, geen seksueel roofdier, geen individu dat in de duisternis staat te wachten om een vrouw die alleen over straat wandelt, mee te sleuren in de bosjes.

En ik begrijp nu ook hoezeer we op het verkeerde been gezet zijn vorig jaar. Door de media, die alleen de pikante details hebben uitgelicht. Door de demonstranten, die alleen maar sloganeske taal hanteerden. Door de rechter, die een duidelijker keuze had moeten maken: ofwel het vonnis onmiddellijk publiceren en meegeven aan de aanwezige journalisten, ofwel niets naar buiten laten komen. Dat laatste is vrij naïef in deze tijden van instant-verslaggeving, dus had hij de dader moeten afschermen van de op lynchen beluste massa. Nu werd de dader zelf ook slachtoffer.

Spreken is zilver, zwijgen is goud, zegt het spreekwoord.

Ik háát dat gezegde, omdat het er alleen maar op uit is om mensen te doen zwijgen. Spreken zullen we, verdorie! Máár: alvorens we spreken, moeten we wel iets langer nadenken over wat we precies zullen zeggen. Nadenken. Alles op een rij zetten. Nuanceren. En dan, op basis van correcte informatie, een mening uiten. Vrijheid van meningsuiting is uitermate belangrijk, maar we mogen er geen vrijheid van onmiddellijke en ongenuanceerde meningsuiting van maken. Enfin, dat mag óók, want strikt genomen valt het onder dezelfde grondwettelijke bescherming, maar het zou zoveel slimmer zijn om even te wachten.

Er mag wat meer vertrouwen zijn in de rechterlijke macht. Die rechterlijke macht mag wat meer vertrouwen hebben in de samenleving en zou wat vaker open moeten communiceren. En de samenleving moet wat geduldiger zijn. Oordelen en veroordelen is zó makkelijk. Beoordelen, op basis van reflectie en onderzoek, is veel moeilijker. Nochtans is dat laatste maatschappelijk veel zinvoller. Al was het maar omdat het virtuele lynchpartijen voorkomt.

Spreken is zilver, te snel spreken is niet eens eremetaal waard.