Deze week ergerde ik mij er weer aan: de manier waarop de voetganger in dit land als quantité négligeable beschouwd wordt. Quantité ennuyeuse, zelfs. Vervelende weggebruiker. In-de-weg-loper. Ik maakte een wandeling door Tollembeek en het viel op hoezeer ik, als stapper, aan mijn lot werd overgelaten. In de hoofdstraat door het dorp is aan de ene kant van de straat een smal trottoir, ruim voldoende voor één persoon, nauwelijks te doen voor twee mensen naast elkaar. Geregeld moet je uitwijken voor een elektriciteitspaal, een verhoogde dorpel of een auto die zich half op het pad voor de voetgangers heeft gezet, om vooral niet in de weg van het autoverkeer te staan. Die voetgangers, ach… Dan moet je de rijweg op, niet zonder gevaar. Als er een auto aankomt, moet je wachten, want ja: Koning Auto heeft altijd en overal voorrang hier.
Aan de andere zijde van de straat is nu eens wel, dan weer geen trottoir. Je kunt laveren tussen de kiezelsteentjes of het keurig afgereden gras, dat tot iemands voortuin behoort (en toch ook weer niet, want elke huiseigenaar moet drie meter afstaan voor gemeenschappelijk gebruik, dat is tenminste de theorie). Trouwens, mocht ik mijn straat niet naar rechts, maar naar links hebben verlaten, dan is er zelfs helemaal géén trottoir. Je moet op een smalle strook wandelen, met links van je een gracht en rechts het behoorlijk drukke verkeer dat voorbij dendert. Zeer riskant. Ook in andere straten is een trottoir zelden te bespeuren. Voor een landelijke gemeente is de aanleg van een trottoir blijkbaar een optie, zoals een richtingaanwijzer dat is voor de bestuurder van een Duitse luxeauto.
In steden is het tegenwoordig al beter, sinds de regel werd ingevoerd dat een voetganger voorrang geniet op het zebrapad. Toch blijft het risicovol om zomaar de straat over te steken op zo’n voor jou gereserveerde plek. Grosso modo zijn er drie soorten chauffeurs. Je hebt diegenen die in de buurt van een zebrapad beginnen af te remmen, in de wetenschap dat er misschien wel iemand zal oversteken. Ik behoor zelf tot die categorie. Beleefde jongen, ook al omdat ik weet hoe dat aanvoelt als je niet in die auto zit maar in die stapschoenen staat. Dan heb je diegenen die nog wat extra gas geven om zeker vóór die vervelende voetganger het zebrapad gekruist te hebben. Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, wij hebben ongelooflijke haast!
Dat zijn nog de behapbare categorieën: bij de eerste weet je dat je veilig bent, bij de tweede kun je maar beter niet je voorrang opeisen. (Overigens horen de oudere chauffeurs die overal veertig per uur rijden maar nergens voor stoppen ook tot deze categorie.) Het derde soort chauffeur probeert zo lang en zo ver mogelijk door te rijden, en stopt pas als het echt niet anders kan. Die vind ik de gevaarlijkste, want die vertrouwt wel heel erg op zijn remsysteem.
Op de buiten heb je de luxe van de zebrapaden veel minder en chauffeurs zijn er ook minder alert op om er rekening mee te houden dat er weleens een voetganger zou kunnen oversteken. Wie doet dat nu? Wie gaat er nu te voet op het platteland? Waar komt die mens plots vandaan? U lacht misschien, maar zo voelt dat echt wel aan.
De vrachtwagenchauffeurs en automobilisten hebben een lobbymachine achter zich die tentakels heeft tot in de hoogste kringen van de besluitvorming. Naar de Fietsersbond wordt ook nog geluisterd, helaas meestal net nadat er weer eens een fataal dodehoekongeval is gebeurd. De trein-, tram- en busreizigers hebben eveneens een organisatie die voor hen opkomt: ook daar geldt dat ze het vaak moeten afleggen tegen de veel machtigere automobiellobby. Maar goed, ze komen tenminste nog aan bod.
Als voetganger ben je in dit land nog altijd uit veruit de zwakste weggebruiker. Erger nog: je bent buiten de stad een vergeten weggebruiker. Er bestaat blijkbaar zoiets als de Voetgangersbeweging en oktober is de Maand van de Voetganger, maar dat heb ik moeten opzoeken. Ik wist het niet. Lees of hoor je daar ooit iets over of van? Door de verhuftering van de samenleving krijg je autoritair pestgedrag van sterk naar zwak: de camioneur acht zich verheven boven de automobilist, de automobilist vindt dat fietsers maar uit de weg moeten gaan, en fietsers en steppers foeteren op de voetgangers die in hún weg lopen, voetgangers ergeren zich aan ouders met kinderen die veel te traag gaan en de hele breedte van het trottoir opeisen.
Misschien moeten wij, voetgangers, ons toch eens net iets ernstiger gaan verenigen?
