Onlangs deed ik iets wat ik me had voorgenomen niet meer te doen: ik ging in discussie over een Facebook-post. Aanleiding was een opmerking van PVDA-volksvertegenwoordiger Robin Tonniau richting Vooruit-collega Oskar Seuntjens tijdens het Kamerdebat over de begroting. Tonniau beet Seuntjens toe dat die nog geen dag had gewerkt in zijn leven. Iemand die ik wel kan appreciëren zette dat ter ondersteuning op zijn Facebook-pagina. Ik reageerde prompt dat ik die opmerking kortzichtig vond en dat het niet correct is om werken te reduceren tot fabrieksarbeid. Nou, dat had ik geweten! Andere PVDA-militanten en -sympathisanten sprongen er bovenop. Ik wist meteen weer dat vooroordelen geen privilege zijn van rechtse lieden.
Het deed ook weer denken aan de jaren 80 van de vorige eeuw, toen er in Vlaanderen zowaar nog vijf min of meer linkse partijen waren. Je had de SP (de voorloper van Vooruit), Agalev (de voorloper van Groen) en de petieterige gezelschappen KP, RAL (later: SAP) en PVDA (voorheen: Amada). Vooral die laatste drie blonken uit in zinledige debatten over het geslacht der (extreemlinkse) engelen. Stalinisten versus trotskisten versus maoïsten, strijdend om de volstrekt onnozele eretitel ‘Meest linkse partij van het land’. Zuiver-zuiverder-zuiverst. Verenigd hadden ze nog iets kunnen betekenen, verdeeld bleef het bij gepruttel onder de kiesdrempel. (En dan kun je je terloops nog afvragen hoe links Stalin en Mao waren in hun verschroeiende regeerperiodes. Al heb ik blijvend respect voor de artsen en verpleegkundigen die bij Geneeskunde voor het Volk zaten en zitten, dat dient gezegd. Over een flink aantal punten ben ik het ook eens met de PVDA/PTB, trouwens.)
Vooroordelen zijn hardnekkig en overleven generaties. Vandaag hoor ik dezelfde dingen insinueren als een halve eeuw geleden, met dit verschil dat dankzij de megafoon van de sociale media domme opmerkingen nu een veel groter bereik krijgen. Hoe dommer de dingen die je roept, hoe groter de kans dat je ooit president van een heel groot land kan worden. Elk vooroordeel hèb z’n nadeel, zou je omgekeerd cruijffiaans kunnen stellen.
Toen al werd er gelachen met onderwijzers en al hun vrije dagen. Twee volle maanden zomervakantie, verdorie, en dan durven ze nog zeggen dat ze in het onderwijs stáán, de schobbejakken! Politici? Die waren er alleen maar op uit om de mensen geld uit hun zakken te kloppen! Werklozen? Dat ze maar wat beter hun best doen om werk te vinden! Werklozen moesten in die tijd elke dag een stempel ophalen in het ‘doplokaal’. Telkens op een ander tijdstip en je wist pas vandaag wanneer je morgen dat broodnodige stempeltje moest komen ophalen. Zogezegd om zwartwerk tegen te gaan. De rijken werden rijker, de armen werden armer. De slogan ‘Haal het geld waar het zit, bij de banken en de holdings’ werd weggelachen van hogerhand. Fiscale fraude werd eerder aangemoedigd dan ontmoedigd in neoliberale tijden.
Hadden leraren te veel vrije tijd? Waren alle politici zakkenvullers? Waren werklozen te lui om te werken? Was elke ondernemer een fiscale fraudeur? Neen, natuurlijk niet, maar het klonk goed, voor wie die slogantaal genegen was.
Vandaag hoor je krek hetzelfde, zoveel zijn de tijden niet veranderd, alleen zijn het nu de machtigen der aarde die onzin blijven reproduceren en kunnen volgers met een duimpje omhoog aangeven dat het goed is dat iemand ‘het eindelijk eens gezegd heeft’. Vlaams minister van Onderwijs Demir (N-VA) wil dat er meer effectieve leertijd komt, minder studiedagen, minder lesdagen die wegvallen. Uiteraard deed ze dat zonder overleg met het onderwijsmiddenveld en de leraren zelf, ze werd wel gesteund door experten die ver van de dagelijkse praktijk staan. Makkelijk zat, op elke hoek van de straat staat tegenwoordig wel een consultant die een onvoldragen visie onderstut. Duyckboten zijn het.
Binnenkort wordt de werkloosheid in de tijd beperkt. Al wie langdurig, meer dan twee jaar, geen werk heeft, moet het maar zelf uitzoeken. Geen stempelgeld meer. Te lang thuisgezeten. Dat vele duizenden verhuizen van ‘de dop’ naar ‘de openbare onderstand’ (het OCMW), ach, een detail, als de cijfertjes maar beter ogen. Dat het een vestzak/broekzak-operatie is, is men snel vergeten. Behalve dan die langdurig werklozen zelf, van wie de meesten met een reden zonder werk zitten en die reden is niet ‘te lui om te werken’. (Die zijn er ook en die moeten eruit, want die bedotten het systeem voor iedereen.) Langdurige werklozen worden nu al gestigmatiseerd – geen werk hebben is heus geen pretje en je wordt nog eens maatschappelijk scheef bekeken ook! – en dat zal alleen maar erger worden. Zij verdwijnen van de dop in de drop. Geen vooruitzichten. Weggelachen. Uit de actieve samenleving gestoten. Om het nog niet over de langdurig zieken te hebben, die ook over één kam worden geschoren als profiteurs van een te tolerante maatschappij.
We zitten in een tijdsgewricht dat politiek-economisch sterk vergelijkbaar is met de onzalige jaren 80. Neoliberaal. Hardvochtig. Helemaal afgestemd op wie al heeft, niet op wie in ontbering leeft. En de trumpianen van deze wereld, aangevoerd en -gevuurd door de oranje narcist in de in aanbouw zijnde pompeuze balzaal van het Witte Huis, spuwen op al wie niet hetzelfde denkt. Steeds meer politieke leiders neigen meer naar extreemrechts dan naar rechts of centrumrechts. De wind komt van rechts en heeft orkaankracht.
Er is een heuse vooroordelenmachine aan het werk. Vooroordelen worden bevestigd, herbevestigd, nogmaals bevestigd: het zijn genadeloze hamerstoten om ‘de waarheid’ toch maar in de hoofden te krijgen en ze daar te houden. Als meer dan 77 miljoen Amerikanen op Trump stemmen, wil dat niet zeggen dat dit allemaal achterlijke dommeriken zijn, maar – als u mij dit vooroordeel even toestaat – wat zijn ze dan wel? Wie stemt er op een man die zó impulsief is, dat hij haast elke dag van gedacht verandert over belangrijke kwesties? Erg beredeneerd kan je dat stemgedrag niet noemen, behalve dan van zij die rechtstreeks profiteren van dat hapsnapbeleid, de Musks en Bezossen van deze wereld.
Het grote probleem met vooroordelen is dat ze op een bepaald moment, mits een goed georganiseerde propagandamachine, oordelen worden. En dus: algemene waarheden. Dat zagen we al in zijn meest perverse vorm onder de nazi’s. Dat zien we ook in het Amerika van Trump. En als het in Washington, D.C. onzinnigheden regent, druppelt het ook bij ons. De wereld draait door, dus draait ook de vooroordelenmachine door. Ten koste van wie het moeilijk heeft.
Herinnert u zich nog dat we vijf jaar geleden onze deuren openden om te applaudisseren voor wie in de zorg actief was? Plots leek solidariteit niet iets van een andere, betere, ver afgelegen wereld. Maar die illusie hebben we snel begraven. Ouder worden brengt nadelen met zich, toch ben ik wat blij dat ik niet meer zo nodig hoef mee te draaien in deze ratrace, waarin naar boven wordt gelikt en naar onderen getrapt.
Voor alle duidelijkheid (mocht u eraan twijfelen wat ik erover denk): leraren hebben een zwaar beroep, ze verdienen ons respect. Niet alle politici zijn zakkenvullers, al beslissen ze nog te vaak boven onze hoofden heen (Zuhal Demir heeft dat deze week nog eens aangetoond). De meeste werklozen willen heus wel werken: hoger inkomen, meer mogelijkheden om fijne dingen te doen of te kopen, niet meer het gevoel hebben dat er op je neergekeken wordt. En voor de ‘Amadezen’ in de zaal: je hoeft heus niet zelf in de fabriek te hebben gewerkt om respect te hebben voor arbeiders en intellectueel werk is óók werk (en het is even nodig als handenarbeid).
In een samenleving die bulkt van de vooroordelen is ‘samen leven’ geen sinecure. Dat is net wat de vooroordelenmachine beoogt. Ieder voor zich, wie zwak is, valt uit de boot, individualisme haalt het op solidariteit. Hoe erg dat ik dit in deze tijd van het jaar opnieuw moet vaststellen.

Helemaal mee eens. Tot mijn grote frustratie overigens om zoveel onrechtvaardigheid.
En ik moet ook toegeven dat ik er mezelf op betrap daar soms in mee te gaan, gelukkig maar voor even tot de ratio de emotionaliteit weer tot aanvaardbare proporties terug dringt.