In de uitstekende tv-reeks Pluribus, te zien op Apple TV, wordt de mensheid overvallen door een buitenaards virus dat op dertien na alle bewoners van deze aardkloot besmet. Geen corona-achtig virus, dat tot veel ziektes en menselijk leed leidde, maar een goedaardig virus, zou je kunnen zeggen, want het tovert de mensen om in goedgezinde lieden, behalve dus die dertien. Iedereen weet alles over iedereen. Alle zeven miljard mensen zijn dus eigenlijk één mens geworden, maar dan in zeven miljard gedaanten. Wie immuun is gebleven voor het virus, loopt erbij als nurkse zeurpieten, met schrijfster Carol Sturka – uitmuntend vertolkt door Rhea Seehorn – op kop. In het eerste seizoen, dat negen afleveringen duurt, slagen de dertien er niet in een verbond te sluiten, tot – spoiler alert! – in de voorlopig laatste aflevering Sturka en een stuurse Colombiaan een atoombom bestellen om de zaak drastisch op te lossen. Come and see next season! (De reeks werd overigens bedacht door Vince Gilligan, die ons eerder besmette met de prachtseries Breaking bad en Better call Saul. De man is een kwaliteitslabel op zich.)
De vraag die gesteld wordt na het bekijken van de serie: is dit nu een utopie of een dystopie? Is dit de ideale wereld (iedereen blij en goedgezind) of is dit de hel (geen eigen wil meer)? Een boeiend uitgangspunt en op het eerste gezicht moeilijk te beantwoorden. Despoten die opeens lachend door het leven zouden stappen en niemand meer terroriseren, dat klinkt als de hemel op aarde, te mooi om waar te zijn. Dat we daarvoor onze eigenheid moeten opgeven klinkt dan weer als pure horror. Alle Menschen werden Brüder, maar dan veel te letterlijk opgevat. Alle Menschen werden ein Mensch.
U weet intussen dat mijn adagium geleend werd bij Groucho Marx: ‘I don’t want to belong to any club that accepts people like me as a member.’ Ik wil geen lid worden van een club die mij als lid accepteert. Anders vertaald: ik wil geen lid van een club worden. Ik wil een eenzaat blijven, een geconnecteerde eenzaat weliswaar. Ik heb nergens een lidkaart van: geen partij, geen vakbond, geen vereniging. Leven in een samenleving zoals die in Pluribus wordt voorgesteld zou dus de hel zijn voor mij. Ik wil niet alles van iedereen weten en ik wil zeker niet zoals iedereen zíjn. Laat mij maar eigenzinnig mijn gang gaan, met vallen en opstaan. Ik geloof niet in een ideale wereld. Ik geloof wel in idealen en in principes, die als niet-gelovige heilig zijn voor mij, en die principes lijken soms verdacht veel op de helft van de Tien Geboden. Niet alles wat uit religie voortspruit, is slecht en verwaarloosbaar. Ik heb mensen lief, ik heb vrienden, familie, ik zit niet als een of andere heremiet in een zolderkamer verscholen, maar laat mij alstublieft zoveel mogelijk mezelf zijn. Een eenmansfabriekje.
Ik heb een hekel aan goede voornemens, die dingen die één keer per jaar voorbij komen waaien en niet meer terugkeren tot de eerste dag van het volgende jaar. Toch is ‘zoveel mogelijk mezelf zijn’ meer dan ooit een voornemen. Na mijn annus horribilis, waarin ik de twee belangrijkste vrouwen uit mijn leven verloor, mijn echtgenote en mijn moeder, wil ik meer dan ooit Léven, met hoofdletter L. Ik wil lezen, reizen, tentoonstellingen bezoeken, nog meer reizen, naar concerten gaan, muziek beluisteren, opnieuw wat reizen, tv-reeksen als Pluribus ontdekken, met interessante mensen optrekken, heb ik reizen al vermeld? Maar ik wil niet in een keurslijf gedrongen worden, minder dan ooit tevoren zelfs. Ik heb het gevoel dat ik in 2025 alleen maar heb gegeven, nu wil ik ook némen. Gulzig zijn. Eerst aan mezelf denken. De hedonist uithangen. Epicurist zijn.
In deze oorlogszuchtige tijden, met enerzijds impulsieve en anderzijds imperialistische leiders, beide soorten uit op massale destructie en zelfverheerlijking, wil ik een tegenstem zijn, op mijn niveau, ergens diep verscholen in de krochten van het internet, een piepstemmetje op sociale media, maar wel aanwezig, al was het maar om mijn eigen geweten te sussen.
Als u het altijd oneens met me bent, zal ik u blijven ergeren, dat beloof ik hierbij plechtig. Als u geregeld denkt ‘Wat schrijft hij nou weer!’, zal ik u blijven kietelen. Als u het vaker eens dan oneens met me bent, zult u dikwijls instemmend knikken (hoop ik). Zwijgen is geen optie meer, zeker niet voor een linkse jongen die al te vaak en al te veel hoop heeft moeten opgeven in het leven. Ik wil tegen de windmolens van het egoïstisch denken en handelen blijven vechten, donquichotterig mijn idealen verdedigend zonder daarom een ideologische idioot te zijn. Ik wil een wereld die meer solidariteit vertoont, meer mededogen heeft, meer focust op wie het moeilijk heeft dan op wie in overvloed leeft.
Dus ja, toch een voornemen voor dit jaar. U hoort nog van mij. Een waarschuwing.
