Wij, witte heteromannen, zouden bescheidener moeten zijn. De evenaar loopt heus niet door onze reet, we hoeven niet elke dag te doen alsof we het warm water opnieuw hebben uitgevonden, we hebben onze huidige status vooral te danken aan historische scheeftrekkingen, niet aan eigen verdiensten of aan een recht dat we onszelf om een of andere duistere reden voorbehouden.
Wij, witte heteromannen, hebben nog altijd de overhand in globale discussies en kwesties. Vele samenlevingen zijn patriarchaal ingesteld, dat geldt zeker ook voor witte samenlevingen. Ook dat is geen verdienste, het is iets wat onze verre voorvaderen hebben opgeëist en in de loop van de millennia hebben behouden. Als dat statuut in gevaar komt, reageren we met geweld, verbaal of fysiek. Dat alleen al duidt op onze initiële zwakte. Wie geweld nodig heeft om zijn machtspositie te behouden, zit fundamenteel fout.
Wij, witte heteromannen, zouden er niet systematisch van mogen uitgaan dat we alles begrijpen, dat we overal een antwoord op hebben en dat we – als we dat antwoord níet hebben – mogen verwijzen naar onze oorspronkelijke status: wij zijn de baas! Zwaktebod.
Wij, witte heteromannen, zouden wat meer moeten luisteren naar wie niet wit, niet hetero en niet van mannelijke kunne is. We missen waardevolle input als we ons blijven verschuilen achter onze maatschappelijke machtspositie.
Wij, witte heteromannen, zouden a fortiori in zaken die andere mensen aangaan moeten zwijgen en als we ons al in het debat mengen, dan niet vanuit een ‘Wij weten alles beter!’-houding, maar open, tolerant en bereid tot luisteren en bijleren. We hebben ons in het verleden voortdurend gemengd in kwesties waarin we geweigerd hebben te aanvaarden dat we niet de drijvende kracht maar slechts een faciliterende partij waren. Een voorbeeld: abortus. Dat is in de eerste en de laatste plaats een vrouwenkwestie. Baas in eigen buik, weet u nog wel? Wij, witte heteromannen, hebben een doorbraak ter zake heel lang geweigerd, omdat we dat konden, als enige of alleszins qua getalsterkte dominante sekse die hierover kon beslissen. (Nog een gradatie erger was dat witte mannen in een religieus plunje een verbod eisten voor iets waar zij, als ze zich tenminste aan de regeltjes hielden, niets mee te maken hadden en nooit zouden hebben.)
Wij, witte heteromannen, moeten leren dat we ons beter baseren op statistieken en officiële cijfers dan op een gevoel of op anekdotiek. De realiteit in de macrokosmos is vaak anders dan die in onze microkosmos. Onze beperkte kring is niet de wereld. Wat onze vriendinnen zeggen, is niet wat vrouwen in de rest van de wereld meemaken en vertellen, om toch even terug te komen op die discussie die nu al meer dan een week woedt.
Wij, witte heteromannen, zouden niet in een defensieve kramp moeten schieten wanneer een Nederlandse comédienne misschien net iets te agressief en luidruchtig in een talkshow de waarheid zegt; we zouden aandacht moeten hebben voor wát ze zegt, niet voor hóe ze dat doet. En we zouden vervolgens niet de focus moeten leggen op de term ‘gevoel’ (zoals in: onveiligheidsgevoel) om te benadrukken dat het ‘slechts’ om een angstig aanvoelen gaat, terwijl de dagelijkse werkelijkheid en de vele statistische gegevens duidelijk maken dat dit gevoel wel degelijk op een reëel gevaar gebaseerd is en die angst – hoe irreëel die misschien achteraf blijkt te zijn geweest – fundamenten heeft in wat die vrouwen overal ter wereld elke dag wel ergens overkomt.
Wij, witte heteromannen, belemmeren het doorgroeien en tot volle bloei komen van mensen die er niet uitzien zoals wij. En dat louter en alleen omdat we hen dat kúnnen belemmeren. ‘Waarom! Daarom!’ is een zeer achterhaald principe, dat was het trouwens al toen het voor het eerst opdook. We bedienen ons er nochtans constant van.
Wij, witte heteromannen, zijn niet de norm, ook al hebben we die bepaald en blijven we die hardnekkig opleggen.
Wij, witte heteromannen, bepalen niet alleen de waarden waaraan iedereen geacht wordt zich te houden.
Wij, witte heteromannen, zouden moeten leren zwijgen wanneer dat gepast is en spreken wanneer dat gewenst is. We zouden er de wereld veel miserie mee besparen. En uiteindelijk ook onszelf.
***
Disclaimer: ik wilde dit stukje oorspronkelijk ‘Wij, mannen’ noemen, maar ik wil niet spreken namens alle personen die zich als man identificeren. Dat zou nogal pretentieus zijn. ‘Wij, heteromannen’ klonk ook te voortvarend, want wie ben ik om namens niet-witte mannen te praten. (En, ja, er zit vaak een religieus-culturele component aan wangedrag tegenover vrouwen, dat moet erkend worden.) Dan maar ‘wij, witte heteromannen’, dat is nu eenmaal het vakje waarin ik door omstandigheden buiten mijn wil om in vertoef – al vind ik het niet altijd even storend, met dank aan al die privileges, toch wel! Ik identificeer me overigens zelden met de verwijten die ik ‘ons, witte heteromannen’ maak, maar het zou nogal pocherig klinken om over ‘de andere witte heteromannen’ te spreken, alsof ik een soort heilige zou zijn. Ik heb mezelf dus mee in het bad geduwd. En ik kan niet eens zwemmen…
