Gisteren heb ik definitief afscheid moeten nemen van mijn moeder, Anna Rubbens (1931-2025). Ze werd net geen 94. Deze tekst heb ik voorgelezen op de afscheidsplechtigheid.
***
Sta me toe te beginnen met een bekentenis. Als ik naar het frituur ga, bestel ik altijd een ‘curryworst special’ met curryketchup. Het kan u misschien vreemd in de oren klinken bij deze gelegenheid en het zou ook zeer oneerbiedig zijn om mijn moeder te vergelijken met een curryworst, maar ze was zonder twijfel een ‘specialleke’.
De verhalen over haar jive-periode heb ik pas achteraf meegekregen, want dat speelde zich af vóór mijn geboorte, maar het moet wat geweest zijn, zo’n jonge vrouw die de hele avond op de dansvloer stond om te jiven op de swingende muziek uit de jaren 40 en 50. Dat jiven hield zo ongeveer op toen ik geboren werd. Bij deze: sorry, ma.
Niet dat ze niet meer danste. Als er ergens een bal was van de voetbalclub van mijn vader, dan was het wachten op twee fenomenen. Eén, het moment dat er een dansbare ‘rappe’ plaat gedraaid werd. En twéé, iemand die haar uitnodigde om te komen dansen. De vraag was nog niet gesteld, of mijn moeder stond al op de dansvloer. Ik heb haar altijd gekend als een vlugge, ongeduldige vrouw, maar op zo’n dansavond ging dat nog een stapje verder. Volgens mij staat het wereldrecord op de tien meter nog altijd op haar naam.
Tien meter, de afstand van haar stoel tot de dansvloer.
***
Ze was heel beschermend naar mij toe, haar enig kind. Dat was niet altijd even prettig, moet ik toegeven. En nu ik toch aan het toegeven ben: dat was vaak verschrikkelijk vervelend. Een vierjarige kleuter die aan de schoolpoort wordt afgezet, terwijl mama de boekentas draagt, dat is makkelijk. Een achtjarig jongetje dat tot aan de schoolpoort wordt gebracht en daar zijn boekentas wordt overhandigd, terwijl al die andere kinderen op eigen houtje ernaartoe zijn gestapt, dat is al ambetanter. Een elfjarige jongen die tot aan de schoolpoort wordt gebracht en die in de laatste rechte lijn ernaartoe de boekentas uit haar handen grist, om zich niet compleet belachelijk te voelen, dat is ronduit gênant. Blijkbaar vond ze dat dit zo hoorde. Of vreesde ze dat er mij onderweg iets zou overkomen. Ze zette haar enig kind onder een stolp, dan kon hem niets overkomen. Al goed dat ik met mijn bompa naar het voetbal mocht vanaf mijn zevende. Beerschot. Ze liep gelukkig niet mee tot aan de stadionpoort om mijn sjaal en voetbalpetje daar af te geven.
***
Ik heb weleens gebotst met mijn moeder in de loop van de jaren. Wie doet dat niet, trouwens? Maar het ergst was toch wel ergens in de eerste helft van de jaren 70. Ik begon eindelijk een goeie muzieksmaak te ontwikkelen. Een van de elpees die ik toen kocht was Abraxas van Santana. Een plaat met een uitklapbare hoes. Fantastisch mooi. En ook zo lekker om in twee handen vast te nemen, zo’n dubbele cover. Tot mijn moeder vond dat mijn kamer er een beetje kaal uitzag, we woonden toen nog in een appartement op de hoogste verdieping aan de Groenendaallaan 19 in Merksem. Ik kwam die namiddag thuis van school, zette mijn boekentas in mijn kamer en zag toen tot mijn ontsteltenis dat ze het stukje houten muur boven mijn bureau had opgefleurd met… jawel, de helft van de hoes van die plaat van Santana. Ze had die gewoon in tweeën geknipt. De ene helft zat tussen mijn platencollectie, daar zat de plaat dus nog in. De andere helft hing aan mijn muur. Ik ontplofte. Ik heb toen heel lelijke dingen tegen haar gezegd, dingen die niet voor herhaling vatbaar zijn, gelukkig zijn de feiten verjaard. Die plaat steekt nog altijd in mijn collectie. Als ik ze wil vastpakken, moet ik altijd zorgen dat ik ze helemaal meeheb en niet alleen de helft van de hoes. Met dank aan binnenhuisdecoratrice Anna Rubbens.
***
1975 was het Internationale Jaar van de Vrouw. Nu was mijn moeder allesbehalve een feministe, ze leefde nog echt volgens het principe ‘vrouw aan de haard’, tot haar zoon oud genoeg was om zelf heen en weer naar school te stappen. Dat gezegende jaar had ze met drie vriendinnen van mijn vaders voetbalclub afgesproken dat ze naar Londen gingen. Zónder mannen! Die waren zeer nadrukkelijk níet welkom. Women only! Dat vond ik – zonder dat ik haar dat ooit gezegd heb – best wel een moedig statement. “Hé, Jos Van Laeken, ik ben er ook nog en gij moogt een paar dagen koken voor de kleine!” Die kleine, ik dus, klaagde niet, want – om heel eerlijk te zijn – was mijn moeder allesbehalve een keukenprinses. Koken was werken voor haar, er moest iets op tafel getoverd worden en dat mocht liefst niet te veel tijd kosten.
***
In die jaren 70 zaten we altijd met zijn drieën tv te kijken in de Groenendaallaan. Mijn vader zat achteraan in de grote zetel. Ik zat rechts voor hem in een clubzetel, mijn moeder links voor hem. Er waren periodes dat ze allebei rookten, erg aangenaam was dat niet. En dan zaten we samen naar ‘den Ollander’ te kijken, want de programmering op ‘den BRT’ was weer ‘gene vette’. Op de Nederlandse televisie liep toen sterreclame, met Loeki de Leeuw. En we hielden toen een door mij georganiseerde wedstrijd om ter snelst raden voor welk product de reclamespot was. Ik won bijna altijd, tot op het punt dat ik nog de enige was die ‘Zeeuws Meisje’, ‘Miele’ of ‘Becel’ riep. De competitie viel stil. En ik vertrok stilaan de wijde wereld in, nou ja, Antwerpen en daarna het Pajottenland.
***
Samen met Nicole, mijn echtgenote, gingen we geregeld met z’n vieren iets eten. Mijn moeder stond erop om elke keer te betalen. Minutenlang bestudeerde ze de kaart om dan uit te komen bij de o zo voorspelbare bestelling waar Nicole en ik ons onderweg al vrolijk over hadden gemaakt: garnaalkroketten en tongetjes. Mét frieten!
***
De dood van mijn vader, in januari 2016, was een klap, maar al snel hervatte ze haar ritme van kuisen, boodschappen doen, tv-kijken, startend bij Blokken met Ben Crabbé. Een routine die ze aanhield, slechts onderbroken door een val van een ladder. Maar na een paar maanden revalidatie was ze weer niet meer te stuiten. Nicole en ik namen haar een paar keer mee voor een weekendje aan zee, ze stapte toen al met een rollator. Op bijna elk kruispunt moesten we mijn ma tegenhouden, of ze zou een flinke deuk in een auto hebben gelopen.
Onstuitbaar.
Tot ze begin februari dit jaar zwaar ten val kwam. En nog eens. Van ziekenhuis naar revalidatiecentrum naar woonzorgcentrum. Ze werd kribbig, kortaf, nog nerveuzer dan anders. Een oude boom verplant je niet, luidt het gezegde. Een ander gezegde had kunnen luiden: “Als Anna Rubbens niet meer zelf haar was, plas en kuis kan doen, loopt het niet goed af met haar.”
***
En daarom staan we hier vandaag. Het einde van een tijdperk. Ik ben officieel wees nu, of zeg je dat niet op je 66ste? U hoort zo dadelijk haar favoriete zanger, Nat King Cole, die haar favoriete nummer zingt, Unforgettable. Die titel zegt het al: op haar eigen, eigenzinnige manier was ze ‘unforgettable’, onvergetelijk. Maar als ik straks thuiskom, leg ik toch iets anders op de platenspeler: Abraxas van Santana. Ik ben heel blij dat ze de plaat zelf niet in twee heeft geknipt.
Oye como va, ma.
Het ga je goed.

Je was bevoorrecht met een moeder als zij. En ze wordt levend door jouw mooie woorden.
R.I.P Anna.
Zo mooi geschreven lieve Frank,en plezante mooie herinneringen hou je aan je moederke over.
Veel liefs en sterkte van mij,Dora xxx en van Anna haar clubvriendinnetje Lea xxx